November Verleden Vandaag

(Bijna) elke dag van het jaar gebeurde er vroeger wel iets opmerkelijks in Arnhem.

30-11-1813 (dinsdag)

Slag om Arnhem, 1813

Belegering van Arnhem, 1813
Bronnen:
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1913 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 29.
 
Lunteren, P. van, Slag om Arnhem, 1813.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr 1, pp. 25-31, p. 28 (afbeelding van de kaart uit Fockema (1913).
Sturm von Arnheim, 1813
Bron: Boonstra, O., Lunteren P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming. Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), p. 130.

Voor de Slag om Arnhem in 1944 ging in de stad vooral de aandacht uit naar de gevechten om de stad in 1813. Die gebeurtenis werd in vele jaren (1863, 1913) groots herdacht.
Dit jaar (2021) pakken we een deelgebeurtenis uit de hele slag eruit: de ligging van de Pruisische troepen rondom de stad voordat de eigenlijke gevechten rond 12.00 uur bij de stad beginnen.

Aan de Utrechtseweg, bij de samenkomst van Onderlangs, bevond zich de eerste Pruisische colonne. Deze moest samen met colonne twee ter hoogte van de Sterrenberg aan de Amsterdamseweg de hoofdaanval op het retranchement (aarden verdedigingswal met lunetten) voor de Rijnpoort uitvoeren. Hoofddoel van de aanval was namelijk de schipburg bij Arnhem. De inname daarvan moest voorkomen dat de Franse hoofdmacht in Nijmegen een doorsteek naar de Pruisen kon maken.
De derde colonne, ter hoogte van Zypendaal, moest de Janspoort bezetten. De vierde colonne, bij wat nu Station Velperpoort is, nam de aanval op de Velperpoort voor zijn rekening. De kleine vijfde colonne moest vanaf de Westervoortsedijk opmarcheren naar de Sabelspoort.

Literatuur
Boonstra, O., Lunteren P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming.

Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren).

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij).

Lunteren, P. van, Slag om Arnhem, 1813.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr 1, pp. 25-31.

29-11-1791 (vrijdag)

Vrolijke viering St. Caecilia-Concert

Het Caecilia-Concert te Arnhem, 1791
Gelithografeerde omslag van het gedenkboek bij het 200-jarig bestaan.
Bron: Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven.
Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.).

Op 22 november 1591 werd in Arnhem de muziekvereniging ‘Het Caecilia-Concert’ opgericht. De muziekvereniging was de voorloper van Het Gelders Orkest, sinds 1 juni 2020 Phion.
Tweehonderd jaar later werd de stichting gevierd in de eetzaal (reventer) van het St. Catharinagasthuis aan de Beekstraat.

Er werd door de 44 feestgangers volop gemusiceerd en gezongen (o.a. concertante van Jean-Baptiste Davaux), maar nog meer werd er getoost en geproost. En er was veel om een heilwens over uit te spreken tot “vijf ure in den morgenstond”:

“Men dronk vervolgens aan dezen feestdisch de volgende conditiën:
Welkomst aan tafel;
gezondheden twee aan twee,
den regter en linker duim;
getrouwde dames,
inclinatiën:

voorts met bokalen:
de Staten der provincie ,
Stadhouder en het vorstelijk huis ,
richter en heeren van den Magistraat,
presidenten van het Hof,
Rekenkamer en Gedeputeerden,
over- en onderhuismeesters en rentmeester van het gasthuis;
met fanfares à la santé du jour in volle bokaaltjes, behalve degenen die hensden .
De groote hens voor de henspligtige leden en die van den Magistraat;
de kleine hens voor de geactionneerden van den Fiskaal.
Weder met kleine bokaaltjes:
de beste,
de vriend van de beste,
vaderlandje lief
en alle mooije meisjes,
vriendschap enz.”

Toelichting
den regter en linker duim = aanwezigen haken bij elkaar duimen in als teken van verbroedering,
inclinatien = genegenheid, liefde
groote hens = groot glas / grote heildronk
henspligtigen = zie die moeten werken
geactionneerden van den Fiskaal = medewerkers van de rechtbank

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 294-296.

Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven.
Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.), p. 20-21.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 8.

28-11-1698 (vrijdag)

Waag in vroegere Catharinagasthuis

Bakkerstraat met vroegere Catharinagasthuis, ca. 1650
Op de hoek van de Bakkerstraat en de Pastoorstraat (op de kaart nr. 26) stond het Catharinagasthuis met de bijbehorende kerk.
Detail van de plattegrond van Arnhem, uitgeven door Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

Na de Arnhemse Beeldenstormen (1578/1579) werd het Catharinagasthuis aan de Bakkerstraat niet gesloopt, maar ook niet meer onderhouden. In 1636 moest de toren van de kapel wegens instortingsgevaar gesloopt worden.
Toen in datzelfde jaar de laatste nonnen van het Agnietenklooster waren gestorven, verhuisde de gasthuisfunctie naar die gebouwen aan de Beekstraat.

Op 28 november 1698 besloot het stadsbestuur om het voormalige gasthuis in te richten als waaggebouw. De grote markt op de Markt was immers om de hoek. Daarvoor werden wel alle kerkvensters dichtgemetseld en nieuwe vloerbalken aangebracht. Behalve de waag, werd het gasthuiscomplex ook gebruikt als onderkomen voor de Franse School, de Neder-Duitse School en als turfopslag.

Honderd jaar later besluit de magistraat van de stad om een nieuw Waagebouw op de Markt te bouwen. Het pand in de Bakkerstraat werd ingericht als schouwburg, ‘De Komedie’.

Literatuur
Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.  
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933.
(Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 174..

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 114, 354-355

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 59.

27-11-1942 (vrijdag)

Jacob Koppel vermoord in Auschwitz

Markt met Joods bejaardentehuis, ca. 1920
Uiterst links het vroegere Paleis van Justitie. Rechts daarvan, op de hoek met de Hofstraat, het gebouw van Beth Mikloth Lezikno, het ‘Israelitisch Oudelieden-gesticht’.
Rechts zien we de nieuwe dakspanten van het in aanbouw zijnde nieuwe Provinciehuis, dat in 1924 zou worden geopend.
© Gelders Archief: 1501-04 – 7756, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

‘Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaal ze honderd malen
alle malen zal ik wenen.’ 

Slot van Leo Vromans, ‘Vrede’, uit de bundel ‘Slaapwandelen’, 1957.

Het gruwelverhaal van de Holocaust is bekend, maar bevat ook weer vele onbekende verhalen.
Waarom is bijvoorbeeld de in Arnhem geboren (1868) Jacob Koppel op 74-jarige leeftijd in november 1942 vermoord in Auschwitz? Hij woonde namelijk in het ‘Tehuis voor Israëlitische Oudelieden – Beth Mikloth Lezikno’ aan de Markt in Arnhem. De grote razzia op dat Joodse bejaardenhuis is twee weken na Jacobs dood, op 10 december 1942. Tachtig bewoners en personeelsleden werden opgepakt en gedeporteerd.
Waarom werd Jacob, en het grootste deel van zijn gezin dat elders in Arnhem woonde, al eerder vermoord?

Hoe meer je weet, hoe meer vragen er komen. Vragen die het begin vormen van een nieuw verhaal.

26-11-1962 (maandag)

Open Het Dorp

Mies Bouwman met minister Klompé
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo, toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5511, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Mies Bouwman met dokter Klapwijk
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo toegang, 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5512, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Mies Bouwman met Bronbeekbewoner
Oud-KNIL’er Syt van Rooy, 93 jaar, moedigt het Nederlandse volk aan geld te geven.
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo, toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5516, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op 26 november 1962 startte de 23-urige marathonuitzending ‘Open Het Dorp’. De geldinzamelmanifestatie bracht niet alleen eeuwige roem voor presentatrice Mies Bouwman, maar legde ook het financiële fundament ruim (uiteindelijke 21 miljoen gulden) voor Het Dorp in Arnhem.

Tijden veranderen, want op dit moment (2021) is de ontmanteling van de oorspronkelijke bebouwing van Het Dorp bijna voltooid. Tal van Arnhemmers traden op in de show om de Nederlandse bevolking aan te moedigen royaal geld te storten. Natuurlijk was daar dr. Klapwijk, de initiatiefnemer van Het Dorp. Ook ontbrak de in Arnhem geboren Marga Klompé, minister van Maatschappelijk Werk, niet. De landelijke betekenis van haar beleid, met als hoogtepunt de invoering van de Algemene Bijstandswet (1965) is van enorme betekenis geweest. Ook bewoners, oud-KNIL’ers, van Bronbeek deden hun duit in het zakje.

25-11-2012 (donderdag)

Vitesse wint van PSV

Vandaag, 25-11-2021, speelt Vitesse in de Conference League de uitwedstrijd tegen Rennes. ‘Arneym’ had daar graag, net als twee weken geleden tegen Tottenham Hotspur, bij willen zijn. Helaas, de aangescherpte corona-maatregelen gooiden roet in het voetbaleten.
Afgelopen weekend verloren de geelzwarte helden (vrij kansloos) van PSV met 2-0.

Hoe anders was dat op 25 november 2012 in een beladen uitwedstrijd tegen de Eindhovenaren. Na een 1-0 achterstand wisten de Arnhemmers te winnen met 1-2. Het winnende doelpunt kwam van cultclubheld Wilfried Bony.Daddy Cool’ zou dat jaar topscorer worden van de eredivisie.
Het was een beladen wedstrijd, want de trainer van Vitesse was op dat moment Fred Rutten, die een seizoen eerder nog leiding gaf aan PSV. Als extra zout in de Eindhovense wonde kwam de gelijkmaker van Vitesse ook van een oud-PSV’er, Jonathan Reis.
De trainer van PSV in 2012? Ja, daar is ie weer: Dick(y) Advocaat, sinds gisteren oud-bondscoach van Irak.

Meer over de geschiedenis en monumenten van Arnhem: www.arneym.nl

Literatuur
Reurink, F., Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen.
Oosterbeek 2017 (Uitgeverij Kontrast), p. 426.

24-11-1816 (zondag)

Geslacht Huyghens in de adelstand

Familiewapen van Rutger Huijghens, 1666
Het familiewapen van Rutger Huijgens zoals opgenomen in het wapenboek van de St.-Joost schutterij in Arnhem.
© Gelders Archief: 2089-2.13 Wapenboek van het “Collegium vetus fraternitatis Sancti Jodoci” of St. Joosten schutterij, opgemaakt omstreeks het midden der 17de eeuw, bijgehouden tot 1785. Nr. 70. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Adellijk wapen van de familie Huyghens, 1816
Als de familie Huyghens in de adelstand wordt verheven, wordt hen ook een ‘echt’ adellijk familiewapen toegekend.
Bron: C. O.A. Schimmelpenninck van der Oije (e.a.), Wapenregister van de Nederlandse adel Hoge Raad van Adel 1814 – 2014.

Iedere Arnhemmer kent de Huijghenslaan. De fraaie allee, die door zijn omvang vaak dient als racebaan, is niet genoemd naar de 17-eeuwse Constantijn Huyghens (dichter, staatsman) of zijn zoon Christiaan (natuur- en wiskundige).

De naam komt van het Arnhemse regentengeslacht Huyghen/Huijghens, dat geen familiebanden had met de Haagse Huyghens.
Om precies te zijn is de naam van de 17e-eeuwse Arnhemse burgemeester Rutger Huijgens (1586-166). Hij was eigenaar van het, bij de Huijgenslaan gelegen, landgoed Klarenbeek (‘Huijgens goet’). Rutger vergrootte dat bezit en werd voor een deel in landschappelijke stijl door hem verfraaid. Dat lukte hem mede dankzij de opbrengsten van zijn aandelen in de VOC.
Het was niet een man die stil zat. Tot op hoge leeftijd was hij actief in de landelijke politiek: lid van de Staten-Generaal en als 78-jarige nog vergezelde hij o.a. admiraal Michel de Ruyter in een van de Engelse zeeoorlogen.

De Huyghens, die met zijtakken van hun stamboom ook bestuursfuncties in andere steden vervulden, wilden zich graag meten met de ‘echte’ oude adel. Alleen een titel ontbrak er nog aan, hoewel Rutger zich graag als ‘Heer van Klarenbeek’ liet aanspreken.
Daar kwam verandering in als een verre nazaat van Rutger, mr. Hendrik Huyghens (1755-1838), het lukt om in 1816 bij Koninklijk Besluit van 24 november in de adelstand te worden verheven. Hij mag zich jonkheer noemen.
De vreugde is van korte duur: een gezinsdrama treft de familie. Hendriks enige zoon en vier dochters overlijden, zijn dochters al dan niet getrouwd, en daarmee sterft ook het adellijke geslacht Huyghens in 1861 weer uit.

Literatuur

Breugel Douglas, C. van, Geslacht Huyghens.
In: De Navorscher, jrg. 30 (1880), pp. 149-156.

Potjer, M. Brieven van Constantijn Huijgens en Rutger Huijghens.
In: Arnhem de genoeglijkste, jrg. 24 (2004), nr. 1, p. 14-18.

Potjer, M., Rutger Huyghens (1586-1666), een vitale regent.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 102-103..

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden.
Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 102-104.

23-11-1836 (woensdag)

Verkrijging grond voor Koepelkerk

St. Janskerk, ca. 1745
De gotische Janskerk van de Commanderij van St. Jan, gesloopt in 1817.
Tekening van Jan de Beijer.
© Gelders Archief: 1551 – 2867, J. de Beijer. Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Koepelkerk, 1852
De Koepelkerk werd niet exact op dezelfde plaats als de vroegere Janskerk gebouwd, maar iets meer naar achteren, oostwaarts. Ter vergelijking: de achterkant (kooromgang) van de Janskerk zou nu net links naast (ten westen) de ingang van de Koepelkerk liggen.
© Gelders Archief: 1551 – 2907, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De Hervormde Gemeente te Arnhem wilde rond 1835 een nieuwe kerk bouwen en liet zijn oog vallen op de terreinen van de voormalige Commanderij van St. Jan. Het ommuurde terrein van de vroegere hospitaalridders was al een tijdje in gemeentelijke handen. De eens zo prachtige gotische Janskerk met twee torens was zo bouwvallig dat deze al in 1817 ten prooi viel aan de sloophamer. Een van de torens was in 1809 uit voorzichtigheid al neergehaald.

Het ontwerp voor de nieuwe Janskerk kwam van stadsarchitect Anthony Aytinck van Falkenstein. Van zijn hand was ook de Willemskazerne en het was geen toeval dat die op een steenworp afstand lag. De fraaie neoclassicistische Koepelkerk moest vooral de officieren van de kazerne naar de zondagsdiensten lokken. In maart 1837 vond de aanbesteding plaats voor 52.000 gulden. De eerste steenlegging volgde op 14 juni 1837. Twee dagen later bezocht koning Willem I het bouwterrein.

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 391-394.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), pp. 72-73.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.

Wander, R.H.J., Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht 1997 (Uitgeverij Matrijs), pp. 23-24.

22-11-1615 (zondag)

Overlijden Johannes Fontanus op het Fontanus’ spijker

Plaquette van Fontanus in de Grote of Eusebiuskerk
De geestelijke voorvechter van het nieuwe gereformeerde geloof in de stad werd met een plaquette in ‘zijn’ kerk geëerd.
Foto Cor Beking, 2008 © Jan de Vries en Cor Bekink, 2008.
Fontanus’ spijker, ca. 1770
Beneden loopt de Velperweg: ‘tra publica van Arnhem op Zutphen’. Via een bruggetje over de beek (Molenbeek vanaf landgoed Klarenbeek) bereikt men het kleine landgoed. Rechts loopt de Vosdijk richting de broeklanden (Het Broek).
© Gelders Archief: 2000-561, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Fontanus’ spijker, 1767
Vanaf de windroos linksboven loopt de Velperweg naar beneden ‘Weg na Velp’. No’s 17 en 18 omvatten het vroegere Fontanus’ spijker. In de 18e eeuw heeft het de naam van de nieuwe eigenaar ds. Jean Gavenon, dominee van de Waalse Gemeente in Arnhem: het Gavenons Spijker.
Detail uit; F Beijerinck, Caart van de Monck-huijser Tiend gelegen in het schependumb van Arnhem, 1767.
© Gelders Archief: 0095 Verzameling Tiendarchivalia 275. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Zijn naam is al vaak gevallen in ‘Verleden Vandaag’ en op de website ‘Arneym’: Johannes Fontanus. Hij speelde een belangrijke rol in de overgang van Arnhem naar het protestantisme en drukte als predikant in de Eusebiuskerk nadrukkelijk zijn stempel op het geestelijke, politieke, culturele en dagelijkse leven van de stad.

Fontanus overleed, na 36 jaar voorganger te zijn geweest, in 1615 op zijn buitenverblijf ten oosten van de stad aan de Velperweg. Dat zijn sterfdag een zondag was, is één van die fraaie toevalligheden (?) die het verleden kleur geven.
Het hof, een voormalig spijker (opslagplaats voor graan), kreeg zijn naam: Fontanus’ spijker of Fontanus’ Hof. Het stadsbestuur had hem dat uit erkentelijkheid voor zijn werkzaamheden geschonken.
Het kleine landgoed was één van de pakweg tien voormalige spijkers buiten de stadsmuren. In de moderne tijd is er, op het fabrieksterrein van de Akzo/Tejin, niets meer van terug te vinden. Al naar gelang de financiën van de eigenaar waren de veelal laatmiddeleeuwse spijkers eenvoudige ‘landmanswoningen’ of riante buitenplaatsen geworden. Het Fontanus’ spijker bevond zich in de middenmoot: een kleine woning, een boomgaard en wat akkerland.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 260-261.

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden.
Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 30-31, 163, 169-171.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), pp. 72-73.
Hier wordt abusievelijk als overlijdensjaar 1616 genoemd.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), pp. 187-223, p. 221-222.

21-11-1698 (zaterdag)

Stovenzetsters zorgen voor kerkonrust

Ordonnantie tegen stovendraagsters, 1698
Bron: Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 84.
Vooroorlogs interieur Eusebiuskerk, ca. 1925
© Gelders Archief: 1500 – 1490, Prentbriefkaarten, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In november wordt het echt koud. En als je dan urenlang in de kerk stil en aandachtig moet luisteren naar de predikant, dan begint de kou door te dringen tot elke vezel van je lichaam. Hoe geestelijk hartverwarmend het Woord Gods ook moge zijn.
Om je extra tegen de kou te beschermen kon je in de 17e eeuw bij het begin van de dienst een stoof huren. Voor de jongere generatie: een stoof is een klein houten of stenen kastje met gloeiende kooltjes erin. Daar zette je voeten op en de warmte werd door het hele lichaam getransporteerd.

Die stoofjes moesten aan het eind van de kerkelijke bijeenkomst wel weer ingeleverd worden. De verhuursters (het waren vrouwen die hiermee een extra centje hoopten te verdienen) zamelden ze dan aan het eind van de dienst weer in om ze de zondag daarop weer te verhuren. Om snel thuis te zijn, begonnen die ‘stovenzetsters’ of ‘stovendraagsters’ nog voordat de prediking formeel was afgelopen, de stoven op te halen. Dat verstoorde de eerbiedige stilte in de kerk en bovenal de woorden van de voorganger.

Daarom vaardigde het stadsbestuur op 21 november 1698 een ordonnantie uit ‘ tegen het gewoel der stovendraagsters’: wie te vroeg de stoofjes ophaalde, werd een middagje vastgezet in het stadhuis. Tevergeefs: op 22 december 1724 moest dit besluit krachtig worden herhaald.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 268.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 264-265.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 84.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 59.

20-11-1641 (woensdag)

Kerkhof Walburgiskerk wordt heropend

Walburgiskerk en Walburgisplein, ca. 1750

Tekening van Hendrik Speelman (mede naar J. de Beijer) in: Het verheerlijkt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezichten en steden, dorpen en sloten enz. Met prenten door H. Spilman naar A. de Haen, Corn. Pronk, J. de Beijer en P. van Liender. Drukkerij en uitgeverij I. Tirion, Amsterdam, 1745-1774.

Grote of Eusebiuskerk en Walburgiskerk, ca. 1650
Detail uit de kaart van Nicolaes Geelkercken (1639), ingekleurd en gedrukt bij J. Blaeu.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

Het stadsbestuur van Arnhem, de magistraat, gelastte op deze dag dat de doden ook bij de Walburgiskerk begraven konden worden.
De begraafplaatsen binnen de stadsmuren waren een voortdurende bron van zorg voor het stadsbestuur en de kerkelijke autoriteiten. De kleine kerkhoven bij de kloosters binnen (o.a. Broerenklooster en Agnietenklooster) en buiten de stad (o.a. Mariënborn en Monnikenhuizen) werden niet meer gebruikt konden worden. Deze katholieke instellingen waren na de Arnhemse Beeldenstormen (1578-1579) gesloopt. Ook de Walburgiskerk werd toen aan de katholieke eredienst onttrokken. Daardoor bleven alleen de graven in de Grote of Eusebiuskerk en het kerkhof direct buiten de kerk over.

Toen deze echter over- en overvol waren, moest toch weer uitgeweken worden naar het voormalige kerkhof van de kanunniken van de Walburgiskerk.

Literatuur
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

19-11-2015 (donderdag)

Opening OV-terminal Arnhem Centraal

Arnhem Centraal, 2018
© Fotograaf Rob Slepička.
Stationsplein Arnhem, ca 1958
© Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Corona en de hoge papierprijs
Het nieuwe boek van historicus en wethouder Bob Roelofs had ernstig te lijden onder de coronapandemie en de gestegen kosten voor het drukken van een boek,
© De Gelderlander, 9-11-2021.

Laten we vandaag eens twee dingen combineren. Het was vandaag in 2015 dat de OV-terminal ‘Station Arnhem Centraal; werd geopend.
Het was vorige week zaterdag 13 november dat helaas de presentatie van het nieuwste boek van (wethouder) Bob Roelofs, Parels en proefballonnen 2 / Kroniek van Arnhem 2011-2020, door corona geschrapt moest worden.

Maar ‘Arneym’ geeft u een exclusief voorproefje (‘sneak preview’) door uit dit boek de opening van Arnhem Centraal te citeren:
“De opening van Station Arnhem Centraal op 19 november 2015 markeerde een metamorfose in het stationsgebied die in de Arnhemse geschiedenis als uniek te bestempelen is. (…) Het gehele project had ruim € 163 miljoen gekost en het uiteindelijke resultaat werd, ondanks het jarenlang lekkende dak, met lof, gejuich en architectuurprijzen ontvangen.”

Literatuur
De Gelderlander, 9-11-2021.

Roelofs, B., Parels en proefballonnen 2. Kroniek van Arnhem, 2011-2020.
Arnhem 2021 (Uitgeverij Jeugdland Arnhem), pp. 13-17.

18-11-1700 (donderdag)

Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling

Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling’
Bron: Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 56.
Strafwerktuigen op de Markt
Links, aan de oostzijde van de Markt het Prinsenhof, de gebouwen van het provinciale bestuur. Op deze achttiende-eeuwse prent zijn voor het hof het ‘houten paard’ en de ‘schandton’, die voor de strafuitvoering van het gerechtshof werden gebruikt, te zien. Rechts de volledig ingebouwde Sabelspoort.
Bron: Jan de Beijer, De Grote Markt te Arnhem in het midden der 18e eeuw, 1742.
© Gelders Archief: 1551-3969, tekenaar Jan de Beijer, Public Domain Mark 1.0.

Het Arnhemse stadsbestuur besluit op 18 november 1700 dat het ‘vreemde bedelaars, op straffe van geeseling, verboden (werd) in de stad te komen’. Ook herbergiers die deze ‘vreemde bedelaars’ onderdak verschaffen staat deze straf of verbanning met hun hele gezin te wachten.

Dat betekende wel extra inkomsten voor de ‘scherprichter/beul’ van Arnhem. Volgens contract zou hij voor elke gewone geseling maximaal drie gulden krijgen: ‘Voor een gemeene geesseling sal hij soo voor hem als sijnen dienaar niet meer mogen declareeren als drie guldens: de garden’en bindlijnen daar onder begreepen.’

Geef de mensen een naam: ‘vreemde bedelaars’. Dat is iets anders dan ‘bekende bedelaars’ of ‘inwoners van de stad die om geld of brood vragen’.
Tegenwoordig is dat nog steeds van toepassing: vluchtelingen, migranten, indringers, gelukzoekers, oorlogsslachtoffers, enz. En is het afschrikken en verbannen van ‘vreemde bedelaars’ in de kern iets anders dan de ‘pushback’ aan de grenzen van Europa?
Historische bronnen en geschiedschrijving objectief?
Dat is onmogelijk: onze eigen (cultuur)geschiedenis dringt altijd door in hoe we zaken zien, ervaren en beschrijven.  

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 139.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 56.

17-11-1987 (dinsdag)

Dr. Herman Bax van het Gemeenteziekenhuis overlijdt


Herman Bax, bij zijn afscheid in 1967
Bron: Schalm, L. Afscheid van Dr. H.R. Bax als chirurg van het Gemeente Ziekenhuis te Arnhem.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 22 (1967), pp. 1016-1017.
Bouw Zusterflat Gemeenteziekenhuis
In het begin van de jaren zestig, als Bax nog steeds leiding geeft aan de afdeling Chirurgie, wordt de zusterflat bij het Gemeenteziekenhuis gebouwd.
© Gelders Archief: 1524 – 11104, Diacollectie Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Twintig jaar nadat hij het ‘ambacht’ als chirurg in het Gemeenteziekenhuis Arnhem had neergelegd overlijdt in 1987 Herman Reinier Bax (geboren 1907 te Velsen). Sinds 1 november 1941 was hij het hoofd van de afdeling Chirurgie van het Gemeenteziekenhuis aan de Wagnerlaan.

Behalve als expert op het gebied van leveroperaties verwierf hij tijdens de Tweede Wereldoorlog bewondering om zijn hulp aan Joodse onderduikers en Arnhemmers in nood na de Slag om Arnhem.
Zuster Boland, één van zijn medewerkers herinnert: “Bax werd op een kwade dag opgepakt, maar na zo’n dag of veertien was hij er ineens weer, met één van zijn kinderen op de arm. Het was wel duidelijk dat je beter nergens naar kon vragen.“

Bax stond ook bekend om zijn onverbloemde medische en ethische standpunten en artikelen. Zijn ‘Een blik terug’ uit 1967 op zijn eigen 25-jarige carrière als chirurg in het Gemeenteziekenhuis geeft daarvan enkele fraaie staaltjes.

Literatuur
Bax, H.C.R., Een blik terug.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 21 (1967), pp. 941-947.

Brandt, K.H. en A.M. ter Haar, In memoriam dr. Herman Reinier Bax.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 131, nr. 3 (1987), pp. 129-130.

Heusden-Sleutel, A.C. van (1995). Van minimale hulp tot optimale zorg. 150 jaar ziekenhuiszorg in Arnhem.
Arnhem 1959 (Ziekenhuis Rijnstate), p.78.

Schalm, L. Afscheid van Dr. H.R. Bax als chirurg van het Gemeente Ziekenhuis te Arnhem.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 22 (1967), pp. 1016-1017.

16-11-1672 (woensdag)

Franse bezetter eist geld

Frans bevel tot betalen van 1250 gulden
Verordening van Louis Robert, Intendant de Justice, Police & Finances dans Toutes Places & Pays conquis par sa Majesté sur les Hollandois’, aan Arnhem d.d. 16-11-1672.
© Gelders Archief: 2000-3517-0023 Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Franse kaart van Arnhem, 1672
De Franse cartograaf des Konings, Cher. de Beaurain, legde alle overwonnen steden op kaart vast.
© Gelders Archief: 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8318. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Donderdagmiddag 6 juni 1672 marcheerden de Franse soldaten van ‘Zonnekoning’ Lodewijk de Veertiende Arnhem binnen. Enkele uren daarvoor had het Arnhemse stadsbestuur bij het Franse legerkampement in Lathum de koning hoogstpersoonlijk de capitulatie van de stad aangeboden. Dat gebeurde wel volgens de Franse etiquette: “Dat so de Coninck, te paerd sittende, audientie verleende, sij oock op haer paerden blijven, ende tot sijn Majesteit alleen met driemaal haer lichaem te buygen nadere mosten.”

Met de Franse beleefdheid was het snel gedaan en één van de talloze financiële verplichtingen is van 16 november. De Franse bestuurder (intendant) van Nederland, Louis Robert, beveelt Arnhem om elke maand 1250 gulden, ‘deux mil cent cinquante florins’, te betalen.
De stad is enorm opgelucht als twee jaar later aan de Franse bezetting een eind komt.

Literatuur
Kotte, W., Van Gelderse Bloem tot Franse lelie. De Franse bezetting van de stad Arnhem 1672-1674 en haar voorgeschiedenis.
Arnhem 1972 (Gemeentearchief Arnhem, Bijdragen tot de geschiedenis van Arnhem deel 4), p. 62, 75-81, 139 (noot 303).

15-11-1912 (vrijdag)

Oprichting Gelderse Blindenvereniging


Logo vroegere Gelderse Blindenvereniging
Villa Reale en Villa Clara Utrechtseweg, ca 1950
De panden waar het Gelderse Blinden Instituut in de jaren dertig werd gevestigd. De voormalige woonhuizen ‘Villa Reale’ (links) en ‘Villa Clara’ werden naar een ontwerp van de Arnhemse architect Van Gendt in 1873 gebouwd. In de jaren dertig en vijftig werden de panden door respectievelijk de architecten Eich en Feenstra verbouwd.
© Gelders Archief: 1500-4224, Gelderse Blindenvereniging. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ansichtkaart Gelderse Blindenvereniging, ca 1935
© Gelders Archief: 1500 – 4225, Gelderse Blindenvereniging. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De Arnhemmer Rikke Koops (geboren 5 april 1883) is sinds zijn 12e jaar blind en wil iets doen aan de emancipatie en positie van de blinden in Gelderland. Op 15 november 1912 is hij de initiatiefnemer van de oprichting van de stichting ‘Geldersche Blindenvereniging’. De stichting wil blinden ondersteunen om aan eigen inkomsten te komen zodat ze meer niet meer volledig afhankelijk zijn van liefdadigheid en overheidssteun.

Er wordt geld ingezameld aan en in 1918 wordt in de Weverstraat een werkinrichting voor blinden geopend. De naam is ‘G.B.I. werkinrichting en tehuis voor blinden’ (G.B.I.= Geldersche Blinden Industrie). Al snel verruilt de vereniging dit gebouw voor twee panden (een als kantoor- en woonhuis en een als werkinrichting) aan de Marktstraat.

Die panden moesten in 1933 wijken voor de bouw van de Rijnbrug en vond op 9 oktober van dat jaar de feestelijke opening plaats van het nieuwe onderkomen aan de Utrechtseweg, tegenover de Oranjestraat, In twee grote voormalige villa’s (gebouwd in 1873) werden de kantoren, een werkplaats, een winkel en internaat gevestigd. Zo’n 30 blinden vonden er blijvend onderdak. In 1980 waren de voorzieningen niet meer rendabel en werden de panden verkocht. De vereniging investeerde het geld, nu als GBS (Gelderse Blinden Stichting), in de verdere ondersteuning van de blinden in Gelderland.

Het voormalige kantoorgebouw is er nog steeds als ‘Villa Reale’. Het pand met de winkel (‘Villa Clara) moest in de jaren negentig van de vorige eeuw plaatsmaken voor het appartementencomplex ‘Huize Clingelbeeck’.

Rikke Koops bleef tot aan zijn dood in 1966 voorzitter van de Gelderse Blindenverening. Zijn graf is te vinden op Moscowa.

Literatuur
Ahoud, W.F.M., Inventaris van het archief van de Gelderse Blindenvereniging.
Gelders Archief, 0748 Gelderse Blindenvereniging, laatste wijziging in 2015.

Gelders Archief: 2071 Archief Gelderse Blindenvereniging, archief gevormd in 1991; laatste wijziging 2020.

14-11-1546 (donderdag)

Overlijden Joost Sasbout, ‘de mens is een zeepbel’

Epitaaf Joost Sasbout in de Eusebiuskerk Arnhem
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), nr. 20371079.
Epitaaf Joost Sasbout
Schilderij van Johannes Jelgerhuis Rz uit 1825.
De tekst op het middendeel is een artistieke invulling van de schilder. Hier was oorspronkelijk de geboorte van Christus afgebeeld. Men gaat er van uit dat deze tijdens de Arnhemse Beeldenstormen (1578/1579) is vernietigd.
© Gelders Archief: 1551-2891, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Joost Sasbout (Jodocus van Sasbout, 1487-1546) moet niet verward moet worden met de 17e-eeuwse Utrechtse apostel-vicaris Sasbout Vosmeer (1548-1614).

De Arnhemse Sasbout was de eerste kanselier in Gelre voor keizer Karel V. Voor deze nieuwe heer van Gelre moest Van Sasbout zorgen voor rust in Gelre en Arnhem na de roerige periodes van Karel van Gelre (hertog 1492-1538) en Willem van Gulik (en Berg en Kleef, hertog 1538-1543).

Sasbout is niet zozeer bekend geworden door zijn korte periode als hoogste bestuurder in Gelderland. Zijn epitaaf (grafgedenkteken) in de Grote of Eusebiuskerk daarentegen wordt door kunsthistorici geprezen als een prachtig voorbeeld van renaissancistische beeldhouwkunst. Dat gedenkmonument bevindt zich in de noordelijke kooromgang van de kerk en is waarschijnlijk van de hand van Colijn de Nole uit Kamerijk (België).

Het beeldhouwwerk mag dan tal van verwijzingen hebben naar de klassieke Grieks-Romeinse tijd. De afbeelding en teksten ademen meer het ‘memento mori’ van de middeleeuwen dan het ‘carpe diem’ van de renaissance.
Een deel van de tekst die Sasbout zelf naliet: ‘Sta stil; wat gij zijt ben ik geweest; wellicht zijt gij morgen wat ik ben: een rottend lijk. Eens was ik Jodocus Sasbout (…) Maar wat baten mij thans titels, schatten of wijsheid? De dood maakt hoog en laag gelijk. Alleen de deugd wacht de mens na zijn dood…’.

Het zijn vooral de gebeeldhouwde afbeeldingen van een zojuist overleden jonge vrouw en een skelet met aan weerszijden de woorden ‘homo bulla’ (‘de mens is een zeepbel’)  ‘caro fernu’ (‘het vlees is als hooi’) die de bezoeker tot nadenken doet stemmen.

Literatuur
Brink, T., Ontworpen voor de eeuwigheid. De memoriesculptuur voor Joost Sasbout en Catharina van der Meer in de Eusebiuskerk te Arnhem.
In: Bulletin KNOB, deel 12, 2013, nr. 3, pp. 152-165.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 243-244.

Schulte, A.B.C en C.J.M, Schulte- van Wersch, Kunst en cultuur van de late middeleeuwen tot 1700.   
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 276-309, p. 288 en 291.

Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), pp. 179-183.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970),  p. 85.

13-11-1957 (woensdag)

Overlijden Arnhemse Olympische touwtreksportheld

Olympische helden van Achilles, 1920
Enkele sporters van Achilles die de zilveren medaille wonnen op de Olympische spelen. De eerste atletiekmedaille ooit voor Nederland. De kleine man links staand is Willem Bekkers (Arnhem 1890 – Arnhem 1957).
© Gelders Archief: 1583-12833, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Affiche Olympische Spelen, 1920
Een van de affiches voor de Spelen in Antwerpen.

In 1957 overleed op 67-jarige leeftijd Arnhemmer Willem Bekkers.
Hij verwierf in 1920 furore door deel uit te maken van de zilveren medaillewinnaars in het Olympische atletieknummer van het touwtrekken.

Op de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen was touwtrekken nog een Olympische activiteit. De Engelsen, acht politieagenten die samen 300 kilo zwaarder waren dan de Nederlanders, gingen er met de titel vandoor. Ons land behaalde de tweede plaats.
De Nederlandse touwtrekploeg bestond vooral uit mannen van de Arnhemse krachtsportvereniging Achilles. Een combinatie van boksers, worstelaars en gewichtheffers vormde de touwtrekploeg. Een van de acht was Willem Bekkers.

De Nederlands-Arnhemse ploeg oogstte bovendien alom bewondering voor hun sportiviteit. In de wedstrijd om het zilveren was namelijk een deel van tegenstander België te laat en de tweede plek werd aan de mannen van Achilles toegekend. “Zo willen wij niet winnen”, spraken de Arnhemmers en wachtten tot de tegenstander compleet was. Daarna werd het duel met 2-0 in het voordeel van de Gelderse krachtmensen beslist.

In Arnhem volgde de gebruikelijke rijtoer, een huldiging in Musis met een toespraak van waarnemend burgemeester en sportwethouder H. Goedhart jr. en uitgebreide artikelen in de Arnhemsche Courant. Bij de volgende Spelen was het touwtrekken geschrapt als Olympisch onderdeel.

Literatuur
Fiege, K., Twee eeuwen sporten in Arnhem.
Arnhem 2001 (De Arnhemsche Courant / De Gelderlander), p. 50 en 57.

12-11-1794 (woensdag)

Inkwartiering troepen in Lutherse Kerk

Lutherse Kerk, 1895
Het kerkgebouw voordat het drie jaar later verlaten zou worden door de Evangelisch-Lutherse gemeente. Ze betrok in 1898 een nieuwe kerk aan de Spoorwegstraat.
Op de voorgrond een deel van de open galerij uit 1845 die diende als Korenbeurs. Het gebouw de Korenbeurs werd in 1899 in gebruik genomen.
© Gelders Archief: 1501-04-6419, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Voormalige Lutherse Kerk  aan de Korenmarkt
Tekening uit 2004.
© Gelders Archief: 1592–158 tekening van W.F. van Reine, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.

In 1735 gaf Arnhem toestemming aan de Lutherse gemeente om aan de Korenmarkt een kerkgebouw neer te zetten. Het werd een prachtig classicistisch pand, ontworpen door architect Leendert Viervant.

Bijna zestig jaar later, in 1794, was het niet alleen in Arnhem, maar in heel Europa onrustig. Na de Franse Revolutie werd Frankrijk bedreigd door buitenlandse troepen die de monarchie wilden herstellen. De Franse revolutionairen sloegen terug door een tegenaanval in te zetten. Ze marcheerden op naar de zuidelijke Nederlanden, dat door de Franse vijand, Oostenrijk, werd bestuurd. Het revolutionaire Frankrijk had zelfs in februari 1793 de oorlog verklaard aan Nederland, of beter naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hier zwaaiden immers aanhangers van het ‘ancien regime’ in de persoon van de prinsgezinden van stadhouder Willem V van Oranje ook de scepter.

De Fransen rukten in de zomer van 1794 razendsnel op naar de Republiek.
Het Arnhemse stadsbestuur liet de stedelijke kas met 15.000 gulden en alle belangrijke archiefstukken overbrengen naar Amsterdam.
De troepen werden versterkt en vanuit Engeland kwam een extra eenheid soldaten onder leiding van de hertog van York naar Arnhem. De Engelse opperbevelhebber betrok een huis in de Koningstraat en zijn soldaten werden op 12 november ondergebracht in de Lutherse kerk.
Zo wist het oude bestuur het nog een paar maanden te rekken, maar in januari 1795 dansten de ‘Bataafse patriotten’ definitief rondom de overal opgerichte vrijheidsbomen.

Literatuur
Eijsink, Th. N., Restauratie en revolutie in Arnhem 1 juli 1787 – 6 mei 1795.
Arnhem 1967 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 70-71.

Koene, B., Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809).
Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), pp. 240-241.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 10-11.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 81

11-11 St. Maarten

St. Maarten vereeuwigd in steen

St. Maarten en St. Petrus, zuidportaal Eusebiuskerk  
De zwaar beschadigde originele middeleeuwse beelden bevinden zich in het Museum Arnhem. De huidige natuurgetrouwe kopieën zijn van beeldhouwer Henk Vreeling.
© Foto Jan van Dalen.
Maartenskerk in grondplan Eusebiuskerk
Rechtsonder in vet-zwart de omtrek van de middeleeuwse Maartenskerk.
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20024776.
Maartenskerk in plaveisel
Een belangrijk deel van de vroegere omtrek zijn nu bedekt door bouwplaten. Direct naast het zuidportaal is het meest te zien.
© Foto Cor Bekink, 2008.

Vijfhonderd jaar lang was St. Maarten de patroonheilige van Arnhem. Tot 1453 heette de Eusebiuskerk de Maartenskerk. Toen in dat jaar relieken van Eusebius vanuit de moederabdij in Prüm (Eifel – Duitsland) kreeg de Grote Kerk haar huidige naam.

Niet alleen de Martinuskerk aan de Steenstraat herinnert nog aan de eerste heilige beschermer van de stad. Aan het zuidportaal (Turfstraatzijde) van de Eusebiuskerk is uiterst links een standbeeld van de Franse heilige te zien. Hij is vereeuwigd op zijn beroemdste moment: met zijn zwaard snijdt hij zijn mantel in tweeën en geeft een stuk aan een bedelaar.

Naast hem staan Petrus (sleutel tot de hemel), Christoforus (Christus op zijn schouders) en Stephanus (dalmatiekmantel en steen, het teken van de eerste martelaar die door steniging stierf).

Naast het zuidportaal is in het plaveisel nog een deel van de omtrekken van de oude Maartenskerk te zien. Helaas wordt een belangrijk deel hiervan door bouwplaten aan het zicht onttrokken.

Literatuur
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 101, 111-113.

10-11-1616 (donderdag)

Stad koopt patroonrecht van de Grote of Eusebiuskerk

Brand in de Grote of Eusebiuskerk, 1633  
Op dit schilderij van Herman Breckerveld is goed te zien dat de toren nog niet de verhoging (de lantaarn) heeft. Die zou in 1650 aangelegd worden.
De brand ontstond op 25 juni 1633 door blikseminslag in het angelustorentje.
© Museum Arnhem.
Ernst Casimir van Nassau
Deze zoon van de broer (Jan van Nassau ‘de Oude’) van Willem van Oranje kennen we vooral als de stichter van de Friese tak van de stadhouders van Nassau. Minder bekend is dat hij er voor zorgde dat in formele zin de stad Arnhem in 1616 het recht kreeg om predikanten voor de Eusebiuskerk te benoemen.
Schilderij van Wybrand de Geest, ca. 1630-1635.
© Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-570.

In 1452 start op de fundamenten van de Maartenskerk de bouw van het schip en de toren van wat nu de Grote of Eusebiuskerk is. Een jaar later krijgt de nieuwe kerk extra status als de relieken van de heilige Eusebius vanuit de St. Salvator-abdij Prüm naar Arnhem worden overgebracht.

Van oudsher (9e eeuw) had het Prümer klooster het recht om de priesters in de kerk aan te stellen. Toen Arnhem in 1578 overging van het katholieke naar het protestantse geloof wilden de protestanten en het gereformeerde stadsbestuur graag dit recht ook formeel bezitten.

Op deze dag in 1616 wist het stadsbestuur dat patroonrecht van graaf Ernst Casimir van Nassau (en Katzenelnbogen en Dietz) te kopen. De graaf, zoon van Jan van Nassau die in 1578 als stadhouder van Gelderland een leidende rol speelde in de Arnhemse overgang naar de reformatie, had dit recht zelf zes jaar eerder van de abdij in Prüm gekocht. Hij kon dit doen door zijn Duitse connecties met de keurvorst van Trier.  

Literatuur
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 29 en 37.


Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

9-11-1720 (zaterdag)  

Gezworen Gemeente draagt Derk de Vree voor

Extract Resolutieboek Gezworen Gemeente 1720.
Uit: Berck, F.H. van, Advijs op drie vraagen door der Gezwoore Gemeente der Stad Arnhem, enz, 1784, p. 152.
Der(c)k de Vree  
Portret van Kozack, ca. 1700-1724 
© Geldersch Landschap & Kasteelen _01483, bruikleen Brantsen van de Zyp (auteursrechtenvrij).
Slavin van één van de plantages van De Vree  
Lithografie van Théodore de Bray, 1840-1860. 
©Tropenmuseum Amsterdam 03-3581-33i.

In 1720 stierf in Arnhem schepen dr. Jacob Coets, tevens advocaat aan het Hof van Gelderland. Het was de gewoonte dat de zittende stadsbestuurders uit eigen kring een opvolger aanwezen. De familie Coets maakte zo al decennia, van familielid op familielid, deel uit van de Arnhemse magistraat.

Sinds het einde van de middeleeuwen bestond de Gezworen Gemeente, een groep burgers die inspraak wilde in het bestuur maar dat nooit had gekregen.
Gedurende de 17e en 18e eeuw schurkte de Gezworen Gemeente steeds meer tegen de macht aan en maakten ook notabele en rijke Arnhemse burgers er deel van uit.

Op 9 november 1720 besloten de gemeenslieden twee kandidaten uit de al machtige families De Vree en Tulleken naar voren te schuiven als opvolger voor Coets.
Der(c)k de Vree zou het worden en hij promoveerde twee jaar later zelfs tot burgemeester. Van zijn overleden broer Gerhard had hij in deze tijd twee Surinaamse plantages geërfd. Hij liet zijn wees geworden nichtjes uit Suriname overkomen naar Arnhem. Voor een veilige overtocht liet hij hen vergezellen van de slavin ‘Anna Van Vossenburg’. Zij baarde als ‘swartin’ veel opzien in het 18e-eeuwse Arnhem.

Literatuur
Koene, B., Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809).
Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), pp. 10-13.

Koene, B., De mensen van Vossenburg en Wayampibo. Twee Surinaamse plantages in de slaventijd.Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren), pp. 80-87.

Theeuwen, P.J.H.M., Pieter ’t Hoen en De Post van den Neder-Rhijn (1781-1787).
Hilversum 2002 (Uitgeverij Verloren), 2002, pp. 43-44 en 450-464.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, pp. 64-68.

8-11-1854 (woensdag)  

Walburgiskerk stort deels in

Interieur Walburgiskerk na instorting, 1854
Repro naar prent van J. Pelgrom
© Gelders Archief: 1583-1777, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem 2, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Markt met Paleis van Justitie en Walburgiskerk,1860
Op de achtergrond de Walburgiskerk met de ingestorte,  en daarna verder afgebroken, noordelijke toren.
© Gelders Archief: 1551–3096, K. Ch. Koehler, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

Walburgiskerk stort deels in
Architect Th. Molkenboer was wat te ambitieus of onkundig, het is maar hoe je het bekijkt. Bij de restauratie van de Walburgiskerk in 1854 besloot hij de romaans aandoende vierkante pilaren om te toveren tot meer gotische ronde zuilen. Hij liet de pijlers afslijpen waardoor een deel van de dakconstructie en de toren instortte. Ooggetuige Antoon Markus schrijft:

“Op den morgen van den 8sten November van dat jaar bevond ik mij omstreeks 9 uur in de St.-Walburgsteeg; vele menschen, welke den vroegdienst hadden bijgewoond, hadden juist de kerk verlaten, en troepjes ambachtslieden, die in de kerk aan het werk waren, wilden zich na schafttijd weder naar hun werk begeven. Opeens hoorde ik een donderend geraas, en zag de kerk in wolken van stof gehuld.

Toen de stofwolken opgetrokken waren, begaf ik mij derwaarts, en ziet, daar stond de kap van den noordelijken toren nog slechts op de twee buitenste muren, de twee binnenste waren ingevallen en hadden op hun weg een groot deel van het dak meegenomen en het inwendige der kerk meerendeels vernield. Het orgel was totaal verbrijzeld, stukken er van lagen op het hoofdaltaar. Hoog lagen balken, leien, steenen opgestapeld; het geheel geleek een groote hoop afbraak. Had dit onheil 10 minuten vroeger of later plaats gevonden, dan zouden de gevolgen verschrikkelijk zijn geweest, en menige familie in rouw gedompeld hebben. (…)

Gelukkig is zij niet gevallen maar voorzichtig afgebroken, zoodat de kerk het een jaar met anderhalven toren moest doen. Bij de verbouwing van 1855 werd het koor der kerk tevens uitgebreid, de toren weder opgebouwd en het inwendige van nieuwe altaren en een nieuwe preekstoel voorzien. Gedurende den tijd, dat de kerk na dit ongeval voor den H. dienst ongeschikt was, hebben de godsdienstoefeningen in de daarvoor gewijde nieuwe Concertzaal van Musis Sacrum plaats gehad.”

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 276-277.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970),  p. 85.

3-11-1899 (vrijdag)

Ongeluk met artillerievervoer
In de Menno van Coehoornkazerne op de hoek van de Klarendalseweg en Hoflaan (vroeger Zadelhofsteeg, genoemd naar de daar woonachtige familie Zadelhof) waren sinds de bouw in 1883 bijna 1000 soldaten ondergebracht. De kazerne gaf Klarendal veel vertier en werkgelegenheid. Maar het was ook niet zonder gevaar.  Gelukkig kwam dit keer de 5-jarige jongen er met een schram vanaf.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 4-11-1899.

Janssen, G. B, Van bolwerk tot bunker. Militaire complexen in Arnhem.
Utrecht 2000 (Uitgeverij Matrijs), pp. 27-31.

Ongeluk met artillerievervoer
© Arnhemsche Courant, 4-11-1899.
Ansichtkaart met Coehoornkazerne
Fraaie poëtische ansichtaart met linksboven de Menno van Coehoornkazerne (ca. 1908).
© Gelders Archief: 1500 – 5424, Uitgever G.J. Hoff jr. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

2-11-1714 (donderdag) 

Vroedvrouwen en vondelingen
Het uit mannen bestaande stadsbestuur betaalt twee vroedvrouwen fl 6,00 (zes gulden) om onderzoek te doen bij ‘eenige meiden’. Dit omdat een kind ter vondeling was gelegd door een onbekende (vrouw / moeder). Waarom er geen onderzoek naar een man / mogelijke vader wordt gedaan, vermelden de bronnen niet.
De rol en betekenis van gender in het verleden en de geschiedschrijving is van alle tijden.   

Literatuur
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 65.

Stam, H., Van vondelingen en wezen.
In: Arnhem de genoeglijkste; jrg. 6 (1986), nr. 6, p. 274-276.

Plan Scenographique/Ignographique van Arnhem, 1715
Plattegrond van Arnhem in de tijd dat twee vroedvrouwen de betaalde opdracht krijgen om de herkomst van een vondeling te onderzoeken. De cijfers bij de straten en gebouwen worden linksboven in de legenda toegelicht.

© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem inv. nr. 3418, anonieme maker, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

1-11-1607 (donderdag)

Vraag om verbod afgoderij in Agnietenklooster en dansscholen
De gereformeerde predikanten Fontanus en Burschetus dringen er bij het stadsbestuur op aan om ‘afgoderij in het St. Agnietenklooster’ af te schaffen. Die ‘afgoderij’ is het belijden van het katholieke geloof door de nog aanwezige nonnen van het klooster aan de Beekstraat. Ook vroegen de dominees om dansscholen te verbieden.
Met deze ‘vermaning’ probeerden de gereformeerde voorgangers de calvinistische greep op het dagelijkse leven verder te versterken. Arnhem moest een ‘klein Geneve’, waar Calvijn jarenlang de dienst uitmaakte, worden.

Literatuur

Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 266.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), pp. 12-15.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 28.

Agnietenklooster wordt St. Catharinagasthuis
Na de overgang tot de Reformatie in 1578-1579 werden alle gebouwen in Arnhem die gebruikt werden door katholieke instanties ontmanteld.
Voor het Agnietenklooster aan de Beekstraat werd letterlijk een sterfhuisconstructie gekozen. De nonnen mochten er blijven wonen, maar toen de laatste stierf in 1636, werd het complex overgenomen door het St. Catharinagasthuis.
 
Detail uit een plattegrond van Nicolaes Geelkercken uit 1639, gedrukt door J. Blaeu, Amsterdam, 1649.
© Collectie Atlas van Loon, Scheepvaart Museum Amsterdam.
28 = ‘S. Agniet nu ’t Gasthuys’
7 = ‘Gasthuyskerck’; vroeger kloosterkapel en nu Waalse Kerk.