Tulkenstein – Oolgaardthuis – Zorggroep Parnassia

De namen van de drie buitenplaatsen tussen de Utrechtseweg en de Rijn op deze tekening omstreeks 1740 leverden veel misverstanden op. We weten nu dat ‘Ruijven’ in de zeventiende eeuw Tulkenstein heette en dat met ‘Harrevelt’ Huis Klingelbeek werd aangeduid.
In de achttiende eeuw ademde de omgeving een serene rust uit. Oprijlanen leidden bewoners en bezoekers door ommuurde tuinen naar de landhuizen.
Prent door een onbekende maker, ca. 1740, Gelders Archief, 1551-3011.

Van Tulkenstein en Oolgaardthuis naar Parnassiagroep

In 1647 verkocht hopman, aanvoerder van een burgersoldatengroep, Johan Jordens zijn ’spijcker’ op de Klingelbeek aan zijn zwager, de stadsrentmeester en later burgemeester Arnold Tulleken. Die gaf het hof met boomgaarden zijn naam: Tulkenstein of Tullekenstein. De naam veranderde toen stadssecretaris Hendrick Willem van Ruijven in 1683 de eigenaar werd. De bestuurdersfamilie Ruijven bleef tot 1797 in het bezit van de ‘buitenplaats of spijker, (…) bestaande in huis, koetshuis, stalling en verder gebouwen, voorts hof, boomgaard en water, (…) tussen de erven Hulkestein en de Klingelenbeek’.
Het hoofdgebouw werd aan het eind van de negentiende eeuw verbouwd tot hotel, eerst Rustplaats en vanaf 1889 Steijgerwalt. In 1923 opende de Oolgaardtstichting in het, opnieuw verbouwde, pand haar deuren. Nu heeft de zorginstelling Parnassiagroep er onderdak.

Arnhemsche Courant, 1-3-1831.

Verkoopadvertentie Tulkenstein, 1831
‘Eene buitenplaats, genaamd te voren Tulkenstein, tegenwoordig Rustplaats, ‘bestaande in een zeer logeabel heerenhuis, met koetshuis, van zeer goede vruchtboomen voorzien en lopend water; alles aan elkander vrij en afgesloten gelegen aan de Klingelbeek, onder de gemeente Arnhem, langs den Rijnstroom, welk perceel, om deszelfs en aangename ligging en nabijheid aan de Stad Arnhem, eene zeer geschikte gelegenheid tot Zomer- en Winterverblijf aanbiedt. Zijn het huis voor een groot gedeelte, weinige jaren geleden, opgetimmert en voorzien van alle zodanige Gemakken, welke de bewoning veraangenamen.’
Arnhemsche Courant, 1-3-1831.

Tulkenstein in de zeventiende eeuw

Midden op de afbeelding ligt ‘Tulckestein’. In het midden van de zeventiende eeuw bestond het uit een hoofdgebouw in L-vorm met een kleine toren. Direct ten noorden daarvan een bijgebouw, waarschijnlijk een schuur of stal. In de met bomen omzoomde tuin staat nog een kleiner gebouw in een tentachtige vorm, mogelijk een tuin- of theehuisje. Op de kaart van links naar rechts Bemel (later Huis Klingelbeek), Tulckestein en Hulckestein. Rechtsboven Bemel staat Klingelbeeck.
Uitsnede van een kaart door Nicolaes van Geelkercken, ca. 1650, Gelders Archief, 1551-78. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Bronnen en Literatuur

Gelders Archief, Protocollen van bezwaar Buiten Westerkwartier, 1600-1800
Gelders Archief, Regesten

A.J.C. Kremer , ‘Arnhemsche Oudheden XIV‘, in: Arnhemsche Courant, 16-12-1905

A.G. Schulte en C.J.M. Schulte-van Wersch, Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken, Utrecht 1999, 51-53.

E. Storms-Smeets, ‘Gelders Arcadië. Landgoederen en buitenplaatsen’, in: E. Storms-Smeets (red.), Gelders Arcadië. Atlas van een buitenplaatsenlandschap, Utrecht 2011, 32-39.

E. Storms-Smeets, ‘Hier is Natuur met Kunst gepaard.’ Het buitenleven van regentenfamilie Brantsen’, in: BMGelre 107 (2016), 117-142.

E. Storms-Smeets, ‘Vergeten erfgoed: de unieke terrassen van landgoed Zypendaal’, in: T. Hermans en R. Grubben (eindred.), ‘De Lagchende Vallei’. Recent onderzoek op het gebied van kastelen en buitenplaatsen in Gelderland, Zwolle 2020, 235-263.

E. Storms-Smeets, ‘De sociale geografie van het buitenplaatslandschap Gelders Arcadië’, in: Bulletin KNOB 120 (2021-4), 33-46.

J. Vredenberg, ‘Landgoederen en buitenplaatsen’, in: F. Keverling Buisma en I. Jacobs (red.), Arnhem van 1700 tot 1900, Utrecht 2009, 49-50.