December Verleden Vandaag

1   2    4   5   6     8   9   10   11   12   13   14   15   16
17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   31
Elke dag in het verleden gebeurde er in Arnhem wel iets opmerkelijks.

1 december 1744 (dinsdag)
Opening Dorthmond’s Weduwenhuis

Weduwenhuizen, 1860
De band met het timmermansgilde is nog duidelijk herkenbaar in het toeziend bestuur van het Dorthmond’s Weduwenhuis. Eén van de ‘commissarissen’ is Heilbertus Cornelis Berends. (1815-1889), docent bouwkunde bij de Arnhemsche Teekenschool van het genootschap Kunstoefening’, architect en timmerman.
© Adresboek van Arnhem e.o.,1860, p. 73.
Bentinck’s Weduwenhuis aan de Beekstraat, 1860
Aan het eind van dit gezicht op de Beekstraat vanuit het noorden (Land van de Markt) is het lage huis rechts het onderkomen van het Bentinck’s Weduwenhuis. Het lag op de hoek met de Kromme Elleboogsteeg, nu ter hoogte van nr. 81. Het Dorthmond’s Weduwenhuis lag drie deuren verder naar het zuiden, ter hoogte van nu nr. 76.
© Gelders Archief: 1551-4003, aquarel van Adrianus Eversen, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op deze dag in 1744 werd aan de Beekstraat het Dorthmonds Weduwenhuis (Van Dortmonds Weduwenhuis) in gebruik genomen. Vijf jaar eerder had de timmerman Arent van Dorthmond per testament bepaald dat zijn huis daarvoor werd ingericht. Het was in eerste instantie bestemd voor weduwen van leden van het timmermansgilde St. Joseph. Tien vrouwen vonden er onderdak, waarvan vier ook nog eens een financiële ondersteuning ontvingen. In de literatuur (Arendsen, 2012) komt soms naar voren dat het huis alleen onderdak bood aan die vier. Het Arnhemse Adresboek van 1860 vermeldt dat er tien vrouwen woonden.
In de Tweede Wereldoorlog werd het huis zo ernstig beschadigd dat de overbuurman in de Beekstraat, het Catharinagasthuis, de zorgfunctie overnam.
Het Dorthmondshuis was niet het enige weduwenhuis in de Beekstraat. Even verderop was er ook nog het Bentincks Weduwenhuis. De stad telde in totaal zeven weduwenhuizen.

Literatuur en bronnen
Arendsen. R., Weduwenhuizen in Arnhem. Utrecht 2012 (onuitgegeven scriptie).

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen. Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), p. 46-47.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 286-287.

Schulte- van Wersch, C.J.M., Berends. In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 54-56.

Sigal, M.C., Het Dortmondts Weduwenhuis te Arnhem. In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel 25 (1922), p. 153-155.
Staats Evers, J.W., Iets over Arnhem naar aanleiding van zijn begrooting over 1848.Arnhem 1848 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 59.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 79-80.

2 december 1944 (zaterdag)
Fall Storch: Duitse leger blaast dijk bij Elden op

Dijkdoorsteek bij Elden
Deze foto van de RAF toont de situatie van de opgeblazen dijk op 14 maart 1945. Links de opgeblazen spoorbrug Arnhem-Nijmegen.
© Nationaal Archief, Archiefnummer 2.24.05.02, Bestanddeelnummer 141-0079, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
 

Overbetuwe in de oorlogswinter van 1944
Korte informatieve documentaire over de Betuwe na de operatie Market Garden.
© Omroep Gelderland, Ridders van Gelre, 5,5 minuut.

Fall Storch’ (Operatie Ooievaar) was de codenaam van het Duitse leger om op 2 december 1944 de Rijndijk bij Elden op te blazen. Door land onder water te zetten, moest een verdere opmars van het geallieerde leger vanuit de Betuwe voorkomen worden en werd geprobeerd om het Duitse Rijnfront intact te houden.

De Duitse genie blies een groot gat in de Drielsedijk bij het dijkmagazijn ter hoogte van de spoorbrug Arnhem-Nijmegen. Een tweede explosie bij de Griftdijk ten zuiden van Elden moest er voor zorgen dat het water de hele Overbetuwe instroomde. Dat gebeurde vanaf 17.00 uur die zaterdag. Heel het gebied tussen de Rijn en de Waal, tot aan Tiel toe, kwam onder water te staan.
Het plan had een tijdelijk succes: de geallieerden moesten het Waalbruggehoofd bij Nijmegen opgeven.

Literatuur
Hemmen, F. van, Ooievaar brengt Zondvloed. De onderwaterzetting van de Betuwe december 1944 – maart 1945. Kesteren 1995.

3 december 1586 (woensdag)
Prümermolen betaalt salarisverhoging predikanten

Jansbeek met molens, ca. 1560
De Jansbeek met de zeven molens (‘mola’) buiten de stadsmuren. De tweede molen vanaf de vesting was de Prümermolen.  
Deel van de kaart van Arnhem door Jacob van Deventer.
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Prümermolen en Jansmolen, ca. 1650
Direct buiten de stad, waar nu spoordijk is achter de Jansbuitensingel, stond een molen van de Commanderij van St. Jan, de Jansmolen. Daarboven, bij wat nu De La Reystraat is, bevond zich de Prümermolen.
Gedeelte van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639.
© Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon, Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

3 december 1586 (woensdag)
Prümermolen betaalt salarisverhoging predikanten

Buiten de stadsmuren lagen sinds de middeleeuwen zeven watermolens. Waar nu het kleine watervalletje van de beek in De La Reystraat is, stond een molen die eigendom was van het klooster Prüm. Die abdij had van oudsher, de eerste schriftelijke vermelding van ‘arneym’ staat in hun goederenlijst van 893, bezittingen in en om de stad. Het klooster en de onder hen vallende Eusebiuskerk verpachtten de ‘die Pruemer molle’  aan verschillende eigenaren voor een jaarlijks bedrag van om en de nabij 50 daalders.
Na de Arnhems reformatie in 1579 waren alle katholieke bezittingen het protestantse stadsbestuur een doorn in het oog. Bovendien groeide de protestantse kerkbezoek en kregen de predikanten het drukker. De voorgangers hadden een hoger salaris nodig en daarom bepaalde de schepenen, na overleg met het Hof van Gelre, op woensdag 3 december 1586 dat ‘een verhooging der predikants-traktementen’ betaald werd uit ‘de inkomsten van den Prumenschen molen’.

Literatuur en bronnen
Janssen, G.B., Arnhemse molens en hun geschiedenis. Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), p. 25.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 389

3 december 1622 (zaterdag)
Hij komt, hij komt maar niet in 17e-eeuws Arnhem

Verbod op snoepgoed en schoen zetten, 1622
Bron: Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.
Verbeurdverklaring snoepgoed, 1622
Bron: Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 266.

Geen Sinterklaasviering.
In de 17e en 18e eeuw kende Arnhem geen godsdienstvrijheid. Het gereformeerde calvinistische geloof, onder de naam Neder-Duits Hervormd, was leidend. Andere godsdienstige richtingen werden, in de beste jaren, gedoogd.
In de eerste helft van de 17e eeuw was van deze tolerantie helemaal geen sprake. Het Sinterklaasfeest was daar de dupe van. Heiligenverering in wat voor (katholieke) vorm dan ook was verboden. Dat was ‘Paapsche superstitie’, rooms bijgeloof.
Hier moesten de inwoners van de stad wel voortdurend aan herinnerd worden. Zo werd nogmaals in 1622 het bakken van St .Nicolaasgoed (is vooral speculaaspoppen) en het zetten van de schoen verboden. Werd iemand betrapt, dan werd het snoepgoed in beslag genomen.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem.
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 266.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.

4 december 1601 (dinsdag)
Stad koopt veer op de Praets

De Praets en Arnhem, 1574
De Praets is op deze kaart nog in het bezit van het kapittel van St. Pieter in Utrecht. De kanunniken spanden een proces aan tegen de Arnhemse bestuurder en grondeigenaar Godert Pannekoe(c)k. Die mocht de titel doctor voeren vanwege zijn universitaire scholing in Siena, Italië.
Dr. Pannekoek had een krib (midden op de kaart) in de rivier laten aanleggen, waardoor het veer niet meer bij de strekdam (op de kaart tussen het melkmeisje en de zaaiende boer) van de Praets kon afmeren.
Linksboven staan de huisjes ‘op die Praest’ en linksonderaan de Rijnpoort. Op de oever zie we de handelskraan die de goederen in en van de schepen op de oever hees; ‘craen der staedt Arnhem’.
Hoe het proces afliep? Zoals zo vaak: de rechtsgang werd voortdurend vertraagd met bezwaarschift op beroep op protestbrief dat in 1601 nog geen definitieve uitspraak was gedaan.
© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem 2422, lade 1_1 . Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

4 december 1601 (dinsdag)
Stad koopt veer op de Praets
Wat we nu als Praets schrijven, werd eeuwenlang in de bronnen Praest of Prast genoemd. De Praets was een belangrijke plek in de verbinding tussen de Betuwe en de stad, want daar bevond zich ‘het veer op die Praest’.
Volgens middeleeuwse gewoontes waren de veerrechten in bezit gekomen van een kerkelijke instantie, in dit geval in 1287 bij het kapittel van de St. Pieterskerk in Utrecht. Een landeigenaar of wereldlijk bestuurder (graaf) probeerde met schenkingen de kerk (en daarmee de mensen die onder de kerk vielen) aan zich te binden. Verder werd gehoopt dat het begiftigen van het geloof het eigen zielenheil zou versterken.
De bestuurders van de St. Pieterskerk op hun beurt verpachtten de veerrechten. Eerst aan hen gehoorzaamheid verplichte horigen, maar gaandeweg steeds meer aan iedereen die hiervoor een jaarlijks bedrag op tafel wilde leggen.

Arnhem wilde zelf het bezit van de veerrechten, want het veer was de enige rechtstreekse oversteek naar de stad. Maar het stadsbestuur had grotere ambities. Om meer greep te krijgen op de regionale handel met de Betuwe, zou de aanleg van een schipbrug Nijmegen (en Wageningen) flink wat wind uit de zeilen nemen. En zo gebeurde het: in 1601 kocht Arnhem de veerrechten en twee jaar later werd de schipbrug aangelegd.

Literatuur
Klep, P.M.M., De economische en sociale ontwikkeling 1550-1700. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 188-221, p. 176-177.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 438-440.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 24.

Wientjes, R.C.M., Arnhem, Wageningen en het veer op de Praats. In: Bijdragen en Medede(e)lingen Gelre, deel LXXVI (1985), pp. 9-19.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem. Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), pp. 12-14.

5 december 2007 (woensdag)
Talmaplein wordt beschermd stadsgezicht

Woningstichting Patrimonium Talmaplein, 1916
© Gelders Archief: 1553-200, tekening van C. de Geus, Topografisch-historische  atlas Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op vijf december krijgen het Talmaplein en de omliggende straten wel een heel mooi cadeau. De ‘Patrimoniumbuurt’, zoals deze stadseenheid wordt genoemd, wordt van rijkswege verheven tot beschermd stadsgezicht.
En terecht, zoals ook blijkt uit het straten- en huizenontwerp uit 1916 van architect H. J. Tiemens.
Kronkelende straatjes met in hoogte verspringende cottage-achtige woningen, veel groen met als bekroning het Talmaplein zelf. Een juweel van stadsarchitectuur waarin de rode pannendaken fraai afsteken tegen de steile heuvels van de vroegere Mussenberg. Daarvoor moest wel om het verlaten, maar toen nog niet geruimde, Joodse kerkhof (1858-1866) worden heen gebouwd. Nadat de overledenen allemaal waren overgebracht naar de Joodse begraafplaats op Moscowa werd in 1985 tot ruiming overgegaan.

De ‘Patrimoninumbuurt’ dankt zijn naam aan de protestants-christelijke woningbouwvereniging met die naam. Patrimonium, letterlijk ‘vaderlijk erfdeel’ verwijst naar de vastgoedachtergrond.
Na de Woningwet van 1901 duurde het even voordat de woningbouwverenigingen hun financiën op orde hadden om aan de nieuwe eisen van de wet te voldoen. Ook was de vereniging een voorbeeld van de doorzettende verzuiling. Naast de openbare woningvereniging ‘Volkshuisvesting’ was er ook nog de katholieke woningstichting Eusebius en enkele particulier-liberale verenigingen.

De protestants-christelijke achtergrond is nog goed te herkennen in de straatnamen: allemaal protestanten die voorop gingen in het bestrijden van de armoede en de miserabele arbeidsomstandigheden van die tijd. Ook dan blijft (Syb) Talma de blikvanger. Deze ‘rode dominee’ van de Eusebiuskerk werd in 1908 minister en voerde de ene na de andere sociale wet door.

Literatuur
Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.  Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), p. 70-72.

Lavooij, W., Gebouwd in Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.  Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp. 87-89.

Lavooij, W., De stedelijke ontwikkeling.  Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers). In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw. Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), pp. 14-51, p. 21-22.

Vredenberg, J., Klarendal en het Luthers Hofje. Arnhems eerste volkswijk. Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), p. 30-31.

6 december 1834 (zaterdag)
Overlijden Jonas Daniel Meijer

Jonas Daniel Meijer, ca. 1830
© Gelders Archief: 2039 – 2830, tekening van I. Moritz, Archief Alexander Ver huell. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Lofprijzing Jonas Daniel, 1791.
De peuter Jonas Daniel volgens zijn huisleraar Brown.
Bron: Boekzaal der geleerde waereld, dl. 150, september 1791, p. 322.
Amsterdam 1791.

Arnhem heeft enkele geniale kinderen voortgebracht. Nobelprijswinnaar (1902) Hendrik Antoon Lorentz heeft van hen de meeste internationale roem vergaard. De stad mag ook trots zijn als geboorteplaats van Jonas Daniel Meijer. Inderdaad, die van het beroemde plein in Amsterdam waar jaarlijks de Februaristaking van 1941 wordt herdacht.

Arnhem doet het wat bescheidener met de Jonas Daniel Meijerplaats, een deel van de vroegere Kippenmarkt ten noorden van Eusebiuskerk.
Aan die Kippenmarkt zag Jonas Daniel op 15 september 1780 het levenslicht in het huis van zijn vader David Abraham Meijer en moeder Marianne Cohen. Over wat hij van de Kerkhofoproeren tussen 1783 en 1784 rondom zijn huis heeft meegekregen, zwijgen de bronnen.

Hij verbaasde zijn ouders met zijn onstilbare drang naar boeken en kennis en hij kreeg als driejarige een huisleraar, dhr. Brown. Twee dagen na zijn zevende verjaardag werd hij toegelaten tot de Latijnse school, de voorloper van het Arnhemse gymnasium. Hij sloot de school binnen twee jaar af en werd onderscheiden met de hoogste lof en een prijsboek.
Toen zijn vader in 1790 overleed, nam zijn moeder hem mee naar Amsterdam waar ze gingen inwonen bij (groot)vader Cohen aan de Nieuwe Herengracht. Ook daar rees zijn ster en als eerste Joodse advocaat in Nederland was hij belangrijk voor de Joodse emancipatie. Zijn kennis van het recht bezorgde hem behalve een hoogleraarschap in Leiden, talloze (inter)nationale loftuitingen en een plaats in de grondwetscommissie van 1813.

Literatuur

Boekzaal der geleerde waereld, dl. 150, september 1791, p. 320-323. Amsterdam 1791.

Mayer-Hirsch, N., Jonas Daniël Meijer, een vergeten genie. In: Misjpoge, jrg. 8 (1995), nr. 4, p. 113.

Mayer-Hirsch, N., Jonas Daniël Meijer, een vergeten genie. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 16 (1996), nr. 2, p. 75-85.

Nelissen, N., ‘Een Gijmnasium hier ter stede is alleszins gewenscht’. Het Stedelijk Gymnasium te Arnhem, 1816-2016. Zutphen 2021 (Uitgeversmaatschappij Walburg Pers), p. 32-34.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 33.

7 december 1942 (maandag)
Divisiemonument Zeven December, Schaarsbergen

Divisiemonument  (7 December), Schaarsbergen
In het embleem van de 7 December Divisie de afkorting EM = Expeditionaire Macht = Uitgezonden Macht.© Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Gedenkmuur Divisiemonument, Schaarsbergen
Muur met namen van de ruim 600 gevallenen.
© Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Arnhem was in de 19e eeuw het ‘Haagje van het oosten’. Veel oud-Indiëgangers, rentenierende plantage-eigenaren of hoge ambtenaren uit Indonesië, betrokken villa’s aan de Velperweg, Utrechtseweg en de singels rondom Arnhem. Een bijzondere groep waren de oud-militairen, KNIL’lers, die in Bronbeek hun levensavond doorbrachten. Over een andere groep ‘Indiëgangers’ die een plek vonden in Arnhem is minder bekend.

Op 6/7 december hield 1942 hield koningin Wilhelmina een toespraak waarin zij de mogelijke verhouding tussen Nederland en Indonesië schetste na het afloop van de Tweede Wereldoorlog. De toespraak op Radio Oranje werd in Europa op 6 december uitgezonden, maar in Indonesië was het inmiddels 7 december precies één jaar na de aanval op Pearl Harbor. De inhoud was bijna revolutionair: na de oorlog was in het Koninkrijk geen plaats  ‘voor verschil van behandeling op grond van ras of landsaard’.

Toen de onafhankelijkheidsstrijd in augustus 1945 losbarstte, werd in 1946 een dienstplichtige legerdivisie in Nederland opgericht die, ook indachtig de woorden van Wilhelmina, rust en orde wilden brengen in Indonesië: de 7 December Divisie. Van de idealistische strekking van de toespraak van Wilhelmina was, door de bloedige strijd die volgde, geen sprake.
Na de onafhankelijkheid van Indonesië ging de divisie met een soms licht aangepaste naam door met verschillende militaire uitzendingen over de hele wereld. De officiële opheffing was in 2004 en de eenheid ging op in de Luchtmobiele Brigade.

Op het terrein van de Oranjekazerne, Clement van Maasdijklaan op Schaarsbergen, staat het monument van de (7 December) Divisie. De gedenkmuur toont een deel van de namen van de 683 divisiesoldaten die het leven lieten tijdens het uitoefenen van ‘waartoe zij geroepen waren’.

Literatur en bronnen
Aggelen, L. van, De Nederlandse Rode Baretten. 11 Luchtmobiele Brigade (Air Assault) ‘7 December’ (1992-2012).
Arnhem 2012 (Uitgeverij White Elephant).

Blessing, M.,  Wilhelmina preekt de revolutie.
In: Historisch Nieuwsblad, jrg. 10 (2013).
Website: https://www.historischnieuwsblad.nl/wilhemina-preekt-de-revolutie, laatst geraadpleegd 7-12-2021.

Website: https://www.7decemberdivisie.nl/, laatst geraadpleegd 7-12-2021.
Website: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/73/schaarsbergen-divisie-monument, laatst geraadpleegd 7-12-2021.

8 december 1927 (donderdag)
Arnhemse energieprijzen

Industrieterrein Het Broek met gashouders, 1924
Vogelvluchtkaart om reclame te maken voor het nieuwe industrieterrein met spoorwegemplacement. Links de gasfabriek met de gashouders.© Gelders Archief: 0509 Kaartenverzameling 1151. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Gemeenteraad Arnhem, 8-12-1927
Deel van het verslag over de gasprijzen.
© Arnhemsche Courant, 8-12-1927.

Als we denken dat de discussie dit jaar over de energieprijzen bijzonder is, dan moeten we eens terug naar 1927. Arnhem had een eigen gasbedrijf, de GEB, met een gasfabriek aan de Westervoortsedijk. Hier werd sinds 1867 kolen (cokes) verbrand en het daarbij vrijkomende gas werd opgeslagen in gashouders en daarna door de stad verspreid. De grote ronde gastanks domineerden jarenlang de skyline van het oosten van de stad.

In de gemeenteraadsvergadering van 8 december 1927 ontspon zich een discussie of de gasfabriek winst mocht maken en waar de eventuele winst naar toe moest: een sluitende begroting of verlaging van de gasprijzen voor de allerarmsten. Liberalen en christendemocraten (Joseph IJsselmuiden) stonden, net als nu, tegenover sociaaldemocraten (Louis Hermans). Het felst was de communist Reinier Brugman.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 8-12-1927.

Defilet, M. en M. Splinter-Dupont, De Arnhemse gasfabriek. Geschiedenis en archeologie van de gasvoorziening. Utrecht 2016 (Uitgeverij Matrijs).

Meurs, M.H. van, Honderd jaar gemeentebestuur. In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), p. 52-91.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen. In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw. Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), p. 144-159.

9 december 1795 (woensdag)
Majoor Zorreth ‘met ’t zwaard over ’t Hoofd gestraft’

Voorblad ‘Crimineele sententie’
Het hele proces van Zorreth, met alle getuigenverklaringen, werd in boekvorm uitgegeven:
Crimineele sententie Tegens den Gevangen Willem Cristoffel Zorreth. Ter Executie gestelt binnen Arnhem den 9. December 1795.
Arnhem 1743-1799 (gedrukt bij J.H. Moeleman).
Tuchthuis in de Beekstraat, 1711
Het onderschrift vermeldt ten onrechte ’t Rasphuys’, maar dit is het Provinciale ‘Tughthuys’ aan de Beekstraat. Arnhem kende geen rasphuys, wel nog een ‘Verbeterhuys’ dat achter het tuchthuis stond. In het tuchthuis zat Zorreth zijn gratiestraf van 20 jaar uit.
Tekening van L.M. Berkhuys uit 1718 naar J. Stellingwerf,
© Gelders Archief: 1551 – 295, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Tuchthuisperceel, 1839
Het kadastrale perceel werd getekend in de voorbereiding op de samenvoeging van het tuchthuis en het verbeterhuis tot ‘Huis van Bewaring’.Op deze ‘Copie uit 1917 van het Kadastrale plan uit 1839’ ligt het noorden rechtsboven en loopt de Beekstraat links van de getekende percelen. Midden op het kadastrale plan het tuchthuis en daarnaast het verbeterhuis.© Gelders Archief: 1506-1503 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De aanhoudende strijd in de 18e eeuw tussen de prinsgezinden, aanhangers van de stadhouders Van Oranje, en de meer vernieuwingsgezinde patriotten eisten slachtoffers in beide kampen.
In 1787 wisten de ‘Oranjeklanten’, met steun van het Pruisische leger de patriotten te verjagen uit de stadsbesturen en het land. Acht jaar later keerden die, met hulp van het Franse leger, terug.

De patriotten vereffenden vervolgens nog enkele rekeningen uit 1787. In Arnhem was daarvan majoor Willem Christoffel Zorreth het belangrijkste slachtoffer. Hij had in 1787 letterlijk in de frontlinie gestaan als majoor van het in Arnhem gelegerde garnizoen Sommerlatte. Keer op keer drong hij luidkeels aan op de inlevering door de burgers (lees: de paramilitaire vrijkorpsen van de patriotten) van hun wapens. Bovendien zou hij volop hebben meegedaan met de plundering van huizen van (vermeende) patriotten.

Voor dit alles werd op hij op 9 december 1795 ter dood veroordeeld. Er waren echter volgens de rechters zoveel verzachtende omstandigheden dat dit symbolisch ‘met ’t zwaard over ’t Hoofd’ werd uitgevoerd. Zorreths doodstraf werd omgezet in een twintigjarige gevangenisstraf in het provinciale tuchthuis, dat aan de Beekstraat lag. Toeval of niet: daar staat nu het politiebureau.

Literatuur
Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem. Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), p. 68, 83, 217-221.

Eijsink, Th. N., Restauratie en revolutie in Arnhem 1 juli 1787 – 6 mei 1795. Arnhem 1967 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 31-32.

10 december 1803 (zaterdag)
Drukke dag voor de Arnhemse beul

Galgenberg ten noorden van Arnhem, 1766
Ter hoogte van Moscowa, de samenkomst van de Apeldoornse- en Hommelseweg stond in de 18e eeuw de Arnhemse galg. Op de kaart zien wij deze rechtsonder. Daarboven loopt ‘Weg van Arnhem na Deventer ’t Loo’, zoals de Hommelseweg heette. Links, aan de Apeldoornseweg, grondbezit van het St. Catharinagasthuis (Gasthuysland),
Detail uit: Frederik Beijerinck, Caart vertonende de eijgentlijke gedaante van het St. Martens Kerckhoff, (enz.), 1766.
© Gelders Archief, Oud Archief Arnhem 3390. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Vonnis in ‘Criminele sententie, 1803’
Het vonnis over drie van de vier vrouwen.
Bron: Criminele Sententie Geschept bij het Departementaal Gerechtshofs van Gelderland , den derden December 1803 (enz.) Geëxecuteerd binnen Arnhem den 10 Dec. 1803.
Arnhem 1803 (gedrukt bij A. van Goor).

In de tweede helft van de 18e eeuw zwierven verschillende dievenbendes door Nederland en de grensstreek met België en Duitsland. Rondom Limburg waren het de (nu) legendarische ‘Bokkenrijders’ die stelend en moordend door het land trokken.

De mythische status die deze groep had  (afwisselend in de geschiedschrijving beschreven als misdadige duivelsaanbidders, weerloze slachtoffers van de armoede of psychotische criminelen, enz.) was niet weggelegd voor de groep die in 1803 Arnhem voor de negen rechters van het Departementaal Gerechtshof stond. Vijf jaar lang hadden ze de Veluwe, de Betuwe en het land van Kleef onveilig gemaakt en nu werd de straf uitgesproken over de negen mannen en vier vrouwen in de leeftijd tussen 20 en 40 jaar: zes naar de galg, drie geradbraakt, drie gegeseld en een met roeden omhangen aan de kaak gesteld. Voor de veroordeelden die niet werden terechtgesteld wachtte ook nog een jarenlange tuchthuisstraf met gedwongen arbeid. Het was op 10 december 1803 een drukke dag voor de Arnhemse scherprichter om het vonnis van een week eerder uit te voeren.

Literatuur
Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), p. 136-137.

Criminele Sententie Geschept bij het Departementaal Gerechtshofs van Gelderland , den derden December 1803 (enz.) Geëxecuteerd binnen Arnhem den 10 Dec. 1803. Arnhem 1803 (gedrukt bij A. van Goor).

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 19-20.

11 december -2004 (zaterdag)
Verwarring bij opening NS-station Arnhem-Zuid

‘Arneym’ is in verwarring. Wie de officiële literatuur erop naslaat, leest dat de opening van NS-station Arnhem-Zuid op 11 december 2004 was (Burgers/Vredenberg, p. 67). Ook diverse websites melden die datum.
Voor de feestelijke, officiële opening wordt  een jaartje later, 10 december, genoemd (NS-Nieuws en Omroep Gelderland). Het ene jaar de ingebruikname en het volgende jaar de officiële openstelling?
Hoe het ook zij: bij ‘een’ opening reden de treinen het station voorbij. Foutje van NS-Prorail, die had de machinisten niet ingelicht en de treinreizigers stonden in de decemberkou.

Literatuur
Burgers, T. en J. Vredenberg, Sporen naar Arnhem Centraal.
Utrecht 2015 (Uitgeverij Matrijs).p. 67.

Website https://web.archive.org/web/20100925064228/http://www.schuytgraaf-online.nl/station_Arnhem_Zuid.html, laatst geraadpleegd 11-12-2021

Website https://nieuws.ns.nl/opening-ns-station-arnhem-zuid-10-december-2005/, laatst geraadpleegd 11-12-2021.

Website Omroep Gelderland, https://www.gld.nl/nieuws/99394/ns-station-arnhem-zuid-geopend, laatst geraadpleegd 11-12-2021.

12 december 1531 (zaterdag)
Sterfdag Johan van Arnhem

Klooster Mariëndaal, 16e eeuw
Binnen de muren van het klooster lag de begraafplaats. Een enkele grafzerk is bewaard gebleven, zoals te zien is aan de Middellaan bovenaan de Groene Bedstee en de Christuskoepel.
Tekening van Jacobus Stellingwerff rond 1700.
© Gelders Archief: 1551 – 1339, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).2

De Van Arnhems waren van de 14e t/m de 17e eeuw een van de machtigste families in de stad. Ze behoorden tot het ‘maegschap’ (familiegroep) van de Gruuthuys-clan. Ook buiten de stad lieten ze zich zien met het bezit verschillende landgoederen. Johan Wijnandzn Arnhem, die op 12 december 1531 op 71-jarige leeftijd stierf, mocht zich ridder en ‘heer tot Kernhem’ (landgoed bij Ede). Zijn vader, Wijnand inderdaad, was een ‘tot Presikhaaf’.

Dat Johan als schepen van Arnhem, ridder en schout van Geldern niet de minste was, laat zijn begraafplaats zien: het klooster op Mariëndaal. Dat klooster was in 1392 gesticht doordat voorvader Wijnand van Arnhem de grond daarvoor had geschonken aan de Augustijnerorde van Geert Grote in Deventer. Hun kloosterleer zou uitgroeien tot de Moderne Devotie.

Literatuur
Verkerk, C.L., Machten in het middeleeuwse Arnhem.
In: Manheim, R. (red.) (1983). Arnhem na 750 jaar. Machten, ervaringen, toekomsten.
Arnhem, 1983 (Uitgeverij Gemeentemuseum Arnhem), pp. 4-10.

Verkerk, C.L., Bestuur, rechtspraak en onderwijs in de middeleeuwen.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht, 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 42-91.

13 december 1747 (woensdag)
Arnhem met ‘honende mienen’ gaat voor Oranje

Oude Stadhuis op de Markt, 1790
Het oude stadhuis op de Markt werd in 1840 afgebroken en het bestuur verplaatste zich naar het verbouwde Duivelshuis. Hier zien we op een anonieme tekening uit 1902 het stadhuis nog in relatieve glorie. De gotische toren werd al in 1802 wegens bouwvalligheid neergehaald.
© Gelders Archief: 1551-2956, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In 1747 was er weer eens een wisseling van de bestuursmacht. De Oranjegezinden roken in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1747 opnieuw hun kans. Gelderland had, in tegenstelling tot Holland en Utrecht, sinds 1722 wel Willem IV prins van Oranje als stadhouder, maar diens macht was beperkt. Onder dreiging van het oprukken van het Franse leger, die in de Oostenrijkse Successieoorlog (1744-1748) de zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden al had bezet, werd de roep om meer macht voor de stadhouder als legerbevelhebber sterker.
De Orangisten eisten dat de functie erfelijk werd (erfstadhouder), waarmee het Huis van Oranje een bijna koninklijke status kreeg.
Het tegensputterende Arnhemse bestuur probeerde met een verbod op samenscholingen en het schenken van alcohol na negen uur ’s avonds het tij te keren. Het mocht niet baten: op 13 december 1747 trok het ‘gemeen’ en ‘honende mienen’ op naar het (oude) stadhuis op de Markt. De stadsbestuurders spraken nog geen maand later uit uit dat de prins Van Oranje alles mocht ‘zoals Sijne Hooge Wijsheid ten meeste dienstig zal oordelen’.

Literatuur
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 81.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, pp. 68-69.

14 december 1728 (dinsdag)
Schoolgeld voor tot slaafgemaakte Anna

Anna’s schoolgeld, 14-12-1728
Derk de Vree hield een kasboek bij van zijn uitgaven als momber (voogd) voor zijn nichtjes Hester en Johanna. In dat rekeningenboek komen ook verschillende posten over Anna van Vossenburg voor. In rood omrand: ‘aen Van Kel‘ wordt ‘den 14 dito‘ (is 14 december gezien de post erboven) ‘bij affirmatie’ (volgens afspraak) 5 ½ stuiver per maand betaald als ‘5 maenden schoolgeld voor Anna’.
Bron: Rekening van Derk de Vree als momber van Hester Henriette en Johanna Elisabeth de Vree, kinderen van zijn broeder Gerard de Vree, over 1727-1734.
© Gelders Archief: 0452-66, Familiearchief Brantsen. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Toegangspoort Weeshuisschool, ca. 1712
De toegangspoort van de weeshuisschool, waar Anna waarschijnlijk de lessen van schoolmeester Reinder van Kell volgde, lag aan de noordzijde van de Ketelstraat even ten oosten van de Mariënburgstraat.
De poort bestaat niet meer. Alleen de naam Wezenstraat, tussen Ketelstraat en Ruiterstraat, herinnert nog aan het vroegere Burgerweeshuis op deze plek. Tot 1844 stond hier een groot complex met verschillende panden en lokalen. In dat jaar verhuisde het weeshuis naar de grote patriciërswoning aan de Bovenbeekstraat.
In: Vredenberg, J.P., Als off sij onse eigene kijnder weren. Het Burgerweeshuis te Arnhem 1583-1742. Arnhem 1983 (Gemeentearchief Arnhem), p. 46.

14 december 1728 (dinsdag)
Schoolgeld voor tot slaafgemaakte Anna
De Arnhemse burgemeester Derk de Vree kreeg na het overlijden van zijn broer Gerard de voogdij over de twee wees geworden tienerdochters van zijn broer. Probleem: Hester en Johanna woonden in Suriname op de plantage Vossenburg die Gerard had gekocht.
Gerard had in zijn testament bepaald dat zijn twee dochters na zijn dood naar Nederland moesten. Op de reis met het zeeschip ‘Susanna’ in de zomer van 1727 werden de twee zussen vergezeld door de zeventienjarige tot slaafgemaakte ‘swartin’ Anna van Vossenburg.
Anna ging een jaar later in Arnhem naar school. Dat blijkt uit een rekening die Derk in december 1728 noteerde in zijn kasboek: vijf maanden schoolgeld voor Anna à 5,5 stuiver per maand. De betaling ging naar ‘Van Kel’ en dat was waarschijnlijk de Arnhemse onderwijzer Reinder van Kell, die van 1718 tot 1750 schoolmeester was bij het Burgerweeshuis. De toegangspoort van de weeshuisschool was aan de noordzijde van de Ketelstraat even ten oosten van de Mariënburgstraat.

Literatuur en bronnen
Gelders Archief: 0452-66, Familiearchief Brantsen.

Koene, B., De mensen van Vossenburg en Wayampibo. Twee Surinaamse plantages in de slaventijd. Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren), p. 80.

Potjer, M., Onderwijs.  In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 236-257, vooral p. 245-247.

Stam, D., Anna van Vossenburg (1710 of 1711-1780). In: Arnhems Historisch Tijdschrift;  jrg. 40 (2020), nr. 3, p. 130-139, p. 136.

Vredenberg, J.P., Als off sij onse eigene kijnder weren. Het Burgerweeshuis te Arnhem 1583-1742. Arnhem 1983 (Gemeentearchief Arnhem), p. 44-47, 98-99.

15 december 1703 (zaterdag)
Arnhems ‘Nieuwe Plooi’ stuurt brief aan Staten-Generaal

Ondertekening missive 15-12-1703
Bron: Missive van de vijf Steeden des Arnhemschen Quartier, enz., 15-12-1703.
Buitenplaats Ruyven, 1740
De familie Ruyven bezat een buitenplaats aan de Rijn ten westen van Arnhem naast Huis Hulkestein bij wat in de 19e eeuw ‘Den Brink’ is gaan heten. Anonieme tekenaar.
© Gelders Archief: 1551-3011, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Veertien kantjes telt de brief (‘missive’) die het Arnhemse stadsbestuur met vier andere Veluwse steden in 1703 verstuurt aan de Staten-Generaal. Via de ondertekenaar, de Arnhemse ‘Ordinaris Secretaris’ Hendrik Willem van Ruyven, willen de stadsbesturen “aen U Hoogh Mogende en alle de Werelt te doen sien, dat wy niets ter werelt meer behartigen als de bescherminge van onse diergekoste Vryheyt, en de Rust en Welstant dese Provintie en onse Steden”.

En niet ten onrechte, want het nieuwe stadsbestuur had in januari van dat jaar met het nodige geweld de oude magistraat afgezet. De nieuwkomers waren echter allesbehalve zeker van hun positie, want hun tegenstanders van de ‘Oude Plooi’ zaten overal: in Arnhem, maar ook in Zutphen en Nijmegen. Hoogste tijd dus voor het stadsbestuur om richting de Staten-Generaal hun positie te legitimeren.

Literatuur
Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 54-90, p. 60.

16 december 1825 (vrijdag)
Mr. Gerard van Hasselt overlijdt

Gerard van Hasselt, ca 1790.
Foto van gipsen medaillon waarin Van Hasselt geportretteerd is naar de Franse koning Lodewijk XVI.© Gelders Archief: 1554 – 1505-S267-1890-0001, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Buitenplaats Daalhuizen, 1889
Van Hasselt kocht de grond van Daalhuizen in 1794 en liet er een nieuw (eenvoudig) landhuis bouwen. Het landgoed werd het centrum van zijn historische verzamelwoede.
© Gelders Archief: 1551 – 2283, Topografisch-Historische Atlas, gemeente Rheden. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op zijn landgoed Daalhuizen, op de grens met Arnhem, overleed op 74-jarige leeftijd Gerard van Hasselt. Als advocaat en bestuurder (o.a. schepen en burgemeester van Arnhem, afgevaardigde naar de Staten-Generaal) maakte hij de roerige tijden mee van de patriottenstrijd, de Bataafse Revolutie, de Franse tijd en de terugkeer van koning Willem I. Als trouwe aanhanger van de Oranjes moest hij het bestuurlijke veld in 1795 ruimen. Dat gaf hem de ruimte om zich op zijn grote passie te storten: de geschiedenis van Arnhem en Gelderland. Zijn functie vanaf 1802 als ‘Charterbewaarder van Gelderland’, de voorloper van de rijksarchivaris, hielp hem daarbij. Zijn ‘Kronijk’ en de meerdelige ‘Arnhemsche Oudheden’ en honderden andere geschriften zijn nog steeds een dankbare bron voor de hedendaagse historieliefhebber. Van Hasselt had een voorkeur voor het anekdotische. Je moet niet bij hem zijn voor een doorwrochte analytische synthese van politieke en sociaaleconomische ontwikkelingen. Juist het alledaagse en afwijkende had zijn voorkeur. Zo probeerde hij de etymologische aspecten van het ‘Ernems’ in kaart te brengen. Zijn verzamelwoede leidde er wel toe dat veel van zijn publicaties, nadat het archief in de Tweede Wereldoorlog deels was verwoest, de enige directe lijn met veel aspecten van het Arnhemse verleden zijn.

Literatuur
Schulte-van Wersch C.J.M., Mr. Gerard van Hasselt (151-1825). In: Schulte, A.G. (red.), Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur 1792-1992. Overal lieten zij hun sporen na. Zutphen 1992 (Uitgeverij Walburg Pers), p. 175-186.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 29.

Wissing, P. van, Epiloog: verbeelding van een stad. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 322-351, p. 348.

17 december 1627 (vrijdag)
Schoolmeester schrijft nieuwjaarskaarten

Voorblad Dagboek David Beck, 1628
Titelblad in schoonschrift van Becks dagboek.
© Gelders Archief: 3096-4, Handschriften Gelders Archief.
Minderbroedersklooster, ca 1580
David Beck gaf les in een ruimte van de vroegere, inmiddels verdwenen, Broerenklooster. De Broerenstraat in Arnhem herinnert nog aan dat klooster. Na de reformatie in 1578-1579 werden de monniken uit het klooster verdreven en namen o.a. de Franse en Latijnse School hun intrek in het gebouw.
© Gelders Archief: 1501-04 – 2258, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem, Public Domain Mark 1.0 licentie.

Sommige dingen blijven onveranderd. Op vrijdag 17 december 1627 is het donker en regent het. De meester van de Franse School in Arnhem, David Beck, gaat er niet op uit. Hij blijft ‘s middags en ’s avonds op school en schrijft nieuwsjaarskaarten.
Die school is gehuisvest in het vroegere Broerenklooster (Observantenklooster, Minderbroedersklooster). Daar kan Beck het goedvinden met zijn collega van de Latijnse School (voorloper van het gymnasium) prorector Theodosius Calaminus. Die geeft les in een andere ruimte van het kloostercomplex.

De nieuwjaarskaarten van Beck moeten iets bijzonders zijn geweest, want in de stad staat hij bekend als de ‘schoonschrijver’. De omslag van zijn dagboek is daar een fraaie illustratie van.

Literatuur en bronnen 
Beck, D., Journael, ofte Dag-Boekie, inhoudenden mijnen Ontfanck ende Uytgaef, Mits-gaders Mijne voornaemste daden, Wedervaringen ende Ontmoetingen, als oock de fortuynen van mijne Vrienden.
Arnhem 1628.
© Gelders Archief: 3096-4, Handschriften Gelders Archief.

Blaak, J., Een schoolmeester in Arnhem. Het journael ofte Dag-boeckje van David Beck, 1626-1628.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 32 (2012), nr. 4, pp. 108-185.

Blaak, J. (red.), Mijn voornaamste daden en ontmoetingen. Dagboek van David Beck Arnhem 1627-1628.
Hilversum 2014 (Uitgeverij Verloren), p. 131.

18 december 1964 (vrijdag)
Opening Bio-Mytylschool

Opening Bio-Mytylschool, 1964
Ook in de landelijke de Volkskrant werd de opening van de school gememoreerd.
In: de Volkskrant, 19-12-1964. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010878332:mpeg21:a0352
Bio-revalidatiecentrum
Het hoofdgebouw van het centrum met de schildering van Karel Appel.
© RCE, fotograaf A.J. van der Wal. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

18 december 1964 (vrijdag)
Opening Bio-Mytylschool
Het was in de jaren zestig tot en met tachtig vaste prik in de pauze van een bioscoopbezoek: de rammelende collectebussen voor het Bio-Revalidatiecentrum en Bio-Vakantieoord. Na een kort propagandafilmpje, waarin de kinderen van de Arnhemse zorginstelling een hoofdrol speelden, gingen de collectebussen rond in de bioscoopzaal.
Op 2 oktober 1958 werd officieel de eerste steen gelegd van het complex en een jaar later werd het in gebruik genomen. De gerenommeerde architect, J.J.P. (Ko) Oud (1890-1963),  ontwierp het geheel en de bouw was in handen van het Arnhemse bouwbedrijf Sanders.

Al snel verschoof de aandacht van een herstellingsoord voor poliopatiënten naar de opvang van gehandicapte kinderen. Voor hen werd in 1964 op het Bio-complex aan de Wekeromseweg een speciale Bio-Mytylschool gebouwd onder architectuur van Hans Oud (1919-1996), de zoon van J.J.P. Oud . Dat gebouw werd vandaag in 1964 door oud-wethouder Bronkhorst geopend. Het mytyl- en tyltyl-onderwijs dankt zijn naam aan het symbolische verhaal ‘De Blauwe Vogel’ de Belgische schrijver en Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck uit 1908. Hierin gaan twee arme houthakkerskinderen, Mytyl en Tyltyl, op zoek naar een magische blauwe vogel die een ernstig ziek kindje zou kunnen genezen.

De bioscoopcollectes zijn al lang verdwenen en de Bio-Mytylschool is, na een nieuwbouwproject in 1977,  bestuurlijk opgegaan in  Scholen Gemeenschap Mariëndael. De prachtige gebouwen van het Bio-Revalidatiecentrum, met de schitterende muurschilderingen van Karel Appel, dienen nog steeds als vakantiepark voor gezinnen en groepen met (meervoudig) gehandicapte kinderen.

Literatuur
Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst. Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 206-207.

Lavooij, W., Gebouwd in Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840. Zutphen 1990 (Uitgeverij De Walburg Pers), p. 118-119.

18 december 1576 (zaterdag)
Leoninus moet voor ruiters zorgen

Elbertus Leoninus, kanselier van Gelderland
Kopergravure van Hendrik Pothoven (en Pieter Willem van Megen) uit 1770-1795.
© Gelders Archief: 1551-814, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Arnhem stond in de eerste tien jaar van de Opstand (Tachtigjarige Oorlog) aan de kant van het gezag van de Spaanse koning Filips II. Het protestantisme had nauwelijks wortel geschoten in de stad, maar dat kon van de omliggende streken niet worden gezegd. De ene stad na de andere stad, vooral in Holland en Zeeland, kozen voor de prins van Oranje.

Met de Pacificatie van Gent (8-11-1576) kreeg de Opstand een nog hogere vlucht. Alle zeventien gewesten spraken af om de plunderende Spaanse (huur)soldaten uit de Nederlanden te verdrijven.
De protestantse opstandelingen maakten van deze afspraak gebruik om meer steden in handen te krijgen. Dat ging in Gelre stadhouder Gillis van Berlaymont te ver. Als plaatsvervangend bestuurder van Filips II stuurde hij zijn hoogste ambtenaar, kanselier Elbertus Leoninus (vandaar de Leoninusstraat in Arnhem), naar de Staten van Gelderland om  te onderhandelen over de uitrusting van duizend ruiters. Die zouden ‘een aanslag’ op het gewest en de steden moeten voorkomen.

Leoninus was hier de ideale persoon voor, want al vaker had hij bemiddeld, ook namens de Staten-Generaal, tussen beide strijdende partijen. Toen een keuze onvermijdelijk bleek, koos hij in 1581 voor de Opstand.

Literatuur
Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 92-125, p. 109.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 283.

19 december 1436 (maandag)
Een priester voor de melaatsen

St. Anthony, 1560
In het midden, op de vroegere splitsing Steenstraat-Rosendaalsestraat de leprozertie van St. Anthony. Rechts het Gelders Spijker en onderaan de vestingwerken met de Velperpoort.
Deel van de kaart van Arnhem door Jacob van Deventer.
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
St. Antonis, 1635
Het gasthuis voor de melaatsen wordt op deze zeventiende-eeuwse kaart St. Antonis genoemd.
Deel van een kaart van Nicolaes en Isaac van Geelkercken.
© Gelders Archief: 558-0002, Archief Gasthuizen en gilden in Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie volledige kaart:
https://permalink.geldersarchief.nl/7EEA8619E56A49A08E6E5BB10E4B66C9

19 december 1436 (maandag)
Een priester voor de melaatsen

Vanaf 1395 was het Sint Anthoniegasthuis de opvangplek voor de melaatsen. De leprozerie stond vanwege het grote besmettingsgevaar buiten de stadsmuren aan de huidige Steenstraat. Behalve een ziekenzaal had het gasthuis ook een kapel, zodat de zieken zondags een mis konden bijwonen.

Vandaag in 1436 kwamen de rector van de Maartenskerk (de voorloper van de Eusebiuskerk) Wilh.de Mirbach en het stadsbestuur tot een akkoord over de aanstelling van een priester ‘in sente Anthonijs  Kercke buyten Arnhem gelegen’. Namens de Arnhemse magistraat traden Jacobus Bierwisch en Johan van Angeren op. Behalve schepenen waren ze ook ‘provisoren’ (beheerders) van het Leprozenhuis.
De kapel werd, na de overgang van Arnhem tot het protestantisme 1579, gesloopt. De melaatsenopvang werd in de zeventiende eeuw verplaatst naar het Catharinagasthuis aan de Beekstraat.

Literatuur en bronnen
Hasselt, G. van, Arnhemsche oudheden. Delen I-IV. Arnhem 1803-1804, deel II, p. 27-42.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen. Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), p. 33-34.


Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 493-494.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 87.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 129-130.

19 december 1936 (zaterdag)
Arbeidsman Kees Luremans overlijdt

Kees Luremans, 1927
Luremans als lid van de Arnhemse SDAP.
Overlijdensartikel, 1936
Necrologie van Luremans na zijn overlijden.
Arnhemsche Courant, 21-12-1936.

Rond 1890 deed een kleine maar felle groep revolutionair-socialisten en anarchisten in Arnhem van zich spreken. Ad van Emmenes, Piet Mulder en Kees Luremans trokken vanuit hun verenigingscafégebouw ‘Voorwaarts’ aan de Spijkerstraat (hoek Lombardstraat) Arnhem en Nijmegen in om reclame te maken voor de Sociaal Democratische bond van Domela Nieuwenhuis en om hun blad ‘Recht voor Allen’ te verkopen.
Illustratief was het onder water zetten in de winter van 1890-1891 van de ijsbaan aan de Molenbeekstraat. Het geplande ijsfeest, waarvan de opbrengsten voor de arme Arnhemmers was bestemd, moest worden afgelast. In Luremans’ woorden “feestvieren bij zoveel ellende door de menschen (Arnhemsche bourgeoisie, die de ellende in de wereld voortbrachten, dat nooit”.

Luremans moest zijn politieke acties duur bekopen, hij vond nergens een baan en leidde met zijn vrouw en acht kinderen een armoedig bestaan. Op latere leeftijd koos hij voor een gematigder koers en werd lid van de SDAP. Hij vervulde diverse vakbondsfuncties en werd lid van de Provinciale Staten en de gemeenteraad (1929-1931). Luremans stierf op 70-jarige leeftijd en werd onder grote belangstelling en met veel eerbetoon begraven op Moscowa.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 21-12-1936.

Houkes, J., Luremans, Cornelis Johannes. Oorspronkelijk in: BWSA deel 3 (1988), p. 129-131.
Url: http://hdl.handle.net/10622/08FC9A9A-FB91-4BC1-A346-82E4DFDAA113, laatst geraadpleegd 19-12-2021.

Laar, E. van, Hoop op gerechtigheid. De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw. Arnhem 1966 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 78 e.v.

Luremans, C.H. en W.H. Kruiderink (red.), Het eerste verzet. Geschiedenis der Arnhemse arbeidersbeweging voor 1894. (Arnhem 1933; Nijmegen 1995; fotomechanische herdruk van Stichting Vakbondshistorisch Archief Nijmegen).

20 december 1935 (vrijdag)
Gekleurde kaarten op ijsbaan Molenbeke

IJspret Molenbeke, jaren dertig
IJspret op Molenbeke: paarrijden op Friese doorlopers. Links de Vosdijk met de ENKA.
© Gelders Archief: 1501-04-8386, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Aankondiging opening ijsbaan, 1935
Arnhemsche Courant, 20-12-1935.

In 1888 verhuisde de IJsclub Arnhem van de Sonsbeekvijver naar een echte (natuur)ijsbaan op Molenbeke achter de wasinrichting Rammelweide (nu deels tenniscomplex). Het terrein naast de Vosdijk werd gedeeld met A.IJ.C (Arnhemsche IJsClub) Thialf en had sinds 1909 een fraaie entree met een poortgebouw aan de Molenbeekstraat.
Niet alleen de toegang was indrukwekkend. De ijsbaan was na Den Haag de grootste van Nederland en door de elektrische verlichting trok het in de avonduren belangstelling uit de wijde omtrek.
Op 20 december 1935 verwachtte men weer veel belangstelling en was er gelimiteerde toegang. Eerst was er de verkoop van 200 rode toegangskaarten, dan 200 gele en tot slot 200 blauwe. Als alle blauwe entreebewijzen zijn verkocht, dan moesten de schaats(t)ers met rood de baan weer verlaten.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 20-12-1936.

Fiege, K., Twee eeuwen sporten in Arnhem.
Arnhem 2001 (De Arnhemsche Courant / De Gelderlander), p. 15, 16, 24,  en 57.

21 december 1870 (woensdag)
Stichting begraafplaats Vredenoord Schaarsbergen

Hervormde Kerk en pastorie Schaarsbergen, ca. 1890
In de bossen achter het kerkje ligt de begraafplaats Vredenoord.
Achter op de foto staat een tekst met hoe de kerk tot stand is gekomen: ‘Opschrift op de gedenksteen: “Deze kerk, gesticht door een commissie bestaande uit de heren mr. W.G. baron Brantsen van de Zijp, C.J. van Orsoijveeren, C.H. de Bruijn, Ds. O.C. Heldring, Jhr. C.M. Brantsen, is ingewijd den 5e December 1869 en de gemeente Schaarsbergen ten geschenke gegeven.”
© Gelders Archief: 1501-04-13039, fotograaf onbekend. Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kerkje Schaarsbergen bijna klaar, 1869
Toen de Arnhemsche Courant in januari 1869 berichtte dat de protestantse kerk op Schaarsbergen al in gebruik was, reageerde de kerkenraad dat die mededeling iets te voorbarig was. Pas op 5 december van dat jaar werd de kerk officieel ingewijd.
In: Arnhemsche Courant, 1-2-1869. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000087048:mpeg21:p001

21 december 1870 (woensdag)
Stichting begraafplaats Vredenoord Schaarsbergen
Het Arnhemse college van  Burgemeester en Wethouders verleende op woensdag 21 december 1870 vergunning ‘tot het aanleggen eener begraafplaats ten dienste der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Schaarsbergen’. De begraafplaats kreeg de naam Vredenoord/Vrede Oord en was in 1872 klaar, waarna op 16 april 1873 de eerste begrafenis plaatsvond.
Bijzonder van de begraafplaats is de grafheuvel waarin en waarbij vier leden van de adellijke de familie Brantsen, eigenaar van Schaarsbergen sinds 1835, zijn bijgezet. Mr. Willem Gerard baron van Brantsen van den Zyp (1831-1899) had de grond voor kerk en de begraafplaats geschonken. Na zijn moeder was hij de tweede die in de grafheuvel een laatste rustplaats vond. Boven de toegangsdeur is het wapen van de Brantsen aangebracht. Een tweede, volledig door struiken overwoekerde, grafmonument is dat van echtpaar Braat-Reuse. Verder is er sinds 1949 een deel van het terrein gereserveerd voor de zusters diaconessen van het Diaconessenhuis.

Literatuur en bronnen
Arnhemsche Courant, 1869-1873

Cappers, W., Funeraire Cultuur Arnhem. Soesterberg / Rotterdam 2002 (Uitgeverij Aspekt en De Terebinth), p. 40-42.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 118.

Jacobs, I. D., Schaarsbergen. Ontginningsdorp in Arnhem-Noord. Utrecht 2021 (Uitgeverij Matrijs), p. 26-31.

Werkgroep Historie Schaarsbergen, Schaarsbergen. Van Zypendaal tot Kemperheide. Schaarsbergen-Arnhem 2002 (Dorpsraad Schaarsbergen), p. 58-60.

Grafheuvel familie Brantsen
De toegangsdeur tot het familiegraf van de Brantsen op begraafplaats Vredenoord met boven de deur het familiewapen.
© Fotograaf Dorpskerk Schaarsbergen.
Kerk en begraafplaats Schaarsbergen, 1874
Detail uit de ‘Topographische kaart der gemeente Arnhem’ van het ontginningsdorp Schaarsbergen.
© Gelders Archief: 0509 Kaartenverzameling 21, kaart van P.K.P.J. van Sloten. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Versie volledige kaart:
https://permalink.geldersarchief.nl/4F3A0D84E7BE4B6A994C54F490A61CA7

21 december 1903 (maandag)
Oprichting COV: Christelijke Oratorium Vereniging

COV met de ‘Messiah’ in Musis, 1979
De feestelijke uitvoeringen van de COV werden muzikaal begeleid door leden van Het Gelders Orkest.
© Gelders Archief: 1544 – 5192-0001, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.

In deze maand is het onontkoombaar: de ‘Messiah’ van Händel of het ‘Weihnachtsoratorium’ van Bach. Dat vonden ze in 1903 in Arnhem ook en daarom werd op 21 december de Christelijke Oratorium Vereniging opgericht. Tot de opheffing in 2015 verzorgde het koor elk jaar vooral in de paas- en kersttijd uitvoeringen in de beste oratoriumtraditie. In het stichtingsreglement van de vereniging, die onder de naam “Halleluja” tot de muzikale wereld toetrad, werd uitdrukkelijk opgenomen dat “De vereniging heeft tot grondslag het onfeilbaar woord van God. Zij erkent de zang als een gave Gods en wenst die te beoefenen tot verheerlijking van Zijn naam.”

Literatuur
Jubuleumboek 100 jaar COV Arnhem, 1903-2003.

22 december 1691 (zaterdag)
Verbod op bedelen om kerstbrood

Sabelspoort met rondeel, 1742
Onder de (nu nog bestaande) binnenpoort van de Sabelspoort (links) was een kerker, de ‘kaelkelder’. Ook verbleven hier soms ‘krankzinnigen’.
Uiterst links de toren van de Eusebiuskerk en rechts loopt vanaf de buitenpoort de weg naar Westervoort.
Tekening, ingekleurd met waterverf, van Jan de Beijer uit 1742.
© Gelders Archief: 1551 – 3996, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kerstadvertentie, 1891
Poelier Herkuleijns verkocht zijn waar vanuit het fraaie hoekpand op het Land van de Markt, tussen Beekstraat en Koningstraat.
Arnhemsche Courant, 22-12-1891.

We hebben het in ‘Verleden Vandaag’ al vaker gezien: de pogingen van gereformeerde predikanten en stadsbestuurders om alle katholieke gebruiken uit de stad te bannen. Zo werd op 22 december 1691 een verbod uitgevaardigd te bedelen voor kerstbrood. De combinatie van bedelen en het uitbundig vieren van kerstmis was hen een doorn in het oog.
Overtredingen van deze regel werden gestraft met gevangenisstraf in de kerker van de Sabelspoort (‘kaalkelder’) of het tentoongesteld worden in een open draaiende kooi (‘draagkouw’ of ‘drilkooi’).
Hoe anders was het tweehonderd jaar later. Mede door de katholieke emancipatiegolf van de tweede helft van de 19e eeuw vlogen de kerstlekkernij-advertenties in de Arnhemsche Courant van 1891 je om de oren.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 22-12-1891.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 65.

23 december 1562 (zondag)
Stichting Naell Tynnegieterhuis

Naell Tynnegieterhuis, ca 1965
Een tijdlang was de Arnhemse en Gelderse afdeling van Scouting Nederland in het pand gevestigd.
© Gelders Archief: 1524–1149, Diacollectie Gemeente Arnhem. Public Domain Mark CC0 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Weduwenhuis over den Broeren, ca 1650
Het Naell Tynnegieterhuis lag aan de Kleine Oord recht in het verlengde van de Nieuwstraat en schuin tegenover het Minderbroedersklooster van de Franciscanen.
In de eerste jaren vonder er zes vrouwen onderdak en dat aantal liep door uitbreidingen en verbouwingen op tot 20.
Detail van de plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

De gevel van het voormalige weduwenhuis aan de Kleine Oord verraadt het al:
Stichting van Naell Tynnegieter en daaronder, links en rechts: AD 1562. En niet alleen het jaar Onzes Heren 1562 weten we, maar ook de dag: 23 december.

Toen liet Naell Pelgrumsdochter Tynnegieter via haar testament weten dat tegenover het Minderbordersklooster een huis ‘daerinne woenen sullen then ewigen daegen toe ses alde burgersche arme frouwepersoenen ofte meegden”.
Dat de katholieke Naell (de Hervorming nam de stad pas vanaf in 1579 in zijn greep) er ook zelf baat bij wilde hebben, blijkt als ze vraagt of de vrouwen in het huis voor haar willen bidden: “arm, froeme, godtliche frouwepersoen ten ewigendaegen toe, die alle tijt bidden ind in oer gebett Naell vurseide mijt oere susteren ind alderen gedencken ind voer haer bidden sullen.”

Toen, 399 jaar later, in 1961 de laatste bewoonster van dit ‘Weduwenhuis over den Broederen’ (= tegenover het Broerenklooster) stierf, werd het huis verkocht. Het beheer van de overblijvende financiën kwam in 1969 in handen van de Drie Gasthuizen.

De fraaie inscriptie, aangebracht bij de renovatie in 1791 mag hier ook niet ontbreken:
Door Menschen Liefde Ontgloeid,
Liet een der Braafste Vrouwen
Voor Zugtende Ouderdom
Hier eene Woning Bouwen
Herbouwd in den Jaare 1791
Wanneer Huismeesteren Waaren
De Burgemeesters, H. Brantsen en G. Umbgrov
e

Literatuur
Arendsen. R., Weduwenhuizen in Arnhem. Utrecht 2012 (onuitgegeven scriptie), passim.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen. Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), p. 47.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 141-143.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.  Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 18.

24 december 1864 (zaterdag)
Heidegrond Joodse begraafplaats à honderd gulden

Toegang en beheerderswoning Joods begraafplaats, 1890
Bij de volledig hoog ommuurde Joodse begraafplaats op Moscowa werd in 1888 in eclectische stijl een dienstwoning gebouwd met een aula, een ruimte voor de kohaniem (priesters) en een bovenwoning voor de beheerder.
© Gelders Archief: 1583-2148, fotograaf Carel Eduard Westerborg, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Moscowa en Joodse begraafplaats, 1874
Naast Boerderij Moscowa is het onderste kleine driehoekige terrein de Joodse begraafplaats. Daarboven ligt de algemene begraafplaats die in 1874 in gebruik werd genomen.
Detail uit de ‘Topographische kaart der gemeente Arnhem’.
© Gelders Archief: 0509 Kaartenverzameling 215, kaart van P.K.P.J. van Sloten. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie volledige kaart:
https://permalink.geldersarchief.nl/53D3B3C766654260A5F06C267F7A97F1

24 december 1864 (zaterdag)
Heidegrond Joodse begraafplaats à honderd gulden
De oudste Joodse begraafplaats in Arnhem dateert uit 1755 en ligt aan de Utrechtseweg/Bovenover bij de Santberg/Sinckenberg. Deze is nog steeds te bezichtigen, wat niet geldt voor de Joodse begraafplaats’de Valk’,eenhonderdvijftig meter stadwaartsaan de noordkant van de Utrechtsestraat. Deze werd tussen 1827 en 1857 door de ’Israëlitische Gemeente’ gebruikt. Toen ook hier alle ruimte was benut, begroef de Joodse gemeenschap de overledenen op hun deel van de begraafplaats bij Onder de Linden. Het plantsoenachtige Talmaplein in de Patrimoniumbuurt is daarvan nog een tastbare herinnering. Na enkele jaren voldeed deze niet meer en werd uitgekeken naar een volgende begraafplaats. Daartoe stond een verzoek van de ’Israëlitische Gemeente’als punt 5 op de agenda van de gemeenteraadsvergadering van zaterdag 24 december 1864. De raad besloot zonder hoofdelijke stemming om voor een bedrag van honderd gulden een halve bunder (ongeveer een halve hectare) heidegrond bij de boerderij Moskowa (met een k; de latere begraafplaats Moscowa is met een c) aan de Joodse geloofsgemeenschap te verkopen, zodat dat terrein ingericht kon worden als begraafplaats. De opening was twee jaar later en nog eens acht jaar later werd ten noorden van de Joodse begraafplaats de algemene begraafplaats Moscowa ingericht.

De Joodse begraafplaats bij ‘De Valk’ werd met rabbinale toestemming geruimd in 1966 en Talmaplein/Onder de Linden eveneens met rabbinale toestemming in mei 1985. ‘Geruimd’ wil zeggen in deze gevallen: overgebracht naar de Joodse begraafplaats bij Moscowa. Daar zijn nog zerken en stenen te zien van deze twee begraafplaatsen.

Literatuur en bronnen
Cappers, W., Funeraire Cultuur Arnhem. Soesterberg / Rotterdam 2002 (Uitgeverij Aspekt en De Terebinth), p. 21-28.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 115.

Kooger, H., Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem. Arnhem 1987 (KEMA), p. 44-45.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 343, 486-488.

Potjer, M.R., Moscowa. Van begraafplaats naar begraafpark in Arnhem. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 10-12.

Boerderij Moscowa, 1868
De ontginningsboerderij Moscowa, annex herberg, werd in 1847 gebouwd in opdracht landeigenaar H.J.C.J. baron van Heeckeren tot Enghuizen (1785-1862). Hij vernoemde al zijn boerderijen naar veldslagen uit de Napoleontische oorlogen. Zo lagen ten noorden van Arnhem verder ook nog (de verdwenen boerderijen) Leipzig en Dresden.
Moscowa, waarnaast de Joodse begraafplaats werd gesticht, lag op het kruispunt van de weg naar de begraafplaats (van het midden naar rechtsonder), de weg naar de Stenen Tafel (van het midden naar linksboven) en de weg naar Apeldoorn (van linksonder naar middenboven).
© Gelders Archief: 1551-13795, penseeltekening van Cornelis Hendrik van Amerom Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Koop heidegrond Moscowa voor Joodse begraafplaats, 1864
Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 24-12-1864.
In: Gelders Archief: 2192-88, Secretarie Gemeente Arnhem.
Grote versie volledige verslagpagina:
https://permalink.geldersarchief.nl/3063EC06AC114EFE9FA539940A3F23C4

24 december 2006 (zondag)
Vitesse wint spectaculair van Ajax

Programmaboekje Vitesse-Ajax, 2006
De samensteller van het boekje had een waarlijk profetische inslag: op het omslag staat Youssouf Hersi, de maker in de laatste minuut van de 4-2.

Samenvatting Vitesse-Ajax, uitslag 4-2 (24-12 2006) Duur bijna 10 minuten.
© www.vitesseshirts.nl

‘Arneym’ heeft als jongetje nog op de houten jongensstaantribune op Nieuw-Monnikenhuize gestaan. Altijd is hij de geelzwarte helden in goede (zoals nu in 2021) en slechte tijden (degradatie naar 1e divisie in 1972 en 1980) trouw gebleven.
En dan is er ruime keus voor 24 december, zoals de sterfdag in 2010 van ‘de Zwarte Panter’ keeper Frans de Munck. Legendarische doelman voor Vitesse en het Nederlands elftal.

Maar we kiezen voor die bijzondere zondag in 2006 als Vitesse na een 2-0 achterstand met 4-2 wint van Ajax. Onvergetelijke taferelen op de Zuid-Theo Bostribune na het laatste fluitsignaal, omdat de twee beslissende doelpunten in de 89e (Fredje Benson) en 90e minuut (Youssouf Hersi) werden gescoord. En, om nog steeds tranen in de ogen te krijgen, het houterige huppeldansje van trainer Aad de Mos.
‘Arneym’ kan zeggen, net als in 2021 bij de historische Europese overwintering: “We waren erbij!”.

Literatuur
Reurink, F., Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen.
Oosterbeek 2017 (Uitgeverij Kontrast), p. 460-461.

25 december (Eerste Kerstdag)
Kerst in Arnhem

Levende kerststal Grote of Eusebiuskerk, 1983
Stal, schapen, ezel en de herders; niets ontbrak in de levende kerststal in de Eusebiuskerk in 1983.
© Gelders Archief: 1544-16798-0001, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.
Kerstviering Casa d’Italia, 1956
Ook de Italiaanse arbeidsmigranten van de AKU in het bedrijfspension aan de Kastanjelaan vierden kerstfeest. Pensionbeheerster Romana van Maanen-Bridda (zus van de eigenaar van IJssalon Trio aan de Steenstraat) had hier waarschijnlijk mede de hand in.
© Gelders Archief: 3044–174, onbekende fotograaf, CC-BY-4.0 licentie.

Het was jarenlang een mooie kersttraditie tot in de jaren negentig van de vorige eeuw: de levende kerststal in de Eusebiuskerk.
En ook werd in Arnhem kerstmis gevierd door de mensen die ver van huis waren: Italiaanse AKU-gastarbeiders in Casa d’Italia aan de Kastanjelaan 49.
‘Arneym’ wenst iedereen prachtige kerstdagen!

26 december 1832 (woensdag)
Overlijden Paulus Nijhoff

Gezin van Paulus Nijhoff en Maria Brouwer, 1798
Tussen moeder en vader staan de zonen Isaac Anne Nijhoff en Jacob Louis Nijhoff.
Schilderij van Rienk Jelgerhuis.
© Wikimedia Commons, foto uit Nijhoff, W., De Arnhemsche boekverkoopers en uitgevers Nijhoff. ‘s-Gravenhage 1934 (Uitgeverij Martinus Nijhoff).
Bakkerstraat, 1832
‘De Crabbe’ op een moderne luchtfoto en de kadastrale gegevens van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries, 26-12-2021.

De Nijhoffs zijn heel belangrijk geweest voor de geschiedschrijving van Arnhem. Als drukkersfamilie, geschiedenisonderzoekers, archivarissen en verzamelaars. De eerste echte ‘Nijhoff-drukker’ was Paulus Nijhoff (1756-1832). Op de bijgaande prent van Rienk Jelgerhuis zien we hem met zijn tweede vrouw Maria Brouwer.

Ze woonden op stand, in de Bakkerstraat in een huis dat Paulus had geërfd van zijn schoonvader, Louis de Gast, vader van zijn eerste vrouw Aldegonda. De Gast was ook al boekhandelaar en dat verschafte Paulus een stevige basis voor zijn eigen bedrijf.
Voordat er in 1888 in de stad huisnummers werden ingevoerd stond hun huis in de Bakkerstraat niet bekend als nr.17 maar als ‘De Crabbe’. Vooral de nu nog bestaande deuromlijsting in Louis XVI-(rococo)stijl doet de harten van kunstliefhebbers harder kloppen.
Dat Paulus in goede doen was, tonen ook de kadastrale gegevens uit zijn jaar van overlijden: een hoge belastingaanslag en dat kwam niet alleen door de ruime ‘pleziertuin’ maar ook door de twee achterhuizen. Eén daarvan stamt nog uit de 15e eeuw. Het huis had zelfs een aangebouwd torentje aan de achterzijde die diende als werkkamer.
Zoon Isaac (Anne) Nijhoff (de kleine jongen op het schilderij) zou in de voetsporen van zijn vader treden en zo ging het letterkundige talent  maar verder. Ook de dichter Martinus Nijhoff (‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’) is een nakomeling van Paulus.

Literatuur
Bemmel, H.Chr. van, Twee eeuwen boekdrukkunst in Arnhem. Arnhemse drukkers, boekverkopers en uitgevers van 1581 tot 1800. In: Bemmel, H.C. van, e.a., Arnhem. Acht Historische Opstellen.  Arnhem 1983 (Uitgeverij Gouda Quint BV), pp. 73-102, pp. 82-84. (Handelseditie van Bijdragen en Mededelingen van de Vereniging Gelre, deel 74, 1983)

Bemmel, H.Chr. van, De recent verworven ‘Nijhoffcollectie’. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 23 (2003), nr.3 (themanummer ‘150 jaar Bibliotheek Arnhem’), pp. 100-106.

Nijhoff, W., De Arnhemsche boekverkoopers en uitgevers Nijhoff. ‘s-Gravenhage 1934 (Uitgeverij Martinus Nijhoff).

Wissing, P. van, Letteren. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 292-303, p. 299.

Stempher, A.S., Sjouwen door Oud-Arnhem. Arnhem 1968 (Gijsbers & Van Loon), p. 74.

Stempher, A.S. (1969). Nog ‘s sjouwen door Oud-Arnhem. Arnhem 1969, (Gijsbers & Van Loon), p. 90.

Vredenberg, J., Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem. Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), pp. 31-32.

26 december 1816 (donderdag)
Sloop vestingwerken helpt de allerarmsten

Plantsoenen op de plek van buitenwerken, vanaf 1817
Vanaf 1817 mochten de buitenste verdedigingswerken omgetoverd worden tot slingerende wandelpromenades en lommerrijke plantsoenen. Dit alles naar eerdere plannen van de befaamde tuinarchitect Jan David Zocher jr. Op de kaart liggen de Utrechtse- en Amsterdamseweg rechts en linksboven staat de Sabelspoort bij de Rijn. In het midden het terrein bij de Velperpoort.
A. Godefroy, Plan der te slegtene Buitenwerken van de stad Arnhem (1819),
© Gelders Archief: tekening van A. Godefroy, Gemeente Arnhem, 1551-79. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Arnhem, ca. 1825
De ontmanteling van de buitenwerken is op deze kaart al flink gevorderd. Rondom de stad liggen nu de plantsoenen en wandelpaden. Ten westen van de stad is inmiddels op het voormalige bastion Vliegerenberg de Coehoornbegraafplaats (1825-1862) aangelegd.    
© Gelders Archief: 1551-4114, kaart van J.J. Elsbain (vermoedelijk), Topografisch Historische Atlas Gelderland,. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie volledige kaart: https://permalink.geldersarchief.nl/EF6F5CD586AE47EA9A1DA26EF26728AA

26 december 1816 (donderdag)
Sloop vestingwerken helpt de allerarmsten
Tweede Kerstdag of niet, het stadsbestuur van Arnhem stuurde vandaag in 1816 een brief aan koning Willem I met een slimme noodkreet: draag aan de stad het bezit van de vestingwerken over. De gewiekstheid zat in twee argumenten:

In de eerste plaats was daar het historische argument. Want op 21 juli 1808 had de toenmalige koning Lodewijk Napoleon de Arnhemse vestingwerken aan het stadsbestuur overgedragen. Broer en keizer Napoleon zelf draaide dat enkele jaren later dat besluit weer terug, maar dat de stad de vestingwerken zelf in bezit mocht nemen, was al vroeger beloofd.

Als dat al niet voldoende reden was om de buitenste verdedigingswerken over te dragen, dan misschien toch wel het tweede, humane, argument. Door een mislukte oogst in een kletsnatte zomer en de intrede van een koude winter was de ellende onder de allerarmsten zeer groot. De sloop van de vestingwerken zou ‘den behoeftigen ingezetenen door arbeid het leed der armoede verzachten’.  En, wat een aangename en toch ook onverwachte verrassing, binnen twee weken kwam de toestemming van de vorst.

Zo begonnen op 22 januari 1817 zestig, van de 235 aangemelde, arbeiders met het afgraven van de borstwering tussen de Sint-Jans- en de Velperpoort. De arbeiders werden betaald door delen van de buitenwerken aan particulieren te verkopen.

Literatuur en bronnen
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 91-92.

Fockema Andreae, S.J., De uitbreiding der stad Arnhem tusschen 1715 en 1878. In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XXVIII (1925), p. 139-183, vooral p. 141-142.

Kooi, C.M., De ontmanteling van de vesting Arnhem, 1809-1830. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 28 (2008), nr. 3, p. 86-106, vooral p. 97-98..

Vredenberg, J., Stedelijke ruimte in de negentiende eeuw. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 34-53.

27 december 1934 (donderdag)
Schouwburg brandt volledig af

Schouwburg voor de brand
De ‘Nieuwe Schouwburg’ in de periode 1865-1899.
© Gelders Archief: 1551-3092, prent van Jaeger, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De schouwburg brandt, 27-12-1934
De brand vanaf het dak van het huis op de hoek Walstraat/Nieuwstad.
© Gelders Archief: 1501-04-8852, onbekende fotograaf, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In de vroege ochtend van 27 december 1934 werd de schouwburg door brand verwoest. Het laatste stuk dat een dag voor de brand werd opgevoerd, was Tante Roosje van M. Groetziger.

Arnhem heeft tot dit moment drie echte ‘schouwburgen’ gekend. Van 1791 tot 1865 was dat de voormalige kapel van het Sint Catharina Gasthuis in de Bakkerstraat (op de zuidoosthoek met de Pastoorstraat). De zaal, bekend als ‘de Komedie’ (en aan het eind van de 19e eeuw als ‘Centraal-gebouw’) diende voor ‘comedies’, terwijl de bovenverdieping sinds 1808 als concertzaal werd gebruikt. Deze bovenzaal droeg de bijnaam ‘de Wip’ vanwege de meedeinende vloer bij dansgelegenheden.
Het gebouw voldeed in de loop van de 19e eeuw niet meer aan de eisen des tijds. Mede dankzij de opgerichte ‘Voorlopige Commissie tot daarstelling van een nieuwen en doelmatigen ingerichten Schouwburg te Arnhem’ werd op 28 maart 1864 op het huidige Koningsplein begonnen met de bouw van een nieuwe schouwburg. Het ontwerp kwam van gemeentearchitect F.W. van Gendt. Op 9 november 1865 werd de eerste voorstelling (‘Emma Barthold aan de hand van oud-Arnhemmer J.J. Cremer) in de nieuwe schouwburg gegeven. Van Gendts ontwerpt trok landelijke aandacht en in Groningen werd besloten een identieke schouwburg te bouwen.

Dat gebouw brandt dus bijna 70 jaar later af en dan weer vier jaar later, op 17 oktober 1938, werd de huidige schouwburg geopend door burgemeester H.P.J. Bloemers. Opgevoerd wordt het toneelstuk Don Carlos van Friedrich Schiller door het Nederlandsch Tooneel met Albert van Dalsum in de hoofdrol.

Literatuur
Bemmel, H.Chr. van, Cultuur. In: Meurs, M.H. van, e.a. (red.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), pp. 290-315; pp. 307-308.

Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840. Zutphen 1990 (De Walburg Pers), p. 111.

Meurs, M. van, Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2. Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs), pp. 23-26.

Pet, C., Arnhem… muziek en toneel.  In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem. Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem) pp. 177-182, pp. 180-182.

Righart, H. & Bergh H. van den, Vijftig jaar speelruimte. Geschiedenis van de Schouwburg Arnhemm 1938-1988. Zutphen 1988 ( Walburg Pers).

Schaap, K. &  Stempher, A.S., Arnhem omstreeks 1865. Arnhem 1989 (Gouda Quint bv), pp. 61.

Ruïne schouwburg na de brand
© Gelders Archief: 1501-2244, onbekende fotograaf, fotocollectie Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De Stadsschouwburg een prooi der vlammen, 1834
Nog dezelfde middag berichtte de Arnhemsche Courant wed uitgebreidover de verwoestende brand.
In: Arnhemsche Courant, 27-12-1834. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000109824:mpeg21:p013

28 december 1967 (donderdag)
Trouwdag Johnny ‘the Selfkicker’ van Doorn

Trouwfoto Johnny en Yvonne, 1967
© Privécollectie Yvonne van Doorn-Mousset (alle rechten voorbehouden).
Nozemrellen bij ‘De Kameleon’
Kunstenaarssoos ‘De Kameleon’. waar Johnny van Doorn als ‘artistiekeling’ vaak kwam. werd in het trouwjaar van Johnny belaagd door een rivaliserende groep jongeren: de nozems. Er waren zoveel ongeregeldheden rondom het kunstenaarscafé dat de soos in het hetzelfde jaar moest worden gesloten.
De Telegraaf, 27-2-1967.

In Amsterdam trouwde vandaag in 1967 de Arnhemmer Johnny van Doorn met Yvonne Mousset. Van Doorn was in 1962, op 18-jarige leeftijd, naar Amsterdam getrokken. Hij keerde geregeld terug naar Arnhem en zijn geboortehuis aan de St. Peterlaan. Tijdens die bezoeken vergastte hij de aanwezigen in kunstenaarssociëteit  ‘De Kameleon’ in de Luthersestraat op een optreden als ‘Johnny the Selfkicker’. Kunstenaar en schrijver van één van de beroemdste schelmenromans uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, (Ik) Jan Cremer herinnert zich:
‘Arnhem 1960:
Er klom een verlegen, dik knaapje met roodroestige krullen op een trappetje. “Daar heb je Johnny,” klonk het bewonderend en eerbiedig door de zaal: Electric Jezus.
Hij blies zichzelf in een mum van tijd op tot ongekende hoogten der hysterie, blazend, puffend, schreeuwend, gillend, zichzelf buiten westen jagend.’

Zonder ‘De Kameleon’ had wellicht het huwelijk in 1967 niet plaats kunnen vinden, want Johnny zegt in een feestrede op een reünie van ‘De Kameleon’ in 1986:

“Weet u waar ik mijn vrouw voor het eerst heb ontmoet? In de Kameleon!
En wat was de plaats waar ik mijn eerste zoende? In de Kameleon!
Juist. Dat is niet mis. Wij, de overlevenden van dat malle zolderkamertje in dat steegje.”

Literatuur
Cremer J., interview gegeven in HP/De Tijd, 18-3-1994:

Doorn, J. van, mijn kleine hersentjes. Amsterdam 1972 (De Bezige Bij).

Jacobs, I. D., Kunstkring ‘De Kameleon’1961-1967. Vrijhaven voor artistiek Arnhem in de jaren zestig. Utrecht 2012 (Uitgeverij Matrijs), p. 57.

Jacobs, I. D., Selfkicker op het dak. ‘Arnhemse foto’s van Nederlands meest experimentele dichter. In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 34 (2014), nr. 4, p. 162-166.

Jansen op de Haar, A. (2004). Van Jan Cremer tot Herman Koch. Een literaire wandeling door Arnhem. Arnhem 2004 (Bibliotheek Arnhem), p 30.   

Keuning, N., Het woord is beeld geworden.In: De Parelduiker, jrg. 14 (2009), pp. 34-46.

29 december 1900 (zaterdag)
Eervol ontslag directeur Gemeentewerken Tellegen

Jan Willem Cornelis Tellegen
© Gelders Archief: 1583-4054, fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Eervol ontslag Tellegen, 1900
In: Verslag der zitting van den Gemeenteraad te Arnhem 29-12-1900.
Gelders Archief: 2192-124, Secretarie Gemeente Arnhem.

29 december 1900 (zaterdag)
Eervol ontslag directeur Gemeentewerken Tellegen
Het was een lange raadsvergadering aan het einde van het jaar 1900. Eén vraag kon zelfs niet besproken worden ‘wegens het vergevorderde uur’ op zaterdag 29 december. Maar het laatste agendapunt XIV was een hamerstuk. De raad gunde de Arnhemse directeur Gemeentewerken, ir. J.W.C. Tellegen (1859-1921), zijn carrièresprong per 1 april van het volgende jaar als directeur bouw- en woningtoezicht in Amsterdam. Hem werd dan ook eervol ontslag verleend ‘onder dankbetuiging voor de aan de gemeente bewezene diensten’.
En dat was nog zachtjes uitgedrukt. In de tien jaar van zijn directeursfunctie drukte Tellegen zijn stedebouwkundige stempel op de stad. Als zijn belangwekkendste prestatie werd zijn persoonlijke interventie gezien om delen van het landgoed Sonsbeek in 1899 te kopen. Daarmee ontsnapte het park aan verkaveling en bebouwing en is het nog steeds die groene oase midden in de stad. In Sonsbeek herinneren de Tellegenlaan en de Tellegenbank (sinds 1928 bij de Grote Waterval en de Grote Vijver) aan hem.

Literatuur en bronnen
Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad. Zutphen 1990 (Uitgeverij De Walburg Pers), p.  66, 72.

Tellegen, J.W.C., Een en ander over Arnhem gedurende de laatste vijftig jaren. In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem. Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem), p. 45-72.

Vredenberg, J., Stedelijke ruimte in de negentiende eeuw. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 34-53.

29 december 1462 (maandag)???
Catharinagasthuis neemt ‘stomme van Erkelenz’ op

Besluit stadsbestuur om “stomen van Ercklenz” op te nemen
Bron: Secreta Camerae, folio 22.
Uit: Gelders Archief: 2000-1, Oud Archief Arnhem. “Secreta Camerae”. Register, bevattende afschriften van besluiten van den magistraat van Arnhem over 1431-1489.
Steden van Gelre in de late middeleeuwen
De vier kwartieren van Gelre met de belangrijkste steden.
Rechtsonder, ten oosten van Roermond, ligt Erkelenz.
© René Arendsen (tekst) en Danker Jan Oreel, Ons Verloren Hertogdom. Geschiedenis van Gelderland.
Zutphen 2019 (Uitgeverij Cultuur- en ErfgoedLab), p. 3.
Erkelenz rond 1550
Kaart van Jacob van Deventer.
© Virtuelle Museum Erkelenz 

In de kronieken en inventarissen over de geschiedenis van Arnhem kom je soms iets tegen dat je verrast maar je met nog meer vragen achterlaat.
Zo staat in de inventaris van het ‘Oud Archief der Gemeente Arnhem’ (P. Nijhoff, 1864) dat op 29 december 1462 het stadsbestuur besluit om, na een verzoek van de hertog, „den stomme van Erckelentz” in het St. Catharina gasthuis op te nemen en te verplegen.

Die hertog is op dat moment Arnold van Egmond, de opa van de meer bekende Karel van Gelre. Erkelenz ligt nu in Duitsland, maar was in de middeleeuwen een belangrijke stad in het Overkwartier van Gelre. De oorsprong van Gelre, met het kasteel Wassenberg om de hoek, ligt daar.
Hertog Arnold vraagt dus aan het stadsbestuur of die er voor wil zorgen dat ‘de stomme’ in het Catharinagasthuis aan de Bakkerstraat kan worden opgevangen. De man/vrouw uit Erkelenz die geen spraak heeft, is dus niet zomaar iemand.
Nijhoff vermeldt bij dit besluit van 29-12-1462 nog andere bronnen. En inderdaad ook in de ‘Kronijk’ van Gerard van Hasselt uit 1790 komen we deze gebeurtenis tegen, maar dan zonder de dagvermelding.

Dan gaan we in het Gelders Archief naar de ‘Secreta Camerae’, een afschrift uit 1608 van het register met besluiten van het stadsbestuur uit de 15e eeuw. En daar staat op folio 22 in prachtig 17e-eeuws handschrift het besluit.
Maar is het wel van 29 december? Want er staat (ook in de transcripties van Nijhoff en Van Hasselt): “Des Manendaegs in Crastino Beati Anthonii Abb.”
Dat is dus de maandag na de naamdag van de heilige (beati) abt/monnik (abb.) Antonius. Dat is Antonius de Kluizenaar, die rond 300 n.Chr. eenzaam in de Egyptische woestijn verbleef en zijn naamdag is gebruikelijk 17 januari.

Wat expliciet ook in de Secreta Camerae’ staat, is “Anno Dm LXII” en die 62 is van 1462.

Literatuur en bronnen
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 41.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem.  Arnhem 1864 ((Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 121.

Secreta Camerae, folio 22.
Gelders Archief: 2000-1, Oud Archief Arnhem. “Secreta Camerae”. Register, bevattende afschriften van besluiten van den magistraat van Arnhem over 1431-1489.

30 december 1853 (vrijdag)
Handwerksbloei: voor handwerkslieden en tegen beunhazerij

Bestuursleden Handwerkbloei, 1879
Tijdens de ‘Nationale Tentoonstelling van Nederlandsche en Koloniale Nijverheid’ in 1879 in Arnhem werden verschillende bestuursleden van Handwerksbloei (o.a. Fromberg, Pitlo) in een groepsfoto van bestuursleden van Musis Sacrum geportretteerd. Van links naar rechts H.W. Fromberg, A. Pitlo, P. Veth, v.d. Heijden, A. Knoops, A.J. van Delden, C. Nortier, G.T. Coers, H.J. Heuvelink jr., A.J. Bergsma, Mr. J. Everts, P. Noppen, H.H. Reijers, H.A.G. Vogel, P.M. Coelius, A.G. Terwindt en A.E. Cohen.
© Gelders Archief: 1583-15383, fotograaf Johannes Ephraïm, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ongelukkig geworden handwerkslieden, 1879
Op diezelfde tentoonstelling was de Vereniging Handwerksbloei ook met een kiosk vertegenwoordigt. Het opschrift luidde ‘Fonds voor ongelukkig geworden handwerkslieden’.
© Gelders Archief: 1583-15322, fotograaf Johannes Ephraïm, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2 / Fotoalbums. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

30 december 1853 (vrijdag)
Handwerksbloei: voor handwerkslieden en tegen beunhazerij
In 1853 heerste, zeker na het in dat jaar door de raad aangenomen uitbreidingsplan van stadsarchitect Hendrik Jan Heuvelink (1806-1867), een koortsachtige bouwwoede. Allerlei bouwbaasjes probeerden een graantje mee te pikken van de uitleg van de stad. Van het platteland en de Duitse grensstreek stroomden honderden arme werkzoekenden naar de stad. Behalve de voordelen zagen de wat meer gevestigde Arnhemse bouwondernemers met lede ogen aan hoe verschillende opdrachten door wat meer malafide bedrijfjes werden uitgevoerd. De arbeidsomstandigheden voor de armste dagloners waren al miserabel, maar de nieuwe bouwbazen hadden geen enkel oog voor de sociale kant van hun werk: lage lonen, geen verzekering bij ziekte of een ongeval, geen ouderdomsvoorzieningen en ga zo maar door.

Om de arbeiders enigszins te beschermen, maar ook om hun eigen belangen veilig te stellen werd daarom op vrijdag 30 december 1853 door zesendertig werkgevers in Musis Sacrum de ‘Vereeniging Handwerksbloei’ opgericht. Initiatiefnemer was projectontwikkelaar Hendrik Willem Fromberg (1812-1882; o.a. ‘Fromberghuizen’ aan het Willemsplein en villa’s langs de Amsterdamseweg en Beaulieu) en ook stadsarchitect Heuvelink nam plaats in het bestuur. Het doel van de patroonsvereniging Handwerksbloei was ‘verbetering te brengen in de dagloonen der handwerkslieden en het te keer gaan van beunhazerij’.

Literatuur en bronnen
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 102.

Laar, E. van, Hoop op gerechtigheid. De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw. Arnhem 1966 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 45-47.

Seebach, T., Hendrik Jan Heuvelink 1806-1867. In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 72-74.

Seebach, T., Henri Guillaume Fromberg 1812-1882. In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 65-66.

30 december 1854 (zaterdag)
Sloop barrièrehuisjes St. Janspoort

Velperbarrière, 1850.
Van de tolhuisjes van de Jansbarrière zijn geen prenten overgeleverd. Ze waren qua bouw identiek aan die van de Sabels-, Rijn- en Velperbarrière.
De tolhekken van de Velperbarrière stonden aan het eind van de Roggestraat, ter hoogte van het huidige Johnny van Doornplein. Bij de witgepleisterde ‘commiezenhuisjes’ van de barrièrewachters moest het verschuldigde poortgeld worden betaald. De tolhekken bestonden uit  drie delen: links en rechts twee smalle hekken voor de voetgangers en een groot hek in het midden voor karren, koetsen, karossen, wagens en diligences.
© Gelders Archief: 1501-04-16687, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Barrièrehuisjes bij vroegere St. Janspoort, ca. 1835
Detail uit “Kaart van een gedeelte der stad Arnhem bij de Willemskazerne”. Links de barrièrehuisjes. De Willemkazerne werd door de Gele Rijders in 1837 in gebruik genomen.
© Gelders Archief: 1506-8110 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8110 (oud kenmerk: Gemeentewerken Arnhem tek. no. 6245). Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In 1829 kreeg Arnhem als enige stad van het land bij Koninklijk Besluit toestemming om de vestingwerken af te breken. Drie stadspoorten, verdedigingstorens, rondelen, ravelijnen,  stadsmuren en aarden wallen verdwenen.

Met de sloop van de stadspoorten dreigde ook een belangrijke inkomstenbron van de stad te verdwijnen, die van de indirecte belastingen op vlees en graan. Die werden geïnd bij de stadspoorten. Om deze toch te kunnen innen, bouwde men aan de ingangswegen de barrières, een soort tolhekken. Alle goederen die aan belastingheffing onderhevig waren, moesten de stad worden ingevoerd via deze barrières. Bij de hekken werden tolhuisjes (commiezenhuisjes) gebouwd en bij de Jansbarrière zorgde ‘onderontvanger’ I.S. Tardijn voor de inning.
In 1854 besloot de gemeenteraad om dit middeleeuwse gebruik definitief af te schaffen en een maand later werden de huisjes voor afbraak te koop aangeboden.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.  Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 103.

Kooi, C.M., De ontmanteling van de vesting Arnhem, 1809-1830. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 28 (2008), nr. 3, pp. 86-106

Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad. Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp. 16-22.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 12-13.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 48.

31 december 1921 (vrijdag)
Oudejaarswens

Oudejaarswens, 1921
© Arnhemsche Courant, 31-12-1921.
Silvester en Constantijn de Grote, Donatio Constantini
De heiligverklaarde paus Silvester staat ook bekend om twee minder fraaie zaken. De claim dat hij de Romeinse keizer Constantijn de Grote zou hebben gedoopt, bleek niet waar. En ook een schriftelijke verklaring (op naam van Constantijn en Silvester) dat aan de paus een grondgebied werd geschonken, bleek een vervalsing. Met deze ‘Donatio Constantini’ werd wel de basis gelegd voor de paus als wereldlijk vorst (Kerkelijke Staat / Vaticaanstad).
Op dit 13e-eeuwse fresco in de San Silvesterkapel in Rome (basiliek Santi Quattro Coronati / Vier gekroonde Heiligen, een paar onder meter ten oosten van het Colosseum) geeft keizer Constantijn, knielend rechts, aan paus Silvester (zittend links) symbolisch de macht.
© Wikipedia. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Veel verandert en veel blijft hetzelfde. Zelfs in turbulente (corona)tijden.
Honderd jaar geleden viel oudjaar ook op een vrijdag en ook toen werd teruggekeken en vooruitgeblikt. In de Arnhemsche Courant doet dat het Oude Jaar in de vorm van de heilige Silvester, die als paus rond 335 n. Chr stierf op 31 december. Oudjaar heet daarom in veel landen Silvesteravond.

Bij twee citaten van ‘het Oude Jaar’ uit de Arnhemsche Courant uit ‘Arneym’ zich graag aan:
Maak het verleden ten nutte voor de toekomst.
Hebt elkander lief, want er is maar eene kracht die heerscht over tijd en lot en dat is de liefde.

November Verleden Vandaag

Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.

1    3     5     7   8   9   10   11   12   13   14   15   16
17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30  .

1 november 1607 (donderdag)  
Verbod dansscholen en afgoderij in Agnietenklooster

Arnhem en het Agnietenklooster rond 1580
Het Agnietenklooster, S. Agnetia’, is in het rood aangegeven op deze fraaie prent van Aernout van Buchell / Arnoldus Buchelius (1565-1641), Diarium.
© Universiteitsbibliotheek Utrecht, Hs 798, foto Gelders Archief.
Meer over deze tekening: https://arneym.nl/buchelius-arnhem-rond-1580/
Agnietenklooster wordt St. Catharinagasthuis
Na de overgang tot de Reformatie in 1578-1579 werden alle gebouwen in Arnhem die door katholieke instanties gebruikt werden ontmanteld.
Voor het Agnietenklooster aan de Beekstraat werd letterlijk een sterfhuisconstructie gekozen. De nonnen mochten er blijven wonen, maar toen de laatste stierf in 1636, werd het complex overgenomen door het St. Catharinagasthuis.
28 = ‘S. Agniet nu ’t Gasthuys’
7 = ‘Gasthuyskerck’; vroegere kloosterkapel en nu Waalse Kerk.
Detail uit een plattegrond van Nicolaes van Geelkercken uit 1639, gedrukt door J. Blaeu, Amsterdam, 1649.
© Scheepvaart Museum Amsterdam, Collectie Atlas van Loon,. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

1 november 1607 (donderdag)  
Verbod dansscholen en afgoderij in Agnietenklooster
De gereformeerde predikanten Fontanus en Burschetus drongen vandaag in 1607 er bij het stadsbestuur op aan om ‘afgoderij in het St. Agnietenklooster’ af te schaffen. Die ‘afgoderij’ is het belijden van het katholieke geloof door de nog aanwezige nonnen van het klooster aan de Beekstraat. Ook vroegen de dominees om dansscholen te verbieden.
Met deze ‘vermaning’ probeerden de gereformeerde voorgangers de calvinistische greep op het dagelijkse leven verder te versterken. Arnhem moest een ‘klein Geneve’, waar de leer van Calvijn de dienst uitmaakte, worden. Tevergeefs want de zusters van het Agnietenklooster waren te gehecht aan het katholieke geloof. Bovendien waren ze afkomstig uit voorname families, dus ze lieten zich niet zomaar de wet voorschrijven. Pas bij het overlijden van de laatste non was het gedaan met de ‘paapse superstitie’ aan de Beekstraat.

Literatuur en bronnen
Kienhorst, H. en J. Kuys (red.), Verborgen leven: Arnhemse mystiek in de zestiende eeuw. Nijmegen 2012 (Stichting Nijmeegse Kunsthistorische Studies).

Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 254-275, p. 266.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen. Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), p. 12-15.

Leppink, G.B. en R.C.M. Wientjes, Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636). Hilversum 1996 (Uitgeverij Verloren). Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 28.

Agnieten: ‘van gueden en treffelicken adel’, 1559
In een brief uit 1559 worden de zusters van het Agnietenklooster wordt de afkomst van de ‘gheestelicken jonfferen’ beschreven. In rood: ‘und religieusen van gueden und treffelicken adel sowel als anderer gueder luijden  kynder vervult is’. Hertaald: ‘en religieuzen van aanzienlijke adel en dochters van andere respectabele burgers’.
Bron: Gelders Archief: 0124-1069, Hof van Gelre, Briefwisseling van en aan Uitheemsen, 1557-1559, brief 2415 (9-1-1559).
Zie ook: Kienhorst, H. en J. Kuys (red.), Verborgen leven: Arnhemse mystiek in de zestiende eeuw. Nijmegen 2012 (Stichting Nijmeegse Kunsthistorische Studies), p. 31-32, 44, 53.


Interieur Agnietenklooster
In de negentiende eeuw schilderde Jan Jacob Fels (1816-1883) de voormalige kloostergang van het Agnietenklooster. Op dat moment was het onderdeel van het Catharinagasthuis. In deze westelijke arm van de kloostergang is rechts de uitbouw in de kloosterhof. De deur aan
het einde geeft toegang tot de voorruimte van de vroegere kloosterkerk (nu Waalse Kerk).
© Museum Arnhem, GM 03392, Jan Jacob Fels. CC 1.0.

2 november 1714 (donderdag)  
Vroedvrouwen en vondelingen

Plan Scenographique/Ignographique van Arnhem, 1715
Plattegrond van Arnhem in de tijd dat twee vroedvrouwen de betaalde opdracht krijgen om de herkomst van een vondeling te onderzoeken. De cijfers bij de straten en gebouwen worden linksboven in de legenda toegelicht.
Links buiten de stadsmuren ligt een extra verdedigingswerk, het retranchement.
© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem inv. nr. 3418, onbekende maker, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Grote versie kaart:
https://permalink.geldersarchief.nl/7D61A1064C464B4F8FA16F07B4CC84C3

2 november 1714 (donderdag)  
Vroedvrouwen en vondelingen
Het uit mannen bestaande stadsbestuur betaalde twee vroedvrouwen f 6,- (zes gulden) om onderzoek te doen bij enkele vrouwen: ‘visitatie bij eenige meiden’. Dit omdat een kind ter vondeling was gelegd door een onbekende (vrouw / moeder) en zo probeerde men te achterhalen welke van de ‘meiden’ onlangs was bevallen. Waarom er geen onderzoek naar een man / mogelijke vader werd gedaan, vermelden de bronnen niet.
De rol van gender in de geschiedschrijving blijft van belang.

Literatuur en bronnen
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 65.

Stam, H., Van vondelingen en wezen. In: Arnhem de genoeglijkste; jrg. 6 (1986), nr. 6, p. 274-276.

3 november 1899 (vrijdag)  
Ongeluk met artillerievervoer

Ongeluk met artillerievervoer, 1899
Bericht in de Arnhemsche Courant van het ongeluk.
© Arnhemsche Courant, 4-11-1899.
Ansichtkaart met Coehoornkazerne
Fraaie poëtische ansichtaart met linksboven de Menno van Coehoornkazerne (ca. 1908).
© Gelders Archief: 1500 – 5424, Uitgever G.J. Hoff jr. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

3 november 1899 (vrijdag)  
Ongeluk met artillerievervoer
In de Menno van Coehoornkazerne op de hoek van de Klarendalseweg en Hoflaan (vroeger Zadelhofsteeg, genoemd naar de daar woonachtige familie Zadelhof) waren sinds de bouw in 1883 bijna duizend soldaten ondergebracht. De kazerne gaf Klarendal veel vertier en werkgelegenheid. Maar het was ook niet zonder gevaar. Gelukkig kwam na een ongeluk met een militaire transportwagen vandaag in 1899  een vijfjarige jongen er met een schram vanaf.

4 november 1915 (donderdag)  
Ongeluk op de schipbrug

Tramongeluk schipbrug, 1915
De gestrande en gekantelde locomotief en wagons op de schipbrug.
© Gelders Archief: 1583-6894, fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De schipbrug bezweken, 1915
In de Arnhemsche Courant werd uitgebreidverslag gedaan van het ongeluk. Het artikel begint linksonder en gaat in de volgende kolom bovenaan verder.
In: Arnhemsche Courant, 4-11-1915. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000101711:mpeg21:p002

4 november 1915 (donderdag)  
Ongeluk op de schipbrug
Rond 1915 trad Arnhem het modern-industriële tijdperk in. De opening van de ENKA in 1913 en de aanleg van een nieuw industrieterrein met haven ten oosten van het stadscentrum moesten werkgelegenheid en voorspoed brengen.
Een tramverbinding over de schipbrug, die de noord- met de zuidoever verbond, zou een extra economische impuls zijn. Bovendien werd zo een directe aansluiting gerealiseerd tussen de stadstram (GETA) en de tramlijn van de Betuwsche Stoomtramweg Mij. (BSM).
De Arnhemse gemeenteraad trok extra geld uit om de schipbrug te versterken en er rails op te leggen.
De eerste testrit, op donderdag 4 november 1915, mislukte jammerlijk. De locomotief, die drie met pulp geladen goederenwagons trok, kantelde bij het vierde brugstuk. Daarop helden ook de goederenwagons gevaarlijk over. Op de locomotief konden de machinist en de hem vergezellende directeuren Gemeentewerken (W.F.C. Schaap) en Gemeentram (P.M. Nieuwenhuis) alleen met een noodsprong het vege lijf redden. De schipbrug was flink beschadigd en het ongeluk betekende het einde van een mogelijke tramverbinding over de schipbrug. De rails bleven wel liggen en enkele jaren later werden de goederen via een ier naar de overkant getrokken, maar niet meer met een locomotief.

Literatuur en bronnen
Arnhemsche Courant, 4-11-1915.

Iddekinge, P.R.A., Van omnibus tot trolleybus. In: Van omnibus tot trolleybus. 125 jaar Openbaar vervoer in en om Arnhem. Leiden 1964 (Uitgeverij E.J. Brill), p. 1-87, p. 38-41.

Knap, W. W.G.Zn. en G.F.C. Vergouwe, Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan. Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 227-228.

Riele, A.W. te, Geschiedenis van de dienst. In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem. Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem), p. 11-44, p.19-20.

Seebach, T., De Arnhemse Rijnoevers. Wonen, werken en recreatie aan de rivier. Utrecht 2014 (Uitgeverij Matrijs), p. 15-16.

5 november 1379 (vrijdag)
Johannieter kruisridders mochten alles zelf bepalen

Terrein Commanderij van St. Jan, ca. 1640
Met het ‘Stratien agter Sint Jans kerck, de huidige Doelenstraat, werd het Commanderijcomplex op het Jansplein gescheiden van de stadsmuur (‘Stadts Wal’). De commanderijhuisjes waren omgeven door de voorste (bij de kerk) en achterste tuinen (‘Gaerden’).
© Gelders Archief: 0306 Commanderij van St. Jan te Arnhem 126, onbekende maker. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie:
https://permalink.geldersarchief.nl/951E5DFB54C7457C8A1E05AB7DCC5BCD
St. Janskerk, 1742
Blikvanger van het terrein van de Commanderij van St. Jan was de Janskerk, die in 1817 vanwege grote bouwvalligheid werd gesloopt.
© Gelders Archief: 1551-28678 Jan de Beijer, Gemeente Arnhem, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

5 november 1379 (vrijdag)
Johannieter kruisridders mochten alles zelf bepalen
In Arnhem is er de Jansstraat, Jansplaats, Jansbinnen- en buitensingel, Jansbeek en het Jansplein. Allemaal vernoemd naar de Commanderij van St. Jan. Deze Johannieterorde van kruisridders had tussen ongeveer 1200 en 1800 op het Jansplein een eigen stuk grond met tuinen, huizen en een kerkhof naast een fraaie romaans-gotische kerk met dubbele torens,. De hospitaalridders van St; Jan, naar het latere hoofdkwartier op Malta de Maltezerridders genoemd, kregen rond 1200 dit gebied waarschijnlijk via graaf Otto I van Gelre. Die had deelgenomen aan de fameuze Derde Kruistocht (1189-1192) waarin de Europees-christelijke legers van o.a. de Duitse keizer Frederik Barbarossa en de Engelse koning Richard Leeuwenhart vochten tegen de verenigde Arabisch-moslimlegers onder leiding van Saladin. Uit de zeventiende eeuw is daarvan een verslag overgeleverd:

‘Na de beëindiging van de binnenlandse onlusten richtte de keizer (Frederik Barbarossa), na aandringen van paus Urbanus, zich op de heilige oorlog en verlossing van de christenen in de Joodse landen. De graven van Gelre en Holland zijn te water overgescheept van Sicilië, de verzamelplaats van de vloot, naar het hart van Azië. Daar hebben zij de zeekust ingenomen en de steden geplunderd. Otto vond, na drie jaar thuis komende, de Geldersen verwikkeld in een onenigheid tussen de bisschop van Utrecht en de stadhouder van Coevorden.’
Vrij naar: Arend van Slichtenhorst, XIV. boeken van de Geldersse geschiedenissen, 1654.

Maar ja, honderd jaar na de stichting van de Commanderij werd er geruzied over wie de baas was op het Jansplein. De commanderij met zijn geestelijke zorgridders was immers een ‘immuniteit’: het stadsbestuur of de graaf/hertog had er niets over te zeggen. Dat werd vandaag in 1379 nog eens in een oorkonde bevestigd.
‘Wij, Willem, bij de genade Gods hertog van Gelre en graaf van Zutphen laten weten.
Dat wij zullen eerbiedigen al wat onze lieve grootvader, hertog Reinald, om Gods wil te erkennen en gunstig te stemmen, en onze oom hertog Reinald en hertog Eduard de heren van Sint Jan hebben toegezegd te eerbiedigen. Wij zullen alle degenen van die commanderijen met al hun lijf en goed hoeden en beschermen.’

Vrij naar: oorkonde van Willem van Gulik, hertog van Gelre, 5 november 1379.

Literatuur en bronnen
Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933. (Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 123-185, vooral p. 131, 133-135.

Hoefer, F.A. en J.S. van Veen, De Commanderieën der orde van St. Jan in Gelderland. In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, deel 13 (1910), p. 277-332, vooral p. 323-324.

Kuys, J.A.E., Kerk en religie in de late middeleeuwen. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 223-253, vooral p. 229-232.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 391-394.

Potjer, M., Historische Atlas van Arnhem. Van Schaarsbergen tot Schuytgraaf.  Amsterdam 2005 (Uitgeverij SUN), p. 14-15.

Slichtenhorst, A. van, XIV. boeken van de Geldersse geschiedenissen. Van ’t begin af vervolghd tot aen de afzweeringh des Konincx van Spanien. Arnhem 1654 (Uitgever J. van den Biesen), Boek VI, no. 19 en 20, p. 83.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 97-99.

6 november 1959 (vrijdag)
Arnhemse schillen brengen geld op

Schillenverzamelplaats Van Oldenbarneveltstraat, 1959
Het verzameldepot van de Arnhemse aardappelschillen lag aan de Van Oldenbarneveltstraat.
In: Arnhemsche Courant, 6-11-1959. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=MMKB19:000321032:mpeg21:p00013 
Arnhemse vuilnisemmers, 1969
Op de Trans kieperen mannen van de gemeentereiniging de inhoud van de vuilnisemmers in de vuilniswagen.
© Gelders Archief: 1583-3607, fotograaf Gemeentearchief Arnhem, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. CC0 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

6 november 1959 (vrijdag)
Arnhemse schillen brengen geld op
In deze tijd van kliko’s, ondergrondse vuilcontainers, scheiding aan de bron, vuilverbranding, hergebruik en diftar komt soms de herinnering aan de zinken vuilnisemmer en de schillenboer naar boven. Maar ook de jaren vijftig van de vorige eeuw had zijn afvalproblemen. Tot in de jaren tachtig deden de gemeente Arnhem en enkele particuliere bedrijfjes, zoals Piet(je) van Rinsum en Stephan Triest, veel moeite om de aardappelschillen apart van het andere huisvuil in te zamelen. Maar in de Arnhemsche Courant van vandaag in 1959 lezen we dat dit niet probleemloos ging: aardappelschillen werden bij het gewone vuil gedaan, de schillen waren vermengd met andere etensresten en de vraag naar aardappelschillen varieerde sterk. Dit had zijn effect op de prijs van de afvalschillen en daarmee op een rendabele inzameling. Daarnaast hielden soms de schillenboeren zich niet aan de afspraken. En toch werden in 1959 in totaal drie miljoen kilo Arnhemse aardappelschillen ingezameld.

Literatuur en bronnen
Arnhemsche Courant, 6-11-1959.
NRC Handelsblad,
12-5-1981.

Roelofs, B., De was buiten hangen. Arnhemse kwesties 1970-2000. Utrecht 2020 (Uitgeverij Matrijs).

Schillenboer Stephan Triest, 1983
Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw was schillenboer en hergebruikondernemer Stephan Triest uit de Borgardijnstraat met zijn paard, veulen en wagen een geliefde verschijning in de Arnhemse straten.
© Gelders Archief: 1544-15900-0001, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Van schillenboer tot kringloopcentrum, 1981
Met zijn paard (Bianca) en wagen trok Stephan Triest in 1981 naar Den Haag om aandacht te vragen voor zijn subsidieverzoek om een kringloopcentrum te beginnen. Het zou nog een aantal jaren duren voordat dit gerealiseerd werd.
In: NRC Handelsblad, 12-5-1981. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026839:mpeg21:p015

7 november 1849 (woensdag)
Geboortedag architect Boerbooms

Johannes Boerbooms, ca. 1880
© Gelders Archief: 2126-2-000, onbekende fotograaf, Begraafplaats Moscowa te Arnhem, overzicht van monumentale graven. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Boerbooms: leerling van Pierre Cuypers
Op de zeventigste verjaardag van architect Pierre Cuypers in 1897 boden zijn leerlingen hem een oorkonde aan. De handtekening van Boerbooms is in de linkerrij de vierde van boven.
De tekst luidt ‘Op heden den zeventiende Mei van het Jaar MDCCCIIIC hebben de Leerlingen en de Oudleerlingen hunnen Meester Doctor P.J.H. Cuypers Architect te Amsterdam bij Gelegenheid van Zijn Zeventigsten Verjaardag deze Oirkonde hunner Hulde aangeboden.’
© Cuypershuis Roermond. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Grote versie via Cuypershuis:
https://www.cuypershuisroermond.nl/nl/collectie/0487-foto-van-een-oorkonde-met-felicitatie-register-b-g-v-70e-verjaardag-p-j-h-cuypers

7 november 1849 (woensdag)
Geboortedag architect Boerbooms
Vandaag werd in 1849 in Arnhem de architect geboren van enkele van de markantste gebouwen van de stad: Johannes Boerbooms. In Arnhem staan nog steeds tal van grote winkelpanden van zijn hand.  Zijn bekendste creatie is het St. Elisabethsgasthuis. Als we dit gebouw vergelijken met een ander ontwerp van hem, Beekstraat 2 dat al jarenlang Café Meijers huisvest, dan krijgen we een goede indruk van zijn architectuurstijl. Als leerling van Pierre Cuypers (o.a. Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam) liet hij de weelderige overgangstijd van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd rond 1500 herleven. Zijn panden werden opgetrokken in een combinatie van neorenaissance en neogotiek.
Zowel Café Meijers als, nu appartementencomplex, het St. Elisabethsgasthuis hebben een hoge bakstenen gevel afgewisseld met witgrijze stenen banden. Boven de deuren en ramen zijn halfronde (segment)bogen aangebracht. Verder is siermetselwerk en op het dak bevinden zich kleine dakkappelletjes met pinakeltjes. Door zijn affiniteit met de neogotiek mocht Boerbooms in 1899 ook het ontwerp maken van de restauratie van de Grote of Eusebiuskerk. Hij stierf echter, veel te jong in datzelfde jaar, om dat werk te kunnen voltooien.

Literatuur en bronnen
Frank, C.J.B.P., Langs lunchrooms en luxezaken. Historische winkels in de binnenstad van Arnhem. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 41.

Hest, J.H.J. van, St.-Elisabethsgasthuis. Bouwgeschiedenis van een Arnhems ziekenhuis.  Utrecht 2001 (Uitgeverij Matrijs).

Hest, J. van, Johannes Wilhelmus Boerbooms, 1849-1899, Architect.
In: C.A.M. Gietman, e.a. (red.),  Biografisch Woordenboek Gelderland, deel 3, Bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis. Hilversum 2002 (Uitgeverij Verloren), p. 23-25.
Online:  https://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/3_Johannes_Wilhelmus_Boerbooms

Lavooij, W., Van neostijlen tot Nieuwe Kunst. Arnhemse Architectuur uit de negentiende eeuw. Utrecht 2017 (Uitgeverij Matrijs), p. 36-44, vooral p. 40.

Vredenberg, J., Johannes Wilhelmus Boerbooms 1847-1899. In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 59.
Hier staat abusievelijk als geboortedatum 8-11-1847. Dit moet 7-11-1849 zijn.

Elisabethsgasthuis, 1895
De bouw van de hoofdvleugel het St. Elisabethsgasthuisin 1895.© Gelders Archief: 1583-7846, fotograaf Gemeentearchief Arnhem, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ontwerp pand Café Meijers, 1892
In opdracht van J.L.C. Ketelaar ontwierp Boerbooms in 1892 het winkelwoonhuis dat nu Café Meijers is.
© Gelders Archief: 1506-2323, J.W, Boerbooms, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

8 november 1854 (woensdag)
Walburgiskerk stort deels in  

Interieur Walburgiskerk na instorting, 1854
Repro naar prent van J. Pelgrom
© Gelders Archief: 1583-1777, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem 2, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Markt met Paleis van Justitie en Walburgiskerk,1860
Op de achtergrond de Walburgiskerk met de ingestorte,  en daarna verder afgebroken, noordelijke toren.
© Gelders Archief: 1551–3096, K. Ch. Koehler, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

8 november 1854 (woensdag)
Walburgiskerk stort deels in
Architect Th. Molkenboer was wat te ambitieus of onkundig, het is maar hoe je het bekijkt. Bij de restauratie van de Walburgiskerk in 1854 besloot hij de romaans aandoende vierkante pilaren om te toveren tot meer gotische ronde zuilen. Hij liet de pijlers afslijpen waardoor een deel van de dakconstructie en de toren instortte. Ooggetuige Antoon Markus schrijft:

“Op den morgen van den 8sten November van dat jaar bevond ik mij omstreeks 9 uur in de St.-Walburgsteeg; vele menschen, welke den vroegdienst hadden bijgewoond, hadden juist de kerk verlaten, en troepjes ambachtslieden, die in de kerk aan het werk waren, wilden zich na schafttijd weder naar hun werk begeven. Opeens hoorde ik een donderend geraas, en zag de kerk in wolken van stof gehuld.

Toen de stofwolken opgetrokken waren, begaf ik mij derwaarts, en ziet, daar stond de kap van den noordelijken toren nog slechts op de twee buitenste muren, de twee binnenste waren ingevallen en hadden op hun weg een groot deel van het dak meegenomen en het inwendige der kerk meerendeels vernield. Het orgel was totaal verbrijzeld, stukken er van lagen op het hoofdaltaar. Hoog lagen balken, leien, steenen opgestapeld; het geheel geleek een groote hoop afbraak. Had dit onheil 10 minuten vroeger of later plaats gevonden, dan zouden de gevolgen verschrikkelijk zijn geweest, en menige familie in rouw gedompeld hebben. (…)

Gelukkig is zij niet gevallen maar voorzichtig afgebroken, zoodat de kerk het een jaar met anderhalven toren moest doen. Bij de verbouwing van 1855 werd het koor der kerk tevens uitgebreid, de toren weder opgebouwd en het inwendige van nieuwe altaren en een nieuwe preekstoel voorzien. Gedurende den tijd, dat de kerk na dit ongeval voor den H. dienst ongeschikt was, hebben de godsdienstoefeningen in de daarvoor gewijde nieuwe Concertzaal van Musis Sacrum plaats gehad.”

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 276-277.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970),  p. 85.

9 november 1720 (zaterdag) 
Voogd jonge plantage-eigenaressen wordt schepen

Extract Resolutieboek Gezworen Gemeente 1720.
Uit: Berck, F.H. van, Advijs op drie vraagen door der Gezwoore Gemeente der Stad Arnhem, enz, 1784, p. 152.
Der(c)k de Vree  
Portret van Kozack, ca. 1700-1724 
© Geldersch Landschap & Kasteelen _01483, bruikleen Brantsen van de Zyp (auteursrechtenvrij).
Slavin van één van de plantages van De Vree  
Lithografie van Théodore de Bray, 1840-1860. 
©Tropenmuseum Amsterdam 03-3581-33i.

9 november 1720 (zaterdag)  
Voogd jonge plantage-eigenaressen wordt schepen
In 1720 stierf in Arnhem schepen dr. Jacob Coets, tevens advocaat aan het Hof van Gelderland. Het was de gewoonte dat de zittende stadsbestuurders uit eigen kring een opvolger aanwezen. De familie Coets maakte zo al decennia, van familielid op familielid, deel uit van de Arnhemse magistraat.

Sinds het einde van de middeleeuwen bestond de Gezworen Gemeente, een groep burgers die inspraak wilde in het bestuur maar dat nooit had gekregen.
Gedurende de 17e en 18e eeuw schurkte de Gezworen Gemeente steeds meer tegen de macht aan en maakten ook notabele en rijke Arnhemse burgers er deel van uit.

Op 9 november 1720 besloten de gemeenslieden twee kandidaten uit de al machtige families De Vree en Tulleken naar voren te schuiven als opvolger voor Coets.
Der(c)k de Vree zou het worden en hij promoveerde twee jaar later zelfs tot burgemeester. Voor zijn overleden broer Gerhard was hij voogd geworden van zijn in Suriname wees geworden nichtjes Hester en Johanna. Die hadden van hun vader zijn plantages geërfd, maar kwamen terug naar Arnhem. Voor een veilige overtocht liet Derk hen vergezellen van de slavin ‘Anna Van Vossenburg’. Zij baarde als ‘swartin’ veel opzien in het achttiende-eeuwse Arnhem.

Literatuur en bronnen
Ekkart, R.E.O., Gelderse portretten en portrettisten. In: Bierens de Haan, J. C. en R. Ekkart (red.), Gelderse Gezichten. Drie eeuwen portretkunst in Gelderland 1550-1850. Zwolle 2002 (Waanders Uitgevers), p. 56-85, vooral p. 63.

Koene, B., Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809). Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), pp. 10-13.

Koene, B., De mensen van Vossenburg en Wayampibo. Twee Surinaamse plantages in de slaventijd. Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren), p. 80-87.

Tenten, M.V.T.,  De Gelderse elite in vogelvlucht 1550-1850. In: Bierens de Haan, J. C. en R. Ekkart (red.), Gelderse Gezichten. Drie eeuwen portretkunst in Gelderland 1550-1850. Zwolle 2002 (Waanders Uitgevers), p. 18-33, vooral p. 28-29.

Theeuwen, P.J.H.M., Pieter ’t Hoen en De Post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Hilversum 2002 (Uitgeverij Verloren), 2002, p. 43-44 en 450-464.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 54-90, p. 64-68.

10 november 1616 (donderdag)
Stad koopt patroonrecht van de Grote Kerk

Brand in de Grote of Eusebiuskerk, 1633  
Op dit schilderij van Herman Breckerveld is goed te zien dat de toren nog niet de verhoging (de lantaarn) heeft. Die zou in 1650 aangelegd worden.
De brand ontstond op 25 juni 1633 door blikseminslag in het angelustorentje.
© Museum Arnhem.
Ernst Casimir van Nassau
Deze zoon van de broer (Jan van Nassau ‘de Oude’) van Willem van Oranje kennen we vooral als de stichter van de Friese tak van de stadhouders van Nassau. Minder bekend is dat hij er voor zorgde dat in formele zin de stad Arnhem in 1616 het recht kreeg om predikanten voor de Eusebiuskerk te benoemen.
Schilderij van Wybrand de Geest, ca. 1630-1635.
© Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-570.

In 1452 begon op de fundamenten van de Maartenskerk de bouw van het schip en de toren van wat nu de Grote of Eusebiuskerk is. Een jaar later kreeg de nieuwe kerk extra status als de relieken van de heilige Eusebius vanuit de St. Salvator-abdij Prüm naar Arnhem werden overgebracht.

Van oudsher (9e eeuw) had het Prümer klooster het recht om de priesters in de kerk aan te stellen. Toen Arnhem in 1578 overging van het katholieke naar het protestantse geloof wilden de protestanten en het gereformeerde stadsbestuur graag dit recht ook formeel bezitten.

Op deze dag in 1616 wist het stadsbestuur dat patroonrecht van graaf Ernst Casimir van Nassau (en Katzenelnbogen en Dietz) te kopen. De graaf, zoon van Jan van Nassau die in 1578 als stadhouder van Gelderland een leidende rol speelde in de Arnhemse overgang naar de reformatie, had dit recht zelf zes jaar eerder van de abdij in Prüm gekocht. Hij kon dit doen door zijn Duitse connecties met de keurvorst van Trier.  

Literatuur
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad. Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 29 en 37.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, pp. 64-68.

11 november St. Maarten
St. Maarten vereeuwigd in steen

St. Maarten en St. Petrus, zuidportaal Eusebiuskerk  
De zwaar beschadigde originele middeleeuwse beelden bevinden zich in het Museum Arnhem. De huidige natuurgetrouwe kopieën zijn van beeldhouwer Henk Vreeling.
© Foto Jan van Dalen.
Maartenskerk in grondplan Eusebiuskerk
Rechtsonder in vet-zwart de omtrek van de middeleeuwse Maartenskerk.
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20024776.
Maartenskerk in plaveisel
Een belangrijk deel van de vroegere omtrek zijn nu bedekt door bouwplaten. Direct naast het zuidportaal is het meest te zien.
© Foto Cor Bekink, 2008.

11 november St. Maarten
St. Maarten vereeuwigd in steen

Vijfhonderd jaar lang was St. Maarten de patroonheilige van Arnhem. Tot 1453 heette de Eusebiuskerk de Maartenskerk. Toen in dat jaar relieken van Eusebius vanuit de moederabdij in Prüm (Eifel – Duitsland) kreeg de Grote Kerk haar huidige naam.
Niet alleen de Martinuskerk aan de Steenstraat herinnert nog aan de eerste heilige beschermer van de stad. Aan het zuidportaal (Turfstraatzijde) van de Eusebiuskerk is uiterst links een standbeeld van de Franse heilige te zien. Hij is vereeuwigd op zijn beroemdste moment: met zijn zwaard snijdt hij zijn mantel in tweeën en geeft een stuk aan een bedelaar.
Naast hem staan Petrus (sleutel tot de hemel), Christoforus (Christus op zijn schouders) en Stephanus (dalmatiekmantel en steen, het teken van de eerste martelaar die door steniging stierf).
Naast het zuidportaal is in het plaveisel nog een deel van de omtrekken van de oude Maartenskerk te zien. Helaas wordt een belangrijk deel hiervan door bouwplaten aan het zicht onttrokken.

Literatuur
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad. Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 101, 111-113.

12 november 1794 (woensdag)
Inkwartiering troepen in Lutherse Kerk

Lutherse Kerk, 1895
Het kerkgebouw voordat het drie jaar later verlaten zou worden door de Evangelisch-Lutherse gemeente. Ze betrok in 1898 een nieuwe kerk aan de Spoorwegstraat.
Op de voorgrond een deel van de open galerij uit 1845 die diende als Korenbeurs. Het gebouw de Korenbeurs werd in 1899 in gebruik genomen.
© Gelders Archief: 1501-04-6419, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Voormalige Lutherse Kerk  aan de Korenmarkt
Tekening uit 2004.
© Gelders Archief: 1592–158 tekening van W.F. van Reine, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.

In 1735 gaf Arnhem toestemming aan de Lutherse gemeente om aan de Korenmarkt een kerkgebouw neer te zetten. Het werd een prachtig classicistisch pand, ontworpen door architect Leendert Viervant.

Bijna zestig jaar later, in 1794, was het niet alleen in Arnhem, maar in heel Europa onrustig. Na de Franse Revolutie werd Frankrijk bedreigd door buitenlandse troepen die de monarchie wilden herstellen. De Franse revolutionairen sloegen terug door een tegenaanval in te zetten. Ze marcheerden op naar de zuidelijke Nederlanden, dat door de Franse vijand, Oostenrijk, werd bestuurd. Het revolutionaire Frankrijk had zelfs in februari 1793 de oorlog verklaard aan Nederland, of beter naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hier zwaaiden immers aanhangers van het ‘ancien regime’ in de persoon van de prinsgezinden van stadhouder Willem V van Oranje ook de scepter.

De Fransen rukten in de zomer van 1794 razendsnel op naar de Republiek.
Het Arnhemse stadsbestuur liet de stedelijke kas met 15.000 gulden en alle belangrijke archiefstukken overbrengen naar Amsterdam.
De troepen werden versterkt en vanuit Engeland kwam een extra eenheid soldaten onder leiding van de hertog van York naar Arnhem. De Engelse opperbevelhebber betrok een huis in de Koningstraat en zijn soldaten werden op 12 november ondergebracht in de Lutherse kerk.
Zo wist het oude bestuur het nog een paar maanden te rekken, maar in januari 1795 dansten de ‘Bataafse patriotten’ definitief rondom de overal opgerichte vrijheidsbomen.

Literatuur
Eijsink, Th. N., Restauratie en revolutie in Arnhem 1 juli 1787 – 6 mei 1795.
Arnhem 1967 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 70-71.

Koene, B., Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809).
Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), pp. 240-241.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 10-11.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 81

13-11-1957 (woensdag)
Overlijden Arnhemse Olympische touwtreksportheld

Olympische helden van Achilles, 1920
Enkele sporters van Achilles die de zilveren medaille wonnen op de Olympische spelen. De eerste atletiekmedaille ooit voor Nederland. De kleine man links staand is Willem Bekkers (Arnhem 1890 – Arnhem 1957).
© Gelders Archief: 1583-12833, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Affiche Olympische Spelen, 1920
Een van de affiches voor de Spelen in Antwerpen.

In 1957 overleed op 67-jarige leeftijd Arnhemmer Willem Bekkers.
Hij verwierf in 1920 furore door deel uit te maken van de zilveren medaillewinnaars in het Olympische atletieknummer van het touwtrekken.

Op de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen was touwtrekken nog een Olympische activiteit. De Engelsen, acht politieagenten die samen 300 kilo zwaarder waren dan de Nederlanders, gingen er met de titel vandoor. Ons land behaalde de tweede plaats.
De Nederlandse touwtrekploeg bestond vooral uit mannen van de Arnhemse krachtsportvereniging Achilles. Een combinatie van boksers, worstelaars en gewichtheffers vormde de touwtrekploeg. Een van de acht was Willem Bekkers.

De Nederlands-Arnhemse ploeg oogstte bovendien alom bewondering voor hun sportiviteit. In de wedstrijd om het zilveren was namelijk een deel van tegenstander België te laat en de tweede plek werd aan de mannen van Achilles toegekend. “Zo willen wij niet winnen”, spraken de Arnhemmers en wachtten tot de tegenstander compleet was. Daarna werd het duel met 2-0 in het voordeel van de Gelderse krachtmensen beslist.

In Arnhem volgde de gebruikelijke rijtoer, een huldiging in Musis met een toespraak van waarnemend burgemeester en sportwethouder H. Goedhart jr. en uitgebreide artikelen in de Arnhemsche Courant. Bij de volgende Spelen was het touwtrekken geschrapt als Olympisch onderdeel.

Literatuur
Fiege, K., Twee eeuwen sporten in Arnhem.
Arnhem 2001 (De Arnhemsche Courant / De Gelderlander), p. 50 en 57.

14 november 1546 (donderdag)
Overlijden Joost Sasbout, ‘de mens is een zeepbel’

Epitaaf Joost Sasbout in de Eusebiuskerk Arnhem
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), nr. 20371079.
Epitaaf Joost Sasbout
Schilderij van Johannes Jelgerhuis Rz uit 1825.
De tekst op het middendeel zijn na de Arnhemse Reformatie van 1579 aangebrachte psalmfragmenten, waaronder vers 15 tot 17 uit de Eerste Brief van Paulus aan de Corinthiërs: ‘Maar zo Christus niet verrezen is, dan is uw geloof zonder nut, en zijt gij nog in uw zonden’.
Hier was oorspronkelijk de geboorte van Christus afgebeeld. Men gaat er van uit dat deze tijdens of vlak na de eerste Arnhemse Beeldenstorm (september 1579) is vernietigd.
© Gelders Archief: 1551-2891, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

14 november 1546 (donderdag)
Overlijden Joost Sasbout, ‘de mens is een zeepbel’
Joost Sasbout (Jodocus van Sasbout, 1487-1546) moet niet verward moet worden met de 17e-eeuwse Utrechtse apostel-vicaris Sasbout Vosmeer (1548-1614).

De Arnhemse Sasbout was de eerste kanselier in Gelre voor keizer Karel V. Voor deze nieuwe heer van Gelre moest Van Sasbout zorgen voor rust in Gelre en Arnhem na de roerige periodes van Karel van Gelre (hertog 1492-1538) en Willem van Gulik (en Berg en Kleef, hertog 1538-1543).
Sasbout is niet zozeer bekend geworden door zijn korte periode als hoogste bestuurder in Gelderland. Zijn epitaaf (grafgedenkteken) in de Grote of Eusebiuskerk daarentegen wordt door kunsthistorici geprezen als een prachtig voorbeeld van renaissancistische beeldhouwkunst. Dat gedenkmonument bevindt zich in de noordelijke kooromgang van de kerk en is waarschijnlijk van de hand van Colijn de Nole uit Kamerijk (België).

Het beeldhouwwerk mag dan tal van verwijzingen hebben naar de klassieke Grieks-Romeinse tijd. De afbeelding en teksten ademen meer het ‘memento mori’ van de middeleeuwen dan het ‘carpe diem’ van de renaissance.
Een deel van de tekst die Sasbout zelf naliet: ‘Sta stil; wat gij zijt ben ik geweest; wellicht zijt gij morgen wat ik ben: een rottend lijk. Eens was ik Jodocus Sasbout (…) Maar wat baten mij thans titels, schatten of wijsheid? De dood maakt hoog en laag gelijk. Alleen de deugd wacht de mens na zijn dood…’.

Het zijn vooral de gebeeldhouwde afbeeldingen van een zojuist overleden jonge vrouw en een skelet met aan weerszijden de woorden ‘homo bulla’ (‘de mens is een zeepbel’)  ‘caro fernu’ (‘het vlees is als hooi’) die de bezoeker tot nadenken doet stemmen.

Literatuur
Brink, T., Ontworpen voor de eeuwigheid. De memoriesculptuur voor Joost Sasbout en Catharina van der Meer in de Eusebiuskerk te Arnhem. In: Bulletin KNOB, deel 12, 2013, nr. 3, pp. 152-165.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 243-244.

Schulte, A.B.C en C.J.M, Schulte- van Wersch, Kunst en cultuur van de late middeleeuwen tot 1700.  In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 276-309, p. 288 en 291.

Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad. Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), pp. 179-183.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970),  p. 85.

15 november 1912 (vrijdag)
Oprichting Gelderse Blindenvereniging


Logo vroegere Gelderse Blindenvereniging
Villa Reale en Villa Clara Utrechtseweg, ca 1950
De panden waar het Gelderse Blinden Instituut in de jaren dertig werd gevestigd. De voormalige woonhuizen ‘Villa Reale’ (links) en ‘Villa Clara’ werden naar een ontwerp van de Arnhemse architect Van Gendt in 1873 gebouwd. In de jaren dertig en vijftig werden de panden door respectievelijk de architecten Eich en Feenstra verbouwd.
© Gelders Archief: 1500-4224, Gelderse Blindenvereniging. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ansichtkaart Gelderse Blindenvereniging, ca 1935
© Gelders Archief: 1500 – 4225, Gelderse Blindenvereniging. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

15 november 1912 (vrijdag)
Oprichting Gelderse Blindenvereniging
De Arnhemmer Rikke Koops (geboren 5 april 1883) is sinds zijn 12e jaar blind en wil iets doen aan de emancipatie en positie van de blinden in Gelderland. Op 15 november 1912 is hij de initiatiefnemer van de oprichting van de stichting ‘Geldersche Blindenvereniging’. De stichting wil blinden ondersteunen om aan eigen inkomsten te komen zodat ze meer niet meer volledig afhankelijk zijn van liefdadigheid en overheidssteun.

Er wordt geld ingezameld aan en in 1918 wordt in de Weverstraat een werkinrichting voor blinden geopend. De naam is ‘G.B.I. werkinrichting en tehuis voor blinden’ (G.B.I.= Geldersche Blinden Industrie). Al snel verruilt de vereniging dit gebouw voor twee panden (een als kantoor- en woonhuis en een als werkinrichting) aan de Marktstraat.

Die panden moesten in 1933 wijken voor de bouw van de Rijnbrug en vond op 9 oktober van dat jaar de feestelijke opening plaats van het nieuwe onderkomen aan de Utrechtseweg, tegenover de Oranjestraat, In twee grote voormalige villa’s (gebouwd in 1873) werden de kantoren, een werkplaats, een winkel en internaat gevestigd. Zo’n 30 blinden vonden er blijvend onderdak. In 1980 waren de voorzieningen niet meer rendabel en werden de panden verkocht. De vereniging investeerde het geld, nu als GBS (Gelderse Blinden Stichting), in de verdere ondersteuning van de blinden in Gelderland.

Het voormalige kantoorgebouw is er nog steeds als ‘Villa Reale’. Het pand met de winkel (‘Villa Clara) moest in de jaren negentig van de vorige eeuw plaatsmaken voor het appartementencomplex ‘Huize Clingelbeeck’.

Rikke Koops bleef tot aan zijn dood in 1966 voorzitter van de Gelderse Blindenverening. Zijn graf is te vinden op Moscowa.

Literatuur
Ahoud, W.F.M., Inventaris van het archief van de Gelderse Blindenvereniging. Gelders Archief, 0748 Gelderse Blindenvereniging, laatste wijziging in 2015.

Gelders Archief: 2071 Archief Gelderse Blindenvereniging, archief gevormd in 1991; laatste wijziging 2020.

16 november 1672 (woensdag)
Franse bezetter eist geld

Frans bevel tot betalen van 1250 gulden
Verordening van Louis Robert, Intendant de Justice, Police & Finances dans Toutes Places & Pays conquis par sa Majesté sur les Hollandois’, aan Arnhem d.d. 16-11-1672.
© Gelders Archief: 2000-3517-0023 Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Franse kaart van Arnhem, 1672
De Franse cartograaf des Konings, Cher. de Beaurain, legde alle overwonnen steden op kaart vast.
© Gelders Archief: 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8318. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

16 november 1672 (woensdag)
Franse bezetter eist geld
Donderdagmiddag 6 juni 1672 marcheerden de Franse soldaten van ‘Zonnekoning’ Lodewijk de Veertiende Arnhem binnen. Enkele uren daarvoor had het Arnhemse stadsbestuur bij het Franse legerkampement in Lathum de koning hoogstpersoonlijk de capitulatie van de stad aangeboden. Dat gebeurde wel volgens de Franse etiquette: “Dat so de Coninck, te paerd sittende, audientie verleende, sij oock op haer paerden blijven, ende tot sijn Majesteit alleen met driemaal haer lichaem te buygen nadere mosten.”

Met de Franse beleefdheid was het snel gedaan en één van de talloze financiële verplichtingen is van 16 november. De Franse bestuurder (intendant) van Nederland, Louis Robert, beveelt Arnhem om elke maand 2150 gulden, ‘deux mil cent cinquante florins’, te betalen.
De stad is enorm opgelucht als twee jaar later aan de Franse bezetting een eind komt.

Literatuur
Kotte, W., Van Gelderse Bloem tot Franse lelie. De Franse bezetting van de stad Arnhem 1672-1674 en haar voorgeschiedenis. Arnhem 1972 (Gemeentearchief Arnhem, Bijdragen tot de geschiedenis van Arnhem deel 4), p. 62, 75-81, 139 (noot 303).

17 november 1809 (vrijdag)
Oprichting ‘t Nut

Gebouw ‘’t Nut’ Broerenstraat, 1872
Op deze kaart uit 1872 is het gebouw van ’t Nut’ ingetekend. Het ging financieel goed met de vereniging en vier jaar later werd het gebouw aan de Broerenstraat verruild voor een gloednieuw verenigingsgebouw in de Weerdjesstraat. Rond 1900 was de glorietijd van ’t Nut voorbij. Na een heroprichting van de afdeling in 1919 vestigde de instelling zich in de Parkstraat.
De afbeelding is een detail uit de ‘Plattegrond, lengte en dwarsprofillen der Broerenstraat. Bijlage G. no. 10.’  De kaart werd gemaakt in het kader van de vele rioleringsplannen rond 1870.© Gelders Archief: 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 7926, getekend door P.W.C. de Graaf. CC 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie volledige kaart:
https://permalink.geldersarchief.nl/3C5D28AC69194EDEBA182C0DE1D451F1
25-jarig jubileum ‘’t Nut’, 1834
De Arnhemsche Courant deed uitgebreid verslag van zilveren jubileum van de ’t Nut’.
In: Arnhemsche Courant, 20-11-1834. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010983394:mpeg21:p003

17 november 1809 (vrijdag)
Oprichting ‘t Nut

Vandaag werd in logement Het Zwijnshoofd in 1809 het Arnhemse Departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht. Geen enkele andere particuliere liefdadigheidsinstelling heeft zoveel voor de ontwikkeling van de stad betekent als ‘’t Nut’. Dankzij giften van gulle gevers en financiële ondersteuning van het stadsbestuur stortte ‘’t Nut’ zich op de ‘verheffing van de on- en minvermogende klasse’ door de stichting van ‘Bewaarscholen’ (in de twintigste eeuw kleuterscholen genoemd), ‘Tusschenscholen’ (voor de mensen tussen zeer arm en niet zo arm in), lagere scholen en een ‘Kweekschool’ (opleiding voor onderwijzeressen; nu Pedagogische Academie). Behalve de Nutsscholen, was er ook een Nutsspaarbank en een openbare Nutsbibliotheek.
Een voorbeeld wat het onderwijs betreft: in 1842 liet de vereniging op het terrein der voormalige vleeschhal in de Minnebroederenstraat een nieuwe zaal voor zijne vergaderingen bouwen, daaronder een tweede, zeer ruim lokaal voor de Tusschenschool. In beide deze vertrekken, welke naast elkander zijn gelegen, worden thans ongeveer 790 kinderen door eenen hoofdonderwijzer en vier hulponderwijzers op eene zeer doelmatige wijze onderwezen.’
Ook nam ‘’t Nut’ in 1853 het initiatief voor oprichting van de ‘Vereeniging tot het verschaffen van geschikte woningen aan de Arbeidersklasse’, kortweg ‘de Commissie’ genoemd. Van deze eerste Arnhemse charitatief-sociale woningbouwvereniging zijn de door hen gebouwde huizen in de driehoek Catharijnestraat-Klarendalseweg-Paulstraat nog steeds te zien.


Literatuur en bronnen
Hogerlinden, J.G.A., Het Nut. In: Geïllustreerd Zondagsblad van de Arnhemsche Courant, jrg. 3, no. 3, 8-6-1924, p. 185-186.
Grote versie volledige krantenpagina via KB-Delpher:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000105143:mpeg21:p013

Klep, P.M.M., Economische en sociale ontwikkeling. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 116-171,vooral p. 161, 166-168.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.  Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 44, 109, 113, 161.
Staats Evers, J.W., Iets over Arnhem naar aanleiding van zijn begrooting over 1848.
Arnhem 1848 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 66-67.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 22 en 33.

17 november 1987 (dinsdag)
Dr. Herman Bax van het Gemeenteziekenhuis overlijdt


Herman Bax, bij zijn afscheid in 1967
Bron: Schalm, L. Afscheid van Dr. H.R. Bax als chirurg van het Gemeente Ziekenhuis te Arnhem.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 22 (1967), pp. 1016-1017.
Bouw Zusterflat Gemeenteziekenhuis
In het begin van de jaren zestig, als Bax nog steeds leiding geeft aan de afdeling Chirurgie, wordt de zusterflat bij het Gemeenteziekenhuis gebouwd.
© Gelders Archief: 1524 – 11104, Diacollectie Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

17 november 1987 (dinsdag)
Dr. Herman Bax van het Gemeenteziekenhuis overlijdt
Twintig jaar nadat hij het ‘ambacht’ als chirurg in het Gemeenteziekenhuis Arnhem had neergelegd overlijdt in 1987 Herman Reinier Bax (geboren 1907 te Velsen). Sinds 1 november 1941 was hij het hoofd van de afdeling Chirurgie van het Gemeenteziekenhuis aan de Wagnerlaan.
Behalve als expert op het gebied van leveroperaties verwierf hij tijdens de Tweede Wereldoorlog bewondering om zijn hulp aan Joodse onderduikers en Arnhemmers in nood na de Slag om Arnhem.
Zuster Boland, één van zijn medewerkers herinnert: “Bax werd op een kwade dag opgepakt, maar na zo’n dag of veertien was hij er ineens weer, met één van zijn kinderen op de arm. Het was wel duidelijk dat je beter nergens naar kon vragen.“
Bax stond ook bekend om zijn onverbloemde medische en ethische standpunten en artikelen. Zijn ‘Een blik terug’ uit 1967 op zijn eigen 25-jarige carrière als chirurg in het Gemeenteziekenhuis geeft daarvan enkele fraaie staaltjes.

Literatuur
Bax, H.C.R., Een blik terug. In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 21 (1967), p. 941-947.

Brandt, K.H. en A.M. ter Haar, In memoriam dr. Herman Reinier Bax. In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 131, nr. 3 (1987), p. 129-130.

Heusden-Sleutel, A.C. van (1995). Van minimale hulp tot optimale zorg. 150 jaar ziekenhuiszorg in Arnhem.
Arnhem 1959 (Ziekenhuis Rijnstate), p. 78.

Schalm, L. Afscheid van Dr. H.R. Bax als chirurg van het Gemeente Ziekenhuis te Arnhem. In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 22 (1967), p. 1016-1017.

18 november 1700 (donderdag)
Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling

Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling’
Bron: Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 56.
Strafwerktuigen op de Markt
Links, aan de oostzijde van de Markt het Prinsenhof, de gebouwen van het provinciale bestuur. Op deze achttiende-eeuwse prent zijn voor het hof het ‘houten paard’ en de ‘schandton’, die voor de strafuitvoering van het gerechtshof werden gebruikt, te zien. Rechts de volledig ingebouwde Sabelspoort.
Bron: Jan de Beijer, De Grote Markt te Arnhem in het midden der 18e eeuw, 1742.
© Gelders Archief: 1551-3969, tekenaar Jan de Beijer, Public Domain Mark 1.0.

18 november 1700 (donderdag)
Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling
Het Arnhemse stadsbestuur besluit op 18 november 1700 dat het ‘vreemde bedelaars, op straffe van geeseling, verboden (werd) in de stad te komen’. Ook herbergiers die deze ‘vreemde bedelaars’ onderdak verschaffen staat deze straf of verbanning met hun hele gezin te wachten.

Dat betekende wel extra inkomsten voor de ‘scherprichter/beul’ van Arnhem. Volgens contract kreeg hij voor elke gewone geseling, inclusief de slaagstokken en touwen, maximaal drie gulden: ‘Voor een gemeene geesseling sal hij soo voor hem als sijnen dienaar niet meer mogen declareeren als drie guldens: de garden en bindlijnen daar onder begreepen.’

Geef de mensen een naam: ‘vreemde bedelaars’. Dat is iets anders dan ‘bekende bedelaars’ of ‘inwoners van de stad die om geld of brood vragen’.
Tegenwoordig is dat nog steeds van toepassing: vluchtelingen, migranten, indringers, gelukzoekers, oorlogsslachtoffers, enz. En is het afschrikken en verbannen van ‘vreemde bedelaars’ in de kern iets anders dan de ‘pushback’ aan de grenzen van Europa?
Historische bronnen en geschiedschrijving objectief?
Dat is onmogelijk: onze eigen (cultuur)geschiedenis dringt altijd door in hoe we zaken zien, ervaren en beschrijven.  

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 139.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 56.

19 november 1465 (zondag)
Katharina van Kleef verkiest zoon boven man

.Katharina van Kleef in haar getijdenboek van, ca. 1440
Katharina van Kleef gaf de opdracht voor het maken van een getijdenboek. Dit ‘urenboek’ bevatte voor elk uur van de dag speciale gebeden en overdenkingen. De verschillende vorstenhuizen boden tegen elkaar op door een zo luxe mogelijk boek te vervaardigen. Katharina liet zichzelf linksonder op de eerste pagina van haar getijdenboek vereeuwigen.
In het midden onderaan het gecombineerde wapen van Gelre (en Gulik) en Kleef (en Mark). De twee leeuwen in het Gelderse wapen zijn een gevolg van de korte periode (1371-1423) dat het Gulikse Huis ook de hertog van Gelre leverde. De gouden leeuw is de leeuw van Gelre en de zwarte leeuw die van Gulik. Ook na het uitsterven van het Huis van Gulik bleef hun leeuw het wapen van Gelre sieren. De twee elementen op het rechterdeel (rechts voor de kijker en heraldisch links) van het wapen midden onderaan zijn te verklaren door de wapens bovenaan de pagina. Links het wapen van Kleef en rechts (de blokken) het wapen van het Graafschap Mark (omgeving Dortmund). Kleef en Mark waren ook met elkaar verbonden en sinds 1391 in een personele unie verenigd.
© The Morgan Library and Museum, New York, Manuscript 945, folio1verso. Alle rechten voorbehouden.
Zoon Adolf van Egmond, ca. 1473
Hertog Adolf is hier op 35-jarige leeftijd afgebeeld als lid van de Orde van het Gulden Vlies. In het wat gekunstelde wapen van Gelre rechtsboven Adolf zijn de gouden en zwarte leeuw nauwelijks te herkennen.
© Gobet, G. (1473), Statuts, Ordonnances et Armorial de la Toison d’Or, folio 67verso. Alle rechten voorbehouden.

19 november 1465 (zondag)
Katharina van Kleef verkiest zoon boven man
Vandaag, in 1465 ‘op sunte Poncianus dach’, schreven hertog Arnold van Gelre en zijn echtgenote Katharina van Kleef dat het oppergezag over Gelre werd overgedragen aan ’onsen lieven gemynden enigen soin, Adolf’. Twee jaar later zou Adolf vader worden van Gelres roemruchtste hertog, Karel van Gelre (1467-1538).
De 27-jarige Adolf waarover zo liefdevol werd geschreven, had trouwens tien maanden eerder vader Arnold (1410-1473) in diens nachthemd over de bevroren slotgracht in de ijskoude winternacht van 9 op 10 januari van kasteel Grave ontvoerd en gevangen gezet.
De woorden in de oorkonde moeten we dus met een flinke korrel zou nemen. Dat geldt ook voor de gezamenlijkheid van Arnold en zijn vrouw Katharina Kleef (1417-1476). Die had haar man in echtelijke en politieke zin al lang verlaten en probeerde via zoon Adolf de positie van zichzelf en Gelre te versterken. Een machtige vijand uit het zuiden lag namelijk op de loer: de hertog van Bourgondië. Katharina ergerde zich al jaren aan de zwakke opstelling van manlief Arnold en hoopte via zoon Adolf de Bourgondiërs het hoofd te kunnen bieden. Tevergeefs zou enige jaren later blijken.

Literatuur en bronnen
Alberts, W. Jappe, Geschiedenis van Gelderland tot 1492. Boek I Van Heerlijkheid tot Landsheerlijkheid. Zutphen 1978 (De Walburg Pers), p. 122-125.

Hellinga, G.G., Hertogen van Gelre. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (1021-1581). Zutphen 2012 (Uitgeverij Walburg Pers), p. 122-126.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd. (6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875). Deel 4, p. 361-363, no. 420.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 126.

19 november 2015 (donderdag)
Opening OV-terminal Arnhem Centraal

Arnhem Centraal, 2018
© Fotograaf Rob Slepička.
Stationsplein Arnhem, ca 1958
© Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Corona en de hoge papierprijs
Het nieuwe boek van historicus en wethouder Bob Roelofs had ernstig te lijden onder de coronapandemie en de gestegen kosten voor het drukken van een boek,
© De Gelderlander, 9-11-2021.

Laten we vandaag in 2021 eens twee dingen combineren. Het was vandaag in 2015 dat de OV-terminal ‘Station Arnhem Centraal; werd geopend.
Het was vorige week zaterdag 13 november dat helaas de presentatie van het nieuwste boek van (wethouder) Bob Roelofs, Parels en proefballonnen 2 / Kroniek van Arnhem 2011-2020, door corona geschrapt moest worden.
Maar ‘Arneym’ geeft u een exclusief voorproefje (‘sneak preview’) door uit dit boek de opening van Arnhem Centraal te citeren:
“De opening van Station Arnhem Centraal op 19 november 2015 markeerde een metamorfose in het stationsgebied die in de Arnhemse geschiedenis als uniek te bestempelen is. (…) Het gehele project had ruim € 163 miljoen gekost en het uiteindelijke resultaat werd, ondanks het jarenlang lekkende dak, met lof, gejuich en architectuurprijzen ontvangen.”

Literatuur
De Gelderlander, 9-11-2021.

Roelofs, B., Parels en proefballonnen 2. Kroniek van Arnhem, 2011-2020. Arnhem 2021 (Uitgeverij Jeugdland Arnhem), p. 13-17.

20 november 1641 (woensdag)
Kerkhof Walburgiskerk wordt heropend

Walburgiskerk en Walburgisplein, ca. 1750
Tekening van Hendrik Speelman (mede naar J. de Beijer) in: Het verheerlijkt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezichten en steden, dorpen en sloten enz. Met prenten door H. Spilman naar A. de Haen, Corn. Pronk, J. de Beijer en P. van Liender. Drukkerij en uitgeverij I. Tirion, Amsterdam, 1745-1774.
Grote of Eusebiuskerk en Walburgiskerk, ca. 1650
Detail uit de kaart van Nicolaes van Geelkercken (1639), ingekleurd en gedrukt bij J. Blaeu.
© Scheepvaartmuseum Amsterdam, Collectie Atlas van Loon, Joan Blaeu, Tonneel der Steden, Amsterdam 1649.

20 november 1641 (woensdag)
Kerkhof Walburgiskerk wordt heropend

Het stadsbestuur van Arnhem, de magistraat, gelastte op deze dag in 1641 dat de doden ook bij de Walburgiskerk begraven konden worden. De andere kerkhoven in de stad waren namelijk overvol.
De begraafplaatsen binnen de stadsmuren waren een voortdurende bron van zorg voor het stadsbestuur en de kerkelijke autoriteiten. De kleine kerkhoven bij de kloosters (binnen de stadsmuren o.a. Broerenklooster en Agnietenklooster en daarbuiten o.a. Mariënborn en Monnikenhuizen) werden niet meer gebruikt. Deze katholieke instellingen waren na de Arnhemse Beeldenstormen (1578-1579) gesloopt. Ook de Walburgiskerk en de Janskerk werden toen aan de katholieke eredienst onttrokken. Alleen de kerkhoven bij de Grote of Eusebiuskerk en die bij de Janskerk bleven bestaan. De rijke Arnhemmers konden natuurlijk nog steeds wel een graf in de Eusebiuskerk kopen.
Toen de begraafplaatsen buiten de kerkmuren echter over- en overvol waren, ook door de pestepidemiegolf van 1638, moest toch weer uitgeweken worden naar het voormalige kerkhof van de kanunniken van de Walburgiskerk.

Literatuur en bronnen
De Kerk en de Parochie van St.-Walburgis te Arnhem. Gedenkboek bij het eeuwfeest van de teruggave der kerk 22 juli 1908. Arnhem 1908 (Druk Van Mastrigt en Verhoeven).

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

Timmer, G.J. en J.G Verhoeven, Uit Arnhems Katholiek Verleden. Geschiedkundige Schetsen. Arnhem 1937 (Uitgave van Dagblad van Arnhem).

21 november 2012  (woensdag)
Achttiende-eeuwse ‘Bacchante’ teruggeplaatst

Onthulling Bacchante, 2012
De in Sinterklaastenue gestoken Kees Kant en wethouder Margreet van Gastel onthulden op 21 november 2012 de terugkeer van de Bacchante.
© Fotograaf Harry van Bemmel, 2012. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Beschadigde Neptunus, 2022
Dat cultuurhistorische schatten voortdurende zorg en bescherming behoeven, bleek uitgerekend anderhalve week geleden, vrijdag 11 november 2022. Toen trof een ontstelde Kees Kant het Neptunusbeeld flink beschadigd aan: o.a. drietand weg en rechterarm afgehakt. Het werk van iets teveel door Bacchus benevelde mensen (lees: straalbezopen cultuurvandalen)?
© Fotograaf Kees Kant, 2022. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

21 november 2012  (woensdag)
Achttiende-eeuwse ‘Bacchante’ teruggeplaatst
Het is vandaag op de kop af alweer tien jaar geleden dat de stad een heuglijk cultuur-historisch moment vierde. Dankzij de onvermoeibare inspanningen van Kees Kant, bijgestaan door Jan van Lookeren Campagne, werd het achttiende-eeuwse beeld ‘De Bacchante’ teruggevonden en herplaatst op het Velperplein. Kees Kant had zich de hoedanigheid van Sint Nicolaas aangemeten om samen met wethouder Margreet van Gastel het beeld te onthullen.

François Gijsbert Staatskin baron van Brakell tot den Brakell (1809-1878) had zijn financiële schaapjes op het droge. Daarom kon hij in 1856 zijn toch al riante herenhuis in de Koningstraat verruilen voor ‘the place to be’ in Arnhem in die tijd: de nieuw aangelegde groene singels. Hij betrok een fraaie stadsvilla, die later als Velperbinnensingel nummer 2 door het leven ging. De woning viel in 1986 ten prooi aan de slopershamer door de bouw van de parkeergarage V&D/Musis. Bij de ontruiming van het gekraakte pand leidde, welk een toeval, toenmalig politiechef Kees Kant de ontruiming.
Baron van Brakell tot den Brakell keek in 1856 uit op het groene plantsoen van Musis Sacrum, maar hij wilde een nog fraaier uitzicht. Daarom schonk hij, in twee stappen, de stad achttiende-eeuwse beelden van klassiek-mythologische figuren. Dit met de voorwaarde dat hij de beelden vanuit zijn woning kon zien. De acht beelden uit 1712 van de vermaarde beeldhouwer Ignatius van Logteren (1685-1732) stonden oorspronkelijk op het landgoed Boom en Bosch aan de Vecht bij Breukelen en kwamen nu naar Arnhem.
In de oorlog werden de kunstwerken grotendeels verwoest. Vijf beelden keerden redelijk snel, gerestaureerd en wel, weer terug. Kees Kant vond ‘De Bacchante’ in desolate staat terug in het atelier van restaurateur Ton Mooy. Die knapte het weer helemaal op en in 2012 stond de door de wijngod Bacchus bezielde vrouw met druiventrossen en al weer terug op de singels. De beelden Bacchus/Faun en Jupiter bleven spoorloos, maar wie weet keren ook die eens weer terug naar Arnhem. Aan Kees Kant zal het niet liggen.

Literatuur en bronnen
Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst. Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 31-32, 236.

De Gelderlander, 22-11-2012; https://www.gelderlander.nl/arnhem/arnhemse-dame-terug-op-haar-plek~a7ee3e14/


Fischer, P.M., Inveni!: de beelden van Boom en Bosch staan in Arnhem. Daniël Marot en Ignatius van Logteren. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 21 (2001), nr. 1, p. 2-13.

Fischer, P.M, Ignatius en Jan van Logteren. Beeldhouwers en stuckunstenaars in het Amsterdam van de 18de eeuw. Bezorgd door E. Munnig Schmidt. Alphen aan den Rijn 2005 (Canaletto/ReproHolland BV).

Kant, K., De zoektocht naar de Bacchante. In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 32 (2012), nr. 2, p. 99-102.

Lookeren Campagne, J. van, Een vorstelijke schenking. Hoe de Van Logterenbeelden in Arnhem zijn gekomen. In: Arnhems Historisch Tijdschrift; jrg. 38 (2018), nr. 4, p. 208-215.

Roelofs, B., De was buiten hangen. Arnhemse kwesties 1970-2000. Utrecht 2020 (Uitgeverij Matrijs), p. 84-91.

Velperbinnensingel 2 voor de sloop, 1984
Het in opdracht van baron van Brakell tot Brakell gebouwde woonhuis uit1859 gaf later onderdak aan verschillende zaken. Vlak voor de sloop in 1986 zat een bontzaak erin. De wit gepleisterde panden meer naar links waren het krakersbolwerk.
© Gelders Archief: 1549-1274, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Velperbinnensingel 2 na de sloop, 1986
Burgemeester Job Drijber kwam daags na de politie-ontruimingsactie van de gekraakte panden aan Velperbinnensingel in zijn auto hoogstpersoonlijk kijken naar de nieuwe stand van zaken.
© Gelders Archief: 1549-1274, fotograaf Gemeentearchief Arnhem Joost van der Zeyden, Stamkaarten Arnhem. CC 01.0 licentie (auteursrechtenvrij).

21 november 1698 (zaterdag)
Stovenzetsters zorgen voor kerkonrust

Ordonnantie tegen stovendraagsters, 1698
Bron: Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 84.
Vooroorlogs interieur Eusebiuskerk, ca. 1925
© Gelders Archief: 1500 – 1490, Prentbriefkaarten, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In november wordt het echt koud. En als je dan urenlang in de kerk stil en aandachtig moet luisteren naar de predikant, dan begint de kou door te dringen tot elke vezel van je lichaam. Hoe geestelijk hartverwarmend het Woord Gods ook moge zijn.
Om je extra tegen de kou te beschermen kon je in de 17e eeuw bij het begin van de dienst een stoof huren. Voor de jongere generatie: een stoof is een klein houten of stenen kastje met gloeiende kooltjes erin. Daar zette je voeten op en de warmte werd door het hele lichaam getransporteerd.

Die stoofjes moesten aan het eind van de kerkelijke bijeenkomst wel weer ingeleverd worden. De verhuursters (het waren vrouwen die hiermee een extra centje hoopten te verdienen) zamelden ze dan aan het eind van de dienst weer in om ze de zondag daarop weer te verhuren. Om snel thuis te zijn, begonnen die ‘stovenzetsters’ of ‘stovendraagsters’ nog voordat de prediking formeel was afgelopen, de stoven op te halen. Dat verstoorde de eerbiedige stilte in de kerk en bovenal de woorden van de voorganger.

Daarom vaardigde het stadsbestuur op 21 november 1698 een ordonnantie uit ‘ tegen het gewoel der stovendraagsters’: wie te vroeg de stoofjes ophaalde, werd een middagje vastgezet in het stadhuis. Tevergeefs: op 22 december 1724 moest dit besluit krachtig worden herhaald.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 268.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 264-265.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 84.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 59.

22 november 1615 (zondag)
Overlijden Johannes Fontanus op het Fontanus’ spijker

Plaquette van Fontanus in de Grote of Eusebiuskerk
De geestelijke voorvechter van het nieuwe gereformeerde geloof in de stad werd met een plaquette in ‘zijn’ kerk geëerd.
Foto Cor Beking, 2008 © Jan de Vries en Cor Bekink, 2008.
Fontanus’ spijker, ca. 1770
Beneden loopt de Velperweg: ‘tra publica van Arnhem op Zutphen’. Via een bruggetje over de beek (Molenbeek vanaf landgoed Klarenbeek) bereikt men het kleine landgoed. Rechts loopt de Vosdijk richting de broeklanden (Het Broek).
© Gelders Archief: 2000-561, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Fontanus’ spijker, 1767
Vanaf de windroos linksboven loopt de Velperweg naar beneden ‘Weg na Velp’. No’s 17 en 18 omvatten het vroegere Fontanus’ spijker. In de 18e eeuw heeft het de naam van de nieuwe eigenaar ds. Jean Gavenon, dominee van de Waalse Gemeente in Arnhem: het Gavenons Spijker.
Detail uit; F Beijerinck, Caart van de Monck-huijser Tiend gelegen in het schependumb van Arnhem, 1767.
© Gelders Archief: 0095 Verzameling Tiendarchivalia 275. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Zijn naam is al vaak gevallen in ‘Verleden Vandaag’ en op de website ‘Arneym’: Johannes Fontanus. Hij speelde een belangrijke rol in de overgang van Arnhem naar het protestantisme en drukte als predikant in de Eusebiuskerk nadrukkelijk zijn stempel op het geestelijke, politieke, culturele en dagelijkse leven van de stad.

Fontanus overleed, na 36 jaar voorganger te zijn geweest, in 1615 op zijn buitenverblijf ten oosten van de stad aan de Velperweg. Dat zijn sterfdag een zondag was, is één van die fraaie toevalligheden (?) die het verleden kleur geven.
Het hof, een voormalig spijker (opslagplaats voor graan), kreeg zijn naam: Fontanus’ spijker of Fontanus’ Hof. Het stadsbestuur had hem dat uit erkentelijkheid voor zijn werkzaamheden geschonken.
Het kleine landgoed was één van de pakweg tien voormalige spijkers buiten de stadsmuren. In de moderne tijd is er, op het fabrieksterrein van de Akzo/Tejin, niets meer van terug te vinden. Al naar gelang de financiën van de eigenaar waren de veelal laatmiddeleeuwse spijkers eenvoudige ‘landmanswoningen’ of riante buitenplaatsen geworden. Het Fontanus’ spijker bevond zich in de middenmoot: een kleine woning, een boomgaard en wat akkerland.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 260-261.

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden. Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 30-31, 163, 169-171.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), pp. 72-73.
Hier wordt abusievelijk als overlijdensjaar 1616 genoemd.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), pp. 187-223, p. 221-222.

23 november 1836 (woensdag)
Verkrijging grond voor Koepelkerk

St. Janskerk, ca. 1745
De gotische Janskerk van de Commanderij van St. Jan, gesloopt in 1817.
Tekening van Jan de Beijer.
© Gelders Archief: 1551 – 2867, J. de Beijer. Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Koepelkerk, 1852
De Koepelkerk werd niet exact op dezelfde plaats als de vroegere Janskerk gebouwd, maar iets meer naar achteren, oostwaarts. Ter vergelijking: de achterkant (kooromgang) van de Janskerk zou nu net links naast (ten westen) de ingang van de Koepelkerk liggen.
© Gelders Archief: 1551 – 2907, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De Hervormde Gemeente te Arnhem wilde rond 1835 een nieuwe kerk bouwen en liet zijn oog vallen op de terreinen van de voormalige Commanderij van St. Jan. Het ommuurde terrein van de vroegere hospitaalridders was al een tijdje in gemeentelijke handen. De eens zo prachtige gotische Janskerk met twee torens was zo bouwvallig dat deze al in 1817 ten prooi viel aan de sloophamer. Een van de torens was in 1809 uit voorzichtigheid al neergehaald.

Het ontwerp voor de nieuwe Janskerk kwam van stadsarchitect Anthony Aytinck van Falkenstein. Van zijn hand was ook de Willemskazerne en het was geen toeval dat die op een steenworp afstand lag. De fraaie neoclassicistische Koepelkerk moest vooral de officieren van de kazerne naar de zondagsdiensten lokken. In maart 1837 vond de aanbesteding plaats voor 52.000 gulden. De eerste steenlegging volgde op 14 juni 1837. Twee dagen later bezocht koning Willem I het bouwterrein.

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 391-394.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 72-73.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.

Wander, R.H.J., Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem. Utrecht 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 23-24.

24 november 1816 (zondag)
Geslacht Huyghens in de adelstand

Familiewapen van Rutger Huijghens, 1666
Het familiewapen van Rutger Huijgens zoals opgenomen in het wapenboek van de St.-Joost schutterij in Arnhem.
© Gelders Archief: 2089-2.13 Wapenboek van het “Collegium vetus fraternitatis Sancti Jodoci” of St. Joosten schutterij, opgemaakt omstreeks het midden der 17de eeuw, bijgehouden tot 1785. Nr. 70. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Adellijk wapen van de familie Huyghens, 1816
Als de familie Huyghens in de adelstand wordt verheven, wordt hen ook een ‘echt’ adellijk familiewapen toegekend.
Bron: C. O.A. Schimmelpenninck van der Oije (e.a.), Wapenregister van de Nederlandse adel Hoge Raad van Adel 1814 – 2014.

Iedere Arnhemmer kent de Huijghenslaan. De fraaie allee, die door zijn omvang vaak dient als racebaan, is niet genoemd naar de 17-eeuwse Constantijn Huyghens (dichter, staatsman) of zijn zoon Christiaan (natuur- en wiskundige).

De naam komt van het Arnhemse regentengeslacht Huyghen/Huijghens, dat geen familiebanden had met de Haagse Huyghens.
Om precies te zijn is de naam van de 17e-eeuwse Arnhemse burgemeester Rutger Huijgens (1586-166). Hij was eigenaar van het, bij de Huijgenslaan gelegen, landgoed Klarenbeek (‘Huijgens goet’). Rutger vergrootte dat bezit en werd voor een deel in landschappelijke stijl door hem verfraaid. Dat lukte hem mede dankzij de opbrengsten van zijn aandelen in de VOC.
Het was niet een man die stil zat. Tot op hoge leeftijd was hij actief in de landelijke politiek: lid van de Staten-Generaal en als 78-jarige nog vergezelde hij o.a. admiraal Michel de Ruyter in een van de Engelse zeeoorlogen.

De Huyghens, die met zijtakken van hun stamboom ook bestuursfuncties in andere steden vervulden, wilden zich graag meten met de ‘echte’ oude adel. Alleen een titel ontbrak er nog aan, hoewel Rutger zich graag als ‘Heer van Klarenbeek’ liet aanspreken.
Daar kwam verandering in als een verre nazaat van Rutger, mr. Hendrik Huyghens (1755-1838), het lukt om in 1816 bij Koninklijk Besluit van 24 november in de adelstand te worden verheven. Hij mag zich jonkheer noemen.
De vreugde is van korte duur: een gezinsdrama treft de familie. Hendriks enige zoon en vier dochters overlijden, zijn dochters al dan niet getrouwd, en daarmee sterft ook het adellijke geslacht Huyghens in 1861 weer uit.

Literatuur

Breugel Douglas, C. van, Geslacht Huyghens. In: De Navorscher, jrg. 30 (1880), pp. 149-156.

Potjer, M. Brieven van Constantijn Huijgens en Rutger Huijghens. In: Arnhem de genoeglijkste, jrg. 24 (2004), nr. 1, p. 14-18.

Potjer, M., Rutger Huyghens (1586-1666), een vitale regent. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 102-103..

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden. Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 102-104.

25 november 1663 (zondag)
Santberg in de Rijn gestort

Santberg met Joodse begraafplaats, 1782
De Doesburgse schilder Derk Jan van Elten (1750-1807) schilderde in 1782 de Santberg met de Joodse begraafplaats. Vanaf de openbare weg mochten de graven niet te zien zijn. Daarom werd een houten schutting rondom de dodenakker geplaatst.
© Museum Arnhem: GM 03390. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Santberg / Sinckenberg, 1741
Op deze met waterverf ingekleurde tekening is ‘Onderlangs’ niet meer dan een smal (jaag)pad dat bij hoog water blank staat. De inham links in de stuwwal is de Sinckenbergh, het in 1660 ingestorte deel van de
 huidige Utrechtseweg.
Maker: Jan de Beijer, De Stadt Arnem langens den Rhijn.
© Gelders Archief: 1551-3850, Topografisch-historische atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

25 november 1663 (zondag)
Santberg in de Rijn gestort
Vanaf het fraaie nieuw-gerestaureerde en uitgebreide Museum Arnhem is het uitzicht vanaf de stuwwal over de Rijn en de Betuwe schitterend. De heuvel waarop het museum staat, werd vroeger de Santberg genoemd, ook omdat de pottenbakkers van de stad daar graag hun grondstof vandaan haalden.
Bij de Santberg maakte de Rijn een flauwe bocht en schuurde de heuvel onderaan flink uit. Bij een hevige stormwind in 1660 stortte vervolgens een flink deel van de heuvel in. Het ingestorte deel kreeg de naam Sinckelenbergh.
Landmeter Willem Leenen werd erop uitgestuurd om de schade op te nemen. Zijn rapport diende hij vandaag in 1663 in. Om de heuvel te behouden zouden er flink wat ‘rijs-, tuin- en kribwerken’ uitgevoerd moeten worden.
In 1755 kreeg de joodse gemeenschap in Arnhem toestemming om bij het ingestorte deel van de Santberg kerkhof in te richten. Deze is nog steeds te bezoeken.

Literatuur  en bronnen
Kooger, H., Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem. Arnhem 1987 (KEMA), p. 44-46.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 343, 476-477.

Nijhoff, P., Registers op het Archief, afkomstig van het voormalig Hof des Vorstendoms Gelre en Graafschaps Zutphen. Opgemaakt volgens besluit van Heeren Gedeputeerde Staten der provincie Gelderland van 9 December 1851 , nº. 3. Arnhem 1856 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 391-392.

25 november 2012 (donderdag)
Vitesse wint van PSV

Vandaag, 25-11-2021, speelt Vitesse in de Conference League de uitwedstrijd tegen Rennes. ‘Arneym’ had daar graag, net als twee weken geleden tegen Tottenham Hotspur, bij willen zijn. Helaas, de aangescherpte corona-maatregelen gooiden roet in het voetbaleten.
Afgelopen weekend verloren de geelzwarte helden (vrij kansloos) van PSV met 2-0.

Hoe anders was dat op 25 november 2012 in een beladen uitwedstrijd tegen de Eindhovenaren. Na een 1-0 achterstand wisten de Arnhemmers te winnen met 1-2. Het winnende doelpunt kwam van cultclubheld Wilfried Bony.Daddy Cool’ zou dat jaar topscorer worden van de eredivisie.
Het was een beladen wedstrijd, want de trainer van Vitesse was op dat moment Fred Rutten, die een seizoen eerder nog leiding gaf aan PSV. Als extra zout in de Eindhovense wonde kwam de gelijkmaker van Vitesse ook van een oud-PSV’er, Jonathan Reis.
De trainer van PSV in 2012? Ja, daar is ie weer: Dick(y) Advocaat, sinds gisteren oud-bondscoach van Irak.
|
Literatuur
Reurink, F., Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen. Oosterbeek 2017 (Uitgeverij Kontrast), p. 426.

26 november 1962 (maandag)
Open Het Dorp

Mies Bouwman met minister Klompé
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo, toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5511, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Mies Bouwman met dokter Klapwijk
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo toegang, 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5512, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Mies Bouwman met Bronbeekbewoner
Oud-KNIL’er Syt van Rooy, 93 jaar, moedigt het Nederlandse volk aan geld te geven.
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo, toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5516, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op 26 november 1962 startte de 23-urige marathonuitzending ‘Open Het Dorp’. De geldinzamelmanifestatie bracht niet alleen eeuwige roem voor presentatrice Mies Bouwman, maar legde ook het financiële fundament ruim (uiteindelijke 21 miljoen gulden) voor Het Dorp in Arnhem.

Tijden veranderen, want op dit moment (2021) is de ontmanteling van de oorspronkelijke bebouwing van Het Dorp bijna voltooid. Tal van Arnhemmers traden op in de show om de Nederlandse bevolking aan te moedigen royaal geld te storten. Natuurlijk was daar dr. Klapwijk, de initiatiefnemer van Het Dorp. Ook ontbrak de in Arnhem geboren Marga Klompé, minister van Maatschappelijk Werk, niet. De landelijke betekenis van haar beleid, met als hoogtepunt de invoering van de Algemene Bijstandswet (1965) is van enorme betekenis geweest. Ook bewoners, oud-KNIL’ers, van Bronbeek deden hun duit in het zakje.

27 november 1771 (woensdag)
Inflatie in Arnhem: extra korenopslag in de Waag

Waag op de Markt, 1790
In de Waag, gebouwd tussen 1761 en 1768, werd in 1771 een extra roggevoorraad uit Estland opgeslagen om de inflatie en dreigende voedselschaarste het hoofd te bieden.
© Gelders Archief: 1501-04-8055, onbekende maker, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Arnhem: geen graan maar tabak, 18e eeuw
De heuvels ten noorden van Arnhem waren weinig geschikt voor grootschalige graanteelt. Bovendien waren veel boeren in de zeventiende eeuw overgegaan op het verbouwen van het meer lucratieve handelsgewas tabak. Links vooraan één van de vele tabaksschuren ten noordwesten van de stad en op de achtergrond de stad met de toren van de Eusebiuskerk.
© Gelders Archief: 1551-3847, tekening van Theodorus Cornelis Schutter (1757), Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

27 november 1771 (woensdag)
Inflatie in Arnhem: extra korenopslag in de Waag
Inflatie is van alle tijden. Ook rond 1770 stegen de prijzen van de dagelijkse levensbehoeften onevenredig hoog. De algemene bevolkingsgroei in heel Europa was daar vooral de oorzaak van. De groeiende bevolking deed de vraag naar graan stijgen en op de arbeidsmarkt kon niet iedereen meer werk vinden. Geen werk, geen inkomsten, geen gelegenheid om duurder brood te kopen.
Zo ook in Arnhem. De prijzen van tarwe (voor de gegoede burgerij) en rogge (grondstof voor het brood voor de ‘gewone’ Arnhemmer en de armen) stegen gigantisch. Bovendien wachtten veel graanhandelaren met de verkoop van het geoogste graan in de hoop dat de prijzen nog verder zouden stijgen. De graanpakhuizen lagen vol, maar de flink deel van de bevolking leed honger.

Op woensdag 27 november 1771 werd de situatie het Arnhemse stadsbestuur teveel. Via graanhandelaren in Amsterdam werd zo’n 80.000 kilo rogge uit Estland gekocht (‘veertig last Revalsche rog ad 190 goudgulden’; Reval was de achttiende-eeuwse naam voor de Estse hoofdstad Talinn). Die rogge werd opgeslagen op de bovenverdiepingen en zolder van de zojuist gebouwde stadswaag op de Markt. Dat gebouw, hoewel bijna volledig verwoest tijdens de Slag om Arnhem, is nog steeds een prachtig gerestaureerde achttiende-eeuwse parel van stadstimmerman Hendrik Viervant.

Literatuur en bronnen
Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 160-161.

Klep, P.M.M., Economische en sociale ontwikkeling. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 116-171, vooral p. 119-121.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 114.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 234.

27 november 1942 (vrijdag)
Jacob Koppel vermoord in Auschwitz

Markt met Joods bejaardentehuis, ca. 1920
Uiterst links het vroegere Paleis van Justitie. Rechts daarvan, op de hoek met de Hofstraat, het gebouw van Beth Mikloth Lezikno, het ‘Israelitisch Oudelieden-gesticht’.
Rechts zien we de nieuwe dakspanten van het in aanbouw zijnde nieuwe Provinciehuis, dat in 1924 zou worden geopend.
© Gelders Archief: 1501-04 – 7756, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

‘Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaal ze honderd malen
alle malen zal ik wenen.’ 

Slot van Leo Vromans, ‘Vrede’, uit de bundel ‘Slaapwandelen’, 1957.

Het gruwelverhaal van de Holocaust is bekend, maar bevat ook weer vele onbekende verhalen.
Waarom is bijvoorbeeld de in Arnhem geboren (1868) Jacob Koppel op 74-jarige leeftijd in november 1942 vermoord in Auschwitz? Hij woonde namelijk in het ‘Tehuis voor Israëlitische Oudelieden – Beth Mikloth Lezikno’ aan de Markt in Arnhem. De grote razzia op dat Joodse bejaardenhuis is twee weken na Jacobs dood, op 10 december 1942. Tachtig bewoners en personeelsleden werden opgepakt en gedeporteerd.
Waarom werd Jacob, en het grootste deel van zijn gezin dat elders in Arnhem woonde, al eerder vermoord?

Hoe meer je weet, hoe meer vragen er komen. Vragen die het begin vormen van een nieuw verhaal.

28 november 1698 (vrijdag)
Waag in vroegere Catharinagasthuis

Bakkerstraat met vroegere Catharinagasthuis, ca. 1650
Op de hoek van de Bakkerstraat en de Pastoorstraat (op de kaart nr. 26) stond het Catharinagasthuis met de bijbehorende kerk.
Detail van de plattegrond van Arnhem, uitgeven door Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

Na de Arnhemse Beeldenstormen (1578/1579) werd het Catharinagasthuis aan de Bakkerstraat niet gesloopt, maar ook niet meer onderhouden. In 1636 moest de toren van de kapel wegens instortingsgevaar gesloopt worden.
Toen in datzelfde jaar de laatste nonnen van het Agnietenklooster waren gestorven, verhuisde de gasthuisfunctie naar die gebouwen aan de Beekstraat.
Op 28 november 1698 besloot het stadsbestuur om het voormalige gasthuis in te richten als waaggebouw. De grote markt op de Markt was immers om de hoek. Daarvoor werden wel alle kerkvensters dichtgemetseld en nieuwe vloerbalken aangebracht. Behalve de waag, werd het gasthuiscomplex ook gebruikt als onderkomen voor de Franse School, de Neder-Duitse School en als turfopslag.
Honderd jaar later besluit de magistraat van de stad om een nieuw Waagebouw op de Markt te bouwen. Het pand in de Bakkerstraat werd ingericht als schouwburg, ‘De Komedie’.

Literatuur
Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.  In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933. (Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 174..

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 114, 354-355

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 59.

29 november 1791 (vrijdag)
Vrolijke viering St. Caecilia-Concert

Wapen St. Caecilia-Concert, 17e eeuw
Het wapen van het ‘Collegium Musicum’, oftewel het Sint Caecilia-Concert’ onder de zinspreuk ‘Si Vox est, canta’: als je een stem hebt, zing. Later is dit in een beroemde kinderliedjesboekenserie geworden ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’.
Bovenaan in het wapen prijkt op een stok de vrijheidshoed. Zingen maakt je vrij van de zorgen van alledag of had het aan het eind van de zestiende eeuw nog een andere (politiek-religieuze) betekenis?
© Gelders Archief: 2052-16, Wapenboek St. Caecilia, 1663-1740. Muziek-college St. Caecilia. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Het Caecilia-Concert te Arnhem, 1791
Gelithografeerde omslag van het gedenkboek bij het 200-jarig bestaan.
Bron: Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven.
Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.).

Op 22 november 1591 werd in Arnhem de muziekvereniging ‘Het Caecilia-Concert’ opgericht. De muziekvereniging was de voorloper van Het Gelders Orkest, sinds 1 juni 2020 Phion.
Tweehonderd jaar later werd de stichting gevierd in de eetzaal (reventer) van het St. Catharinagasthuis aan de Beekstraat. Er werd door de 44 feestgangers volop gemusiceerd en gezongen (o.a. concertante van Jean-Baptiste Davaux), maar nog meer werd er getoost en geproost. En er was veel om een heilwens over uit te spreken tot “vijf ure in den morgenstond”:

“Men dronk vervolgens aan dezen feestdisch de volgende conditiën:
Welkomst aan tafel;
gezondheden twee aan twee,
den regter en linker duim;
getrouwde dames,
inclinatiën:

voorts met bokalen:
de Staten der provincie ,
Stadhouder en het vorstelijk huis ,
richter en heeren van den Magistraat,
presidenten van het Hof,
Rekenkamer en Gedeputeerden,
over- en onderhuismeesters en rentmeester van het gasthuis;
met fanfares à la santé du jour in volle bokaaltjes, behalve degenen die hensden .
De groote hens voor de henspligtige leden en die van den Magistraat;
de kleine hens voor de geactionneerden van den Fiskaal.
Weder met kleine bokaaltjes:
de beste,
de vriend van de beste,
vaderlandje lief
en alle mooije meisjes,
vriendschap enz.”

Toelichting
den regter en linker duim = aanwezigen haken bij elkaar duimen in als teken van verbroedering,
inclinatien = genegenheid, liefde
groote hens = groot glas / grote heildronk
henspligtigen = zie die moeten werken
geactionneerden van den Fiskaal = medewerkers van de rechtbank

Literatuur en bronnen
Jacobs, I.D., Muziekleven. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 304-321.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 294-296.

Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven. Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.), p. 20-21.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 8.

Zeven, A., De twee wapenboeken van het St. Caecilia-Concert te Arnhem opgericht in 1591. Wapenreproducties en beschrijvingen. Wageningen-Wassenaar 2015 (Eigen beheer).
URL: https://antonzeven.nl/wp-content/uploads/2015/11/Wapenboek-Caecilia-Concert-Arnhem.pdf, geraadpleegd o.a. 6-3-2022.

30 november 1813 (dinsdag)
Slag om Arnhem, 1813

Belegering van Arnhem, 1813
Bronnen:
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1913 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 29.
 
Lunteren, P. van, Slag om Arnhem, 1813.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr 1, pp. 25-31, p. 28 (afbeelding van de kaart uit Fockema (1913).
Sturm von Arnheim, 1813
Bron: Boonstra, O., Lunteren P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming. Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), p. 130.

Voor de Slag om Arnhem in 1944 ging in de stad vooral de aandacht uit naar de gevechten om de stad in 1813. Die gebeurtenis werd in vele jaren (1863, 1913) groots herdacht.
Dit jaar (2021) pakken we een deelgebeurtenis uit de hele slag eruit: de ligging van de Pruisische troepen rondom de stad voordat de eigenlijke gevechten rond 12.00 uur bij de stad beginnen.

Aan de Utrechtseweg, bij de samenkomst van Onderlangs, bevond zich de eerste Pruisische colonne. Deze moest samen met colonne twee ter hoogte van de Sterrenberg aan de Amsterdamseweg de hoofdaanval op het retranchement (aarden verdedigingswal met lunetten) voor de Rijnpoort uitvoeren. Hoofddoel van de aanval was namelijk de schipburg bij Arnhem. De inname daarvan moest voorkomen dat de Franse hoofdmacht in Nijmegen een doorsteek naar de Pruisen kon maken.
De derde colonne, ter hoogte van Zypendaal, moest de Janspoort bezetten. De vierde colonne, bij wat nu Station Velperpoort is, nam de aanval op de Velperpoort voor zijn rekening. De kleine vijfde colonne moest vanaf de Westervoortsedijk opmarcheren naar de Sabelspoort.

Literatuur
Boonstra, O., Lunteren P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming. Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren).

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.  Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij).

Lunteren, P. van, Slag om Arnhem, 1813. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr 1, pp. 25-31.

Oktober Verleden Vandaag

Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.

  2   3           8     10   11   12   13   14   15   16
17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   31

1 oktober 1894 (maandag)
Gemeente wil deel van Warnsborn kopen

Huis Groot Warnsborn, ca. 1855
Warnsborn was de verzamelnaam voor verschillende kleiner grondstukken zoals het Hoge en het Lage Erf. Met de bouw van een tweede landhuis aan de Amsterdamseweg, Klein Warnsborn, kreeg het oorspronkelijke landhuis de naam Groot Warnsborn. Het huis brandde aan het eind van de oorlog af en op de fundamenten werd het huidige Hotel Groot Warnsborn gebouwd.
© Gelders Archief: 1551-3000, Uitgave van kunsthandel Frans Buffa en Zn., Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Warnsborn in de verkoop, 1894
De buitenplaats Warnsborn was een complex van verschillende gebouwen en gronden.
In: Arnhemsche Courant, 3-9-1894. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=MMKB08:000092713:mpeg21:a0008

1 oktober 1894 (maandag)
Gemeente wil deel van Warnsborn kopen
Het uitgebreide grondbezit van het klooster Mariënborn/Mariëndaal werd na de Hervorming publiekelijk verkocht en raakte vanaf 1640 versnipperd. In de negentiende eeuw kwam het landgoed in handen Amsterdamse ondernemers. Zij verfraaiden het gebied door het landhuis te vergroten, wegen aan te leggen, boerderijen neer te zetten en een heuse oranjerie en ijskelder te bouwen. Toen bankier Willem Frederik Piek besloot de complete buitenplaats in een veiling aan de hoogstbiedende te verkopen, kwam het Arnhemse gemeentebestuur in actie. Na de succesvolle aankoop van het landgoed Klarenbeek zes jaar eerder wilde B&W nu ook de natuur ten noordwesten van de stad veilig stellen. De gemeenteraad ging op maandag 1 oktober 1894 akkoord, maar Gedeputeerde Staten van Gelderland vonden het aankoopbedrag van 130.000 gulden, waarvoor een extra lening moest worden afgesloten, iets teveel van het goed en draaiden het besluit terug.
Daarop sprong de familie Van Verschuer in. Frans Hendrik baron van Verschuer (1843-1930), broer van gemeenteraadslid Barthold Pieter van Verschuer (1841-1910), kocht het landgoed op naam van zijn vrouw. Zij, Catharina Wilhelmina barones van Balveren (1856-1944), liet het landgoed bij haar dood na aan de Stichting Het Geldersch Landschap. Zo werd het landgoed alsnog veilig gesteld voor publiekelijk gebruik.

Literatuur en bronnen
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 131.

Jacobs, I. D., Schaarsbergen. Ontginningsdorp in Arnhem-Noord. Utrecht 2021 (Uitgeverij Matrijs), p. 43-53.

Ven, A.J. van de, De oude buitenverblijven rondom de stad. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 187-223, in het bijzonder p. 199-200.

Gemeenteraad, 1-10-1894
In de vergadering van de gemeenteraad werd achter gesloten deuren het voorstel om een deel van Warnsborn aan te kopen behandeld. Met achttien tegen zes stemmen werd het voorstel aangenomen.
Bron: Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 1-10-1894.
In: Gelders Archief: 2192-118, Secretarie Gemeente Arnhem.Links
Warnsborn, ca. 1900
De verschillende onderdelen van Warnsborn zijn op deze kaart van ca. 1900 goed te zien.
© Gelders Archief: 1506-1439, lithografie J. Smulders en Co. in Den Haag, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie volledige kaart:
https://permalink.geldersarchief.nl/01389CFCDB6F48A1A4C56FD7250E016B

2 oktober 1944 (maandag)
Verwoestend bombardement op Huissen

Bombardement op Huissen, 2-10-1944
Boven de woonkern van Huissen (rechts) en bij het Looveer (links) zijn de rookpluimen van de branden als gevolg van het bombardement goed te zien.
© Luchtfoto van de RAF, 2-10-1944. Met dank aan Historische Kring Huessen.
RK Kerk Huissen verwoest, 1944-1945
Ook de rooms-katholieke Onze-Lieve-Vrouwekerk, het herkenbare gezichtspunt van Huissen, ontkwam niet aan het verwoestende bombardement van 2 oktober 1944.
© Gelders Archief: 1584-1130, fotograaf Nico Kramer, CC-BY-4.0 licentie.(alle rechten voorbehouden).

2 oktober 1944 (maandag)
Verwoestend bombardement op Huissen

Vandaag maken we een uitstapje naar onze buurgemeente Lingewaard, om precies te zijn naar de stad (sinds 1314) Huissen. Daar vond op maandag 2 oktober 1944 een verwoestend geallieerd bombardement plaats dat aan 98 mensen het leven kostte en het oude centrum in puin legde.
Na de mislukte Operatie Market Garden en de door geallieerden verloren Slag om Arnhem hergroepeerden de Duitse en geallieerde troepen zich. Piloten van de RAF zien op zondag 1 oktober een aantal Duitse tanks bij Huissen. Besloten wordt om die de volgende dag met Britse en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen uit te schakelen. Op 2 oktober, een zonnige en heldere dag, laten rond 13.00 uur twaalf geallieerde vliegtuigen in twee formaties van zes stuks elk hun verwoestende lading van driehonderd bommen (500 ponders) boven Huissen vallen. De plaats telde, door de vele evacués van Operatie Market Garden, geen 6.000 maar 10.000 bewoners. Bijna honderd daarvan komen om en vrijwel het hele historische centrum werd in de as gelegd. Het extra wrange: geen enkele Duitse tank werd geraakt. Die waren inmiddels al een flink stuk voorbij Huissen.

Opdat wij niet vergeten!

Literatuur en bronnen
Loonen, M. (red.), De canon van Lingewaard. Huissen-Lingewaard 2009, p. 58-59.

3 oktober 1528 (woensdag)
Vrede van Gorinchem: hertog Karel heeft kinderen nodig

Verrassing van Arnhem ‘met de molenkar’, 1514
Het begin van de roem van Karel van Gelre begon in 1514 met de inname van de laatste Gelderse stad die nog niet in zijn bezit was: Arnhem.  Van Slichtenhorst schreef in 1654: ‘Als Нertogh Karel, die noyt van gedachten en aenslaghen ledigh was, met verdriet en hoofd-zweer teruggedacht, dat Arnhem (…) пoch bleef afgezonderd’ Hij veroverde de stad in een variant op ‘het Paard van Troje’. Hij verstopte op een kar met meel- en hopzakken wat soldaten. Eenmaal binnen de stad openden die de poorten voor de troepen van Karel van Gelre die buiten de stadsmuren stonden te wachten.
Fantasievolle tekening van Barend Wijnveld jr. (1820-1902).
© Amsterdam Museum: inv. A 5129. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Karel van Gelre, de Hercules van zijn tijd, ca. 1518
Van Karel van Gelre zijn maar weinig portretten bekend. De meeste, zoals deze gravure uit het boek van Pontanus uit 1639, gaan terug op zijn huwelijksportret uit 1518. Karel houdt ook hier in zijn hand een anjelier vast, het symbool van huwelijkse trouw. De weinig bescheiden Latijnse tekst onder het portret is ook een politieke verklaring met een toenadering tot Frankrijk. Karel wordt een nazaat van de Sicambriërs genoemd. Uit deze middeleeuwse Frankische stam kwam rond 500 ook het Franse koningshuis voort.
Randschrift om het portret: ‘Karel van Egmond, Hertog van Gelre en Graaf van Zutphen en Heer van Groningen en Ommelanden’
Onderschrift:
‘Bedenk dat de Karel die je ziet, uit het oude volk van de Sicambriërs,
de Heracles van onze tijd is.
Voor hem, als jongen, jongeman, man en grijsaard
ging er nauwelijks een dag voorbij die geen ellende kende.
Wat zal ik noemen, de gevangenis of de oorlog, de val van zijn vaderland!
Hij was groter dan dit alles en aan alles wat hierop lijkt.’

Afbeelding in: Pontanus, J.I., Historiae Gelricae libri XIV. Harderwijk en Amsterdam 1639 (Gedrukt door N. van Wieringen en uitgegeven door J. Janssonius).
© Gelders Archief: 1551-897 , auteursrecht P. de Zetter, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

3 oktober 1528 (woensdag)
Vrede van Gorinchem: hertog Karel heeft kinderen nodig
Alles wat Karel van Egmond, hertog van Gelre, in de tien jaar daarvoor had opgebouwd, viel in 1524 weer uit zijn handen. De hertog had in 1514 door de inname ‘met de molenkar’ van Arnhem heel Gelre weer onder zijn controle. Vervolgens maakte hij handig gebruik van de onrust in het noorden van de Nederlanden. Met de steun van zijn veldheer Maarten van Rossem en de Friese opstandeling Pier Donia van Kimswerd, ‘Grutte Pier, werd hij uitgeroepen tot heer van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. In 1524 was Karel op het toppunt van zijn macht. Hij was de baas over een groot aaneengesloten gebied van het Gelderse Roermond tot aan Leeuwarden en Groningen toe.
Keizer Karel V was in die jaren in zijn Duitse Rijk vooral druk met een religieus-politiek conflict van een nog grotere omvang. Verschillende Duitse vorsten hadden de kant van de protestantse Luther gekozen. Dat was een doorn in het oog van de vurige katholiek Karel V met enkele godsdienstoorlogen als gevolg.
Nadat Karel van Gelre in 1528 zijn veldmaarschalk Van Rossem veld- en plundertochten naar Den Haag en Utrecht liet houden, kwam keizer Karel in actie. Met een grote legermacht dwong hij de Gelderse hertog op woensdag 3 oktober 1528 tot het ondertekenen van een akkoord, de Vrede van Gorinchem. De Gelderse heer kwam er eigenlijk genadig vanaf. In ruil voor persoonlijke en militaire trouw aan keizer Karel, o.a. in de vorm van een flink jaargeld en tweehonderdvijftig ruiters, mocht hertog Karel Gelre, Groningen en Drenthe houden. Wel werd afgesproken dat Karel V heer van Gelre werd als Karel van Gelre bij zijn dood geen wettige nakomelingen naliet. De vooruitzichten waren wat dat betreft somber. Het tienjarige huwelijk met Elisabeth van Brunswijk had de zestigjarige Karel en zijn 33-jarige echtgenote nog geen kinderen opgeleverd. Wel had Karel voor zijn huwelijk bij verschillende vrouwen zeven (bastaard)kinderen verwekt, maar die telden niet mee.

Literatuur  en bronnen
Bosch, R.A.A., Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanciën, sociaal-politiek structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550.  Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren, Werken Gelre no. 62), p. 136-138.

Hellinga, G.G., Hertogen van Gelre. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (1021-1581).
Zutphen 2012 (Uitgeverij Walburg Pers), p. 145-149.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd. (6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875).  Deel 6-2, p. CLXIX-CLXXVII, p. 932-935 en deel 6-3, p. III-XXI.

Slichtenhorst, A. van, XIV. boeken van de Geldersse geschiedenissen. Van ’t begin af vervolghd tot aen de afzweeringh des Konincx van Spanien. Arnhem 1654 (Uitgever J. van den Biesen), p 330-343 (Boek XI, no. 59-67).

Witteveen, M., Maarten van Rossem. Krijgsheer en Bouwer Gelre 1500-1555. Zutphen 2020 (Uitgeverij Walburg Pers), p. 73-80.

4 oktober 1814 (dinsdag)
‘Soeverein’ krijgt Arnhems zilver op goud

Schipbrug bij Arnhem ca. 1830
Vanaf de zuidoever van de Rijn kwam vorst Willem I rond acht uur ’s avonds met een koets de stad in.
Gewassen tekening met penseel in kleuren en pen van Abraham Johannes Couwenberg (1806-1844).
© Gelders Archief: 1551-89, A. J. Couwenberg, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Soeverein Vorst in Arnhem, 1814
De Arnhemsche Courant deed uitgebreid verslag van het bezoek van Willem I aan de stad.
In: Arnhemsche Courant,6-10-1814. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010041173:mpeg21:p001

4 oktober 1814 (dinsdag)
‘Soeverein’ krijgt Arnhems zilver op goud

Willem I was in oktober 1814 nog geen koning. Die titel werd hem pas enkele maanden later door de Europese vorsten op het Congres van Wenen verleend. De teruggekeerde zoon van de in 1795 verdreven stadhouder Willem V tooide zich met de titel ‘Souverein Vorst’. Dat ‘soevereine’ maakte wel de ambities van Willem I zichtbaar. Hij beschouwde zich als het oppergezag van het land, die het grootste deel van het parlement benoemde en de ministers zag als zijn dienaren.
Dat deed aan de populariteit van de vorst onder de bevolking niets af, zoals zijn bezoek aan Arnhem op dinsdag 4 oktober liet zien. De stad was nog aan het opkrabbelen van de rampspoed die de Fransen en keizer Napoleon hadden aangericht. Overal in de stad en niet alleen op de schipbrug, waarover Willem vanuit ’s Hertogenbosch via Nijmegen om acht uur ’s avonds in het schemerdonker de stad binnenkwam, was feestverlichting (‘illuminatien’) aangebracht. Erebogen met fraaie spreuken stonden aan de Rijnpoort en in de Rijnstraat, Bakkerstraat en bij het stadhuis op de Markt. De Arnhemsche Courant, die twee dagen later uitgebreid verslag deed van het bezoek, citeerde ze stuk voor stuk. Het rijmdicht bij het stadhuis luidde:

‘Door Eeuwen trotsch op roem, en heil in ’s Lands historie;
Door bittre ervaring, daar voor schand en ramp gekocht,
Heeft d’ Almacht zelf getoond, dat Nederlands bloei en glorie,
Voor eeuwig aan ’t bezit van Nassau is verknocht.’

Dankzij dat krantenverslag kunnen we ook een tegenspraak in de literatuur op lossen. In Fockema c.s. staat dat de vorst gouden stadssleutels kreeg aangeboden. Knap c.s. vermeldt dat dit zilveren sleutels waren en dat klopt: ‘twee nieuw vervaardigde zilvere in het vuur vergulde Sleutels, op een fluweel, met goud geborduurd Kussen.’
Hoe lang zal het duren voordat zijn nazaat Willem-Alexander weer zulke huldeblijken ten deel zal vallen?

Literatuur  en bronnen
Arnhemsche Courant, 6-10-1814.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal,. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 81.

Haak, S.P., Arnhem door de eeuwen heen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933. (Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 29-91, p. 83.

Knap, W. W.G.Zn. en G.F.C. Vergouwe, Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan. Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 117.

5 oktober 1624 (zaterdag)
Arnhemse pestordonnantie met ‘karbonkel’ veroverde de wereld

Pestordonnantie, 1624
De Arnhemse Pestordonnantie met de  waarvan het opschrift o.a. zegt:
“Wanneer ghij niet hooren sult de stemme des Heeren uwwes Godts
(…) zoo sullen alle de vloecken over u comen (…)
De Heere zal u de Pestilentie aanhanghen …”.
Het gereformeerde stadsbestuur dacht de oorzaak van de pestepidemie te kennen, maar geen rattenvlo te bekennen in de ordonnantie. Strikt Bijbelvast was het stadsbestuur ook niet. Het Bijbelcitaat zou volgens het voorblad vers 15 zijn uit het Bijbelboek Deuteronomium 28, maar ook de verzen 21 en 22 worden aangehaald.
Voorblad van: Pestordonnantie uit last van de Magistraet van Arnhem, Arnhem 1624.
‘t Pesthuys, ca. 1690
Het opvang- en verpleeghuis op het terrein van het Agnietenklooster.
© Gelders Archief: 1551-2949, tekening van Jacobus Stellingwerff, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

5 oktober 1624 (zaterdag)
Arnhemse pestordonnantie met ‘karbonkel’ veroverde de wereld

Het besluit dat het Arnhemse stadsbestuur vandaag in 1624 in drukvorm uit liet brengen, werd de afgelopen eeuwen in bijna elk boek over de pest, wereldwijd, opgenomen. En dat is niet vreemd. Tekst en afbeelding van de ‘Pestordonnantie van 1624’ tonen op de omslag verschillende facetten van de pest. Dat:
– de pest een straf van God was en dat de feitelijke oorzaak (een bacil die door rattenvlooien verspreid werd) onbekend was;
– de stadsgeneesheren (‘medicijn doctoren’) het stadsbestuur adviseerden;
– de pest zich uit in o.a. gezwellen, koorts en geelzucht;
– rijk en arm (de tekening laat een zieke welgestelde burger zien) niet gespaard bleven;
– de boekdrukkunst steeds meer werd ingezet voor verspreiding van besluiten.
Het duurde wel enkele maanden voordat de drukker Jansz. het besluit van 28 juli van de Arnhemse magistraat gedrukt had. Intussen had de ziekte al weer de nodige slachtoffers gemaakt.
En voor de nostalgische fans van de vroegere schooltv-serie ‘Ik Mik Loreland’ kiezen we vandaag een fragment uit het pestbesluit over Karbonkel:
‘Wat belanght de Carbonculen / gheswellen en andere uytslagh / die plegen wel na het Ader-laten ende zweeten te verdwijnen / soo die noch sullen verblijven / sla men hier over vernemen het advijs van de Doctor ofte Chirurgijn.’

Literatuur en bronnen
Klep, P.M.M., De economische en sociale ontwikkeling 1550-1700. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 188-221, p. 191-194.

Leppink, G.B. en R.C.M Wientjes, Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636). Hilversum 1996 (Uitgeverij Verloren), p. 215-230, 482-487.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 405.

Veen, J.S. van, De pest en hare bestrijding in Gelderland, in het bijzonder te Arnhem. In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel VI (1903), p. 1-66, p. 30-34.

6 oktober 1798 (zaterdag)
Herverdeling van Arnhemse kerken mislukt

Eusebiuskerk en Walburgiskerk, 1742
De twee oudste Arnhemse kerken op één geaquarelleerde pentekening door Jan de Beijer.
© Gelders Archief: 1555-10, Jan de Beijer, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Volledige tekening:
https://permalink.geldersarchief.nl/F5AACA7EA3CF45A5AF5EB0D71C27E880

6 oktober 1798 (zaterdag)
Herverdeling van Arnhemse kerken mislukt
Met de machtsovername van de patriotten in 1795 zouden de idealen van de Verlichting in de nieuwe Bataafse Republiek gerealiseerd worden. ‘Vrijheid, Gelijkheid. Broederschap’ was de leus, maar de praktijk bleek weerbarstig. Pas in 1798 werd met de eerste grondwet van ons land, de ‘Staatsregeling voor het Bataafsche Volk’ de vrijheid van godsdienst formeel geregeld. Toen kon beginnen worden met de herverdeling van de kerkgebouwen in de stad, die sinds 1579 allemaal in bezit en gebruik waren van de protestanten, een andere bestemming hadden gekregen of gesloopt waren. Zo was de Walburgiskerk wapenopslagplaats geworden en waren de kloosters buiten de stad (Mariëndaal, Monnikhuizen, Bethanië) gesloopt.
Bij een speciaal landelijk besluit, het decreet van 6 juli 1798, werd vastgelegd dat de kerkgebouwen in een plaats naar evenredigheid van de verschillende religies verdeeld moesten worden. Naar goed Nederlands gebruik werd hiervoor in Arnhem op zaterdag 6 oktober 1798 een commissie in het leven geroepen. Vier gemeenteraadsleden en een flinke afvaardiging van elk van de vier godsdiensten in de stad (gereformeerden, katholieken, lutheranen en joden) vormden de commissie ‘schikking der kerkgebouwen’. Drie jaar lang kreeg de commissie niets voor elkaar en toen werd op landelijk niveau, na de zoveelste staatsgreep, het besluit voor de kerkgebouwverdeling weer ingetrokken. De katholieken moesten vervolgens nog zeven jaar wachten voordat koning Lodewijk Napoleon hen de Walburgiskerk teruggaf. Zie hiervoor Verleden Vandaag 21 juli (1808).

Literatuur en bronnen
Eijsink, Th. N., Restauratie en revolutie in Arnhem 1 juli 1787 – 6 mei 1795. Arnhem 1967 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem).

Klerck, J. de, Kerk en religie. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 192-235, vooral p. 207-209.

Koene, B., De diligences van Bouricius. Anderhalve eeuw bedrijvigheid langs ’s heren wegen. Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren), p. 107-109.

Potjer, M., De Arnhemse kerken in de  Franse tijd. In: Boonstra, O., Lunteren, P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming. Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), p. 39-52, vooral p. 43-44.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 54-90, vooral p. 83-86.

7 oktober 1944 (zaterdag)
Geallieerd bombardement op Rijnbrug en Arnhemse binnenstad

Bombardement gezien naar het noorden, 7-10-1944
De rookpluimen boven de brug en de binnenstad verraden de aangerichte verwoestingen. Naast de brug zijn bomkraters in de uiterwaarden te zien.
© Gelders Archief: 1560-4311, fotograaf US Air Force, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bombardement gezien naar het zuiden, 12-10-1944
Enkele gevolgen van het bombardement met een verwoeste brug. Vanaf het ovale De Monchyplein gaat de Gelderse Rooslaan/Meijnerwijkseweg naar rechts en de Huissensestraat naar links.
© Gelders Archief: 1560-711, fotograaf RAF, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

7 oktober 1944 (zaterdag)
Geallieerd bombardement op Rijnbrug en Arnhemse binnenstad
Het is wat wrang om te zeggen, maar door de Duitse bezetter opgelegde evacuatie van de stad, vielen in oktober 1944 tijdens twee geallieerde bombardementen maar weinig slachtoffers in de stad.

Doel van de geallieerde bommenwerpers was de Rijnbrug, die ondanks de beschadigingen tijdens de Slag om Arnhem nog steeds gebruikt kon worden. Het Duitse leger stuurde over de brug troepen en materieel naar de Betuwe om daar de posities van de geallieerde grondtroepen te bestoken.
De bommen van het eerste bombardement op vrijdag 6 oktober misten de Rijnbrug bijna allemaal. Wel werd de binnenstad naast de brug flink geraakt.
Om de verkeersbrug toch buiten werking te stellen, werd op zaterdag een formatie Amerikaanse bommenwerpers, zeven tweemotorige B-26 Martin Maraudervliegtuigen van de 344th Bomb Group, met zwaardere bommen richting Arnhem gestuurd. Nu met succes: met enkele voltreffers werd de brug in puin geschoten en verdween deels onder water. Ook bij dit bombardement werd de binnenstad geraakt. Doordat het Arnhemse centrum verlaten was, vielen gelukkig geen slachtoffers zoals bij andere geallieerde bombardementen op Nederlandse steden in de oorlog.

Literatuur en bronnen
Burgers, T., Watermonumenten. Beken, bruggen, dijken en gemalen in Arnhem. Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), p. 60-61.

Jacobs, I. D., De Brug. De oude Rijnbrug van Arnhem. Zwolle 2018 (Uitgeverij WBooks), p. 57.

8 oktober 1853 en 1855
Fraaie Fromberghuizen: drie vliegen in een klap

Fromberghuizen, 1865
De Fromberghuizen in 1865. Sinds de bouw in 1853 zijn enkele veranderingen aangebracht, maar de essentie van de gevel is intact gebleven.
© Gelders Archief: 1523-229-0040, fotograaf onbekend, Fotoalbum J.W. Staats Evers. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Sloppen van de Janslangstraat, ca. 1935
Tot ver in de twintigste eeuw bleef de Janslangstraat achter het Willemsplein één van de armoedigste straten van de stad. Hendrik Nicolaas Postma (1873-1945) wist dit in een aquarel in zwart en krijt goed te treffen.
© Gelders Archief: 1551-3908, Hendrik N. Postma, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

8 oktober 1853 en 1855
Fraaie Fromberghuizen: drie vliegen in een klap
Vandaag combineren we twee ‘acht oktobers’ met elkaar. In 1853 gaf de gemeente toestemming en subsidie voor de bouw van een blok van zeven herenhuizen op de fundamenten van de voormalige stadsmuur naast de Janspoort. Twee jaar later besloot de gemeenteraad op acht oktober om het open terrein voor deze stadspaleizen Willemsplein te noemen naar de even verderop gelegen Willemskazerne.
Het verzoek van projectontwikkelaar Hendrik Willem (Henri Guillaume) Fromberg (1812-1882) om de stadsvilla’s te bouwen, paste naadloos in het ‘Plan tot uitleg van de stad’ dat stadsarchitect Hendrik Jan Heuvelink (1806-1867) in januari van dat jaar had gepresenteerd. Prachtige herenhuizen moesten langs de nieuw aan te leggen singels en pleinen verschijnen. Daarmee zouden ook de armoedige krotten en sloppen van de allerarmsten aan het gezicht worden onttrokken. Arnhem wilde met de villabouw welgestelde burgers uit het westen van het land en rijke renteniers uit Indonesië aantrekken.
Na de sloop van de Janspoort bleven enkele armzalige woningen naast de gesloopte poort bestaan. Markus herinnerde zich deze als ‘een rij krotten zoo vuil en armoedig, dat ik niet geloof dat er nog dergelijke in Klarendal te vinden zijn.’ Fromberg kreeg zevenduizend gulden subsidie om het financiële tekort in zijn bouwplan, krottensloop en villabouw, te dekken. De indrukwekkende neoclassicistische gevel aan het Willemsplein verborg bovendien de krotten in de daarachter gelegen Janslangstraat. En zo waren de Fromberghuizen drie vliegen in één klap: een fraaie aanblik van het Willemsplein, krotten weg en sloppen verborgen.

Literatuur en bronnen
Fockema Andreae, S.J., De uitbreiding der stad Arnhem tusschen 1715 en 1878. In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XXVIII (1925), p. 139-183.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1913 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 102.

Lavooij, W., Gebouwd in Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840. Zutphen 1990 (Uitgeverij De Walburg Pers), p. 50.

Lavooij, W., Van neostijlen tot Nieuwe Kunst. Arnhemse Architectuur uit de negentiende eeuw. Utrecht 2017 (Uitgeverij Matrijs), p. 23-24.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 18.

Schaap, K. en A.S. Stempher,  Arnhem omstreeks 1865. Arnhem 1989 (Gouda Quint bv), p. 51.

Seebach, T., Hendrik Jan Heuvelink 1806-1867. In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 72-74.

Seebach, T., Henri Guillaume Fromberg 1812-1882. In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 65-66.

Fromberghuizen en herenhuizen Willemsplein en Nieuwe Plein, 1880
Uiterst links de Fromberghuizen. Tot 1963 heette het westelijk deel van het Willemsplein, vanaf de Jansstraat, nog Nieuwe Plein.
© Gelders Archief: 1505-III-46rood-0004, G.J. Bos, Topografisch-Historische Atlas van het voormalig Rijksarchief Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Fromberghuizen, 2022
Panoramaview van de prachtige Fromberghuizen anno vandaag. Met de symmetrische indeling, de driehoekige frontons, pilasters en vooruitspringende bouwdelen (risalieten) is het een neoclassicistische parel. Het afwijkende, verhoogde, linkerdeel is het resultaat van een verbouwing rond 1930.
© Fotograaf Rob Slepička, 2022 (alle rechten voorbehouden).

9 oktober 1897 (zaterdag)
Nalatenschap Ver Huell wordt na 23 jaar museum

Alexander Ver Huell, 1892
Portret van Alexander Willem Maurits Carel Ver Huell op zeventigjarige leeftijd. Enkele jaren later zou hij door de ziekte van Parkinson ernstig verzwakken.
© Gelders Archief: 1583-12495, fotograaf B. Bruining, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bij de oogarts, ca. 1845
In zijn jonge jaren verwierf Ver Huell veel waardering voor zijn humoristische tekeningen van het dagelijkse leven. Zijn zedenschetsen becommentarieerden dagelijkse voorvallen en de karakters en gedragingen van de mensen.
© Gelders Archief: 2039–3957, A. Ver Huell. Collectie Aleander Ver Huell. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

9 oktober 1897 (zaterdag)
Nalatenschap Ver Huell wordt na 23 jaar museum
Hij was één van de zonderlingste en opmerkelijkste Arnhemmers van de negentiende eeuw: Alexander Ver Huell (1822-1897). Met zijn humoristische tekeningen, die een ironiserende of moraliserende ondertoon hadden, voor verschillende tijdschriften, kranten en boeken verwierf hij niet alleen plaatselijke maar ook de nodige landelijke faam. Dankzij familiekapitaal kon Ver Huell zich in zijn huis aan de Bovenbergstraat 10 (verdwenen verlengde van de Bergstraat ten noorden van de Utrechtsestraat) helemaal wijden aan de kusten en de geschiedenis. Het grote publiek verliet hem echter toen hij in 1863 twee dagen voor zijn huwelijk de aanstaande bruid in de steek liet en naar Parijs vluchtte.
Na zijn terugkeer trok hij zich terug uit het openbare leven. Tekenen deed hij nog volop, maar echte erkenning bleef, tot zijn eigen grote frustratie, uit. Hij stortte zich op het verzamelen van kunstwerken, die hij vervolgens vaak weer schonk aan verschillende instellingen zoals Bronbeek.
De laatste jaren van zijn zelf verkozen eenzame leven waren extra zwaar door de ziekte van Parkinson. Bij zijn overlijden op 28 mei 1897 liet hij zijn complete kunstverzameling na aan de gemeente Arnhem met de uitdrukkelijke wens om van zijn huis een museum te maken. Ondanks de persoonlijke toezegging van burgemeester Van Lawick van Pabst vlak voor zijn dood aan Ver huell en het besluit van de gemeenteraad op zaterdag 9 oktober 1897, is dit er nooit van gekomen.
Het gemeentebestuur vond uiteindelijk zijn huis, ook door achterstallig onderhoud, niet geschikt en verkocht het pand in 1901. Met de opbrengst daarvan wilde men een geschikter gebouw vinden voor het museum, want de Oudhedenkamer in de bovenzaal van de Waag op de Markt voldeed ook al jaren niet meer. De gemeenteraad keurde daarom op 17 juni 1911 de aankoop de Buitensociëteit aan de Utrechtseweg goed. Het duurde tot zaterdag 25 september 1920 voordat het ‘Gemeentemuseum Arnhem’ hier de deuren opende. Drieëntwintig jaar na de dood van Ver Huell werd eindelijk zijn laatste wil gerealiseerd.

Literatuur en bronnen
Bervoets, J.A.A., De kluizenaar op de berg. Alexander Ver Huell, een Arnhems leven in de negentiende eeuw. In: Schulte-Van Wersch C.J.M. en T. Gitsels (red.), Arnhem. Elf facetten uit de 19de en 20ste eeuw. Zutphen 1983 (De Walburg Pers), p. 30-41.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 133.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 115.

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W., Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling. Arnhem 1919 (Uitgeverij Thieme), p. 132-133.

Gezicht op Arnhem, 1854
Ver Huell maakte, voor hij de eenzaamheid binnenshuis verkoos, veel tekeningen van de stad en haar omgeving. Dit panorama op Arnhem toont rechts de Eusebiuskerk en links de Walburgiskerk met slechts één van de twee torens. De noordelijke toren was in 1854 bij een mislukte verbouwing ingestort.
© Gelders Archief: 1505-3867, A. Ver Huell, Topografisch-Historische Atlas van het voormalig Rijksarchief Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Huis Hulkestein, 1869
Tekening met penseel in bruin en grijs gewassen van Alexander Ver Huell.
© Gelders Archief: 1505-3012, A. Ver Huell, Topografisch-Historische Atlas van het voormalig Rijksarchief Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

10 oktober 1601 (woensdag)
Verbod op St. Maartensvuren

St. Maarten, zuidportaal Eusebiuskerk  
Niet alleen de Maartenskerk en de Martinuskerk aan de Steenstraat herinneren nog aan de eerste heilige beschermer van de stad. Aan het zuidportaal (Turfstraatzijde) van de Eusebiuskerk is uiterst links een standbeeld van de Franse heilige te zien. Hij is vereeuwigd op zijn beroemdste moment: met zijn zwaard snijdt hij zijn mantel in tweeën en geeft een stuk aan een bedelaar. Naast hem staat Petrus met zijn welbekende sleutel van de hemelpoort.
De zwaar beschadigde originele middeleeuwse beelden bevinden zich in het Museum Arnhem. De huidige natuurgetrouwe kopieën zijn van beeldhouwer Henk Vreeling.
© Foto Jan van Dalen (alle rechten voorbehouden).
Middeleeuwse Maartenskerk in plaveisel
De Maartenskerk was de oudste kerk van Arnhem. Vanaf 1453 werd op de fundamenten daarvan de Eusebiuskerk gebouwd. In het plaveisel in de zuidoosthoek naast de Eusebiuskerk is een deel van het grondplan van de Maartenskerk zichtbaar gemaakt. In de afgetekende omtrek staat een deel van het kunstwerk Black Hole Sun van Arno Coenen, het beerdiertje en het coronavirus.
© Fotograaf Rob Slepička, 2022 (alle rechten voorbehouden).

10 oktober 1601 (woensdag)
Verbod op St. Maartensvuren
Nu de restauratie van de Eusebiuskerk af is, kunnen we de kerk weer in al haar glorie bewonderen. Dat geldt ook voor de voorganger van de Grote Kerk op deze plek, de Maartenskerk. Bouwplaten verborgen jarenlang de omvangcontouren van deze vroegmiddeleeuwse kerk in het plaveisel ten zuidoosten van de kerk. Nu is het weer te zien.
Meer dan vijfhonderd jaar was St. Maarten de patroonheilige van Arnhem. Tot 1453 heette de Eusebiuskerk de Maartenskerk. Toen in dat jaar relieken van Eusebius vanuit de moederabdij in Prüm (Eifel – Duitsland) kreeg de Grote Kerk haar huidige naam.
Maar, het kan verkeren. Na de reformatie probeerde het protestantse stadsbestuur alle katholieke en pauselijke zaken uit de stad te bannen. Zo besloot de magistraat op woensdag 10 oktober 1601 dat de traditionele St. Maartensvuren niet meer ontstoken mochten worden, op straffe van ‘arbiturale correctie’. De verordening kwam midden oktober om de voorbereidingen van een mogelijke viering van de feestdag van de heilige op 11 november in de kiem te smoren. Zo probeerde men een eind te maken aan een traditie waaraan vooral de Arnhemse jeugd veel plezier aan beleefde.

Literatuur en bronnen
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad. Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 101, 111-113.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Uitgeverij Van Egmond & Heuvelink), p. 24.

11 oktober 1784 (maandag)
Huis Arkenoach wordt gesplitst en hersteld

Arke Noachsteeg en omgeving, ca. 1650
De Arke Noachsteeg is ongenummerd op deze kaart.
Toelichting bij de cijfers:
6. S. Nicolaeskerck
18. Ketelstraet
19. Coninxstraet
20. Kerckstraet
36. Wielackensteegh
37. Bentingsksteghe
Gedeelte van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639.
© Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon, Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Huis Arkenoach wordt gesplitst en gerepareerd
De eerste van de zeven foliozijden met het besluit over het Huis Arkenoach.
In rood: ‘een Huys binnen deeze Stad in de Arke Noachsteeg staande van ouds gen.t (= genaamt) de Arkenoach’.
Bron: Commissie- en Politieboek der stad Arnhem. Register, bevattende de resolutien van den magistraat, deel 72, 1784, 11-10-1784, folio 348recto-351recto.
In: Gelders Archief: 2000-72, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

11 oktober 1784 (maandag)
Huis Arkenoach wordt gesplitst en hersteld
Het is één van de fraaiste plekjes van de Zeven Straatjes in de stad: de Arke Noachstraat. In vroeger dagen was deze verbinding tussen de Koning- en Kerkstraat waarschijnlijk smaller, want in achttiende-eeuwse bronnen spreekt men van de Arke Noachsteeg. Dankzij een meningsverschil weten we dat de straat is genoemd naar een huis met die naam: ‘een Huys binnen deeze Stad in de Arke Noachsteeg staande van ouds gen.t (= genaamt) de Arkenoach’.
Zeven foliokantjes had het stadsbestuur nodig om de situatie rondom het huis met achterplaats te beschrijven. Na het overlijden van de vroegere bewoners werd de helft van het pand door de erven van ‘wijlen weduwe Christina Pauw’ verkocht. En wie was de koper? Stadsbestuurder (‘meedeschepen’) Van Hamel. Die kreeg onenigheid met de bewoners van de andere helft van het perceel en de zaak werd aan het stadsbestuur voorgelegd. Gezien de betrokkenheid van collega Van Hamel was extra voorzichtigheid geboden, want in deze tijd was het zeer onrustig in de stad met de strijd tussen patriotse burgers en de prinsgezinde magistraat. Uiteindelijk werd besloten dat het huis gesplitst mocht worden en dat de nodige reparaties mochten worden uitgevoerd.

Literatuur en bronnen
Commissie- en Politieboek der stad Arnhem, deel 72, 11-10-1784, folio 348recto-351recto.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 349.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem.  Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 503.

12 oktober 1343 (zaterdag)
Hertog Reinald II valt van stoel en breekt zijn nek

Eleonora van Engeland en Reinald II van Gelre
Eleonora en Reinald in gelukkiger dagen.
Miniatuur uit hetgetijdenboek, Taymouth Hours, 14e eeuw (tweede kwart).
© British Library, Yates Thompson MS 13, f.18r. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Reinald en naakte Eleonora
Reinald II maakte met veel mensen ruzie: met zijn vader en ook met zijn tweede vrouw Eleonora van Engeland. Die pikte de beschuldiging van melaatsheid niet en kleedde zich in het bijzijn van Reinalds raadsheren op het Valkhof in Nijmegen uit om haar gezondheid aan te tonen.
Geromantiseerde tekening van Johannes Christiaan Bendorp,1823.
© Gelders Archief: 1551-1175, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

12 oktober 1343 (zaterdag)
Hertog Reinald II valt van stoel en breekt zijn nek

Hij was in de kracht van zijn leven, 48 jaar oud. Vier jaar eerder, in 1339, was hij door de Duitse keizer Lodewijk tot hertog verheven. Met Reinald/Reinout II was Gelre geen graafschap meer, maar een hertogdom. In de adellijke hiërarchie was dat slechts één plaatsje onder een koninkrijk. Hij leidde een turbulent leven, niet in het minst door zijn omgang met zijn temperamentvolle vrouw, de Engelse prinses Eleonora. Die verbintenis leidde tot zijn bemoeienis met het begin van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk. Inderdaad, die oorlog waarin later Jeanne d’Arc zo’n bijzondere rol speelde. In het hele geopolitieke krachtenspel tussen het Duitse Rijk, Frankrijk en Engeland, versterkte Reinald zijn positie met geldschenkingen, veldtochten, persoonlijke vetes, roddel en achterklap. Zijn tegenstanders, waaronder in latere jaren zijn vrouw Eleonora, voorspelden hem vanwege zijn onbetrouwbare persoonlijke gedrag dan ook een onverwachte dood. En dat gebeurde op zaterdag 12 oktober 1343 als hij in het hertogelijk Hof in Arnhem plotseling sterft. Hij zou tijdens een mis van zijn gebedstoel zijn gevallen., waarbij hij zijn nek brak. In de woorden van de zeventiende-eeuwse kroniekschrijver Arend van Slichtenhorst:  ‘Op den 11. ofte 12. der wijn-maend is Reynald tot Arnhem, zoo hy binnen zijn Ноf den Godsdienst pleeghde, heel schielyken ende met gesoпder herten wt de wereld geruckt, vallende wt zijn stoel en den hals breekende.’
Een jaar voor zijn dood had Reinald het klooster Monnikenhuizen gesticht. Zo hoopte hij zijn zielenheil veilig te stellen en had hij een plek waar hij eeuwig bijgezet kon worden. Helaas, zijn dood kwam ook daarvoor te snel en zijn lichaam werd, net als dat van zijn voorgangers, ter aarde besteld in het klooster Gravendaal/Graefenthal. Dat prachtige klooster, even over de grens bij Goch, is te bezoeken en een ideale besteding van een zonnige herfstmiddag Combineer bijvoorbeeld het klooster(café) met een wandeling langs het riviertje de Niers.

Klooster Monnikenhuizen, ca. 1560
Het Kartuizerklooster Monnikenhuizen werd in 1342 financieel mogelijk gemaakt door Reinald II, eerste hertog van Gelre.
Deel van de kaart van Arnhem door Jacob van Deventer.
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Van graaf tot hertog van Gelre, 1339
Charter waarin keizer Lodewijk II graaf Reinald II tot rijksvorst en hertog verheft.
Dat Reinald II, bijgenaamd ‘de Zwarte’, in 1347 geld nodig had, was ook om zijn in 1339 verworven status van hertog hoog te houden. Het was de beloning voor zijn steun in het begin van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) aan zijn leenheer, de Duitse keizer Lodewijk II. Die verheffing van graafschap tot hertogdom werd in een oorkonde vastgelegd.
© Gelders Archief: 0001-3230, Archief van de graven en hertogen van Gelre en graven van Zutphen. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

13 oktober 1755 (maandag)
Joden mogen begraafplaats stichten in Sinkenberg

Santberg / Sinkenberg, 1741
De inham links in de stuwwal ‘Bovenover Onderlangs’ is de Sinkenberg, het in 1660 ingestorte deel van de huidige Utrechtseweg. Daar mocht in 1755 de Joodse begraafplaats worden aangelegd.
Maker J.C. Philips (1741) naar A. de Haen (1739).
© Gelders Archief: 1553-17, Topografisch-historische atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Santberg met Joodse begraafplaats, 1782
De Doesburgse schilder Derk Jan van Elten (1750-1807) schilderde in 1782 de Santberg met de Joodse begraafplaats. Vanaf de openbare weg mochten de graven niet te zien zijn en werd een houten schutting om het kerkhof geplaatst.
© Museum Arnhem: GM 03390.CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

13 oktober 1755 (maandag)
Joden mogen begraafplaats stichten in Sinkenberg
Het is één van de mooiste historische plekjes van de stad, de oude Joodse begraafplaats aan de Utrechtseweg boven op ‘Bovenover’. Vijf grafzerken staan nog steeds op deze voor bezoekers toegankelijke, maar wat lastig te vinden, begraafplaats. Vanuit het stadscentrum loop je langs Museum Arnhem en na ca. 50 meter leiden enkele traptreden tussen de bomen naar de begraafplaats. In 1701 werd de stad versterkt door wallen en andere vestingwerken, naar een plan van de befaamde vestingbouwer Menno van Coehoorn. Een onderdeel van dat plan was de aanleg van een vooruitgeschoven aarden verdedigingswerk, het retranchement. Die strekte zich uit van de Rijnpoort en de westelijke stadsmuren tot op de Zandberg. Op deze vestingwerken werd toegezien door een ‘fortificatiemeester’. Het stadsbestuur vroeg hem in het najaar van 1755 om advies inzake een verzoek op 22 september 1755 van Salomon Jacobsoon Cohen en Samuel Levi om buiten de stad een ‘kerkhof of begraafplaats voor de Joodsche gemeente’ aan te leggen. Tot dat jaar begroeven de Joden hun doden buiten de stad, eerst in Huissen en later in Wageningen. Een joodse begraafplaats bij Arnhem was dus voor de Joodse inwoners zeer welkom. De fortificatiemeester Wolfsen, die ook schepen (wethouder) van de stad was, had geen bezwaar en het stadsbestuur stelde op maandag 13 oktober 1755 een stuk grond van 40 bij 50 voet (ongeveer 12 bij 15 meter) beschikbaar. De begraafplaats moest afgebakend worden met een één steek brede greppel (kielspit) en moest omheind worden met een schutting. Vanaf de weg mochten de graven niet te zien zijn.

Literatuur en bronnen
Cappers, W., Funeraire Cultuur Arnhem. Soesterberg / Rotterdam 2002 (Uitgeverij Aspekt en De Terebinth), p. 21.

Kooger, H., Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem. Arnhem 1987 (KEMA), p. 44-46.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 343, 476-477.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 459, 490.

Aanvraag Joodse begraafplaats, 1755
In rood: ‘Den 22. Septb. 1755
Ingekoomen en ter Vergadering geleesen zijnde d’s Request van Salomon Cohen Jacobs en Samuel Levi, houdende dat onder de alhier domicilieerden Jooden van tijd tot tijds in cas van sterfgevallen onder haar lieden binnen dees stad groot difficultien ontstaan’

Bron: Commissie- en Politieboek der stad Arnhem, deel 61, 1755-1757, 13-10-1755, folio 69v-70r.
In: Gelders Archief: 2000-61, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Besluit Joodse begraafplaats, 1755
De toestemming van het stadsbestuur voor de aanleg van de Joodse begraafplaats.
Bron: Commissie- en Politieboek der stad Arnhem, deel 61, 1755-1757, 13-10-1755, folio 74v-75r.
In: Gelders Archief: 2000-61, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

14 oktober 1772 (dinsdag)
Arnhem koopt de heerlijkheid Meijnerswijck

Het Huys Meijerswijk, 1742
Op 2 september 1742 legde de beroemde historisch-topografische tekenaar Jan de Beijer het Huis Meinerswijk in een tekening vast. Het versterkte huis van de heerlijkheid Meinerswijk in de 18e eeuw.
Bron: Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem. Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 15.
Aankoop ‘Heerlijkheid van Meijnerswijk’, 1772
Een dag na de feitelijke koop werd de aankoop door de Arnhemse magistraat vastgelegd. In dit document zien we de verschillende spellingswijzen van wat nu Meinerswijk is.
In rood: ‘de stad aan te koopen, hebben ter vergaderinge gerapporteert, dat op gisteren het huys en de Heerlijkheid van Mijnerswijk, met sijn regt van hooge en lage jurisdictie, regt en gerechtigheden (is aangekocht)’
Bron: Commissie- en Politieboek der stad Arnhem, deel 67, 1771-1773, 15-10-1772, folio 196r. In: Gelders Archief: 2000-67, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

14 oktober 1772 (dinsdag)
Arnhem koopt de heerlijkheid Meijnerswijck
We schrijven nu vooral Meinerswijk, maar in vroeger dagen werd de naam van de polder ten zuidwesten van Arnhem op uiteenlopende manieren gespeld. En het was meer dan een polder, ‘Meijnerswijck ’was voor een flink deel een heerlijkheid. De eigenaar, de ‘heer van Meijnerswijk’ bezat eigen rechten en de heerlijkheid was min of meer onafhankelijk. Maar ook onafhankelijkheid kan ge- en verkocht worden.
In de 18e eeuw hadden de stad Arnhem en enkele plaatselijke instellingen (Catharinagasthuis en Nicolaibroederschap) al delen van de polder in bezit, maar de heerlijkheid Meijnerswijck met het gelijknamige versterkte huis was in bezit van Alard Wijnand Hackfort tot ter Horst (1711-1784, heer van De Ham, schepen van Het Loo en ambtsjonker van Apeldoorn) en zijn vrouw Angela Wendelina van der Heyden (1739-1796). Het stadsbestuur kocht op dinsdag 14 oktober 1772 van hen de heerlijkheid voor een bedrag van f 97.665,-.

De stad zou in 1826 Meijnerswijk weer verkopen voor f 69.945,- aan graaf Georg van Ranzow. Die was de stichter van de Van Ranzow’s Bank, waarin nu café-restaurant Dudok is gehuisvest. Van Ranzow, die Meinerswijk dus voor een aanzienlijk lager bedrag kocht dan de kosten die de stad in 1772 maakte, wist wel wat handelen was. Hij verkoopt Meinerswijk met jachtrechten in 1845 voor meer dan het dubbele bedrag weer door aan zijn vriend koning Willem II. Enkele jaren later verkopen de erfgenamen van de koning met verlies de heerlijkheid weer aan Arnhem.

Literatuur en bronnen
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 311.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 457-459.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem, 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 30.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 91-95.

Visser, G., Het bruisende verleden van de Praets en de Stadsblokken. Arnhem 2015. Visser, G., Meinerswijk en De Praets. In: Kringbulletin Historische Kring Elden, jrg.32 (2013), nr. 117, p. 6-12.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem. Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 15, 37-39.

Meinerswijk, grondbezit Nicolai Broederschap, 1655
Op deze kaart uit 1655 van Nicolaes van Geelkercken zien het grondbezit van de Nicolaibroederschap ‘Der Clasenersgoet tegen over Arnhem’ in Meinerswijk en bij de Praets.
© Gelders Archief: 785, Archief St. Nicolai Broederschap. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Huys Meinderswijck, 1791
Het versterkte huis van de heerlijkheid Meinerswijk in de 18e eeuw.
© Gelders Archief: 1505-XII-4A-0001, uitgave van H. Gartman, W. Vremandel en J.W. Smit, Topografisch-historische atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

15 oktober 1898 (zaterdag)
Aankoop panden voor verbreding Walburgstraat

Walburgsteeg voor de verbreding, ca. 1865
Links een deel van het het vroegere woonhuis van stadsgeneesheer dr. J. J. Woltersom dat direct naast het Duivelshuis stond. Rechts, met fraaie Ionische pilasters, een koetshuis dat ook gesloopt zou worden voor de verbreding van de Walburgsteeg tot Walburgstraat.
© Gelders Archief: 1501-04-17494, fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Duivelshuis tijdens de verbouwing, ca. 1899
De twee panden aan de Walburgsteeg zijn gesloopt en het nieuwe  balkon van het Duivelshuis is er al. De nieuwe ambtenarenruimtes en de raadzaal achter het Duivelshuis moeten nog gebouwd worden. De bouwschutting is al geplaatst,
© Gelders Archief: 1500-4902, uitgave J.H. Schaefer, prentbriefkaartencollectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

15 oktober 1898 (zaterdag)
Aankoop panden voor verbreding Walburgstraat
Op 1 juni 1897 had de Arnhemse gemeenraad besloten tot verbouwing van het Duivelshuis en de uitbreiding met enkele nieuwe ruimtes en gebouwen daarachter. Dit plan van de Amsterdamse architect Constantijn Muysken (1843-1922) werd in fasen uitgevoerd. Eerst werd de in 1830 in neoclassicistische stijl gerestaureerde gevel van het Duivelshuis teruggebracht in de oude staat van de renaissance.
Om een goede publieke toegang tot de nieuwe gebouwen achter het Duivelshuis te krijgen, moest de smalle Walburgsteeg verbreed worden. Dat besluit nam de gemeenteraad op zaterdag 15 oktober 1898. De panden links en rechts naast de steeg werden gesloopt en de Walburgsteeg werd Walburgstraat. Met de afbraak van het directe zuidelijke rechterbuurpand van het Duivelshuis, het grote herenhuis van de weduwe van de vroegere stadsgeneesheer dr. J. Woltersom,  was er ruimte om een balkon aan het Duivelshuis te bouwen.

Literatuur en bronnen
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 131, 132, 133.

Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933. (Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 123-185; p. 156-158.

Iddekinge, P.R.A., Arnhem. In: Roos, J. de en T. de Roos, Gemeentehuizen van Gelderland. Van Aalten tot Zutphen. Arnhem 1995 (Vereniging Gelre en Groningen: REGIO-PRojekt), p. 38-40.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 232-240.

Schaap, K., Stadhuis Arnhem 1968. Arnhem 1968 (Gemeente Arnhem; geen paginering)

Wentink, H., Van Duivelshuis tot Stadstheater. Monumenten van bestuur en cultuur in Arnhem. Utrecht 2018 (Uitgeverij Matrijs), p. 10-13.

Werf. J. van der, Het Duivelshuis in Arnhem. Het merkwaardige woonhuis van de vermaarde maarschalk. Arnhem 2019 (Gemeente Arnhem), p. 17-30.

Duivelshuis na de verbouwing, ca. 1900
Het Duivelshuis en de nieuwe ambtenarenvleugel in de Walburgstraat na de verbouwing rond 1900. Tot de bouw van het kasteelachtige gebouw op de achtergrond werd op 10 oktober 1901 besloten. Aan het einde van 1903 was de verbouwing van het hele stadhuiscomplex afgerond.
© Gelders Archief: 1501-04-17506, fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Raadszaal, 1913
Het College van B&W in de nieuwe ‘Raadzaal’ in 1913.Centraal in de neo-renaissancistische  lambrisering waren een Marktpanorama en de beginregels van de stadsrechtenbrief ui 1233 opgenomen.
Van links naar rechts: mr. R.J. de Visser, Mr. Iz. Everts B.H. zn., burgemeester A.J.A.A. baron van Heemstra, mr. J.L.C. van Esser (secretaris), D.W.P. Wisboom en H. Goedhart jr.
© Gelders Archief: 1583-2673, fotograaf Emil van den Kerkhoff, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

16 oktober 1922 (maandag)
Historische schoorsteen uit Bakkerstraat in Duivelshuis

Schepenkamer Duivelshuis met schouw, 2022
De zeventiende-eeuwse schouw uit de Bakkerstraat werd in 1967 in de Schepenkamer van het Duivelshuis geplaatst.
© Fotograaf Rob Slepička, 2022 (alle rechten voorbehouden).
Bakkerstraat, ca. 1915
Helemaal links de juwelierszaak J.F. Manikus, dan de Torensteeg en daarnaast de ‘Manufacturen en beddenmagazijn’ zaak van P.M. Hoefsloot met links Bakkerstraat 35 en daarnaast 36.
© Gelders Archief: 1501-04-1383, fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

16 oktober 1922 (maandag)
Historische schoorsteen uit Bakkerstraat in Duivelshuis
De fraaie schouw in de Schepenkamer van het Duivelshuis behoorde niet tot het oorspronkelijke interieur van het zestiende-eeuwse woonhuis van veldheer Maarten van Rossem (1478-1555). De schoorsteenmantel is afkomstig uit een groot winkel- woonhuis in de Bakkerstraat. Die straat liep tot de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog door tot aan de Turfstraat. In het verlengde van de huidige Bakkerstraat, ter hoogte van het Kerkplein/Audrey Hepburnplein, was op de huisnummers 35 en 36 het ‘Manufacturen en Beddenmagazijn’ van de familie Hoefsloot gevestigd.
Tot aan de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw ging het goed met de textiel-, tapijten-  en beddenzaak. Zaakgrondlegger Petrus Michael Hoefsloot had in 1905 het pand op de hoek met de Torensteeg van smederij en ijzerwinkel (kachels, brandkasten, enz.) van E.G. Traanboer gekocht. In 1915 kon hij  de zaak uitbreiden met de aankoop van het zuidelijke buurpand, nr. 36, van de theewinkel van Van Balen.
Bij een moderne zaak pasten de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse schouwen in de panden niet meer. Twee schouwen schonken Traanboer en Hoefsloot aan het toenmalige Gemeentemuseum. Bij het wegbreken van de grote schoorstenen kwamen nog meer historische balken en betimmeringen tevoorschijn, zo berichtte de Arnhemsche Courant op maandag 16 oktober 1922. Bij de restauratie van het Duivelshuis in 1967 werd één van die schouwen, 17e eeuwse eikenhouten schoorsteen, rustend op 2 marmeren halronde zuilen, consoles en voet van hardsteen’ in de Schepenkamer geplaatst.

Literatuur en bronnen
Arnhemsche Courant, 16-10-1922. Via KB-Delpher.
Hoefsloot J. (red.), Van geruwd katoen tot gelakt Pastoe. Reis door de tijd met de ondernemers Hoefsloot. Elst z.jr.
Werf. J. van der, Het Duivelshuis in Arnhem. Het merkwaardige woonhuis van de vermaarde maarschalk. Arnhem 2019 (Gemeente Arnhem), p. 79-83.

Binnenstad, 1930
Detail van een luchtfoto van de oude binnenstad. In geel: de panden van Bakkerstraat 35 en 36 van de firma P.M. Hoefsloot.
© Gelders Archief: 1583-7805, fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grote versie volledige foto:
https://permalink.geldersarchief.nl/4A576CD7E47C47B4A43200A3EAEB2597
Schoorsteen en betimmering, 1922
Artikel uit de Arnhemsche Courant met de schenking van de schouw uit de Bakkerstraat aan het Gemeentemuseum. In 1967 werd de schoorsteen naar het Duivelshuis overgebracht.
© Arnhemsche Courant, 16-10-1922.

17 oktober 1586 (vrijdag)
Dood sir Philip Sidney in de Bakkerstraat

Dood Sidney, 1586
Allegorische voorstelling van de dood van Philip Sidney.
Gravure van James Stow uit 1796, naar J. F. Rigaud.
©The Trustees of the British Museum, London no., 1858,1009.149. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bakkerstraat, ca. 1583
De Bakkerstraat rond de tijd dat Sidney daar overleed.  In geel zijn sterfhuis recht tegenover de Bentincksteeg van de zusters Otto en Lutgert van den Gruythuys ‘die welcke alher tenn hueisse van die joffrouwe Gruitthueissens ist leggende‘.
Detail van G. Braun en F. Hogenberg, Arnhemium Gelria in ripa Rheni opp., 1583
© Gelders Archief: 1551-4029, G. Braun en F. Hogenberg, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

17 oktober 1586 (vrijdag)
Dood sir Philip Sidney in de Bakkerstraat
In de Bakkerstraat (nu nr. 68) overleed op vrijdag 17 oktober 1586 de 32-jarige Engelse legerofficier en dichter sir Philip Sidney. Hij stierf aan verwondingen opgelopen bij gevechten tussen het Spaanse leger en het leger van de opstandige noordelijke gewesten (Slag bij Zutphen). Die troepen stonden onder leiding van zijn oom sir Robert Dudley, de graaf van Leicester.
Leicester was in 1585 door zijn vorstin, Elizabeth I, naar de noordelijke Nederlanden gestuurd om de opstandige gewesten te steun in hun strijd tegen hun vroegere heer, koning Philips II van Spanje. De noordelijke Nederlanden hadden vier jaar eerder in het ‘Plakkaat van Verlatinge’ hun trouw aan de Spaanse koning opgezegd. De eerste nieuwe heer, de Franse hertog van Anjou, bleek een mislukking. Het Spaanse leger onder leiding van Alexander Farnese, de hertog van Parma, wist in 1585 Antwerpen te veroveren (Val van Antwerpen). Elizabeth, net als de Nederlanden ook protestant, was beducht voor een verdere Spaanse opmars en stuurde een legertje onder leiding van de graaf van Leicester naar de andere kant van de Noordzee. Daar werd Leicester benoemd tot opperbevelhebber voegde zijn Engelse soldaten samen met de Nederlandse huurlegers. In één van die confrontaties met het Spaanse leger verloor Leicester dus zijn neef sir Philip Sidney. Die was een beroemdheid in Engeland, ook door zijn dichtkunst, en werd in een indrukwekkende staatsbegrafenis bijgezet in St. Pauls Cathedral in Londen.

Literatuur en bronnen
Schilfgaarde, A.P. van, De laatste brief van sir Philip Sidney. In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, deel 55 (1956), p. 197-200.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem, 1876, p. 22 vermeldt abusievelijk als datum van overlijden 16 oktober.

Vredenberg, J. P., Het sterfhuis van Sir Philip Sidney. In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 32 (2012), nr. 2, p. 56-59.

Kantstrook dood Sidney in Bakkerstraat
Het Arnhems Historisch Genootschap ‘Prodesse Conamur’ liet in 2011 een kantstrook met inscriptie voor Bakkerstraat 68 aanbrengen ter nagedachtenis aan de dood van Sidney.
© Jan de Vries, 2021. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Philip Sidney
Portret van de jonge sir Philip Sidney van een onbekende kunstenaar.
© National Portrait Gallery London, no. NPG 2096. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

18 oktober 1589 (woensdag)
Onfortuinlijke dood stadhouder Adolf van Nieuwenaar

Het stadhouderlijk bestuurscentrum op de Markt ca. 1650
In het wat rond 1650 het Princenhoff heet (nr. 8 op de kaart), vond in 1589 het fatale buskruitongeluk plaats waaraan stadhouder Adolf van Nieuwenaar enkele weken later overleed.
Toelichting bij de cijfers:
8. Princenhoff
9. Stadthuys
10. De Cancelrij
11. ’t Hof van Nassau
41. Costers oft Paradijssteegh
52. St. Walburgenstraet
Gedeelte van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639.
© Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon, Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Portret van Adolf van Nieuwenaer door Crispijn van den Queborn, 1623.
© Rijksmuseum Amsterdam RP-P-OB-73.361.

18 oktober 1589 (woensdag)
Onfortuinlijke dood stadhouder Adolf van Nieuwenaar
De stadhouder van Gelre (1584-1589), Adolf van Nieuwenaar, graaf van Meurs, stierf vandaag in het jaar 1589. Hij was enkele weken eerder, op 26 september, ernstig gewond geraakt na het uitproberen van buskruit bij een door hem uitgevonden belegeringsvuurgeschut (ge’reedschap’). Door de ontploffing vloog de toren van het stadhouderlijk hof op de Markt de lucht in. De explosie en de vallende stenen troffen de graaf dodelijk. In de woorden van de zeventiende-eeuwse geschiedschrijver Arend van Slichtenhorst: ‘Aen de oude merkt staet het Princenhof; ’t welk in ’t iaer 1589 door het verwaerloosen van ’t bus-kruуd ten deel is wegh gespronghen; wanneer Grave Adolf van Меurs reedchap maekende om de vuyr-werken om de poorten te openen eerst gingh beproeven; van welke vlam de Grave neffens etliike omstanders daer na is omgekoemen.’
Hij kreeg niet zomaar een opvolger. Tot nieuwe stadhouder werd Maurits, prins van Oranje en de zoon van Willem van Oranje, benoemd. In het midden van de Opstand tegen het Spaanse gezag kon Gelre zo’n voortreffelijk militair strateeg wel gebruiken. Over Van Nieuwenaar werd o.a. door de grote rechtsgeleerde Hugo de Groot gezegd: ‘traag in de oorlog, maar onberispelijk van zeden’.

Literatuur en bronnen
Aa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden. Deel 13, p. 227.
Haarlem 1868 (J.J. van Brederode).

Haak, S.P., Arnhem door de eeuwen heen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933. (Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 29-91, vooral p. 58.

Hilberdink, C., Gelre’s hof. Van paardestal tot Huis der Provincie. Zutphen 1983 (Uitgeverij De Walburg Pers), p. 56.

Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700. In: F. Keverling Buisman, (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 92-125, vooral p. 110.

Martens van Sevenhoven, A.H., Het Hof van Gelre te Arnhem. In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, deel 37 (1929), p. 1-44, vooral p. 34-35.

Slichtenhorst, A. van, XIV. boeken van de Geldersse geschiedenissen. Van ’t begin af vervolghd tot aen de afzweeringh des Konincx van Spanien. Arnhem 1654 (Uitgever J. van den Biesen), Boek I, no. 155, p. 97.

19 oktober 1707 (woensdag)
Terugkeer aanhangers Nieuwe Plooi naar Arnhem




Voorblad van de verdediging van de Arnhemse ‘Nieuwe Plooi-burgemeesters’ Bouwensch en Bassenn, 1707 en 1708
Oude Stadhuis op de Markt, 1790
De stadsmagistraat vergaderde op de eerste verdieping van het (oude) stadhuis op de Markt. Daar was het in de 18e eeuw een komen en gaan van twee regentengroepen, de Oude en Nieuwe Plooi.
Op deze anonieme tekening uit 1902 is het oude stadhuis nog in relatieve glorie. De gotische toren werd in 1802 wegens bouwvalligheid neergehaald en de volledige sloop was in 1840.
© Gelders Archief: 1551-2956, onbekende maker, Topografisch-historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

19 oktober 1707 (woensdag)  
Terugkeer aanhangers Nieuwe Plooi naar Arnhem
Tussen 1702 en 1708 heersten in Gelderland de ‘Plooierijen’. Regenten die van oudsher met de steun van de stadhouder de dienst uitmaakten (de Oude Plooi), werden belaagd en vaak verjaagd door een nieuwe generatie bestuurders (de Nieuwe Plooi). Op 19 oktober 1707 keerden de laatste Arnhemse bewapende vrijwilligers van de Nieuwe Plooi vanuit Wageningen naar Arnhem terug. Zij waren in Wageningen achter gebleven als steun aan de gekozen nieuwe regenten van de Nieuwe Plooi daar.
Die steun aan meer democratisch stadsbestuur bleek tevergeefs, want zowel in Wageningen als Arnhem moesten nieuwe magistraten als burgemeester Willem Adriaan Bouwensch en Derk Reinier Bassenn hun functies opgeven. Na een showproces werden ze uit Arnhem verbannen. De orangistische Oude Plooi had de macht weer terug, maar Bassenn sloeg later via zijn nageslacht terug. Zijn kleinzoon Joan Derk van der Capellen tot den Pol groeide uit tot de spraakmakendste tegenstander van de stadhouder van Oranje met zijn pamflet ‘Aan het Volk van Nederland’ (1781).

Literatuur
Aa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden. Deel 2, p. 116-1117.
Haarlem 1855 (J.J. van Brederode).

Wertheim-Gijse Weenink, A.H., 1692-1795. In: Poelhekke, J.J. (red.), Geschiedenis van Gelderland 1492-1795. Zutphen 1974 (Uitgeverij De Walburg Pers), p. 211-330, vooral p. 266-269.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 54-90.

Plan Scenographique van Arnhem, 1715
Op dit panorama van Arnhem aan het begin van de achttiende eeuw is niet te zien dat binnen de stadsmuren een felle burgerstrijd tussen de regenten werd gevoerd.
Links bij de schipbrug is de oude havenkraan te zien. Twee kerken hebben een dubbele torenpartij. Rechts van de Eusebiuskerk de Walburgiskerk en links de Janskerk (als bouwval gesloopt in 1817)© Gelders Archief: 1553-0001, onbekende maker, Topografisch-historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Joan Derk van der Capellen tot den Pol, Aan het Volk van Nederland, 1781
Het geruchtmakendste patriottische pamflet in de achttiende eeuw was van de hand van de kleinzoon van de Arnhemse burgemeester Bassenn.

20 oktober 1901 (zondag)
‘Rode dominee´ Talma houdt afscheidspreek

ds. Aritius Sybrandus (Syb) Talma
© Zaanstad foto’s 1/120 s, R73.4, G44.5, B56.1. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Talma treft mensen in het hart, 1901
De Arnhemsche Courant deed op de voorpagina van de volgende dag verslag van het afscheid van dominee Talma uit Arnhem. Ook in zijn laatste Arnhemse preek ‘wist hij de hoorders in het hart te treffen’
In: Arnhemsche Courant, 21-10-1901. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000098332:mpeg21:p001

20 oktober 1901 (zondag)  
‘Rode Dominee’ Talma houdt afscheidspreek
Het was in 1901 een Godswonder. De Arnhemse dominee A.S. (Syb) Talma (Angeren 1864 – Haarlem 1916) versloeg bij Tweede Kamerverkiezingen voor het Friese kiesdistrict Tietjerkstradeel de gedoodverfde winnaar Pieter-Jelles Troelstra. Een lid van de ARP die in het hol van de leeuw de welbespraakte socialist Troelstra het onderspit liet delven. Nu was Talma met zijn domineesachtergrond ook een goed spreker, maar toch. 
Zo moest Talma na zes jaar predikant te zijn geweest in de Grote of Eusebiuskerk afscheid nemen van zijn hervormde gemeente.
Hij vertrok als Kamerlid naar Den Haag, waar hij grote indruk maakte. Het was dan ook geen wonder dat hij van 1908 tot 1913 minister was.
Talma werd ‘de rode dominee’ genoemd, want ondanks tegenstand uit eigen conservatief-protestantse kring (ARP, CHU) wist hij veel sociale wetten (zijn ‘ouderdomsrente’ is de voorloper van de AOW) door te voeren. Hij wordt daarmee als een wegbereider gezien voor die andere sociale Arnhemse minister, Marga Klompé.  
In Arnhem herinneren een kantstrook bij de Eusebiuskerk, het Talmaplein en de (verdwenen) Talmaschool aan de Creutzbergstraat op de Geitenkamp aan hem.

Kantstrook bij Eusebiuskerk
Achter de Eusebiuskerk, tegenover het Duivelshuis, werd op 21 oktober 2016 een ‘kantstrook’ over Talma onthuld. De kantstroken die op verschillende historische plekken liggen, zijn een initiatief van het Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur. De stenen herinneringsstrook over Talma werd gefinancierd door het de christelijke vakbond CNV. De tekst luidt:
‘In deze kerk hield op 20 oktober 1901 de hervormde predikant Aritius Sybrandus Talma (1864-1916) zijn afscheidspreek nadat hij was gekozen tot lid van de Tweede Kamer. + Als minister legde hij tussen 1908 tot 1913 de grondslag voor ons huidige sociale verzekeringsstelsel.’
© Jan de Vries, 2022. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Cesar Talma: “Ook gij Brutus!”
Minister Syb Talma kreeg geen steun voor zijn sociale bakkerswet van zijn christelijke partijgenoten en van de liberalen.
Bron: Albert Hahn, De verwerping der Bakkerswet, 8-6-1912.
© IISG Amsterdam, BG C5/835. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

21 oktober 1961 (zaterdag) 
Koningin Juliana bezoekt gerestaureerde Eusebiuskerk

Verslag bezoek koningin Juliana aan de Eusebiuskerk en andere Arnhemse locaties, 21-10-1961
© De Tijd/Maasbode, 23-10-1961.
Eusebiuskerk in de steigers, 14-6-1961
© Fotograaf Jac. De Nijs (Anefo) in Nationaal Archief Den Haag, 2.24.01.03, 912-6007, licentie CC-BY-SA

Het was wat voorbarig op zaterdag 21 oktober 1961. Koningin Juliana woonde de in gebruik name van de gerestaureerde Grote of Eusebiuskerk bij. De kerk was echter nog lang niet klaar. Drie jaar later verdwenen de laatste steigers rondom de toren en het zuidportaal kwam pas in 1968 gereed. In 1972 kwamen de steigers weer terug, een proces wat zich nog een paar keer zou herhalen.

Literatuur
De Tijd/Maasbode, 23-10-1961.

Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad. Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), pp. 76-77.

22 oktober 1935 (dinsdag) 
Arnhemmers discussiëren over Jodenvervolging in Nazi-Duitsland

22-10-1935 (dinsdag)  
Arnhemmers discussiëren over Jodenvervolging in Nazi-Duitsland

In de bovenzaal van lunchroom ‘André’ (eigenaar André Tolmeijer) in de Roggestraat hield mr. Ab(el) Herzberg (vader van schrijfster Judith Herzberg) een lezing als voorzitter van de Nederlandse Zionisten Bond. Herzberg besprak de in september in Nazi-Duitsland aangenomen wetten waarmee de joden tot tweederangsburgers waren gemaakt. Zo waren gemengde huwelijken (joden met niet-joden) verboden (Bloedbeschermingswet). De visie van Herzberg dat protest niet alleen zinloos, maar zelfs een teken van zwakte was, riep de nodige discussie op.

Afbeelding en literatuur
© Arnhemsche Courant, 23-10-1935

23 oktober 1813 (zaterdag)

Huismeesters Catharinagasthuis doen trieste ontdekking
De huismeesters van het Sint-Catharinagasthuis, dat in 2021 haar 775-jarig bestaan viert, concluderen in een vergadering dat het rijke archief van het gasthuis door de Franse bezetting (1795-1813) volledig in ‘onrede’ en voor een belangrijk deel verloren is geraakt.

Literatuur
Leppink, G.B., Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636).
Hilversum 1996 (Uitgeverij Verloren), pp. 388-389.

Sint-Catharinagasthuis in de Beekstraat
Johannes Weissenbruch, Gezicht van Arnhem, ca. 1847.
© Hermitage Petersburg Rusland, ГЭ-3824.

24 oktober 1861 (donderdag)
‘Soepcommissie’ bepaalt wie de ‘soep’ mag verzorgen


In de Arnhemsche Courant staat welke Arnhemse bedrijven/particulieren de producten voor de soep aan de allerarmsten van de stad mogen leveren.
De officiële naam van de liefdadigheidsinstelling die dit verzorgde was ‘De commissie tot uitdeeling van warme spijzen aan onvermogenden’. In de wandelgangen werd echter gesproken van de ‘Soepcommissie’. De landelijke en gemeentelijke (conservatief-liberale) overheid zag het niet als haar taak om actief maatschappelijk actief te zijn. De verzorgingsstaat was nog ver weg. Armen, zieken, bejaarden waren afhankelijk van de liefdadigheid van kerkelijke en particuliere instellingen.

‘Soepcommissie’ in Arnhem bereidt winterse soep voor
Bron: Arnhemsche Courant, 24-10-1861
Via krantensite Delpher: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000088226:mpeg21:p002

25 oktober 1642 (zaterdag)
Stadsbestuur verkoopt Wijnhuis  

Stadswijnhuis op het Grote Oord
© Gelders Archief: 1501-04-4038, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem, Public Domain Mark 1.0 licentie.
Bron:
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem.  
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 282.

25-10-1642 (zaterdag)  
Stadsbestuur verkoopt Wijnhuis

Het stadsbestuur had een eigen ontvangsthuis op de Grote Oord (hoek Ketelstraat), het Stadswijnhuis. Daar trakteerden de bestuurders zichzelf en andere hoogwaardigheidsbekleders op drank of een uitgebreid diner. De kosten van het gebouw wogen echter niet op tegen de baten, temeer omdat er in Arnhem inmiddels andere ‘trefflicke wynhuyse’ waren. Het wijnhuis werd in 1642 verkocht.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem.  
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 282.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 378-379.

26 oktober 1908 (maandag)
Brand verwoest Hotel Bellevue 

Hotel Bellevue voor de brand
© Gelders Archief: 1500 – 4165, Uitgeverij G.J. Hoff, Public Domain Mark 1.0 licentie.
Hotel Bellevue na de brand
© Gelders Archief: 1500 – 4168, Uitgeverij G.J. Hoff, Public Domain Mark 1.0 licentie.

26 oktober 1908 (maandag)  
Brand verwoest Hotel Belle-Vue
In de nacht van 25 op 26 oktober 1908 verwoestte een brand het luxe Hotel Belle-Vue aan de Utrechtseweg. Daarbij viel de huisknecht Gerrit Wammes als dode te betreuren.
Op zoek naar de oorzaak van de brand ontspon zich een thriller met wisselende verdachten, een liefdesaffaire, familieruzies, oplichting, enz. enz. De rechtszaak trok meer dan grote belangstelling. Dit kwam o.a. doordat spoorwegwerkers bij het begin van de brand een man met een paraplu in zijn hand via de regenpijp het hotel zagen ontvluchten. Deze aanvankelijk tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeelde Belgische pianostemmer F. Krönig werd in hoger beroep alsnog vrijgesproken. Hij probeerde zich niet alleen in veiligheid te brengen voor de brand, maar wilde in het hotel ook niet betrapt worden met een ander dame dan zijn echtgenote. Uiteindelijk bleek elektrische kortsluiting de meest waarschijnlijke oorzaak. Bijzonder, want in 1926 vestigde de Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij (PGEM) haar hoofdkantoor op deze plek en liet er in 1938 een nieuw hoofdkantoor verrijzen. Dat gebouw werd in 1989 gesloopt en nu staat het kantorencomplex van Alliander er.

Literatuur en bronnen
Kooger, H., Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem. Arnhem 1987 (KEMA), p. 37-39.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 468-470.

27 oktober 1989 (maandag)  
Aerosmith in de Rijnhal

Optreden Aerosmith in de Rijnhal
In 1971 werd de sport- en evenementenlocatie de Rijnhal geopend. Zeker nadat de Stokvishal in 1983 door sluiting en sloop haar plek als Arnhems poppodium had verloren, trokken vele grote namen in de popwereld naar Arnhem-Zuid: Genesis, Bon Jovi, Joe Jackson, Santana en ga zo maar door. In 1989 was het de beurt aan de Amerikaanse rockband Aerosmith. Leadman Steven Tyler trok alle registers open in de afsluitende megahit ‘Walk this way’.

28 oktober 1865 (zaterdag) 
Verkoop voormalige schouwburg in de Bakkerstraat

Bakkerstraat met Centraal Gebouw, ca 1885
Het pand links, waar de ladder voor staat, is de vroegere kapel van het Catharina-Gasthuis en diende jarenlang als schouwburg. Rond 1885 was het als Centraal-Gebouw eigendom van de Werkmansvereniging Arnhem.
© Gelders Archief: 1501-04 – 1440, fotograaf Gemeentearchief Arnhem. CC0 1.0 licentie.
Oude Schouwburg in de verkoop, 1865
In de Arnhemsche Courant werd in een advertentie de verkoop van de oude schouwburg gecombineerd met een achterliggend herenhuis. Uiteindelijk werden de percelen los verkocht.
In: Arnhemsche Courant, 14-12-1865. Via KB-site Delpher.
Grote versie totale krantenpagina:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000089948:mpeg21:p003

28 oktober 1865 (zaterdag)  
Voormalige schouwburg in Bakkerstraat verkocht

Toen in 1865 een nieuwe schouwburg bij de Eusebiusbuitensingel aan het Koningsplein werd gebouwd (opening 9 november 1865), was de oude ‘Concertzaal’ in de Bakkerstraat niet meer nodig. De Arnhemse gemeenteraad besloot daarom op zaterdag 28 oktober tot een openbare verkoop van de voormalige schouwburg. Die veiling vond uiteindelijk plaats onder toezicht van notaris C.F. Troost in ‘koffijhuis de Harmonie’ op 28 december. De koper voor een bedrag van f 10.829,- was projectontwikkelaar Hendrik Jan Heuvelink jr. (1833-1901). Deze zoon van stadsarchitect H.J. Heuvelink sr. (1806-176) zou een paar jaar later naam schrijven met zijn uitlegplannen voor het Spijker- en Boulevardkwartier.
Het pand in de Bakkerstraat op nr. 29 was oorspronkelijk de kapel van het Catharina-gasthuis. Na de verkoop was het jarenlang als ‘Centraal-Gebouw’ een feest- en vergaderzaal. De vloer van de grote zaal was op stalen veren aangelegd, die voortdurend geolied moesten worden. Als er flink gedanst werd, zweefde de vloer met de feestgangers mee. Het gebouw kreeg daarom de bijnaam “De Wip”. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog moesten de restanten gesloopt worden.

Literatuur en bronnen
Arnhemsche Courant, 1865 en 1866.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 115.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen. Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 359.

Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 282.

Bakkerstraat en Kerkplein, 1945
In het midden het verwoeste Centraal-Gebouw aan de Bakkerstraat. Op de gevel is de naam nog te lezen. Rechts daarnaast de Eusebiuskerk. Het huis links op de voorgrond staat in de bocht Kleine Oord-Broerenstraat.
© Gelders Archief: 1534-576, fotograaf W.S. Jaquet, CC-BY-4.0 licentie
Bakkerstraat en Kerkplein, 1945
In het midden het vroegere Centraal-Gebouw, waarin de oorsprong als Gasthuiskapel nog duidelijk te herkennen is. Op de voorgrond de onderzijde van de Eusebiuskerk.
© Gelders Archief: 1534-321, fotograaf W.S. Jaquet, CC-BY-4.0 licentie.

29 oktober 1853 (zaterdag)
Bibliotheek achter Duivelshuis

Duivelshuis met toegang tot de voormalige bibliotheek, ca. 1885
De Bibliotheek was in een gebouw achter het Duivelshuis gevestigd van 1856 tot 1895. In dat laatste jaar ging het naar de Mariënburgstraat.
© Gelders Archief: 1501-04–624, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem. CC 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bibliotheek achter het Duivelshuis, ca. 1865
Vanaf de Eusebiuskerk kijken we naar de Walburgiskerk. Op de voorgrond de verschillende gemeentelijke panden die samen met het Duivelshuis het onderkomen zijn van het stadsbestuur en de ambtenaren. Op het pand uiterst links, naast het huis met de trapgevel, is nog net te lezen ‘LIOTHEEK. Het zijn de laatste letters van ‘Bibliotheek’ die in dat pand was gevestigd.
© Gelders Archief: 1523-229-0083, fotograaf onbekend. Fotoalbums. CC 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

29 oktober 1853 (zaterdag)  
Reglement voor de Stadsbibliotheek achter het Duivelshuis
Op deze dag werd in 1853 door de gemeenteraad een nieuw reglement voor de Stadsbibliotheek vastgesteld. Het zou nog drie jaar duren voordat de boeken die beheerd werden door het stadsbestuur zouden worden samengevoegd met die van enkele verschillende verspreide particuliere leeszalen.  Op 1 oktober 1856 opende in een speciaal gebouwd ‘doeltreffend lokaal’ achter het raadhuis (Duivelshuis) de Arnhemse Openbare Bibliotheek. Die was, conform het reglement uit 1853 twee keer in de week open: op woensdag en zaterdag van 14.00 tot 16.00 uur.
In 1895 verhuisde de bibliotheek naar de Mariënburgstraat en daar zou het tot 1972 blijven. Vervolgens vonden de boeken onderdak in de Koningstraat en vanaf 2013 in Rozet.

Literatuur en bronnen
Jolles, J.J.A., De Openbare Bibliotheek te Arnhem. In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, deel 41 (1938), p. 25-153.

Potjer, M. R., Twee eeuwen lezen in Arnhem: van revolutie naar explosie. In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 23 (2003), nr.3 (themanummer ‘150 jaar Bibliotheek Arnhem), pp. 107-139.


Schaap, K. en A.S. Stempher, Arnhem omstreeks 1865. Arnhem 1989 (Gouda Quint bv), p. 74.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 175-176.

30 oktober 1719 (maandag)
Cannegieter moet blijven!

Latijnsche School in Broerenklooster, ca. 1650
In het complex van het vroegere Minderbroedersklooster was de Latijnsche School van Cannegieter gevestigd.
Deel van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639.
© Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon: Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Broerenkerk van het Minderbroedersklooster, ca 1580
De Broerenstraat in Arnhem herinnert nog aan het verdwenen Minderbroedersklooster. Na de reformatie in 1578-1579 werden de monniken uit het klooster verdreven en nam o.a. de Latijnse School (nu SGA) zijn intrek in het gebouw.
Tekening van Jacobus Stellingwerff, ca. 1720.
© Gelders Archief: 1551-2905, J. Stellingwerff, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

30 oktober 1719 (maandag)  
Cannegieter moet blijven!
De conrector van de Latijnse School, Hendrik Cannegieter, kreeg vandaag in 1719 salarisverhoging tot f 150,-per jaar. Zo haalde het stadsbestuur hem over om een aangeboden functie in Deventer af te slaan. De geleerde leraar, historicus o.a. (Geldersch Placaetboek uit 1740) en classicus zou nog  ruim vijftig jaar rector van de voorloper van het Stedelijk Gymnasium Arnhem blijven. De Latijnse school was op dat moment gevestigd in een zaal van het vroegere Boerenklooster. In de laatste jaren van zijn functie hoefde Cannegieter niet meer ‘de Latijnsche schooljeugd des Zondags ter kerke te geleiden’. Ordeproblemen, daar heb je op een gegeven moment als ervaren leraar helemaal geen last meer van. Of, zoals bij Cannegieter, daar wil je als docent niet meer mee lastig gevallen worden.

Literatuur
Aa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden. Deel 3, p. 109-112.  Haarlem 1858 (J.J. van Brederode).

Hasselt, G. van, Geldersch Maandwerk voor ’t jaar 1807. Arnhem 1807 (J.H. Moeleman), deel 1, p. 364-372.

Nelissen, N., ‘Een Gijmnasium hier ter stede is alleszins gewenscht’. Het Stedelijk Gymnasium te Arnhem, 1816-2016. Zutphen 2021 (Uitgeversmaatschappij Walburg Pers), p. 19-31.

Potjer, M., Hendrik Cannegieter (Steinfurt 1691-Arnhem 1770). In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 242-243.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld. Arnhem 1876 (Uitgeverij Van Egmond & Heuvelink), p. 65-66, 91.

Groot Gelders Placaet-Boeck, 1740
De uitgave van alle besluiten van het Hof van Gelre tussen 1699 en 1740 door Cannegieter bevestigde zijn status als historicus. Hij werd in 1763 benoemd tot officiële geschiedschrijver van Gelderland. Dit leverde hem bovendien een bedrag van twintig gulden per jaar op.
Bron: Het Derde Deel van het Groot Gelders Placaet-Boeck, 1740. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grafsteen Cannegieter, ‘Historiarum. Et. Eloquentiae Professor’
Van Cannegieter zijn geen portretten bekend. Wel is er zijn fraaie grafsteen in de Eusebiuskerk. De Latijnse tekst van de zerk zegt in het Nederlands: ‘Hier rust de beroemde Hendrik Cannegieter, J. U. D., professor in de geschiedenis en de welsprekendheid, geschiedschrijver van Gelderland, rector van de Latijnsche school te Arnhem enz. Tot droefheid van Themis en van het geheele koor der muzen is hij uit dit leven gescheiden den 2ien Augustus 1770, oud 79 jaren, 5 maanden en 28 dagen.’
Met dank aan Wim Vermei.Themis was in de Griekse mythologie o.a. de godin van de deugden en rechtvaardigheid.
© Eusebiuskerk, fotograaf Jan van Dalen. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

31 oktober 1811 (donderdag)
Napoleon snelt door Arnhem

Garde d’Honneur Arnhem, 1811
Voor de rondreis van keizer Napoleon werd een speciale erewacht weer van stal gehaald: de ‘Garde d’Honneur’.  Voor deze erewacht mochten alleen de zonen van de aanzienlijkste families zich aanmelden. We zien op de afbeelding twee gardesoldaten op de zuidelijke Rijnoever in het uniform van de Arnhemse eregarde. Vaag op de achtergrond zijn de contouren van de stad ten noorden van de Rijn te zien.
© Collectie Legermuseum Delft. CC 1.0.
Arnhem: vesting in Franse Tijd
Arnhem had als vestingstad een tweeslachtige reputatie. Koning Lodewijk Napoleon stond in 1808 de stad toe om de buitenwallen te slechten, maar broer en keizer Napoleon liet in 1812 de stad opnieuw in weerbare staat brengen. Tevergeefs: op 30 november 1813 werd het Franse garnizoen verdreven door Pruisische en Russische soldaten.
© Bibliothèque nationale de France, département Cartes et plans, GE D-15868.

31 oktober 1811 (donderdag)  
Napoleon snelt door Arnhem
Keizer Napoleon toerde in 1811 in een negendaagse rondreis door Nederland, dat een jaar eerder een deel van het Franse keizerrijk was geworden. Arnhem was hoofdstad van het Departement Boven-IJssel/Département de l’Yssel-Supérieur en hoopte, alleen daarom al, op een lang bezoek van de ´kleine korporaal´.
Helaas, op de laatste dag van zijn Nederlandse toer, was Arnhem slechts een overstapplaats richting Nijmegen en het zuiden. Napoleon keurde de, ter ere van hem gebouwde, drie erebogen nauwelijks een blik waardig en luisterde minzaam op de Rijnkade naar de in het Frans afgestoken toespraken van de stads- en departementsbestuurders. Hij zag wel dat Arnhem een arme stad was, want een paar dagen na zijn snelle doortocht schonk hij de stad het aanzienlijke bedrag van zesduizend Franse francs voor de allerarmsten.

Literatuur en bronnen
Haak, S.P., Arnhem door de eeuwen heen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem 1933. (Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 29-91, vooral p. 76.

Luikens, E., Leven en overleven tijdens de Franse bezetting, 1810-1813. In: Boonstra, O., Lunteren, P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming. Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), p. 53-74, vooral p. 66-67.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868. Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 24.