Mei Verleden Vandaag

Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.
1  4  5  6  8  9  10  11  12  13  14  15
16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31

1 mei Dag van de Arbeid
Eerste 1 Mei-viering op zondag 3 mei 1891

Adrianus van Emmenes
De opmerkelijke anarchist Adrianus van Emmens was de spil van de radicaal-socialistische activiteiten in Arnhem tussen 1891 en 1898. Uiteindelijk moest hij de stad verlaten na enkele gevangenisstraffen wegens majesteitschennis en diverse privéschandalen. Hij had o.a. vrouw en gezin in de steek gelaten en met een jongere vriendin de wijk genomen naar Londen. Zo wilde hij aan een nieuwe gevangenisstraf en zijn vrouw ontkomen.
© IISG Amsterdam, fotograaf onbekend, BG A4/583. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
‘Propaganda voor onze heilige zaak’
In het landelijke partijblad van de Sociaal-Democratische Bond werd met grote tevredenheid verslag gedaan van de Arnhemse Mei-viering.
Uit: Recht voor Allen, 7-5-1891. Via KB-site Delpher.
Groot formaat: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMIISG05:000090866:mpeg21:p002

1 mei Dag van de Arbeid
Eerste 1 Mei-viering op zondag 3 mei 1891
In 1890 vonden in heel Europa voor het eerst de ‘Mei-vieringen’ plaats. De socialisten, die het onderling over bijna alles oneens waren, waren dit ook over de dag van de viering. Het voorstel om het feest op de eerste zondag in mei te houden, stuitte in sommige landen op bezwaren. In de eerste jaren werden de feestelijke bijeenkomsten dus zowel op 1 mei als op de eerste zondag van de maand gehouden. Belangrijkste inzet van de ‘Meibeweging’ was de invoering van de 8-urige werkdag.
Dat Arnhem direct het volgende jaar op zondag 3 mei meedeed, was vooral het werk van de anarchist Adrianus (roepnaam Janus) van Emmenes  (1857-1906). Die was enkele maanden eerder in Arnhem komen wonen op een bovenhuis in de Spijkerstraat. Het hele hoekhuis behoorde tot het verenigingscentrum ‘Voorwaarts’ van de radicale Sociaal-Democratische Bond gevestigd. Op de begane grond was een café gevestigd en op de eerste verdieping konden in de vergader- en toneel zaal wel 400 bezoekers. De landelijke leider van de SDB, de beroemde Ferdinand Domela Nieuwenhuis, hield in het verenigingscafé meermalen toespraken, maar ook feministe Wilhelmina Drucker gaf er acte de presence.
Uit het hele land waren socialisten naar de Spijkerstraat gekomen waar een kolossale rode vlag het ontmoetingscentrum sierde. Vanuit ‘Voorwaarts’ ging het vervolgens onder het zingen van de ‘Achturen-marsch’ naar de stadsweide bij de gasfabriek aan de Westervoortsedijk. Daar hield Van Emmenes een van zijn opzwepende toespraken en werd, zonder enige tegenstem, een motie aangenomen om te streven naar de acht-urige-werkdag. Het voltallig opgeroepen politiekorps en de marechaussees met geladen karabijnen hoefden niet in actie te komen. Vandaar dat de socialisten aan het eind van de dag konden concluderen: “Niet veel meer dan die Meidagen – en de geheele slapende menscheid is wakker.”

Literatuur
Dullaart, P., Op onze weg zijn rozen schaars gespreid. De Arnhemse anarchisten 1894-1903. Oosterbeek 1982 (Uitgeverij Bosbespers).

Ketelaar, S., Rode kopstukken in Arnhem. Socialisten, anarchisten en communisten.
Arnhem 2022 (Uitgeverij Parkstraat), vooral p. 33.

Laar, E. van, Hoop op gerechtigheid. De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw. Arnhem 1966 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 79-80.

Luremans, C.H. en W.H. Kruiderink (red.), Het eerste verzet. Geschiedenis der Arnhemse arbeidersbeweging voor 1894.
Arnhem 1933 en Nijmegen 1995; fotomechanische herdruk van Stichting Vakbondshistorisch Archief Nijmegen, p. 58-59.

2-5-1844 (donderdag)
Stadsziekenhuis op voormalig bastion

Stedelijk Ziekenhuis, 1847-1931
Het Stadsziekenhuis op een foto uit 1911.  Het neoclassicistische gebouw van stadsarchitect H. J. Heuvelink sr. werd in het laatste oorlogsjaar totaal verwoest.
© Gelders Archief: 1523-117-0011, Fotograaf Emil van den Kerkhoff, Fotoalbums. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Stadsziekenhuis wordt ingericht, 1847
In het jaarlijkse provinciale verlag van de provincie Gelderland over 1847 stond dat het gebouw van het Stadsziekenhuis gereed was en dat men met de inrichting was begonnen. Pas in het voorjaar van het volgende jaar konden de eerste patiënten opgenomen worden.
Uit: Arnhemsche Courant, 14-7-1847. Via KB-site Delpher.
Bastion Slakkengat, ca. 1650
Tussen de Walburgiskerk en de Sabelspoort lag bastion ‘Het Slakkengat’. Hierop werd tussen 1845 en 1847 het Stedelijk Ziekenhuis gebouwd.
Detail van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Scheepvaartmuseum Amsterdam, Collectie Atlas van Loon, Joan Blaeu, Tonneel der Steden, Amsterdam 1649.

2-5-1844 (donderdag)
Stadsziekenhuis op voormalig bastion
Aan het begin van de 19e eeuw werden zieken min of meer aan hun lot overgelaten. In het Catharinagasthuis aan de Beekstraat werden patiënten wel verpleegd en de diaconie van de Hervormde Kerk bezocht zieken thuis, maar alles ademde nog een sfeer van goedbedoelde liefdadigheid. Professionele zorg, zeker voor de allerarmsten, was er niet.
Daarom besluiten B&W op 2 mei 1844 dat er een stadsziekenhuis moet komen. Als locatie koos men een voormalig verdedigingswerk aan de stadsmuur, bastion ‘Het Slakkengat’ tussen de Walburgiskerk en de Sabelspoort. Dat is nu de Eusebiusbinnensingel naast de oprit van de John Frostbrug. Anderhalve maand na dit besluit, bleek dat er meer geld nodig was. De gemeente moest fl 35.000,- lenen om de bouw mogelijk te maken. De bouw en inrichting liepen voortdurend vertraging op en pas op 1 april 1848 werd het officieel in gebruik genomen. De kosten waren inmiddels opgelopen tot fl 47612,16.
In het nieuwe ziekenhuis, een ontwerp van stadsarchitect Hendrik Jan Heuvelink sr. was plaats voor 108 patiënten. Al snel ging het hospitaal ten onder aan zijn eigen succes. Er kwamen zoveel armen, prostituees en soldaten met geslachtsziekten dat een ‘fatsoenlijke burger’ daar niet verpleegd wilde worden.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 99.

Heusden-Sleutel, A.C. van, Van minimale hulp tot optimale zorg. 150 jaar ziekenhuiszorg in Arnhem.
Arnhem 1995 (Ziekenhuis Rijnstate), p. 13-16.

Seebach, T., Hendrik Jan Heuvelink 1806-1867.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 72-74.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. 
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 148-149.

Staats Evers, J.W., Iets over Arnhem naar aanleiding van zijn begrooting over 1848.
Arnhem 1848 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 76-77.

3-4-5 mei 1943 (maandag t/m woensdag)
Arrestatie en executie negentien verzetsmensen

Ze waren negentien in getal
De tekst op het gedenkteken luidt:
TER HERINNERING AAN HEN DIE TIJDENS DE
MEI-STAKING 1943 OP DEZE PLAATS DOOR
DE DUITSERS WERDEN GEFUSILLEERD
Vervolgens de namen van de negentien slachtoffers: P. Dijkstra, H. Eilander, L.W. Hendriks, C.J. van Emmerloot, G. van Kampen, J. Kleefsman, C.W. Knipscheer, H.J. Kroeze, J.M. Quaedvlieg, H.C. Munter, B. Pessink, G. Peters, H. Proper, J. Tjalkens, J.A. Versteeg, J.A. Walraven, W.G.T. Weimar, H.J. van Werven en A.W. Wijmans.
© Fotograaf Jan de Vries, 2022. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden)
Onthulling monument, 1950
Op zaterdag 30 april 1950 werd het monument in het bijzijn van nabestaanden en burgemeester Chris Matser onthuld. Het gedenkteken was een ontwerp van de Dienst Gemeentewerken van Arnhem. Twintig meter rechts van het monument markeert en stapeltje stenen de exacte fusilladelocatie.
Het krantenartikel noemt (Johannes) Van Biesen als ontwerper, maar dit moet ir. J. Enklaar zijn die ook werkzaam was bij Gemeentewerken (o.a.  adjunct-directeur 1957-1974). Zie hiervoor het boek van Theo Brink en de Arnhemsche Courant van 13 april 1950.
Uit: Arnhemsche Courant, 1-5-1950. Via KB-site Delpher.
Groot formaat: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000112458:mpeg21:p003
Bekrassing monument, 1977
In 1977 werd tot ontzetting van velen het monument bekrast.
© Gelders Archief: 1544-319-0003, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

3-4-5 mei 1943 (maandag t/m woensdag)
Arrestatie en executie negentien verzetsmensen
Tot voor drie weken terug was de gedenkplaats aan de Waterbergseweg achter het Openluchtmuseum één van de onbekendste oorlogsmonumenten van Arnhem. Toen verscheen het in woord en beeld in de tv-serie Het verhaal van Nederland. Sindsdien mag het gedenkteken zich terecht verheugen in een grotere belangstelling.

Op 29 mei 1943 besloot de opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht in Nederland, generaal Friedrich Cristiansen, dat alle Nederlandse oud-militairen alsnog in krijgsgevangenschap moesten treden. Het coulante optreden van de Duitse bezetter ten opzichte van de soldaten die in de meidagen van 1940 de inval van het Duitse leger bestreden, was hiermee verdwenen. Voor de mannen dreigde transport naar Duitsland om tewerkgesteld worden bij allerlei oorlogsbedrijven.
Spontaan braken in het land overal stakingen uit, het eerst in Twente. Bij die eerste werkonderbrekingen hoorden ook de melktransporteurs. De April-meistakingen worden daarom ook de Melkstakingen genoemd.
Het verzet breidde zich uit naar verschillende machine- en staalfabrieken in Gelderland, de HEVEA-rubberfabriek in Doorwerth/Heveadorp en vervolgens over heel Nederland. Veel fabrieken ondersteunden het Duitse oorlogsbedrijf en daarom sloeg de Duitse bezetter nog harder toe dan gebruikelijk. Stakers en vermeende verzetsleiders werden opgepakt en door  een Polizei-Standgericht ter dood veroordeeld. Negentien mannen vonden tussen 3 en 5 mei 1943 in de bossen van de Waterberg hun einde voor het vuurpeloton.
Ze stierven voor de vrijheid van anderen. Opdat wij niet vergeten!Literatuur
Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst.
Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 63.

Arnhemsche Courant
, 13-4-1950 en 1-5-1950.

Nationaal Comité 4 en 5 mei, Arnhem, monument aan de Waterbergseweg. URL: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/849/arnhem-monument-aan-de-waterbergseweg

Vredenberg, J., Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs).

Vredenberg, J., Johannes van Biesen 1892-1968.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 155-156.

4 mei 1946 (zaterdag)
Sobere eerste Dodenherdenking met overlevende van Dachau

Oorlogsmonument, 1946
Het Airborne Monument stond oorspronkelijk aan de Eusebiusbinnensingel en niet in de Berenkuil van het Damcircuit. Links is nog het puin van de oorlogsverwoestingen te zien en op de achtergrond de Schouwburg.
© Gelders Archief: 1534-321, fotograaf W.S. Jaquet, CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Hel en Hemel van Dachau, 1946
De Arnhemse dominee Jacobus Overduin was één van de weinige overlevenden van het concentratiekamp Dachau. Na zijn terugkeer naar Arnhem pakt hij zijn predikantschap weer op en was de hoofspreker op de eerste Dodenherdenking in 1946.
Omslag van Overduins Hel en Hemel van Dachau.

4 mei 1946 (zaterdag)
Sobere eerste Dodenherdenking met overlevende van Dachau
Direct na de oorlog was er nog geen scheiding tussen de Dodenherdenking op 4 mei en de Bevrijdingsdag van 5 mei. In Arnhem was ook het beeld ‘Mens tegen Macht’ van Gijs Jacobs van den Hoff, waarbij nu traditiegetrouw op het Kerkplein/Audrey Hepburnplein de doden worden herdacht, er ook nog niet. Dat beeld diende vanaf 1953 als centrum van de herdenking (zie Verleden Vandaag van 18 januari).
In 1946 werd op verschillende plaatsen teruggeblikt op oorlog en de bevrijding. De officiële gemeentelijke bijeenkomst vond plaats bij het Airborne Monument aan de voet van de Rijnbrug. Daar vond in hetzelfde jaar ook de veel grootsere herdenking plaats van de Slag om Arnhem.
Tijdens de plechtigheid sprak dominee Jacobus Overduin (1902-1983). Overduin had zelf tijdens de oorlog drie maal gevangen gezeten wegens kritiek op de Duitse bezetter. Hij werd overgebracht naar het concentratiekamp Dachau, maar wist dit te overleven. Hij zei o.a. “Wij kunnen niet staan op historische grond zonder de ontroering te ondergaan van de nagedachtenis van hen, die hun bloed gaven voor onze vrijheid.”
Opdat wij niet vergeten!

Verslag Dodenherdenking, 1946 (1)
Het verslag van de eerste Dodenherdenking in 1946 was voorpaginanieuws in de Arnhemsche Courant.
Uit: Arnhemsche Courant, 6-5-1946. Via KB-site Delpher.
Groot formaat:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000110980:mpeg21:p001
Verslag Dodenherdenking, 1946 (2)
Het tweede deel van het verslag van de Arnhemsche Courant.
Uit: Arnhemsche Courant, 6-5-1946. Via KB-site Delpher.
Groot formaat:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000110980:mpeg21:p002

5 mei 1945 (zaterdag)
Geen Bevrijdingsdag in Arnhem

Melden voor terugkeer, 1945
In het meisjespensionaat van Sacré Coeur aan de Velperweg was tijdelijk de ambtenarij van de stad gehuisvest. Hier moesten de teruggekeerde evacués eerst langs voor een medische keuring (i.v.m. mogelijke besmettelijke ziekten) en het halen van papieren voordat men naar huis kon terugkeren
© Gelders Archief: 1523-148-0298, fotograaf Nico Kramer, Collectie Fotoalbums. CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
5 Mei in Arnhem, 1945
Het Arnhems Dagblad was de Arnhemse editie van de in Nijmegen zittende hoofdredactie van De Gelderlander. Die Nijmeegse uitgave van De Gelderlander stond bol van de verhalen van de opgetogenheid van de bevolking en de jubelfeesten. In het Arnhems Dagblad ging het vooral over de ontreddering van de terugkeerde Arnhemmers en de desolate toestand van de stad.
Uit: Arnhems Dagblad, 6-5-1946. Via KB-site Delpher.
Groot formaat:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000069804:mpeg21:p001
Terugkeer uit Duitse werkkampen, 1945
Arnhemse taferelen die enigszins in de buurt komen van de Bevrijdingsfeesten in 1945 elders in het land vonden plaats toen Arnhemmers uit de kampen in Duitsland terugkeerden onder de leus ‘Terug uit Mofrika’. Hier arriveren ze op het Willemsplein met op de achtergrond de HBS.
© Gelders Archief: 1584-805, fotograaf Nico Kramer, Fotocollectie Nico Kramer. CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

5 mei 1945 (zaterdag)
Geen Bevrijdingsdag in Arnhem
Bij Bevrijdingsdag gaan vooral de gedachten terug naar mei 1945 toen de capitulatie van het Duitse leger in Nederland werd getekend op 4 mei op het veldhoofdkwartier van Montgomery op de Lüneberger Heide. De wapens zouden definitief neergelegd worden op zaterdag 5 mei om 08.00 uur. Op die dag werd in Hotel De Wereld in Wageningen tussen de geallieerde en Duitse bevelhebbers besproken hoe dit in Nederland zou plaatsvinden.
In Arnhem echter geen juichende mensen op straat of jongelui die op tanks en jeeps van Britse, Canadese of Amerikaanse soldaten door de straten toerden. De geëvacueerde Arnhemmers waren vooral bezig met het terugkeren van hun onderkomens op de Veluwe en uit Friesland. Ze troffen een volledig geplunderde en verwoeste stad aan. De blijdschap over het einde van de oorlog maakte bij velen plaats voor ontzetting hoe hun woningen en huisraad eruit zagen.

Literatuur
Arnhem Dagblad, 5-5-1945.
Frequin, L., Knap, H.A.A.R. en W.H. Kruiderink, Arnhems Kruisweg.
Amsterdam 1946 (Uitgevrij Promotor).

Horlings, A., Arnhem Spookstad. Ooggetuigenverslagen van de Slag en Evacuatie.
Arnhem 2018 (Sycorax, heruitgave van editie van 1995), p. 159-172.

Iddekinge, P.R.A. van, Arnhem 44/45.
Arnhem 1981 (Geldersche Boekhandel / Gouda Quint), p. 322-326.

Roelofs, B., Vernieling en Vernieuwing. De wederopbouw van Arnhem 1945-1964.
Utrecht 1995 (Uitgeverij Matrijs), p. 27.

Vredenberg, J., Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs).

6 mei 16e eeuw
Chronologie van de Opstand

Arnhem militair bijgelicht, ca. 1560
Filips II liet alle steden in de Nederlanden in kaart brengen door Jacob van Deventer. Zijn plattegrond van Arnhem is de oudste kaart van de stad. In het Gelders Archief is de eerste versie (minuutkaart) te vinden. In Spanje, in de oude bibliotheek van Filips II, ligt de uiteindelijke versie (netkaart). Bij de netkaart is ook een ‘bijkaart’ van de stad opgenomen. Daar zien we goed dat Filips veel belangstelling had voor de verdedigingswerken (stadsmuren en ‘porta’) en, de vanuit militair oogpunt ook belangrijk, hoge gebouwen:
het oude stadhuis (‘Civita domus’), in het rood het St. Catharinagasthuis (‘Hospitale’) in de Bakkerstraat en het Broerenklooster (‘FranciScani’).
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Arnhem en het Catharinagasthuis rond 1580
Het St. Catharinagasthuis is in het rood aangegeven op deze fraaie prent van Aernout van Buchell / Arnoldus Buchelius (1565-1641), Diarium.
© Universiteitsbibliotheek Utrecht, Hs 798, foto Gelders Archief.
Meer over deze tekening: https://arneym.nl/buchelius-arnhem-rond-1580/

6 mei 16e eeuw
Chronologie van de Opstand
Op sommige dagen in het verleden gebeurde er zoveel in Arnhem dat een keuze soms lastig is. Neem nu 6 mei: voor de zestiende eeuw kiezen we drie stuks en bieden zo een oriëntatie op de Opstand/Tachtigjarige Oorlog in de stad.

6 mei 1566 (vrijdag)
Koning Filips II is verhinderd te komen
De koning van Spanje, Filips II, was sinds 1555 ook heer der Nederlanden. Vanuit Madrid stuurde hij op zaterdag 6 mei een brief met het bericht dat hij helaas Arnhem niet kan bezoeken. Zijn aanwezigheid was rondom de Middellandse Zee vereist, waar een “waarschijnlijke wederkomst der Turken en Mooren” een bedreiging vormde voor zijn geopolitieke macht en katholieke geloof. Wel liet hij de stad weten “intusschen te waken tegen allen die den vrede zoeken te breken en hem tegenwerken. Geen overbodige vermaning, want op 10 augustus brak de Beeldenstorm in de Lage Landen los.
6 mei 1572 (zaterdag)
Alva waarschuwt Arnhem voor de Geuzen
Na de Beeldenstorm stuurde Filip zijn generaal Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Diens schrikbewind met vele terdoodveroordelingen door de Raad van Beroerten (‘Bloedraad’) en het uitmoorden van Nederlandse steden had een averechts effect. En toen de Watergeuzen het stadje Den Briel op 1 april 1572 wisten in te nemen, liet Alva nogmaals via het Hof van Gelre aan Arnhem weten “om dag en nacht scherpe wacht te houden, daar de Geuzen en rebellen van zins waren eenige Geldersche steden te overvallen”.
6 mei 1581 (woensdag)
Zusters van Catharinagasthuis mogen geen begijnenkleding dragen
Ook die waarschuwing van Alva sorteerde geen effect, want in 1578/1579 ging Arnhem, na twee stedelijke Beeldenstormen, over op het nieuwe protestantse geloof en de Opstand. Twee jaar later kregen de “susteren des Hospitaels van Sinte Catherinen” (St. Catharinagasthuis in de Bakkerstraat) te horen “oere olde habijt und begijnen klederen te verlaten”. Als tegenprestatie voor het uitlaten van de katholieke kleding mogen ze dan in het gasthuis blijven wonen “mits zij zich eerlijk en vroom gedragen en den armen, kranken ende bedlegerige naar haar beste vermogen bijstaan”. Arnhem was een protestantse stad geworden.

Literatuur
Driel, M. van, Arnhem, hoofdstad van het kwartier.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 188-221.

Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 92-125.

Leppink, G.B., Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636). 
Hilversum 1996 (Verloren), p. 248-249 en Bijlage P.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 234, 247-248, 340.

7 mei 1859 (zaterdag)
Kleppermanshuisje krijgt varkenswaag op het Jansplein

Jansplein, 1883
Waar nu (mei 2022) horecagelegenheid ’t Taphuys in het vroegere postkantoor huist, stond tot 1889 aan de zuidzijde van het Jansplein het imposante Huis Kellesteyn van Baron B.F. Van Verschuer. Hij keek uit op de varkensmarkt die aan de westkant van het plein werd gehouden. Links loopt Achter Mariënburg, de tegenwoordige Mariënburgstraat.
© Gelders Archief: 1501-04-4836, Fotograaf J. Ephraim, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Varkenswaag, 1887
In 1887 werd de Varkenswaag met bascule verplaatst van de hoek van de Jansplaats en het Jansplein richting het noordwesten, tussen de huidige Janssteeg en Janslangstraat. De nieuwe waag werd aanbesteed aan de aannemer J. de Ruyter.
© Gelders Archief: 1506-8165, tekening van gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Varkensmarkt op het Jansplein, 1887
De nieuwe indeling van de varkensmarkt aan de westzijde van het Jansplein. Onderaan Achter Mariënburg en de Ruiterstaat.
© Gelders Archief: 1506-8166, tekening van gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

7 mei 1859 (zaterdag)
Kleppermanshuisje krijgt varkenswaag op het Jansplein

Het een prachtige zin in één van Arnhems kronieken: op zaterdag 7 mei 1859 besloot de gemeenteraad om “eene bascule in het kleppermanshuisje op de varkensmarkt te plaatsen”.
De varkensmarkt werd op het Jansplein gehouden. De dieren werden vanaf de haven bij de Rijnpoort via de Varkensstraat naar de markt geleid. Op de hoek van het Jansplein en de Jansplaats, die plekken liepen in de 19e eeuw in elkaar over, stond een wachthuisje van de nachtwakers, de kleppermannen. Zij trokken ’s nachts door de straten met een ratel om dieven en ander geboefte geen kans te geven. Bij dat wachthuisje werd nu een grote weegschaal (“bascule”) geplaatst om de varkens, maar ook schapen, te wegen. Zo kon de koper zeker zijn of het beest zijn gewicht in geld waard was. In 1887 werd een nieuwe waag gebouwd tussen de tegenwoordige Janssteeg en Janslangstraat.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 105.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 65, 85, 388.

8 mei 1932 (zondag)
Moederdag met taart in crisistijd

Taarten voor Moederdag
In rood omrand neemt wethouder Meijer op Moederdag 1932 de taarten voor de ziekenhuispatiënten in ontvangst.
De andere fotoartikelen wil ‘Arneym’ u ook niet onthouden: de geelswerte jongens van Vitesse wonnen bijvoorbeeld met 4-1 hun zondagse wedstrijd.
Uit: Arnhemsche Courant, 19-5-1932. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000108861:mpeg21:p008
Diepere betekenis van Moederdag
Ondanks de verzuchting in de Arnhemsche Courant van dat Moederdag door te weinigen werd gevierd, schreef “J.P.” in de krant van 13 mei 1932 dat Moederdag verworden was tot een commercieel feest. De briefschrijver vroeg zich af of de Moederdagviering niet beter afgeschaft kon worden. Daar reageerde “M.v.O.” een dag later op met dat het feest juist een “diepere beteekenis voor de menscheid kan hebben”.
Lees en oordeel zelf over deze ‘diepere betekenis’.
Uit: Arnhemsche Courant, 14-5-1932. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000108910:mpeg21:p007

8 mei 1932 (zondag)
Moederdag met taart in crisistijd
Vandaag is het Moederdag. En zelfs in de crisistijd van de jaren dertig van de vorige eeuw lieten de Arnhemse banketbakkers zich op die dag van hun beste kant zien. En dan hebben we het inderdaad over de voor- en naoorlogse Arnhemse bakkersinstituten zoals Hagdorn (Arnhemse Meisjes). Landman (Turco taart) en Petri. Zij bakten een hele serie taarten voor de patiënten derde klasse van alle Arnhemse ziekenhuizen. Daarbij merkte de krant wat teleurgesteld op dat dit feest nog door te weinigen werd gevierd. Zo werden op zondag 8 mei 1932 de armste ziekenhuispatiënten, moeder of geen moeder, verrast.

9 mei 1950 (dinsdag)
Herstelde Rijnbrug in gebruik

Campbellbrug, april-juni 1945
De eerste geallieerde noodbrug over de Rijn: de Campbell Bridge. Deze Baileybrug, die van midden april tot begin juni 1945 in gebruik was, lag even ten westen ten opzichte van de verwoeste Rijnbrug, ter hoogte van de vroegere schipbrug en de huidige Nelson Mandelabrug.
© Gelders Archief: 1501-04-12433, Fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Simonds en Foulkesbrug, 1945-1946
De opening van de Simonds en de Foulkesbruggen over de Rijn bij Arnhem op 8 juni 1945.
In aanwezigheid van de luitenant-generaals van het Canadese bevrijdingsleger, Charles Foulkes en Guy Simonds werden de twee bruggen geopend. Op de foto knipt Simonds het lint van de naar hem genoemde Baileybrug door.
© Gelders Archief: 1523-147-0146 , Fotograaf Nico Kramer, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

9 mei 1950 (dinsdag)
Herstelde Rijnbrug in gebruik
Drie noodbruggen waren tussen 1945 en 1950 nodig voordat op dinsdag 9 mei 1950 de herstelde Rijnbrug in gebruik kon worden genomen. Eerst lag ter hoogte van de huidige Nelson Mandelabrug de Campbell Bridge. De brug was genoemd naar het hoofd van de technische dienst van het eerste Canadese legercorps, brigadier Colin Alexander Campbell.  De oversteek deed als allereerste noodvoorziening twee maanden dienst.
Op 8 juni 1945 werden twee naast elkaar gelegen Baileybruggen, de Simonds- en Foulkesbrug geopend. Zo werden de twee Canadese generaals geërd onder wiens bevel Arnhem was bevrijd. De bruggen hebben acht maanden dienst gedaan, want vanaf 6 februari 1946 kon men via de derde Baileybrug, de Generaal Winkelmanbrug, de rivier oversteken. Deze brug, vernoemd naar de Nederlandse opperbevelhebber in de meidagen van 1940,  lag op een deel van de pijlers van de oude Rijnbrug en extra aangelegde pijlers. Deze hoge en dubbele Baileybrug en was veel steviger dan de voorgaande twee noodbruggen. Ook het zwaardere vrachtautoverkeer kon nu de Rijn over.
De uiteindelijke nieuwe Rijnbrug werd naast de Winkelmanbrug gebouwd. Op het laatste moment moest dus wel de Winkelmanbrug worden afgebroken, waarna de nieuwe brug op de juiste plek kon worden ‘gerold’. Toen dit alles achter de rug was, kon burgemeester Chris Matser op dinsdag 9 mei 1950 de huidige John Frostbrug openen.

Literatuur
Jacobs, I. D., De Brug. De oude Rijnbrug van Arnhem.
Zwolle 2018 (Uitgeverij WBooks), p. 60-70

Roelofs, B., Vernieling en Vernieuwing. De wederopbouw van Arnhem 1945-1964.
Utrecht 1995 (Uitgeverij Matrijs), o.a. p. 37.

Vredenberg, J., Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs).

Generaal Winkelmanbrug, 1946-1950
Links is de nieuw vaste Rijnbrug in aanbouw. Rechts de Winkelmanbrug. Twee rijbanen op houten planken en in het midden een smal voet- en fietspad.
© Gelders Archief: 1501-04-12436, fotograaf Dick Renes, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Voorpaginanieuws: Rijnbrug open, 1950
Natuurlijk bracht de Arnhemsche Courant het nieuws van de heropening van de brug op de voorpagina.
Uit: Arnhemsche Courant, 9-5-1950. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000112468:mpeg21:p001

10 mei 1940 (donderdag)
Duitse inval en opblazen Rijnbrug

Opgeblazen Rijnbrug, 1940
Tegen de brug ligt het schip Onderneming. Het probeerde nog zijn ‘strategische’ lading olievaten richting de verdedigingslinie ten westen van Arnhem te varen, maar juist voor het vertrek werd om kwart over vijf in de ochtend de Rijnbrug opgeblazen. De schipper, Manus de Vries, kwam er met een gebroken arm vanaf.
© Gelders Archief: 1560-5106, Fotograaf onbekend, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Duitse soldaten in Arnhem, 10 mei 1940
Duitse soldaten marcheren op donderdagochtend via de Johan de Wittlaan de stad in. Zij werden vergezeld door de bij Westervoort krijgsgevangen gemaakte Nederlandse soldaten. De inwoners van Arnhem kijken met een mengeling van verbazing en verontwaardiging naar de intocht.
© Gelders Archief: 1560-1694, Fotograaf onbekend, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kanonneerboot Hr. Ms. Freyr
De rivierkanonneerboot uit 1877 schoot met haar 7,5cm kanon de zuidelijke oprit van de brug stuk.
© Foto Peter Kimenai Go2War2.

10 mei 1940 (donderdag)
Duitse inval en opblazen Rijnbrug
Gisteren keken we in ‘Verleden Vandaag’ naar het herstel en de heropening op 9 mei 1950 van de Rijnbrug na de Tweede Wereldoorlog. Het was vandaag in het verleden, op donderdag 10 mei 1940, dat bij de inval van het Duitse leger de brug werd opgeblazen.

Na een eerste vuurgevecht tussen Nederland en Duitse soldaten bij Roermond om 01.40 uur op de tiende mei, begon de Duitse invasie met codenaam Fall Gelb om 03.55 uur. Toen passeerde o.a. een Duitse pantsertrein de Nederlands-Duitse grens bij Zevenaar met als eerste doel de bruggen bij Westervoort en Arnhem. De spoorbrug over de IJssel werd om 04.15 uur door het Nederlandse leger opgeblazen en de oprukkende Duitse eenheden werden bij Fort Westervoort onder vuur genomen. Die tegenstand werd rond 09.30 uur gebroken.

Bij de Rijnbrug bij Arnhem hield het 4de Regiment Huzaren de wacht. Rond 05.00 uur kreeg vaandrig Pieter Kooij de opdracht om de brug op te blazen. Dat gebeurde kort na vijf uur waarbij het vrachtschip Onderneming, dat juist van de kade weg voer, op de ingestorte brug strandde. Even later werd ook de spoorbrug bij Oosterbeek opgeblazen (05.30 uur).
De zuidelijke af- en oprit van de Rijnbrug bleek echter nog intact te zijn. Aan de Rijnkade lag de oude rivierkanonneerboot Hr. Ms. Freyr aangemeerd. Dit schip uit 1877, vernoemd naar de Germaanse god Freyr, wist met kanonschoten dat deel van de brug ook onbruikbaar te maken.
Dit alles nam niet weg dat Duitse soldaten vanuit Westervoort rond 10.00 uur de Johan de Wittlaan opmarcheerden. Toen de Freyr zich met veel moeite onder een kleine opening van de brug was doorgevaren, werd het op de westelijke Rijnkade onder vuur genomen door de eerste gearriveerde zestig tot tachtig Duitse soldaten. Bij het vuurgevecht sneuvelde de 21-jarige matroos Cees van Slooten en ook zo’n tien Duitse soldaten lieten het leven. De Freyr voer vervolgens door om de Grebbelinie te versterken.
Rond 11.00 uur was Arnhem in handen van de Duitse bezetter.

Literatuur
Boersema, J. , De schipper die op de Rijnbrug strandde, 10 mei 1940.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 39 (2019), nr. 4, p. 182-187.

Jacobs, I. D., De Brug. De oude Rijnbrug van Arnhem.
Zwolle 2018 (Uitgeverij WBooks), p. 12-19.

Jacobs, I. D., Arnhem 40-45.
Zwolle 2014 (Uitgeverij WBooks), p. 44-51.

Nuis, J., Hr.Ms. ‘Freyr’ bij de Grebbeberg, mei 1940.
URL: https://www.grebbeberg.nl/index.php?page=hr-ms-freyr-bij-de-grebbeberg-mei-1940 (o.a. geraadpleegd 9-5-2022).

11 mei 1944 (donderdag)
Verzet bevrijdt ‘Frits de Zwerver’ uit Koepelgevangenis

‘Frits de Zwerver’
Dominee Frits Slomp (1898-1978) trok tijdens de oorlog het hele land door om onderduikers (Joden, geallieerde piloten, verzetsmensen) onder te brengen. Op één van zijn onderduiktochten werd hij op maandag 1 mei bij Ruurlo aangehouden en overgebracht naar de Koepelgevangenis in Arnhem.
© Foto: NIOD. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Plattegrond bevrijdingsactie Joop van Veldhoven
Essentieel in de bevrijdingsactie was de rol van de bibliothecaris van de Koepelgevangenis, Joop van Veldhoven (1910-1980). Hij speelde informatie van het verzet aan ‘Frits de Zwerver’ door. Ook maakte hij een plattegrond van de gevangenis zodat de verzetsoverval tot in detail kon worden gepland.
Bron: De Zwerver. Weekblad van de Stichting LO.-LKP, 5 juli 1947, nr. 27.
Koepelgevangenis Arnhem
De Koepelgevangenis had tussen 1942 en 1945 als straatadres de Lombokstraat. Die naam hadden de Duitsers de Wilhelminastraat in 1942 gegeven, om elke verwijzing naar de koningin uit het straatbeeld weg te nemen.
© Foto P. de Booys uit Het Grote Gebod, deel 2, p. 177 (Kampen 1951, herdruk 1979).

11 mei 1944 (donderdag)
Verzet bevrijdt ‘Frits de Zwerver’ uit Koepelgevangenis
Het is de verjaardag van NSB-leider Anton Mussert en op donderdagavond 11 mei 1944 wordt in Musis Sacrum, in het Wehrmachtheim, een groot feest gehouden. Veel Duitse soldaten en officieren zijn daarbij aanwezig.

Tweeënhalve kilometer verderop stoppen bij de Koepelgevangenis om 19.50 uur twee zwarte limousines, een Opel Olympia en een Ford V8. Uit één van de auto’s stappen twee Nederlandse marechaussees. Tussen hen in voeren ze een gevangene mee. Ze lopen naar de grote toegangspoort van de gevangenis, bellen aan en vertellen dat ze met hun gevangene vanuit Groningen op weg naar Nijmegen in Arnhem zijn gestrand. Ze vragen of de gevangene hier een nachtje ondergebracht kan worden. De portier vertrouwt het niet en opent de deur slechts op een kier. Op dat moment rammen de drie de deur open en houden een pistool onder de neus van de bewaker. Uit de twee auto’s komen dan nog zeven andere mannen aangerend die de eerste drie volgen naar het cellencomplex.
De jonge mannen zijn verzetslieden van de LKP (Landelijke Knokploeg) en zijn uit heel Nederland opgeroepen om die avond ‘Frits de Zwerver’ te bevrijden. Dominee Frits Slomp, was samen met Heleen ‘Tante Riek’ Kuipers één van de landelijke leiders van de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). Als ‘Frits de Zwerver, in de gewelddadige verhoren van de SD (Sicherheitsdienst), doorslaat en de namen van medestanders prijs geeft, stort een groot deel van het verzetswerk in. ‘Frits de Zwerver’ moet en zal bevrijd worden, wat met deze spectaculaire actie ook lukt. Enkele dagen later worden enkele verzetsmannen, die met de bevrijdingsoverval hadden meegedaan, gearresteerd. Ze worden opgesloten in het Huis van Bewaring in de Arnhemse binnenstad. Een tweede verzetsactie is nodig en die vindt precies een maand later plaats op 11 juni. Over die bevrijding van 54 gevangenen meer in ‘Verleden Vandaag’ van die dag.

Literatuur
Aerde, R. van e.a., Het Grote Gebod. Gedenkboek van het Verzet in LO en LKP.
Kampen 1951 (Uitgeversmaatschappij J.H. Kok). Twee delen met een herdruk in 1979.

Kaajan, D., Nieuw licht op arrestatie en bevrijding van Frits de Zwerver in mei 1944.
In: Pierik P. van en B. van Nieuwenhuizen (red.), Elfde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog (Soesterberg 2012), 251-324.

De Zwerver. Weekblad van de Stichting LO.-LKP, 1945-1949.

12 mei 1674 (zaterdag)
Stadhouder Willem III versterkt positie in Arnhem

Panorama van Arnhem vanuit het oosten, ca. 1674
De stad die de Fransen in 1674 achterlieten zag er vanuit het oosten lieflijk uit. Valentijn Klotz (1650-1721) kleurde met waterverf zijn tekening fraai in. Wij kijken over de Lauwersgracht naar de vestingwerken en de achter(koor)zijde  en de twee torens van de Walburgiskerk. Daarachter staat de toren van de Eusebiuskerk. Rechts zijn nog de twee toren van de Janskerk te zien.
© Gelders Archief: 1551-3828, tekening van Valentijn Klotz, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bestuurscentrum van Arnhem, ca. 1700
Het bestuurscentrum aan de westzijde van de Markt met het Oude Stadhuis en het Prinsenhof. Voor het Prinsenhof de zuiltjes met overkapping van de visbank. Links het grote huis Anderlecht van baron Van Torck.
© Gelders Archief: 1501-04-8058, tekenaar Cornelis Pronk, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

12 mei 1674 (zaterdag)
Stadhouder Willem III versterkt positie in Arnhem
In het voorjaar van 1674 werd het Lodewijk de Veertiende duidelijk dat zijn bezetting van de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1672 op een mislukking was uitgelopen. De ‘Zonnekoning’ verlegde zijn ambities en besloot om zijn troepen uit het oosten en zuiden van de Republiek terug te trekken. Zo verliet het |Franse bezettingsleger op dinsdag 21 april de stad. Ze namen wel twaalf Arnhemse gijzelaars mee als waarborg voor de toegezegde afkoopsom van f 160.000,-. De gevangenen werden na enkele maanden weer vrijgelaten (zie Verleden Vandaag van 10 april en 18 februari).
De stad had nu wel een nieuw bestuur nodig. De man die gezien werd als redder van de Republiek en die het land had verlost van de Fransen besloot zijn machtspositie verder te versterken: de 23-jarige prins van Oranje, stadhouder Willem III.
Dat kon hij ook doen omdat Holland snode plannen had met de drie gewesten die door de Fransen bezet waren gehouden. Holland wilde Utrecht, Gelderland en Overijssel niet meer toelaten tot de Staten-Generaal, maar rechtstreeks laten besturen door Holland en Zeeland. Zo’n machtspositie voor Holland zag Willem III niet zitten en wist het stemrecht van Gelderland in de Staten-Generaal te behouden. Bovendien verstevigde hij zijn greep op de benoeming van de bestuurders in Arnhem en Gelderland. Dit alles werd op 12 mei 1674 in Arnhem een nieuw bestuursreglement, de ‘magistraatsbestelling’ vastgesteld. Een jaar later wist hij zijn macht in een nieuw Regeringsreglement nog verder te vergroten. Om de stadhouder en zijn benoemde vrienden kon niemand meer heen. De kiem van een volgend conflict, de Gelderse Plooierijen’ was gelegd.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 296-297.

Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 92-125, p. 116-117.

Kotte, W., Van Gelderse Bloem tot Franse Lelie. De Franse bezetting van de stad Arnhem 1672-1674 en haar voorgeschiedenis.
Arnhem 1972 (Gemeentearchief Arnhem), pp. 94-103.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 462.

Potjer, M.R., Johan Ribbius, gegijzeld door de Fransen (1674).
In: Arnhems Historisch Tijdschrift; jrg. 32 (2012), nr. 3, p. 122-126.

13 mei 1865 (zaterdag)
Musis krijgt een concertzaal

Musis Sacrum, 1866
Musis na de verbouwing met de nieuwe concertzaal (links), gezien van de Velperbinnensingel. Rechts het oudste gedeelte uit 1847 van architect Willem Fromberg.
© Gelders Archief: 1583-1927, fotograaf onbekend, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem 2.. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Musis bouwtekening, 1865
De nieuwe concertzaal was een ontwerp van stadsarchitect  F.W. van Gendt en werd aanbesteed voor f 12.968,-. De inrichtingskosten (podium, verlichting, verwarming) bedraagt nog eens f 7.000,-.
© Gelders Archief: 1506-8085, tekening F.W. van Gendt, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Musis en omgeving, 1875
Geregeld werd de directe omgeving van Musis Sacrum gewijzigd. Zo ook tien jaar later na het besluit om het gebouw een grote concertzaal te geven. Het gebouw lag dan ook midden in de voormalige vestingwerken, op een vroegere vooruitgeschoven ravelijn. Deze tekening is een “Ontwerp tot verbinding van den Eusebiusbuiten- met den Eusebiusbinnensingel. Met verandering van het park Musis Sacrum.”
© Gelders Archief: 1506-8146, maker onbekend, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

13 mei 1865 (zaterdag)
Musis krijgt een concertzaal
Tussen 1830 en 1870 was Arnhem de snelst groeiende stad van Nederland. De toestromende mensen waren in aantal vooral arme arbeiders van het platteland (Veluwe, Betuwe, Achterhoek) en werkzoekenden uit Pruisen (Duitsland bestond pas vanaf 1871) . Ze kwamen naar de stad omdat welgestelden uit het westen van het land in Arnhem gingen wonen. Onder hen veel oud-Indiëgangers die in de kolonie Nederlands-Indië fortuin hadden gemaakt met suikerplantages. Ook oud-bestuurders en gepensioneerde hoge militairen uit ‘de Oost’ kozen Arnhem als woonplaats. De opening van de spoorlijn in 1845 stimuleerde hun komst nog meer.

Naast de villa’s en herenhuizen die ze lieten bouwen, wilden ze natuurlijk ook ontspanning en vertier. Het in 1847 gebouwde Musis Sacrum bleek bij concerten te klein voor de toestromende gegoede burgerij. Op zaterdag 13 mei 1865 besluit de gemeenteraad daarom tot de bouw van een nieuwe concertzaal met 600 zitplaatsen. Een jaar later vond op 16 maart 1866 de feestelijke opening plaats. Het Caecilia-Concert vierde in deze eerste echte concertzaal van Arnhem zijn 275-jarig bestaan met muziekstukken van Beethoven (Egmont) en Wagner (Tannhäuser).

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 115.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 166.

Langenhoff, K.F.E. en Seebach, C., De muzen omsingeld. Musis Sacrum 1847-1983.
Arnhem 1983 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 10, 23-28.

14 mei 1845 (woensdag)
Opening R(h)ijnspoorweg Arnhem-Amsterdam

Opening Rijnspoorweg, 1845
We kijken van de noordkant van het stationsgebouw naar het westen. Op de achtergrond staat molen De Harmonie, één de drie windmolens aan de Amsterdamseweg. De eerste eigenaar, Coenraad Weerts, woonde in het landhuis Marienberg dat rechts te zien is. In 1834 werd de molen overgenomen door Willem Thomassen, die er een kleine metaalgieterij naast bouwde. Daarvan is de rokende schoorsteen. In 1857 werd de molen gesloopt omdat één van de roeden van de wieken afbrak en op het spoor viel vlak nadat een trein met koning Willem III was gepasseerd.
© Gelders Archief: 1551-3133, maker Jacobus Pelgrom, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Stationsgebouw met uitzicht vanaf de terrassen, 1845
Op deze tekening staan we aan de zuidzijde van het stationsgebouw dat dienst deed tot 1867. Het witgepleisterde neoclassicistische pand had aan beide zijden een terras met prachtig uitzicht op het park Sonsbeek en de Betuwe. Via een balkon aan de voor- en achterzijde stonden de terrassen met elkaar in verbinding. Goed is ook het hoogteverschil op het toenmalige stationsplein te zien.
© Gelders Archief: 1551-3084, maker Hendrik Wilhelmus Last, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Dienstregeling Rijnspoorweg, 1845
Drie keer per dag kon je in 1845 van Arnhem naar Amsterdam treinen. Twee uur en drie kwartier duurde de rit, een voor die tijd bijna onbevattelijke snelheid. In de 19e-eeuwse klassenmaatschappij kon je kaartjes kopen voor drie verschillende prijs- en reisklassen. Een kaartje voor de derde klasse was geen luxe, want je zat dan volledig in de open lucht en ving alle winterkou plus de stoom en het roet van de stoomlocomotief.
Uit: Arnhemsche Courant, 14-5-1845. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010043259:mpeg21:p004

14 mei 1845 (woensdag)
Opening R(h)ijnspoorweg Arnhem-Amsterdam
De koning zou komen, maar hij kwam niet. Willem II liet op woensdag 14 mei 1845 verstek gaan door een ‘keelverkoudheid’. Zijn broer Frederik en zijn zonen, de prinsen Willem (de latere koning Willem III), Alexander en Hendrik, waren wel in Arnhem voor de opening van de spoorlijn. De liberale Arnhemsche Courant, die toch al niet veel op had met het autocratische koningshuis, gaf er enigszins smalend verslag van. Dit terwijl het gemeentebestuur opgeroepen had om de feestelijke opening van de Rijnspoorweg ‘op betamelijke wijze en met rechtmatige vreugde’ te vieren. Het stadsbestuur had het verder goed gezien, want ‘het weldadige belang’ van de treinverbinding voor Arnhem bleek al snel.
Als groene stad aan de heuvels van de Veluwezoom trok het welgestelde dagjesmensen uit het westen, maar bovenal gepensioneerde renteniers uit Nederlands-Indië aan. Die wilden graag hun laatste levensjaren in ‘de genoeglijkste’ stad van het land doorbrengen.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 14 t/m 17-5-1845.

Burgers, T. en J. Vredenberg, Sporen naar Arnhem Centraal.
Utrecht 2015 (Uitgeverij Matrijs), p. 16-19.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 99.

Janssen, G.B., Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), p. 52-57, 59, 62, 95-99.

Knap, W. W.G.Zn. en G.F.C. Vergouwe, Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 125-129.

Vredenberg, J. , Verwarring rond de molens bij de Amsterdamseweg.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 27 (2007), nr. 3, p. 62-65.

15 mei 1653 (donderdag)
Eigen gilde voor wijn- en biertappers

Wildeman in de Jansstraat
Boven de onderpui van de Gambawinkel (2022) in de Jansstraat staat in een nisje de bont gekleurde ‘Wildeman’ uit de zestiende eeuw. Het beeld was het uithangbord van een tapperij met dezelfde naam.
© fotograaf Jan de Vries, 2022.
Gildebrief, 1653
De eerste bladzijde van de ‘Tapperen Gildebrieff. Met de oprichting van het Tappersgilde kregen de tappers het alleenrecht op het tappen en verkopen van kannen bier en wijn.
Het lezen, beter: ontcijferen, van de tekst is specialistisch werk van deskundigen in oude handschriften (paleografen).
In: Gilden Officianten Boek, 1581-1775, folio 277 recto e.v.
Gelders Archief: 2000-589, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grootste Arnhemse Gildebeker, 17e eeuw
De gilden wilden laten zien dat ze belangrijk waren. Eén van de manieren om dat te doen, was het laten vervaardigen van fraaie gildebekers. Kort na de oprichting liet het tappersgilde daarom deze zwaar gedecoreerde zilveren beker door zilversmid Willem Muller maker. Met een hoogte van ruim een halve meter was het de grootste gildebeker in de stad. Het Museum Arnhem kocht in 1857 deze beker voor f 208,-.aan.
© Museum Arnhem: GM 01042. Auteursrechtelijk beschermd.

15 mei 1653 (donderdag)
Eigen gilde voor wijn- en biertappers
In de Jansstraat recht tegenover de Pauwstraat staat op vijf meter hoogte de mooiste herinnering aan de tapperijen, herbergen, cafés en kroegen uit het verre verleden: ‘de Wildeman’. Genoemd naar een herberg en tapperij die hier al in de 16e eeuw stond. Aan het prachtig gekleurde beeldje, werden in het verleden fantastische betekenissen gekoppeld: het zou een spion van Huissen zijn. Die Kleefse enclave werd in 1502 belegerd Karel van Gelre en dan konden verraders niet gebruikt worden.. Of het zou de mythologische Hercules zijn, of een vervaarlijke struikrover, of …..
Niets van dat alles: het toch ook onbeholpen , en daardoor extra vertederende, beeldje verwijst naar een tapperij, later bakkerij, ‘de Roos in de Wildeman’. Andere fraaie namen van 17e-eeuwse tapperijen: In de Witte Wint en In ‘t Rad van Avontuur. Al in 1550 is er sprake van een huis met de naam ‘De Wildeman’ en omstreeks 1600 wordt er in een processtuk gesproken over een beeld ‘De Wildeman’. Het beeld moet vervangen omdat ‘den ouden Wildeman ten deel van Reijn van Lunteren, half bij sinnen, int leste van sijn leven affgestoten is worden’

Voor deze bier- en wijntappers was donderdag 15 mei 1653 een grote dag: ze kregen op een eigen gilde. In de gildebrief van dit nieuwe Tappersgilde van het stadsbestuur van die dag werden de rechten en plichten vastgelegd. Zo kregen zij het monopolie op bier en wijn tappen en daarmee waren de plaatselijke horecabedrijfjes beter beschermd tegen de tapperijen van niet uit Arnhem afkomstige ondernemers en de militaire tappers van het garnizoen. Maar er waren ook plichten: het verdunnen van wijn was natuurlijk uit de boze en van herbergiers die ‘lichtvaardig volk’ onderdak gaven werd het lidmaatschap ontnomen. Bovendien moest ieder gildelid elk jaar een vat bier ter waarde van zes gulden aan het gilde schenken.

Literatuur
Klep, P.M.M., De Arnhemse ambachtsgilden (1591-1700).
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 202-203.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 162, 382.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 455.

Potjer, M. R., In de witte Wint: aalmoesbussen en herbergen tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 21 (2001), nr. 2, p. 64-71.

16 mei 1907 (donderdag)
Opening elektriciteitscentrale

‘Electrische centrale’, 1911
De elektriciteitscentrale was een vernieuwend ontwerp van Gerrit Versteeg, adjunct-directeur van Gemeentewerken. Zijn architectuur met Art Deco-elementen, rondboogvensters en fraaie tegeltableaus was een reactie op de neostijlen, die toen nog overheersend waren.
© Gelders Archief: 1523-117-0012, fotograaf Emil van den Kerkhoff, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Nijverheidstentoonstelling met elektriciteit, 1907
In het jaar van de opening van de elektriciteitscentrale werd in Musis Sacrum een grote nijverheidstentoonstelling gehouden met als thema ‘Elektriciteit in huis en ambacht’. Op de reclameprentbriefkaart haalt een lantaarnopsteker met een katrol een gespannen straatlamp naar beneden.
© Gelders Archief: 1583-15239, tekenaar Daan Hoeksema, litho uitgegeven door A. v.d. Weerd (Arnhem), fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

16 mei 1907 (donderdag)
Opening elektriciteitscentrale
Een jaar eerder was de bouw gestart en op donderdag 16 mei 1907 was het zover, de opening van de Elektrische Centrale aan de Nieuwe Kade. De plek was strategisch gekozen, want voor het opwekken van stoom was veel water (condensatieproces) en steenkool (brandstof) nodig. Deze twee materialen waren met de Rijn voor de deur ruim en snel voorhanden. De machines die een hoogspanning van 10.000 Volt opwekten, waren de eerste van deze soort in Nederland.
Elektriciteitsgebruik werd een groot succes en de centrale werd voortdurend aan de stijgende vraag aangepast. Niet alleen particulieren en bedrijven gingen over op elektriciteit. Ook de gemeentelijke gaslantaarns werden vervangen door elektriciteitsverlichting. Om tegemoet te kunnen komen aan die groei werd in 1921 aan de achterkant een groot ketelhuis aangebouwd. Helaas kon de gemeente Arnhem hier niet lang van profiteren, want de provincie (P.G.E.M.) zou alle elektriciteitsnetwerken gaan exploiteren. Nijmegen kreeg de productiecentrale toegewezen en Arnhem kreeg in 1939 als tegenprestatie het hoofdkantoor van de provinciale elektriciteitsmaatschappij aan de Utrechtseweg.
De centrale op de Nieuwe Kade heeft tot 1938 gefunctioneerd. Het pand werd hierna het onderkomen van de firma Thomassen en de firma Kaptein. Toen de maker van de succesvolle brommer Kaptein Mobylette in 1954 verhuisde naar de Dr. Lelyweg werd de voormalige elektriciteitscentrale gesloopt.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 137.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), p. 144-159, p. 150-151.

Stenfert Kroese, H.E. en D. W., Neijenesch, Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem 1919 (Uitgeverij Thieme), p. 67-69.

Vredenberg, J., “Trotse kastelen” voor een nieuwe tijd: Arnhemse architectuur van elektriciteitsbedrijven.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 25 (2005), nr. 2, p. 72-82.

Vredenberg, J., Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem.
Utrecht, 2002 (Uitgeverij Matrijs), p. 55-56.

17 mei 1499 (vrijdag)
Veer tussen Arnhem  en de Praets in erfpacht

Het veer bij Arnhem, ca. 1560
Het veer stak de Rijn over ter hoogte van de huidige Nelson Mandelabrug. Tussen 1287 en 1601 was het eigendom van het kapittel van de St. Pieterskerk in Arnhem. In 1603 verving de stad het ver door de schipbrug. Bij de Praets kwamen rond 1560 drie Rijnstrangen samen,. De stroom rechtsboven werd in opdracht van hertog Karel van Gelre tussen 1530 en 1536 met de hand gegraven.
Uitsnede van de kaart van Arnhem door Jacob van Deventer.
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De Praets en Arnhem, 1574
De Praets is op deze kaart nog in het bezit van het kapittel van St. Pieter in Utrecht. De kanunniken spanden een proces aan tegen de Arnhemse bestuurder en grondeigenaar Godert Pannekoe(c)k. Die mocht de titel doctor voeren vanwege zijn universitaire scholing in Siena, Italië.
Dr. Pannekoek had een krib (midden op de kaart) in de rivier laten aanleggen, waardoor het veer niet meer bij de strekdam (op de kaart tussen het melkmeisje en de zaaiende boer) van de Praets kon afmeren.
Linksboven staan de huisjes ‘op die Praest’ en linksonderaan de Rijnpoort. Op de oever zie we de handelskraan die de goederen in en van de schepen op de oever hees; ‘craen der staedt Arnhem’.
Hoe het proces afliep? Zoals zo vaak: de rechtsgang werd voortdurend vertraagd met bezwaarschift op beroep op protestbrief dat in 1601 nog geen definitieve uitspraak was gedaan.
© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem 2422, lade 1_1 . Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

17 mei 1499 (vrijdag)
Veer tussen Arnhem  en de Praets in erfpacht
‘Arneym’ vindt de middeleeuwse omschrijvingen van de dagen in het jaar prachtig. Neem nu 17 mei 1499. In een Arnhemse kroniek is  dat ‘Int jaer onss Heren duysent vierhondert negen en tnegentich, des frijdaiges na den sonnendach Exaudi’.
Die ‘sonnendach Exaudi’ is de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren als een kerkelijk lied begint met Exaudi Domine: “Hoor mij aan Heer”.
Op die dag verklaarden de rigter en schepenen van de stad dat ridder Evert van Wilp het halve veer bij de stad in eeuwige erfpacht genomen heeft. Het eigendomsrecht bleef bij het kapittel van de St. Pieterskerk in Utrecht, maar ridder Evert en zijn nazaten mochten het voor de helft uitbaten. Nu had het geslacht Van Wilp, die hun thuisbasis in die Gelderse plaats bij Voorst hadden, als leenheer van de bisschop van Utrecht al een sterkte band met de Domstad. Die werd met de erfpacht van het Arnhemse veer alleen maar sterker.
In 1601 koopt de stad van het St. Pieter Kapittel alle veerrechten op om, twee jaar later op die plek de schipbrug te bouwen. Zie daarvoor Verleden Vandaag van 4 december (1601).

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 438-440.

Noordzij, A.G.A., De late middeleeuwen: ridderschap, vorst en territorium.
In: Jacobs, I.D. (red.), Adel en ridderschap in Gelderland. Tien eeuwen geschiedenis.
Zutphen 2013 (WBooks / Gelders Archief), p. 28-51, p. 49.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 171.

Wientjes, R.C.M., Arnhem, Wageningen en het veer op de Praats.
In: Bijdragen en Medede(e)lingen Gelre, deel LXXVI (1985), p. 9-19.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 12-14.