Mei Verleden Vandaag

Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.
1  4  5  6  8  9  10  11  12  13  14  15
16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31

1 mei Dag van de Arbeid
Eerste 1 Mei-viering op zondag 3 mei 1891

Adrianus van Emmenes
De opmerkelijke anarchist Adrianus van Emmens was de spil van de radicaal-socialistische activiteiten in Arnhem tussen 1891 en 1898. Uiteindelijk moest hij de stad verlaten na enkele gevangenisstraffen wegens majesteitschennis en diverse privéschandalen. Hij had o.a. vrouw en gezin in de steek gelaten en met een jongere vriendin de wijk genomen naar Londen. Zo wilde hij aan een nieuwe gevangenisstraf en zijn vrouw ontkomen.
© IISG Amsterdam, fotograaf onbekend, BG A4/583. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
‘Propaganda voor onze heilige zaak’
In het landelijke partijblad van de Sociaal-Democratische Bond werd met grote tevredenheid verslag gedaan van de Arnhemse Mei-viering.
Uit: Recht voor Allen, 7-5-1891. Via KB-site Delpher.
Groot formaat: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMIISG05:000090866:mpeg21:p002

1 mei Dag van de Arbeid
Eerste 1 Mei-viering op zondag 3 mei 1891
In 1890 vonden in heel Europa voor het eerst de ‘Mei-vieringen’ plaats. De socialisten, die het onderling over bijna alles oneens waren, waren dit ook over de dag van de viering. Het voorstel om het feest op de eerste zondag in mei te houden, stuitte in sommige landen op bezwaren. In de eerste jaren werden de feestelijke bijeenkomsten dus zowel op 1 mei als op de eerste zondag van de maand gehouden. Belangrijkste inzet van de ‘Meibeweging’ was de invoering van de 8-urige werkdag.
Dat Arnhem direct het volgende jaar op zondag 3 mei meedeed, was vooral het werk van de anarchist Adrianus (roepnaam Janus) van Emmenes  (1857-1906). Die was enkele maanden eerder in Arnhem komen wonen op een bovenhuis in de Spijkerstraat. Het hele hoekhuis behoorde tot het verenigingscentrum ‘Voorwaarts’ van de radicale Sociaal-Democratische Bond gevestigd. Op de begane grond was een café gevestigd en op de eerste verdieping konden in de vergader- en toneel zaal wel 400 bezoekers. De landelijke leider van de SDB, de beroemde Ferdinand Domela Nieuwenhuis, hield in het verenigingscafé meermalen toespraken, maar ook feministe Wilhelmina Drucker gaf er acte de presence.
Uit het hele land waren socialisten naar de Spijkerstraat gekomen waar een kolossale rode vlag het ontmoetingscentrum sierde. Vanuit ‘Voorwaarts’ ging het vervolgens onder het zingen van de ‘Achturen-marsch’ naar de stadsweide bij de gasfabriek aan de Westervoortsedijk. Daar hield Van Emmenes een van zijn opzwepende toespraken en werd, zonder enige tegenstem, een motie aangenomen om te streven naar de acht-urige-werkdag. Het voltallig opgeroepen politiekorps en de marechaussees met geladen karabijnen hoefden niet in actie te komen. Vandaar dat de socialisten aan het eind van de dag konden concluderen: “Niet veel meer dan die Meidagen – en de geheele slapende menscheid is wakker.”

Literatuur
Dullaart, P., Op onze weg zijn rozen schaars gespreid. De Arnhemse anarchisten 1894-1903. Oosterbeek 1982 (Uitgeverij Bosbespers).

Ketelaar, S., Rode kopstukken in Arnhem. Socialisten, anarchisten en communisten.
Arnhem 2022 (Uitgeverij Parkstraat), vooral p. 33.

Laar, E. van, Hoop op gerechtigheid. De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw. Arnhem 1966 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 79-80.

Luremans, C.H. en W.H. Kruiderink (red.), Het eerste verzet. Geschiedenis der Arnhemse arbeidersbeweging voor 1894.
Arnhem 1933 en Nijmegen 1995; fotomechanische herdruk van Stichting Vakbondshistorisch Archief Nijmegen, p. 58-59.

2-5-1844 (donderdag)
Stadsziekenhuis op voormalig bastion

Stedelijk Ziekenhuis, 1847-1931
Het Stadsziekenhuis op een foto uit 1911.  Het neoclassicistische gebouw van stadsarchitect H. J. Heuvelink sr. werd in het laatste oorlogsjaar totaal verwoest.
© Gelders Archief: 1523-117-0011, Fotograaf Emil van den Kerkhoff, Fotoalbums. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Stadsziekenhuis wordt ingericht, 1847
In het jaarlijkse provinciale verlag van de provincie Gelderland over 1847 stond dat het gebouw van het Stadsziekenhuis gereed was en dat men met de inrichting was begonnen. Pas in het voorjaar van het volgende jaar konden de eerste patiënten opgenomen worden.
Uit: Arnhemsche Courant, 14-7-1847. Via KB-site Delpher.
Bastion Slakkengat, ca. 1650
Tussen de Walburgiskerk en de Sabelspoort lag bastion ‘Het Slakkengat’. Hierop werd tussen 1845 en 1847 het Stedelijk Ziekenhuis gebouwd.
Detail van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Scheepvaartmuseum Amsterdam, Collectie Atlas van Loon, Joan Blaeu, Tonneel der Steden, Amsterdam 1649.

2-5-1844 (donderdag)
Stadsziekenhuis op voormalig bastion
Aan het begin van de 19e eeuw werden zieken min of meer aan hun lot overgelaten. In het Catharinagasthuis aan de Beekstraat werden patiënten wel verpleegd en de diaconie van de Hervormde Kerk bezocht zieken thuis, maar alles ademde nog een sfeer van goedbedoelde liefdadigheid. Professionele zorg, zeker voor de allerarmsten, was er niet.
Daarom besluiten B&W op 2 mei 1844 dat er een stadsziekenhuis moet komen. Als locatie koos men een voormalig verdedigingswerk aan de stadsmuur, bastion ‘Het Slakkengat’ tussen de Walburgiskerk en de Sabelspoort. Dat is nu de Eusebiusbinnensingel naast de oprit van de John Frostbrug. Anderhalve maand na dit besluit, bleek dat er meer geld nodig was. De gemeente moest fl 35.000,- lenen om de bouw mogelijk te maken. De bouw en inrichting liepen voortdurend vertraging op en pas op 1 april 1848 werd het officieel in gebruik genomen. De kosten waren inmiddels opgelopen tot fl 47612,16.
In het nieuwe ziekenhuis, een ontwerp van stadsarchitect Hendrik Jan Heuvelink sr. was plaats voor 108 patiënten. Al snel ging het hospitaal ten onder aan zijn eigen succes. Er kwamen zoveel armen, prostituees en soldaten met geslachtsziekten dat een ‘fatsoenlijke burger’ daar niet verpleegd wilde worden.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 99.

Heusden-Sleutel, A.C. van, Van minimale hulp tot optimale zorg. 150 jaar ziekenhuiszorg in Arnhem.
Arnhem 1995 (Ziekenhuis Rijnstate), p. 13-16.

Seebach, T., Hendrik Jan Heuvelink 1806-1867.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 72-74.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. 
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 148-149.

Staats Evers, J.W., Iets over Arnhem naar aanleiding van zijn begrooting over 1848.
Arnhem 1848 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 76-77.

3-4-5 mei 1943 (maandag t/m woensdag)
Arrestatie en executie negentien verzetsmensen

Ze waren negentien in getal
De tekst op het gedenkteken luidt:
TER HERINNERING AAN HEN DIE TIJDENS DE
MEI-STAKING 1943 OP DEZE PLAATS DOOR
DE DUITSERS WERDEN GEFUSILLEERD
Vervolgens de namen van de negentien slachtoffers: P. Dijkstra, H. Eilander, L.W. Hendriks, C.J. van Emmerloot, G. van Kampen, J. Kleefsman, C.W. Knipscheer, H.J. Kroeze, J.M. Quaedvlieg, H.C. Munter, B. Pessink, G. Peters, H. Proper, J. Tjalkens, J.A. Versteeg, J.A. Walraven, W.G.T. Weimar, H.J. van Werven en A.W. Wijmans.
© Fotograaf Jan de Vries, 2022. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden)
Onthulling monument, 1950
Op zaterdag 30 april 1950 werd het monument in het bijzijn van nabestaanden en burgemeester Chris Matser onthuld. Het gedenkteken was een ontwerp van de Dienst Gemeentewerken van Arnhem. Twintig meter rechts van het monument markeert en stapeltje stenen de exacte fusilladelocatie.
Het krantenartikel noemt (Johannes) Van Biesen als ontwerper, maar dit moet ir. J. Enklaar zijn die ook werkzaam was bij Gemeentewerken (o.a.  adjunct-directeur 1957-1974). Zie hiervoor het boek van Theo Brink en de Arnhemsche Courant van 13 april 1950.
Uit: Arnhemsche Courant, 1-5-1950. Via KB-site Delpher.
Groot formaat: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000112458:mpeg21:p003
Bekrassing monument, 1977
In 1977 werd tot ontzetting van velen het monument bekrast.
© Gelders Archief: 1544-319-0003, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

3-4-5 mei 1943 (maandag t/m woensdag)
Arrestatie en executie negentien verzetsmensen
Tot voor drie weken terug was de gedenkplaats aan de Waterbergseweg achter het Openluchtmuseum één van de onbekendste oorlogsmonumenten van Arnhem. Toen verscheen het in woord en beeld in de tv-serie Het verhaal van Nederland. Sindsdien mag het gedenkteken zich terecht verheugen in een grotere belangstelling.

Op 29 mei 1943 besloot de opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht in Nederland, generaal Friedrich Cristiansen, dat alle Nederlandse oud-militairen alsnog in krijgsgevangenschap moesten treden. Het coulante optreden van de Duitse bezetter ten opzichte van de soldaten die in de meidagen van 1940 de inval van het Duitse leger bestreden, was hiermee verdwenen. Voor de mannen dreigde transport naar Duitsland om tewerkgesteld worden bij allerlei oorlogsbedrijven.
Spontaan braken in het land overal stakingen uit, het eerst in Twente. Bij die eerste werkonderbrekingen hoorden ook de melktransporteurs. De April-meistakingen worden daarom ook de Melkstakingen genoemd.
Het verzet breidde zich uit naar verschillende machine- en staalfabrieken in Gelderland, de HEVEA-rubberfabriek in Doorwerth/Heveadorp en vervolgens over heel Nederland. Veel fabrieken ondersteunden het Duitse oorlogsbedrijf en daarom sloeg de Duitse bezetter nog harder toe dan gebruikelijk. Stakers en vermeende verzetsleiders werden opgepakt en door  een Polizei-Standgericht ter dood veroordeeld. Negentien mannen vonden tussen 3 en 5 mei 1943 in de bossen van de Waterberg hun einde voor het vuurpeloton.
Ze stierven voor de vrijheid van anderen. Opdat wij niet vergeten!Literatuur
Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst.
Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 63.

Arnhemsche Courant
, 13-4-1950 en 1-5-1950.

Nationaal Comité 4 en 5 mei, Arnhem, monument aan de Waterbergseweg. URL: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/849/arnhem-monument-aan-de-waterbergseweg

Vredenberg, J., Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs).

Vredenberg, J., Johannes van Biesen 1892-1968.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965. Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 155-156.

4 mei 1946 (zaterdag)
Sobere eerste Dodenherdenking met overlevende van Dachau

Oorlogsmonument, 1946
Het Airborne Monument stond oorspronkelijk aan de Eusebiusbinnensingel en niet in de Berenkuil van het Damcircuit. Links is nog het puin van de oorlogsverwoestingen te zien en op de achtergrond de Schouwburg.
© Gelders Archief: 1534-321, fotograaf W.S. Jaquet, CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Hel en Hemel van Dachau, 1946
De Arnhemse dominee Jacobus Overduin was één van de weinige overlevenden van het concentratiekamp Dachau. Na zijn terugkeer naar Arnhem pakt hij zijn predikantschap weer op en was de hoofspreker op de eerste Dodenherdenking in 1946.
Omslag van Overduins Hel en Hemel van Dachau.

4 mei 1946 (zaterdag)
Sobere eerste Dodenherdenking met overlevende van Dachau
Direct na de oorlog was er nog geen scheiding tussen de Dodenherdenking op 4 mei en de Bevrijdingsdag van 5 mei. In Arnhem was ook het beeld ‘Mens tegen Macht’ van Gijs Jacobs van den Hoff, waarbij nu traditiegetrouw op het Kerkplein/Audrey Hepburnplein de doden worden herdacht, er ook nog niet. Dat beeld diende vanaf 1953 als centrum van de herdenking (zie Verleden Vandaag van 18 januari).
In 1946 werd op verschillende plaatsen teruggeblikt op oorlog en de bevrijding. De officiële gemeentelijke bijeenkomst vond plaats bij het Airborne Monument aan de voet van de Rijnbrug. Daar vond in hetzelfde jaar ook de veel grootsere herdenking plaats van de Slag om Arnhem.
Tijdens de plechtigheid sprak dominee Jacobus Overduin (1902-1983). Overduin had zelf tijdens de oorlog drie maal gevangen gezeten wegens kritiek op de Duitse bezetter. Hij werd overgebracht naar het concentratiekamp Dachau, maar wist dit te overleven. Hij zei o.a. “Wij kunnen niet staan op historische grond zonder de ontroering te ondergaan van de nagedachtenis van hen, die hun bloed gaven voor onze vrijheid.”
Opdat wij niet vergeten!

Verslag Dodenherdenking, 1946 (1)
Het verslag van de eerste Dodenherdenking in 1946 was voorpaginanieuws in de Arnhemsche Courant.
Uit: Arnhemsche Courant, 6-5-1946. Via KB-site Delpher.
Groot formaat:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000110980:mpeg21:p001
Verslag Dodenherdenking, 1946 (2)
Het tweede deel van het verslag van de Arnhemsche Courant.
Uit: Arnhemsche Courant, 6-5-1946. Via KB-site Delpher.
Groot formaat:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000110980:mpeg21:p002

5 mei 1945 (zaterdag)
Geen Bevrijdingsdag in Arnhem

Melden voor terugkeer, 1945
In het meisjespensionaat van Sacré Coeur aan de Velperweg was tijdelijk de ambtenarij van de stad gehuisvest. Hier moesten de teruggekeerde evacués eerst langs voor een medische keuring (i.v.m. mogelijke besmettelijke ziekten) en het halen van papieren voordat men naar huis kon terugkeren
© Gelders Archief: 1523-148-0298, fotograaf Nico Kramer, Collectie Fotoalbums. CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
5 Mei in Arnhem, 1945
Het Arnhems Dagblad was de Arnhemse editie van de in Nijmegen zittende hoofdredactie van De Gelderlander. Die Nijmeegse uitgave van De Gelderlander stond bol van de verhalen van de opgetogenheid van de bevolking en de jubelfeesten. In het Arnhems Dagblad ging het vooral over de ontreddering van de terugkeerde Arnhemmers en de desolate toestand van de stad.
Uit: Arnhems Dagblad, 6-5-1946. Via KB-site Delpher.
Groot formaat:
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000069804:mpeg21:p001
Terugkeer uit Duitse werkkampen, 1945
Arnhemse taferelen die enigszins in de buurt komen van de Bevrijdingsfeesten in 1945 elders in het land vonden plaats toen Arnhemmers uit de kampen in Duitsland terugkeerden onder de leus ‘Terug uit Mofrika’. Hier arriveren ze op het Willemsplein met op de achtergrond de HBS.
© Gelders Archief: 1584-805, fotograaf Nico Kramer, Fotocollectie Nico Kramer. CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

5 mei 1945 (zaterdag)
Geen Bevrijdingsdag in Arnhem
Bij Bevrijdingsdag gaan vooral de gedachten terug naar mei 1945 toen de capitulatie van het Duitse leger in Nederland werd getekend op 4 mei op het veldhoofdkwartier van Montgomery op de Lüneberger Heide. De wapens zouden definitief neergelegd worden op zaterdag 5 mei om 08.00 uur. Op die dag werd in Hotel De Wereld in Wageningen tussen de geallieerde en Duitse bevelhebbers besproken hoe dit in Nederland zou plaatsvinden.
In Arnhem echter geen juichende mensen op straat of jongelui die op tanks en jeeps van Britse, Canadese of Amerikaanse soldaten door de straten toerden. De geëvacueerde Arnhemmers waren vooral bezig met het terugkeren van hun onderkomens op de Veluwe en uit Friesland. Ze troffen een volledig geplunderde en verwoeste stad aan. De blijdschap over het einde van de oorlog maakte bij velen plaats voor ontzetting hoe hun woningen en huisraad eruit zagen.

Literatuur
Arnhem Dagblad, 5-5-1945.
Frequin, L., Knap, H.A.A.R. en W.H. Kruiderink, Arnhems Kruisweg.
Amsterdam 1946 (Uitgevrij Promotor).

Horlings, A., Arnhem Spookstad. Ooggetuigenverslagen van de Slag en Evacuatie.
Arnhem 2018 (Sycorax, heruitgave van editie van 1995), p. 159-172.

Iddekinge, P.R.A. van, Arnhem 44/45.
Arnhem 1981 (Geldersche Boekhandel / Gouda Quint), p. 322-326.

Roelofs, B., Vernieling en Vernieuwing. De wederopbouw van Arnhem 1945-1964.
Utrecht 1995 (Uitgeverij Matrijs), p. 27.

Vredenberg, J., Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs).

6 mei 16e eeuw
Chronologie van de Opstand

Arnhem militair bijgelicht, ca. 1560
Filips II liet alle steden in de Nederlanden in kaart brengen door Jacob van Deventer. Zijn plattegrond van Arnhem is de oudste kaart van de stad. In het Gelders Archief is de eerste versie (minuutkaart) te vinden. In Spanje, in de oude bibliotheek van Filips II, ligt de uiteindelijke versie (netkaart). Bij de netkaart is ook een ‘bijkaart’ van de stad opgenomen. Daar zien we goed dat Filips veel belangstelling had voor de verdedigingswerken (stadsmuren en ‘porta’) en, de vanuit militair oogpunt ook belangrijk, hoge gebouwen:
het oude stadhuis (‘Civita domus’), in het rood het St. Catharinagasthuis (‘Hospitale’) in de Bakkerstraat en het Broerenklooster (‘FranciScani’).
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Arnhem en het Catharinagasthuis rond 1580
Het St. Catharinagasthuis is in het rood aangegeven op deze fraaie prent van Aernout van Buchell / Arnoldus Buchelius (1565-1641), Diarium.
© Universiteitsbibliotheek Utrecht, Hs 798, foto Gelders Archief.
Meer over deze tekening: https://arneym.nl/buchelius-arnhem-rond-1580/

6 mei 16e eeuw
Chronologie van de Opstand
Op sommige dagen in het verleden gebeurde er zoveel in Arnhem dat een keuze soms lastig is. Neem nu 6 mei: voor de zestiende eeuw kiezen we drie stuks en bieden zo een oriëntatie op de Opstand/Tachtigjarige Oorlog in de stad.

6 mei 1566 (vrijdag)
Koning Filips II is verhinderd te komen
De koning van Spanje, Filips II, was sinds 1555 ook heer der Nederlanden. Vanuit Madrid stuurde hij op zaterdag 6 mei een brief met het bericht dat hij helaas Arnhem niet kan bezoeken. Zijn aanwezigheid was rondom de Middellandse Zee vereist, waar een “waarschijnlijke wederkomst der Turken en Mooren” een bedreiging vormde voor zijn geopolitieke macht en katholieke geloof. Wel liet hij de stad weten “intusschen te waken tegen allen die den vrede zoeken te breken en hem tegenwerken. Geen overbodige vermaning, want op 10 augustus brak de Beeldenstorm in de Lage Landen los.
6 mei 1572 (zaterdag)
Alva waarschuwt Arnhem voor de Geuzen
Na de Beeldenstorm stuurde Filip zijn generaal Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Diens schrikbewind met vele terdoodveroordelingen door de Raad van Beroerten (‘Bloedraad’) en het uitmoorden van Nederlandse steden had een averechts effect. En toen de Watergeuzen het stadje Den Briel op 1 april 1572 wisten in te nemen, liet Alva nogmaals via het Hof van Gelre aan Arnhem weten “om dag en nacht scherpe wacht te houden, daar de Geuzen en rebellen van zins waren eenige Geldersche steden te overvallen”.
6 mei 1581 (woensdag)
Zusters van Catharinagasthuis mogen geen begijnenkleding dragen
Ook die waarschuwing van Alva sorteerde geen effect, want in 1578/1579 ging Arnhem, na twee stedelijke Beeldenstormen, over op het nieuwe protestantse geloof en de Opstand. Twee jaar later kregen de “susteren des Hospitaels van Sinte Catherinen” (St. Catharinagasthuis in de Bakkerstraat) te horen “oere olde habijt und begijnen klederen te verlaten”. Als tegenprestatie voor het uitlaten van de katholieke kleding mogen ze dan in het gasthuis blijven wonen “mits zij zich eerlijk en vroom gedragen en den armen, kranken ende bedlegerige naar haar beste vermogen bijstaan”. Arnhem was een protestantse stad geworden.

Literatuur
Driel, M. van, Arnhem, hoofdstad van het kwartier.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 188-221.

Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 92-125.

Leppink, G.B., Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636). 
Hilversum 1996 (Verloren), p. 248-249 en Bijlage P.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 234, 247-248, 340.

7 mei 1859 (zaterdag)
Kleppermanshuisje krijgt varkenswaag op het Jansplein

Jansplein, 1883
Waar nu (mei 2022) horecagelegenheid ’t Taphuys in het vroegere postkantoor huist, stond tot 1889 aan de zuidzijde van het Jansplein het imposante Huis Kellesteyn van Baron B.F. Van Verschuer. Hij keek uit op de varkensmarkt die aan de westkant van het plein werd gehouden. Links loopt Achter Mariënburg, de tegenwoordige Mariënburgstraat.
© Gelders Archief: 1501-04-4836, Fotograaf J. Ephraim, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Varkenswaag, 1887
In 1887 werd de Varkenswaag met bascule verplaatst van de hoek van de Jansplaats en het Jansplein richting het noordwesten, tussen de huidige Janssteeg en Janslangstraat. De nieuwe waag werd aanbesteed aan de aannemer J. de Ruyter.
© Gelders Archief: 1506-8165, tekening van gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Varkensmarkt op het Jansplein, 1887
De nieuwe indeling van de varkensmarkt aan de westzijde van het Jansplein. Onderaan Achter Mariënburg en de Ruiterstaat.
© Gelders Archief: 1506-8166, tekening van gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

7 mei 1859 (zaterdag)
Kleppermanshuisje krijgt varkenswaag op het Jansplein

Het een prachtige zin in één van Arnhems kronieken: op zaterdag 7 mei 1859 besloot de gemeenteraad om “eene bascule in het kleppermanshuisje op de varkensmarkt te plaatsen”.
De varkensmarkt werd op het Jansplein gehouden. De dieren werden vanaf de haven bij de Rijnpoort via de Varkensstraat naar de markt geleid. Op de hoek van het Jansplein en de Jansplaats, die plekken liepen in de 19e eeuw in elkaar over, stond een wachthuisje van de nachtwakers, de kleppermannen. Zij trokken ’s nachts door de straten met een ratel om dieven en ander geboefte geen kans te geven. Bij dat wachthuisje werd nu een grote weegschaal (“bascule”) geplaatst om de varkens, maar ook schapen, te wegen. Zo kon de koper zeker zijn of het beest zijn gewicht in geld waard was. In 1887 werd een nieuwe waag gebouwd tussen de tegenwoordige Janssteeg en Janslangstraat.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 105.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 65, 85, 388.

8 mei 1932 (zondag)
Moederdag met taart in crisistijd

Taarten voor Moederdag
In rood omrand neemt wethouder Meijer op Moederdag 1932 de taarten voor de ziekenhuispatiënten in ontvangst.
De andere fotoartikelen wil ‘Arneym’ u ook niet onthouden: de geelswerte jongens van Vitesse wonnen bijvoorbeeld met 4-1 hun zondagse wedstrijd.
Uit: Arnhemsche Courant, 19-5-1932. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000108861:mpeg21:p008
Diepere betekenis van Moederdag
Ondanks de verzuchting in de Arnhemsche Courant van dat Moederdag door te weinigen werd gevierd, schreef “J.P.” in de krant van 13 mei 1932 dat Moederdag verworden was tot een commercieel feest. De briefschrijver vroeg zich af of de Moederdagviering niet beter afgeschaft kon worden. Daar reageerde “M.v.O.” een dag later op met dat het feest juist een “diepere beteekenis voor de menscheid kan hebben”.
Lees en oordeel zelf over deze ‘diepere betekenis’.
Uit: Arnhemsche Courant, 14-5-1932. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000108910:mpeg21:p007

8 mei 1932 (zondag)
Moederdag met taart in crisistijd
Vandaag is het Moederdag. En zelfs in de crisistijd van de jaren dertig van de vorige eeuw lieten de Arnhemse banketbakkers zich op die dag van hun beste kant zien. En dan hebben we het inderdaad over de voor- en naoorlogse Arnhemse bakkersinstituten zoals Hagdorn (Arnhemse Meisjes). Landman (Turco taart) en Petri. Zij bakten een hele serie taarten voor de patiënten derde klasse van alle Arnhemse ziekenhuizen. Daarbij merkte de krant wat teleurgesteld op dat dit feest nog door te weinigen werd gevierd. Zo werden op zondag 8 mei 1932 de armste ziekenhuispatiënten, moeder of geen moeder, verrast.

9 mei 1950 (dinsdag)
Herstelde Rijnbrug in gebruik

Campbellbrug, april-juni 1945
De eerste geallieerde noodbrug over de Rijn: de Campbell Bridge. Deze Baileybrug, die van midden april tot begin juni 1945 in gebruik was, lag even ten westen ten opzichte van de verwoeste Rijnbrug, ter hoogte van de vroegere schipbrug en de huidige Nelson Mandelabrug.
© Gelders Archief: 1501-04-12433, Fotograaf onbekend, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Simonds en Foulkesbrug, 1945-1946
De opening van de Simonds en de Foulkesbruggen over de Rijn bij Arnhem op 8 juni 1945.
In aanwezigheid van de luitenant-generaals van het Canadese bevrijdingsleger, Charles Foulkes en Guy Simonds werden de twee bruggen geopend. Op de foto knipt Simonds het lint van de naar hem genoemde Baileybrug door.
© Gelders Archief: 1523-147-0146 , Fotograaf Nico Kramer, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

9 mei 1950 (dinsdag)
Herstelde Rijnbrug in gebruik
Drie noodbruggen waren tussen 1945 en 1950 nodig voordat op dinsdag 9 mei 1950 de herstelde Rijnbrug in gebruik kon worden genomen. Eerst lag ter hoogte van de huidige Nelson Mandelabrug de Campbell Bridge. De brug was genoemd naar het hoofd van de technische dienst van het eerste Canadese legercorps, brigadier Colin Alexander Campbell.  De oversteek deed als allereerste noodvoorziening twee maanden dienst.
Op 8 juni 1945 werden twee naast elkaar gelegen Baileybruggen, de Simonds- en Foulkesbrug geopend. Zo werden de twee Canadese generaals geërd onder wiens bevel Arnhem was bevrijd. De bruggen hebben acht maanden dienst gedaan, want vanaf 6 februari 1946 kon men via de derde Baileybrug, de Generaal Winkelmanbrug, de rivier oversteken. Deze brug, vernoemd naar de Nederlandse opperbevelhebber in de meidagen van 1940,  lag op een deel van de pijlers van de oude Rijnbrug en extra aangelegde pijlers. Deze hoge en dubbele Baileybrug en was veel steviger dan de voorgaande twee noodbruggen. Ook het zwaardere vrachtautoverkeer kon nu de Rijn over.
De uiteindelijke nieuwe Rijnbrug werd naast de Winkelmanbrug gebouwd. Op het laatste moment moest dus wel de Winkelmanbrug worden afgebroken, waarna de nieuwe brug op de juiste plek kon worden ‘gerold’. Toen dit alles achter de rug was, kon burgemeester Chris Matser op dinsdag 9 mei 1950 de huidige John Frostbrug openen.

Literatuur
Jacobs, I. D., De Brug. De oude Rijnbrug van Arnhem.
Zwolle 2018 (Uitgeverij WBooks), p. 60-70

Roelofs, B., Vernieling en Vernieuwing. De wederopbouw van Arnhem 1945-1964.
Utrecht 1995 (Uitgeverij Matrijs), o.a. p. 37.

Vredenberg, J., Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs).

Generaal Winkelmanbrug, 1946-1950
Links is de nieuw vaste Rijnbrug in aanbouw. Rechts de Winkelmanbrug. Twee rijbanen op houten planken en in het midden een smal voet- en fietspad.
© Gelders Archief: 1501-04-12436, fotograaf Dick Renes, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Voorpaginanieuws: Rijnbrug open, 1950
Natuurlijk bracht de Arnhemsche Courant het nieuws van de heropening van de brug op de voorpagina.
Uit: Arnhemsche Courant, 9-5-1950. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000112468:mpeg21:p001

10 mei 1940 (donderdag)
Duitse inval en opblazen Rijnbrug

Opgeblazen Rijnbrug, 1940
Tegen de brug ligt het schip Onderneming. Het probeerde nog zijn ‘strategische’ lading olievaten richting de verdedigingslinie ten westen van Arnhem te varen, maar juist voor het vertrek werd om kwart over vijf in de ochtend de Rijnbrug opgeblazen. De schipper, Manus de Vries, kwam er met een gebroken arm vanaf.
© Gelders Archief: 1560-5106, Fotograaf onbekend, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Duitse soldaten in Arnhem, 10 mei 1940
Duitse soldaten marcheren op donderdagochtend via de Johan de Wittlaan de stad in. Zij werden vergezeld door de bij Westervoort krijgsgevangen gemaakte Nederlandse soldaten. De inwoners van Arnhem kijken met een mengeling van verbazing en verontwaardiging naar de intocht.
© Gelders Archief: 1560-1694, Fotograaf onbekend, Fotocollectie Tweede Wereldoorlog. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kanonneerboot Hr. Ms. Freyr
De rivierkanonneerboot uit 1877 schoot met haar 7,5cm kanon de zuidelijke oprit van de brug stuk.
© Foto Peter Kimenai Go2War2.

10 mei 1940 (donderdag)
Duitse inval en opblazen Rijnbrug
Gisteren keken we in ‘Verleden Vandaag’ naar het herstel en de heropening op 9 mei 1950 van de Rijnbrug na de Tweede Wereldoorlog. Het was vandaag in het verleden, op donderdag 10 mei 1940, dat bij de inval van het Duitse leger de brug werd opgeblazen.

Na een eerste vuurgevecht tussen Nederland en Duitse soldaten bij Roermond om 01.40 uur op de tiende mei, begon de Duitse invasie met codenaam Fall Gelb om 03.55 uur. Toen passeerde o.a. een Duitse pantsertrein de Nederlands-Duitse grens bij Zevenaar met als eerste doel de bruggen bij Westervoort en Arnhem. De spoorbrug over de IJssel werd om 04.15 uur door het Nederlandse leger opgeblazen en de oprukkende Duitse eenheden werden bij Fort Westervoort onder vuur genomen. Die tegenstand werd rond 09.30 uur gebroken.

Bij de Rijnbrug bij Arnhem hield het 4de Regiment Huzaren de wacht. Rond 05.00 uur kreeg vaandrig Pieter Kooij de opdracht om de brug op te blazen. Dat gebeurde kort na vijf uur waarbij het vrachtschip Onderneming, dat juist van de kade weg voer, op de ingestorte brug strandde. Even later werd ook de spoorbrug bij Oosterbeek opgeblazen (05.30 uur).
De zuidelijke af- en oprit van de Rijnbrug bleek echter nog intact te zijn. Aan de Rijnkade lag de oude rivierkanonneerboot Hr. Ms. Freyr aangemeerd. Dit schip uit 1877, vernoemd naar de Germaanse god Freyr, wist met kanonschoten dat deel van de brug ook onbruikbaar te maken.
Dit alles nam niet weg dat Duitse soldaten vanuit Westervoort rond 10.00 uur de Johan de Wittlaan opmarcheerden. Toen de Freyr zich met veel moeite onder een kleine opening van de brug was doorgevaren, werd het op de westelijke Rijnkade onder vuur genomen door de eerste gearriveerde zestig tot tachtig Duitse soldaten. Bij het vuurgevecht sneuvelde de 21-jarige matroos Cees van Slooten en ook zo’n tien Duitse soldaten lieten het leven. De Freyr voer vervolgens door om de Grebbelinie te versterken.
Rond 11.00 uur was Arnhem in handen van de Duitse bezetter.

Literatuur
Boersema, J. , De schipper die op de Rijnbrug strandde, 10 mei 1940.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 39 (2019), nr. 4, p. 182-187.

Jacobs, I. D., De Brug. De oude Rijnbrug van Arnhem.
Zwolle 2018 (Uitgeverij WBooks), p. 12-19.

Jacobs, I. D., Arnhem 40-45.
Zwolle 2014 (Uitgeverij WBooks), p. 44-51.

Nuis, J., Hr.Ms. ‘Freyr’ bij de Grebbeberg, mei 1940.
URL: https://www.grebbeberg.nl/index.php?page=hr-ms-freyr-bij-de-grebbeberg-mei-1940 (o.a. geraadpleegd 9-5-2022).

11 mei 1944 (donderdag)
Verzet bevrijdt ‘Frits de Zwerver’ uit Koepelgevangenis

‘Frits de Zwerver’
Dominee Frits Slomp (1898-1978) trok tijdens de oorlog het hele land door om onderduikers (Joden, geallieerde piloten, verzetsmensen) onder te brengen. Op één van zijn onderduiktochten werd hij op maandag 1 mei bij Ruurlo aangehouden en overgebracht naar de Koepelgevangenis in Arnhem.
© Foto: NIOD. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Plattegrond bevrijdingsactie Joop van Veldhoven
Essentieel in de bevrijdingsactie was de rol van de bibliothecaris van de Koepelgevangenis, Joop van Veldhoven (1910-1980). Hij speelde informatie van het verzet aan ‘Frits de Zwerver’ door. Ook maakte hij een plattegrond van de gevangenis zodat de verzetsoverval tot in detail kon worden gepland.
Bron: De Zwerver. Weekblad van de Stichting LO.-LKP, 5 juli 1947, nr. 27.
Koepelgevangenis Arnhem
De Koepelgevangenis had tussen 1942 en 1945 als straatadres de Lombokstraat. Die naam hadden de Duitsers de Wilhelminastraat in 1942 gegeven, om elke verwijzing naar de koningin uit het straatbeeld weg te nemen.
© Foto P. de Booys uit Het Grote Gebod, deel 2, p. 177 (Kampen 1951, herdruk 1979).

11 mei 1944 (donderdag)
Verzet bevrijdt ‘Frits de Zwerver’ uit Koepelgevangenis
Het is de verjaardag van NSB-leider Anton Mussert en op donderdagavond 11 mei 1944 wordt in Musis Sacrum, in het Wehrmachtheim, een groot feest gehouden. Veel Duitse soldaten en officieren zijn daarbij aanwezig.

Tweeënhalve kilometer verderop stoppen bij de Koepelgevangenis om 19.50 uur twee zwarte limousines, een Opel Olympia en een Ford V8. Uit één van de auto’s stappen twee Nederlandse marechaussees. Tussen hen in voeren ze een gevangene mee. Ze lopen naar de grote toegangspoort van de gevangenis, bellen aan en vertellen dat ze met hun gevangene vanuit Groningen op weg naar Nijmegen in Arnhem zijn gestrand. Ze vragen of de gevangene hier een nachtje ondergebracht kan worden. De portier vertrouwt het niet en opent de deur slechts op een kier. Op dat moment rammen de drie de deur open en houden een pistool onder de neus van de bewaker. Uit de twee auto’s komen dan nog zeven andere mannen aangerend die de eerste drie volgen naar het cellencomplex.
De jonge mannen zijn verzetslieden van de LKP (Landelijke Knokploeg) en zijn uit heel Nederland opgeroepen om die avond ‘Frits de Zwerver’ te bevrijden. Dominee Frits Slomp, was samen met Heleen ‘Tante Riek’ Kuipers één van de landelijke leiders van de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). Als ‘Frits de Zwerver, in de gewelddadige verhoren van de SD (Sicherheitsdienst), doorslaat en de namen van medestanders prijs geeft, stort een groot deel van het verzetswerk in. ‘Frits de Zwerver’ moet en zal bevrijd worden, wat met deze spectaculaire actie ook lukt. Enkele dagen later worden enkele verzetsmannen, die met de bevrijdingsoverval hadden meegedaan, gearresteerd. Ze worden opgesloten in het Huis van Bewaring in de Arnhemse binnenstad. Een tweede verzetsactie is nodig en die vindt precies een maand later plaats op 11 juni. Over die bevrijding van 54 gevangenen meer in ‘Verleden Vandaag’ van die dag.

Literatuur
Aerde, R. van e.a., Het Grote Gebod. Gedenkboek van het Verzet in LO en LKP.
Kampen 1951 (Uitgeversmaatschappij J.H. Kok). Twee delen met een herdruk in 1979.

Kaajan, D., Nieuw licht op arrestatie en bevrijding van Frits de Zwerver in mei 1944.
In: Pierik P. van en B. van Nieuwenhuizen (red.), Elfde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog (Soesterberg 2012), 251-324.

De Zwerver. Weekblad van de Stichting LO.-LKP, 1945-1949.

12 mei 1674 (zaterdag)
Stadhouder Willem III versterkt positie in Arnhem

Panorama van Arnhem vanuit het oosten, ca. 1674
De stad die de Fransen in 1674 achterlieten zag er vanuit het oosten lieflijk uit. Valentijn Klotz (1650-1721) kleurde met waterverf zijn tekening fraai in. Wij kijken over de Lauwersgracht naar de vestingwerken en de achter(koor)zijde  en de twee torens van de Walburgiskerk. Daarachter staat de toren van de Eusebiuskerk. Rechts zijn nog de twee toren van de Janskerk te zien.
© Gelders Archief: 1551-3828, tekening van Valentijn Klotz, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bestuurscentrum van Arnhem, ca. 1700
Het bestuurscentrum aan de westzijde van de Markt met het Oude Stadhuis en het Prinsenhof. Voor het Prinsenhof de zuiltjes met overkapping van de visbank. Links het grote huis Anderlecht van baron Van Torck.
© Gelders Archief: 1501-04-8058, tekenaar Cornelis Pronk, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

12 mei 1674 (zaterdag)
Stadhouder Willem III versterkt positie in Arnhem
In het voorjaar van 1674 werd het Lodewijk de Veertiende duidelijk dat zijn bezetting van de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1672 op een mislukking was uitgelopen. De ‘Zonnekoning’ verlegde zijn ambities en besloot om zijn troepen uit het oosten en zuiden van de Republiek terug te trekken. Zo verliet het |Franse bezettingsleger op dinsdag 21 april de stad. Ze namen wel twaalf Arnhemse gijzelaars mee als waarborg voor de toegezegde afkoopsom van f 160.000,-. De gevangenen werden na enkele maanden weer vrijgelaten (zie Verleden Vandaag van 10 april en 18 februari).
De stad had nu wel een nieuw bestuur nodig. De man die gezien werd als redder van de Republiek en die het land had verlost van de Fransen besloot zijn machtspositie verder te versterken: de 23-jarige prins van Oranje, stadhouder Willem III.
Dat kon hij ook doen omdat Holland snode plannen had met de drie gewesten die door de Fransen bezet waren gehouden. Holland wilde Utrecht, Gelderland en Overijssel niet meer toelaten tot de Staten-Generaal, maar rechtstreeks laten besturen door Holland en Zeeland. Zo’n machtspositie voor Holland zag Willem III niet zitten en wist het stemrecht van Gelderland in de Staten-Generaal te behouden. Bovendien verstevigde hij zijn greep op de benoeming van de bestuurders in Arnhem en Gelderland. Dit alles werd op 12 mei 1674 in Arnhem een nieuw bestuursreglement, de ‘magistraatsbestelling’ vastgesteld. Een jaar later wist hij zijn macht in een nieuw Regeringsreglement nog verder te vergroten. Om de stadhouder en zijn benoemde vrienden kon niemand meer heen. De kiem van een volgend conflict, de Gelderse Plooierijen’ was gelegd.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 296-297.

Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 92-125, p. 116-117.

Kotte, W., Van Gelderse Bloem tot Franse Lelie. De Franse bezetting van de stad Arnhem 1672-1674 en haar voorgeschiedenis.
Arnhem 1972 (Gemeentearchief Arnhem), pp. 94-103.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 462.

Potjer, M.R., Johan Ribbius, gegijzeld door de Fransen (1674).
In: Arnhems Historisch Tijdschrift; jrg. 32 (2012), nr. 3, p. 122-126.

13 mei 1865 (zaterdag)
Musis krijgt een concertzaal

Musis Sacrum, 1866
Musis na de verbouwing met de nieuwe concertzaal (links), gezien van de Velperbinnensingel. Rechts het oudste gedeelte uit 1847 van architect Willem Fromberg.
© Gelders Archief: 1583-1927, fotograaf onbekend, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem 2.. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Musis bouwtekening, 1865
De nieuwe concertzaal was een ontwerp van stadsarchitect  F.W. van Gendt en werd aanbesteed voor f 12.968,-. De inrichtingskosten (podium, verlichting, verwarming) bedraagt nog eens f 7.000,-.
© Gelders Archief: 1506-8085, tekening F.W. van Gendt, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Musis en omgeving, 1875
Geregeld werd de directe omgeving van Musis Sacrum gewijzigd. Zo ook tien jaar later na het besluit om het gebouw een grote concertzaal te geven. Het gebouw lag dan ook midden in de voormalige vestingwerken, op een vroegere vooruitgeschoven ravelijn. Deze tekening is een “Ontwerp tot verbinding van den Eusebiusbuiten- met den Eusebiusbinnensingel. Met verandering van het park Musis Sacrum.”
© Gelders Archief: 1506-8146, maker onbekend, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

13 mei 1865 (zaterdag)
Musis krijgt een concertzaal
Tussen 1830 en 1870 was Arnhem de snelst groeiende stad van Nederland. De toestromende mensen waren in aantal vooral arme arbeiders van het platteland (Veluwe, Betuwe, Achterhoek) en werkzoekenden uit Pruisen (Duitsland bestond pas vanaf 1871) . Ze kwamen naar de stad omdat welgestelden uit het westen van het land in Arnhem gingen wonen. Onder hen veel oud-Indiëgangers die in de kolonie Nederlands-Indië fortuin hadden gemaakt met suikerplantages. Ook oud-bestuurders en gepensioneerde hoge militairen uit ‘de Oost’ kozen Arnhem als woonplaats. De opening van de spoorlijn in 1845 stimuleerde hun komst nog meer.

Naast de villa’s en herenhuizen die ze lieten bouwen, wilden ze natuurlijk ook ontspanning en vertier. Het in 1847 gebouwde Musis Sacrum bleek bij concerten te klein voor de toestromende gegoede burgerij. Op zaterdag 13 mei 1865 besluit de gemeenteraad daarom tot de bouw van een nieuwe concertzaal met 600 zitplaatsen. Een jaar later vond op 16 maart 1866 de feestelijke opening plaats. Het Caecilia-Concert vierde in deze eerste echte concertzaal van Arnhem zijn 275-jarig bestaan met muziekstukken van Beethoven (Egmont) en Wagner (Tannhäuser).

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 115.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 166.

Langenhoff, K.F.E. en Seebach, C., De muzen omsingeld. Musis Sacrum 1847-1983.
Arnhem 1983 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 10, 23-28.

14 mei 1845 (woensdag)
Opening R(h)ijnspoorweg Arnhem-Amsterdam

Opening Rijnspoorweg, 1845
We kijken van de noordkant van het stationsgebouw naar het westen. Op de achtergrond staat molen De Harmonie, één de drie windmolens aan de Amsterdamseweg. De eerste eigenaar, Coenraad Weerts, woonde in het landhuis Marienberg dat rechts te zien is. In 1834 werd de molen overgenomen door Willem Thomassen, die er een kleine metaalgieterij naast bouwde. Daarvan is de rokende schoorsteen. In 1857 werd de molen gesloopt omdat één van de roeden van de wieken afbrak en op het spoor viel vlak nadat een trein met koning Willem III was gepasseerd.
© Gelders Archief: 1551-3133, maker Jacobus Pelgrom, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Stationsgebouw met uitzicht vanaf de terrassen, 1845
Op deze tekening staan we aan de zuidzijde van het stationsgebouw dat dienst deed tot 1867. Het witgepleisterde neoclassicistische pand had aan beide zijden een terras met prachtig uitzicht op het park Sonsbeek en de Betuwe. Via een balkon aan de voor- en achterzijde stonden de terrassen met elkaar in verbinding. Goed is ook het hoogteverschil op het toenmalige stationsplein te zien.
© Gelders Archief: 1551-3084, maker Hendrik Wilhelmus Last, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Dienstregeling Rijnspoorweg, 1845
Drie keer per dag kon je in 1845 van Arnhem naar Amsterdam treinen. Twee uur en drie kwartier duurde de rit, een voor die tijd bijna onbevattelijke snelheid. In de 19e-eeuwse klassenmaatschappij kon je kaartjes kopen voor drie verschillende prijs- en reisklassen. Een kaartje voor de derde klasse was geen luxe, want je zat dan volledig in de open lucht en ving alle winterkou plus de stoom en het roet van de stoomlocomotief.
Uit: Arnhemsche Courant, 14-5-1845. Via KB-site Delpher.
Groot formaat krantenpagina: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010043259:mpeg21:p004

14 mei 1845 (woensdag)
Opening R(h)ijnspoorweg Arnhem-Amsterdam
De koning zou komen, maar hij kwam niet. Willem II liet op woensdag 14 mei 1845 verstek gaan door een ‘keelverkoudheid’. Zijn broer Frederik en zijn zonen, de prinsen Willem (de latere koning Willem III), Alexander en Hendrik, waren wel in Arnhem voor de opening van de spoorlijn. De liberale Arnhemsche Courant, die toch al niet veel op had met het autocratische koningshuis, gaf er enigszins smalend verslag van. Dit terwijl het gemeentebestuur opgeroepen had om de feestelijke opening van de Rijnspoorweg ‘op betamelijke wijze en met rechtmatige vreugde’ te vieren. Het stadsbestuur had het verder goed gezien, want ‘het weldadige belang’ van de treinverbinding voor Arnhem bleek al snel.
Als groene stad aan de heuvels van de Veluwezoom trok het welgestelde dagjesmensen uit het westen, maar bovenal gepensioneerde renteniers uit Nederlands-Indië aan. Die wilden graag hun laatste levensjaren in ‘de genoeglijkste’ stad van het land doorbrengen.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 14 t/m 17-5-1845.

Burgers, T. en J. Vredenberg, Sporen naar Arnhem Centraal.
Utrecht 2015 (Uitgeverij Matrijs), p. 16-19.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 99.

Janssen, G.B., Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), p. 52-57, 59, 62, 95-99.

Knap, W. W.G.Zn. en G.F.C. Vergouwe, Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 125-129.

Vredenberg, J. , Verwarring rond de molens bij de Amsterdamseweg.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 27 (2007), nr. 3, p. 62-65.

15 mei 1653 (donderdag)
Eigen gilde voor wijn- en biertappers

Wildeman in de Jansstraat
Boven de onderpui van de Gambawinkel (2022) in de Jansstraat staat in een nisje de bont gekleurde ‘Wildeman’ uit de zestiende eeuw. Het beeld was het uithangbord van een tapperij met dezelfde naam.
© fotograaf Jan de Vries, 2022.
Gildebrief, 1653
De eerste bladzijde van de ‘Tapperen Gildebrieff. Met de oprichting van het Tappersgilde kregen de tappers het alleenrecht op het tappen en verkopen van kannen bier en wijn.
Het lezen, beter: ontcijferen, van de tekst is specialistisch werk van deskundigen in oude handschriften (paleografen).
In: Gilden Officianten Boek, 1581-1775, folio 277 recto e.v.
Gelders Archief: 2000-589, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grootste Arnhemse Gildebeker, 17e eeuw
De gilden wilden laten zien dat ze belangrijk waren. Eén van de manieren om dat te doen, was het laten vervaardigen van fraaie gildebekers. Kort na de oprichting liet het tappersgilde daarom deze zwaar gedecoreerde zilveren beker door zilversmid Willem Muller maker. Met een hoogte van ruim een halve meter was het de grootste gildebeker in de stad. Het Museum Arnhem kocht in 1857 deze beker voor f 208,-.aan.
© Museum Arnhem: GM 01042. Auteursrechtelijk beschermd.

15 mei 1653 (donderdag)
Eigen gilde voor wijn- en biertappers
In de Jansstraat recht tegenover de Pauwstraat staat op vijf meter hoogte de mooiste herinnering aan de tapperijen, herbergen, cafés en kroegen uit het verre verleden: ‘de Wildeman’. Genoemd naar een herberg en tapperij die hier al in de 16e eeuw stond. Aan het prachtig gekleurde beeldje, werden in het verleden fantastische betekenissen gekoppeld: het zou een spion van Huissen zijn. Die Kleefse enclave werd in 1502 belegerd Karel van Gelre en dan konden verraders niet gebruikt worden.. Of het zou de mythologische Hercules zijn, of een vervaarlijke struikrover, of …..
Niets van dat alles: het toch ook onbeholpen , en daardoor extra vertederende, beeldje verwijst naar een tapperij, later bakkerij, ‘de Roos in de Wildeman’. Andere fraaie namen van 17e-eeuwse tapperijen: In de Witte Wint en In ‘t Rad van Avontuur. Al in 1550 is er sprake van een huis met de naam ‘De Wildeman’ en omstreeks 1600 wordt er in een processtuk gesproken over een beeld ‘De Wildeman’. Het beeld moet vervangen omdat ‘den ouden Wildeman ten deel van Reijn van Lunteren, half bij sinnen, int leste van sijn leven affgestoten is worden’

Voor deze bier- en wijntappers was donderdag 15 mei 1653 een grote dag: ze kregen op een eigen gilde. In de gildebrief van dit nieuwe Tappersgilde van het stadsbestuur van die dag werden de rechten en plichten vastgelegd. Zo kregen zij het monopolie op bier en wijn tappen en daarmee waren de plaatselijke horecabedrijfjes beter beschermd tegen de tapperijen van niet uit Arnhem afkomstige ondernemers en de militaire tappers van het garnizoen. Maar er waren ook plichten: het verdunnen van wijn was natuurlijk uit de boze en van herbergiers die ‘lichtvaardig volk’ onderdak gaven werd het lidmaatschap ontnomen. Bovendien moest ieder gildelid elk jaar een vat bier ter waarde van zes gulden aan het gilde schenken.

Literatuur
Klep, P.M.M., De Arnhemse ambachtsgilden (1591-1700).
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 202-203.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 162, 382.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 455.

Potjer, M. R., In de witte Wint: aalmoesbussen en herbergen tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 21 (2001), nr. 2, p. 64-71.

16 mei 1907 (donderdag)
Opening elektriciteitscentrale

‘Electrische centrale’, 1911
De elektriciteitscentrale was een vernieuwend ontwerp van Gerrit Versteeg, adjunct-directeur van Gemeentewerken. Zijn architectuur met Art Deco-elementen, rondboogvensters en fraaie tegeltableaus was een reactie op de neostijlen, die toen nog overheersend waren.
© Gelders Archief: 1523-117-0012, fotograaf Emil van den Kerkhoff, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Nijverheidstentoonstelling met elektriciteit, 1907
In het jaar van de opening van de elektriciteitscentrale werd in Musis Sacrum een grote nijverheidstentoonstelling gehouden met als thema ‘Elektriciteit in huis en ambacht’. Op de reclameprentbriefkaart haalt een lantaarnopsteker met een katrol een gespannen straatlamp naar beneden.
© Gelders Archief: 1583-15239, tekenaar Daan Hoeksema, litho uitgegeven door A. v.d. Weerd (Arnhem), fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

16 mei 1907 (donderdag)
Opening elektriciteitscentrale
Een jaar eerder was de bouw gestart en op donderdag 16 mei 1907 was het zover, de opening van de Elektrische Centrale aan de Nieuwe Kade. De plek was strategisch gekozen, want voor het opwekken van stoom was veel water (condensatieproces) en steenkool (brandstof) nodig. Deze twee materialen waren met de Rijn voor de deur ruim en snel voorhanden. De machines die een hoogspanning van 10.000 Volt opwekten, waren de eerste van deze soort in Nederland.
Elektriciteitsgebruik werd een groot succes en de centrale werd voortdurend aan de stijgende vraag aangepast. Niet alleen particulieren en bedrijven gingen over op elektriciteit. Ook de gemeentelijke gaslantaarns werden vervangen door elektriciteitsverlichting. Om tegemoet te kunnen komen aan die groei werd in 1921 aan de achterkant een groot ketelhuis aangebouwd. Helaas kon de gemeente Arnhem hier niet lang van profiteren, want de provincie (P.G.E.M.) zou alle elektriciteitsnetwerken gaan exploiteren. Nijmegen kreeg de productiecentrale toegewezen en Arnhem kreeg in 1939 als tegenprestatie het hoofdkantoor van de provinciale elektriciteitsmaatschappij aan de Utrechtseweg.
De centrale op de Nieuwe Kade heeft tot 1938 gefunctioneerd. Het pand werd hierna het onderkomen van de firma Thomassen en de firma Kaptein. Toen de maker van de succesvolle brommer Kaptein Mobylette in 1954 verhuisde naar de Dr. Lelyweg werd de voormalige elektriciteitscentrale gesloopt.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 137.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), p. 144-159, p. 150-151.

Stenfert Kroese, H.E. en D. W., Neijenesch, Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem 1919 (Uitgeverij Thieme), p. 67-69.

Vredenberg, J., “Trotse kastelen” voor een nieuwe tijd: Arnhemse architectuur van elektriciteitsbedrijven.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 25 (2005), nr. 2, p. 72-82.

Vredenberg, J., Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem.
Utrecht, 2002 (Uitgeverij Matrijs), p. 55-56.

17 mei 1499 (vrijdag)
Veer tussen Arnhem  en de Praets in erfpacht

Het veer bij Arnhem, ca. 1560
Het veer stak de Rijn over ter hoogte van de huidige Nelson Mandelabrug. Tussen 1287 en 1601 was het eigendom van het kapittel van de St. Pieterskerk in Arnhem. In 1603 verving de stad het ver door de schipbrug. Bij de Praets kwamen rond 1560 drie Rijnstrangen samen,. De stroom rechtsboven werd in opdracht van hertog Karel van Gelre tussen 1530 en 1536 met de hand gegraven.
Uitsnede van de kaart van Arnhem door Jacob van Deventer.
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De Praets en Arnhem, 1574
De Praets is op deze kaart nog in het bezit van het kapittel van St. Pieter in Utrecht. De kanunniken spanden een proces aan tegen de Arnhemse bestuurder en grondeigenaar Godert Pannekoe(c)k. Die mocht de titel doctor voeren vanwege zijn universitaire scholing in Siena, Italië.
Dr. Pannekoek had een krib (midden op de kaart) in de rivier laten aanleggen, waardoor het veer niet meer bij de strekdam (op de kaart tussen het melkmeisje en de zaaiende boer) van de Praets kon afmeren.
Linksboven staan de huisjes ‘op die Praest’ en linksonderaan de Rijnpoort. Op de oever zie we de handelskraan die de goederen in en van de schepen op de oever hees; ‘craen der staedt Arnhem’.
Hoe het proces afliep? Zoals zo vaak: de rechtsgang werd voortdurend vertraagd met bezwaarschift op beroep op protestbrief dat in 1601 nog geen definitieve uitspraak was gedaan.
© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem 2422, lade 1_1 . Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

17 mei 1499 (vrijdag)
Veer tussen Arnhem  en de Praets in erfpacht
‘Arneym’ vindt de middeleeuwse omschrijvingen van de dagen in het jaar prachtig. Neem nu 17 mei 1499. In een Arnhemse kroniek is  dat ‘Int jaer onss Heren duysent vierhondert negen en tnegentich, des frijdaiges na den sonnendach Exaudi’.
Die ‘sonnendach Exaudi’ is de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren als een kerkelijk lied begint met Exaudi Domine: “Hoor mij aan Heer”.
Op die dag verklaarden de rigter en schepenen van de stad dat ridder Evert van Wilp het halve veer bij de stad in eeuwige erfpacht genomen heeft. Het eigendomsrecht bleef bij het kapittel van de St. Pieterskerk in Utrecht, maar ridder Evert en zijn nazaten mochten het voor de helft uitbaten. Nu had het geslacht Van Wilp, die hun thuisbasis in die Gelderse plaats bij Voorst hadden, als leenheer van de bisschop van Utrecht al een sterkte band met de Domstad. Die werd met de erfpacht van het Arnhemse veer alleen maar sterker.
In 1601 koopt de stad van het St. Pieter Kapittel alle veerrechten op om, twee jaar later op die plek de schipbrug te bouwen. Zie daarvoor Verleden Vandaag van 4 december (1601).

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 438-440.

Noordzij, A.G.A., De late middeleeuwen: ridderschap, vorst en territorium.
In: Jacobs, I.D. (red.), Adel en ridderschap in Gelderland. Tien eeuwen geschiedenis.
Zutphen 2013 (WBooks / Gelders Archief), p. 28-51, p. 49.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 171.

Wientjes, R.C.M., Arnhem, Wageningen en het veer op de Praats.
In: Bijdragen en Medede(e)lingen Gelre, deel LXXVI (1985), p. 9-19.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 12-14.

Maart Verleden Vandaag

1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15 16 17
18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31

Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.

Vastenavond 1523 (dinsdag)
Elisabeth, hertogin van Gelre, viert carnaval in Arnhem

Het was altijd een gevecht tussen de vier steden van Gelre: waar gaan de hertog en hertogin ‘vastelavont’ vieren? Nu was Karel van Gelre voortdurend op (oorlogs)pad en daarom spitste de strijd zich toe op zijn echtgenote, Elisabeth van Brunswijk.
Behalve de eer en grote festiviteiten stonden ook financiële belangen op het spel. Want de luxe maaltijden gingen vergezeld van de nodige vaten bier en wijn. Die werden door de plaatselijke handelaars geleverd. Daarnaast was het de gewoonte dat de hertogin kwistig met geldbedragen strooide om haar erkentelijkheid aan de Arnhemmers te tonen.

Zo ook in 1523: in het Wijnhuis op de Grote Oord werd een twee dagen durende ‘vastelavont’ gehouden, waarbij de ‘Raeden, Burgemeesteren (Arnhem had er twee), Jufferen en Burgherkijnderen’  aanwezig waren. Muziek luisterde het geheel op: ‘harpen- en trommelslegers, trompetten en pijpers’ (fluiten). Een extra beloning kreeg de blinde speelman. De totale kosten voor ‘den Genadighen Vrouwe’ waren 23 goudguldens en tien florijnen.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 83-84.

Huwelijksportret Elisabeth van Brunswijk, 1519
Reproductie van een houtsnede met een portret van Elisabeth van Brunswijk-Lünenburg (1494-1572). De afbeelding werd gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk met: Karel van Egmond, hertog van Gelre (1467-1538) op 7 december 1518 in Celle (Duitsland).
De bruid houdt een anjelier vast als symbool van het huwelijk en draagt een hoed met struisveren.
Opschrift: Se La Dvxcesse De Geldres.
Onderschrift: Dits die figuir va[n] Elizabeth een docht[er] va[n] Luneborch en Bruneswick Hartochinne va[n] Gelre Gulick ende Grefinne va[n] Zutueen An[n]o 1519.
© Stedelijk Museum Zutphen: 0250-P 01372b, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

2-3-1612 (vrijdag)

(contra)remonstranten: quade humeuren van bavianen en slijkgeuzen

Kerk van de Vrijzinnig Hervormde Gemeente, 1926
Het ontwerp van de kerk uit 1926 was van H.B. van Broekhuizen uit het Arnhemse architectenbureau van Gerrit Feenstra. De stijl van de Nieuwe Haagsche School zien we in het siermetselwerk en de strakke kubusachtige vorm. Als je binnen bent, vallen de prachtige gekleurde glas-in-loodramen nog meer op.
© Gelders Archief: 1500-1894, Weenenk & Snel te Den Haag, Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Parkstraatkerk, 1983
Tekening van het kerkgebouw Vrijzinnig Hervormde en Remonstrantse gemeente van o.a. de Remonstrantse Broederschap. Een afwijkende zakelijke parel in het kralensnoer van neoclassicistische panden aan de Parkstraat.
© Gelders Archief: 1506-2764, Dienst Stedebouw Arnhem. Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

2-3-1612 (vrijdag)
(contra)remonstranten: quade humeuren van bavianen en slijkgeuzen
Op 2 maart 1612 stuurde het Arnhemse stadsbestuur een brief aan stadhouder Maurits waarin het om militaire hulp vroeg en de prins waarschuwde. Dit allemaal “tot afwering der schadelijke en lasterlijke ketterijen door sommige quade humeuren in den staat in gevoerd en strekkende tot scheuring onder de provinciën en infractie der landvorstelijke hoogheid”.
De politieke macht en het ‘ware’ geloof is de inzet van een protestantse broederstrijd tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) van de Tachtigjarige Oorlog.
De remonstranten, aanhangers van de ideeën van de Leidse hoogleraar Arminius, stonden tegenover volgelingen van een collega-professor van hem, Gomarus en zijn contraremonstranten. Niet alleen was de inzet een interpretatie van de Bijbel en de predestinatieleer (is de mens vooraf voorbestemd voor de hemel of hel). Het ging er ook om of de Staten-Generaal of de Gewestelijke Staten een bepaalde richting op konden leggen aan de inwoners.
De Arminianen (rekkelijken, vrijzinnigen) dolven op de Nationale Synode in Dordrecht van 1619 uiteindelijk het onderspit. Hun tegenstanders verbasterden de naam Arminianen al snel tot ‘bavianen’.
De Gomaristen (preciezen, orthodoxen werden op hun beurt ‘slijkgeuzen’ genoemd, omdat ze liever met modder aan hun schoenen een kerk verder liepen dan in een remonstrantse kerk het Woord Gods te moeten beluisteren.
In Arnhem moesten de remonstranten ook formeel het veld ruimen, maar een kleine Remonstrantse Broederschap bleef altijd bestaan. Sinds 1926 hebben ze een fraai kerkgebouw aan de Parkstraat.

Literatuur
Derks, G.J.M. en R.J.A. Crols, Spijkerkwartier en Boulevardkwartier. Een monumentale wijk met karakter in Arnhem.
Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs), p. 54.

Klerck, J. de, Johannes Fontanus (1545-1615).
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 260-261.

Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 254-275, p. 266.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 427.
 
Wander, R.H.J., Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 49.

3-3-1888 (zaterdag)
Ingrijpende renovatie schouwburg

Schouwburg, 1865
Het theatergebouw vlak na de opening in 1865.
© Gelders Archief: 1551-3114, prent van R. Geissler, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Gaslamp voor schouwburg, 1888
Tekening van de gaslamp die met de verbouwingsgelden werden geïnstalleerd: Siemens Regenerativ – Gasbrenner no. 35, modell 88.
© Gelders Archief: 1506-7996,Technisch Bureau Symons en Huygen Civiel Ingenieurs, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

3-3-1888 (zaterdag)
Ingrijpende renovatie schouwburg
Hoe anders, dan de afgelopen twee jaar in de gemeenteraad, was de stemming in de raadszitting van 3 maart 1888. Zonder al te uitvoerige discussie en zelfs zonder hoofdelijke stemming ging de raad akkoord met een ingrijpende verbouwing van de Stadsschouwburg. Het voor die tijd toch forse bedrag van fl 37.400,- werd niet alleen aan de (brand)veiligheid besteed. Bijna alles in het theater kreeg een opknapbeurt: opslagruimtes, artiesteningang, foyer, directiekamers, toiletten, verwarming en gasverlichting.
Dit alles nog geen vijfentwintig jaar nadat de schouwburg in 1865 was geopend. Het zou niet de laatste renovatie zijn totdat het pand in 1934 volledig afbrandde (zie Verleden Vandaag 27-12). Op dezelfde plek verrees in 1938 een nieuw gebouw dat nog steeds de kern vormt van het huidige stadstheater. En opnieuw staat die voor een ingrijpende kostbare verbouwing.

Literatuur
Bemmel, H.Chr. van, Cultuur.
In: Meurs, M.H. van, e.a. (red.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), p. 290-315; p. 307-308.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 129.

Righart, H. en Bergh H. van den, Vijftig jaar speelruimte. Geschiedenis van de Schouwburg Arnhemm 1938-1988.
Zutphen 1988 ( Walburg Pers), p. 14-18.

Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 3-3-1888.
In: Gelders Archief: 2192-112, Secretarie Gemeente Arnhem.

Renovatie schouwburg, 1888-1890
Tekening van het centrale deel van de schouwburg i.v.m. de verbouwing.
© Gelders Archief: 1506-8003, Gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Verwarming en ventilatie schouwburg, 1888-1890
De aanleg van het nieuwe cv- en ventilatiesysteem in de schouwburg,
© Gelders Archief: 1506-8008, Gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

4 t/m 6 maart 1855 (zondag t/m dinsdag)
Watersnoodramp

Peilschaal hoogwaterstanden
Naast het brugwachtershuis van de schipbrug stond, tot het einde van de oorlog, een waterpeilschaal van Rijkswaterstaat. Daarnaast had de gemeente een eigen steen geplaatst met de hoogwaterstanden. Bovenaan staat 1855: het jaar met de hoogste waterstand ooit gemeten.
Met dank aan Geert Visser.
© Gelders Archief: 1560-4809, fotocollectie. CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Kaart van de watersnood, 1855
De situatie rondom Arnhem bij de overstromingen.
Uitsnede van Kaart van de overstromingen langs den Duitschen Rijn en den Gelderschen IJssel veroorzaakt door de doorbraken in maart 1855.
© Gelders Archief: 1551-28, Drukkerij Thieme, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kruiend ijs voor de Sabelspoort, 1865
Metershoge ijsschotsen blokkeerden als een dam de waterdoorstroom. De zojuist aangelegde basaltkade aan de Rijnkade en de dijken ten zuiden van de stad werden beschadigd. Het opkomend hoogwater had vervolgens vrij spel. Het ijsschouwspel trok, evenals in het hedendaagse hoogwatertoerisme, grote belangstelling.
© Gelders Archief: 1551-3081, prent van Reiner Craeyvanger naar Alexander, Ver Huell, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

4 t/m 6 maart 1855 (zondag t/m dinsdag)
Watersnoodramp
Het thema dit jaar van de Maand van de geschiedenis / Dag van de Arnhemse geschiedenis is ‘Wat een ramp!’. Daarom besteden we in de aanloop naar de activiteiten in oktober wat extra aandacht aan enkele trieste gebeurtenissen. In Verleden Vandaag van 19 februari kwam de watersnood in 1861 aan nodig, nu die van 1855.
Het had die winter weer eens flink gevroren en de Rijn was bedekt met een dikke ijslaag. Toen het in de eerste week van maart wat warmer werd, kwam het ijs door de stroming van de stijgende waterstand  in beweging. Het kruiende ijs stapelde zich op tot een enorme ijsdam en beschadigde de kades, Malburgse veerdam en dijken. Het toestromende water stroomde door de gaten en over de dijken en zette een flink deel van het rivierengebied langs de Rijn en IJssel onder water. Voor de leniging van de ergste nood werd op 20 maart een algemene collectie gehouden met een opbrengst van fl. 7597,87.

Literatuur
Burgers, T., Watermonumenten. Beken, bruggen, dijken en gemalen in Arnhem.
Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), p. 45-47.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 103.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 148.

Mulder, J.R., Keunen, L.J. en Zwart, A.J.M., In de ban van de Betuwse dijken.
Deel 5 Malburgen. Een bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw van de Rijndijk te Malburgen/Bakenhof, Arnhem.

Wageningen 2004 (Alterra-rapport 405), p. 89-91.

5 maart 1529 (dinsdag)
Oekraïense kleuren van Karel van Gelre in Arnhem

Wapen van Gelre bij Karel van Gelre
Op het praalgraf van Karel van Gelre in de Eusebiuskerk is het wapen van Gelderland aangebracht: twee ‘klimmende’ leeuwen.
In 1371 kwamen de twee hertogdommen Gelre en Gulik onder één landsheer, Willem I. Dit ging wel gepaard met een opvolgingsoorlog (Gelderse Successieoorlog), een zusterstrijd (Machteld tegen Maria) en met geld gekochte dubieuze allianties.
Vanaf dit jaar bestond het wapen van Gelre uit twee leeuwen: de oorspronkelijke Gelderse leeuw (gele leeuw op blauw veld) kreeg gezelschap van de Gulikse leeuw (zwarte leeuw op geel veld).
© Fotograaf Jan de Vries, 2022.
Heraut van Gelre in blauw en geel, 1400
Rond 1400 maakte Claes Heijnensoon (ca. 1345-1414) het Wapenboek van Gelre. Zijn naam bleef lang onbekend en hij stond jarenlang bekend onder zijn functie ‘De Heraut van Gelre’. Hij beeldde zich in dat boek met alle Gelderse adellijke wapens ook zelf af. Op zijn cape met rood afgezette cape de gele Gelderse leeuw op een blauw veld.
© KBR (Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel): M.S. 15652-56, folio 122 recto. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

5 maart 1529 (dinsdag)
Oekraïense kleuren van Karel van Gelre in Arnhem
In deze roerige tijden (maart 2022) wordt het een tijd om naar de Gelderse-Oekraïense kleuren geel-blauw te gaan. Op 5 maart 1529 beval hertog Karel van Gelre (1467-1538) in een missive (brief) dat alle Gelderse ambtenaren op hun kleding (‘cledonge’) zijn kleuren moesten dragen. Die ambtenaren hielden vooral kantoor in Arnhem, dus de stad moet opgesierd zijn met de kleuren van de hertog: geel en blauw: “Item onse divisie (= livrei/ambtskleding) sall sijn root, gell ind blauwe geschackeert”. Het rood waarvan Karel in zijn brief sprak, waren de klauwen en tong van de gele Gelderse leeuw op een blauw veld. Daarbij ging Karel voorbij aan de tweede (Gulikse) leeuw van het wapen van het hertogdom: een zwarte leeuw op een geel veld (geel-swert).

Literatuur
Hellinga, G.G., Hertogen van Gelre. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (1021-1581).
Zutphen 2012 (Uitgeverij Walburg Pers), p. 101-104.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd. (6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875). Deel 6, 3e stuk, no. 1549, p. 944.

6 maart 1814 (zondag)
Opvang Franse krijgsgevangenen

Beekstraat Arnhem, 1821
De ‘stallen aan de Beek’ stonden op de plek van de huidige schouwburg; rechts van het midden aan het begin van het vijfhoekige ravelijn. Detail uit een plattegrond uit 1821.
© Gelders Archief: 1506-1519, Bureau Stadsplan Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Militaire stallen aan de Beekstraat, ca. 1832
Moderne luchtfoto met de kadastrale gegeven van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries 2022.

6 maart 1814 (zondag)
Opvang Franse krijgsgevangenen
Op 30 november 1813 verjoegen Pruisische troepen en Russische kozakken de Fransen uit Arnhem. Vrijwel tegelijkertijd landde de toekomstige koning Willem I met een scheepje op het strand Scheveningen. Een definitief einde van de Franse Tijd was het nog niet, want het leger van Napoleon hield nog andere steden, zoals Nijmegen en Amsterdam, bezet. Die werden in de eerste maanden van het nieuwe jaar verdreven. Nijmegen had veel meer Franse soldaten binnen de stadsmuren dan Arnhem en de stad was te klein om ze allemaal op te vangen. Meer dan 1800 soldaten en 44 officieren werden daarom op 6 maart 1814 overgebracht naar Arnhem. In de Varkensstraat en in de soldatenstallen op de Beek zaten al 900 krijgsgevangenen gevangen. Die kregen nu gezelschap.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 81.

7-3-1896 (zaterdag)
Gemeente verdringt Bell Telephoonmaatschappij

Bell telefooncentrale, 1882-1896
De eerste telefooncentrale stond in de Pauwstraat op de hoek van de Jansstraat.
Telefooncentrale, 1908
Een opname in het afscheidsfotoboek van wethouder mr. Izaak Everts uit 1908.
Telefonistes achter de schakelkasten in de centrale aan het Velperplein-Looierstraat-Telefoonstraat.
© Gelders Archief: 1506-1519, Fotoalbum Aandenken voor mr. I. Everts BHzn, 1883-1908. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Telegraaf- en telefoonkantoor, ca. 1940
De gemeente gaf in 1919 de opdracht voor de bouw van een nieuwe telefooncentrale. Die kwam aan de andere kant van het Velperplein (adres Apeldoornsestraat 2), waar nu Rembrandt staat. Rechts is de Spoorwegstraat met de Lutherse Kerk.
Architect Joop Crouwel van de Rijksgebouwendienst ontwierp het prachtige pand in de stijl van de Amsterdamse School (baksteenarchitectuur). De opening was in 1923 en het einde kwam op 14/15 april 1945. Het pand werd toen van binnenuit met TNT (trotyl) door het Duitse leger opgeblazen om de geallieerden op het laatste moment nog even dwars te zitten.
© Gelders Archief: 1583-12231, onbekende fotograaf, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem  2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

7-3-1896 (zaterdag)
Gemeente verdringt Bell Telephoonmaatschappij

Dat Arnhem in de 19e eeuw een welgestelde stad was, laat ook de introductie van de telefoon zien. Na Amsterdam was Arnhem de tweede stad van het land dat een eigen telefoonnet kreeg. In augustus 1882 opende de Nederlandsche Bell Telephoonmaatschappij (naam naar de uitvinder, Alexander Graham Bell)een kleine telefooncentrale in de Pauwstraat. Dat kon doordat de gemeenteraad de firma in dat jaar, op 12 april, een vijftienjarige concessie had verleend. Toen die in 1896 afliep werd in de raadsvergadering van 7 maart besloten om de vergunning niet te verlengen. De gemeente nam het telefoonnet in eigen beheer en vestigde de centrale aan het Velperplein. Het kleine Telefoonstraatje naast het Velperplein herinnert daar nog steeds aan. Aan die gemeentelijke exploitatie kwam, met de overname door de Rijkstelefonie in 1926, een einde.
Wie had nu als eerste een telefoon in Arnhem? Dat was het sjieke Hotel Bellevue aan de Utrechtseweg, die had de allereerste van de veertig aansluitingen in 1882.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 127, 132.

Jansen, J. (red.), Telegraaf- en Telefoonkantoor Arnhem.
In: Telefan.nl. nr. 2 (2020) Magazine  Speciale uitgave 75 jaar na dato. Copyright CC-BY-NC.
URL: https://pubhtml5.com/bookcase/avxs, geraadpleegd o.a. 5-3-2022.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), p. 144-159, p.152-154.

Schulte, A.B.C en A.G. Schulte, De verdwenen stad. Arnhem voor de verwoesting van 1944-1945.  
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), p. 74-75.

Stempher, A.S. (1982). Nog ‘s sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon (3e druk, 1e druk 1969.) p. 106-107.

8 maart, Internationale Vrouwendag
Drie strijdbare Arnhemse vrouwen door de eeuwen heen

Marga Klompé krijgt Arnhemse onderscheiding, 1968
Op een carnavalsavond in Musis Sacrum van de Arnhemse ‘De On-Ganse’ reikt grootvorst Nardus I de ‘Orde van de Zachte G’ uit aan minister Marga Klompé. Een passende Arnhemse beloning voor haar landelijke en maatschappelijke verdiensten.
© ANP Historisch Archief 13861480, ANP-fotograaf, fotoarchief, 1963-1968. CC-BY-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Louise van Ommeren tegen slavernij, 1794
Een welgesteld 18e-eeuws gezin kijkt op het borduurwerk naar een muisje in een kooi. Louise van Ommeren laat met de tekst eronder blijken dat dit meer is dan een onschuldig lieflijk gezinstafereeltje:
‘Komt, daar onse harten bloeden / Dat hier onse daden spreken / Op het zien van slavernij / Laten wij dit Muisje vrij.’
© Rijksmuseum Amsterdam: NG-1991-22. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).



Helena Coets met muzikaal familiewapen, ca. 1669
Rond een ruitvormig schild met drie jachthoorns bevinden zich twee zilveren veren. Aan weerszijden daarvan twee groene bebladerde takken, die aan de boven- en benedeneinden gekruist samengebonden zijn. Rechtsboven de naam van Helena Coets.
© Gelders Archief: 2052-16, Wapenboek St. Caecilia, 1663-1740. Muziek-college St. Caecilia. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

8 maart, Internationale Vrouwendag
Drie strijdbare Arnhemse vrouwen door de eeuwen heen
Sinds 1911, in Nederland vanaf 1912, is 8 maart Internationale Vrouwendag. In een tijd van ‘Me Too’ blijkt dat vrouwenstrijd nog steeds geen overbodige luxe is. Daarom vandaag aandacht voor drie bijzondere Arnhems vrouwen uit drie verschillende eeuwen.
We beginnen met de in de Rijnstraat geboren Marga Klompé (1912-1986). Als eerste vrouwelijke minister van Nederland zorgde ze voor de invoering van de Algemene Bijstandswet (1965). Hierdoor werden vrouwen financieel onafhankelijk van hun man en hoefden ze niet in een slecht huwelijk bij hun man te blijven.
Louise van Ommeren-Ommeren-Hengevelt (1757-1846) was een patriotse vrouw uit Arnhem aan het eind van de 18e eeuw. Nog voordat het abolitionisme Nederland bereikte, pleitte zij in een borduurwerk voor de afschaffing van de slavernij.
De derde is Helena Coets die in 1677 de voorzitster (praetor) werd van het ‘St. Caecilia-Concert’ . Dit in een tijd dat vrouwen alleen maar via hun man burgerrecht hadden en daarmee uitgesloten waren van alle officiële functies. Helena weigerde echter zich als excuusvrouw in het elitaire muziekgezelschap te zien: niet “om alleen te zijn tot een ornament des collegie”.  

Literatuur
Duysters, K., Ode aan vier vrouwen in de naaldkunst. Louise van Ommeren, Constance de Nerée tot Babberich, Mien Bongers en Tjitske Modderman.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 34 (2014), nr. 2, p. 62-65.

Mostert, G., Marga Klompé, 1912-1986. Een biografie.
Amsterdam 2011 (Uitgeverij Boom).

Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven.
Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.), p. 8, 45, 71.

9-3-1908 (maandag)
Nieuw viaduct Zijpendaalsche Poort

Zijpsche Poort voor en na de verbreding
De drie doorgangen van de Zijpendaalsche Poort tot 1908 en het boogviaduct van 1909 gezien vanaf het Willemsplein.
© Gelders Archief: 1500-5211, onbekende maker. Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Eerste auto in Arnhem, 1896 (?)
Aan het begin van de Rijnkade, bijna onder de Nelson Mandelabrug, staat een gedenksteen. Naast een afbeelding van een Benz Victoria (Daimler Viktoria) vertelt de tekst dat op de Rijnkade op 18 mei 1896 de allereerste auto in Nederland reed.
Om deze gebeurtenis te herdenken, werd in 1996 de gedenksteen geplaatst. Burgemeester Paul Scholten nam toen, als onderdeel van de festiviteiten van de Stichting 100 Jaar Automobiel, plaats in een gerestaureerde Benz Victoria en reed daarmee een rondje door de stad.
© Fotograaf Jan de Vries, 2006.
Eerste auto in Arnhem, 1896 (?)
Niet de Haagse hoffotograaf Adolphe Zimmermans was de eerste autorijder in Nederland.  Een jaar eerder bestuurde textielfabrikant Jos Bogaars in Tilburg ook al een vierwielige auto. In 1893 stak een Duitse autorijder bij Venlo de grens over met een driewielig autovoertuig.
© Fotograaf Jan de Vries, 2006.

9-3-1908 (maandag)
Nieuw viaduct Zijpendaalsche Poort
Rond 1900 nam het autoverkeer toe. Arnhem gaat valselijk met een gedenksteen aan de Rijnkade de geschiedenis in als de eerste Nederlandse stad waar in 1896 een auto reed. Een jaar eerder bleek een Tilburgse textielfabrikant al met een vaart van 20 km per uur rond te tuffen. En in 1893 stak een Duitser even met een driewielige auto bij Venlo even de grens over.
Dit alles nam niet weg dat het autoverkeer een grote vlucht nam en dat de smalle poorten in de spoordijken vervelende obstakels waren. De eerste poort die verbreed werd, was de Zijpendaalsche Poort. Op maandag 9 maart 1909 besloot de gemeenteraad dat de ‘Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen’ een nieuw viaduct in gewapend beton mocht bouwen. De kosten werden verdeeld: Arnhem f 5.000,- en het Rijk het resterende bedrag tot een maximum van f 47.000,-. Het prachtige boogviaduct werd een jaar later in gebruik genomen.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 138.

Stempher, A.S., Sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem 1968 (Gijsbers & Van Loon), p. 94, 95.

10-3-1630 (zondag)
Het hart van Karel van Gelre opgegraven

Broerenkerk van het Minderbroederklooster, ca 1580
De Broerenstraat in Arnhem herinnert nog aan het verdwenen Minderbroederklooster. Na de reformatie in 1578-1579 nam o.a. de Latijnse School (nu gymnasium) zijn intrek in het gebouw.
Tekening van Jacobus Stellingwerff, ca. 1720.
© Gelders Archief: 1551-2905, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Schedel Karel van Gelre, 1911
Ook de schedel van de hertog werd enkele malen opgegraven en onderzocht. De foto toont de schedel in 1911 toen de graftombe in de kerk 3 meter werd verplaatst.
© Gelders Archief: 1583-1140, onbekende maker. Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

10-3-1630 (zondag)
Het hart van Karel van Gelre opgegraven
In de kerk van het Franciscaner Minderbroederklooster werd in 1630 al ruim vijftig jaar geen godsdienstige bijeenkomst gehouden. De monniken moesten Broerenkerk en klooster na de Arnhemse Beeldenstormen van 1578 en 1579 verlaten. De kerk werd slecht onderhouden en op 10 maart 1630 werden wat reparatie- en graafwerkzaamheden in het koor van de kerk verricht, ook om een nieuw graf in te richten. Daarbij stuitte men op een houten kistje met een bijzondere inhoud. Binnenin bevond zich in een dicht gesoldeerd loden kistje met weer een zilveren doos vergezeld van een adellijk wapen van de hertog van Gelre en een Latijnse inscriptie. Die zei dat in het kistje ‘het hart van de zeer doorluchtige vorst Karel hertog van Gelre’ lag. Bij het zilveren kistje lag, aan een zijden lint een sleutel waarmee de doos kon worden geopend.  Het stadsbestuur werd opgetrommeld en men trok met de gevonden spullen naar het Oude Stadhuis op de Markt. Daar werd het zilveren kistje geopend en men trof het gebalsemde hart van Karel van Gelre aan. En toen herinnerde het men zich weer. Na het trieste overlijden van de hertog in 1538 werden namelijk zijn ingewanden overgebracht naar het klooster Monnikenhuizen en kreeg zijn hart een plek in de Minderbroerenkerk. Voor het gebeente werd het schitterende praalgraf in de Grote of Eusebiuskerk gebouwd. Zo konden de Arnhemmers en Geldersen op drie plekken bidden voor het zieleheil van de overleden vorst.
Voor het hart werd een nieuw kistje gemaakt en het geheel werd teruggeplaatst in de Broerenkerk. Pas bij de sloop van die kerk in 1805 werd het hart overgebracht naar de Eusebiuskerk. In november 1963, bij het einde van de eerste restauratieperiode van de Eusebiuskerk, werden de stoffelijk resten opnieuw plechtig bijgezet.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 272.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 425-428.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 440.

Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p 166-167.

Bijzetting stoffelijke resten Karel van Gelre, 1963
Burgemeester Chris Matser kijkt op 22 november 1963 bij het praalgraf van de hertog naar de kistjes met diens stoffelijke resten.
Fotograaf Joop van Bilsen.
© Nationaal Archief: 2.24.01.04, 915-7712, fotoarchief Anefo, licentie CC-BY-SA (alle rechten voorbehouden).
Bijzetting stoffelijke resten Karel van Gelre, 1963
Fotograaf Joop van Bilsen.
© Nationaal Archief: 2.24.01.04, 915-7710, fotoarchief Anefo, licentie CC-BY-SA (alle rechten voorbehouden).

11-3-1848 (zaterdag)
Arnhemsche Courant wil echte democratie

Oproep tot een liberale grondwet, 1848
© Arnhemsche Courant, 11-3-1848.
Carl Albert Thieme, 1793-1847
Drukker en eigenaar van de krant sinds 1816. Schilderij uit 1832 van Jan Adam Kruseman.
© RKD: J.A. Kruseman, afbeeldingnummer IB00016729. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

11-3-1848 (zaterdag)
Arnhemsche Courant wil echte democratie
‘Thans vooral is een ruime, liberale herziening der grondwet behoefte.’ Dat is de kop van de Arnhemsche Courant op 11 maart 1848. De krant was in de eerste helft van de negentiende eeuw de schrik van conservatief Den Haag. In felle bewoordingen hekelde de krant de conservatieve politiek van de koningen Willem I en II. In het begin van het Europese revolutiejaar 1848 zag de krant de komst van de grondwetsherziening al komen: ‘Bedenk wel wat gij doet, mannen des bestuurs! Bedenkt het wel, hoofden der dynastiën, ‘de Ure komt’ Hervorming of Revolutie.’
Uitgever Carl Albert Thieme ondersteunde krachtig de nieuwe grondwet van 1848, waarvan de vooruitstrevende liberale politicus Johan Rudolf Thorbecke de geestelijke vader was. Zelf mocht Thieme door zijn overlijden een jaar eerder dat niet meer meemaken.

Literatuur
Beekelaar, G.A.M. (red.), Maar wat is het toch voor eene Courant? De Arnhemsche?
Arnhem 1981 (Gemeentearchief Arnhem).

12-03-1829 (donderdag)
Arnhem mag stadsmuren slopen

Arnhem vestingstad, ca. 1650
De vestingwerken in volle glorie. De buitenwerken werden in de 18e eeuw nog wat uitgebreid naar de plannen van vestingbouwkundige Menno van Coehoorn.
Plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).
Plantsoenen op de plek van buitenwerken, vanaf 1817
Vanaf 1817 mochten de buitenste verdedigingswerken al omgetoverd worden tot slingerende wandelpromenades en lommerrijke plantsoenen. Dit alles naar de plannen van de befaamde tuinarchitect Jan David Zocher jr. Op de kaart zien we het gebied tussen de Velper- en de Janspoort.    
A. Godefroij, Plan der te slegtene Buitenwerken van de stad Arnhem (1819),
© Gelders Archief: tekening van A. Godefroy, Gemeente Arnhem, 1551-79. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

12-03-1829 (donderdag)
Arnhem mag stadsmuren slopen

Twaalf maart 1829 is één van de belangrijkste dagen geweest in de geschiedenis van de stad. Natuurlijk mogen 13 juli 1233 (stadsrechten) en 17 september 1944 (Slag om Arnhem) in een eventuele ‘Top Tien Tijdstippen’ ook niet ontbreken, maar deze dag in 1829 bepaalde voor een groot deel de ontwikkeling van de stad. Bij Koninklijk Besluit gaf Willem I toestemming om de stadsmuren en poorten te slechten. Bovendien mochten de stadsgrachten gedempt worden. Andere steden mochten dat pas 45 jaar later bij de Vestingwet van 18 april 1874. Arnhem kreeg met het besluit een voorsprong van bijna een halve eeuw op de andere steden. De stad groeide in de jaren na 1829 het sterkst van alle steden in het land. Deze ongekende toename werd verder veroorzaakt door de komst van de spoorlijn in 1845 en het ‘welgestelden-beleid’ van het stadsbestuur. In verschillende fasen werden de muren neergehaald en verdwenen drie van de vier hoofdpoorten. De Rijn-, en Janspoort waren al twee jaar eerder met koninklijke toestemming gesloopt. Nu moest ook de Velperpoort eraan geloven en bleef alleen de Sabelspoort over als tastbare herinnering aan een middeleeuws verleden. Met het besluit van 12 maart 1829 trad Arnhem een nieuwe stedebouwkundige tijd in.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 96.

Fockema Andreae, S.J., De uitbreiding der stad Arnhem tusschen 1715 en 1878.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XXVIII (1925), p. 139-183.

Kooi, C.M., De ontmanteling van de vesting Arnhem, 1809-1830.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 28 (2008), nr. 3, p. 86-106.

Vredenberg, J., Stedelijke ruimte in de negentiende eeuw.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 34-53.


Herenhuizen op vroegere stadsmuren, 1845
De fundamenten van de stadsmuren waren een ideale ondergrond voor de bouw van de herenhuizen. De allereerste woningen werden gebouwd tussen de vroegere Rijn- en Janspoort. We kijken vanaf het afgegraven Stationsplein richting het Nieuw Plein en Willemsplein. Op de achtergrond zien we van rechts naar links de torens van het St. Petersgasthuis, de Eusebiuskerk, Walburgiskerk en Koepelkerk.    
© Gelders Archief: 1551-3893, tekening van Augustus Wijnantz, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
KB 12-3-1829
Afschrift van de tweede bladzijde van het Koninklijk Besluit in de raadsnotulen d.d. 29-3-1829. In rood omrand het begin van artikel 1:  ‘Het Stedelijk Bestuur van Arnhem zal de vrije beschikking over den hoofdwal van die gewezen vesting bekoomen’.
In: Gelders Archief 2000-792, Oud Archief Arnhem. Notulen van den Raad der stad Arnhem, 1827-1829.

13-3-1977 (zondag)
Protest tegen sluiting Stokvishal

Stokvishal moet blijven, 1977
Op een frisse voorjaardag , zondag13 maart 1977, startte de reddingsactie voor de Stokvishal. En met succes: de poptempel bleef open en alle grote wereldnamen uit de popmuziek traden op in de zaal aan de Langstraat.
© Gelders Archief: 1544-396-0001, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Parkeergarage verdrukt Stokvishal, 1978
De bouw van parkeergarage ‘Langstraat’ (nu Rozet) bracht de Stokvishal letterlijk en figuurlijk in de verdrukking. In 1984 werden de deuren definitief gesloten en verhuisden de activiteiten naar de Goudvishal.
© Gelders Archief: 1544-2907-0003, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Talking Heads, 1978
Eén van de favoriete bands uit de jaren zeventig van ‘arneym’: de Talking Heads met frontman David Byrne in een concert op 10 juni 1978 in de Stokvishal. Een jaar eerder was de groep in Europa doorgebroken met de hit Psycho Killer.
© Gelders Archief: 1544-3299-

13-3-1977 (zondag)
Protest tegen sluiting Stokvishal
In 1971 werd een oude loods (bouwjaar 1938) van de  W.J. Stokvis’ Koninklijke Fabriek van Metaalwerken aan de Langstraat, in de hoek Nieuwstraat-Vossenstraat-Oeverstraat, het domein van popminnend Arnhem: de Stokvishal.
Dankzij programmeur Frans de Bie, die ook de planning voor poptempel Paradiso in Amsterdam verzorgde, kwamen tientallen topbands naar de tochtige, koude en van elk comfort ontdane concertzaal: U2, Blondie, Ramones, Simple Minds, Sex Pistols, enz.
Toch kampte de hal vanaf het begin met financiële tekorten en kon niet bestaan zonder subsidie van de gemeente. Toen de gemeente in 1977 de geldkraan wilde dichtdraaien, besloten medewerkers op zondag 13 maart een protestgeluid te laten horen. Ze schilderden de leus’ Stokvishal moet blijven’ op de gevel en dat hield de hal nog eens vijf jaar in leven. En dat was maar goed ook, want juist in deze jaren vestigde de zaal haar faam als internationaal poppodium.  In 1984 was het echter gebeurd met de muziekhal. Een combinatie van sociale woningbouwplannen, de bouw van een parkeergarage (Langstraat-Rozet), drugsoverlast in en rondom de hal en een Stokvisbestuur dat het niet al te nauw nam met het financiële beheer (greep in de geldkas) betekende het einde in 1984. Rockers en punkers konden nog tot 2007 terecht bij de Goudvishal in de Vijfzinnenstraat.

Literatuur
Bemmel, H.Chr. van, Cultuur. 
In: Meurs, M.H. van, e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), p. 290-315, p. 314.

Gerritsen, K., Leven in Arnhem in de jaren 70.
Oosterbeek 2018 (Uitgeverij Kontrast), p. 34-40.

Roelofs, B., De was buiten hangen. Arnhemse kwesties 1970-2000.
Utrecht 2020 (Uitgeverij Matrijs), p. 20-24.

14-3-1735 (maandag)
Arnhem koopt Westervoort

Westervoort, 1750
Westervoort met de kerk ligt linksboven de legendacartouche. Onderaan de kaart loopt de Veerdijck, die uitkomt op de Broekdijck, naar Arnhem. Aan de stadskant stond ook het Veerhuijs en zijn de resten van de Schans IJsseloort ingetekend.
Uitsnede van een kaart van Willem Leenen: Caart der situatie van IJsseloort en Cleefse Waart; met de gedeeltens der rivier den Rhij van boven de Hussense Waard tot beneeden het Malburghse vheer en de rivier den IJssel van IJsseloort…tot beneeden het Westervoordze vheer…, 1750.
© Gelders Archief: 011-281, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kerk en veerweg Westervoort, 1742
De kwetsbare staat van de (handels)weg langs Westervoort is goed te zien: een wat verharde zandweg, die bij slecht weer en de diepe karrensporen van zwaar beladen wagens nauwelijks begaanbaar is.
© Gelders Archief: 1551-2540, tekening van Jan de Beijer. Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Aankoop Westervoort, 1735
Het besluit van Arnhem om Westervoort te kopen voor f 25.000,- (bedrag staat op een-na-laatste regel).
Bron: “Commissie- en Politieboek” der stad Arnhem. Register, bevattende de resolutien van den magistraat, deel 24, 1729-1736, folio 429 recto.
In: Gelders Archief: 2000-24, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

14-3-1735 (maandag)
Arnhem koopt Westervoort
Westervoort had door de wat geïsoleerde ligging aan de IJssel in een uithoek van het graafschap Zutphen een bijzondere positie. Verder viel het van oudsher als ‘heerlijkheid’ onder het bestuur van de graven van (’s Heeren)Bergh.
In de 18e eeuw wilde Arnhem de (handels)verbindingen met het achterland verbeteren. De stad kocht voor f 25.000,- van de in geldnood verkerende Frans Willem graaf van Bergh het gebied, inclusief veerrechten op. En om dat laatste was het Arnhem te doen. Duitse handelaren namen steeds meer de schipbrug bij Doesburg dan het veerbootje bij Westervoort.
De wegen door de oostelijke broek- en waardlanden richting Westervoort werden opgeknapt en in 1763 werd de pont vervangen door een schipbrug. Lang heeft het Arnhemse gezag over Westervoort niet geduurd. Napoleon koppelde in 1811 Westervoort aan Duiven en na het vertrek van de Fransen werd Westervoort een zelfstandige gemeente.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 307.

Klep, P.M.M., Economische en sociale ontwikkeling.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 116-171, p. 148. 

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 482.

15-3-1474 (zondag)
Karel de Stoute en Arnhem: een ongemakkelijke relatie

Tik- en taalfouten, ‘arneym’ bezondigt zich er ook geregeld aan. Gelukkig geven oplettende volgers hem de kans geven het een en ander aan te passen.

Verschrijvingen in kronieken en archiefinventarissen leiden ook tot verwarring. Zo is er een oorkonde van de Bourgondische hertog Karel de Stoute, waarin hij zegt dat het hospitaal in Arnhem (waarschijnlijk het St. Petersgasthuis) al zijn oude rechten behoudt. Karel laat dit in het Frans opschrijven en dateren: ‘le XV jour de Mars, l’an de grace mil quatre cent soixante et quatorze’’: 15 maart 1474. En waarom wordt dit dan in het archief gevolgd door 1475? Enfin, wat is een jaar op de eeuwigheid?
Karel had het trouwens niet alleen goed voor met Arnhem. Omdat de stad heftig verzet had geboden bij de inname in 1473 werd Arnhem gebrandschat met 90.000 goudguldens. Toen de vorst zag dat Arnhem dit echt niet kon betalen, mocht de stad drie jaar lang een extra belasting op wijn en andere koopwaren heffen. Uiteindelijk draaiden de gewone Arnhemmers er weer voor op.

Literatuur
Gelders Archief: 2000-1086. Oud Archief Arnhem, Regesten. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Hier worden zowel 1474 als 1475 vermeld.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 58

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 133.
Hier wordt 1474 genoemd.

St. Petersgasthuis rond 1580
Het St. Petersgasthuis bij de Rijnpoort, dat sinds 1407 als hospitaal diende, staat rechts op deze fraaie prent.
Tekening van Aernout van Buchell / Arnoldus Buchelius (1565-1641), Diarium.
© Universiteitsbibliotheek Utrecht, Hs 798, foto Gelders Archief.
Meer over deze tekening op Arneym..
Meer over het St. Petersgasthuis op Arneym.

16-3-1824 (dinsdag)
Oprichting ‘Tot Nut en Vergenoegen’ / Wessel Knoops

Wessel Knoops, 1849
Apotheker Wessel Knoops had zijn winkel aan de Kleine Oord, net voor de overgang naar de Broerenstraat.
© Gelders Archief: 1551-839, prent van Jan Rijk Matthijssen en Johann Peter Berghaus,  Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Genootschapspand Weerdjesstraat
Bovenop het gebouw was een hekje geplaatst om in de buitenlucht de sterrenhemel te bestuderen. Later is daar, zoals op deze foto te zien is, een koepeltje  opgezet. In 1905 nam, heel toepasselijk, de fabriek van wis- en natuurkundige instrumenten Physica van G. de Koningh er zijn intrek. Het pand werd in 1975 gesloopt bij de sanering en renovatie van de inmiddels verloederde buurt.
© Gelders Archief: 1501-04-17687, onbekende fotograaf, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

16-3-1824 (dinsdag)
Oprichting ‘Tot Nut en Vergenoegen’ / Wessel Knoops
Arnhem kende in de eerste helft van de 19e eeuw heel wat eerbiedwaardige en oude genootschappen. De geschiedliefhebbers konden terecht bij Prodesse Conamur (= ‘ons doel is nuttig te zijn’ sinds 1792) en muziekaanbidders bij het St. Caecilia-Concert (sinds 1591).
In een huis aan de Weezenstraat, dat eigendom was van het Weeshuis, richtte de jonge apotheker Wessel Knoops (1800-879) op dinsdag 16 maart 1824 een natuurkundige tegenhanger op: het Natuurkundig Genootschap ‘Tot Nut en Vergenoegen’. De vereniging werd al snel in de dagelijkse omgang ‘Wessel Knoops’ genoemd naar de onvermoeibare stichter.
Het genootschap organiseerde de ene ‘voorlezing’ na de andere over uiteenlopende natuurkundige en geofysische onderwerpen.
De vereniging was zeker niet armlastig. Op 10 oktober 1865 werd een nieuw en groots verenigingspand aan de Weerdjesstraat 82 met een lezingenzaal,  bibliotheek en museum in gebruik genomen. In de tentoonstellingszaal konden ertsen, metalen en natuurkundige instrumenten bewonderd worden.

Het genootschap is nog steeds actief: http://www.wesselknoops.nl

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 94.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 336-337.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 175-176.

Herdenkingsmunt vijftigjarig bestaan, 1824-1874
De herdenkingsmunt bij het vijftigjarig bestaan was een ontwerp van de Arnhemse architect Lucas H. Eberson.
© Teylers Museum / Pictoright Amsterdam: TMNK 03320. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Herdenkingsmunt vijftigjarig bestaan, 1824-1874
Natuurkundige instrumenten omringen een sokkel met de dubbelkoppige adelaar van Arnhem. Op het voetstuk staat een kop van Pallas Athena, godin van de wijsheid (en oorlog).
© Teylers Museum / Pictoright Amsterdam: TMNK 03320. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

17-3-1847 (woensdag)
Heldenontvangst vrijheidskampioen Thieme

Carl Albert Thieme, 1793-1847
Drukker en eigenaar van de krant sinds 1816. Schilderij uit 1832 van Jan Adam Kruseman.
© RKD: J.A. Kruseman, afbeeldingnummer IB00016729. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Arnhem met de spoorlijn vanuit het westen, 1855
Dat Thieme met de trein vanuit het westen naar Arnhem reisde, was mogelijk door de twee jaar eerder geopende Rhijnspoorweg. Dit panorama is genomen vanaf Hotel Bellevue aan de Utrechtseweg (nu Alliandergebouw).
Litho, Panorama van Arnhem vanuit het westen, van waarschijnlijk Julius Gottheil.
© Gelders Archief: 1553-4, J. Gottheil, Topografische-historische Atlas van het Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Vreemde dingen
Het artikel van Carl A. Thieme over de onleesbaarheid en het onfatsoen van de troonrede.
Arnhemsche Courant, 4-11-1845.

17-3-1847 (woensdag)
Heldenontvangst vrijheidskampioen Thieme

Kritiek op de onleesbaarheid en teleurstellende inhoud van de koninklijke troonrede, we kijken er vandaag niet meer van op. Dat was in 1845 wel anders. De eindredacteur en eigenaar van de Arnhemsche Courant Carl Thieme haalde in een zogenaamd ‘Ingezonden stuk’ getiteld Vreemde dingen flink uit naar de regering en koning: ‘Dat de jongste troonrede des konings onkieschheid, verwatenheid en onbeschoftheid ademt, dat men het laster noemt, om eene troonrede als de tegenwoordige te willen doen doorgaan voor een Staatsstuk, hetwelk achting verdient’ en ‘wil men de troonrede lezen zonder stuiptrekkingen of flaauwten, men houde een fiesch azijn in de eene, de troonrede in de andere hand.’
Thieme werd voor de rechter gedaagd en uiteindelijk, bij cassatie van de Hoge Raad, vrijgesproken op woensdag 17 maart 1847. Thieme, kampioen van de vrijheid van meningsuiting en drukpers, had getriomfeerd. En al voor de tweede keer, want een rechtszaak van enkele jaren eerder was ook in zijn voordeel afgesloten. Dit ook dankzij het gloedvolle en intelligente pleidooi betoog van zijn Arnhemse advocaat mr. Johannes. M. de Kempenaer.
Toen Thieme met de trein terugkeerde in Arnhemstond  een grote enthousiaste menigte hem op te wachten, maar de krantenman moest daar niets van hebben. Hij wist ongemerkt zijn huis aan de Ketelstraat te bereiken. Vervolgens brachten de Arnhemmers hem daar een serenade met muziek: ‘Leve de heer Thieme – Leve de billijke opposite!’

Enkele maanden later na zijn heldenontvangst overleed hij in oktober van hetzelfde jaar. Waar hij jarenlang voor streed, zou hij zelf niet meer meemaken: de befaamde grondwetsherziening van Thorbecke, waarbij de wetgevende  macht definitief bij het gekozen parlement kwam te liggen.

Literatuur
Beekelaar, G.A.M., Inleiding. De Arnhemsche Courant in de eerste helft van de negentiende eeuw.
In: Beekelaar, G.A.M. (red.), Maar wat is het toch voor eene Courant? De Arnhemsche?
Arnhem 1981 (Gemeentearchief Arnhem), p.5-23, p. 14.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 331-342.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 332-333.

Theeuwen, P., Een conservatief-liberaal die steeds zichzelf gelijk bleef. Jacob Mattheus de Kempenaer op het nationale politiek toneel, 1844-1869.
In: Boonstra, O. en Nijhof, R. (red.), 200 jaar De Kempenaer, advocaten in Arnhem.
Hilversum 2016 (Uitgeverij Verloren), p. 87-114.

18-3-1876 (zaterdag)
Un Ernemmer pakjuh nie sin feessie af

Markt, 1838
De met bomen en prachtige panden omzoomde Markt was in de 19e eeuw de locatie voor de jaarkermis. Het tweede pand van links is het huis Anderlecht, in de 19e eeuw het woonhuis van de gouverneur/commissaris van de koning. Midden achter (rechts naast het koor van de kerk) het in 1840 afgebroken gotische ‘Oude Stadhuis’.
© Gelders Archief: 1551-3966, tekening van Abraham J. Couwenberg. Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Rekenwonderhond Norma
De kermis op de Markt was vooral een verzameling van tenten en kramen met de wonderbaarlijkste zaken. Tegen betaling konden bezoekers zich bijvoorbeeld vergapen aan hele lange (‘de reuzen Anack en Murphy’)  of hele kleine (‘de dwergenadmiraal Tom Pouce’) mensen. En dan was er de hond Norma die kon tellen en, weer tegen betaling, domino speelde tegen iedereen die het met hem durfde op te nemen,
© Gelders Archief: 1583-14602, anonieme maker. Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Buitensporigheden van de lagere volksklasse
Het voorstel dat in de vergadering van 18 maart werd aangenomen, was een vergadering eerder, op 26 februari, al gepresenteerd.
Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 26-2-1876
In: Gelders Archief: 2192-100, Secretarie Gemeente Arnhem.

18-3-1876 (zaterdag)
Un Ernemmer pakjuh nie sin feessie af
De zes notabele heren gemeenteraadsleden hadden er genoeg van: de vernielingen, de dronkemans vecht- en vrijpartijen en andere onrust van de kermis. Ieder jaar werd dat volksfeest voor de ‘gewone’ Arnhemmer in augustus gehouden op de Markt. In vroegere tijden gebeurde dit op de Paasweide, een weiland naast de Praets.
De zes initiatiefnemers verwoordden het in hun voorstel aan hun mederaadsleden op zaterdag 18 maart 1876 als volgt: ‘dat de kermis haar reden van bestaan heeft verloren, meer en meer ontaardt en, zoals zij thans gevierd wordt, in zeer hooge mate aanleiding geeft tot grove buitensporigheden vooral onzer lagere volksklasse en alzoo allernadeeligst terugwerkt op hare zedelijke en stoffelijke welvaart.’
Historisch-sociologen noemden later dit beteugelen van de driften van het gewone volk het ‘burgerlijke beschavingsoffensief’. De arbeider moest een keurig leven leiden en zich daarbij laten leiden door de waarden, normen en het gedrag van de welgestelde heersende burgerij.
Het voorstel werd o.a. ondersteund door de Kerkenraad van de Hervormde Kerk, maar kreeg tegengas van de middenstand (‘neringdoenden’) en individuele bewoners. Ook een verzoek van de Kamer van Koophandel voor een uitstel tot in 1879 mocht niet baten: het voorstel werd met algemene stemmen aangenomen.
En ja hoor, een jaar later in augustus 1877 was de boot aan: op de dag voorafgaand aan het traditionele begin van de kermis, maandag 27 augustus, was Arnhem in alle staten van opwinding. Grote samenscholingen, winkeliers die hun ramen barricadeerden en een parate soldatenmacht. In de nachtelijke opstootjes werd bij burgemeester Pels Rijcken z’n hoge hoed van zijn hoofd geslagen. Zijn onverstoorbare reactie daarop oogstte vervolgens weer grote bewondering. Over dit alles, sociale strijd, volksongenoegen of ‘lekker rellen’, wellicht in Verleden Vandaag van 26 augustus. Want: je pakt niet zomaar de ‘Ernemmer’ een feestje af.

Literatuur
Dullaart, P., Op onze weg zijn rozen schaars gespreid. De Arnhemse anarchisten 1894-1903.
Oosterbeek 1982 (Uitgeverij Bosbespers), p. 9.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 122.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 215-223.

Verslagen der zittingen van den Gemeenteraad, 26-2 en 18-3-1876.

19-3-1844 (zaterdag)
Een nieuwe tijd en een nieuw (gas)licht

Roermondsplein met gashouder, ca. 1865
Achter de zoutziederij van J. Verwaaijen is de gashouder en schoorsteen van de gasfabriek van De Heus te zien. Op de achtergrond de ranke toren van de (kleine) Eusebiuskerk die net is opgeleverd. Rechts het in 1859 gebouwde Nieuwe Weeshuis dat midden op het plein stond.
© Gelders Archief: 1501-04-10272, anonieme fotograaf. Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Roermondsplein met gasfabriek, ca. 1865
We kijken vanaf het Roermondsplein richting de Rijnstraat en bevinden ons op de huidige op- en afrit van de Mandelabrug. Rechts de voorgevel van de gasfabriek met daarachter het Nieuwe Weeshuis. Het wit gepleisterde pand werd in 1890 gesloopt en is nu het onderkomen van restaurant ‘De Ark van Noach’.
© Gelders Archief: 1523-229-0078, onbekende fotograaf. Fotoalbum Staats Evers. Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

19-3-1844 (zaterdag)
Een nieuwe tijd en een nieuw (gas)licht
De eerste verworvenheden van de Industriële Revolutie ,die ongeveer vanaf 1770 in Engeland losbarstte, bereikten rond 1840 ook Arnhem. Uit steenkool werd gas gewonnen als brandstof voor verlichting en verwarming. Arnhem gaf op zaterdag 19 maart 1844 toestemming aan de Utrechtse ondernemer Willem. H. de Heus om een kolengasfabriek te bouwen en tot 1867 als enige de gasexploitatie in handen te nemen. Het contract werd vier dagen later getekend. Dat gas mocht alleen worden gebruik voor de openbare straatverlichting en de gemeentelijke gebouwen. Van verlichting of verwarming van huizen was nog geen sprake.
Gemeente-architect Hendrik Jan Heuvelink tekende voor het ontwerp van de gasfabriek dat verrees op het Roermondsplein tegenover de Rijnstraat. Dat terrein was vrijgekomen door de sloop van de stadsmuren en de demping van de Roermondsgracht. Het complex bestond uit de fabriekshallen met de steenkoolovens en een gashouder. Heuvelink bedacht een neoclassicistische voorgevel voor de toch smerige productie daarachter. Dat nam niet weg dat het fabriekje met hoge schoorsteen schril contrasteerde met de fraaie panden die in deze jaren op de vroegere vestingwerken werden gebouwd.
Toen het contract met De Heus afliep, nam de gemeente de gasexploitatie in eigen handen. Daarvoor werd in 1867 een nieuwe gasfabriek aan de Westervoortsedijk gebouwd. Het complex aan het Roermondsplein werd gesloopt. Wat twintig jaar eerder nog als het allernieuwste gezien, was door de voortschrijdende tijdsontwikkelingen ingehaald.

Literatuur
Defilet, M. en M. Splinter-Dupont, De Arnhemse gasfabriek. Geschiedenis en archeologie van de gasvoorziening.
Utrecht 2016 (Uitgeverij Matrijs), p. 15-16.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 99 en 122.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 11-12.

Meurs, M.H. van, Gemeentebestuur in de negentiende eeuw.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 92-115.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), p. 144-159.

Schaap, K. en A.S. Stempher,  Arnhem omstreeks 1865.
Arnhem 1989 (Gouda Quint bv), p. 40-41.

20-3-1886 (zaterdag)
Gemeente schiet projectontwikkelaar Etty te hulp

Thomas Etty
© Privécollectie (alle rechten voorbehouden).
Burgemeesterswijk, ca. 1905
Uitsnede van een plattegrond van Arnhem.
© Gelders Archief: 1506-1565, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Villa Buitenzorg, ca. 1900
Thomas was in Indonesië getrouwd met zijn nichtje Jane Elisabeth Etty. Die bleef nog twee jaren na de dood van Thomas wonen op hun Villa Buitenzorg aan de Utrechtseweg. Dat pand, inmiddels Rozenburg, geheten, werd in 1924 gesloopt voor de bouw van het Christelijk Lyceum, nu Montessori College.
 © Gelders Archief: 1501-01-12798, onbekende fotograaf. Fotocollectie Gelders Archief Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

20-3-1886 (zaterdag)
Gemeente schiet projectontwikkelaar Etty te hulp
Hij schuwde een financieel risico niet, Thomas Etty. Het moest echter niet te gek worden en daar zag het wel naar uit in 1886. Twee jaar eerder was de geboren Engelsman (York, 1833) uit Indonesië naar Arnhem gekomen. Hij liet zich naturaliseren en betrok Villa Buitenzorg aan de Utrechtseweg. Dat kon hij makkelijk betalen, want hij was in Nederlands-Indië steenrijk geworden. Hij was lid van de uitgebreide  Ettyfamilie. Nazaten van Charles Etty (1793- 156) volgden deze stichter van een suikerimperium in de Nederlandse kolonie. Toen rond 1880 de suikercrisis uitbrak (de machinale suikerbietverwerking in Europa verdrong de rietsuiker uit de Oost en de West), trokken veel Etty’s naar Nederland, het moederland van hun suikeronderneming.
Het ondernemen zat Thomas in het bloed en hij kocht in 1885 van de in geldnood verkerende eigenaar van Sonsbeek (Willem F.M.A.H. baron van Heeckeren, 1858-1915; zie Verleden Vandaag van 1 februari) een deel van diens bezittingen. De kern lag tussen de Burg. Weersstraat en het Burgemeestersplein. Het doorverkopen van de grond of het bebouwen met huizen verliep niet soepel. Op 20 maart 1886 liet Ettty de straten, met al het onderhoud, weer overnemen door de gemeente. Thomas was wel goed (met geld), maar niet gek. Zijn financiële ondernemingslust leverde hem ook de steenfabriek ‘Elden’ en aandelen in veel Duitse fabrieken in het Ruhrgebied op. Daar, in Wiesbaden, overleed hij in 1904.

Literatuur
Crone, C.F.A. en J. Vredenberg, De Burgemeesterswijk. Wonen op stand bij Park Sonsbeek in Arnhem.
Utrecht 2007 (Uitgeverij Matrijs), p. 11-12.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 128.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 39-41.

21-3-1845 (vrijdag)
Tweede haven in Meinerswijk

Praets, 1883
Ten noorden van de Rijn lag de Oude Haven. Bij de Praets de houtzagerij en scheepswerf van Coers met nog eens twee haventjes. Uitsnede van een plattegrond van Arnhem uit 1883.
© Gelders Archief: 1506-1537, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Panorama op de Praets, ca. 1900
Stoomschip De Concordia staat op het punt om de schipbrug door te varen. Aan de overzijde de Praets en het bedrijf van Coers (links).
© Gelders Archief: 1500-2606, Uitgave van J.H. Schaefer. Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

21-3-1845 (vrijdag)
Tweede haven in Meinerswijk

De Arnhemse bankier G.L.C.H. Graaf van Ranzow (1794-1866) was niet voor niets schatrijk geworden. In 1826 had hij van Arnhem de vroegere heerlijkheid Meinerswijk gekocht voor f 29.490,-. Bijna twintig jaar later maakte hij een dikke ton winst, toen hij het begin 1845 weer doorverkocht voor bijna f 160.000,- aan koning Willem II. Zijn persoonlijke contacten met de koninklijke familie zullen zeker aan die mooie deal hebben bijgedragen.
Vrijwel op hetzelfde moment waren er in Arnhem plannen een tweede haventje aan te leggen. De scheepvaart breidde zich in deze jaren uit doordat de stoomboten definitief de zeilvaart verdrongen en de Oude Haven aan de noordzijde van de Rijn werd te klein.
Voor de haven aan de zuidzijde had de gemeente het oog laten vallen op de Paaschweide, een weiland naast de Praets. Daar werd in vroeger jaren altijd de jaarmarkt en kermis gehouden. Op 21 maart 1845 ging er daarom een brief naar Zijne Majesteit De Koning voor het afstaan van een bunder (hectare) grond. Dat werd de stad gegund, maar uiteindelijk kwam het aan de andere kant van de Praets te liggen. Daar pachtte houthandelaar Gerrit Coers (1826-1903) enkele jaren later dat haventje voor zijn houtzagerij en scheepstimmerwerf die hij daar had opgezet. In 1870 was het uitgegroeid tot de grootste industriële onderneming van de stad met een eigen tweede haventje op de linkerrivieroever.

Literatuur   
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 99.

Visser, G., Het bruisende verleden van de Praets en de Stadsblokken.
Arnhem 2015. URL: https://www.stadsblokkenmeinerswijk.nl/sites/default/files/bijlagen/bestanden/nummer_125_november_2015_het_bruisende_verleden_van_de_praets_en_de_stadsblokken_0.pdf, o.a. geraadpleegd 21-3-2022.

Visser, G., Meinerswijk en De Praets.
Arnhem 2013. URL: https://www.stadsblokkenmeinerswijk.nl/sites/default/files/bijlagen/bestanden/artikel_historie_nummer_117_nov_2013_p6-12_0.pdf, o.a. geraadpleegd 21-3-2022.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 39.

22-3-1579 (donderdag)
Arnhem ondertekent de Unie van Utrecht

Jan van Nassau in discussie met monniken
Grote man achter de Beeldenstormen in Arnhem en de Unie van Utrecht was de jongere broer van Willem van Oranje, Jan van Nassau. Hij was in 1578 benoemd tot stadhouder van Gelderland en verbleef in Arnhem op het Stadhouderlijk Hof. Op deze fantasieprent is hij in discussie met de monniken van het Broerenklooster.
© Gelders Archief: 1501-04-7992, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
‘Oude’ Stadhuis op de Markt, 1790
De vergaderzaal van de afgevaardigden van het Kwartier van Veluwe was in het trapgevelpand naast het ‘Oude Stadhuis’. Hier zien we op een anonieme tekening uit 1902 het oude vervallen stadhuis nog in relatieve glorie. De gotische toren werd ruim voor de algehele sloop, in 1802, wegens bouwvalligheid neergehaald.
© Gelders Archief: 1551-2956, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

22-3-1579 (donderdag)
Arnhem ondertekent de Unie van Utrecht

Het had bijna drie maanden geduurd, de ‘last en ruggespraak’ van de ondertekening van de3 Unie van Utrecht. De Gelderse stadhouder Jan van Nassau had het op 23 januari in de kapittelzaal van de domkerk in Utrecht voor elkaar gekregen. Afgevaardigden van de zeven noordelijke gewesten besloten om de gewapende strijd tegen de soldaten van het Spaanse gezag van Filips II voort te zetten en dat de gewesten zelf over de godsdienst mochten beslissen. In de praktijk kwam dit er op neer dat het protestantisme de leidende godsdienst werd in het noorden van de zeventien Lage Landen. Dat was hun antwoord op enkele zuidelijke provinciën die hadden besloten om trouw te blijven aan Filips II en daarmee aan het katholicisme (Unie van Atrecht).
De afgevaardigden konden dit wel besluiten, maar het moest in Gelderland nog wel bekrachtigd worden door de besturen van de vier kwartieren en de steden, dat was de ‘ruggespraak’. Voor Arnhem en het Kwartier van Veluwe gebeurde dit op donderdag 22 maart 1579. Arnhem had definitief voor de opstand en het calvinisme gekozen.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), p. 254-275.

23-3-1854 (donderdag)
Van Ranzow pakt het slim aan

Woonhuis van Van Ranzow, 1742
Als Van Ranzow zich in Arnhem vestigt, gaat hij op het toenmalige sjiekste stukje van de stad wonen, het Walburgisplein. Omringd door burgemeesters en notarissen (o.a. Weerts, Van Eck) betrekt hij het grootste en duurste huis binnen de stadswallen. Op deze tekening van Jan de Beijer uit 1741 staat het huis links van de Walburgiskerk.
© Gelders Archief: 1551-2861, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Woonhuis van Van Ranzow, 1832
De situatie rondom de Walburgiskerk is door de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog en de gemeentelijke herinrichtingen (vooral sloop) onherkenbaar veranderd. Van het woonhuis van Van Ranzow is niets meer over, maar we hebben nog wel het Dudokpand,
Moderne luchtfoto met de kadastrale gegevens van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries 2022.
Grafkelder Van Ranzow
De Van Ranzows hadden op de begraafplaats Onder de Linden (in gebruik tussen 1852-1876 en geruimd in 1959) een eigen grafkelder.
© Gelders Archief: 1506-1981, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

23-3-1854 (donderdag)
Van Ranzow pakt het slim aan

Dudok Arnhem is één van de geliefdste ontmoetingspunten van de stad. Op de hoek van de Koningstraat en de Kippenmarkt, in de schaduw van de Eusebiuskerk, staat het imposante pand in traditionele stijl uit 1921. ‘Van Ranzow’s Bank’ staat op de gevel en de ramen zijn voorzien van tralies. Dit was lang het onderkomen van één van de vele particuliere banken die Arnhem rond 1900 telde.
Het levensverhaal van de stichter ervan, leest als een spannende historische roman.
Georg(e) L. C. H. van Ranzow werd in 1794 geboren in Kleef en trad op 18 jarige leeftijd in dienst van het Franse leger van Napoleon. Hij vocht mee  in verschillende veldslagen en raakte gewoond door een bajonetsteek. Na de nederlaag van Napoleon nam hij dienst in het Nederlandse leger en werd in 1818 als eerste luitenant in Arnhem geplaats. Vier jaar later weet hij een bijzondere bruid aan de haak te slaan de rijke weduwe (douairière) Anna Maria Johanna van Haersolte, geboren van der Burch. De Van Haersoltes behoorden tot de rijkste en invloedrijkste adellijke families van Gelderland. Via die adellijke connecties kreeg Van Ranzow toegang tot koninklijke kringen en weet zich op te werpen tot rentmeester van de Kroondomeinen en Rijksbetaalmeester. Bovenal werd hij deel van de vriendenkring rondom Willem II.
Zijn inmiddels aanzienlijke kapitaal wist hij te vergroten door leningen uit te zetten. Zo ook op donderdag 23 maart 1854 als Arnhem bij hem een lening afsluit van f 40.000,- (vergelijkbaar met 400.000 euro) tegen 4% rente. De soldaat is bankier geworden. Wat hem stak, was dat hijzelf niet van adel was. Daarvoor had hij op z’n minst grond en een adellijk huis nodig. Daarom kocht hij in 1826 van Arnhem de vroegere heerlijkheid Meinerswijk voor f 29.490,-. Bijna twintig jaar later maakte hij ruim een ton winst, toen hij het begin 1845 weer doorverkocht voor bijna f 160.000,- aan zijn vriend koning Willem II. Toen die overleed, waren de schulden van de vorst, vooral aan zijn zwager de Russische tsaar Nicolaas I, niet te tellen. Meijnerswijk werd weer terugverkocht aan Arnhem met een verlies van f 20.000,-voor de erfgenamen van Willem II. Van Ranzow mocht zich wel inmiddels graaf noemen en was, zoals vaak in zijn leven, de lachende derde. De rijke graaf-bankier overleed in Arnhem op 71-jarige leeftijd in 1866.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 103.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 269.

Swaneveld, W., Van Ranzow’s Bank.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 2 (1982), nr. 3, p. 34-41.

Visser, G., Meinerswijk en De Praets.
Arnhem 2013.
URL: https://www.stadsblokkenmeinerswijk.nl/sites/default/files/bijlagen/bestanden/artikel_historie_nummer_117_nov_2013_p6-12_0.pdf, o.a. geraadpleegd 21-3-2022.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), p. 39.

24-3-1923 (zaterdag)
Opening boogviaduct Cattepoelseweg

Viaduct Cattepoelseweg-Schelmseweg, 1925
Betonnen bruggenbouwkunst: verticale lijnen en aanzettingen vormen een geheel met de viaductboog en de keperboogfriezen.
© Gelders Archief: 1523-266-0027, Fotoalbum Gemeentewerken 1923-1927. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
 
Viaduct Schelmseweg in aanbouw, 1922-1924
Voor de aanleg van het viaduct en de wijk Alteveer vond een gigantische zandafgraving plaats. Het zand werd met een kipkarren, onderaan de foto, over een speciaal aangelegd spoorlijntje naar Het Broek getransporteerd. Daar konden ze het zand goed gebruiken voor ophoging van het terrein waar het nieuwe industrieterrein moest komen.
© Gelders Archief: 1501-04-2610, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

24-3-1923 (zaterdag)
Opening boogviaduct Cattepoelseweg

De Arnhemsche Courant haalde de metaforen flink voor de dag in het artikel over de opening van het viaduct op de Schelmseweg over de Cattepoelseweg. Arnhem werd, met de komst van het fraaie betonnen boogviaduct ,vergeleken met het honderdpoortige Thebe uit de Griekse Antieken. Wellicht wat overdreven, maar voor 1923 was het nieuwe viaduct een indrukwekkend staaltje bouwtechniek. Daarbij had ontwerper ingenieur J.P. van Muilwijk (1893-1953) van Gemeentewerken Arnhem goed gekeken naar het spoorviaduct over de Zijpendaalseweg uit 1909.
Architectuur, wegenbouw en sociale ondersteuning kwamen samen in de gedenksteen in de zuidelijke balustrade: ‘Gebouwd krachtens raadsbesluit van 27 december 1921 no.6338 met rijkssteun. Door den dienst van gemeentewerken ontworpen en gebouwd met werkloozen. Voor het verkeer opengesteld 24 maart 1923’.
Meer dan 200.000 gulden had de aanleg gekost waarvan het rijk, zoals de gedenksteen aanhaalt, 25% voor zijn rekening nam. Bij de officiële opening op zaterdag 24 maart 1923 in aanwezigheid van tal van hoogwaardigheidsbekleders waaronder burgemeester Salomon J.R. de Monchy, moest nog wat werkzaamheden worden verricht. De Dienst Gemeentewerken moest dan wel zorgen dat dit voor 1 januari 1924 werd uitgevoerd, want dat was de einddatum van de rijkssubsidie. Op de openingsdag dacht niemand daaraan en had men vooral oog voor de prachtige gebogen lijnen, de keperboogfriezen van de balustrades en de Arnhemse wapenschilden.
Vijf jaar werd het nog grotere viaduct bij de Apeldoornseweg over de Cattepoelseweg geopend.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 26-03-1923.Via KB-site Delpher.

Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.
Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), p. 79-81.

Vredenberg, J., De Zijpsepoort en de betonnen boogviaducten van J.P. van Muilwijk.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 18 (1998), nr. 1, pp. 28-34.

Arnhem, het honderdpoortige Thebe
Bijna een volle pagina besloeg het verslag van de opening in de Arnhemsche Courant.
Arnhemsche Courant, 26-03-1923.Via KB-site Delpher.
Viaduct Apeldoornseweg in aanbouw, 1924
Direct na de opening van de brug in de Schelmseweg begin de bouw van het viaduct bij de Apeldoornseweg. Een prachtig staaltje van wegenbouw.
© Gelders Archief: 1501-04-2643, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

25-3-1739 (woensdag)
Pruisische postwagens van Arnhem over Westervoort en Zevenaar

Pruisische postwagen bij Westervoort, 1742
Op deze uitsnede van een tekening van Jan de Beijer passeert een postwagen van de Koninklijke Pruisische Postdienst Westervoort. Het vierspan paarden trekt de wagen met inzittenden, postpakketten en andere waren over de verhoogde zandweg.
© Gelders Archief: 1551-2540, tekening van Jan de Beijer. Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Postwegen naar Pruisen, 1820
Uitsnede van een kaart met de postwegen bij Arnhem en omgeving.
© Gelders Archief: 0509-1014. Kaartenverzameling Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Contract met Pruisische Postwagens, 1739
In het tien bladzijden tellende contract tussen de stad Arnhem en het koninkrijk Pruisen staat o.a. de route van de postwagens en verdere aansluitingen naar de grote Duitse steden (rood omrand).
Bron: “Commissie- en Politieboek” der stad Arnhem. Register, bevattende de resolutien van den magistraat, deel 55, 1736-1739, blz. 364.
In: Gelders Archief: 2000-55, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

25-3-1739 (woensdag)
Pruisische postwagens van Arnhem over Westervoort en Zevenaar

Nadat Arnhem in 1735 de heerlijkheid Westervoort met veerrechten over de IJssel had gekocht (zie Verleden Vandaag 14 maart) liet de gemeente erg geen gras over groeien. Onderhandelingen met het koninkrijk Pruisen werden geopend om het vervoer van personen en goederen naar de Duitse steden te bevorderen. Op 10 maart 1739 werd al een voorlopige overeenstemming bereikt. Dat akkoord werd in een contract van 10 bladzijden uitgewerkt op woensdag 25 maart. In fraaie 18e-eeuwse termen werd vastgelegd wat de rechten en plichten van de stad en de ‘Conincklijke Pruissische Generaal Postampt’ waren. Vanaf nu waren via Westervoort-Zevenaar-Kleve-Emmerik-Wesel steden als Keulen en zelfs Berlijn bereikbaar. Een paar keer overstappen was wel noodzaak, maar de regeling betekende een geweldige stimulans voor Arnhem als postkoetsoverstapplaats voor Duitse ondernemers en waren richting Utrecht en Amsterdam. De Arnhemse vervoerbedrijven voeren door de komst van de Pruisische postwagen er ook wel bij.
De stad deed alles om dit uit te breiden. De doorgaande weg naar Westervoort en Zevenaar werd met zand opgehoogd en een deel van de weg werd door een wat hoger deel van de polder geleid. Zo konden de met vier paarden voorgespannen postwagens sneller en in een groter deel van het jaar Arnhem aandoen.

Literatuur
Koene, B., De diligences van Bouricius. Anderhalve eeuw bedrijvigheid langs ’s heren wegen.
Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren), p. 30-33, 46-54.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 485.

26-3-1509 (vrijdag)
Paus bemiddelt tussen Karel en Karel

Arnhem en Karel buigen voor Filips en Maximiliaan, 1505
In de Hofkirche te Innsbruck staat één van de indrukwekkendste praalgraven van Europa. Tientallen standbeelden van wereldlijke en geestelijke vorsten omringen de gepande tombe van Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk en keizer van het Heilige Roomse Rijk. De grafkist, waarin uiteindelijk Maximiliaan toch niet zijn laatste rustplaats vond, heeft 24 gebeeldhouwde marmelen taferelen uit diens roemruchte leven. Daaronder de overgave van Arnhem, op de achtergrond in een wel erg vrije verbeelding, en Karel van Gelre in 1505 (‘knieval van Rosendael’) aan Maximiliaan en zijn zoon Filips de Schone. Een vrije vertaling van de Latijnse tekst boven de fantasievolle weergave luidt: ‘Na de verovering van Arnhem, de eerste onder de steden van Gelre, werd aan Karel, hertog van Gelre, die in navolging van de Galliërs, bleef streven naar een omwenteling in de lage landen van het Duitse rijk een nederige vrede verleend.’
© Hofkirche, Innsbruck (alle rechten voorbehouden).
De twee Karels samen op het Duivelshuis
Hertog Karel van Gelre en keizer Karel V staan ‘broederlijk’ naast elkaar hoog op de gevel van het Duivelshuis. Ook Filips de Schone, Maximiliaan van Oostenrijk en de opvolger van Karel van Gelre, Willem de Rijke (van Keel-Gulik-Berg), kijken op de Koningstraat en de oostzijde van de Eusebiuskerk neer. Een Bourgondisch-Habsburgs-Gelders-geschiedenislesje in steen.
© Fotograaf Rob Slepička (alle rechten voorbehouden).
De twee Karels samen op het Duivelshuis
© Fotograaf Rob Slepička (alle rechten voorbehouden).

26-3-1509 (vrijdag)
Paus bemiddelt tussen Karel en Karel

Karel van Gelre (1467-1538) was niet het type dat snel opgaf. Hij had een fikse nederlaag in 1505 geleden toen zijn leger werd verslagen en Arnhem werd ingenomen door de Bourgondische vorst Filips de Schone. Daarbij had hij assistentie van zijn vader, de Duitse keizer Maximiliaan van Habsburg. Hertog Karel moest in de ‘knieval van Rosendael’ Filips als zijn heer erkennen. Die werd ‘de Schone’ genoemd, niet omdat hij zich zo vaak waste, maar omdat hij doorging voor de aantrekkelijkste man van Europa. Dat was hij zeker voor zijn vrouw, Johanna van Castilië, die gek werd van liefdesverdriet over Filips plotseling overlijden in 1506. Zij  ging vervolgens de geschiedenisboeken in als ‘Juana la Loca’, Johanna de Waanzinnige.
Voor Karel van Gelre was de onverwachte dood van de hertog van Bourgondië een buitenkans en hij pakte direct de wapens weer op. Dat liet de zoon van Filips de Schone, de latere keizer Karel V niet op zich zitten, en gooide als achtjarige met zijn opa Maximiliaan er een strafexpeditie tegen naamgenoot Karel en Gelre aan.
Karel van Gelre moest andermaal, in het Verdrag van Kamerijk (1508), plechtig beloven dat hij geen oorlog meer zou beginnen. Dat hield hij een half jaar vol en toen brak hij opnieuw zijn gegeven woord, Toen had zelfs paus Julius II er genoeg van en op vrijdag 26 maart 1509 verordonneerde hij ‘met kerkelijke censuur’ dat het afgelopen moest zijn met de Bourgondisch-Gelderse Oorlog. Tevergeefs: Karel van Gelre bleef tot aan zijn trieste dood in 1538 proberen om de enige en onafhankelijke heer van Gelre te blijven.

Literatuur
Bosch, R.A.A., Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanciën, sociaal-politiek structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550.  
Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren, Werken Gelre no. 62), p. 133-134.

Hellinga, G.G., Hertogen van Gelre. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (1021-1581). Zutphen 2012 (Uitgeverij Walburg Pers), p. 139-140.

Noordzij, A., Gelre. Dynastie, land en identiteit in de middeleeuwen.
Hilversum 2009 (Uitgeverij Verloren, Werken Gelre no. 59), p. 216-219.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd. (6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875). Deel 6, 1e stuk, no. 648, p. 415.

Slichtenhorst, A. van, XIV. boeken van de Geldersse geschiedenissen. Van ‘t begin af vervolghd tot aen de afzweeringh des Konincx van Spanien.
Arnhem 1654 (Uitgever J. van den Biesen), p. 326.

27-3-1898 (zondag)
Opening Lutherse Kerk Spoorwegstraat

Lutherse Kerk, ca. 1900
Prent in sepiatinten van de kerk vlak na de opening in 1898. De Spoorwegstraat heette toen nog Sonsbeekstraat.
© Gelders Archief: 1553-126, onbekende maker, Topografisch-Historische Atlas van het voormalig Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Velperplein, ca. 1907
Wie een beetje nostalgisch is aangelegd, krijgt bij deze foto van mevr. E. de Graaf tranen van weemoed in de ogen. Dat komt zeker door het rustige straatbeeld met een enkele handkar en paard met kar op een bijna verlaten weg. Tegenwoordig razen daar de auto’s van het Velperplein naar de Jansbuitensingel. Ook de fraaie afgekante koepel op het dak van het woonhuis van de weduwe Scheidus-Lüps roept tijden van weleer op. Achter dat huis begint de Spoorwegstraat, toen Sonsbeekstraat. Het huis werd in 1922 gesloopt om plaats te maken voor het Rijkstelegraafkantoor dat een jaar later werd geopend. In april 1945 werd het door de Duitse leger opgeblazen en na de oorlog nam het Rembrandt Theater de plek in (zie hiervoor Verleden Vandaag 7 maart).
De kerk in het midden van de foto is de Martinuskerk aan de Steenstraat, die in 1874 in gebruik werd genomen. De top van de toren van de Lutherse Kerk zien we helemaal links achter het koepeldak in de spoorwegstraat.
© Gelders Archief: 1501-04-4820, fotograaf E. de Graaf, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

27-3-1898 (zondag)
Opening Lutherse Kerk Spoorwegstraat

Deze week, in maart 2022, werd bekend dat de voormalige Lutherse kerk aan de Spoorwegstraat (weer) te koop staat. Dat kon de geloofsgemeenschap rond 1895 natuurlijk niet bevroeden toen ze een nieuwe kerkgebouw zochten voor het te klein geworden prachtige pand aan de Korenmarkt (nu uitgaansgelegenheid Fifth Avenue).
Geheel in de mode van de tijd ontwierp in september 1896 de Arnhemse architect Arie Reinier Freem (1853-1921) de kerk in neogotische-stijl. De kosterswoning rechts naast de kerk kreeg ook wat trekken van de neorenaissance. Bij de aanbesteding nam de firma Mulder en Van Wessemvoor f 56.250,- de bouw voor zijn rekening. De Lutherse gemeente hoede niet alles te betalen, want het geld voor de kerktoren kwam van mevrouw G.A. Swaving-Arriens. Op zondag 17 maart 1898 werd het gebouw met een kerkdienst in gebruik genomen. Het fraaie interieur met de houten lambrisering en de glas-in-loodramen is in restaurant Bizar-Bazar bewaard gebleven. Eens kijken of een mogelijke nieuwe eigenaar na betalen van de gevraagde 3,3 miljoen euro dat ook gaat doen.

Literatuur
Keesom, J., Het Spoorboekje. Ruim 150 jaar leven in de Spoorhoek.
Arnhem z.jr. (Stichting Werkgroep Spoorhoek), p. 23-24, 65, 88.

Vredenberg, J., Gustav Cornelis Bremer 1880-1949 – Arie Reinier Freem 1853-1921.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 100-102.

Wander, R.H.J., Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 25-26, 49.

28-3-1850 (donderdag)
Binnenmolen wordt Stedelijk Gymnasium

Binnenmolen, 17e eeuw
Fantasietekening van de Binnenmolen aan de Bovenbeekstraat naar de plattegronden van Geelkercken en Blaeu, 1639-1650.
© Gelders Archief: 1501-04-2079, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Gymnasiumgebouw, 1880
De neoklassieke voorgevel van het gymnasiumgebouw kort na de opening.
© Gelders Archief: 1505-III-46rood-0010, Topografisch-Historische Atlas van het voormalig Rijksarchief Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bouwtekening Stedelijk Gymnasium, 1879
Gemeentearchitect Van Cuijlenburgh maakte voor de Dienst Gemeentewerken de bouwtekeningen van het nieuwe schoolgebouw aan de Bovenbeekstraat. Onderaan de prent loopt de Bovenbeekstraat.
© Gelders Archief: 1506-1284, Dienst Gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

28-3-1850 (donderdag)
Binnenmolen wordt Stedelijk Gymnasium

Langs de Jansbeek stonden eeuwenlang in totaal tien molen: zeven buiten de stadsmuren en drie in de stad zelf. De Beekstraat en Bovenbeekstraat herinneren ons eraan dat de Jansstroom vanuit het noorden de stad inging. Aan de Bovenbeekstraat stond sinds de 13e eeuw de ‘Binnenmolen’, een waterkorenmolen. In de 19e eeuw was deze niet meer rendabel en eigenaar Gerrit Mos verkocht de molen en grond in 1844 voor f 16.000,- aan de stad. Die sloopten het bovenste deel en besloten op donderdag 28 maart 1850 de molen niet meer te verpachten, maar het als bouwterrein te gebruiken voor de Latijnsche School. In 1879 verrees een heel nieuw schoolgebouw aan de hand van gemeentearchitect A. van Cuijlenburgh jr. met een indrukwekkende neoclassicistische voorgevel. Met de onderwijswet van 1876 werd ook de naam nieuw: het Stedelijk Gymnasium. Leerlingen hadden er een extra rustbrenger bij, want de school stond naast het huis van de politiecommissaris. Toen de school in 1941 naar de Statenlaan vertrok werd in het pand zelfs het hoofdbureau van de politie gevestigd.

Literatuur
Dijkerman, P., Scholen. Honderdvijftig jaar scholenbouw in Arnhem.
Utrecht, 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 10, 53-54.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 100.

Janssen, G.B., Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), p. 24, 29-30, 57-60.

Nelissen, N., ‘Een Gijmnasium hier ter stede is alleszins gewenscht’.
Het Stedelijk Gymnasium te Arnhem, 1816-2016. 
Zutphen 2021 (Uitgeversmaatschappij Walburg Pers), p. 131-134.

29-03-1496 (dinsdag)
De ‘kokenmeister’ van Karel van Gelre

Karel van Gelre, ca 1518
Portret van een anonieme kunstenaar rond 1638 naar een origineel van Barthel Bruijn, ca. 1518.
© Museum Arnhem, GM-02882, fotograaf Peter-Cox.
Hertogelijk Hof op de Markt
Aan de oostzijde van de Markt stonden naast de hoofdwacht, de gebouwen van het hertogelijk bestuur (‘het Hof’). Het grensde rechts aan de ingebouwde Sabelspoort.
Prent van Jan de Beijer, De Grote Markt te Arnhem in het midden der 18e eeuw, 1742.
© Gelders Archief: 1551-3969, tekenaar Jan de Beijer, Public Domain Mark 1.0

29-03-1496 (dinsdag)
De ‘kokenmeister’ van Karel van Gelre

Wie door de kronieken en archieven van Arnhem bladert, stuit vaak op prachtige zinssneden en verdwenen woorden.
Neem nu eens dit besluit van Karel van Gelre van 29 maart 1496:
“Hertog Karel neemt Goossen van Bemmel aan tot zijnen kokenmeister en legt hem toe, voor de bezorging van den dagelijkschen kost in zijn hof, de opbrengst der assijsen en der tollen in de drie kwartíeren van Nijmegen, Zutphen en Arnhem en daarboven 400 malder rogge. In den jair onss Heren duysent vyerhondert sess ende tnegentich, des dynxdaiges na den heiligen palmdach.”
Het laatste ‘heiligen palmdag’ is Palmzondag, de laatste zondag in de vastentijd voor Pasen. Maar nu gaat het om de ‘kokenmeister’ die voor de dagelijkse kost voor het hof van hertog Karel moet zorgen. Dat was in de 15e eeuw wel iets meer dan chefkok, wat de letterlijke hertaling van deze functie zou zijn. De ‘kokenmeister’ kookte zelf niet, maar moest zorgen dat Karel en zijn gevolg altijd onderdak en eten had. Om dat te financieren mocht hij gebruik maken van belastingen (‘assijsen’ vergelijkbaar met accijnzen) en tollen van de hertog gebruiken. Ook kreeg hij een flinke hoeveelheid rogge: 400 malder is ongeveer 50.000 liter. Karel trok namelijk met zijn hele hofhouding van ongeveer 200 personen van stad naar stad om met zijn aanwezigheid zijn gezag uit te oefenen. De ‘kokenmeister’ was dus eerder een soort minister van financiën/rentmeester dan een chef-kok.

Literatuur
Hilberdink, C., Gelre’s hof. Van paardestal tot Huis der Provincie.Zutphen 1983 (Uitgeverij De Walburg Pers), p. 52-53.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd. (6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875). Deel 6, 1e stuk, no. 169, p. 124.

30-3-1908 (maandag)
Nieuw straatwerk in Klarendal

Bestrating Akkerstraat, 1908
Ook zijstraten van de Klarendalseweg, zoals de Akkerstraat hier (we kijken vanaf de Klarendalseweg richting de Agnietenstraat) werden in 1908 nieuw bestraat.
© Gelders Archief: 1523-30-0021, afdruk foto, fotoalbum mr. I. Everts. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Bestrating Hommelstraat, 1895
Grotere doorgangswegen hadden al voor 1908 een steendek gekregen. Stratenmakers leggen hier op de Hommelstraat zogenaamde “Ben-Ahin” keien. Dat was natuursteen afkomstig uit de plaats met die naam, vlakbij Huy, in België. Natuursteen was blijkbaar goedkoper dan baksteen
© Gelders Archief: 1501-04-15537, onbekende fotograaf, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Riolering Sonsbeeksingel, 1908
In 1908 werd op de ontsluitingswegen van Klarendal ook meteen de riolering aangelegd. Dit na jarenlang treuzelen en ondanks de slachtoffers die verschillende cholera- en difterie-epidemieën maakten. De meeste straten in de wijk moesten nog tientallen jaren wachten.
© Gelders Archief: 1501-1505, foto Atelier De Haas, Fotocollectie Gelders Archief Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

30-3-1908 (maandag)
Nieuw straatwerk in Klarendal
Aan het eind van de 19e eeuw moest in Klarendal nog een flinke inhaalslag gemaakt worden op het gebied van de riolering en bestrating van de wijk. In 1908 werd eindelijk een goede stap gezet toen de gemeenteraad op 30 maart besloot om de wegen langs het spoor, Klarendalsingel en Sonsbeeksingel, opnieuw te bestraten. Een bedrag van f 124.000,- werd daarvoor uitgetrokken. Met het opruimen van de allerslechtste woningen en de bouw van nieuwe huizen in het kader van de Woningwet van 1901 kreeg Klarendal eindelijk die aandacht die het verdiende. Een eerste stap, want saneren en renoveren zijn al sinds mensenheugenis met de wijk verbonden wijk.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 138.

Tellegen, J.W.C., Een en ander over Arnhem gedurende de laatste vijftig jaren.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem.
Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem), pp. 45-72.

Vredenberg, J., Klarendal en het Luthers Hofje. Arnhems eerste volkswijk.
Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), p. 25-29.

31-3-1913 (maandag)
Een lange weg naar de Rijnbrug

Lauwersgracht met Witte Brug, ca. 1920
Over de Lauwersgracht verbond sinds 1854 ‘de Witte Brug’, een ontwerp van stadsarchitect H.J. Heuvelink sr’., de Eusebiusbinnensingel met de buitensingel.
© Gelders Archief: 1501-04-6893, polyesternegatief, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Afbreken Witte Brug, 1933
Voor de aanleg van de ‘afweg’ van de nieuwe Rijnbrug moest ook de Witte Brug plaatsmaken. Daarmee verdween een romantisch plekje tussen de Walburgiskerk en de Boulevard Heuvelink.
© Gelders Archief: 1501-04-3377, polyesternegatief, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Demping Lauwersgracht, 1933
Op deze aquarel van Hendrik N. Postma is de demping van het zuidelijk deel van de Lauwersgracht in volle gang. Ook is de doorbaak van de Marktstraat te zien. Postma maakte een serie prenten van de bouw van de Rijnbrug die, samen met een maquette, op een tentoonstelling in 1934 in het Gemeentemuseum te zien waren.
© Gelders Archief: 1551-3911 Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

31-3-1913 (maandag)
Een lange weg naar de Rijnbrug
Op maandag 31 maart 1913 besloot de gemeenteraad dat een nieuwe vaste brug over de Rijn in het verlengde van de Lauwersgracht moest komen. Die brug moest de schipbrug, die sinds 1603 tussen de Praets en het Roermondsplein lag, vervangen. Aan het besluit gingen jaren van discussie vooraf, want ook dat Roermondsplein was in beeld als plek voor de verkeersbrug. Om het scheepvaartverkeer vrij onder de brug door te laten varen, moest de brug een behoorlijke hoogte hebben. Volgens de scheepvaartregels (Akte van Mannheim, 1868) moest de brug minimaal 9,1 meter boven de hoogste waterstand liggen.
Zelfs de auto’s in die dagen konden maar moeite een flink hoogteverschil overbruggen, om van paard en wagen nog maar te zwijgen. Toch was het toenemend aantal auto’s de belangrijkste reden voor de bouw van een vaste brug en die hadden een lange op- en afrit (de ‘afweg’) nodig.
Maar ja, wie gaat dat betalen. Eindeloze discussies tussen gemeente, provincie en Rijk waren het gevolg en ze kwamen er niet uit. Zelfs het heffen van tolgeld werd uit en te na besproken. Van Rijkswege kwam in 1927 het Rijkswegenplan en Arnhem kon daarop financieel meeliften. Toen ging de uitvoering van het besluit ineens heel snel. In 1933 werd begonnen met het dempen van het zuidelijke deel van de Lauwersgracht en in 1935 kon de (latere John Frost)brug voor het verkeer worden opengesteld.

Literatuur
Burgers, T., Watermonumenten. Beken, bruggen, dijken en gemalen in Arnhem.
Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), p. 24-25, 58-60.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en G. van der Wal, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913..
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 144.

Jacobs, I. D., De Brug. De oude Rijnbrug van Arnhem.
Zwolle 2018 (Uitgeverij WBooks), p. 17-43.

Schulte-van Wersch, C.J.M., De singels in Arnhem. Van vestinggordel tot Centrumring. 
Utrecht 2013 (Uitgeverij Matrijs), p. 47-49.

Februari Verleden Vandaag

2  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15
16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28
Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.

1-2-1898 (dinsdag)
Overspelige baron verkoopt Sonsbeek

Willem baron van Heeckeren, 1891
Na zijn ontuchtveroordeling, eerste en tweede echtscheidingszaak zocht de baron afleiding in langdurige verblijven in Parijs en de vossenjacht.
Schilderij van Charles Detaille.
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Instituut Collectie Nederland, Amsterdam , inv./cat.nr C242. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Uitspraak rechtbank, 24-4-1883
Willem wordt in het vonnis, met andere betrokkenen veroordeeld tot ‘cellulaire gevangenisstraf’. Dit betekende ‘in volledige afzondering’, met andere woorden: eenzame geïsoleerde opsluiting. De zes maanden zat de baron niet uit, want na anderhalve maand verliet hij de cel.
De veroordeling was op grond van artikel 334 van het vroegere Wetboek van Strafrecht (C.P. is de afkorting voor de Napoleontische Code Penal). Dit aetikel hield in ‘ontucht met minderjaren’ (jonger dan 21 jaar).
Uit: Arnhemsche Courant, 25-4-1883.
Via krantensite Delpher.
Verkoopfasen Sonsbeek, 1883-1899
In blauw de verkopen in de jaren 1883-1885 na de eerste ontucht- en echtscheidingszaak: vooral het zuidelijk deel van St. Marten en het noordelijk deel van de huidige Burgemeesterswijk. Het grootste deel werd gekocht door projectontwikkelaar Thomas Etty.
In geel de verkochte percelen bij de tweede echtscheiding, 1894-1899: het park en omliggende gebieden.
Uitsnede van K. Braakensiek, Wandelkaart van Arnhem en omstreken, 1882.
© Gelders Archief: 1506-1110, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij). Bewerking Jan de Vries, 2022.

1-2-1898 (dinsdag)
Overspelige baron verkoopt Sonsbeek

Willem F.M.A.H. baron van Heeckeren (1858-1915) was in 1898 overladen met schande en financiële problemen. Een gevangenisstraf wegens (aanzetten tot) ontucht en twee echtscheidingen wegens overspel leidden niet alleen tot publieke ongenade, maar ook tot een failliete boedel. De dubbele alimentatie (na de echtscheidingen in 1883 en 1898) was, met teruglopende inkomsten, niet meer op te brengen. De baron had er genoeg van en was toch al vaker in zijn eigen woning in Parijs dan in de witte villa op de Hartgersberg te vinden. Gelukkig was zijn grondbezit, ondanks meerdere grondverkopen vanaf 1883, nog steeds aanzienlijk: Sonsbeek met landerijen tot in Deelen toe, St. Marten, delen van het Sonsbeekkwartier, de Transvaalbuurt en ga zo maar door.
Willem verkocht bijna al zijn onroerend goed aan een speciaal daarvoor opgerichte bouwbedrijf, de Maatschappij tot Exploitatie van het Landgoed Sonsbeek. Grote man daarin was de rijke Arnhemse oliehandelaar Hendrik Kooy jr. Die greep zijn kans en kocht voor fl 750.000,- heel het gebied tussen de Schelmse-, Hommelse- en Zijpendaalseweg.
Een jaar later sloot Kooy een overeenkomst met de gemeente en kwam het park in gemeentelijke handen. In ruil daarvoor ontving Kooy bijna hetzelfde bedrag en de garantie  dat de gemeente de gronden naast het eigenlijke park bouwrijp zal maken. De stad is verzekerd van een groen hart en nieuwe woningbouwterreinen. Een prachtige deal voor alle partijen.
De baron behield nog wat kleine landerijen bij Deelen en onder Hoenderloo. Hij stortte zich weer op de jacht en verhuisde in 1910 definitief naar Parijs. Daar overleed hij vijf jaar later.

Meer over de betekenis van de aankoop van Sonsbeek door de gemeente: https://arneym.nl/aankoop-sonsbeek-1899/

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 133.

Habets, A., ‘Op grond van overspel …‘ Het verval van Sonsbeek onder Willem van Heeckeren.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 41 (september 2021), nr. 3, pp. 140-151.

Habets, A., Gratie voor Willem van Heeckeren. De ontknoping van het Sonsbeek-schandaal.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 41 (december 2021), nr. 4, pp. 238-241.

Iddekinge, P.R.A., Park van de Gemeente.
In: Iddekinge, P.R.A. van, Jansen, P.L.A., Jong, W. de (e.a.), Sonsbeek. Stadspark van Arnhem. Zwolle, 1998 (Uitgeverij Waanders), pp. 55-73.

Vredenberg, J., Stedelijke ruimte in de negentiende eeuw.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 34-53.

2-2-1735 (woensdag)

Bontenburch op Korenmarkt wordt Lutherse Kerk

Lutherse Kerk, 1895
Het kerkgebouw voordat het drie jaar later verlaten zou worden door de Evangelisch-Lutherse gemeente. Ze betrok in 1989 een nieuwe kerk aan de Spoorwegstraat.
Op de voorgrond een deel van de open galerij uit 1845 die diende als Korenbeurs. Het gebouw de Korenbeurs werd in 1899 in gebruik genomen.
© Gelders Archief: 1501-04-6419, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Blinde weduwe in de Bontenburch, 1589
Huis ‘De Bontenburch’ komen we vanaf de 15e eeuw tegen in de archieven. Zo is er een bericht uit 1589 van de blinde weduwe Margaretha. Zij maakt bekend dat haar dochter Merrij, die jarenlang voor haar heeft gezorgd, in een achterkamer van het huis mag wonen.
In rood omrand: ‘Bontenburch’ en ‘gesichts berooft’ (blind).
In: Schepensignaat, 1589, folio 100 recto.
Gelders Archief: 2003-402, Oud Rechterlijk Archief (ORA).

2-2-1735 (woensdag)
Bontenburch op Korenmarkt wordt Lutherse Kerk
Het gereformeerde geloof was leidend tussen 1579 en 1795 in Arnhem. Andere godsdienstige uitingen werden gedoogd en in deze ‘gewetensvrijheid’ was voor soms meer mogelijk. Ook de Lutherse geloofsgemeenschap mocht niet openlijk het eigen geloof uitoefenen. Vanaf 1657 stond het stadsbestuur toe dat de lutheranen weer openlijker hun geloof mochten  belijden. Zij kwamen bijeen in het huis Bontenburch, op de Korenmarkt. De Lutherse gemeente kreeg op 2 februari 1735 toestemming om het inmiddels bouwvallige Bontenburch te slopen en op die plek een nieuwe kerk te bouwen. Het stadsbestuur gaf zelfs een bedrag van fl 175,00 als een bijdrage in de bouwkosten. Twee jaar later, in 1737, kon de zaalkerk in gebruik worden genomen. Niemand minder dan stadstimmerman Leendert Viervant de Oude tekende waarschijnlijk voor het classicistische ontwerp.
In 1898 verliet de Lutherse gemeente de kerk en verhuisde naar een nieuw godshuis aan de Spoorwegstraat. Het gebouw op de Korenmarkt werd graanpakhuis en kreeg daarna verschillende amusements- en horecabestemmingen (bioscoop Scène eind jaren zeventig en discotheek Bubbles) en is sinds 2003 in gebruik bij uitgaanscentrum 5th Avenue.

Literatuur
Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 132.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907, pp. 397-398.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 73.

Wander, R.H.J., Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht 1997 (Uitgeverij Matrijs), pp. 14, 22-23, 24, 48.

Voormalige Lutherse Kerk  aan de Korenmarkt
Tekening uit 2004.
© Gelders Archief: 1592–158 tekening van W.F. van Reine, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.
Bioscoop Scène (2) en de Lutherse zwaan, ca. 1980
Vanaf 1977 tot eind jaren tachtig zat in de Lutherse kerk een bioscoop.
Het Lutherse symbool van de zwaan gaat terug op de Tsjechische kerkhervormer Johannes Hus. Vlak voor zijn terechtstelling op de brandstapel als ketter in 1415 sprak hij tot zijn rechters: “Jullie kunnen nu wel een gans (Husa = gans) verbranden, maar na mij zal een zwaan komen”. Maarten Luther werd door zijn volgelingen als de opvolger, dus de zwaan, van Johannes Hus gezien.
© Gelders Archief: 1524-3781, fotograaf Gemeentearchief Arnhem. CC0 1.0 licentie.

3-2-1737 (zondag)

Melk moet bliksembrand Grote Kerk blussen

Grote of Eusebiuskerk, 1742 
Twee bliksembranden in de jaren vlak voordat Jan de Beijer deze aquarel pentekening maakte, tastten de aanblik van de Eusebiuskerk en de 93 meter hoge toren niet aan.
Uitsnede van: Jan de Beijer, Arnhem vanuit het zuidoosten, 1742.
© Gelders Archief nr. 1555-10, Topografisch-historische atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie.
Brand in de Grote of Eusebiuskerk, 1633  
Ook in 1633 renden Arnhemmers af en aan om een bliksembrand in de Grote Kerk te blussen. Het is vooral water uit de Jansbeek, die toen nog langs de Markt stroomde, en niet melk die de brand moet doven. Op dit schilderij van Herman Breckerveld is goed te zien dat de toren nog niet de verhoging (de lantaarn) heeft. Die zou in 1650 aangelegd worden.
© Museum Arnhem, inv./cat.nr GM 2822. Alle rechten voorbehouden.

3-2-1737 (zondag)
Melk moet bliksembrand Grote Kerk blussen
Op zondag 3 februari 1737 trof  de bliksem voor de tweede keer in vijf jaar de toren van de Grote Kerk. In 1732 gebeurde dit uitgerekend op 2e Pinksterdag tijdens een kerkdienst. De brand die in 1737 uitbrak,  werd niet alleen met water maar ook – een oud volks bijgeloof volgend – met melk geblust. Arnhemmers renden af en aan met kannen (inhoudsmaat ca. 1,4 liter) om te voorkomen dat de brand zich verspreidde. En dat lukte.

Het stadsbestuur kwam de volgende dag bijeen en putte zich uit in complimenten voor de inzet van de bevolking. Ze vroeg ook iedereen, die met de melkblussing had geholpen, om zich te melden. Hen werd een financiële tegemoetkoming voor de melk in het vooruitzicht gesteld. De Arnhemmers meldden in totaal slechts 640 kannen aan. Uiteindelijk gaf dus water toch de doorslag bij het blussen. De brandschade zelf repareerde men voor een bedrag van fl 345,-.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 308.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 62.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 73.

4-2-1546 (maandag/donderdag)

Achter de staart van keizer Karels paard

Kanselarij, ca 1690
Karel V overnachtte waarschijnlijk in het Hof van Gelderland op de Markt. Een onderdeel van dat complex was het bestuursgebouw zelf: de Kanselarij. Voor het gebouw is de Jansbeek nog te zien.
Tekening van Jacobus Stellingwerff.
© Gelders Archief nr. 1555-2947, Topografisch-historische atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie.
Het provinciale bestuurscentrum op de Mark, ca. 1650
8 = Prinsenhof, voor 1591 was de naam Stadhoudershof en de residentie van de stadhouder (plaatsvervangend bestuurder) van o.a. Karel V.
9 = Stadhuis, gesloopt in 1840.
10 = Kanselarij, de ‘kantoren’ van de ambtenaren van het bestuur van Gelre. 
Detail uit een plattegrond van Nicolaes van Geelkercken uit 1639, gedrukt door J. Blaeu, Amsterdam, 1649.
© Collectie Atlas van Loon, Scheepvaart Museum Amsterdam.

4-2-1546 (maandag/donderdag)
Achter de staart van keizer Karels paard
Vergezeld door zijn jongere zus, landvoogdes Maria van Hongarije (1505-1558), arriveert op 4 februari 1546 de drager van de hertogstitel van Gelre in de stad: Karel van Habsburg. Hij is niet alleen hertog van Gelre, maar ook heer van alle zeventien Nederlanden, koning van Spanje en keizer over het Duitse Rijk. Hij wordt met die laatste, hoogste, titel aangesproken: keizer Karel V.
Via de Rijnpoort rijdt Karel tegen het vallen van de avond de stad binnen. Hij wordt ‘met diepe eerbiedingh en veele geschenken gewillekomd’. Om de feeststemming verder te verhogen, laat de stad ter ere van de keizer drie gevangenen vrij. Die gaan ‘an die Lijne’: de vrijgelatenen worden met een touw vastgebonden aan de staart van het paard van de keizer. Zo lopen ze achter de kont van keizer Karels paard van de Rijnpoort naar de Markt. Ze vergeten nooit meer aan wie ze hun vrijheid te danken hebben.

Literatuur 
Hasselt, G. van, Arnhemsche oudheden. Delen I-IV.
Arnhem 1803-1804, deel 2, p. 219-220. 

Hasselt, G. van, Oorsprong van het hof van Gelderland.
Arnhem 1792 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 35.

Lunteren, P. van, Hoog bezoek aan de Markt, 1339-2013. Ontvangst van hoogwaardigheidsbekleders door de eeuwen heen. 
In: Boonstra, O. en Lunteren, P. van (red.), De Markt van Arnhem. 800 jaar wonen, werken, besturen en bezoeken. 
Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren), pp. 139-162, p. 142.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 135.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Uitgeverij Van Egmond & Heuvelink), p. 17.

5-2-1749 (woensdag)
De ‘Vrouwe van Sonsbeek’ trouwt

Witte Villa Sonsbeek-Hartgersberg, ca 1900
Het oudste, middendeel, van de witte villa op de Hartgersberg is in 1744 gebouwd in opdracht van Adriana van Bayen. Het ontwerp was van stadstimmerman Anthony Viervant, een architect uit een roemruchte familie ontwerpers. Broer Hendrik ontwierp Huize Zypendaal en vader Leendert de Waag op de Markt en de Lutherse Kerk op de Korenmarkt.
In 1808 werden aan het middendeel twee zijvleugels gebouwd en ontstaat de witte villa zoals we die nu kennen.
© Gelders Archief: 1500-3277, tekening van Franz Wilhelm Robert Geißler (Rob), prentbriefkaartencollectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Huwelijksakte Hervormde Kerk Oosterbeek, 1749
Het eerste deel van de huwelijksregistratie van (rood omrand) Adriana van Bayen en Johannes Jongbloet in de Hervormde Kerk Oosterbeek op 5-2-1749.
© Gelders Archief: 1333-0119. Public Domain Mark 1.0 licentie.
Adriana van Bayen koopt gronden Hartgersberg, 1744
Teruggekeerd uit Indonesië koopt Adriana  met toestemming van de ‘stads-, wees- en momberkamer‘ (momber= voogd dan wel rechtbank van het Hof van Gelre) verschillende percelen grond van wat we nu Sonsbeek noemen. Zoals in 1744 (in rood omrand) ‘een perceel saay of tabacqkland genaamt Hartgersberg’.
Bron: Protocol van Bezwaar, Buiten Ooster Kwartier, folio 103 verso.
In: Gelders Archief: 2003-461, Oud Rechterlijk Archief Arnhem.

5-2-1749 (woensdag)
De ‘Vrouwe van Sonsbeek’ trouwt
Er zijn Arnhemse meisjes, maar ook ‘Arnhemse Meisjes’, de befaamde koekjes. Er zijn Arnhemse vrouwen, maar er is ook een ‘Vrouwe van Sonsbeek’. Zij is beeldbepalend voor de stad geweest. Bovendien is haar leven met mysteriën omgeven. In de archieven hebben historici nog maar weinig over haar kunnen vinden. Er is ook geen enkel portret van haar bekend, terwijl ze toch geld genoeg had om een kunstschilder te betalen.
Wel weten we wanneer de vrouw, die de witte villa op Sonsbeek in 1742 liet bouwen, trouwde. Dat was vandaag, zo’n 270 jaar geleden, op 5 februari 1749.
De plechtigheid vond, met toestemming van de Arnhemse predikant W. Themmen, plaats in de Oude Hervormde Kerk in Oosterbeek. Een romantische locatie inderdaad.
De gelukkige bruidegom is een advocaat van het Hof van Gelderland, Johannes Jongbloet. Hij slaat een geweldige slag. Door het huwelijk komt hij in het bezit van de mooiste heuvel van het landgoed Sonsbeek de Hartgersberg, inclusief het vijf jaar daarvoor opgeleverde ‘huisje op de berg’.

De naam van de bruid: Adriana van Bayen. Ze werd geboren in Batavia, werd wees en erfde een fortuin. Als minderjarige stond ze onder het toezicht van de Arnhemse Weeskamer en kwam hier wonen. In het bestuur van het weeshuis zaten enkele stadsbestuurders en die gaven zowel toestemming voor de koop van de Hartgersberg (voor 6.000 gulden), de bouw van de witte villa (12.000 gulden) als voor het huwelijk. Maar veel van het leven van Adriana (1723-1755), de Vrouwe van Sonsbeek, blijft in raadselen gehuld.

Literatuur  
Kuyk, G.A., De geschiedenis van het landgoed Sonsbeek bij Arnhem.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel 17 (1914), pp. 85-119.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 483-484.

Schulte, A.G., Van landgoed tot stadspark.
In: Iddekinge, P.R.A. (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem. Zwolle 1998 (Uitgeverij Waanders), p. 23-53.

6-2-1465 (maandag)
IJselijk verraad en Arnhemse trouw

Zoon ontvoert vader, 1465
In zijn nachthemd werd hertog Arnold door zijn zoon Adolf over het ijs van de slotgracht van Kasteel Grave ontvoerd. Arnold werd gevangen gezet en Adolf probeerde met zijn moeder Katharina van Kleef de steun te krijgen van de Gelderse steden.
© Rijksmuseum Amsterdam: RP-P-OB-78.333, tekening van Johann Wilhelm Kaiser, 1849, Atlas van Stolk. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Jansplaats en ‘Verrekestraotmert’, ca. 1650
Op de Jansplaats werd sinds 1459 jaarlijks in oktober de ‘beestenmarkt’ gehouden. De varkens werden om de hoek verhandeld, in de Varkensstraat (op de kaart 49, ‘De Verckenstraet’). Echte ‘Ernemmers’ spreken dan ook van de ‘Verrekestraotmert’.
Detail uit een plattegrond van Nicolaes van Geelkercken uit 1639, gedrukt door J. Blaeu, Amsterdam, 1649.
© Collectie Atlas van Loon, Scheepvaart Museum Amsterdam.

6-2-1465 (maandag)
IJselijk verraad en Arnhemse trouw
Maar liefst twee brieven verstuurt Adolf van Gelre (1438-1477) op zes februari 1465 naar Arnhem. Hij ‘belooft en zweert, de regten en vrijheden der stad Arnhem te zullen onderhouden.’ Bovendien zegt hij na te willen denken over het privilege dat zijn vader, Arnold (1410-1473) eerder aan de stad gaf, om op St. Lucasdag (18 oktober) een veemarkt mag houden. Die vond jaarlijks plaats op de Jansplaats. Voor deze twee brieven had Adolf, de vader van de roemruchte Karel van Gelre, alle reden.
In de ijskoude nacht van 9 op 10 januari had hij een machtsgreep uitgevoerd. Na een zogenaamd gezellig etentje met zijn vader op kasteel Grave nam hij hem midden in de nacht gevangen. Over de bevroren slotgracht werd de oude hertog, die zijn slaaphemd nog aan had, weggevoerd.
Arnhem zag dit tevreden aan, want de rechtmatige Arnold had zich geen krachtig vorst getoond. Arnolds halfslachtige optreden op politiek gebied en het militaire slagveld riepen de ergernis van het stadsbestuur op. Met voortdurend verhoogde belastingen was de maat vol. Maar de trouw van Arnhem aan de mogelijk nieuwe hertog moest wel beloond worden. En Adolf begreep dat: hij gaf meteen aan dat hij de rechten van de stad respecteerde en dat ook de veemarkt op St. Lucasdag niet meteen geschrapt zou worden.
De strijd tussen vader en zoon duurde voort. Zelfs de paus kwam eraan te pas om een verzoening te regelen. Lachende derde in dit alles: de Bourgondische hertogen.

Literatuur
Bosch, R.A.A., Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanciën, sociaal-politiek structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550.  
Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren, Werken Gelre no. 62), p.
111-112.

Driel, M. van, Arnhem, hoofdstad van het kwartier.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 188-221, pp. 126-155, p. 136.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 156.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 125-126.

7-2-1912 (woensdag)

Coen de Koning wint Elfstedentocht

Coen de Koning, sportkampioen
De met medailles behangen en met bekers omringde sportkampioen Coen de Koning.
© Archieffoto in het Noordhollands Dagblad, 29-1-2021.
Huldiging Coen de Koning, 8-12-1912
In de Arnhemsche Courant werd op vrijdag 9 februari in de middageditie (de krant had per dag een middag- en avonduitgave) uitgebreid verslag gedaan van de huldiging van de plaatselijke sportheld.
In: Arnhemsche Courant, 9-2-1912 (middageditie), p. 1 en 2.
Huldiging Coen de Koning, 8-12-1912
In: Arnhemsche Courant, 9-2-1912 (middageditie), p. 1 en 2.

7-2-1912 (woensdag)
Coen de Koning wint Elfstedentocht
Op een historische schaatsdag in 2022 met de vijfde achtereenvolgende gouden medaille op de Olympische Spelen voor Ireen Wüst kijken we terug naar  een schaatswedstrijd 110 jaar geleden.
Toen werd de tweede Elfstedentocht een triomf met een vreemde nasmaak voor de in Arnhem wonende Coen de Koning. Hij was al een groot sportkampioen in 1912 met een wereldduurrecord op de schaats dat 43 jaar lang zou blijven staan en verschillende Europese en wereldtitels.
Waar De Koning aan de start verscheen, waren de anderen eigenlijk alleen in gevecht voor de tweede plaats. Het weer zat al niet echt mee op woensdag 7 februari. De dooi was een dag eerder ingetreden en bij de start om vijf uur in de ochtend regende het zacht. Van de 65 deelnemers haalde 36% de finish, maar Koning wist na 11 uur en 40 minuten als winnaar te eindigen.
Na afloop diende zijn grote rivaal Jan Ferwerda een protest in. In de eigen woorden van De Koning: “Het protest luidde dat ik mij had laten trekken door mijn gids. Ik verzekerde hem dat ik mij door niemand had laten trekken, dat ik zelfstandig de wedstrijd had uitgereden en volgens mij waren het grote leugens. Na dit onderhoud ging ik de zaal binnen en ik bemerkte een gedrukte stemming. Als er een gewoon mens binnengekomen zou zijn, kon het niet stiller zijn geweest. Maar het liet mij ijskoud en ik nam plaats op een stoel ver van de anderen verwijderd.”
Het protest werd afgewezen en een dag later werd De Koning groots ingehaald in Arnhem. Tussen Ferwerda en De Koning kwam het nooit meer goed. De Koning wilde eigenlijk niet deelnemen aan de volgende Elfstedentocht in 1917. Toen hij hoorde dat Ferwerda wel zou  meedoen, bond hij alsnog de schaatsen onder en won andermaal.

Literatuur
Fiege, K., Twee eeuwen sporten in Arnhem. 
Arnhem 2001 (De Arnhemsche Courant / De Gelderlander), pp. 45-46.

Rams, C., Coen de Koning zijn verhaal.
Maasbracht 2005. 
Via: https://home.hccnet.nl/c.rams/zijnverhaal.pdf, laatst geraadpleegd 10-1-2021.

8-2-1782 (vrijdag)

Geruchtmakende grondverkoop Eusebiuskerkhof

Grote Kerk en kerkhof
Het huis van David Meijer stond op het westelijk deel van het kerkhof. Op deze plek werd in 1875 de Vismarkt (zie Verleden Vandaag van 23 januari) gebouwd.
Detail van een kaart van Frederik Beyerinck van het Binnen Ooster Kwartier van Arnhem, 1762-1764.
© Gelders Archief: 2000-2049, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

8-2-1782 (vrijdag)
Geruchtmakende grondverkoop Eusebiuskerkhof
Het stadsbestuur dacht op 8 februari 1782 een geweldige slag te slaan. Het bleek anderhalf jaar later de lont in een kruitvat van ongenoegen en geweld.
Ten noorden van de Eusebiuskerk, nu de Kippenmarkt en de Broerenstraat, lag het kerkhof van de Grote Kerk. De begraafplaats was overvol en ‘de rooden loop’ (dysenterie) zorgde bovendien voor extra sterfgevallen. Om de besmetting in de perken te houden, zou het goed zijn om de doden buiten de stadsmuren te begraven. Maar dat kostte geld en daar moest wat op gevonden worden.
Er diende zich plots een buitenkans aan. De eigenaar van een groot herenhuis bij het kerkhof wil zijn voorterrein vergroten en wil het achterste, westelijke gedeelte van het kerkhof kopen. De welgestelde David Meijer nam bovendien alle verder kosten op zich: verbreden van de straat, het verplaatsen van twee brandspuithuisjes en het plaatsten van een hek voor zijn huis als duidelijke scheiding tussen zijn privéterrein en het openbare gebied.
In het huis van David Meijer werd twee jaar eerder de beroemde rechtsgeleerde Jonas Daniel Meijer geboren. De tweejarige kreeg waarschijnlijk niet mee wat er in zijn jonge leven allemaal gebeurde (zie Verleden Vandaag van 6 december).
De Arnhemmers wilden namelijk niet op de nieuwe begraafplaats buiten de Velperpoort (ter hoogte van de huidige Martinuskerk) begraven worden, want dit was een vroegere vuilstort. Bovendien: was hier geen sprake van vriendjespolitiek en corruptie? Had Meijer niet een flink bedrag geleend aan een stadsbestuurder en was dit een discutabele wederdienst? Bij de eerste geplande begrafenis op het nieuwe kerkhof op 1 augustus 1783 sloeg de vlam in de pan. Het huis van Meijer werd belaagd en de vermaarde ‘Arnhemse Kerkhofoproeren, 1783-1784’ voltrokken zich met plundering, gewelddadige rellen, een politieke machtsgreep, enz.. Daarover in een ‘Verleden Vandaag’ van augustus.

Literatuur
Cappers, W., Funeraire Cultuur Arnhem.
Soesterberg/Rotterdam 2002 (Aspekt / De Terebinth), p. 22.

Cappers, W.P.R.A., ‘Wee je gebeente!’: het Arnhemse kerkhofoproer gezien vanuit genderperspectief, 1781-1785.

In: Altena, M. e.a. (red.), Moordmeiden en schone slaapsters; beleving en verbeelding van vrouwen en de dood. Jaarboek voor vrouwengeschiedenis, 2004, pp. 11-45.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 226-227.

Mayer-Hirsch, N., Rellen rondom het geboortehuis van Jonas Daniel Meijer.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 6 (1985), nr. 1, p. 17-23.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.  
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 96-97.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, p. 76-78.

9-2-1884 (zaterdag)
De stoomtram komt eraan!

Eindpunt OSM stoomtram ‘Du Soleil’, 1911
In het midden de tram, die inmiddels is geëlektrificeerd, van de OSM.
Rechts uit de Bergstraat komt de Arnhemse (GETA stadstramlijn) 2. Uiterst rechts Grand Hotel Du Soleil en op de hoek het eveneens prachtige pand (met dakkoepel) uit 1902 van de firma J. van Velden (bakkerij en chocolatier).
© Gelders Archief: 1501-04-9401, onbekende fotograaf. Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 9-2-1884.
Een deel van de discussie met in rood omrand de opmerking over het lawaai van de stoomfluit.
Verslag van de raadsvergadering, 9-2-1884.
In: Gelders Archief: 2192-108, Secretarie Gemeente Arnhem.
Proefrit wordt wedstrijd paard-stoomtram, 1884
Uit: De Gelderlander, 6-1-1884.
Via Regionaal Archief Nijmegen.

9-2-1884 (zaterdag)
De stoomtram komt eraan!
Op de agenda van de raadsvergadering van zaterdag 9 februari 1884 luidde agendapunt 11: ‘Concessie voor den aanleg en exploitatie van een stroomtramweg Onderlangs’.
Die beoogde concessie was vastgelegd in 25 artikelen en elk artikel werd punt voor punt besproken. Verschillende amendementen werden per artikel ingediend en na lang beraad werd de aangepaste concessie met 24 stemmen tegen één aangenomen.
Het eindpunt van de stoomtram, die via Driebergen-Zeist de stad met Amersfoort zou verbinden, kwam te liggen bij ‘hôtel “de Zon”’ (hotel met circonflexe-dakje op de o). De Arnhemmers kennen dit beter als ‘Du Soleil’ op de Onderlangs, in 1884 genummerd als Rijnstraat en pas later als Onderlangs.
Raadsleden hadden vooral moeite met de bouw van werkplaatsen en remises, die het aanzicht van met bomen omzoomde Onderlangs zouden verpesten. Ook de veiligheid van de kinderen op de scholen in de buurt vroeg de aandacht. Daarnaast werd de eventuele geluidsoverlast van de stoomfluit genoemd (‘Kan de fluit niet vervangen worden door een bel?’), maar ontlokte verder geen grote discussie.
De OSM (Ooster Stoomtram-Maatschappij) kreeg de vergunning en de eerste feestelijke (proef)rit op donderdag 29 mei 1884 werd onverwacht een wedstrijd tussen het traditionele paard en het ijzeren stoompaard.

Literatuur
Bosman, F., Tussen Arnhemse lijnen. 130 jaar openbaar vervoer in en rond Arnhem.
Bilthoven 2009 (Uitgeverij Studio Vervoer Nederland), p. 8-9.

De Gelderlander, 6-1-1884.Via Regionaal Archief Nijmegen.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 128.

Verslag van de raadsvergadering, 9-2-1884.
In: Gelders Archief: 2192-108, Secretarie Gemeente Arnhem.

10-2-1900 (zaterdag)

Huis Sonsbeek wordt luxehotel: vijf gulden voor kerstdiner

Hotel Sonsbeek, ca. 1930
De omschrijving bij deze prent luidt ‘Hotel Sonsbeek met drie groote Markiezen met uitzetconstructie’.
© Gelders Archief: 1501-04-13826, onbekende fotograaf. Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kerstmenu, 1928
Het kerstmenu van het Hotel Sonsbeek in 1928 was ‘prijzig’: voor vijf gulden kreeg je elf gerechten met fraaie Franse titels. En met die prijs kreeg je gratis de ambiance van het restaurant.
Verslag van de raadsvergadering, 9-2-1884.
Uit: Arnhemsche Courant, 21-12-1928.
Via krantensite Delpher.

10-2-1900 (zaterdag)
Huis Sonsbeek wordt luxehotel: vijf gulden voor kerstdiner

Toen de gemeenteraad op 15 april 1899 besloot het Park Sonsbeek te kopen, kreeg het ook 34 gebouwen extra in beheer. Daaronder schuren, boerderijen, tuinmanswoningen en bovenal ‘Huize Sonsbeek’. De villa werd sinds jaren niet meer vast bewoond, want de laatste particuliere eigenaar baron Willem Frederik van Heeckeren verbleef, vanwege enkele schandalen, het liefst in Parijs (zie Verleden Vandaag 1 februari).
De gemeente zat met de villa in zijn maag: groot onderhoud en renovatie was nodig. Op 10 februari 1900 gaf de gemeente daarom toestemming tot het exploiteren van een hotel in het gebouw. Daar werd geen half werk van gemaakt, want alle nieuwe snufjes werden aangebracht: wc’s, badkamers, elektriciteit, warmwatervoorziening. Hotel Sonsbeek werd in een klap een van de meest luxueuze hotels in de stad. Het geheel werd gecompleteerd door een aandachttrekkende zonwering over bijna de hele breedte van het zuidelijke terras. In de zomer had de welgestelde clientèle in de schaduw van de verticaal gestreepte gigantische markiezen een magnifiek uitzicht over de Jansbeek, de stad en de Betuwe tot aan de heuvels van de Berg en Dal toe.
Die aanblik hebben we vandaag de dag, enige kantoortorens buiten beschouwing latend, nu nog steeds. Een kerstdiner voor vijf gulden zit er echter niet meer in.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 133.

Schulte, A.G., Monumenten in het park.
In: Iddekinge, P.R.A. (e.a.), Sonsbeek. Stadspark van Arnhem. Zwolle 1998 (Uitgeverij Waanders), p. 123-153, p. 129.

Tellegen, J.W.C., Een en ander over Arnhem gedurende de laatste vijftig jaren.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem.
Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem), pp. 45-72, p. 69.

In de schaduw van de bomen, ca. 1935
Als het zuidelijke terras toch te warm was, konden de gasten uitwijken naar de schaduw van de bomen aan de noordzijde. Als ze naar de ingang keken, wisten ze waar ze waren: Hotel Sonsbeek.
© Gelders Archief: 1500-3727, onbekende fotograaf. Prentbriefkaartencollectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Nieuwe warmwaterinstallatie, 1924
Een kwart eeuw na de inrichting tot hotel werd de warmwatervoorziening gerenoveerd. De Arnhemse firma W. Stokvis met werkplaatsen aan de Oude Kraan/Vijfzinnenstraat zorgde daarvoor.
In: Gelders Archief: 1506-2206, Koninklijke Fabriek van Metaalwaren W.J. Stokvis / Gemeentewerken Arnhem, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

11-2-1532 (donderdag)
Een goede scheerbeurt is hertog Karel een molen waard

Jansbeek met molens, ca. 1737
Vanuit het oosten (het noorden is rechts) kijken we naar de Jansbeek, het vrijwel onbebouwde Burgemeesterskwartier en de Amsterdamseweg. Aan de Jansbeek de verschillende molen met hun molens.
Uitsnede van een kaart van Gijsbert Verbeek, Caerte van het laeste gedeelte van het Wester Quartier van ’t Schependomb der stad Arnhem, enz.
© Gelders Archief: 2003-469, G. Verbeek, Oud Rechterlijk Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

11-2-1532 (donderdag)
Een goede scheerbeurt is hertog Karel een molen waard
Een barbier in de 16e eeuw had toch een bijzonder positie. Je was lid van het chirurgijnsgilde en werd geacht eenvoudige medische handelingen te kunnen verrichten. Je messenarsenaal gebruikte de barbier echter niet voor operaties, maar voor het scheren van de mannelijke clientèle. O wee als je mes uitgleed en een kleine snee achterliet op het gezicht van de klant. Zo werd in 1721 een barbier nog beboet met 25 goudgulden, omdat hij een verwonding niet had gemeld.
Heel wat tevredener over zijn barbier Herman Boetzeel was hertog Karel van Gelre. In een oorkonde van 11 februari 1532 kreeg de barbier een stuk land en toebehoren, waaronder een watermolen. Het grondstuk lag tussen ‘dess  cloesters sent Agneten waitermoelen’ (Agnietenmolen, nu Watermuseum) en ‘onsen ‘Spicker’ (graanopslag en buitenverblijf het ‘Gulden Spijker’) van de hertog (op het eilandje in de Grote Vijver op Sonsbeek). Het is de in 1821 gesloopte Sonsbeker- of Bruininxmolen in de buurt van de huidige Zwanenbrug.
Kijk, dan word je graag geknipt en geschoren.

Literatuur
Janssen, G.B., Arnhemse molens en hun geschiedenis. 
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), pp.
27-28.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 278-279.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd.
(6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875). Deel 6,  Band 3, no. 1670, pp. 1008-1009.

12-2-1622 (zaterdag)
Walburgiskerk wordt militaire gevangenis

Walburgiskerk, 1737
© Gelders Archief: 1551-2853, onbekende tekenaar. Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Walburgiskerk in de winter, ca. 1830
Dit gezicht op de Walburgiskerk en rechts daarvan de toren van de Eusebiuskerk krijgt door het winterse schaatstafereel op de Lauwersgracht een extra romantisch tintje.
Schilderij van Abraham Johannes Couwenberg (1806-1844).
© Museum Arnhem, GM 12001. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

12-2-1622 (zaterdag)
Walburgiskerk wordt militaire gevangenis
Sinds de Arnhemse Beeldenstormen van 1578 en 1579 was het protestantse geloof (Neder-Duits Hervormd) leidend in de stad. In de Grote Kerk werd de rooms-katholieke aankleding  (heiligenbeelden, monstransen, schilderingen) verwijderd. De kerk werd een sober godshuis in de opvattingen van de ‘nieuwe ware leer’. De kloosters en de gasthuiskapellen binnen de stad werden buiten gebruik gesteld. De kloosters buiten de stad (Mariëndaal, Monnikenhuizen, Bethaniën) werden gesloopt. De stenen werden hergebruikt bij de versteviging van de stadsmuur of het bouwen van woonhuizen.
Het calvinistische stadsbestuur zat wel in de maag met de Walburgiskerk. Sloop van het gebouw ging een brug te ver, maar welke bestemming moest het dan hebben? Die werd gevonden in de politiek-militaire omstandigheden, de Nederlandse Opstand van de zeven noordelijke gewesten tegen het Spaanse gezag. De kerk werd ingericht als wapenopslagplaats en ging verder door het leven als ‘Bussenhuis’ en ‘Arsenaal’. Er was plek genoeg, want de kerkbanken waren na de Arnhemse Beeldenstorm weggehaald.
Er was nog voldoende ruimte over en daarom werd op 12 februari 1622 besloten een deel van het gebouw in te richten als militaire gevangenis. Een ‘provoost’, een militair officier met opsporingsbevoegdheid, hield toezicht op de wapens en de veroordeelde soldaten.

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 272-273.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 33.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 93.

13-2-1760 (woensdag)
De prijs van martelen en hangen

Lijfstraffen op de Markt
Links voor de hoofdwacht, waar de militaire bewaking van de bestuursgebouwen op de Markt onderdak had, staan het ‘houten paard’ en de ‘schandton’. Op het ‘paard’ moesten vooral prostituees en bestrafte soldaten plaatsnemen. Met zware gewichten aan hun voeten werden ze zo dagenlang ‘te kijk’ gesteld. In de ‘schandton’ moesten vrouwen staan en dan door de stad lopen, ook ten schande van iedereen die het kon zien.
Verder staan, aan de oostzijde van de Markt naast de hoofdwacht, de gebouwen van het provinciale bestuur (‘het Hof’) en rechts de ingebouwde Sabelspoort.
Prent van Jan de Beijer, De Grote Markt te Arnhem in het midden der 18e eeuw, 1742.
© Gelders Archief: 1551-3969, tekenaar Jan de Beijer, Public Domain Mark 1.0
De Galgenberg (nu Moscowa), 1766.
Waar de Hommelseweg (‘Weg van Arnhem na Deventer / ’t Loo’) en de Apeldoornseweg (bovenste gele weg) elkaar ontmoetten, was tussen de ‘heij-landen’ de Galgenberg.
Uitsnede van Frederik Beijerinck, Caart vertonende de eijgentlijke gedaante van het St. Martens Kerckhoff, (enz.), 1766.
© Gelders Archief, Oud Archief Arnhem 3390. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

13-2-1760 (woensdag)
De prijs van martelen en hangen
Scherprichter, ‘hij die met het scherp van het zwaard recht doet’, was zijn officiële functienaam. We zeggen nu vooral beul. Een scherprichter verrichte arbeid: de rechtbank had een vonnis uitgesproken en de scherprichter voerde die, tegen betaling, uit. Maar zoals bij alle andere beroepen: men was het vaak niet eens over de hoogte van de kosten. Zo ook in 1759: scherprichter Johan Hendrik Anhalt en het stadsbestuur van Arnhem bleven het oneens over de vergoeding van de verrichte werkzaamheden.
Burgmeester en schepenen wilden nieuwe onenigheid in de toekomst voorkomen en stelden daarom op 13 februari 1760 een prijslijst voor Johan op. Nu wisten beide partijen tot in detail waar ze aan toe waren. Enkele prijskaartjes:
– een gewone geseling: drie gulden inclusief vastbindtouwen
– afsnijden van een oor: drie gulden
– knijpen met gloeiende tangen: niet meer dan vijf gulden
– onthoofding met zwaard of bijl: basisbedrag drie gulden plus dertig gulden
– vierendelen van een veroordeelde: basisbedrag drie gulden plus zeventig gulden
enzovoorts, enzovoorts.
De uitvoering van de vonnissen vond plaats op de Markt. Voor het ophangen van de veroordeelden gebruikte men verschillende plekken, de galgenbergen. Uiteindelijk kwam die ten noorden van de stad bij Moscowa. Daar heet het gebied nog steeds Galgenberg, Dan kon iedereen die de stad binnenkwam zien dat met Arnhem niet te spotten viel. En ja, ook voor het transport van de ter dood veroordeelde van de Markt naar de Galgenberg mocht de scherprichter een declaratie indienen: twintig gulden, maar dan moest hij wel zelf voor een kar zorgen.

Literatuur
Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.
Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), p.
42, 230-231.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 138-142.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 84-89.

14-2-1880 (zaterdag)
Klassenverkleining naar 40 leerlingen zorgt voor Heijenoordschool

Heijenoord en Amsterdamseweg, 1874
Rond 1870 veranderde Heijenoord van een villagebied, zie de vrijstaande huizen in het oostelijk deel, in een meer industrieel gebied. Het spoorwegemplacement, ‘Bierbouwerij De Kroon’ (sinds 1860) en de ‘Arnhemse Bandfabriek’ (vanaf 1870) zorgden voor werkgelegenheid. De komst van arbeiders deed de vraag stijgen naar woningen en naar scholen voor hun kinderen.
Uitsnede van Sloten, P.K.P.J. van, Topographische kaart der gemeente Arnhem, enz.
© Gelders Archief: 0509-215, Kaartenverzameling. Public Domain Mark 1.0 licentie.
Schilderstraat met Openbare Lager School XIII, 1974
School ‘No. 13’ werd in april 1883 geopend en was tot de Schoolwet van 1901 een voorbeeld voor de andere scholen in de stad. In 1953 ging de school als Heijenoordschool verder aan de Gentiaanstraat. Na de sloop in 1987 was op het terrein eerst een speelplaats en nu een woningblok.
© Gelders Archief, 1544-2600-0001, Fotocollectie Gerth van Roden CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Voorbeeld voor andere scholen, 1883
In de Arnhemse Courant werd, in rood omrand, de lofzang bezongen van het voor die tijd geweldige schoolgebouw met o.a. aparte privaten (toiletten) voor jongens en meisjes,
Uit: Arnhemsche Courant, 29-5-1883.
Via krantensite Delpher.

14-2-1880 (zaterdag)
Klassenverkleining naar 40 leerlingen zorgt voor Heijenoordschool
Rond 1880 kwamen in Heijenoord twee ontwikkelingen samen. Tussen de Amsterdamseweg en de spoorlijn hadden zich enkele fabrieken gevestigd en die trokken arbeiders aan. De villabouw, die tot dan toe een hoge vlucht had genomen in dit stadsdeel, werd omgezet in de bouw van arbeiderswoningen.
Twee jaar daarvoor had de Tweede Kamer een onderwijswet aangenomen, waarbij de maximale klassengrootte van 70 naar 40 leerlingen ging. Gemeenten moesten toen ineens nieuwe openbare lagere scholen bouwen. Vandaar dat op 14 februari 1880 de Arnhemse gemeenteraad besloot om bij de Noordelijke Parallelweg grond aan te kopen voor de bouw van een nieuwe school. Dit werd ‘School no. 13’ aan de Schilderstaat, de voorloper van de Heijenoordschool.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 127.

Vredenberg, J., Heijenoord en Lombok. Van landgoed tot stadsuitbreiding in Arnhem.
Utrecht 2005 (Uitgeverij Matrijs), p. 39.

15-2-1922 (woensdag)
Dat waren nog eens winters: bevroren Rijn

Schipbrug buiten gebruik door drijfijs, 1922
Uit: Arnhemsche Courant, 15-2-1922.
Via krantensite Delpher.
Schipbrug vast in Rijnijs, 1928-1929
In de winter van 1928-1929 bevroor de Rijn nogmaals. Men was te laat om de schipbrug, op de achtergrond, tijdig weg te varen. De winter was zo streng en het ijs zo dik dat men over een groot gedeelte van de Rijn kon lopen.
© Gelders Archief: 1501-04-13244, onbekende fotograaf, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie.
Schipbrug, ca. 1934
Op deze prachtige aquarel van Johan Hendrik van Mastenbroek zien we de schipbrug in zijn laatste dagen. Op de achtergrond wordt de vaste verkeersbrug (John Frostbrug) gebouwd. Het gezicht op de Rijnkade en de toren van de Eusebiuskerk wordt verlevendigd door een stoomschip.
© Gelders Archief: 1553-79, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

15-2-1922 (woensdag)
Dat waren nog eens winters: bevroren Rijn
Precies honderd jaar geleden kwam langzamerhand een eind aan een strenge winterperiode. Door het drijfijs op de Rijn was de schipbrug al een tijdje buiten gebruik. De pontons waren in de vluchthaven gevaren om beschadiging aan de brug te voorkomen. Voor mensen uit de Betuwe was de stad alleen nog bereikbaar met een stoombootje. Die laveerde tussen de ijsschotsen door van de Praets naar het Roermondsplein. Maar met het zachtere weer kon men nu de schipbrug weer terugleggen.
Literatuur
Arnhemsche Courant, 15-2-1922.

16-2-1885 (maandag)
Oorkonde en gedenksteen opening waterleidingnetwerk

Oorkonde opening waterleidingnetwerk, 1885
De oorkonde met de voorgeschiedenis van de opening van het waterleidingnetwerk.
© Gelders Archief: 1506-7707, Arnhemse Waterleiding Maatschappij, kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kaart eerste waterleidingnetwerk, 1883
Vanuit het waterpompstation (‘Prise d’eau’) aan de Westervoortsedijk werd het water door de stad gepompt.
© Gelders Archief: 1506-414, tekening van ing. H.P.N. Halbertsma. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Hoogwaterreservoir Hommelseweg, 1885
Het is één van de mooiste torentjes van Arnhem: die van het hoogwaterreservoir in de driehoek van de kruising Hommelseweg-Wagnerlaan. En, hij staat er nog steeds en bekroont  een koepelgewelf waar 1500 kuub water in kan.
Als je daar toch bent, loop even door naar boven.  Restaurant ‘De Steenen Tafel’ huist namelijk in een fraaie betonnen watertoren uit 1928, die werd aangelegd om de nieuwe wijk Geitenkamp van water te voorzien.
© Gelders Archief: 1506-12, Directeur van de Waterleidingwerken / Halbertsma,
Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie.

16-2-1885 (maandag)
Oorkonde en gedenksteen opening waterleidingnetwerk
In een fraai gekalligrafeerde oorkonde werd op 16 februari 1885 de hele aanloop naar de dag zelf, de opening van het waterleidingnetwerk, uit de doeken gedaan. Met de in gebruikstelling van de fonteinen bij de Planten- en Vogeltuin bij de Velperweg (nu park van ‘Regina Pacis’) werd de ondergrondse waterleiding van Arnhem in gebruik genomen. Dat werd hoog tijd, want de openbare waterpompen bleken – vooral in de armoedigste buurten als Langstraat en Klarendal – een bron van ziektebesmetting. De cholera eiste in de voorgaande decennia vele honderden slachtoffers.
De exploitatie van het water was in handen van een Belgische maatschappij met de prachtige naam ‘Compagnie Générale des Conduites d’Eau’. Op enkele waterdeksels van het buizennet in de stad is die naam nog te lezen.
Het water werd in een pompstation aan de Westervoortsedijk uit de grond gehaald en dan naar een hoogwaterreservoir aan de Hommelseweg geperst. Vandaar ging het naar de huizen in de stad.
De oorkonde werd in een loden bus achter een gedenksteen in de voorgevel van het pompstation gemetseld. De oorkonde is in veiligheid gebracht en de gedenksteen belandde in een voortuin aan het Staringplein. Geschiedenisspeurders Benno Landsheer en Theo Brink proberen nu (2022) uit te zoeken hoe dat allemaal heeft kunnen gebeuren.
Literatuur
Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), pp. 193-194.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), pp. 144-159, p. 147-149.

Riele, A.W. te, Geschiedenis van de dienst.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem.
Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem), pp. 11-44, p.23.

Schaap, K. en Seebach, C., Op uw gezondheid.
Arnhem 1985 (Gemeentearchief Arnhem), p. 26-31.

17-2-1786 (zondag)
Oprichting Vrijmetselaarsloge in Arnhem

De Vrijmetselarij ontmaskerd, 1753
De inhoud van dit werk, uitgegeven door de Arnhemse drukker Jacob Nijhoff, bood het tegendeel van wat de titel suggereert. Toen in Nederland de kritiek op de eerste vrijmetselaarsloges opstak, moest dit vertaalde werk uit Schotland van ‘een gewezen vrijmetselaar’ aantonen dat vrijmetselaars alleen eerzame bedoelingen hadden.
Gedenkpenning ‘Vriendschap en deugd’, 1786-1886
De symbolen van de vrijmetselarij op een zilveren gedenkpenning ter ere van het honderdjarig bestaan van ‘De Geldersche Broederschap’ in 1886. Een vijfpuntige ster en samengebonden eiken- en acaciatak omringen een cirkel met het alziend oog in een stralenkrans boven drie ineengeslagen handen en twee samengebonden lauwertakken.
De tekst Amicitiae Fundamentum Virtus en G. B. betekent: vriendschap is de basis van de deugd, Geldersche Broederschap.
© Teylers Museum, TMNK 03447. Pictoright Amsterdam (alle rechten voorbehouden).
‘In den Corstaniënboom’, Turfstraat
In het koffiehuis ‘In den Corstaniënboom’ was op 17-2-1786 de officiële oprichting\ van de vrijmetselaarsloge Later woonde hier in de Turfstraat Antoon Markus, wiens ‘Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw’ tot op de dag van vandaag een onuitputtelijke bron van historische feitjes, anekdotes en straattypes is.
© Gelders Archief: 1500-1355, Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

17-2-1786 (zondag)
Oprichting Vrijmetselaarsloge in Arnhem
De Vrijmetselaars roepen nog steeds een sfeer van geheimzinnigheid op. Een ruim tweehonderd jarig bestaan van de ‘Loge der Geldersche Broederschap’ heeft daar niet veel aan kunnen veranderen. Het aanvankelijk besloten karakter en de gebruikte rituelen en symbolen droegen aan het mysterieuze beeld aan. Nog steeds staat op de website van plaatselijke vrijmetselaars: “Vrijmetselarij stimuleert mensen bewust denkend in het leven te staan. Dat doel is niet uniek, maar de manier waarop dat doel wordt nagestreefd is dat wel; er wordt gebruik gemaakt van symbolen en rituelen.“
Na enkele voorbereidende bijeenkomsten vond op zondag 17 februari 1786 in het koffiehuis ‘In den Corstaniënboom’, recht tegenover ‘De Waag’, de officiële oprichting plaats van de Vrijmetselaarsloge der Geldersche Broederschap.
De twaalf oprichters kwamen uit de Arnhemse elite: advocaten, schepenen, artsen en hoge legerofficieren. Groot verschil met die elite was dat de vrijmetselaars zich baseerden op het gedachtegoed van de Verlichting en dat ze kritisch stonden ten opzichte van de orangistische prinsgezinde bestuurskliek. De patriotse verenigingen in Arnhem (Vaderlandsche Sociëteit, Aan ’t Nut van ‘t Algemeen) ging voor de Loge echter te ver in ideeën en middelen om dat te bereiken.
Dat persoonlijke ontplooiing en maatschappelijke betrokkenheid altijd hand in hand gingen, bewees de loge ook bij het honderdjarig bestaan. Naast een receptie, een diner en een feestavond werd in 1886 ‘s middags aan honderdvijftig behoeftige gezinnen een maaltijd en brandstof verstrekt.

Literatuur
Aalbers, P.G., Vrijmetselarij in Arnhem in de achttiende eeuw: oorsprong en achtergronden.
In: Arnhem de Genoeglijkste,  jrg. 24 (2004), nr. 1, pp. 2-13.

Klep, P.M.M., Economische en sociale ontwikkeling.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 116-171, p. 160.

Opregte Haarlemsche Courant, 20-2-1886.
Via krantensite Delpher.

Website Vrijmetselaarsloge der Geldersche Broederschap
URL: https://www.dgbarnhem.nl/ (geraadpleegd o.a. 16-2-2022).

18-2-1684 (vrijdag)
Gegijzeld worden, is niet altijd een ramp

Gedenkpenning Willem Muys
Bij de dood van Willem Muys in 1699 schonk het stadsbestuur zijn weduwe ook nog een zilveren gedenkpenning. Zijn gijzelaarschap werd nogmaals genoemd, want links staat o.a.: ‘Rentmeester, En Servys Meester / Hostagier in den Jaar 1674’.
De serviesmeester was verantwoordelijk voor de inkwartiering van soldaten. Dat was een hele klus voor Muys tussen 1672 en 1674 toen ongeveer 2000 Franse soldaten in de stad verbleven.
© Teylers Museum: TMNK 01378. Pictoright Amsterdam (alle rechten voorbehouden).
rSterrenberg en omgeving, ca. 1650
Willem Muys werd met de verkregen heidegrond in 1684 bezitter van een flink deel van het heuvelgebied rondom de Amsterdamseweg. Het werd naar hem ‘De Muyzenberg’ genoemd. Toen in de 18e eeuw een stervorming bos werd aangeplant, veranderde de naam in de Sterrenberg.
Kaart: Schependom van Arnhem. Links de Lichtenbeek en het midden Heyenoord. Daarboven de heidevelden van de Muyzenberg/Sterrenberg.
© Gelders Archief: 4613, Oud Archief Arnhem, Copie van J. van Heuvel uit 1725 naar de kaart van Nic. van Geelkerken uit 1630-1650. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

18-2-1684 (vrijdag)
Gegijzeld worden, is niet altijd een ramp
Op de achtergrond zijn verschillende mensen al druk bezig met de voorbereiding van de Dag van de Arnhemse Geschiedenis in oktober. Het landelijke thema is ‘Wat een ramp!’ en dan mag het ‘Rampjaar 1672’ natuurlijk niet ontbreken. Daar past het volgende bij.

Het stadsbestuur gaf op 18 februari 1684 een stuk grond, dat we nu kennen als de Sterrenberg, cadeau aan de rentmeester van de stad Willem Muys. En dat als nasleep van het ‘Rampjaar 1672’, toen het Franse leger van Lodewijk de Veertiende Arnhem innam.
Na twee jaar bliezen de Fransen weer de aftocht en dreigde de Franse legerleiding de stad te plunderen en in brand te steken. Dat kon afgekocht worden voor 160.000 gulden (de ‘brandschatting’), maar de stad was al helemaal uitgeknepen door de Fransen en kon alleen in termijnen betalen. Toen meldde Willem Muys zich met nog enkele vooraanstaande Arnhemmers om als onderpand te dienen voor het ontbrekende bedrag. Hij ging als gijzelaar (‘hostagier/ostagier’) in Franse gevangenschap en belandde op de terugtocht van het Franse leger in verschillende gevangenissen. Daarvoor werd hij in 1684 beloond met “dertig morgen heetvelden boven den Rooden Haan”. Dat was dus 26 hectare heidegrond ten noordwesten van de herberg ‘De Rode Haan’, die net buiten de Janspoort aan de huidige Amsterdamseweg lag.

Waarom pas tien jaar na de gijzeling? Nou, dan wordt het verhaal wat minder glorieus. Muys had in voorgaande jaren de stad heel wat geld voorgeschoten en zo Arnhem voor een bankroet behoed. Om de rijke Muys (ook handelaar, steenfabrikant en burgemeester van Wageningen) te vriend te houden, kreeg hij dus grond die grensde aan zijn eigen landbezit en bovendien wat fraai zilverwerk.

Literatuur
Duysters, K., Toiletdoos van Horatius van de Velde met wapen van Willem Muys.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr. 4, pp. 168-173.

Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 92-125, p. 116.

Klep, P.M.M., De economische en sociale ontwikkeling 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 188-221, p. 176-177.

Kotte, W., Van Gelderse Bloem tot Franse Lelie. De Franse bezetting van de stad Arnhem 1672-1674 en haar voorgeschiedenis.
Arnhem 1972 (Gemeentearchief Arnhem), pp. 94-103.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 465.

Vries, J. de en Jonge J.C. de, Nederlandsche gedenkpenningen verklaard, en met verdere bijdragen tot de penningkunde.
Den Haag-Amsterdam 1837, deel 2, p. XII, No. 4.

19-2-1861 (dinsdag)
Watersnood en kindergedichten

Kaart van de overstromingen, 1861
Het gebied rondom Arnhem met in blauw aangegeven de dijkdoorbraak bij Malburgen.
© LandesArchiv Nordrhein Westfalen Karten-00706_DinA1. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Oproep voor de collecte
Op de voorpagina van de  Arnhemsche Courant maakten B&W van Arnhem de uitvoering van de collecte bekend.
Bron: Arnhemsche Courant, 19-2-1861.
Via krantensite Delpher.

19-2-1861 (dinsdag)
Watersnood en kindergedichten
In januari 1861 was de Rijn weer eens dicht gevroren en op de 28e begon het ijs te kruien. Geweldige ijsschotsen schoven over de Malburgse veerdam en beschadigden de dijk. Bovendien blokkeerde het ijs het aanstromende water uit de Alpen waar de eerste dooi was ingetreden. Door een dijkdoorbraak bij Malburgen overspoelde het hoge water de Malburgse en Meinerwijkse polders. De hoogste waterstand die werd bereikt was 13.54 boven NAP. Nu, bij gemiddelde waterstand, is dat zo’n 3 meter boven NAP.
Ook verderop in de Over- en Neder-Betuwe, het Land van Maas en Waal en het IJsselgebied waren dijkbreuken en grote overstromingen. In totaal betreurde men 37 sterfgevallen.
Op 16 februari riep koning Willem III op tot een landelijke geldinzameling voor de slachtoffers van de watersnoodramp. Op dinsdag 19 februari gingen de leden van de Arnhemse gemeenteraad hoogstpersoonlijk langs de deuren om geld op te halen. En niet zonder succes: de ongeveer 34.000 inwoners van de stad brachten samen fl 54.000,- op.
Ook kinderen lieten zich niet onbetuigd. Er kwam een gift van fl 1,35 bij de ‘Commissie van Onderstand in gevallen van Watersnood in het district Arnhem’ binnen met het volgende gedicht:
‘Mag ik u dit giftje bie-en
van Henriette, Leen en Christien.
Al zijn wij kinderkens niet groot
Toch geven we gaarne aan den watersnood.’


Literatuur
Uit: Arnhemsche Courant, 19-2-1861.
Via KB-krantensite Delpher.

Burgers, T., Watermonumenten. Beken, bruggen, dijken en gemalen in Arnhem.
Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), pp. 45-47.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 106.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 153.

Mulder, J.R., Keunen, L.J. en Zwart, A.J.M., In de ban van de Betuwse dijken.
Deel 5 Malburgen. Een bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw van de Rijndijk te Malburgen/Bakenhof, Arnhem.

Wageningen 2004 (Alterra-rapport 405), pp. 90-91.

20-2-1717 (zaterdag)
Luxecel voor internationale topdiplomaat

Georg Heinrich von Görtz
Op deze prent wordt de spot gedreven met Von Görtz. Hij gaf voor de Zweedse oorlogsmachinerie miljoenen ongedekt kopergeld uit en dat wilden zijn tegenstanders hem hier fijntjes laten weten. Zijn gedurfde acties kwamen hem uiteindelijk duur te staan. Nadat zijn beschermheer, de Zweedse koning Karel XII, was overleden werd hij beschuldigd van landverraad. In een showproces werd hij ter door veroordeeld en twee jaar na zijn Arnhemse verblijf eindigde hij aan de galg.
© https://commons.wikimedia.org/wiki/File:G%C3%B6rtz_flyer.jpg, geraadpleegd o.a. 19-2-2022.
‘Oude’ Stadhuis op de Markt, 1790
De ‘gevangenenkamer’ van Von Görtz bevond zich op de begane grond. Die werd vervolgens, tot de sloop van het stadhuis in 1840, de ‘Görtzenkamer’ genoemd. Hier zien we op een anonieme tekening uit 1902 het oude vervallen stadhuis nog in relatieve glorie. De gotische toren werd ruim voor de algehele sloop, in 1802, wegens bouwvalligheid neergehaald.
© Gelders Archief: 1551-2956, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

20-2-1717 (zaterdag)
Luxecel voor internationale topdiplomaat
Het ‘oude’ Stadhuis op de Markt moest in 1717 verbouwd worden. De ‘Brandkamer’ op de begane grond, waar de belangrijkste papieren bewaard werden, werd verkleind. Het vrijgekomen deel werd samengevoegd met de belendende kamer, waar vroeger de waag in zetelde. De nieuwe ruimte werd als gevangenenkamer ingericht voor niemand minder dan Georg Heinrich von Görtz, één van de machtigste mannen van zijn tijd.
De Zweedse topdiplomaat was in Arnhem beland in een spionagereis door Europa om steun te winnen voor een opstand tegen de Engelse koning George I. De Engelsen, ook bedreven in de spionage, achterhaalden zijn plannen en gaven de Staten-Generaal de opdracht hem te arresteren. Dat gebeurde op 20 februari 1717 in een paardenstal van herberg De Pauw bij de Korenmarkt (daar komt de naam Pauwstraat vandaan). De machtige Von Görtz opsluiten in de Sabelspoort of de Janspoort dat kon natuurlijk niet. Daarom werd voor hem een luxe gevangenis ingericht. Het ontbrak Von Görtz in zijn zes maanden durende gevangenschap aan geen enkele luxe: o.a. elke dag een fijne pijp tabak, koffie, Rijnse brandewijn en bier. Let wel: elk dag. Bijzonder was dat de Engelsen daaraan meebetaalden, want die wilden hem gezond en wel in handen krijgen. Dat mislukte, want de Zweden namen de Engelse ambassadeur in Stockholm gevangen. De uitruil tussen de diplomaten vond in augustus 1717 plaats. Arnhem was met Von Görtz in zijn midden even de navel van de Europese geopolitieke diplomatie.

Literatuur
Boonstra, O., Passages, passanten: een bezoek aan de Markt.
In: Boonstra, O. en Lunteren, P. van (red.), De Markt van Arnhem. 800 jaar wonen, werken, besturen en bezoeken. 
Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren), pp. 119-138, p. 135-138.

Keverling Buisman, F., Het ‘oude’ stadhuis.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 98-99.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 153-154.
Potjer, M., De gevangenis als driesterren hotel voor baron von Görtz (1717).
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 38 (2018), nr. 1 pp. 24-26.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 65.

21-2-1634 (zaterdag)
Verbod op ‘publieke huizen’

Besluit stadsbestuur, 1634
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 38-39.
Janspoort met herberg, 1742
De straatjes achter de stadsmuur bij de Janspoort waren bekende plekken voor ‘publieke huizen’. Aan de rechterkant van de Jansstraat hangt het uithangbord van een herberg.
Tekening van Jan de Beijer, 1742.
© Gelders Archief: 1551-2815, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

21-2-1634 (zaterdag)
Verbod op ‘publieke huizen’
Bordelen, huizen van plezier, sexwerkplekken, massagesalons; geef het maar een naam.
Al sinds het begin der tijden worstelt de overheid met betaalde seks en prostitutie. Dat was in 1634 ook het geval en het stadsbestuur besluit op 21 februari de “publieke huizen’ uit te roeien. Daarmee werd ook het consumeren en aanbieden van betaalde ‘liefde’ in herbergen en tapperijen bedoeld. De kroniekschrijver voegde daar meteen aan toe dat dit niet was gelukt. In december werd een tapper (cafébaas) bestraft die toch met de ‘publieke activiteiten’ was doorgegaan.

Literatuur
Keverling Buisman, F., Logementen en herbergen in Arnhem omstreeks 1825.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.  
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 142-143.

Potjer, M., Acties voor en tegen de erkenning van  Arnhemse bordelen, 1860-1901
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 28 (2008), nr. 1, pp. 8-17.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 38-39.

22-2-1944 (dinsdag)
Vergissings- of stupiditeitsbombardement?

‘Vreedzame Arnhemsche burgerij en Anglo-Amerikaanse oorlogsvoering’
De door de Duitsers gecontroleerde Arnhemse Courant deed twee dagen na het bombardement op de voorpagina verslag van de ‘Anglo-Amerikaanse oorlogsvoering’.
Uit: Arnhemsche Courant, 24-2-1944.
Via KB-site Delpher.
Bominslagen rondom de Westervoortsedijk, 22-2-1944
Uitsnede van een kaart met de titel ‘Brisantbommen gevallen op 22 februari 1944’. Het is wat lastig te zien, maar met rode stippen zijn de bominslagen aangegeven.
© Gelders Archief: 1506-749, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Duitse propaganda, 1944
De Duitse propagandamachine wist wel raad met het geallieerde bombardement op de Nederlandse steden.
© Beeldbank WO2 NIO 1055321.

22-2-1944 (dinsdag)
Vergissings- of stupiditeitsbombardement?
Het wordt het ‘vergissingsbombardement’ genoemd. De lading die de Amerikaanse B-24 Liberators-bommenwerpers loslieten op Nijmegen, Arnhem en Enschede. Met grote verwoestingen en honderden doden als resultaat. Achthonderd daarvan in Nijmegen, 57 in Arnhem, 150 in Enschede en één in Deventer.
In Operation Argument in The Big Week konden op dinsdag 22 februari 177 geallieerde bommenwerpers hun eigenlijke doel, de oorlogsfabrieken in de Duitse stad Gotha, door opstekende wind en miscommunicatie niet bereiken. Ze keerden terug en kregen de opdracht om hun bommen op gelegenheidsdoelen te laten vallen.
In Arnhem werd het industrieterrein aan de Westervoortsedijk en het daarachter gelegen spoorwegemplacement in het Broek gekozen met alle fatale gevolgen vandien. Niet alleen de gasfabriek, Rijnwijk en de Van Verschuerwijk kregen voltreffers, maar zelfs Malburgen-West.
Je vergeeft het je geallieerde vrienden al snel: het was een ‘vergissing’. De Duitse propaganda wist er wel raad mee: in affiches en de door de Duitsers gecontroleerde Arnhemsche Courant werd de bevolking fijntjes onder de neus gewreven: zijn dat de Anglo-Amerikaanse vrienden?

Literatuur
Defilet, M. en M. Splinter-Dupont, De Arnhemse gasfabriek. Geschiedenis en archeologie van de gasvoorziening.
Utrecht 2016 (Uitgeverij Matrijs), p. 40.

Jacobs, I. D., Arnhem 40-45.
Zwolle 2014 (Uitgeverij WBooks), p. 32-33.
De vermelding dat de Arnhemsche Courant op 23 februari verslag deed van het bombardement moet 24-2 zijn.

Lenders, W.P.H. Verwoestingen en ontberingen. Gelderland in 1944-1945.
In: Verhoeven, D. (red.), Gelderland 1900-200. Zwolle 2006, (Uitgeverij Waanders), pp. 261-266.


Visser, G., Oorlogsjaren op de gasfabriek, Een ooggetuigenverslag van Nico Unck.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 39 (2019), nr. 1, p. 21-33.

23-2-1578 (donderdag)
Alleen stadsbier bij carnaval

Is het dan toeval dat het stadsbestuur van Zutphen op 23 februari 1578 vraagt of Arnhem zich wil aansluiten bij een verbod op bieren buiten de stad?
Op het brouwen en nuttigen van bier werd belasting geheven. Het gruitrecht (het alleenrecht om dit kruidenmengsel voor bier te gebruiken) uit de middeleeuwen was vervangen door een hopaccijns (hop had de functie van gruit overgenomen). Bovendien werd ook bij de verkoop van bier accijns geheven. De hop- en bieraccijnzen waren één van de voornaamste inkomstenbronnen van een stad. En dan wilden de stadsbesturen niet dat brouwers buiten de stad bier gingen aanbieden. Die brouwerijen moesten dus verdwijnen. Gelukkig waren er in Arnhem genoeg brouwerijen om aan de vraag naar bier bij carnaval te kunnen voldoen.

Literatuur  
Bosch, R.A.A., Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanciën, sociaal-politiek structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550.  
Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren, Werken Gelre no. 62), p. 398-403.

Defilet, M.P., Beneden het maaiveld. Archeologie in Arnhem. Utrecht 2012 (Uitgeverij Matrijs).

Mark, R., Wemerman, P.J.L. en Venne, A/. van de, Aan de Beek, op de Beek: 1000 jaar wonen aan de St. Jansbeek te Arnhem: basisrapportage archeologisch onderzoek Arnhem-Musiskwartier. Arnhem 2009 (Gemeente Arnhem Archeologisch Rapport 8). P. 95-101.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 299

Bierbrouwerijen in de Beekstraat, ca. 1650
In de Beekstraat (nr. 31 Op de Beeck op de kaart), bij het Brouwersplein (!), zijn bij opgravingen verschillende bierbrouwerijen langs de Jansbeek teruggevonden. nr. 32 is ‘t  Land van de Marckt en daaraan staat de St. Nicolaaskerk (nr. 6, gesloopt in 1858).
Verder: 22. De Nieustadt en 33. Brandssteegh.
Detail van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

24-2-1862 (maandag)
Belasting op gedistilleerd vlak voor carnaval?

Advertentie voor gedistilleerd, 1872
De firma Goedhart bood ondanks alle belastingheffingen nog vele soorten gedistilleerd aan.
Uit: Arnhemsche Courant, 20-5-1872.
Via KB-site Delpher.

24-2-1862 (maandag)
Belasting op gedistilleerd vlak voor carnaval?
We verbaasden ons gisteren in ‘Verleden Vandaag’ over beperkingen van de bierproductie in de 16e eeuw vlak voor carnaval. Drie eeuwen later was het hetzelfde laken een pak, maar dan met de sterke drank. In de gemeenteraadsvergadering van 24 februari 1862 werd gesproken over belastingheffing op gedistilleerd. Dat waren niet alleen de jenevers en likeuren, maar ook reukwaters en vernissen waarin alcohol zat.
De discussie laat zich raden: moeten alle vloeistoffen op een hoop gegooid worden, is dit de manier om alcoholmisbruik aan te passen, wat moeten schilders en meubelmakers als ze extra kosten maken voor hun lakken, is het niet schadelijk voor de plaatselijke likeurstokerijen? Nadat het algemene voorstel met een stem meerderheid (negen tegen acht) werd aangenomen, ontstond over de verschillende artikelen weer zo’n discussie dat uiteindelijk het voorstel werd aangehouden. Of dat verstandig was, zo vlak voor carnaval?

Literatuur  
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 105.

Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 24-2-1862.
In: Gelders Archief: 2192-86, Secretarie Gemeente Arnhem.

25-2-1865 (zaterdag)
Besluit tot bouw HBS Willemsplein

HBS op het vroegere paardenwed, 1865
Als plek voor de nieuwe ‘hoogere burgerschool’ werd het vroegere paardenwed (plek waar paarden konden drinken en gewassen werden) buten de inmiddels afgebroken Janspoort. De paardenwed lag naast de in 1837 geopende Willemskazerne.
Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 25-2-1865.
In: Gelders Archief: 2192-89, Secretarie Gemeente Arnhem.
HBS, ca. 1910
Op de daklijst houden twee leeuwen (bijnamen Grim en Grom) het wapen van Arnhem vast, De HBS was een gemeentelijke school.

25-2-1865 (zaterdag)
Besluit tot bouw HBS Willemsplein
Het was één van de meeste iconische gebouwen van Arnhem: de witte, neoclassicistische HBS op het Willemsplein. De bouw van ‘hoogere burgerschool’ was het gevolg van de nieuwe landelijke onderwijswet van 1863. De liberale regering van Johan Rudolf Thorbecke wilde, naast het de Latijnsche School (gymnasium) een nieuwe school die de zonen van de gegoede burgerij zou opleiden tot de hogere functies in de handels- en bankwereld. Toegang tot de universiteit gaf de HBS niet direct, daarvoor bleef een gymnasium vereist of een HBS-diploma en een aanvullend staatsexamen.
Het opvallende gebouw was een creatie van stadsarchitect F.W. (Frits) van Gendt JGzn. In 1905 werd het de plek voor de driejarige HBS, want de vijfjarige cursus betrok een nieuw gebouw aan de Schoolstraat. Het gebouw had zwaar te lijden van het geweld in de Tweede Wereldoorlog en er werd in 1955 besloten een nieuwe HBS te bouwen, het Thorbecke Lyceum aan de Thorbeckestraat. De HBS aan het Willemsplein werd in 1959 gesloopt, maar de twee leeuwen op de daklijst, met de bijnamen Grim en Grom, verhuisden mee naar het nieuwe gebouw.

Literatuur  
Dijkerman, P., Scholen. Honderdvijftig jaar scholenbouw in Arnhem.

Utrecht, 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 11-12.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 105.

Lavooij, W., Van neostijlen tot Nieuwe Kunst. Arnhemse Architectuur uit de negentiende eeuw. Utrecht, 2017 (Uitgeverij Matrijs), p. 71-73.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem, 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 19.

Schulte, A.B.C en A.G. Schulte, De verdwenen stad. Arnhem voor de verwoesting van 1944-1945.
Utrecht, 2004 (Uitgeverij Matrijs), p. 71-73.

Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 25-2-1865.
In: Gelders Archief: 2192-89, Secretarie Gemeente Arnhem.

Opening HBS, 1866
De leerlingen betraden het gebouw voor het eerst maandag 17 september (ook om andere redenen in 1944 een bijzondere datum) 1866.
Uit: Arnhemsche Courant, 13-9-1866.
Via KB-site Delpher.
Willemsplein met HBS en Royal, 1954
Het Willemsplein in volle glorie in de jaren vijftig. Het naoorlogse café Royal met zonneterras, de HBS en de voetgangerstunnels.
Ansichtkaart.

26-2-1959 (zaterdag)
Opening Thorbecke Lyceum

Opening Thorbecke Lyceum, 1959
Tal van toespraken van verschillende onderwijs-, school- en gemeentebestuurders moesten de opening van het nieuwe schoolgebouw opluisteren.
Uit: Arnhemsche Courant, 26-2-1959.
Via KB-site Delpher.
Thorbecke Lyceum, 1959
Het gebouw vlak na de opening. Bovenop de klokkentoren de Phoenixwindwijzer. Voor de school moeten de in kalksteen gebeeldhouwde steigerende paarden van de kunstenaar Ubbo Scheffer de oneindige energie van de leerlingen symboliseren.
© Gelders Archief: 1577-217, fotograaf C.J. Borgardijn. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.
Maquette achterzijde Thorbecke Lyceum
Eén van de eerste ontwerpen van de school werd in een maquette weergegeven.
© Gelders Archief: 1501-04, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

26-2-1959 (zaterdag)
Opening Thorbecke Lyceum
Gisteren zagen we in Verleden Vandaag dat op 25 februari 1865 de gemeenteraad besloot tot het bouwen van de HBS aan het Willemsplein. Vandaag op 26 februari 1959, zo’n honderdjaar verder in de tijd, was de feestelijke opening van één van de opvolgers van de HBS: het Thorbecke-lyceum. De in gebruikname was wel de definitieve doodsteek voor het schoolpand aan het Willemsplein. Het werd nog hetzelfde jaar gesloopt. De leerlingen trokken met het Politiemuziekkorps in een gekostumeerde optocht van het oude naar het nieuwe gebouw. Daar verrichtte burgemeester Chris Matser de officiële opening.
De nieuwe school aan de Thorbeckestraat mocht er ook wezen. Het was en is (nu huist het Stedelijke Gymnasium Arnhem, SGA, in het pand) een schitterend voorbeeld van wederopbouwarchitectuur van de Arnhemse stadsarchitect Johannes van Biesen (1892-1968). Het was één van zijn laatste creaties en werd gezien als de bekroning van zijn jarenlange Arnhemse carrière (stadsarchitect van 1920 tot 1957).  Het ontwerp in de trant van het traditionalisme, met baksteen en glaspartijen, kreeg met de klokkentoren een moderne uitstraling. De Phoenix-windwijzer die de torentop bekroonde, symboliseerde de herrijzenis van het land na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog.

Literatuur
Dijkerman, P., Scholen. Honderdvijftig jaar scholenbouw in Arnhem.

Utrecht, 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 54-55.

Vredenberg, J., Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), p. 55-57.

Vredenberg, J., Johannes van Biesen 1892-1968.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 155-156.

27-2-1942 (vrijdag)
Arnhemse heldendood in de Javazee

Eugéne Lacomblé (1896-1942)
In: Eigen Haard, 1935
Hr. Ms. ‘De Ruyter’, 1939
De ‘De Ruyter’ aangemeerd aan de Kruiserkade in Den helder. In geel: Eugène Lacomblé die in 1939 eerste officier was op de kruiser. In januari 1942 volgde de benoeming tot gezagvoerder.
© Nederlands Instituut Militaire Historie
Ik val aan, volgt mij
De fameuze woorden ’Ik val aan, volgt mij’ van Karel Doorman is één van de fraaie mythes van de Slag in de Javazee. De exacte woorden waren ‘All ships follow me’ en waren bedoeld om de geallieerde oorlogsvloot te hergroeperen in één linie.
© Geheugen van Nederland, BG E16/877 (affiche), 150 jaar Nederlandse reclame, ReclameArsenaal.

27-2-1942 (vrijdag)
Arnhemse heldendood in de Javazee
Een klein straatje op Presikhaaf is naar hem vernoemd, de Lacombléstraat. Weinig Arnhemmers weten wie deze stadgenoot, Eugène Lacomblé, was. Toch vervulde hij een moedige en tragische heldenrol in de beroemde Slag in de Javazee.
Lacomblé, geboren in 1896 in de Spijkerstraat en doorliep een voorbeeldige marinecarrière. Hij werd in januari 1942 benoemd tot gezagvoerder van het vlaggenschip van de Nederlandse oorlogsvloot, Hr.Ms. ‘De Ruyter’.
Nog geen week na zijn benoeming onderscheidde Lacomblé zich al In de Slag in de Balizee/Kangean. Tegen de Japanse overmacht in de Slag in de Javazee was hij echter niet opgewassen. Vanaf zijn ‘De Ruyter’ voerde schout-bij-nacht Karel Doorman het gehele opperbevel over de geallieerde vloot. Doorman en Lacomblé stonden samen op de brug van het schip toen het om 23.34 uur werd getroffen door een torpedo van de Japanse kruiser ‘Haguro’.
In woorden van één van de weinige overlevenden:
De commandant Lacomblé zei: “Nu is het afgelopen.”
‘De Ruyter’ bleef na de voltreffer nog drie uur drijven. Overste Lacomblé gaf bevel om het schip te verlaten: “Jongens tracht je te redden, het schip is verloren en er is niets meer aan te doen. God zij met jullie.” 
Ik heb hem nooit teruggezien, voor mij zal hij altijd een groot man zijn.”
Naar: korporaal der mariniers Rozier van ‘De Ruyter’. In: K. Bezemer, Zij vochten enz.

Aan geallieerde kant stierven in de Slag in de Javazee 2.300 opvarenden, aan Japanse kant 36. Lacomblé werd postuum geëerd met de Militaire Willemsorde en een straatje op Presikhaaf.

Literatuur
Bezemer. K.W.L, Zij vochten op de zeven zeeën. Verrichtingen en avonturen der Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog.
Zeist 1954 (Uitgeversmaatschappij W. de Haan), p. 180, 260, 341, 360 e.v.

Doedens, A. en Mulder, L., Slag in de Javazee, 1941-1942. Oorlog tussen Nederland en Japan.
Zutphen 2017 (Walburg Pers), p. 167-168, 188.

28-2-1903 (zaterdag)
Besluit asfaltering binnenstad

Hoe vaak zijn de winkelstraten in de binnenstad niet van een nieuwe toplaag voorzien? Om de zoveel tijd worden nieuwe stenen gelegd om de aantrekkelijkheid van het centrum te vergroten.
Hoe anders was dat in 1903 toen de gemeenteraad op 28 februari besloot om fl 33.700,- te lenen om de winkelstraten van oost tot west (Roggestraat-Rijnstraat) te asfalteren. De winkels moesten immers goed bereikbaar zijn voor het toenemend aantal auto’s. Toen in 1911 ook nog de elektrische tram door de stad werd geleid, was het oppassen voor de argeloze ‘shoppende’ Arnhemmers.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 135.

Asfaltering Rijnstraat, 1909
Het duurde enkele jaren voordat de asfalteringswerkzaamheden voltooid waren. We kijken vanaf de Vijzelstraat de Rijnstraat in, waar druk aan het wegdek wordt gewerkt. Op de plek van het pand met de klok rechts staat nu de McDonalds. Het derde pand links is de nog steeds fraaie Matador/Moriaen. Op de achtergrond is de klokkentoren van het St. Petersgasthuis nog te zien. De afzender van de kaart is de firma Spiro en Co. die een stoffenzaak had op Rijnstraat 44.
© Gelders Archief: 1523-137-0021, Fotoalbums. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Januari Verleden Vandaag

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Elke dag in het verleden gebeurde er wel iets opmerkelijks in Arnhem.

1-1-1814 (zaterdag)

Eerste Arnhemsche Courant

Arnhemsche Courant, 1-1-1814
© Arnhemsche Courant, 31-12-1921 (via krantensite Delpher).
Carl Albert Thieme, 1793-1847
Drukker en eigenaar van de krant sinds 1816. Schilderij uit 1832 van Jan Adam Kruseman.
© RKD: J.A. Kruseman, afbeeldingnummer IB00016729. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Woonhuis Thieme en hoofdredactie Arnhemsche Courant
Thieme verbleef op de hoek Ketelstraat en Heijendaalsteeg.
Moderne luchtfoto met de kadastrale gegeven van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries 2021.
 

Een nieuw jaar en een nieuw geluid.
Dat werd in 1814 in Arnhem letterlijk genomen door de publicatie van de allereerste Arnhemsche Courant. De krant verscheen in de eerste jaren drie keer per week en citeerde in het allereerste nummer uitvoerig Napoleon, die zonder enige bescheidenheid zijn aanstaande nederlaag nog probeerde tegen te houden: “Ik had groote ontwerpen voor het geluk en de welwaart voor de wereld gemaakt en ter uitvoer gebragt.”

De krant kwam in februari 1816 in handen van de drukker C.A. (Carl Albert) Thieme, die tot aan zijn dood in 1847 de hoofdredactie voerde. De krant groeide uit tot  de schrik van de gevestigde conservatief-liberale orde in Den Haag. De progressief-liberale hoofdredactionele opiniestukken pleitten voor minder macht voor de koning en meer macht voor het parlement. De krant stelde zich dan ook vierkant achter de grondwetsherziening van Thorbecke in 1848.
Ook het koloniale beleid van de achtereenvolgende regeringen kreeg de nodige kritiek. Via ingezonden artikelen liet de Arnhemsche Courant blijken dat de uitbuiting van de Indonesiërs in zedelijke en economische zin verwerpelijk was.

Literatuur
Beekelaar, G.A.M., Inleiding. De Arnhemsche Courant in de eerste helft van de negentiende eeuw.
In: Beekelaar, G.A.M. (red.), Maar wat is het toch voor eene Courant? De Arnhemsche?
Arnhem 1981 (Gemeentearchief Arnhem), pp.5-23.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 77.

2-1-1911 (maandag)

Paardentram wordt elektrische tram

Paardentram wordt elektrische tram
In Velp vond de aflossing van de paardentram door de elektrische tram in 1912 plaats.
© Gelders Archief: 1514-01 – 868, uitgever L.A. Hooglugt. Prentbriefkaartencollectie Rheden.. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Tramwegnetkaart Arnhem, 1911
Drie lijnen telde in 1911 de het elektrische tramnet. Uitbreiding zou snel volgen. Vooral lijn 2 was bijzonder, want die kronkelde zich met piepende remmen een weg door de bochtige binnenstad.
© Gelders Archief: 1506-3294, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Vanaf 1880 reed de paardentram via verschillende lijnen door Arnhem. De concessie voor de Arnhemsche Tramwegmaatschappij (ATM) liep in 1907 af. De raad besloot om de tramexploitatie in eigen hand te nemen en de lijnen te elektrificeren. Op 2 januari 1911 werd daarvoor een belangrijke stap gezet: het gehele ATM-trambedrijf werd voor een bedrag van 451.00 gulden door de gemeente overgenomen. Na wat proefriten in mei van dat jaar reed de eerste echte elektrische tram voor de gewone burger op zondag 21 mei 1911. Maar liefst 9000 nieuwsgierige tramreizigers maakten een ritje tussen Oranjestraat en Velperpoort. Al snel kwam er een aantal lijnen bij en een jaar later bereikte de elektrificatie ook Velp.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 22-5-1911 avondeditie (via krantensite Delpher).

Bosman, F., Tussen Arnhemse lijnen. 130 jaar openbaar vervoer in en rond Arnhem.
Bilthoven 2009 (Uitgeverij Studio Vervoer Nederland), p. 15-17.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 140.

Iddekinge, P.R.A., Van omnibus tot trolleybus.
In: Van omnibus tot trolleybus. 125 jaar Openbaar vervoer in en om Arnhem.
Leiden 1964 (Uitgeverij E.J. Brill), pp.1-87, p. 28.

3-1-1480 (zaterdag)

Nicolai Broederschap krijgt minder giften

Nicolaigasthuis en Nicolaaskerk, 1742
In 1858 werd de Nicolaaskerk op de hoek van de Koningstraat-Land van de Markt afgebroken. Op deze plek is nog steeds wel het kantoor van de Sint Nicolai Broederschap.
© Gelders Archief: 1501-04-6165, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Grondbezit Nicolai Broederschap in Meijnerswijk, 1655
De broederschappen en gasthuizen kregen hun inkomsten vooral uit de opbrengsten van hun landerijen. Op deze kaart uit 1655 van Nicolaes van Geelkercken zien we ‘Der Clasenersgoet tegen over Arnhem’ in Meijnerswijk en bij de Praets,
© Gelders Archief: 785, Archief St. Nicolai Broederschap. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In het middeleeuwse Arnhem was het niet altijd pais en vree tussen de verschillende kerken, broederschappen en gasthuizen. Al deze instellingen wilden vanuit hun christelijke achtergrond de nood van armen en behoeftigen lenigen. Die concurrentiestrijd om aalmoezen en giften werd versterkt toen in 1452 de Maartenskerk, de oudste kerk van de stad, de relieken kreeg van de heilige Eusebius en die naam ging dragen. Meteen verloren andere instellingen een flink deel van hun inkomsten, want menig Arnhemmer wilde bij Eusebius in een goed blaadje staan. Zo verloor de sinds 1351 bestaande Sint Nicolai Broederschap aardig wat inkomsten. Het stadsbestuur stelde daarop een regeling vast over de bestemming van giften en aalmoezen en die zou een paar dagen later ingaan. Namelijk op: ‘Des neesten dynsdaiges na jairssdach, ynt jair onss Heren dusent vierhondert ende tachtentich.’

4-1-1692 (vrijdag)

Eerste straatverlichting,
de ‘glueiende spiekers’

Besluit tot straatverlichting, 1692
In geel omrand van boven naar beneden:
“donkere ” (tijden)
‘sluickerijen als andere voorvallen”
“principael der Hollandsche Steden”
“lantaarnen”
“predicatie” (= kerkdienst, godsdienstoefening)

Bron: “Commissie- en Politieboek” der stad Arnhem. Register, bevattende de resolutien van den magistraat, deel 1, 1680-1692, folio 241.
In: Gelders Archief: 2000-47, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De donkere dagen voor en na kerstmis, dat is soms wel erg donker. Dat moet het stadsbestuur op 4 januari 1692 hebben gedacht toen besloten werd om de straten te verlichten. Arnhem wilde daarmee niet onder doen voor andere steden en zeker niet voor de steden in Holland en volgde “’t exempel van andere naburige, en principael der Hollandsche Steden”.
Was de verlichting bedoeld voor het welbevinden van de gewone Arnhemmer? Welnee, de hoge heren dachten vooral aan zichzelf. Als ze ’s avonds naar de kerk waren geweest, dan “moest altijd een bode met het lampet  (= toorts) vaardig staan, om die Heeren daermede na huis te lichten.” En dan nog dreigde er gevaar: de verlichte straten moesten ook de dieveryen ende de sluickerijen als andere voorvallen” bestrijden.

Die eerste lantaarns waren houten kastjes op stevige vierkanten palen of waren aan een (gevel)muur bevestigd. De olielont brandde in het begin zo fel dat rasechte ‘Ernemmers’ spraken van ‘glueiende spiekers’.

Literatuur en bronnen
“Commissie- en Politieboek” der stad Arnhem.
Register, bevattende de resolutien van den magistraat, deel 1, 1680-1692, folio 241.
In: Gelders Archief: 2000-47, Oud Archief Arnhem.

Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 300.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 68-70.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem.
Arnhem 1864 ((Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 468.

5-1-1953 (maandag)

Opening Station Velperpoort

Station Velperpoort, 1953
© Gelders Archief: 1501-04-16699, fotograaf Dick Renes, fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.
Oude spoorweghalte Velperpoort, 1902
© Gelders Archief: 1500-4003, Prentbriefkaarten, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

5-1-1953 (maandag)
Opening Station Velperpoort

Gelukkig bestaat het oude elegante stationsgebouwtje bij de Velperpoort nog steeds, Vanaf 1895 was er al een spoorweghalte bij het viaduct dat de scheiding vormt tussen de Steenstraat en de Velperweg. De prachtige glazen overkapping van die halte verdween met de opheffing van de stop in 1918.
Na de Tweede Wereldoorlog duurde het zeven jaar voordat er geld was om hier een nieuwe spoorhalte te bouwen. De officiële (her)opening was op 5 januari 1953. Dat was ook de dag dat de elektrificatie tussen Arnhem en Zutphen weer operationeel was.

Het had maar weinig gescheeld of de halte Velperpoort was vervangen door een halte bij de Vosdijk. De gemeente, bij monde van de Commissie Stadsplan, vreesde dat veel mensen vanaf Velperpoort niet meer naar het oude winkelhart (Roggestraat, Vijzelstraat enz.) zouden komen, maar zich zouden beperken tot de Steenstraat en het Velperplein. De NS stond echter op handhaving van de halte Velperpoort en aldus, zoals bij alle discussies tussen spoorwegen en gemeente, gebeurde het.

Het fraaie gebouwtje van ir. Koen van der Gaast, één van de vaste architecten in die jaren voor de spoorwegen, zweeft eigenlijk op twee doorgaande kolommen. De stationsruimte is zelf rechthoekig, maar de overstekende luifel is gebogen wat een fraai effect oplevert.
Ter hoogte van de spoordijk is een bordes, een soort balkon, rondom het wachtlokaal aangelegd.
Nieuw was dat de reiziger niet meer beneden een kaartje kocht en vervolgens naar de trein liep, maar boven zich van een vervoersbewijs moest voorzien. Door het verkooplokaal boven te plaatsen was er meteen toezicht op de perrons.

In 1988 werd het treinloket gesloten en een jaar later werd het gebouw overgedragen aan de Gemeente Arnhem. Diverse instellingen en kantoortjes bivakkeerden vervolgens in de het gebouwtje. Sinds mei 2018 is het (opnieuw) een politiepost.

Om de doorstroming van het verkeer in de jaren tachtig van de vorige eeuw te bevorderen, moest er een nieuwe fietsdoorsteek naast het bestaande spoorviaduct komen. Toen werd ook besloten om de creatie uit 1953 te vervangen door een nieuw gebouw naar ontwerp van ir. Rob Steenhuis (spoorbouwmeester 2000-2005). Die heeft inmiddels (januari 2022) ook al weer enkele renovaties achter de rug.

Literatuur
Burgers, T. en J. Vredenberg, Sporen naar Arnhem Centraal.
Utrecht 2015 (Uitgeverij Matrijs), p. 66-67.

Dalman, R.S. (1993). Groeten uit een veranderend Arnhem. Tussen 1893 en 1993 ligt een eeuw.
Zaltbommel: Europese Bibliotheek. pp. 109-110.

Fockema Andreae, S.J. (1925). De uitbreiding der stad Arnhem tusschen 1715 en 1878.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XXVIII, 1925, pp. 139-183; pp. 153-158.  

Jeurissen, A.P.J. & Wientjes, R.C.M. (2005). Arnhem na de oorlog 1945-1970. 
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. nr. 89. 

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 23-30.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 119. 

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 466-467.

Schie, R. van (foto’s), Wentink, H. (tekst) & Lavooij, W. (inleiding) (1999). Stadsschoon in Arnhem. Bouwen in de twintigste eeuw. 
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 36. 

Vredenberg, J. (2002). Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem. 
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 59. 

Vredenberg, J. (2004). Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 38-40.

6-1 (Driekoningen)

Illegaal tappen in ‘De Drie Koningen’

Logement ‘De Drie Koningen’, 1816
De herberg met kegelbaan is te koop en bestaat al ‘zedert onheugelijke jaren’. Dat is in ieder geval vanaf 1666.
Bron: Arnhemsche Courant, 25-7-1816. Via krantensite Delpher.
Herberg ‘De Drie Koningen’, 1832
In 1832 was Pieter Frederiks de legale tapper en herbergeigenaar.
Moderne luchtfoto met de kadastrale gegeven van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries 2022.

6-1 (Driekoningen)
Illegaal tappen in ‘De Drie Koningen’

Zes januari: Driekoningen.
We konden vandaag kijken naar een besluit uit 1664 van het stadsbestuur om het ‘Driekoningen-lopen’ te verbieden, maar in ‘Verleden Vandaag’ zijn al veel verboden op katholieke gebruiken te lezen.

Daarom vandaag: de Driekoningen(dwars)straat in het Spijkerkwartier.
De naam komt van een herberg met die naam. Het logement stond op de hoek van de Steenstraat-Driekoningenstraat vanaf, in ieder geval, 1666 tot de sloop in 1847.
In de herberg werden in de 17e en 18e eeuw de veilingen gehouden van de tiendenbelastingen van de terreinen ten oosten van de stad. Vanuit de middeleeuwen moest 10% van de grondopbrengst, veestapel enz. afgestaan worden aan de landeigenaar. Deze ‘tiend’ kon je opkopen en de pachter probeerde dan via goede oogsten iets meer binnen te krijgen dan de pachttiend hem had gekost. Tijdens die veilingen mocht er tot 1798 geen alcohol getapt worden, want alleen leden van het tappersgilde mochten dat. Daar trok Hendrik Jans van de ‘De Drie Koningen’ zich in1668 niets van aan wat hem op een boete van vijftien gulden kwam te staan.

Literatuur
Derks, G.J.M. en R.J.A. Crols, Spijkerkwartier en boulevardkwartier. Een monumentale wijk met karakter in Arnhem.
Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs), p. 13.

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden. Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 63, 81-82.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 44.

‘De Drie Koningen’, 1753
In de 18e-eeuwse overdrachtsaktes van huizen en grondpercelen ligt ‘De Drie Koningen’buiten de Velperpoort aan St. Tonis”. Met het laatste wordt het St. Anthonygasthuis genoemd aan de overkant van de Steenstraat. In die leprozerie werden de melaatsen opgevangen.
Bron: Protocol van Bezwaar, Buiten Ooster Kwartier, folio 107 verso.
In: Gelders Archief: 2003-461, Oud Rechterlijk Archief Arnhem.

7-1-1876 (vrijdag)

Volkslied Transvaal van Gelderse feministe in Arnhem in première

Catharina van Rees, componiste en feministe
© Biografisch Woordenboek Gelderland.
URL: http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/5_Catharina_van_Rees (laatst geraadpleegd 6-1-2022).
Transvaalsch Volkslied
Muziek en tekst van Catharina van Rees, 1875.
Verslag première Volkslied Transvaal in ‘Het Zwijnshoofd”
Een reportage over het feestdiner ter ere van president Burgers in Arnhem. Geel omrand is de vermelding van het volkslied.
Bron: Arnhemsche Courant, 10-1-1876.

7-1-1876 (vrijdag)
Volkslied Transvaal van Gelderse feministe in Arnhem in première

De Transvaalbuurt is één van de mooiste wijkjes van Arnhem. De Jansbeek doorkruist de staten met de schitterende herenhuizen van Jugendstilarchitect Willem Diehl. De naam van de buurt en die van de straten verwijzen naar de Boerenoorlog tussen 1899 en 1902 in Zuid-Afrika. Twee onafhankelijke ‘boerenrepublieken’ Oranje-Vrijstaat en Transvaal, met nazaten van Nederlandse kolonisten, bonden de strijd aan met het Britse gezag. Die wilde, nadat er diamant en goud was gevonden, de gebieden bij de rivieren Oranje en Vaal in bezit hebben.
Toen president Paul Kruger van Transvaal in 1900 met de trein Arnhem passeerde, stonden duizenden mensen langs de spoorlijn om naar hem te zwaaien. Een soortgelijk eerbetoon viel twee jaar later de generaals Louis Botha en Koos de la Rey ten deel, maar die bezochten nog wel het stadsbestuur, de Grote Kerk en Bronbeek.

In 1876 werd Transvaalpresident Thomas Burgers zelfs onthaald op een feestdiner in Hotel “Het Zwijnshoofd” op de Kleine Oord. Bijna alle Arnhemmers die iets voorstelden, of dachten dat te doen, waren aanwezig. De feestdis werd opgeluisterd met muziek van de kapel van Gele Rijders. Bijzonder was dat op die woensdagavond voor het eerst het volkslied van Transvaal werd gespeeld. Op verzoek van de president was de muziek en de tekst geschreven door de Gelderse Catharina van Rees (Zutphen 1831 – Velp 1915). Ze had al meerdere composities op haar naam staan. De grootste bekendheid trok zij echter met haar artikelen over de emancipatie van de vrouw. Daarmee werd zij één van de grondlegsters van de eerste feministische golf.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 10-1-1876.

Jacobs, I., Catharina van Rees, 1831-1915, Schrijfster, Componiste en Feministe.
In: Kuys, J. e.a. (red.), Biografisch Woordenboek Gelderland, deel 5, Bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis.

Hilversum 2006 (Uitgeverij Verloren), pp. 100-102.
URL: http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/5_Catharina_van_Rees (laatst geraadpleegd 6-1-2021).

Jensen, L. , Rees, Catharina Felicia van (1831-1915).
Oorspronkelijk in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 6.
URL: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/rees  (laatst geraadpleegd 6-1-2021).

8-1-1881 (zaterdag)

Fileparkeren met koetsjes rondom Musis Sacrum

Musis Sacrum, 1872
Rondom Musis stonden hekken en lag een vijver. Die belemmerden een grote toestroom van bezoekers. In 1881 werd besloten om het hek te verplaatsen en een deel van de vijver te dempen.
Prent van een onbekende tekenaar, uitgeven door Egmond & Heuvelink.
© Gelders Archief: 1554 – 1505-III-46C1rood-0013, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Musis Sacrum met omringende vijvers, 1853
De vijvers rondom Musis op het Velperplein waren restanten van de oude stadsgrachten. Stap voor stap werden die vanaf 1829 gedempt. Alleen de huidige Lauwersgracht resteert ons nog van dat middeleeuwse verdedigingswerk.
Uitsnede van het ‘Plattegrond van de stad Arnhem met aanduidingen haren uitleg, 1853.’ Naar een tekening van H.J. Heuvelink, gemeente-architect.
© Gelders Archief: 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8428. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 8-1-1881.
In geel omrand de toelichting vanuit de benodigde tentoonstellingsruimte.
In: Gelders Archief: 2192-105, Secretarie Gemeente Arnhem. – Links

8-1-1881 (zaterdag)
Fileparkeren met koetsjes rondom Musis Sacrum
In 1879 bij de ‘Tentoonstelling van Nationale en Koloniale Nijverheid’ bleek dat Musis Sacrum en de wandelwegen eromheen voor dit soort grote evenementen veel te klein was.
Daarnaast bleek de ruimte rondom het concertgebouw te krap was om bij voorstellingen van het ‘St. Caelicia-Concert’ alle koetsjes en andere ‘equipages’ aan te kunnen. Het was ‘filerijden’ en te lang wachten op een ‘parkeerplekje’. Sommige problemen zijn van alle tijden.
De gemeenteraad besloot daarom op 8 januari 1881 om het hek bij Musis te verplaatsen en het deel van de vijver tussen Musis en de Roggestraat te dempen.
Vijf jaar later werd besloten om ook het gebouw zelf te vergroten en verfraaien. Dan krijgt het gebouw in 1890 (openingsconcert op 16 november) haar huidige uitstraling aan het Velperplein.

Literatuur  
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 127.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), pp. 182-185.

Langenhoff, K.F.E. en Seebach, C., De muzen omsingeld. Musis Sacrum 1847-1983.
Arnhem 1983 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), pp. 27-31.

9-1-1905 (maandag)

Bouwbesluit O.L. School Nr. III Onder de Linden

Luifel School III, 1920
Luifel, gevelsteen en schoolhek vormden qua kleur en uitvoering een geheel.
© Gelders Archief: 1501-04 – 9128, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  
 
Luifel School III, 2021
© Therapeuticum Aquamarijn, 2021.
School III, 1906
O.L. School no. III in het jaar van de opening. Rechts de ingang met luifel.
© Gelders Archief: 1583 – 10692, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

9-1-1905 (maandag)

Bouwbesluit O.L. School Nr. III Onder de Linden

Die schitterende ruim overhangende houten luifel boven de in de hoek geplaatste ingang. Een waar architectonisch kunststukje van architect Gerrit Versteeg aan de vroegere Openbare Lagere School III aan Onder de Linden. Het gebouw dat op 1 december 1906 werd geopend, werd in 2017 van de sloophamer gered door de Stichting Volkshuisvesting en herbergt nu een gezondheidscentrum, Therapeuticum Aquamarijn. Oudere Arnhemmers bezochten deze school onder de naam VGLO/LEAO (Voorgezet Lager Onderwijs / Lager Economisch Administratief Onderwijs).

Versteeg (1872-1938), adjunct-directeur Gemeentewerken, heeft nog meer geweldige schoolgebouwen op zijn naam staan: de voormalige HBS in de Schoolstraat en School 19 aan de Spijkerstraat. Schooldirecteuren en architecten uit heel Europa kwamen naar Arnhem om zijn creaties te bewonderen. Licht, ventilatie, afzonderlijke toiletblokken, een dakterras, een schooltuin en een aparte ruimte voor een schoolarts. Moderner dan de Arnhemse scholen van Versteeg kon een schoolgebouw niet zijn. Dit alles kon de gemeenteraad niet vermoeden toen ze op 9 januari 1905 het besluit nam bij agendapunt 30 “Aankoop van huizen met bouwland aan den Hommelschen weg ten behoeve o.a. van den bouw eener nieuwe school no. 3”. Die school moest de oude School II aan de Korte Walstraat vervangen.

Literatuur  
Dijkerman, P., Scholen. Honderdvijftig jaar scholenbouw in Arnhem.
Utrecht, 1997 (Uitgeverij Matrijs), p. 37-38.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 136.

Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 9-1-1905.
In: Gelders Archief: 2192-130, Secretarie Gemeente Arnhem.

Vredenberg, J., Klarendal en het Luthers Hofje. Arnhems eerste volkswijk.
Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), pp. 40-42.

Vredenberg, J., Gerrit Versteeg 1872-1938.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), pp. 133-135.

10-1-1575 (vrijdag)

Weg met de Spaanse huursoldaten!

Arnhem militair bijgelicht, ca. 1560
Filips II liet alle steden in de Nederlanden in kaart brengen door Jacob van Deventer. Zijn plattegrond van Arnhem is de oudste kaart van de stad. In het Gelders Archief is de eerste versie (minuutkaart) te vinden. In Spanje, in de oude bibliotheek van Filips II, ligt de uiteindelijke versie (netkaart). Bij de netkaart is ook een ‘bijkaart’ van de stad opgenomen. Daar zien we goed dat Filips veel belangstelling had voor de verdedigingswerken (stadsmuren en ‘porta’) en, de vanuit militair oogpunt ook belangrijk, hoge gebouwen:
het oude stadhuis (‘Civita domus’), het St. Catharinagasthuis (‘Hospitale’) en het Broerenklooster (‘FranciScani’).

© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

10-1-1575 (vrijdag)

Weg met de Spaanse huursoldaten!

De strijd tussen steden en gewesten in de Lage Landen, ‘de landen van herwaarts over’, en het gezag van de Spaanse heer, koning Filips II is in volle gang.

Landvoogd Alva, ‘de IJzeren Hertog’ was in december 1573 teruggekeerd naar zijn geboorteland. Sommigen zeggen vanwege zijn broze gezondheid als 65-jarige, anderen beweren door zijn politiek van ‘wrede tirannie’ die uiteindelijk de opstand versterkte in plaats van onderdrukte.

Opvolger Luis de Zúñiga y Requesens boekt ook niet veel succes. Als dan ook nog de Spaanse schatkist leeg raakt, kan hij zijn Spaanse en Italiaanse huursoldaten niet betalen. Die slaan in de zeventien Nederlanden overal, ook in Gelderland, aan het plunderen.

Dat gaat Gelre en Arnhem te ver. De ridderschap, die het platteland controleert, en de steden van de vier Gelderse kwartieren, waaronder Arnhem, sturen op 10 januari 1575 een brief naar landvoogd De Requesens en vragen hem alle soldaten uit het gewest terug te trekken. Het zou de opmaat worden naar de eensgezinde verklaring van alle gewesten voor het vertrek van het Spaanse leger een jaar later: Pacificatie van Gent, 8-11-1576.

Literatuur  
Ahlers, W., Jacob van Deventer, nieuwe ideeën en nieuwe vragen.
In: Caert-Thresoor,  jrg. 23 (2004), nr 3, pp. 59-64.

Augusteijn, J., Historische plattegronden van Nederlandse steden. Deel 8.1 Gelderland. De Veluwe.
Alphen aan den Rijn 1997 (Uitgeverij Canaletto).

Augusteijn, J., De stadsplattegronden van Arnhem tot ca. 1900. 
In: Bijdragen Felua, deel VII/VIII (1998-1999), pp. 38-48.

Deys, H.P., De stadsplattegronden van Jacob van Deventer: Resultaten van recent onderzoek te Madrid.
In: Caert-Thresoor,  jrg. 8 (1989), nr 4, pp. 81-95.

Leppink, G.B., Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636). 
Hilversum 1996 (Verloren), pp. 45-46, 79, 493-494.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 271.

Potjer, M., Historische Atlas van Arnhem. Van Schaarsbergen tot Schuytgraaf.
Amsterdam 2005 (SUN). pp. 16-17.

Rutte, R. en Vannieuwenhuyze, B., Stedenatlas Jacob van Deventer. 226 stadsplattegronden uit 1545-1575. Schakels tussen verleden en heden.
Bussum 2018 (Thoth). Twee delen.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem. Zwolle 1995 (Waanders), pp. 10-11 en 52.

11-1-1896 (zaterdag)

Geen straatnamen met ‘zeehelden’ in Sonsbeekkwartier

Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 11-1-1896
In rood omrand het begin van de argumentatie van mr. J.F. Bijleveld.
In: Gelders Archief: 2192-120, Secretarie Gemeente Arnhem.
St. Marten en Sonsbeekkwartier, ca 1915
De straatnamen van het Sonsbeekkwartier rond 1915.
Het noordelijk gedeelte van de wijk (Goeman Borgesiusplein e.o.) is al wel gepland, maar nog niet bebouwd. Dat zou tussen 1915 en 1925 gebeuren.
Aan de Apeldoornseweg is het nieuwe hoofdgebouw van de Heidemij wel ingetekend (op de kaart nr. 44; op 11-11-1912 eerste steenlegging en 22-9-1914 officiële opening).
Uitsnede van een kaart getekend door G. van der Wal.
© Gelders Archief: 1506-1268, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

11-1-1896 (zaterdag)
Geen straatnamen met ‘zeehelden’ in Sonsbeekkwartier

Straatnamen, een voortdurend punt van discussie. Op 11 januari 1896 sneuvelde het voorstel van B&W om nieuwe straten in het Sonsbeekkwartier naar ‘zeehelden’ te noemen.
Verantwoordelijk hiervoor was vooral het raadslid Bijleveld. Hij voerde in een uitvoerig betoog tal van argumenten aan om aan te tonen dat de nieuwe wijk andere namen verdiende. Niet dat De Ruyter, Tromp, Witte de With, Piet Hein, e.a. niet geschikt waren vanwege hun bijdrage in de handel tot slaafgemaakten of een andere vorm van koloniale uitbuiting. Zeker niet: het waren allemaal “mannen die hun trouw aan de vaderlandse vlag soms met bloed hadden bezegeld“.

Nee, ‘zeehelden’ waren niet passend bij de zandige hoogvlakte van de Arnhemse buurt en er waren nog heel veel Arnhemse ‘grootheden’ die nog geen straat naar zich vernoemd hadden gekregen: Graaf Otto, De Wilt, Leoninus, enz.
Nu was mr. Jean François Bijleveld (1837-1905) niet de eerste de beste. Voordat hij in 1882 rijksarchivaris werd, was hij wethouder in Arnhem van publieke werken. Dus zowel van geschiedenis als van straten wist hij het een en ander.
Burgemeester en Wethouders brachten hun voorstel niet in stemming, maar pasten het, naar de wensen van Bijleveld, aan. Op 1 februari keurde de raad de nieuwe namen goed en sindsdien hebben we de Jacob Cremerstraat, Graaf Ottoplein, De Wiltstraat, e.a.
De ‘zeehelden’ kregen enkele jaren later alsnog hun straatnamen in Het Broek.

Literatuur 
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 132.

Jacobs, I. D., Sint Marten en Sonsbeekkwartier. Arnhemse stadsuitbreidingen in beweging.
Utrecht 2017 (Uitgeverij Matrijs), p. 29-30.

Verslag der zittingen van den Gemeenteraad, 11-1-1896 en 1-2-1896.
In: Gelders Archief: 2192-120, Secretarie Gemeente Arnhem.

12-1-1768 (dinsdag)

Winters van vroeger

Winterlandschap bij Arnhem, 1653
Salomon van Ruysdael (met i-grec), de neef van de meer beroemde schilder Jacob van Ruisdael (met i), noemde zijn schilderij ‘Winterlandschap bij Arnhem’.
Een realistische weergave van de stad is het echter niet.
Sommige kunsthistorici menen de Sabelspoort met de Rijn te herkennen, maar dan zou de Eusebiuskerk op de achtergrond wel heel raar gesitueerd zijn. De stadspoort in de verte links van de kerk zou qua ligging eerder de Sabelspoort zijn. Dan zou de stadspoort op de voorgrond de Velperpoort moeten zijn. Als we het uiterlijk van de geschilderde poort vergelijken met het werk van Anthonie Waterloo en de kaarten van Van Geelkercken en Blaeu, dan zijn de overeenkomsten ver te zoeken. En dat is typerend voor het werk van Van Ruysdael: het is een sfeerimpressie. Dat is ook een ander, op Arnhem geïnspireerd, schilderij van hem: een zomers riviergezicht met veerpontje ten westen van de stad.
Daarover wellicht in een zomers Verleden Vandaag.
© Mauritshuis Den Haag, inventarisnummer 1128. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

12-1-1768 (dinsdag)
Winters van vroeger
In januari 1768 vriest het dat het kraakt.In een besluit van dinsdag 12 januari spreekt het Arnhemse stadsbestuur van een ‘felle koude’. Vooral de arme Arnhemmers hebben het zwaar. Niet iedereen kan rekenen op hulp van de diakonie, de armenzorg vanuit de protestantse kerk. Het stadsbestuur besluit daarom: “De gasthuizen zouden vrijwillig 1200 gulden opbrengen, en deze gelden werden door de burgervaandels, op de meest kiesche wijs, naar ieders behoeften uitgedeeld.’ De burgervaandels waren de per wijk georganiseerde schutterijen.

De strenge kou gaf zo’n honderd jaar eerder aanleiding tot ijspret, zoals te zien is op het impressionistische schilderij van Salomon Van Ruysdael (1600/1603-1670).
Buiten de stadsmuren maken de rijkere burgers paardensleetochtjes. Natuurlijk wordt er geschaatst, gepriksleet en gevallen. Rechts, achter de stadspoort, speelt men kolf op het ijs, een soort ijshockey. In de koek-en-zopie-tenten links kan men een zopie-drankje aanschaffen: flink verwarmd bier, brandewijn of rum met daaraan toegevoegd, naar eigen smaak van de zopieverkoper: suiker, eieren, citroen, kaneel of kruidnagel. Dus absoluut niet de warme chocomel die we nu associëren met ‘zopie’.

Literatuur   
Buisman, J., Duizend jaar weer, wind en water in Nederland. Deel 6, 1751-1800.
Franeker 2015 (Uitgeverij Van Wijnen), pp. 340-345.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 494.

13-1-1325 (zaterdag)

Graaf en gruit, bier en belasting

Munt van Reinald II
Het gruitrecht leverde veel inkomsten op. De munt, een halve groot, is geslagen in opdracht van Reinald II van Gelre, graaf 1326-1339 en hertog 1339-1343.
© Teylers Museum, Haarlem, Numismatisch Kabinet.
Reinald en naakte Eleonora
Reinald II maakte met veel mensen ruzie: met zijn vader en ook met zijn tweede vrouw Eleonora van Engeland. Die pikte de beschuldiging van melaatsheid niet en kleedde zich in het bijzijn van Reinalds raadsheren op het Valkhof in Nijmegen uit om haar gezondheid aan te tonen.
Geromantiseerde tekening van Johannes Christiaan Bendorp,1823.
© Gelders Archief: 1551-1175, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

13-1-1325 (zaterdag)
Graaf en gruit, bier en belasting
Bier was lange tijd veiliger dan water. Door het brouwproces en het alcoholgehalte werd je er minder snel ziek van dan van oppervlaktewater. Tot in de 15e eeuw werd bier niet gebrouwen met hop voor de smaak en om het lang te kunnen bewaren, maar met gruit. Dat was een kruidenmengsel met als hoofdbestanddeel blad van de gagelstruik. Hipsterbiertjes tegenwoordig voegen graag weer gagel aan hun brouwsel toe.

Terug naar 13 januari 1325: dan bevestigt Reinout/Reinald II van Gelre het gruitrecht van Arnhem. Dat was een belangrijk privilege voor de stad, want daarmee haalde Arnhem heel wat inkomsten binnen. Niet alleen de productie van bier leverde geld op. De accijnzen op bierconsumptie was een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de stad. De beheerders van het gruit in de stad, de familie Van den Gruuthuys (die naam hadden ze dus niet voor niks), groeiden uit tot een machtige en rijke ‘maagtaal’ (familiegroep). Om de ‘Gruuthuysen’ kon je niet heen, net zo min als je om bier heen kon.

Oh ja, die Reinald II was officieel helemaal geen graaf in 1325, dat gebeurde pas een jaar later. Hij had zijn vader in 1316 aan de kant gezet en daarom noemde hij zich in het privilege ‘de trouwe zoon’ van Gelre’. Hij zou zich wel revancheren: in 1339 werd hij de eerste hertog van Gelre. En dan zijn tweede vrouw, Eleonora van Engeland, daar was toch ook een bijzonder ‘bloot’ verhaal over? Inderdaad, maar we beperken we ons hier tot gruit en bier.

Literatuur   
Bosch, R.A.A., Stedelijke macht tussen overvloed en stagnatie. Stadsfinanciën, sociaal-politiek structuren en economie in het hertogdom Gelre, ca. 1350-1550.
Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren, Werken Gelre no. 62), p. 388-390.

Nijhoff, Is. An. (red.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd. (6 delen; Arnhem en Den Haag 1830-1875).
Deel 1, Arnhem 1836 (Uitgeverij Paulus Nijhoff), p. 201.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 13.

14-1-1899 (zaterdag)

Geld voor bouw Korenbeurs

Galerij van de Korenbeurs, 1895
Op de voorgrond een deel van de open galerij uit 1845 die diende als Korenbeurs. Het gebouw de Korenbeurs werd in 1899 in gebruik genomen.
Op de achtergrond de voormalige Lutherse Kerk, die (ook) in 1899 ingeruild zou worden voor een nieuw kerkgebouw aan de Spoorwegstraat.
© Gelders Archief: 1501-04-6419, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Korenbeurs en Korenmarkt, 1916
Op de achtergrond de toren van de ‘kleine’ Eusebiuskerk (1865-1990) aan het Nieuwe Plein.
Kaart uitgeven door Weenenk & Snel.
© Gelders Archief: 1500-898, Prentbriefkaarten, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

14-1-1899 (zaterdag)
Geld voor bouw Korenbeurs
Op 14 januari 1899 besloot de gemeenteraad met 22 tegen 5 stemmen om fl 22.000,00 (gulden!) uit te trekken voor “Bouw eener korenbeurs”. Daartoe werd de bestaande open galerij uit 1845 op de Korenmarkt afgebroken.  In het nieuwe gebouw vond vanaf 1900 de graanhandel plaats tot het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914).
Als het nieuwe gebouw ogen had gehad, wat zou de Korenbeurs allemaal wel niet gezien hebben op de Korenmarkt vanaf 1900? In ieder geval dat het tussen 1973 en 2018 kon kijken naar ‘arthouse’-films in het Filmhuis, vanaf 2006 onder de naam Focus Filmtheater.
Het prachtige eclectische (combinatie van stijlen, in dit geval neorenaissance en neogotiek) gebouwtje is vermoedelijk van de hand van architect J.W. Boerbooms. In de voorgevel is nog steeds in prachtig mozaïek het wapen van Arnhem te zien. Eens kijken of de toekomstige foodhall o.a. het prachtige interieur met de fraaie houten kapconstructie  in ere zal houden.

Literatuur
Bosch, A. (1981). Korenmarkt.
Arnhem 1981 (Uitgeverij Antoine Bosch), pp. 7, 8-9, 26, 32-33, 56-57, 80-81.  

Caderius van Veen, D. en Ploeg, H. van der, Verliefd op Arnhem.
Arnhem z.jr/2000 (Arnhemse Courant/Gelders Dagblad), Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 26.  

De Gelderlander; o.a. 9-2-2006.  

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 133.

Martens van Sevenhoven, A.H., De betekenis van het jaar 1233 voor Arnhem.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.  
Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), pp. 21-28; p. 23.

Stenfert Kroese, H.E. en Neijenesch, D. W., Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling. 
Arnhem 1919 (Uitgeverij Thieme), p. 138. 

Verslag der zitting van den Gemeenteraad, 14-1-1899.
In: Gelders Archief: 2192-123, Secretarie Gemeente Arnhem.

Vredenberg, J., Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem.
Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs) pp. 23-24.

Vredenberg, J., Johannes Wilhelmus Boerbooms 1847-1899.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 59.

15-1-1590 (maandag)

Een ‘echte’ vrouw voor het Catharinagasthuis

De ‘echte’ Catharina
Het is onzeker of Catharina van Alexandrië, waar naar het gasthuis is vernoemd, ooit echt heeft bestaan. Ze staat hier op een eikenhouten zijpaneel van een drieluik, waarvan het middendeel in het Louvre hangt. Catharina wordt bijgestaan door de apostelen Andreas (links met Andreaskruis) en Petrus (rechts met sleutel).
Op de hoofdband van Catharina staat ‘Virgo’, maagd. Aan haar voeten zijn contouren van martelwerktuigen te zien: een gebroken rad en een zwaard. Catharina zou rond 306 n.Chr. met een rad tot de dood geradbraakt worden. Een engel verhinderde dat door het rad te breken. Vervolgens werd Catharina met het zwaard onthoofd.
Het paneel is rond 1520 gemaakt door ‘Navolger van de Meester van het Bartholomeusaltaar’ en in het bezit van het Museum Arnhem.
© Museum Arnhem: GM 02039, inv./cat.nr 2038.1 / RCE Collectie Nederland. CC0 1.0 licentie (alle rechten voorbehouden).
Eerste steen rentmeester Jan Haeck, 1618
Toen in 1618 drie huisjes in de Pastoorstraat achter het Catharinagasthuis in de Bakkerstraat werden gebouwd, legde rentmeester Jan/Johan Haeck de eerste steen met o.a. de inscriptie ‘Wie den armen uit liefde dient, blyft na Christi belofte Gods beste vriend’.
Onderaan het rad en het zwaard, de symbolen van Catharina van Alexandrië.
De steen is nu te zien in het St . Petersgasthuis in de Rijnstraat.
© DrieGasthuizenGroep, nr. 1206 / RCE Collectie Nederland. CC0 1.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

15-1-1590 (maandag)
Een ‘echte’ vrouw voor het Catharinagasthuis

In deze tijd van lhbtiq+ en genderkritische discussies kan de vermelding van ‘een echte vrouwe’ in een 16e-eeuwse bron makkelijk tot misverstanden of opwinding leiden.
Want dat moet volgens het nieuwe reglement van het Catharinagasthuis een rentmeester hebben: ‘een echte vrouwe’. Verder besluit het stadsbestuur op 15 januari 1590 dat renmeester en zijn vrouw “diewelcke allebeijde vande gereformierde religie sijn’.

Met ‘echt’ wordt ‘in de echt verbonden’, getrouwde echtgenote, bedoeld. Een rentmeester die er een ongetrouwde vrouw op na hield, dat ging de protestantse magistraat te ver. Hij mocht wel ongetrouwd zijn, zo wordt verderop in het reglement aangegeven: ‘ook wael een ongehijlickte persoon daer toe nut ende bequaem’. Ongetrouwd, maar dan zonder een vrouw waarmee hij samenwoont.
‘Echte’ vrouwen in het Catharinagasthuis en dan te weten dat die Catharina van Alexandrië (ca. 300 n.Chr.), waar het gasthuis naar vernoemd is, waarschijnlijk nooit echt heeft bestaan.

Literatuur  
Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), pp. 8-11.

Leppink, G.B. en Wientjes R.C.M., Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636).
Hilversum 1996 (Uitgeverij Verloren), p. 150.

16-1-1584 (maandag)

Willem van Oranje aan Arnhem: houdt moed!

Veluwe, ca. 1560
In 1584 worden de Veluwe en Arnhem bedreigd door het leger van de hertog van Parma. Op één van de vroegste kaarten van de Veluwe zijn de belangrijkste plaatsen en wegen van dit kwartier van Gelre afgebeeld.
Christaan sGrooten (1532-1608) was landmeter en cartograaf in dienst van Philips II. Hij bracht de gewesten en streken van de Nederlanden tweemaal in kaart: in een uitgave van 1573 en (Brusselse Atlas) en 1592 (Madrileense Atlas).
Hier één (folio 39) van de twee kaarten van de Veluwe uit de Brusselse Atlas die waarschijnlijk tussen 1555 en 1559 is gemaakt.
Kaart uit: Christaan sGrooten, Brusselse Atlas  / Atlas Bruxellensis, 1573.
© KBR (Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel): Ms. 21.596 D. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Arnhem, ca. 1560
De Veluwezoom met Arnhem in het midden tussen ‘Bennecom’ links en ‘Doeßburgh’. De kaart geeft slechts een indruk en komt zeker niet overeen met de (historisch) werkelijkheid. Direct om Arnhem liggen: Reyncom, Wolfhees, Dorewerdt, Oisterwyck, Hueßen, Malburgh, Warsborn, Gulde Spijcker, Monichhuijsen, Bethania. St. Anth. Capel, Velp, Byllion, Weesterfort.
Detail uit de Veluwekaart van Christaan sGrooten, Brusselse Atlas  / Atlas Bruxellensis, 1573.
© KBR (Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel): Ms. 21.596 D. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

16-1-1584 (maandag)
Willem van Oranje aan Arnhem: Houdt moed!
Op 16 januari schrijft Willem van Oranje vanuit het Prinsenhof in Delft een zowel alarmerende als opwekkende brief aan het Arnhemse stadsbestuur.
Eenheden van het leger van de Spaanse landvoogd en generaal Alexander Farnese, hertog van Parma, waren onverwachts de Veluwe binnengevallen. De hertog van Parma had al veel veroveringen op zijn naam staan en de vrees was dat ook Arnhem zou vallen voor de vijand.
Maar, voegt Willem eraan toe: als wij goede burgers eensgezind, vastberaden, moedig en vroom blijven, zullen we niet verslagen worden: “goeden borgeren ’t samen end eenen goeden moet ende couragie nemen, tot wederstandt van den vijandt, dewelcke op ULuijden nijet en can gewinnen, zoo ghìjluijden t’ samen stantvastlelijck blijft in goede courage, vromicheijt, ende gemoet.”
Twee dagen later schrijft Willem “dat hij  twee vanen (= groepen) ruiters onder ridmeester Barthold Windt en Hoeven gezonden had, om aldaar garnizoen te houden, daar hij vernomen had dat de vijand over den IJssel getrokken en in de Veluwe gevallen was.”

Een half jaar later, op 10 juli 1584, vellen drie kogels uit het radslotpistool van Balthasar Gerards de ‘vader des vaderlands’ dodelijk.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 226-227.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 378-379.

17-1-1885 (zaterdag)

Fonteinen Janssingel: ‘valsche diamanten’

Fonteinen Janssingel, ca. 1930
Op de achtergrond het hoektorentje van het Rijkstelegraafkantoor (1922-1945, hoek Velperplein-Apeldoornseweg, waar nu het Rembrandttheater staat) en de spits van de Lutherse Kerk (Spoorwegstraat). Direct achter de fonteinstraal de toren van de Martinuskerk.
 © Gelders Archief: 1500-5588-0004, Uitgave N.V. Uitgever Maatschappij Rembrandt te Utrecht van Prentbriefkaarten, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Vrouw met valsche diamanten
Eén citaat uit de raadsvergadering van 17 januari 1885 is te mooi om onopgemerkt voorbij te laten gaan.  Raadslid mr. E. H. Karsten voert als argument tegen de bouw van de fonteinen aan dat zink een lelijke imitatie is van brons. Hij licht dat, in rood omrand, toe: “Zulk eene imitatie is beneden de waardigheid van Arnhem. Evenmin als eene vrouw van aanzien naar een feest zal gaan, getooid met valsche diamanten, evenmin past het de stad Arnhem zich op te sieren met nagebootste monumenten!”
Verslag van de raadsvergadering, 17-1-1885, p. 14.
In: Gelders Archief: 2192-109, Secretarie Gemeente Arnhem.

17-1-1885 (zaterdag)
Fonteinen Janssingel: ‘valsche diamanten’
Niet vaak werd er in een raadsvergadering zo lang gediscussieerd als over het voorstel om fl 4.000,- te besteden aan het plaatsen van twee fonteinen op de Janssingel. Of zoals het op 17 januari 1885 op de agenda stond: ‘Aanleg van bassins op de gedempte Jansgracht
Die zaten in het singelontwerp van de landschapsarchitect Leonard Springer (1855-1940). De jonge Springer kreeg die opdracht na de succesvolle ’Nationale Tentoonstelling  van Nederlandsche en Koloniale Nijverheid’ in 1879 rondom Musis en de Janssingel.

De twee fonteinen uit het plantsoenontwerp waren:
– teveel; één fontein is genoeg (o.a. raadslid Wansink)
– op de verkeerde plaats (o.a. raadslid Karsten)
– te lelijk, wanstaltig zelfs (o.a. raadslid Scheidus)
– te snel, laten we het plan in drie stappen uitvoeren (o.a. raadslid Maris)
– goedkoop ogend in de zinken, in plaats van bronzen, uitvoering. De fonteinen zullen eruit zien als goedkope imitatie, als ‘valsche diamanten’ (o.a. raadsleden Karten en Van der Sleyden).

Ach, komt het ons allemaal niet bekend voor als in Arnhem iets nieuws en moois op stapel staat? En welke echte ‘Ernemmer’ zou nu dit rijksmonument met spuitende griffioenen, al dan niet verlicht in de avond, willen missen?
Het voorstel van B&W werd uiteindelijk aangenomen met 18 stemmen voor en 4 tegen en uitgevoerd door de firma L. Schütz en Zn. uit Zeist. Het werd uiteindelijk geen zink of brons, maar beschilderd gietijzer. De fonteinen werden op 15 september van dat jaar feestelijk in werking gesteld. De ook dat jaar gereed gekomen ondergrondse waterleiding droeg natuurlijk ook bij aan deze verfraaiing van de Janssingels.
Trouwens, die firma Schütz werd in 1894 overgenomen door een andere zinkproducent, Braat uit Delft. En die bouwde, naar ontwerp van K. Cramer, enkele jaren later de prachtige Zwanenbrug in Sonsbeek en de fraaie Jugendstilbrug in De La Reystraat.

Literatuur
Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst.
Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 34.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 128.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), pp. 194-195.

Schulte-van Wersch, C.J.M., De singels in Arnhem. Van vestinggordel tot Centrumring. 
Utrecht 2013 (Uitgeverij Matrijs), p. 36.

18-1-1952 (vrijdag)

Oorlogsmonument in wording

Atelier Gijs Jacobs van den Hof, 1952
Het gipsen model van ‘Mens tegen Macht’ in het atelier van de beeldhouwer aan de Broekstraat.
© Arnhemsche Courant, 18-01-1952.
Onthulling oorlogsmonument, 17-9-1953
Koningin Juliana onthult in het gezelschap van burgemeester Chris Matser het beeld ‘Mens tegen Macht’ De derde in het gezelschap is de maker, beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof. Het beeld stond direct bij de westelijke hoofdingang van de Grote Kerk en zou nog meermalen verplaatst worden.
De stad draagt via de Waag (rechts) nog de sporen van de oorlogsverwoestingen.
© Nationaal Archief: onbekende fotograaf (J.D. Noske) Anefo, 047-0578. CC-0 (auteursrechtenvrij).

18-1-1952 (vrijdag)
Oorlogsmonument in wording

Op vrijdag 18 januari 1952 stond er een fraai artikel in de Arnhemsche Courant. De journalist was op bezoek bij beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof. Die was druk doende met wat het Arnhemse oorlogsmonument ‘Mens tegen Macht’ zou worden. In het atelier van de kunstenaar aan de Broekstraat nr. 20 wachtte het gipsen beeldmodel om op reis te gaan. Na een skelet van hout en ijzer, twee gipsen voormodellen (bozetto en modello) en een negatiefmodel in klei was dit de één-na-laatste fase van het beeld. Dezelfde week zou het gipsen beeld naar Haarlem gaan om in de gieterij van Binder (in het AC-artikel staat Bienders) in brons gegoten te worden. De kunstenaar dacht dat hij nog wel drie jaar met het beeld bezig zou zijn.
Dat liep anders: het beeld stond datzelfde jaar op de internationale beeldententoonstelling ’Sonsbeek ‘52’ . En het was in goed gezelschap met werken van beroemdheden als Rodin, Zadkine en Moore. Op 17 september 1953 werd het beeld op het Kerkplein officieel onthuld door koningin Juliana.
Het blijft eeuwig zonde dat de kalkstenen sokkel van A.L. van der Wal met de ‘Pleuranten’ van Jacobs van den Hof sinds 1970 geen deel meer uitmaakt van het monument, maar gelukkig nog wel op Moscowa te zien is.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 18-1-1952.

Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst.
Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 65

Jacobs-Brouwer, J.B., Ambacht en bezieling. Het atelier van de Arnhemse beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof (1889-1965).
Rheden 2020 (onuitgegeven masterscriptie Open Universiteit), passim.

Otterloo, R. van, ‘Voor allen die geloven in de ontzaglijke betekenis van de Europese cultuur’.
In: Infobulletin van de Vereniging Vrienden van Sonsbeek, jrg. 18 (2006), nr. 3, pp. 3-4.

Pelzers, E., Gijs Jacobs van den Hof.
In: Pelzers, E., Ploeg H. van der en P. Venhuizen (red.), Arnhemse kopstukken.
Arnhem 200 (Uitgeverij Kontrast i.s.m. De Gelderlander), pp. 96-99.

19-1-1603  (zondag)

Aanleg haven bij de Rijnpoort

Haven bij Rijnpoort, ca. 1560
De haven is niet meer dan een vergraven stuk van de Rijn. Handesslchepn lagen voor het lossen en laden van goederen aan de versterkte Rijnoever.
Detail van een kaart van Jacob van Deventer.
© Biblioteca Nacional de España, Madrid, Manuscritos Res/200, folium 87. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
 
Haven bij Rijnpoort, ca 1650
De grotere vluchthaven bij de schipbrug en de Rijnpoort.
Detail van een kaart gedrukt door de firma Blaeu, naar de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon). Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

19-1-1603  (zondag)
Aanleg haven bij de Rijnpoort 
De stad Nijmegen zond op 19 januari 1603 een lijst met hun havengelden aan de stad Arnhem. Dat gebeurde niet zomaar. Arnhem had het jaar daarvoor een schipbrug bij de Rijnpoort gebouwd. Dit was al een financiële tegenslag voor Nijmegen. Boeren uit de Betuwe konden nu veel sneller naar de Arnhemse markt dan naar die van Nijmegen. Met een nieuwe grotere haven bij de schipbrug, dreigde Nijmegen ook nog havengelden mis te lopen. Dat ging de Waalstad wat te ver.

Arnhem voelde zich wel verplicht om een grotere vluchthaven aan te leggen, want tot 1603 was de haven niet meer dan een versterkte kade van de Rijnoever. En de stad had “in den verleden winter door de onderganck van verscheidene scheepen en inlaedene coopmansgoderen, een jammerlijck spectakel gezien.” Een grote Arnhemse vluchthaven was gewenst, wat Nijmegen ook daarvan mocht vinden.

Literatuur
Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 416.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 25.

Haven bij Rijnpoort, ca 1927
De schipbrug wordt open gevaren om een zeilboot te laten passeren. De vluchthaven bij het Roermondsplein  is vrijwel nog dezelfde als in de zeventiende eeuw.
© Gelders Archief: 1583-117835, KLM (Aerocarto), fotocollectie Gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

20-1-1908 (maandag)

Financiering nieuw slachthuis

Slachthuis, ca. 1930
Het Gemeentelijk Slachthuis aan de Nieuwe Kade. Op de achtergrond de schoorsteen van de elektriciteitscentrale (opening 1907) en daarachter de toren van Grote Kerk.
© Gelders Archief: 1500-5055, Uitgeverij H.W.K., Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Slachthal, 1910
De slachthal vlak na de opening van het slachthuis in 1908.
© Gelders Archief: 1523 – 31-0012, Fotoalbum ‘Aandenken voor mr. I. Everts BHzn, 1908-1913’. Public Domain Mark 1.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

20-1-1908 (maandag)
Financiering nieuw slachthuis

De aanloop was lang, maar op 1 september 1910 opende de gemeente een nieuw eigen slachthuis aan de Nieuwe Kade. Acht jaar eerder waren de eerste plannen gemaakt en in de raadsvergadering van maandag 20 januari 1908 werd het geld vrijgemaakt.

Er verscheen een hypermoderne slachterij met stallen, slachthallen, koelruimtes met een ijsfabriek, ‘darmwasscherijen’ en een apart machinegebouw. Het hek aan de hoofdingang werd geflankeerd door dienstwoningen en een kantoorafdeling.

Het ruime ontwerp van het gemeentelijk slachthuis kwam van de directie van Gemeentewerken zelf: directeur Willem Schaap en zijn adjunct Gerrit Versteeg.

Energie betrok het slachthuis van de elektriciteitscentrale en de gasfabriek, die ook aan de Nieuwe Kade en Westervoortsedijk lagen. Het stadsgas werd in 1957 vervangen door (Duits) aardgas.
In deze tijd waarin veel mensen het vlees laten staan en het aardgas bijna taboe is, kunnen we ons verwonderen hoe binnen twee tot drie generaties zoveel kan veranderen.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 138.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), pp. 144-159. 

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W., Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem 1919 (Uitgeverij Thieme), pp. 77-82.

Gemeentebedrijven, 1918
Alle bedrijven van Gemeentewerken aan de Westervoortsedijk en de Nieuwe Kade. In het midden het slachthuis,
© Gelders Archief: 1506-7881, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Van stadsgas naar aardgas, 1957
In 1957 schakelden veel Arnhemse gemeentebedrijven over van stadsgas naar aardgas uit Duitsland. Alle leidingen en apparatuur werd vervangen. Vanaf 1965 volgden de huishoudens met Gronings aardgas.
© Gelders Archief: 1583-21-0038, fotograaf GEWAB), fotoalbums. Public Domain Mark 1.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

21-1-1954 (donderdag)

Onthulling beeld ‘Het Grote Hert’ op Willemsplein

Le Grand Cerf op het Willemsplein, ca. 1955
Rechts van het beeld van François Pompon staat café-restaurant Royal van de architecten Van Nieuwenhuyzen, Van der Heyden en Moerman. Het pand is een fraai voorbeeld van de wederopbouwarchitectuur: strakke bakstenen gevel met raampartijen en betonnen ornamenten. Het café met geliefd terras opende de deuren in 1952.
Eigenaar van het restaurant was de familie De Boer en het beeld kreeg de spotnaam ‘De Bok van de Boer’.
© Gelders Archief: 1500-5156, onbekende fotograaf Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Onthulling Le Grand Cerf, 1954
Burgemeester Chris Matser onthult in aanwezigheid van de Franse ambassadeur ‘Het Grote Hert’.
Uit: Arnhemsche Courant, 21-1-1954
Via krantensite Delpher.
Aankomst Le Grand Cerf in Arnhem, 1954
De reis van het beeld
Uit: Arnhemsche Courant, 8-1-1954
Via krantensite Delpher.

21-1-1954 (donderdag)
Onthulling beeld ‘Het Grote Hert’ op Willemsplein

Iedere ‘Ernemmer’ heeft een ‘geel-swert hert’. Maar er is nog een hert dat de echte Arnhemmer aan het hart ligt: het beeld ‘Het Grote Hert’ (Le Grand Cerf) van François Pompon (1855-1933) op het Willemsplein. Op de sokkel kunnen we in het Frans lezen dat het beeld op 21 januari 1954 werd onthuld door burgemeester Matser in gezelschap van de Franse ambassadeur Jean Paul Garnier.

Het bronzen beeld van Pompon, een medewerker van de illustere Auguste Rodin, was twee jaar eerder te zien op de internationale beeldententoonstelling ‘Sonsbeek ‘52’. Na afloop besloot het gemeentebestuur om een nieuw afgietsel (nr. 11) van het beeld uit 1929 aan te schaffen. Het vervoer van het beeld uit de gieterij in Arcueil, in het zuiden van Parijs, had nogal wat voeten in de aarde. Het beeld was te groot voor de vrachtwagen en de winterse wegen waren spekglad.

Zoals altijd werd het kunstwerk wisselend ontvangen door de Arnhemmers. Maar nu zou het Willemsplein in de meeste ogen zou een deel van zijn hart verliezen als het hert er niet meer was.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 8-1-1954 en 21-1-1954.
Via krantensite Delpher.

Beks M. en W. van Heusden, Beeldenvaart door Arnhem.
Arnhem 1983 (Uitgeverij Stichting Festival Arnhem), pp. 36-37.

Brink, T., Nulboek Arnhem uit de kunst.
Arnhem 2019 (Uitgeverij Hijman Ongerijmd), p. 32.

Companjen, L. e.a (red.), Beelden in Arnhem.
Arnhem 1994 (Uitgeverij Stichting Beeld in Beeld), p. 12.

Middel, H., Beelden op stand Arnhem.
Arnhem 2011 (Uitgeverij Stichting Bezoekerscentrum Arnhem), nr. 149.

22-1-1723 (vrijdag)

Oog om oog, wang om wang

Markt te Arnhem, 1742
Schilderij van Jan de Beijer. We zien rechts ook nog het Oude Stadhuis en de Visbank. Voor het stadhuis staat een waterpomp.
© Rijksmuseum Amsterdam: RP-T-1918-389. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Wang om wang, 1723
Uit: Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 67-68.
Waterpomp en houten paard, 1742
Op het waterverfschilderij van De Beijer is achter de waterpomp nog het ‘houten paard’ te zien. Hier werden mensen, met gewichten aan hun voeten’ te kijk gezet. Het waren vooral militairen die zich niet aan de regels hadden gehouden en prostituees die dit moesten ondergaan.
Detail uit J. de Beijer, Markt te Arnhem 1741.
© Rijksmuseum Amsterdam: RP-T-1918-389. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

22-1-1723 (vrijdag)
Oog om oog, wang om wang
Een schijnbaar fraai en lieflijk tafereel schildert Jan de Beijer hier op de Markt. Onno Boonstra heeft met moderne computerprogramma’s berekend dat het woensdag 29 augustus 1742, 15.44 uur is. De schaduwinval op de Eusebiuskerk gaf hem de sleutel om dit te ontrafelen, ondanks dat de schilder zelf als jaartal 1741 in de titel zette.

Maar het gaat ons om de man rechts. Hij zit rustig pijprokend in het gezelschap van zijn vrouw en dochtertje te kijken naar de komst of het vertrek van de koets voor het Huis Anderlecht. Daar woont de vijftigjarige Frederik Willem (baron van) Torck en zijn vrouw Jacoba Maria van Wassenaer van Duvenvoorde.

Een lieflijk tafereel, maar schijn bedriegt. De man is Hendrick Cahlee die meer dan vijftig jaar, van 1700 tot 1754, de beul/scherprichter in Arnhem was.
En Hendrick moest ook op vrijdag 22 januari 1723 aan het werk. De zeventienjarige Andries Jurriens had iemands wang volledig opengesneden. Nu moest Hendrick dat ook bij Andries doen; oog om oog, wang om wang. Dat was voor de rechters nog niet genoeg. Andries moest zes jaar de gevangenis in en werd daarna verbannen uit de stad.
Wat is dat toch altijd, jonge jongens met messen?

Literatuur
Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.
Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), pp. 76-82.

Potjer, M., Huizen en Herbergen. Wonen aan de Markt.
In: Boonstra, O. en Lunteren, P. van (red.), De Markt van Arnhem. 800 jaar wonen, werken, besturen en bezoeken.
Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren), pp. 13-42, p. 25-28.

Snijder, C.R.H., Servaes van Aldenhoven, een zestiende-eeuwse  Gelderse  scherprechter.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift;  jrg. 35 (2015), nr. 3, p. 146-160.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 67-68.

23-1-1875 (zaterdag)

Neoclassicistische Vischmarkt

Toegangspoort Vismarkt, ca. 1890
De indrukwekkende neoclassicistische poort naar de Vismarkt was een creatie van stadsarchitect Abraham van Cuijlenburgh (1832-1886). In het midden dragen twee leeuwen het wapen van de Arnhem, de tweekoppige adelaar. Die beeldhouwwerken zijn van de Arnhemse beeldhouwer Jean Baptiste Pierre Cajot (1811-1887).
De fraaie toegang zag er al snel niet meer uit. Markus schrijft in 1906: “de monumentale gevel met zijn in eene nis geplaatst symbolisch fonteintje er nu al tamelijk vervallen en vuil begint uit te zien.”
© Gelders Archief: 1501-04-5695, fotograaf Th. Bruiningh, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Binnenzijde Vismarkt, 1938
Direct achter de ingang probeert visverkoopster Cornelia Bruijsten de vis op haar handkar te verkopen. Rechts is het begin van de overkapping te zien met de officiële stenen verkoopbanken waar handelaren een plekje konden pachten. Cornelia maakt daar geen gebruik van en hoopt direct bij de ingang haar vis te verkopen. Misschien kneep de marktmeester een oogje toe.
Op de achtergrond de Kippenmarkt en de Grote Kerk. Boven de toegangspoort is de top van de gevel al weggehaald wegens bouwvalligheid. Een jaar later zou de vismarkt een grote opknapbeurt krijgen.
© Gelders Archief: 1501-2160, onbekende fotograaf, fotocollectie Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

23-1-1875 (zaterdag)
Neoclassicistische Vischmarkt

De stad heeft in de loop der eeuwen heel wat lopen leuren met de Vismarkt. Niemand wilde de verkoop van rivier- en zeevis (Harderwijk lag aan de Zuiderzee) naast zijn deur hebben. De verkoop vond plaats buiten de Sabelspoort, op de Markt, de Korenmarkt, weer buiten de Sabelspoort op het Eusebiusplein en in de negentiende eeuw aan de Boterdijk buiten de Rijnpoort. Die laatste plek was wel handig voor de visaanvoer via de haven, maar veel Arnhemse klanten vonden het te ver lopen. De vismarkt verloor steeds meer kopers en daardoor zochten de handelaren ook hun heil elders.
Daarom neemt de gemeenteraad op 23 januari 1875 het besluit om een nieuwe vismarkt te bouwen op een centrale plek: direct achter de Grote Kerk naast de Kippenmarkt. Een jaar later wordt de markt geopend en de klanten stromen weer toe. En dat lag misschien ook een beetje aan de magnifieke toegangspoort die meer dan 21.000 gulden kostte.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 27-4-1876 en 7-9-1876.
Via krantensite Delpher.

Bloemendaal, P., Arnhem voor Eeuwig. De Arnhemsche Vischmarkt kreeg in de 16e eeuw te maken met ‘coronamaatregelen’.
In: De Gelderlander, 22-3-2021.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der. Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 120.

Frank, C.J.B.P. en F.A.C Haans, De binnenstad. Duizend jaar wonen in Arnhem tussen Singels en Rijn.
Utrecht 1996 (Uitgeverij Matrijs).

Hogerlinden, J.G.A., De Vischmarkt gerestaureerd.
In: Arnhemsche Courant, 1-8-1939.

Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs).

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 207.

Roelofs, B., Vernieling en Vernieuwing. De wederopbouw van Arnhem 1945-1964.
Utrecht 1995 (Uitgeverij Matrijs).

Schaap, K. en Stempher, A.S.,  Arnhems Oude Stadshart
Arnhem 1973 (Gemeentearchief Arnhem), pp. 84-89.

Schulte, A.B.C en A.G. Schulte, De verdwenen stad. Arnhem voor de verwoesting van 1944-1945.  
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), p. 35.

Schulte-van Wersch, C. van, Abraham van Cuijlenburgh 1832-1886.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), p. 60-61.

Vredenberg, J., Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem.
Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs).

Kadastrale kaart Vismarkt, 1873
Voor de bouw van de markt werden rondom de kerk enkele huizen gesloopt.
© Gelders Archief: 1506-7411, tekening Publieke Werken, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ontwerptekening Vismarkt, 1875
Stadsarchitect Abraham van Cuijlenburg tekende het ontwerp voor de ingang van de vismarkt.
© Gelders Archief: 1506-7415, tekening Publieke Werken, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
 

24-1-1627 (zondag)

De pest waart weer rond

Agnietenklooster met ‘Pesthuys’, ca 1650
Het Agnietenklooster werd in 1636, nadat de laatste non was overleden, overgenomen door het Catharinagasthuis. Het enige wat daar van resteert is de vroegere kapel, nu Waalse Kerk aan de Beekstraat. Nr. 29 is ’t Pesthuys.
Detail van een kaart gedrukt door de firma Blaeu, naar de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon). Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Pestordonnantie, 1624
Een Arnhems besluit uit 1624 met verschillende maatregelen om de pest te bestrijden.
Het opschrift zegt o.a.: “Wanneer ghij niet hooren sult de stemme des Heeren uwwes Godts
(…) zoo sullen alle de vloecken over u comen (…) De Heere zal u de Pestilentie aanhanghen …”.
Het gereformeerde stadsbestuur dacht de oorzaak van de pestepidemie te kennen, maar geen rattenvlo te bekennen in de ordonnantie.
Voorblad van: Pestordonnantie uit last van de Magistraet van Arnhem, Arnhem 1624

24-1-1627 (zondag)
De pest waart weer rond
Tussen 1620 en 1630 sloeg de pest verschillende malen toe in de stad. In 1624 werden bestaande maatregelen opnieuw bekrachtigd. In 1627 echter was de toestand weer rampzalig. De dood greep zo snel om zich heen en het besmettingsgevaar was zo groot dat niet op de geëigende manier testamenten konden worden opgemaakt. Alleen in het bijzijn van twee schepenen was een laatste wilsbesluit rechtsgeldig. Maar ja, de pest wachtte niet op de beschikbaarheid van twee stadsbestuurders. En de stadsbestuurders stonden niet te springen om aan het bed van een stervende pestpatiënt te staan.
Daarom besloot men op zondag 24 januari dat nu ook een predikant en twee geloofwaardige getuigen voldoende zijn. Waarom eraan toegevoegd dat dit ‘manspersonen’ moeten zijn, ontgaat ‘Arneym’ in 2022.

Literatuur en bronnen
Leppink, G.B. en Wientjes, R.C.M., Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636).
Hilversum 1996 (Uitgeverij Verloren), pp. 215-230, 485-487.

Raadssignaat der Stad Arnhem, 24-1-1627.
In: Gelders Archief: 2000-13, Oud Archief Arnhem, Raetssignaet 1623-1628, folio 248 verso.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.   
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

Veen, J.S. van, De pest en hare bestrijding in Gelderland, in het bijzonder te Arnhem.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel VI (1903), pp. 1-66, pp. 32-34.

Besluit 24-1-1627
Het besluit van het stadsbestuur met de aanpassingen voor het opmaken van een testament.
In rood omrand: “een dienaer Godtlicken woorts ende eenen off twee gelooffwaerdige getuygen, manspersonen.”
Raadssignaat der Stad Arnhem, 24-1-1627.
In: Gelders Archief: 2000-13, Oud Archief Arnhem, Raetssignaet 1623-1628, folio 248 verso.
‘t Pesthuys, ca. 1690
Het opvang- en verpleeghuis op het terrein van het Agnietenklooster.
© Gelders Archief: 1551-2949, tekening van Jacobus Stellingwerff, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

25-1 Paulidag

De nieuwe schepenen laten het zich goed smaken

Stadswijnhuis op de Grote Oord
© Gelders Archief: 1501-04-4038, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem, Public Domain Mark 1.0 licentie.
Smakelijk eten op Paulidag
Hert, kapoenen, wijn, gans enz. ‘wierdt van de Stadt verzogt’. Op kosten van de stad en dus niet voor eigen rekening van de bestuurders.
Uit; Hasselt, G. van, Arnhemsche oudheden. Deel II.
Arnhem 1803 (Drukkerij Moelenman, p. 150
Schepennamen op Sabelspoort
Her en der in de stad zie je uit welke families de schepenen werden gekozen op de ‘Paulidag’. De Sabelspoort draag te namen van Van Arnhem en Tulleken.
© Fotograaf Jan de Vries, 2005. CC-BY-NC-ND-4.0 licentie (alle rechten voorbehouden).

.

25-1 Paulidag
De nieuwe schepenen laten het zich goed smaken
De kalender werd lange tijd geregeerd door de christelijke feest- en naamdagen. Zo is 25 januari de dag die herinnert aan de bekering van de apostel Paulus tot het christendom: ‘Pauli Conversionis.‘ Op Paulusdag/Paulidag werd in Arnhem elk jaar het nieuwe stadsbestuur gekozen: de ‘schepenkeur’. Uit hun midden kozen de twaalf nieuwe schepenen de twee burgemeesters. De verkiezing was verre van democratisch: de zittende schepenen (soort wethouders) kozen uit eigen kring, familie, vrienden, zakenpartners de nieuwe bestuurders. Aan het eind van de middeleeuwen kregen ze wel een raad vanuit de gilden naast zich, de ‘Gemeenslieden’. Die had echter weinig in de bestuurlijke melk te brokkelen en bovendien beslisten de schepenen wie ‘gemeensman’ mocht zijn.
Vermaard en berucht waren de etentjes en drinkfestijnen die de nieuwe schepenen voor zichzelf en hun vrouwen op Paulidag regelden. In het Stadswijnhuis op de Grote Oord liet men Spaanse wijnen, herten, hanen, kalkoenen, hazen en nog meer op stadskosten aanrukken. Soms kostten de drie etentjes op een dag meer dan duizend gulden. Naar hedendaagse maatstaven een gigantisch bedrag.

Literatuur
Hasselt, G. van, Arnhemsche oudheden. Deel II.
Arnhem 1803 (Drukkerij Moeleman), pp. 144-152.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 156, 167-168.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 61.

Verkerk, C.L., Bestuur, rechtspraak en onderwijs in de middeleeuwen.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 188-221, pp. 42-91, pp. 75-76.

26-1-1900 (vrijdag)

Karel ‘Eénoog’ van der Heijden overlijdt

Karel van der Heijden, 1898
Van der Heijden werd in Batavia geboren uit een buitenechtelijke relatie van de opperbevelhebber van het Indische leger, Hubert J. J. L. ridder de Stuers met een onbekend gebleven Boeginese (Sulawesi/Celebes) vrouw.
Karel werd geadopteerd door Jean van der Heijden en Wilhelmina Siebing en nam de naam van zijn adoptievader aan.
De trekken van zijn Indonesische moeder en het blinde linkeroog zijn onmiskenbaar.
© Museum Bronbeek. Schilderij van J. J. Hartong, Den Haag 1898. Public Domain Mark 1.0 licentie (alle rechten voorbehouden)
Monument Karel van der Heijden, 1905-1963
Het monument op de Berkenheuvel bij de Karel van der Heijdenweg en de Weg langs Het Hazegrietje. Het monument bevat een aantal bronzenplaquettes tegen een achtergrond van een symbolische ‘benteng’, een Maleisische versterkingsschans.
© Gelders Archief: 1500-927, onbekende fotograaf, Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

26-1-1900 (vrijdag)
Karel ‘Eénoog’ van der Heijden overlijdt
Twee weken na zijn 74e verjaardag overlijdt op Bronbeek Karel van der Heijden, gepensioneerd generaal en fungerend commandant van het militair invalidenhuis.
En Van der Heijden dat was niet zomaar iemand. Als we denken dat we nu in een tijd van ‘woke’, BLM, ereschulden, discussie over koloniale oorlogsmisdaden, slaafgemaakten en Bersiap leven, dan doen we het verleden tekort.

Onder de militaire leiding van Van der Heijden, kind van een Nederlandse vader en Indonesische moeder (Sulawesi), worden tussen 1877 en 1879 verschillende expedities in Aceh/Atjeh uitgevoerd. Het Nederlandse leger doodde tienduizenden Indonesiërs en brandde honderden dorpen plat. Tijdens de gevechten wordt het linkeroog van Van der Heijden door een kogel getroffen en voortaan gaat hij door het leven als ‘Kareltje Eénoog’.

Zijn militaire optreden riep zowel bewondering als afschuw op. Felle discussies in kranten en de Tweede Kamer werden gevoerd. Termen als ‘pacificator’ en ‘oorlogsmisdadiger’ wisselden elkaar af. De positie van Van der Heijden was onhoudbaar en hij werd in 1887 benoemd tot commandant van Bronbeek.

Als Van der Heijden sterft, is in Arnhem het socialistische SDAP-raadslid Johannes van Zoestbergen de enige die weigert een rouwbeklag namens het stadsbestuur aan de weduwe te ondertekenen. Hem wordt geweigerd om in de vergadering van 27 januari zijn visie te geven. De begrafenis op Moscowa vier dagen later trekt duizenden belangstellenden.

In Arnhem is er de Karel van der Heijdenlaan en dat gebied stond bekend als de Berkenheuvel en nu als Het Hazegrietje. Daar verrees. ook niet zonder enige discussie, in 1905 een imposant monument voor Van der Heijden, Het bankje bij het gedenkteken, met uitzicht vanaf de hoogten boven de Cattepoelseweg, lokte veel verliefde paartjes naar de Berkenheuvel.

Het monument werd slecht onderhouden en een enkele plaquette ‘verdween’. Dan besluiten in april 1960 twee journalisten van het Gelders Dagblad / Arnhemsche Courant, in samenwerking met Bronbeek, de overige plaquettes te ‘redden’. Ze stelen de resterende bronzen platen en die krijgen in 1963 een plek in een nieuw monument op Bronbeek: de Karel van der Heijdenbank. Dit alles leidde opnieuw tot debatten. Het monument bij het Hazegrietje werd in hetzelfde jaar afgebroken.

Het graf van ‘Karel Eénoog’ op Moscowa is nog steeds te bezoeken. De tijd heeft voor een symbolische barst in de eenvoudige grafsteen gezorgd.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 27-1-1900, 29-1-1900, 8-4-1960.
Via krantensite Delpher.

 Andriessen, P.J. (bewerkt door G.L. Kepper), Beroemde mannen.
‘s Gravenhage z.jr.-ca. 1890 (Haagsche Boekhandel & Uitgevers-Maatschappij), pp. 266-276.

Brouwer, W. Karel van der Heijden.
Amsterdam 1900 (Uitgeverij L.J. Veen).

Bevaart, W., Bronbeek. Tempo doeloe der rechtvaardigheid.
Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), pp. 83-85, 139.

Redding plaquettes ‘Kareltje Eénoog’, 1960
Een paginagroot trots artikel met de veiligstelling/diefstal van de resterende herinneringsplaten van het monument aan de Karel van der Heijdenweg.
Uit: Arnhemsche Courant, 8-4-1960.
Karel van der Heijden verliest zijn oog, 1877
De titel van het boek van Andriessen zegt al genoeg: Beroemde mannen. Hij behandelt Van der Heijden als laatste in een rijtje met Willem van Oranje, Hugo de Groot, Michiel de Ruyter en J.C.J. van Speijk (‘Dan liever de lucht in’), enz. Geen woord over de tienduizenden gedode Indonesiërs, wel uitgebreid over het verlies van éen oog in de slag om Samalanga op 26 augustus 1877. Tekening van J. van Zon.
Uit: Andriessen, P.J. (bewerkt door G.L. Kepper), Beroemde mannen.
‘s Gravenhage z.jr. (Haagsche Boekhandel & Uitgevers-Maatschappij), pp. 268.

27-1-1640 (vrijdag)
Keuren van vlees aangescherpt

Broerenklooster, ca. 1650
Onder 5 van 25 (‘Op den Kleynen Oort’) bevond zich het Vleeshuis.
Detail van een plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).
Vroegere Broerenkerkhof en vroegere Vleeshuis
Op het terrein van de ‘Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’ stond tussen 1613 en 1786 het Vleeshuis.
Moderne luchtfoto met de kadastrale gegeven van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries 2022.

‘Arneym’ twijfelde over het onderwerp op deze dag. Want vandaag in 1917 won de vermaarde schaatskampioen Coen de Koning voor de tweede keer de Elfstedentocht. Dat had hij vijf jaar daarvoor ook al gedaan, op 7 februari 1912. In dat jaar woonde hij aan de Jacob Cremerstraat in Arnhem en in 1917 was hij verhuisd naar Etten-Leur. Bij zijn eerste Elfsteden-overwinning werd hij in Arnhem groots gehuldigd. Daarom bewaren we die geweldige en intrigerende sportman voor Verleden Vandaag van 7 februari (1912).

We gaan wat verder in de tijd terug, naar 27 januari 1640.
Toen besloot het stadsbestuur dat veeslachters de dieren eerst naar het stadhuis op de Markt (afgebroken in 1840) moesten brengen. De levende have bond men vast aan een paal en werden gevoerd. Als de dieren het voedsel weigerden dan waren de dieren waarschijnlijk ziek en mochten niet geslacht of verkocht worden.
Kennelijk deugden de regels en procedures in het Arnhemse ‘Vleeschhuis’ niet. Tussen 1437 en 1613 stond de vleeshal op de Markt als noordelijk buurpand van het Oude Stadhuis. In het laatste jaar werd een nieuwe vleeshuis gebouwd op het vroegere kerkhof van het Broerenklooster. Het pand stond aan de Broerenstraat in de hoek met de Kleine Oord- Nieuwstraat. In 1640 keerde de vleeskeuring dus even terug naar het stadhuis (afgebroken 1840) op de Markt.
Het Vleeshuis aan de Broerenstraat-Kleine Oord kende een wisselend bestaan en werd in 1786 definitief gesloten. De ‘Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’ nam in het begin van de 19e eeuw het terrein over en liet het pand in 1842 afbreken.

Literatuur
Kremer, A.J.C., De St. Walburgstraat.
In: Arnhemsche Courant, 21-9-1901.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 424-425.

Rams, C., Coen de Koning zijn verhaal.
Maasbracht 2005 (Eigen pdf-uitgave), p. 50.
Via: https://home.hccnet.nl/c.rams/zijnverhaal.pdf, laatst geraadpleegd 10-1-2021.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.  
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), pp. 111-112.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 40.

28-1-1833 (maandag)

Geboortedag grondlegger Boulevardkwartier

Hendrik Jan Heuvelink jr.
Foto uit: Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 214.
Bouwplan Boulevardkwartier, 1877
Het ontwerpplan van Heuvelink jr. In het midden in het rood het Gelders Spijker met de Molenbeek (nu Watertuin en hoek Parkstraat-Prins Hendrikstraat). De bochtige Boulevard is al fraai te zien. Ook ingetekend zijn de Kastanjelaan en de Parkstraat.
© Gelders Archief: 1506-7661, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

28-1-1833 (maandag)
Geboortedag grondlegger Boulevardkwartier
Arnhem heeft een echte ‘boulevard’. Tot 1901 heette de straat ten zuidoosten van de binnenstad ook zo. In dat besloot de gemeenteraad op 19 maart om de in een bijzondere s-bocht lopende allee te vernoemen naar de zojuist overleden ontwerper: Hendrik Jan Heuvelink. Junior wel te verstaan, want hij werd op 28 januari 1833 geboren als zoon van stadsarchitect Hendrik Jan Heuvelink sr. De laatste was verantwoordelijk voor het visionaire uitbreidingsplan van 1853. Dat legde, met de herenhuizen aan de singels en de Rijnkade, de basis voor het aanzicht en de uitstraling van de stad.

Op al deze fronten trad jr. in de voetsporen van zijn vader. Hij was dan wel niet de stadsarchitect, maar als projectontwikkelaar had hij grootse plannen. Hij wilde een eind maken aan de oprukkende ‘bouwbaasjes’ die lukraak in de zich snel uitbreidende stad slechte woningen bouwden tegen woekerprijzen. Heuvelink jr. droomde van een planmatige aanpak met brede straten die door voortuinen en bomen omzoomd waren. Aan deze lanen zouden grote herenhuizen verrijzen voor de absolute welgestelden en de gegoede middenstand. Na enig duw- trek- en licht chantagewerk (‘Als u, gemeente, mij niet steunt, dan verkoop ik de grond aan elke timmerman die het maar wil hebben’) ging de gemeente akkoord. De brede straten en prachtige stadspaleizen kwamen er, maar – zoals vaker – het kwam financieel niet uit. Goedkopere huizen werden gebouwd en de royale herenhuizen werden opgesplitst in vier tot acht wooneenheden. Maar een plaatje is het Boulevardkwartier nog steeds.

Literatuur
Derks, G.J.M. en R.J.A. Crols, Spijkerkwartier en boulevardkwartier. Een monumentale wijk met karakter in Arnhem.
Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs), pp.
19-24.

Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), p. 214.

Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.
Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp. 61-64.

Seebach, T., Hendrik Jan Heuvelink jr. 1833-1901.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), pp. 74-76.

Vredenberg, J., Stedelijke ruimte in de negentiende eeuw.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 34-53, pp. 47-48.

Boulevard Heuvelink, ca. 1905
We kijken vanaf de (plantsoen)hoek Kastanjelaan naar het zuiden met direct rechts de Prinsessestraat. Dit was het droombeeld van Heuvelink jr.
© Gelders Archief: 1500-267, Uitgeverij J.H. Schaefer Amsterdam, Prentbriefkaarten Collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Boulevardkwartier, ca. 1905
Detail uit een stadsplattegrond. De hoofdstraten uit het plan van Heuvelink jr. zijn bebouwd. De andere straten volgden snel.
© Gelders Archief: 1506-1565, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

29-1-1563 (dinsdag)
Provincie tikt Arnhem op de financiële vingers

Besluit Hof van Gelderland, 29-1-1563.
Afschrift van het besluit in het archief van het stadsbestuur.
Dit is het derde kantje van de uitvoerige instructie.
In rood omrand: “Ten anderen op de swaerigheijden voorgevallen op te groote teeringe so die schepenen en officieren in oire reijsen wanneer sij der stads wegen nijs gereijst gedaen en”: Over de problemen van met te grote consumptie-uitgaven voor schepenen en officieren als zij in opdracht van de stad een reis hebben gemaakt”.
In: Gelders Archief: 2000-588c, Oud Archief Arnhem, Statuten van Aarnhem en Missellanea, 1233-1689, inv. no. 588c, folio 1172 recto .
Arnhem rond 1580
Een van de mooiste kaarttekeningen van de stad komt van de jonge Aernout van Buchell / Arnoldus Buchelius (1565-1641). Het zuiden (Sabelspoort) ligt boven.
We beperken ons hier tot twee plekken die genoemd worden in het besluit van 1563:
–        rood omrand: dat geen rente aan het St. Catharinagasthuis zal betaald worden, dan na overlegging van schuldbewijs (Catharinagasthuis, Bakkerstraat);
–        geel omrand: dat in het Observantenklooster op St. Franciscus geen geschenken boven drie Rijnsche guldens en niet meer dan vier-en-twintig kannen wijns mogen gegeven worden (= Broerenklooster, Broerenstraat).
Meer informatie over de kaarttekening op arneym: https://arneym.nl/buchelius-arnhem-rond-1580/
Kaart uit: Aernout van Buchell / Arnoldus Buchelius (1565-1641), Diarium.
© Universiteitsbibliotheek Utrecht, Hs 798, foto Gelders Archief.

29-1-1563 (dinsdag)
Provincie tikt Arnhem op de financiële vingers
Zeven, aan beide zijden dichtbeschreven, perkamenten folio’s telt het besluit van het Hof van Gelre op 29 januari 1563. Het Arnhemse stadsbestuur krijgt in een twintigtal artikelen financieel flink om de oren. In hedendaagse termen: geen geld over de balk en waar zijn de bonnetjes? We noemen er enkele:

  • dat zij, die in dienst der stad op reis gaan, een behoorlijke declaratie van hun vertering (= consumpties) zullen indienen;
  • dat de maaltijden op St. Paul (keurdag van schepenen; zie Verleden Vandaag 25-1) en op Vastenavond (carnavalsdinsdag voor het begin van de vasten) helemaal zullen afgeschaft worden;
  • dat het laken van kleding van de stadsambtenaren in ‘s Hertogenbosch of elders, in ‘t groot, dus zoo goedkoop mogelijk, zal gekocht worden;
  • dat de korenmarkt voortaan uitsluitend binnen de stad op de Nieuwe Markt (huidige Korenmarkt) en de vismarkt op de Oude Markt  (huidige Markt) zal gehouden worden;
  • dat het stadsbestuur binnenkort met het Hof zal bespreken wat de beste en minst kostbare wijze is om de Rijnstroom wat verder van de stad af te leiden.

Die laatste maatregel is bijzonder, omdat nog geen dertig jaar eerder de rivier juist naar de stad werd geleid door de welbekende Rijnvergraving in opdracht van hertog Karel van Gelre.
Problemen rondom de besteding van overheidsgelden en grote infrastructurele ingrepen; is er in de kern veel veranderd?
Meer over de het aanzicht van Arnhem in de 16e eeuw via de kaart van Buchelius.

Literatuur
Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), pp. 241-242.

30-1-1897 (zaterdag)

Tijdelijke tramlijn voor failliete succestentoonstelling

Affiche Geldersche Tentoonstelling in Sonsbeek, 1897
Reclameaffiche van Jan F. Rinke met het hoofdgebouw in kleur. Een gezicht op de rijn vanaf de heuvels van de stuwwal mocht ook niet ontbreken.
© Gelders Archief: 1553-197, Topografisch-Historische Atlas van het voormalig Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Hoofdgebouw tentoonstelling, 1897
Een zwart-wit foto van het prachtige hoofdgebouw. In de nacht van 12 op 13 september verwoestte een brand het hele complex.
© Gelders Archief: 1583-15282, onbekende fotograaf, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

30-1-1897 (zaterdag)
Tijdelijke tramlijn voor failliete succestentoonstelling


In de tweede helft 19e eeuw groeide Arnhem uit tot een grote tentoonstellingen- en evenementenstad. En in de zomer van 1877 stond andermaal een expositie gepland ter gelegenheid van het 12,5 jarig bestaan van de ‘Algemeene Handelsvereeniging’.
De ‘Geldersche tentoonstelling van Nijverheid en Handel’ zal plaatsvinden op Sonsbeek, dat nog net een jaar in particuliere handen zal zijn van baron van Heeckeren. De Arnhemse middenstand probeerde een financieel graantje van de tentoonstelling mee te pikken en zo ook de Arnhemsche Tramwegmaatschappij/ Zij beheerde de paardentram en vroeg bij de gemeente vergunning aan om een tijdelijke tramlijn tussen het Velperplein en Sonsbeek langs de Apeldoornseweg te mogen exploiteren. De gemeenteraad gaat daar op zaterdag 30 januari 1897 mee akkoord.

De tentoonstelling was qua bezoek een groot succes. Dat kwam zeker ook door een bezoek op 28 augustus, drie dagen voor haar 17e verjaardag, van koningin Wilhelmina en koningin-moeder-regentes Emma. Wilhelmina moet nog een jaartje wachten voordat ze de koninklijke taken op zich mag nemen.

Financieel verliep de tentoonstelling rampzalig. Twee branden verwoestten zowel de Oranjerie als het hoofdgebouw van de expositie. De organiserende en jubilerende Handelsvereniging ging failliet door haar 12,5 jarig jubileumfeest. Nadien volgden nog talloze rechtszaken, want er bleek opzet in het brandspel. De dader werd veroordeeld, maar de procedure voor teruggave van het ingelegde waarborgsgeld leverde voor de aandeelhouders niets op. Over dit alles misschien in een Verleden Vandaag in juli en september.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 132.

Iddekinge, P.R.A., Sonsbeek de juiste achtergrond.
In: Iddekinge, P.R.A. van, Jansen, P.L.A., Jong, W. de (e.a.), Sonsbeek. Stadspark van Arnhem. Zwolle, 1998 (Uitgeverij Waanders), pp. 155-174, pp. 157-160.


Knap, W. W.G.Zn. en Vergouwe, G.F.C., Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem 1933 (Uitgeverij N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt), pp. 206-210.

31-1-1857 (zaterdag)

Makelaars op knettergekke huizenmarkt

Uitlegplan H.J. Heuvelink sr., 1853
In het geel de geprojecteerde nieuwe wegen: de singels en de Rijnkade. Hier kwam een façade van grote herenhuizen die de armoedige krotten voor de arbeiders daarachter moesten verbergen.
© Gelders Archief: 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8428. Public Domain Mark
1.0 licentie (auteursrechtenvrij). 
Villa’s aan de Velperweg, 1882
De villa’s droegen prachtige namen.Zo is erCarolinenburg’, nu Brasserie Velperweg / Wijnhandel- en museum Robbers en van den Hoogen. Het imposante huis werd gebouwd in opdracht van Caroline Banck, de rijkste inwoner van de stad. Het kapitaal kwam van haar overleden man, die fortuin had gemaakt met suikerondernemingen in Indonesië.
Detail van K. Braakensiek, Wandelkaart van Arnhem en omstreken.
© Gelders Archief: 1506-1110, Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).   
De Bank van Banck, Schiermonnikoog
John Banck, de zoon van de eigenaresse van Carolinenburg, kocht in 1859 van het suikergeld van vader en moeder het hele eiland Schiermonnikoog. De ‘Bank van Banck’ op het eiland herinnert daar nog steeds aan.
© Wikimedia Commons, foto van Gouwenaar. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

31-1-1857 (zaterdag)
Makelaars op knettergekke huizenmarkt

In 1857 was er bijna geen huis meer te krijgen in Arnhem. Gebouwd werd er genoeg, maar de bouwvakkers konden niet op tegen de grote mensenstroom naar de stad. Tussen 1850 en 1870 was Arnhem de snelst groeiende stad van Nederland en liet Amsterdam, Rotterdam en zeker Nijmegen ver achter zich.
Het ‘Plan tot uitleg van de stad’ van stadarchitect Hendrik Jan Heuvelink sr. probeerde de woningbouw nog enigszins in banen te leiden, maar veel zoden zette het niet aan de dijk. Het grootste deel van nieuwe inwoners waren arme arbeiders en dagloners uit de omgeving en uit Pruisen (Duitsland bestond nog niet). Ze hoopten werk te vinden in de bouw van villa’s en herenhuizen die renteniers uit Nederlands-Indië lieten bouwen. Vanaf 1845 was er een rechtstreekse treinverbinding met het westen van het land en Arnhem wordt het ‘Haagje van het Oosten’.

De huizenmakelaars in de stad sponnen meer dan gouden garen bij dit alles. Zoveel dat het zelfs de conservatief-liberale gemeenteraad een doorn in het oog werd. Op 31 januari 1847 werd er een verordening op de makelaardij vastgesteld.
Tja, wat leren we daarvan bij de waanzinnige huizenmarkt vandaag de dag?

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 104.

Potjer, M.R. en A.P.J. Jeurissen, De Velperweg. Een Arnhemse weg in de tijd van de paardentram.

Utrecht 2011 (Uitgeverij Matrijs), p. 38.


Potjer, M.,  Carolina W.D. Banck-Hoff (1803-1883), de vrouw van 4 1/2 miljoen.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 35 (2015), nr. 1, pp. 4-14.






December Verleden Vandaag

Elke dag in het verleden gebeurde er in Arnhem wel iets opmerkelijks.

31-12-1921 (vrijdag)

Oudejaarswens

Oudejaarswens, 1921
© Arnhemsche Courant, 31-12-1921.
Silvester en Constantijn de Grote, Donatio Constantini
De heiligverklaarde paus Silvester staat ook bekend om twee minder fraaie zaken. De claim dat hij de Romeinse keizer Constantijn de Grote zou hebben gedoopt, bleek niet waar. En ook een schriftelijke verklaring (op naam van Constantijn en Silvester) dat aan de paus een grondgebied werd geschonken, bleek een vervalsing. Met deze ‘Donatio Constantini’ werd wel de basis gelegd voor de paus als wereldlijk vorst (Kerkelijke Staat / Vaticaanstad).
Op dit 13e-eeuwse fresco in de San Silvesterkapel in Rome (basiliek Santi Quattro Coronati / Vier gekroonde Heiligen, een paar onder meter ten oosten van het Colosseum) geeft keizer Constantijn, knielend rechts, aan paus Silvester (zittend links) symbolisch de macht.
© Wikipedia. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Veel verandert en veel blijft hetzelfde. Zelfs in turbulente (corona)tijden.
Honderd jaar geleden viel oudjaar ook op een vrijdag en ook toen werd teruggekeken en vooruitgeblikt. In de Arnhemsche Courant doet dat het Oude Jaar in de vorm van de heilige Silvester, die als paus rond 335 n. Chr stierf op 31 december. Oudjaar heet daarom in veel landen Silvesteravond.

Bij twee citaten van ‘het Oude Jaar’ uit de Arnhemsche Courant uit ‘Arneym’ zich graag aan:
Maak het verleden ten nutte voor de toekomst.
Hebt elkander lief, want er is maar eene kracht die heerscht over tijd en lot en dat is de liefde.

30-12-1854 (zaterdag)

Sloop barrièrehuisjes St. Janspoort

Velperbarrière, 1850.
Van de tolhuisjes van de Jansbarrière zijn geen prenten overgeleverd. Ze waren qua bouw identiek aan die van de Sabels-, Rijn- en Velperbarrière.
De tolhekken van de Velperbarrière stonden aan het eind van de Roggestraat, ter hoogte van het huidige Johnny van Doornplein. Bij de witgepleisterde ‘commiezenhuisjes’ van de barrièrewachters moest het verschuldigde poortgeld worden betaald. De tolhekken bestonden uit  drie delen: links en rechts twee smalle hekken voor de voetgangers en een groot hek in het midden voor karren, koetsen, karossen, wagens en diligences.
© Gelders Archief: 1501-04-16687, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Barrièrehuisjes bij vroegere St. Janspoort, ca. 1835
Detail uit “Kaart van een gedeelte der stad Arnhem bij de Willemskazerne”. Links de barrièrehuisjes. De Willemkazerne werd door de Gele Rijders in 1837 in gebruik genomen.
© Gelders Archief: 1506-8110 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8110 (oud kenmerk: Gemeentewerken Arnhem tek. no. 6245). Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In 1829 kreeg Arnhem als enige stad van het land bij Koninklijk Besluit toestemming om de vestingwerken af te breken. Drie stadspoorten, verdedigingstorens, rondelen, ravelijnen,  stadsmuren en aarden wallen verdwenen.

Met de sloop van de stadspoorten dreigde ook een belangrijke inkomstenbron van de stad te verdwijnen, die van de indirecte belastingen op vlees en graan. Die werden geïnd bij de stadspoorten. Om deze toch te kunnen innen, bouwde men aan de ingangswegen de barrières, een soort tolhekken. Alle goederen die aan belastingheffing onderhevig waren, moesten de stad worden ingevoerd via deze barrières. Bij de hekken werden tolhuisjes (commiezenhuisjes) gebouwd en bij de Jansbarrière zorgde ‘onderontvanger’ I.S. Tardijn voor de inning.
In 1854 besloot de gemeenteraad om dit middeleeuwse gebruik definitief af te schaffen en een maand later werden de huisjes voor afbraak te koop aangeboden.

Literatuur
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.  
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij). p. 103.

Kooi, C.M., De ontmanteling van de vesting Arnhem, 1809-1830.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 28 (2008), nr. 3, pp. 86-106

Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.
Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp. 16-22.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 12-13.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 48.

29-12-1462 (maandag)???

Catharinagasthuis neemt ‘stomme van Erkelenz’ op

Besluit stadsbestuur om “stomen van Ercklenz” op te nemen
Bron: Secreta Camerae, folio 22.
Uit: Gelders Archief: 2000-1, Oud Archief Arnhem. “Secreta Camerae”. Register, bevattende afschriften van besluiten van den magistraat van Arnhem over 1431-1489.
Steden van Gelre in de late middeleeuwen
De vier kwartieren van Gelre met de belangrijkste steden.
Rechtsonder, ten oosten van Roermond, ligt Erkelenz.
© René Arendsen (tekst) en Danker Jan Oreel, Ons Verloren Hertogdom. Geschiedenis van Gelderland.
Zutphen 2019 (Uitgeverij Cultuur- en ErfgoedLab), p. 3.
Erkelenz rond 1550
Kaart van Jacob van Deventer.
© Virtuelle Museum Erkelenz 

In de kronieken en inventarissen over de geschiedenis van Arnhem kom je soms iets tegen dat je verrast maar je met nog meer vragen achterlaat.
Zo staat in de inventaris van het ‘Oud Archief der Gemeente Arnhem’ (P. Nijhoff, 1864) dat op 29 december 1462 het stadsbestuur besluit om, na een verzoek van de hertog, „den stomme van Erckelentz” in het St. Catharina gasthuis op te nemen en te verplegen.

Die hertog is op dat moment Arnold van Egmond, de opa van de meer bekende Karel van Gelre. Erkelenz ligt nu in Duitsland, maar was in de middeleeuwen een belangrijke stad in het Overkwartier van Gelre. De oorsprong van Gelre, met het kasteel Wassenberg om de hoek, ligt daar.
Hertog Arnold vraagt dus aan het stadsbestuur of die er voor wil zorgen dat ‘de stomme’ in het Catharinagasthuis aan de Bakkerstraat kan worden opgevangen. De man/vrouw uit Erkelenz die geen spraak heeft, is dus niet zomaar iemand.
Nijhoff vermeldt bij dit besluit van 29-12-1462 nog andere bronnen. En inderdaad ook in de ‘Kronijk’ van Gerard van Hasselt uit 1790 komen we deze gebeurtenis tegen, maar dan zonder de dagvermelding.

Dan gaan we in het Gelders Archief naar de ‘Secreta Camerae’, een afschrift uit 1608 van het register met besluiten van het stadsbestuur uit de 15e eeuw. En daar staat op folio 22 in prachtig 17e-eeuws handschrift het besluit.
Maar is het wel van 29 december? Want er staat (ook in de transcripties van Nijhoff en Van Hasselt): “Des Manendaegs in Crastino Beati Anthonii Abb.”
Dat is dus de maandag na de naamdag van de heilige (beati) abt/monnik (abb.) Antonius. Dat is Antonius de Kluizenaar, die rond 300 n.Chr. eenzaam in de Egyptische woestijn verbleef en zijn naamdag is gebruikelijk 17 januari.

Wat expliciet ook in de Secreta Camerae’ staat, is “Anno Dm LXII” en die 62 is van 1462.

Literatuur en bronnen
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 41.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem
Arnhem 1864 ((Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 121.

Secreta Camerae, folio 22.
Gelders Archief: 2000-1, Oud Archief Arnhem. “Secreta Camerae”. Register, bevattende afschriften van besluiten van den magistraat van Arnhem over 1431-1489.

28-12-1967 (donderdag)

Trouwdag Johnny ‘the Selfkicker’ van Doorn

Trouwfoto Johnny en Yvonne, 1967
© Privécollectie Yvonne van Doorn-Mousset (alle rechten voorbehouden).
Nozemrellen bij ‘De Kameleon’
Kunstenaarssoos ‘De Kameleon’. waar Johnny van Doorn als ‘artistiekeling’ vaak kwam. werd in het trouwjaar van Johnny belaagd door een rivaliserende groep jongeren: de nozems. Er waren zoveel ongeregeldheden rondom het kunstenaarscafé dat de soos in het hetzelfde jaar moest worden gesloten.
De Telegraaf, 27-2-1967.

In Amsterdam trouwde vandaag in 1967 de Arnhemmer Johnny van Doorn met Yvonne Mousset. Van Doorn was in 1962, op 18-jarige leeftijd, naar Amsterdam getrokken. Hij keerde geregeld terug naar Arnhem en zijn geboortehuis aan de St. Peterlaan. Tijdens die bezoeken vergastte hij de aanwezigen in kunstenaarssociëteit  ‘De Kameleon’ in de Luthersestraat op een optreden als ‘Johnny the Selfkicker’. Kunstenaar en schrijver van één van de beroemdste schelmenromans uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, (Ik) Jan Cremer herinnert zich:
‘Arnhem 1960:
Er klom een verlegen, dik knaapje met roodroestige krullen op een trappetje. “Daar heb je Johnny,” klonk het bewonderend en eerbiedig door de zaal: Electric Jezus.
Hij blies zichzelf in een mum van tijd op tot ongekende hoogten der hysterie, blazend, puffend, schreeuwend, gillend, zichzelf buiten westen jagend.’

Zonder ‘De Kameleon’ had wellicht het huwelijk in 1967 niet plaats kunnen vinden, want Johnny zegt in een feestrede op een reünie van ‘De Kameleon’ in 1986:

“Weet u waar ik mijn vrouw voor het eerst heb ontmoet? In de Kameleon!
En wat was de plaats waar ik mijn eerste zoende? In de Kameleon!
Juist. Dat is niet mis. Wij, de overlevenden van dat malle zolderkamertje in dat steegje.”

Literatuur
Cremer J., interview gegeven in HP/De Tijd, 18-3-1994:

Doorn, J. van, mijn kleine hersentjes.
Amsterdam 1972 (De Bezige Bij).

Jacobs, I. D., Kunstkring ‘De Kameleon’1961-1967. Vrijhaven voor artistiek Arnhem in de jaren zestig.
Utrecht 2012 (Uitgeverij Matrijs), p. 57.

Jacobs, I. D., Selfkicker op het dak. ‘Arnhemse foto’s van Nederlands meest experimentele dichter. 
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 34 (2014), nr. 4, p. 162-166.

Jansen op de Haar, A. (2004). Van Jan Cremer tot Herman Koch. Een literaire wandeling door Arnhem.
Arnhem 2004 (Bibliotheek Arnhem), p 30.   

Keuning, N., Het woord is beeld geworden.In: De Parelduiker, jrg. 14 (2009), pp. 34-46.

27-12-1934 (donderdag)

Schouwburg brandt volledig af

Schouwburg voor de brand
De ‘Nieuwe Schouwburg’ in de periode 1865-1899.
© Gelders Archief: 1551-3092, prent van Jaeger, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De schouwburg brandt, 27-12-1934
De brand vanaf het dak van het huis op de hoek Walstraat/Nieuwstad.
© Gelders Archief: 1501-04-8852, onbekende fotograaf, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ruïne schouwburg na de brand
© Gelders Archief: 1501-2244, onbekende fotograaf, fotocollectie Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In de vroege ochtend van 27 december 1934 werd de schouwburg door brand verwoest. Het laatste stuk dat een dag voor de brand werd opgevoerd, was Tante Roosje van M. Groetziger.

Arnhem heeft tot dit moment drie echte ‘schouwburgen’ gekend. Van 1791 tot 1865 was dat de voormalige kapel van het Sint Catharina Gasthuis in de Bakkerstraat (op de zuidoosthoek met de Pastoorstraat). De zaal, bekend als ‘de Komedie’ (en aan het eind van de 19e eeuw als ‘Centraal-gebouw’) diende voor ‘comedies’, terwijl de bovenverdieping sinds 1808 als concertzaal werd gebruikt. Deze bovenzaal droeg de bijnaam ‘de Wip’ vanwege de meedeinende vloer bij dansgelegenheden.
Het gebouw voldeed in de loop van de 19e eeuw niet meer aan de eisen des tijds. Mede dankzij de opgerichte ‘Voorlopige Commissie tot daarstelling van een nieuwen en doelmatigen ingerichten Schouwburg te Arnhem’ werd op 28 maart 1864 op het huidige Koningsplein begonnen met de bouw van een nieuwe schouwburg. Het ontwerp kwam van gemeentearchitect F.W. van Gendt. Op 9 november 1865 werd de eerste voorstelling (‘Emma Barthold aan de hand van oud-Arnhemmer J.J. Cremer) in de nieuwe schouwburg gegeven. Van Gendts ontwerpt trok landelijke aandacht en in Groningen werd besloten een identieke schouwburg te bouwen.

Dat gebouw brandt dus bijna 70 jaar later af en dan weer vier jaar later, op 17 oktober 1938, werd de huidige schouwburg geopend door burgemeester H.P.J. Bloemers. Opgevoerd wordt het toneelstuk Don Carlos van Friedrich Schiller door het Nederlandsch Tooneel met Albert van Dalsum in de hoofdrol.

Literatuur
Bemmel, H.Chr. van, Cultuur.
In: Meurs, M.H. van, e.a. (red.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), pp. 290-315; pp. 307-308.

Dalman, R.S., Groeten uit een veranderend Arnhem. Tussen 1893 en 1993 ligt een eeuw.
Zaltbommel 1993 (Europese Bibliotheek), p. 42.

De Gelderlander.

Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840. 
Zutphen 1990 (De Walburg Pers), p. 111.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem 1983 (Drie Gasthuizen), pp. 12-13.

Markus, A.,  Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem 1907 Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 33-34.

Meurs, M. van, Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht 2002 (Uitgeverij Matrijs), pp. 23-26.

Pet, C., Arnhem… muziek en toneel. 
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem.
Arnhem 1987 (Dienst van Gemeentewerken Arnhem) pp. 177-182, pp. 180-182.

Righart, H. & Bergh H. van den, Vijftig jaar speelruimte. Geschiedenis van de Schouwburg Arnhemm 1938-1988.
Zutphen 1988 ( Walburg Pers).

Schaap, K. &  Stempher, A.S., Arnhem omstreeks 1865.
Arnhem 1989 (Gouda Quint bv), pp. 61.

Schie, R. van (foto’s), Wentink, H. (tekst) & Lavooij, W. (inleiding), Stadsschoon in Arnhem. Bouwen in de twintigste eeuw.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), p. 29.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Nijhoff & Zn.), pp. 163-166.

Stempher, A.S., Sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem 1968 (Gijsbers & Van Loon), p. 74.

Stempher, A.S. (1969). Nog ‘s sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem 1969, (Gijsbers & Van Loon), p. 90.

Vredenberg, J., Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem.
Utrecht 1999 (Uitgeverij Matrijs), pp. 31-32.

26-12-1832 (woensdag)

Overlijden Paulus Nijhoff

Gezin van Paulus Nijhoff en Maria Brouwer, 1798
Tussen moeder en vader staan de zonen Isaac Anne Nijhoff en Jacob Louis Nijhoff.
Schilderij van Rienk Jelgerhuis.
© Wikimedia Commons, foto uit Nijhoff, W., De Arnhemsche boekverkoopers en uitgevers Nijhoff. ‘s-Gravenhage 1934 (Uitgeverij Martinus Nijhoff).
Bakkerstraat, 1832
‘De Crabbe’ op een moderne luchtfoto en de kadastrale gegevens van 1832.
© Hisgis website, bewerking Jan de Vries, 26-12-2021.

De Nijhoffs zijn heel belangrijk geweest voor de geschiedschrijving van Arnhem. Als drukkersfamilie, geschiedenisonderzoekers, archivarissen en verzamelaars. De eerste echte ‘Nijhoff-drukker’ was Paulus Nijhoff (1756-1832). Op de bijgaande prent van Rienk Jelgerhuis zien we hem met zijn tweede vrouw Maria Brouwer.

Ze woonden op stand, in de Bakkerstraat in een huis dat Paulus had geërfd van zijn schoonvader, Louis de Gast, vader van zijn eerste vrouw Aldegonda. De Gast was ook al boekhandelaar en dat verschafte Paulus een stevige basis voor zijn eigen bedrijf.
Voordat er in 1888 in de stad huisnummers werden ingevoerd stond hun huis in de Bakkerstraat niet bekend als nr.17 maar als ‘De Crabbe’. Vooral de nu nog bestaande deuromlijsting in Louis XVI-(rococo)stijl doet de harten van kunstliefhebbers harder kloppen.
Dat Paulus in goede doen was, tonen ook de kadastrale gegevens uit zijn jaar van overlijden: een hoge belastingaanslag en dat kwam niet alleen door de ruime ‘pleziertuin’ maar ook door de twee achterhuizen. Eén daarvan stamt nog uit de 15e eeuw. Het huis had zelfs een aangebouwd torentje aan de achterzijde die diende als werkkamer.
Zoon Isaac (Anne) Nijhoff (de kleine jongen op het schilderij) zou in de voetsporen van zijn vader treden en zo ging het letterkundige talent  maar verder. Ook de dichter Martinus Nijhoff (‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’) is een nakomeling van Paulus.

Literatuur
Bemmel, H.Chr. van, Twee eeuwen boekdrukkunst in Arnhem. Arnhemse drukkers, boekverkopers en uitgevers van 1581 tot 1800.
In: Bemmel, H.C. van, e.a., Arnhem. Acht Historische Opstellen.  
Arnhem 1983 (Uitgeverij Gouda Quint BV), pp. 73-102, pp. 82-84.
(Handelseditie van Bijdragen en Mededelingen van de Vereniging Gelre, deel 74, 1983)

Bemmel, H.Chr. van, De recent verworven ‘Nijhoffcollectie’.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 23 (2003), nr.3 (themanummer ‘150 jaar Bibliotheek Arnhem’), pp. 100-106.

Nijhoff, W., De Arnhemsche boekverkoopers en uitgevers Nijhoff.
‘s-Gravenhage 1934 (Uitgeverij Martinus Nijhoff).

Wissing, P. van, Letteren.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 292-303, p. 299.

25-12 (Eerste Kerstdag)

Kerst in Arnhem

Levende kerststal Grote of Eusebiuskerk, 1983
Stal, schapen, ezel en de herders; niets ontbrak in de levende kerststal in de Eusebiuskerk in 1983.
© Gelders Archief: 1544-16798-0001, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.
Kerstviering Casa d’Italia, 1956
Ook de Italiaanse arbeidsmigranten van de AKU in het bedrijfspension aan de Kastanjelaan vierden kerstfeest. Pensionbeheerster Romana van Maanen-Bridda (zus van de eigenaar van IJssalon Trio aan de Steenstraat) had hier waarschijnlijk mede de hand in.
© Gelders Archief: 3044–174, onbekende fotograaf, CC-BY-4.0 licentie.

Het was jarenlang een mooie kersttraditie tot in de jaren negentig van de vorige eeuw: de levende kerststal in de Eusebiuskerk.
En ook werd in Arnhem kerstmis gevierd door de mensen die ver van huis waren: Italiaanse AKU-gastarbeiders in Casa d’Italia aan de Kastanjelaan 49.
‘Arneym’ wenst iedereen prachtige kerstdagen!

Vitesse wint spectaculair van Ajax

Programmaboekje Vitesse-Ajax, 2006
De samensteller van het boekje had een waarlijk profetische inslag: op het omslag staat Youssouf Hersi, de maker in de laatste minuut van de 4-2.

Samenvatting Vitesse-Ajax, uitslag 4-2 (24-12 2006) Duur bijna 10 minuten.
© www.vitesseshirts.nl

‘Arneym’ heeft als jongetje nog op de houten jongensstaantribune op Nieuw-Monnikenhuize gestaan. Altijd is hij de geelzwarte helden in goede (zoals nu in 2021) en slechte tijden (degradatie naar 1e divisie in 1972 en 1980) trouw gebleven.
En dan is er ruime keus voor 24 december, zoals de sterfdag in 2010 van ‘de Zwarte Panter’ keeper Frans de Munck. Legendarische doelman voor Vitesse en het Nederlands elftal.

Maar we kiezen voor die bijzondere zondag in 2006 als Vitesse na een 2-0 achterstand met 4-2 wint van Ajax. Onvergetelijke taferelen op de Zuid-Theo Bostribune na het laatste fluitsignaal, omdat de twee beslissende doelpunten in de 89e (Fredje Benson) en 90e minuut (Youssouf Hersi) werden gescoord. En, om nog steeds tranen in de ogen te krijgen, het houterige huppeldansje van trainer Aad de Mos.
‘Arneym’ kan zeggen, net als in 2021 bij de historische Europese overwintering: “We waren erbij!”.

Literatuur
Reurink, F., Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen.
Oosterbeek 2017 (Uitgeverij Kontrast), p. 460-461.

23-12-1562 (zondag)

Stichting Naell Tynnegieterhuis

Naell Tynnegieterhuis, ca 1965
Een tijdlang was de Arnhemse en Gelderse afdeling van Scouting Nederland in het pand gevestigd.
© Gelders Archief: 1524–1149, Diacollectie Gemeente Arnhem. Public Domain Mark CC0 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Weduwenhuis over den Broeren, ca 1650
Het Naell Tynnegieterhuis lag aan de Kleine Oord recht in het verlengde van de Nieuwstraat en schuin tegenover het Minderbroedersklooster van de Franciscanen.
In de eerste jaren vonder er zes vrouwen onderdak en dat aantal liep door uitbreidingen en verbouwingen op tot 20.
Detail van de plattegrond van Arnhem, uitgegeven door Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

De gevel van het voormalige weduwenhuis aan de Kleine Oord verraadt het al:
Stichting van Naell Tynnegieter en daaronder, links en rechts: AD 1562. En niet alleen het jaar Onzes Heren 1562 weten we, maar ook de dag: 23 december.

Toen liet Naell Pelgrumsdochter Tynnegieter via haar testament weten dat tegenover het Minderbordersklooster een huis ‘daerinne woenen sullen then ewigen daegen toe ses alde burgersche arme frouwepersoenen ofte meegden”.
Dat de katholieke Naell (de Hervorming nam de stad pas vanaf in 1579 in zijn greep) er ook zelf baat bij wilde hebben, blijkt als ze vraagt of de vrouwen in het huis voor haar willen bidden: “arm, froeme, godtliche frouwepersoen ten ewigendaegen toe, die alle tijt bidden ind in oer gebett Naell vurseide mijt oere susteren ind alderen gedencken ind voer haer bidden sullen.”

Toen, 399 jaar later, in 1961 de laatste bewoonster van dit ‘Weduwenhuis over den Broederen’ (= tegenover het Broerenklooster) stierf, werd het huis verkocht. Het beheer van de overblijvende financiën kwam in 1969 in handen van de Drie Gasthuizen.

De fraaie inscriptie, aangebracht bij de renovatie in 1791 mag hier ook niet ontbreken:
Door Menschen Liefde Ontgloeid,
Liet een der Braafste Vrouwen
Voor Zugtende Ouderdom
Hier eene Woning Bouwen
Herbouwd in den Jaare 1791
Wanneer Huismeesteren Waaren
De Burgemeesters, H. Brantsen en G. Umbgrov
e

Literatuur
Arendsen. R., Weduwenhuizen in Arnhem.
Utrecht 2012 (onuitgegeven scriptie), passim.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), p. 47.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem. 
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 141-143.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 18.

22-12-1691 (zaterdag)

Verbod op bedelen om kerstbrood

Sabelspoort met rondeel, 1742
Onder de (nu nog bestaande) binnenpoort van de Sabelspoort (links) was een kerker, de ‘kaelkelder’. Ook verbleven hier soms ‘krankzinnigen’.
Uiterst links de toren van de Eusebiuskerk en rechts loopt vanaf de buitenpoort de weg naar Westervoort.
Tekening, ingekleurd met waterverf, van Jan de Beijer uit 1742.
© Gelders Archief: 1551 – 3996, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Kerstadvertentie, 1891
Poelier Herkuleijns verkocht zijn waar vanuit het fraaie hoekpand op het Land van de Markt, tussen Beekstraat en Koningstraat.
Arnhemsche Courant, 22-12-1891.

We hebben het in ‘Verleden Vandaag’ al vaker gezien: de pogingen van gereformeerde predikanten en stadsbestuurders om alle katholieke gebruiken uit de stad te bannen. Zo werd op 22 december 1691 een verbod uitgevaardigd te bedelen voor kerstbrood. De combinatie van bedelen en het uitbundig vieren van kerstmis was hen een doorn in het oog.
Overtredingen van deze regel werden gestraft met gevangenisstraf in de kerker van de Sabelspoort (‘kaalkelder’) of het tentoongesteld worden in een open draaiende kooi (‘draagkouw’ of ‘drilkooi’).
Hoe anders was het tweehonderd jaar later. Mede door de katholieke emancipatiegolf van de tweede helft van de 19e eeuw vlogen de kerstlekkernij-advertenties in de Arnhemsche Courant van 1891 je om de oren.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 22-12-1891.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 65.

21-12-1903 (maandag)

Oprichting COV: Christelijke Oratorium Vereniging

COV met de ‘Messiah’ in Musis, 1979
De feestelijke uitvoeringen van de COV werden muzikaal begeleid door leden van Het Gelders Orkest.
© Gelders Archief: 1544 – 5192-0001, fotograaf Gerth van Roden, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.

In deze maand is het onontkoombaar: de ‘Messiah’ van Händel of het ‘Weihnachtsoratorium’ van Bach. Dat vonden ze in 1903 in Arnhem ook en daarom werd op 21 december de Christelijke Oratorium Vereniging opgericht. Tot de opheffing in 2015 verzorgde het koor elk jaar vooral in de paas- en kersttijd uitvoeringen in de beste oratoriumtraditie. In het stichtingsreglement van de vereniging, die onder de naam “Halleluja” tot de muzikale wereld toetrad, werd uitdrukkelijk opgenomen dat “De vereniging heeft tot grondslag het onfeilbaar woord van God. Zij erkent de zang als een gave Gods en wenst die te beoefenen tot verheerlijking van Zijn naam.”

Literatuur
Jubuleumboek 100 jaar COV Arnhem, 1903-2003.

20-12-1935 (vrijdag)

Gekleurde kaarten op ijsbaan Molenbeke

IJspret Molenbeke, jaren dertig
IJspret op Molenbeke: paarrijden op Friese doorlopers. Links de Vosdijk met de ENKA.
© Gelders Archief: 1501-04-8386, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Aankondiging opening ijsbaan, 1935
Arnhemsche Courant, 20-12-1935.

In 1888 verhuisde de IJsclub Arnhem van de Sonsbeekvijver naar een echte (natuur)ijsbaan op Molenbeke achter de wasinrichting Rammelweide (nu deels tenniscomplex). Het terrein naast de Vosdijk werd gedeeld met A.IJ.C (Arnhemsche IJsClub) Thialf en had sinds 1909 een fraaie entree met een poortgebouw aan de Molenbeekstraat.
Niet alleen de toegang was indrukwekkend. De ijsbaan was na Den Haag de grootste van Nederland en door de elektrische verlichting trok het in de avonduren belangstelling uit de wijde omtrek.
Op 20 december 1935 verwachtte men weer veel belangstelling en was er gelimiteerde toegang. Eerst was er de verkoop van 200 rode toegangskaarten, dan 200 gele en tot slot 200 blauwe. Als alle blauwe entreebewijzen zijn verkocht, dan moesten de schaats(t)ers met rood de baan weer verlaten.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 20-12-1936.

Fiege, K., Twee eeuwen sporten in Arnhem.
Arnhem 2001 (De Arnhemsche Courant / De Gelderlander), p. 15, 16, 24,  en 57.

19-12-1936 (zaterdag)

Arbeidsman Kees Luremans overlijdt

Kees Luremans, 1927
Luremans als lid van de Arnhemse SDAP.
Overlijdensartikel, 1936
Necrologie van Luremans na zijn overlijden.
Arnhemsche Courant, 21-12-1936.

Rond 1890 deed een kleine maar felle groep revolutionair-socialisten en anarchisten in Arnhem van zich spreken. Ad van Emmenes, Piet Mulder en Kees Luremans trokken vanuit hun verenigingscafégebouw ‘Voorwaarts’ aan deSpijkerstraat (hoek Lombardstraat) Arnhem en Nijmegen in om reclame te maken voor de Sociaal Democratische bond van Domela Nieuwenhuis en om hun blad ‘Recht voor Allen’ te verkopen.
Illustratief was het onder water zetten in de winter van 1890-1891 van de ijsbaan aan de Molenbeekstraat. Het geplande ijsfeest, waarvan de opbrengsten voor de arme Arnhemmers was bestemd, moest worden afgelast. In Luremans’ woorden “feestvieren bij zoveel ellende door de menschen (Arnhemsche bourgeoisie, die de ellende in de wereld voortbrachten, dat nooit”.

Luremans moest zijn politieke acties duur bekopen, hij vond nergens een baan en leidde met zijn vrouw en acht kinderen een armoedig bestaan. Op latere leeftijd koos hij voor een gematigder koers en werd lid van de SDAP. Hij vervulde diverse vakbondsfuncties en werd lid van de Provinciale Staten en de gemeenteraad (1929-1931). Luremans stierf op 70-jarige leeftijd en werd onder grote belangstelling en met veel eerbetoon begraven op Moscowa.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 21-12-1936.

Houkes, J., Luremans, Cornelis Johannes.
Oorspronkelijk in:
BWSA deel 3 (1988), p. 129-131.
Url: http://hdl.handle.net/10622/08FC9A9A-FB91-4BC1-A346-82E4DFDAA113, laatst geraadpleegd 19-12-2021.

Laar, E. van, Hoop op gerechtigheid. De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw.
Arnhem 1966 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 78 e.v.

Luremans, C.H. en W.H. Kruiderink (red.), Het eerste verzet. Geschiedenis der Arnhemse arbeidersbeweging voor 1894.
(Arnhem 1933; Nijmegen 1995; fotomechanische herdruk van Stichting Vakbondshistorisch Archief Nijmegen).

18-12-1576 (zaterdag)

Leoninus moet voor ruiters zorgen

Elbertus Leoninus, kanselier van Gelderland
Kopergravure van Hendrik Pothoven (en Pieter Willem van Megen) uit 1770-1795.
© Gelders Archief: 1551-814, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Arnhem stond in de eerste tien jaar van de Opstand (Tachtigjarige Oorlog) aan de kant van het gezag van de Spaanse koning Filips II. Het protestantisme had nauwelijks wortel geschoten in de stad, maar dat kon van de omliggende streken niet worden gezegd. De ene stad na de andere stad, vooral in Holland en Zeeland, kozen voor de prins van Oranje.

Met de Pacificatie van Gent (8-11-1576) kreeg de Opstand een nog hogere vlucht. Alle zeventien gewesten spraken af om de plunderende Spaanse (huur)soldaten uit de Nederlanden te verdrijven.
De protestantse opstandelingen maakten van deze afspraak gebruik om meer steden in handen te krijgen. Dat ging in Gelre stadhouder Gillis van Berlaymont te ver. Als plaatsvervangend bestuurder van Filips II stuurde hij zijn hoogste ambtenaar, kanselier Elbertus Leoninus (vandaar de Leoninusstraat in Arnhem), naar de Staten van Gelderland om  te onderhandelen over de uitrusting van duizend ruiters. Die zouden ‘een aanslag’ op het gewest en de steden moeten voorkomen.

Leoninus was hier de ideale persoon voor, want al vaker had hij bemiddeld, ook namens de Staten-Generaal, tussen beide strijdende partijen. Toen een keuze onvermijdelijk bleek, koos hij in 1581 voor de Opstand.

Literatuur
Keverling Buisman, F., Bestuur en rechtspraak circa 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.  
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 92-125, p. 109.

Nijhoff, P., Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Arnhem. Arnhem 1864 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 283.

17-12-1627 (vrijdag)

Schoolmeester schrijft nieuwjaarskaarten

Voorblad Dagboek David Beck, 1628
Titelblad in schoonschrift van Becks dagboek.
© Gelders Archief: 3096-4, Handschriften Gelders Archief.
Minderbroedersklooster, ca 1580
David Beck gaf les in een ruimte van de vroegere, inmiddels verdwenen, Broerenklooster. De Broerenstraat in Arnhem herinnert nog aan dat klooster. Na de reformatie in 1578-1579 werden de monniken uit het klooster verdreven en namen o.a. de Franse en Latijnse School hun intrek in het gebouw.
© Gelders Archief: 1501-04 – 2258, fotocollectie voormalig Gemeentearchief Arnhem, Public Domain Mark 1.0 licentie.

Sommige dingen blijven onveranderd. Op vrijdag 17 december 1627 is het donker en regent het. De meester van de Franse School in Arnhem, David Beck, gaat er niet op uit. Hij blijft ‘s middags en ’s avonds op school en schrijft nieuwsjaarskaarten.
Die school is gehuisvest in het vroegere Broerenklooster (Observantenklooster, Minderbroedersklooster). Daar kan Beck het goedvinden met zijn collega van de Latijnse School (voorloper van het gymnasium) prorector Theodosius Calaminus. Die geeft les in een andere ruimte van het kloostercomplex.

De nieuwjaarskaarten van Beck moeten iets bijzonders zijn geweest, want in de stad staat hij bekend als de ‘schoonschrijver’. De omslag van zijn dagboek is daar een fraaie illustratie van.

Literatuur en bronnen 
Beck, D., Journael, ofte Dag-Boekie, inhoudenden mijnen Ontfanck ende Uytgaef, Mits-gaders Mijne voornaemste daden, Wedervaringen ende Ontmoetingen, als oock de fortuynen van mijne Vrienden.
Arnhem 1628.
© Gelders Archief: 3096-4, Handschriften Gelders Archief.

Blaak, J., Een schoolmeester in Arnhem. Het journael ofte Dag-boeckje van David Beck, 1626-1628.
In: Arnhems Historisch Tijdschrift, jrg. 32 (2012), nr. 4, pp. 108-185.

Blaak, J. (red.), Mijn voornaamste daden en ontmoetingen. Dagboek van David Beck Arnhem 1627-1628.
Hilversum 2014 (Uitgeverij Verloren), p. 131.

16-12-1825 (vrijdag)

Mr. Gerard van Hasselt overlijdt

Gerard van Hasselt, ca 1790.
Foto van gipsen medaillon waarin Van Hasselt geportretteerd is naar de Franse koning Lodewijk XVI.© Gelders Archief: 1554 – 1505-S267-1890-0001, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Buitenplaats Daalhuizen, 1889
Van Hasselt kocht de grond van Daalhuizen in 1794 en liet er een nieuw (eenvoudig) landhuis bouwen. Het landgoed werd het centrum van zijn historische verzamelwoede.
© Gelders Archief: 1551 – 2283, Topografisch-Historische Atlas, gemeente Rheden. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op zijn landgoed Daalhuizen, op de grens met Arnhem, overleed op 74-jarige leeftijd Gerard van Hasselt. Als advocaat en bestuurder (o.a. schepen en burgemeester van Arnhem, afgevaardigde naar de Staten-Generaal) maakte hij de roerige tijden mee van de patriottenstrijd, de Bataafse Revolutie, de Franse tijd en de terugkeer van koning Willem I. Als trouwe aanhanger van de Oranjes moest hij het bestuurlijke veld in 1795 ruimen. Dat gaf hem de ruimte om zich op zijn grote passie te storten: de geschiedenis van Arnhem en Gelderland. Zijn functie vanaf 1802 als ‘Charterbewaarder van Gelderland’, de voorloper van de rijksarchivaris, hielp hem daarbij. Zijn ‘Kronijk’ en de meerdelige ‘Arnhemsche Oudheden’ en honderden andere geschriften zijn nog steeds een dankbare bron voor de hedendaagse historieliefhebber. Van Hasselt had een voorkeur voor het anekdotische. Je moet niet bij hem zijn voor een doorwrochte analytische synthese van politieke en sociaaleconomische ontwikkelingen. Juist het alledaagse en afwijkende had zijn voorkeur. Zo probeerde hij de etymologische aspecten van het ‘Ernems’ in kaart te brengen. Zijn verzamelwoede leidde er wel toe dat veel van zijn publicaties, nadat het archief in de Tweede Wereldoorlog deels was verwoest, de enige directe lijn met veel aspecten van het Arnhemse verleden zijn.

Literatuur
Schulte-van Wersch C.J.M., Mr. Gerard van Hasselt (151-1825).
In: Schulte, A.G. (red.), Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur 1792-1992. Overal lieten zij hun sporen na.
Zutphen 1992 (Uitgeverij Walburg Pers), pp. 175-186.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 29.

Wissing, P. van, Epiloog: verbeelding van een stad.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 322-351, p. 348.

15-12-1703 (zaterdag)

Arnhems ‘Nieuwe Plooi’ stuurt brief aan Staten-Generaal

Ondertekening missive 15-12-1703
Bron: Missive van de vijf Steeden des Arnhemschen Quartier, enz., 15-12-1703.
Buitenplaats Ruyven, 1740
De familie Ruyven bezat een buitenplaats aan de Rijn ten westen van Arnhem naast Huis Hulkestein bij wat in de 19e eeuw ‘Den Brink’ is gaan heten. Anonieme tekenaar.
© Gelders Archief: 1551-3011, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Veertien kantjes telt de brief (‘missive’) die het Arnhemse stadsbestuur met vier andere Veluwse steden in 1703 verstuurt aan de Staten-Generaal. Via de ondertekenaar, de Arnhemse ‘Ordinaris Secretaris’ Hendrik Willem van Ruyven, willen de stadsbesturen “aen U Hoogh Mogende en alle de Werelt te doen sien, dat wy niets ter werelt meer behartigen als de bescherminge van onse diergekoste Vryheyt, en de Rust en Welstant dese Provintie en onse Steden”.

En niet ten onrechte, want het nieuwe stadsbestuur had in januari van dat jaar met het nodige geweld de oude magistraat afgezet. De nieuwkomers waren echter allesbehalve zeker van hun positie, want hun tegenstanders van de ‘Oude Plooi’ zaten overal: in Arnhem, maar ook in Zutphen en Nijmegen. Hoogste tijd dus voor het stadsbestuur om richting de Staten-Generaal hun positie te legitimeren.

Literatuur
Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, p. 60.

14-12-1728 (dinsdag)

Schoolgeld voor slavin Anna

Anna’s schoolgeld, 14-12-1728
Derk de Vree hield een kasboek bij van zijn uitgaven als momber (voogd) voor zijn nichtjes Hester en Johanna. In dat rekeningenboek komen ook verschillende posten over Anna van Vossenburg voor. In rood omrand: ‘aen Van Kel‘ wordt ‘den 14 dito‘ (is 14 december gezien de post erboven) ‘bij affirmatie’ (volgens afspraak) 5 ½ stuiver per maand betaald als ‘5 maenden schoolgeld voor Anna’.
Bron: Rekening van Derk de Vree als momber van Hester Henriette en Johanna Elisabeth de Vree, kinderen van zijn broeder Gerard de Vree, over 1727-1734.
© Gelders Archief: 0452-66, Familiearchief Brantsen. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
De Olde Munte, ca 1910
Twee jaar na haar aankomst in Arnhem verhuisde Anna met Hester de Vree naar het huis ‘De Olde Munte’ in de Bakkerstraat. Zij gaan daar wonen nadat Hester in dat jaar getrouwd is met Johan Brantsen.
De prachtige patriciërswoning, met later huisnummer 56, werd in 1925 gesloopt en op de plaats kwam bioscoop Palace (inmiddels ook weer verdwenen). Delen van de voorgevel (deuromlijsting) en de lambrisering binnen zijn bewaard gebleven via Museum Arnhem en Museum De Lakenhal in Leiden.
© Gelders Archief: 1501-04-1488, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De Arnhemse burgemeester Derk de Vree krijgt na het overlijden van zijn broer Gerard de voogdij over de twee wees geworden tienerdochters van zijn broer. Probleem: Hester en Johanna wonen in Suriname op de plantage Vossenburg die Gerard had gekocht.
Derk besluit om zijn nichtjes naar Arnhem te halen en laat hen op de reis met zeeschip ‘Susanna’ in de zomer van 1727 vergezellen door de tot slaafgemaakte ‘swartin’ Anna van Vossenburg.
Anna, die een bezienswaardigheid is in Arnhem, gaat een jaar later naar school. Dat blijkt uit een rekening die Derk in december 1728 noteert in zijn kasboek: vijf maanden schoolgeld voor Anna à 5,5 stuiver per maand.

Literatuur
Koene, B., De mensen van Vossenburg en Wayampibo. Twee Surinaamse plantages in de slaventijd.
Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren), p.
80.

Stam, D., Anna van Vossenburg (1710 of 1711-1780).
In: Arnhems Historisch Tijdschrift;  jrg. 40 (2020), nr. 3, p. 130-139, p. 136.

13-12-1747 (woensdag)

Arnhem gaat voor Oranje

Oude Stadhuis op de Markt, 1790
Het oude stadhuis op de Markt werd in 1840 afgebroken en het bestuur verplaatste zich naar het verbouwde Duivelshuis. Hier zien we op een anonieme tekening uit 1902 het stadhuis nog in relatieve glorie. De gotische toren werd al in 1802 wegens bouwvalligheid neergehaald.
© Gelders Archief: 1551-2956, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In 1747 was er weer eens een wisseling van de bestuursmacht. De Oranjegezinden roken in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1747 opnieuw hun kans. Gelderland had, in tegenstelling tot Holland en Utrecht, sinds 1722 wel Willem IV prins van Oranje als stadhouder, maar diens macht was beperkt. Onder dreiging van het oprukken van het Franse leger, die in de Oostenrijkse Successieoorlog (1744-1748) de zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden al had bezet, werd de roep om meer macht voor de stadhouder als legerbevelhebber sterker.
De Orangisten eisten dat de functie erfelijk werd (erfstadhouder), waarmee het Huis van Oranje een bijna koninklijke status kreeg.

Het tegensputterende Arnhemse bestuur probeerde met een verbod op samenscholingen en het schenken van alcohol na negen uur ’s avonds het tij te keren. Het mocht niet baten: op 13 december 1747 trok het ‘gemeen’ en ‘honende mienen’ op naar het (oude) stadhuis op de Markt. De stadsbestuurders spraken nog geen maand later uit uit dat de prins Van Oranje alles mocht ‘zoals Sijne Hooge Wijsheid ten meeste dienstig zal oordelen’.

Literatuur
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 81.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, pp. 68-69.

12-12-1531 (zaterdag)

Sterfdag Johan van Arnhem

Klooster Mariëndaal, 16e eeuw
Binnen de muren van het klooster lag de begraafplaats. Een enkele grafzerk is bewaard gebleven, zoals te zien is aan de Middellaan bovenaan de Groene Bedstee en de Christuskoepel.
Tekening van Jacobus Stellingwerff rond 1700.
© Gelders Archief: 1551 – 1339, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).2

De Van Arnhems waren van de 14e t/m de 17e eeuw een van de machtigste families in de stad. Ze behoorden tot het ‘maegschap’ (familiegroep) van de Gruuthuys-clan. Ook buiten de stad lieten ze zich zien met het bezit verschillende landgoederen. Johan Wijnandzn Arnhem, die op 12 december 1531 op 71-jarige leeftijd stierf, mocht zich ridder en ‘heer tot Kernhem’ (landgoed bij Ede). Zijn vader, Wijnand inderdaad, was een ‘tot Presikhaaf’.

Dat Johan als schepen van Arnhem, ridder en schout van Geldern niet de minste was, laat zijn begraafplaats zien: het klooster op Mariëndaal. Dat klooster was in 1392 gesticht doordat voorvader Wijnand van Arnhem de grond daarvoor had geschonken aan de Augustijnerorde van Geert Grote in Deventer. Hun kloosterleer zou uitgroeien tot de Moderne Devotie.

Literatuur
Verkerk, C.L., Machten in het middeleeuwse Arnhem.
In: Manheim, R. (red.) (1983). Arnhem na 750 jaar. Machten, ervaringen, toekomsten.
Arnhem, 1983 (Uitgeverij Gemeentemuseum Arnhem), pp. 4-10.

Verkerk, C.L., Bestuur, rechtspraak en onderwijs in de middeleeuwen.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht, 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 42-91.

11-12-2004 (zaterdag)

Verwarring bij opening NS-station Arnhem-Zuid

‘Arneym’ is in verwarring. Wie de officiële literatuur erop naslaat, leest dat de opening van NS-station Arnhem-Zuid op 11 december 2004 was (Burgers/Vredenberg, p. 67). Ook diverse websites melden die datum.
Voor de feestelijke, officiële opening wordt  een jaartje later, 10 december, genoemd (NS-Nieuws en Omroep Gelderland). Het ene jaar de ingebruikname en het volgende jaar de officiële openstelling?
Hoe het ook zij: bij ‘een’ opening reden de treinen het station voorbij. Foutje van NS-Prorail, die had de machinisten niet ingelicht en de treinreizigers stonden in de decemberkou.

Literatuur
Burgers, T. en J. Vredenberg, Sporen naar Arnhem Centraal.
Utrecht 2015 (Uitgeverij Matrijs).p. 67.

Website https://web.archive.org/web/20100925064228/http://www.schuytgraaf-online.nl/station_Arnhem_Zuid.html, laatst geraadpleegd 11-12-2021

Website https://nieuws.ns.nl/opening-ns-station-arnhem-zuid-10-december-2005/, laatst geraadpleegd 11-12-2021.

Website Omroep Gelderland, https://www.gld.nl/nieuws/99394/ns-station-arnhem-zuid-geopend, laatst geraadpleegd 11-12-2021.

10-12-1803 (zaterdag)

Drukke dag voor de Arnhemse beul

Galgenberg ten noorden van Arnhem, 1766
Ter hoogte van Moscowa, de samenkomst van de Apeldoornse- en Hommelseweg stond in de 18e eeuw de Arnhemse galg. Op de kaart zien wij deze rechtsonder. Daarboven loopt ‘Weg van Arnhem na Deventer ’t Loo’, zoals de Hommelseweg heette. Links, aan de Apeldoornseweg, grondbezit van het St. Catharinagasthuis (Gasthuysland),
Detail uit: Frederik Beijerinck, Caart vertonende de eijgentlijke gedaante van het St. Martens Kerckhoff, (enz.), 1766.
© Gelders Archief, Oud Archief Arnhem 3390. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Vonnis in ‘Criminele sententie, 1803’
Het vonnis over drie van de vier vrouwen.
Bron: Criminele Sententie Geschept bij het Departementaal Gerechtshofs van Gelderland , den derden December 1803 (enz.) Geëxecuteerd binnen Arnhem den 10 Dec. 1803.
Arnhem 1803 (gedrukt bij A. van Goor).

In de tweede helft van de 18e eeuw zwierven verschillende dievenbendes door Nederland en de grensstreek met België en Duitsland. Rondom Limburg waren het de (nu) legendarische ‘Bokkenrijders’ die stelend en moordend door het land trokken.

De mythische status die deze groep had  (afwisselend in de geschiedschrijving beschreven als misdadige duivelsaanbidders, weerloze slachtoffers van de armoede of psychotische criminelen, enz.) was niet weggelegd voor de groep die in 1803 Arnhem voor de negen rechters van het Departementaal Gerechtshof stond. Vijf jaar lang hadden ze de Veluwe, de Betuwe en het land van Kleef onveilig gemaakt en nu werd de straf uitgesproken over de negen mannen en vier vrouwen in de leeftijd tussen 20 en 40 jaar: zes naar de galg, drie geradbraakt, drie gegeseld en een met roeden omhangen aan de kaak gesteld. Voor de veroordeelden die niet werden terechtgesteld wachtte ook nog een jarenlange tuchthuisstraf met gedwongen arbeid. Het was op 10 december 1803 een drukke dag voor de Arnhemse scherprichter om het vonnis van een week eerder uit te voeren.

Literatuur

Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.
Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), pp. 136-137.

Criminele Sententie Geschept bij het Departementaal Gerechtshofs van Gelderland , den derden December 1803 (enz.) Geëxecuteerd binnen Arnhem den 10 Dec. 1803.
Arnhem 1803 (gedrukt bij A. van Goor).

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 19-20.

9-12-1795 (woensdag)

Majoor Zorreth ‘met ’t zwaard over ’t Hoofd gestraft’

Voorblad ‘Crimineele sententie’
Het hele proces van Zorreth, met alle getuigenverklaringen, werd in boekvorm uitgegeven:
Crimineele sententie Tegens den Gevangen Willem Cristoffel Zorreth. Ter Executie gestelt binnen Arnhem den 9. December 1795.
Arnhem 1743-1799 (gedrukt bij J.H. Moeleman).
Tuchthuis in de Beekstraat, 1711
Het onderschrift vermeldt ten onrechte ’t Rasphuys’, maar dit is het Provinciale ‘Tughthuys’ aan de Beekstraat. Arnhem kende geen rasphuys, wel nog een ‘Verbeterhuys’ dat achter het tuchthuis stond. In het tuchthuis zat Zorreth zijn gratiestraf van 20 jaar uit.
Tekening van L.M. Berkhuys uit 1718 naar J. Stellingwerf,
© Gelders Archief: 1551 – 295, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Tuchthuisperceel, 1839
Het kadastrale perceel werd getekend in de voorbereiding op de samenvoeging van het tuchthuis en het verbeterhuis tot ‘Huis van Bewaring’.Op deze ‘Copie uit 1917 van het Kadastrale plan uit 1839’ ligt het noorden rechtsboven en loopt de Beekstraat links van de getekende percelen. Midden op het kadastrale plan het tuchthuis en daarnaast het verbeterhuis.© Gelders Archief: 1506-1503 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De aanhoudende strijd in de 18e eeuw tussen de prinsgezinden, aanhangers van de stadhouders Van Oranje, en de meer vernieuwingsgezinde patriotten eisten slachtoffers in beide kampen.
In 1787 wisten de ‘Oranjeklanten’, met steun van het Pruisische leger de patriotten te verjagen uit de stadsbesturen en het land. Acht jaar later keerden die, met hulp van het Franse leger, terug.

De patriotten vereffenden vervolgens nog enkele rekeningen uit 1787. In Arnhem was daarvan majoor Willem Christoffel Zorreth het belangrijkste slachtoffer. Hij had in 1787 letterlijk in de frontlinie gestaan als majoor van het in Arnhem gelegerde garnizoen Sommerlatte. Keer op keer drong hij luidkeels aan op de inlevering door de burgers (lees: de paramilitaire vrijkorpsen van de patriotten) van hun wapens. Bovendien zou hij volop hebben meegedaan met de plundering van huizen van (vermeende) patriotten.

Voor dit alles werd op hij op 9 december 1795 ter dood veroordeeld. Er waren echter volgens de rechters zoveel verzachtende omstandigheden dat dit symbolisch ‘met ’t zwaard over ’t Hoofd’ werd uitgevoerd. Zorreths doodstraf werd omgezet in een twintigjarige gevangenisstraf in het provinciale tuchthuis, dat aan de Beekstraat lag. Toeval of niet: daar staat nu het politiebureau.

Literatuur
Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.
Utrecht 1998 (Uitgeverij Matrijs), pp. 68, 83, 217-221.

Eijsink, Th. N., Restauratie en revolutie in Arnhem 1 juli 1787 – 6 mei 1795.
Arnhem 1967 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), pp. 31-32.

8-12-1927 (donderdag)

Arnhemse energieprijzen

Industrieterrein Het Broek met gashouders, 1924
Vogelvluchtkaart om reclame te maken voor het nieuwe industrieterrein met spoorwegemplacement. Links de gasfabriek met de gashouders.© Gelders Archief: 0509 Kaartenverzameling 1151. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Gemeenteraad Arnhem, 8-12-1927
Deel van het verslag over de gasprijzen.
© Arnhemsche Courant, 8-12-1927.

Als we denken dat de discussie dit jaar over de energieprijzen bijzonder is, dan moeten we eens terug naar 1927. Arnhem had een eigen gasbedrijf, de GEB, met een gasfabriek aan de Westervoortsedijk. Hier werd sinds 1867 kolen (cokes) verbrand en het daarbij vrijkomende gas werd opgeslagen in gashouders en daarna door de stad verspreid. De grote ronde gastanks domineerden jarenlang de skyline van het oosten van de stad.

In de gemeenteraadsvergadering van 8 december 1927 ontspon zich een discussie of de gasfabriek winst mocht maken en waar de eventuele winst naar toe moest: een sluitende begroting of verlaging van de gasprijzen voor de allerarmsten. Liberalen en christendemocraten (Joseph IJsselmuiden) stonden, net als nu, tegenover sociaaldemocraten (Louis Hermans). Het felst was de communist Reinier Brugman.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 8-12-1927.

Defilet, M. en M. Splinter-Dupont, De Arnhemse gasfabriek. Geschiedenis en archeologie van de gasvoorziening. Utrecht 2016 (Uitgeverij Matrijs).

Meurs, M.H. van, Honderd jaar gemeentebestuur.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), pp. 52-91.

Ranft, F.R., Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs Utrecht), pp. 144-159.

7-12-1942 (maandag)

Divisiemonument Zeven December, Schaarsbergen

Divisiemonument  (7 December), Schaarsbergen
In het embleem van de 7 December Divisie de afkorting EM = Expeditionaire Macht = Uitgezonden Macht.© Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Gedenkmuur Divisiemonument, Schaarsbergen
Muur met namen van de ruim 600 gevallenen.
© Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Arnhem was in de 19e eeuw het ‘Haagje van het oosten’. Veel oud-Indiëgangers, rentenierende plantage-eigenaren of hoge ambtenaren uit Indonesië, betrokken villa’s aan de Velperweg, Utrechtseweg en de singels rondom Arnhem. Een bijzondere groep waren de oud-militairen, KNIL’lers, die in Bronbeek hun levensavond doorbrachten. Over een andere groep ‘Indiëgangers’ die een plek vonden in Arnhem is minder bekend.

Op 6/7 december hield 1942 hield koningin Wilhelmina een toespraak waarin zij de mogelijke verhouding tussen Nederland en Indonesië schetste na het afloop van de Tweede Wereldoorlog. De toespraak op Radio Oranje werd in Europa op 6 december uitgezonden, maar in Indonesië was het inmiddels 7 december precies één jaar na de aanval op Pearl Harbor. De inhoud was bijna revolutionair: na de oorlog was in het Koninkrijk geen plaats  ‘voor verschil van behandeling op grond van ras of landsaard’.

Toen de onafhankelijkheidsstrijd in augustus 1945 losbarstte, werd in 1946 een dienstplichtige legerdivisie in Nederland opgericht die, ook indachtig de woorden van Wilhelmina, rust en orde wilden brengen in Indonesië: de 7 December Divisie. Van de idealistische strekking van de toespraak van Wilhelmina was, door de bloedige strijd die volgde, geen sprake.
Na de onafhankelijkheid van Indonesië ging de divisie met een soms licht aangepaste naam door met verschillende militaire uitzendingen over de hele wereld. De officiële opheffing was in 2004 en de eenheid ging op in de Luchtmobiele Brigade.

Op het terrein van de Oranjekazerne, Clement van Maasdijklaan op Schaarsbergen, staat het monument van de (7 December) Divisie. De gedenkmuur toont een deel van de namen van de 683 divisiesoldaten die het leven lieten tijdens het uitoefenen van ‘waartoe zij geroepen waren’.

Literatur en bronnen
Aggelen, L. van, De Nederlandse Rode Baretten. 11 Luchtmobiele Brigade (Air Assault) ‘7 December’ (1992-2012).
Arnhem 2012 (Uitgeverij White Elephant).

Blessing, M.,  Wilhelmina preekt de revolutie.
In: Historisch Nieuwsblad, jrg. 10 (2013).
Website: https://www.historischnieuwsblad.nl/wilhemina-preekt-de-revolutie, laatst geraadpleegd 7-12-2021.

Website: https://www.7decemberdivisie.nl/, laatst geraadpleegd 7-12-2021.
Website: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/73/schaarsbergen-divisie-monument, laatst geraadpleegd 7-12-2021.

6-12-1834 (zaterdag)

Overlijden Jonas Daniel Meijer

Jonas Daniel Meijer, ca. 1830
© Gelders Archief: 2039 – 2830, tekening van I. Moritz, Archief Alexander Ver huell. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Lofprijzing Jonas Daniel, 1791.
De peuter Jonas Daniel volgens zijn huisleraar Brown.
Bron: Boekzaal der geleerde waereld, dl. 150, september 1791, p. 322.
Amsterdam 1791.

Arnhem heeft enkele geniale kinderen voortgebracht. Nobelprijswinnaar (1902) Hendrik Antoon Lorentz heeft van hen de meeste internationale roem vergaard. De stad mag ook trots zijn als geboorteplaats van Jonas Daniel Meijer. Inderdaad, die van het beroemde plein in Amsterdam waar jaarlijks de Februaristaking van 1941 wordt herdacht.

Arnhem doet het wat bescheidener met de Jonas Daniel Meijerplaats, een deel van de vroegere Kippenmarkt ten noorden van Eusebiuskerk.
Aan die Kippenmarkt zag Jonas Daniel op 15 september 1780 het levenslicht in het huis van zijn vader David Abraham Meijer en moeder Marianne Cohen. Over wat hij van de Kerkhofoproeren tussen 1783 en 1784 rondom zijn huis heeft meegekregen, zwijgen de bronnen.

Hij verbaasde zijn ouders met zijn onstilbare drang naar boeken en kennis en hij kreeg als driejarige een huisleraar, dhr. Brown. Twee dagen na zijn zevende verjaardag werd hij toegelaten tot de Latijnse school, de voorloper van het Arnhemse gymnasium. Hij sloot de school binnen twee jaar af en werd onderscheiden met de hoogste lof en een prijsboek.
Toen zijn vader in 1790 overleed, nam zijn moeder hem mee naar Amsterdam waar ze gingen inwonen bij (groot)vader Cohen aan de Nieuwe Herengracht. Ook daar rees zijn ster en als eerste Joodse advocaat in Nederland was hij belangrijk voor de Joodse emancipatie. Zijn kennis van het recht bezorgde hem behalve een hoogleraarschap in Leiden, talloze (inter)nationale loftuitingen en een plaats in de grondwetscommissie van 1813.

Literatuur

Boekzaal der geleerde waereld, dl. 150, september 1791, pp. 320-323.
Amsterdam 1791.

Mayer-Hirsch, N., Jonas Daniël Meijer, een vergeten genie.
In: Misjpoge, jrg. 8 (1995), nr. 4, p. 113.

Mayer-Hirsch, N., Jonas Daniël Meijer, een vergeten genie.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 16 (1996), nr. 2, p. 75-85.

Nelissen, N., ‘Een Gijmnasium hier ter stede is alleszins gewenscht’.
Het Stedelijk Gymnasium te Arnhem, 1816-2016
.
Zutphen 2021 (Uitgeversmaatschappij Walburg Pers), pp.
32-34.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 33.

5-12-2007 (woensdag)

Talmaplein wordt beschermd stadsgezicht

Woningstichting Patrimonium Talmaplein, 1916
© Gelders Archief: 1553-200, tekening van C. de Geus, Topografisch-historische  atlas Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op vijf december krijgen het Talmaplein en de omliggende straten wel een heel mooi cadeau. De ‘Patrimoniumbuurt’, zoals deze stadseenheid wordt genoemd, wordt van rijkswege verheven tot beschermd stadsgezicht.
En terecht, zoals ook blijkt uit het straten- en huizenontwerp uit 1916 van architect H. J. Tiemens.
Kronkelende straatjes met in hoogte verspringende cottage-achtige woningen, veel groen met als bekroning het Talmaplein zelf. Een juweel van stadsarchitectuur waarin de rode pannendaken fraai afsteken tegen de steile heuvels van de vroegere Mussenberg. Daarvoor moest wel om het verlaten, maar toen nog niet geruimde, Joodse kerkhof (1858-1866) worden heen gebouwd. Nadat de overledenen allemaal waren overgebracht naar de Joodse begraafplaats op Moscowa werd in 1985 tot ruiming overgegaan.

De ‘Patrimoninumbuurt’ dankt zijn naam aan de protestants-christelijke woningbouwvereniging met die naam. Patrimonium, letterlijk ‘vaderlijk erfdeel’ verwijst naar de vastgoedachtergrond.
Na de Woningwet van 1901 duurde het even voordat de woningbouwverenigingen hun financiën op orde hadden om aan de nieuwe eisen van de wet te voldoen. Ook was de vereniging een voorbeeld van de doorzettende verzuiling. Naast de openbare woningvereniging ‘Volkshuisvesting’ was er ook nog de katholieke woningstichting Eusebius en enkele particulier-liberale verenigingen.

De protestants-christelijke achtergrond is nog goed te herkennen in de straatnamen: allemaal protestanten die voorop gingen in het bestrijden van de armoede en de miserabele arbeidsomstandigheden van die tijd. Ook dan blijft (Syb) Talma de blikvanger. Deze ‘rode dominee’ van de Eusebiuskerk werd in 1908 minister en voerde de ene na de andere sociale wet door.

Literatuur
Lavooij, W., Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.  
Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp. 70-72.

Lavooij, W., Gebouwd in Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.  
Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp. 87-89.

Lavooij, W., De stedelijke ontwikkeling.  
Zutphen 1990 (Uitgeverij: De Walburg Pers), pp.
In: Meurs, M.H. van e.a. (red.), Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht 2004 (Uitgeverij Matrijs), pp. 14-51, pp. 21-22.

Vredenberg, J., Klarendal en het Luthers Hofje. Arnhems eerste volkswijk.
Utrecht 2010 (Uitgeverij Matrijs), pp. 30-31.

4-12-1601 (dinsdag)

Stad koopt veer op de Praets

De Praets en Arnhem, 1574
De Praets is op deze kaart nog in het bezit van het kapittel van St. Pieter in Utrecht. De kanunniken spanden een proces aan tegen de Arnhemse bestuurder en grondeigenaar Godert Pannekoe(c)k. Die mocht de titel doctor voeren vanwege zijn universitaire scholing in Siena, Italië.
Dr. Pannekoek had een krib (midden op de kaart) in de rivier laten aanleggen, waardoor het veer niet meer bij de strekdam (op de kaart tussen het melkmeisje en de zaaiende boer) van de Praets kon afmeren.
Linksboven staan de huisjes ‘op die Praest’ en linksonderaan de Rijnpoort. Op de oever zie we de handelskraan die de goederen in en van de schepen op de oever hees; ‘craen der staedt Arnhem’.
Hoe het proces afliep? Zoals zo vaak: de rechtsgang werd voortdurend vertraagd met bezwaarschift op beroep op protestbrief dat in 1601 nog geen definitieve uitspraak was gedaan.
© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem 2422, lade 1_1 . Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Wat we nu als Praets schrijven, werd eeuwenlang in de bronnen Praest of Prast genoemd. De Praets was een belangrijke plek in de verbinding tussen de Betuwe en de stad, want daar bevond zich ‘het veer op die Praest’.
Volgens middeleeuwse gewoontes waren de veerrechten in bezit gekomen van een kerkelijke instantie, in dit geval in 1287 bij het kapittel van de St. Pieterskerk in Utrecht. Een landeigenaar of wereldlijk bestuurder (graaf) probeerde met schenkingen de kerk (en daarmee de mensen die onder de kerk vielen) aan zich te binden. Verder werd gehoopt dat het begiftigen van het geloof het eigen zielenheil zou versterken.
De bestuurders van de St. Pieterskerk op hun beurt verpachtten de veerrechten. Eerst aan hen gehoorzaamheid verplichte horigen, maar gaandeweg steeds meer aan iedereen die hiervoor een jaarlijks bedrag op tafel wilde leggen.

Arnhem wilde zelf het bezit van de veerrechten, want het veer was de enige rechtstreekse oversteek naar de stad. Maar het stadsbestuur had grotere ambities. Om meer greep te krijgen op de regionale handel met de Betuwe, zou de aanleg van een schipbrug Nijmegen (en Wageningen) flink wat wind uit de zeilen nemen. En zo gebeurde het: in 1601 kocht Arnhem de veerrechten en twee jaar later werd de schipbrug aangelegd.

Literatuur
Klep, P.M.M., De economische en sociale ontwikkeling 1550-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 188-221, p. 176-177.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 438-440.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 24.

Wientjes, R.C.M., Arnhem, Wageningen en het veer op de Praats.
In: Bijdragen en Medede(e)lingen Gelre, deel LXXVI (1985), pp. 9-19.

Wientjes, R.C.M., Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle 1995 (Uitgeverij Waanders), pp. 12-14.

3-12-1622 (zaterdag)

Hij komt, hij komt maar niet in 17e-eeuws Arnhem

Verbod op snoepgoed en schoen zetten, 1622
Bron: Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.
Verbeurdverklaring snoepgoed, 1622
Bron: Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem. 
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 266.

Geen Sinterklaasviering.
In de 17e en 18e eeuw kende Arnhem geen godsdienstvrijheid. Het gereformeerde calvinistische geloof, onder de naam Neder-Duits Hervormd, was leidend. Andere godsdienstige richtingen werden, in de beste jaren, gedoogd.
In de eerste helft van de 17e eeuw was van deze tolerantie helemaal geen sprake. Het Sinterklaasfeest was daar de dupe van. Heiligenverering in wat voor (katholieke) vorm dan ook was verboden. Dat was ‘Paapsche superstitie’, rooms bijgeloof.
Hier moesten de inwoners van de stad wel voortdurend aan herinnerd worden. Zo werd nogmaals in 1622 het bakken van St .Nicolaasgoed (is vooral speculaaspoppen) en het zetten van de schoen verboden. Werd iemand betrapt, dan werd het snoepgoed in beslag genomen.

Literatuur
Hasselt, G. van, Kronijk van Arnhem.
Arnhem 1790 (Uitgeverij W. Troost en Zoon), p. 266.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.

2-12-1944 (zaterdag)

Duitse leger blaast dijk bij Elden op

Dijkdoorsteek bij Elden
Deze foto van de RAF toont de situatie van de opgeblazen dijk op 14 maart 1945. Links de opgeblazen spoorbrug Arnhem-Nijmegen.
© Nationaal Archief, Archiefnummer 2.24.05.02, Bestanddeelnummer 141-0079, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
 

Overbetuwe in de oorlogswinter van 1944
Korte informatieve documentaire over de Betuwe na de operatie Market Garden.
© Omroep Gelderland, Ridders van Gelre, 5,5 minuut.

‘Fall Storch’ (Operatie Ooievaar) was de codenaam van het Duitse leger om op 2 december 1944 de Rijndijk bij Elden op te blazen. Door land onder water te zetten, moest een verdere opmars van het geallieerde leger vanuit de Betuwe voorkomen worden en werd geprobeerd om het Duitse Rijnfront intact te houden.

De Duitse genie blies een groot gat in de Drielsedijk bij het dijkmagazijn ter hoogte van de spoorbrug Arnhem-Nijmegen. Een tweede explosie bij de Griftdijk ten zuiden van Elden moest er voor zorgen dat het water de hele Overbetuwe instroomde. Dat gebeurde vanaf 17.00 uur die zaterdag. Heel het gebied tussen de Rijn en de Waal, tot aan Tiel toe, kwam onder water te staan.
Het plan had een tijdelijk succes: de geallieerden moesten het Waalbruggehoofd bij Nijmegen opgeven.

Literatuur
Hemmen, F. van, Ooievaar brengt Zondvloed. De onderwaterzetting van de Betuwe december 1944 – maart 1945. Kesteren 1995.

1-12-1744 (dinsdag)

Opening Dorthmond’s Weduwenhuls

Weduwenhuizen, 1860
De band met het timmermansgilde is nog duidelijk in het toeziend bestuur van het Dorthmond’s Weduwenhuis’ Een van de ‘commissarissen’ is Heilbertus Cornelis Berends. (1815-1889), docent bouwkunde bij de Arnhemsche Teekenschool van het genootschap ‘Kunstoefening, architect en timmerman.
© Adresboek van Arnhem e.o.1860, p. 73.
Bentinck’s Weduwenhuis aan de Beekstraat, 1860
Aan het eind van dit gezicht op de Beekstraat is het lage huis rechts het onderkomen van het Bentinck’s Weduwenhuis. Het lag op de hoek een pand verder dan de kruising met de Klarestraat, nu ter hoogte van nr. 81. Het Dorthmond’s Weduwenhuis lag enkele huizen verder, ter hoogte van nr. 76.
Aquarel van Adrianus Eversen.
© Gelders Archief: 1551-4003, Topografisch-Historische Atlas. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op deze dag in 1744 werd aan de Beekstraat het Dorthmonds Weduwenhuis (Van Dortmonds Weduwenhuis) in gebruik genomen. Vijf jaar eerder had de timmerman Arent van Dorthmond per testament bepaald dat zijn huis daarvoor moest worden ingericht. Het was vooral bestemd voor weduwen van leden van het timmermansgilde St. Joseph. Eerst vonden er vier vrouwen onderdak en na het aanbrengen van een bovenverdieping in 1805 maximaal tien. Sigal noteert in 1922 “Er is thans huisvesting voor acht weduwen; vijf ontvangen per kwartaal f 13.50 en drie f 7.50, verder ontvangen allen tweemaal per jaar brandstoffen en driemaal krentebrood en eieren.”

Het Dorthmondshuis was niet het enige weduwenhuis in de Beekstraat. Drie panden richting het Land van de Markt was er ook nog het Bentincks Weduwenhuis. De stad telde in totaal zeven weduwenhuizen.

Dorthmond’s Weduwenhuis, ligging O559 (nu Beekstraat 76) en waarde volgens de kadastrale gegevens van 1832. Drie panden naar het noorden lag het Bentinck’s Weduwenhuis. Schuif met de pijl voor een vergelijking. Kaartbewerking met Hisgis.

Literatuur
Arendsen. R., Weduwenhuizen in Arnhem.
Utrecht 2012 (onuitgegeven scriptie).

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), pp. 46-47.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 286-287.

Schulte- van Wersch, C.J.M., Berends.
In: Vredenberg, J. (red.). Architecten in Arnhem, Oosterbeek en Velp. Ontwerpers van gebouwen, stedelijke ruimte en landschap tot 1965.
Utrecht 2019 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-56.

Sigal, M.C., Het Dortmondts Weduwenhuis te Arnhem.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel 25 (1922), pp. 153-155.

Staats Evers, J.W., Iets over Arnhem naar aanleiding van zijn begrooting over 1848.
Arnhem 1848 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 59.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 79-80.

November Verleden Vandaag

(Bijna) elke dag van het jaar gebeurde er vroeger wel iets opmerkelijks in Arnhem.

30-11-1813 (dinsdag)

Slag om Arnhem, 1813

Belegering van Arnhem, 1813
Bronnen:
Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1913 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij), p. 29.
 
Lunteren, P. van, Slag om Arnhem, 1813.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr 1, pp. 25-31, p. 28 (afbeelding van de kaart uit Fockema (1913).
Sturm von Arnheim, 1813
Bron: Boonstra, O., Lunteren P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming. Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), p. 130.

Voor de Slag om Arnhem in 1944 ging in de stad vooral de aandacht uit naar de gevechten om de stad in 1813. Die gebeurtenis werd in vele jaren (1863, 1913) groots herdacht.
Dit jaar (2021) pakken we een deelgebeurtenis uit de hele slag eruit: de ligging van de Pruisische troepen rondom de stad voordat de eigenlijke gevechten rond 12.00 uur bij de stad beginnen.

Aan de Utrechtseweg, bij de samenkomst van Onderlangs, bevond zich de eerste Pruisische colonne. Deze moest samen met colonne twee ter hoogte van de Sterrenberg aan de Amsterdamseweg de hoofdaanval op het retranchement (aarden verdedigingswal met lunetten) voor de Rijnpoort uitvoeren. Hoofddoel van de aanval was namelijk de schipburg bij Arnhem. De inname daarvan moest voorkomen dat de Franse hoofdmacht in Nijmegen een doorsteek naar de Pruisen kon maken.
De derde colonne, ter hoogte van Zypendaal, moest de Janspoort bezetten. De vierde colonne, bij wat nu Station Velperpoort is, nam de aanval op de Velperpoort voor zijn rekening. De kleine vijfde colonne moest vanaf de Westervoortsedijk opmarcheren naar de Sabelspoort.

Literatuur
Boonstra, O., Lunteren P. van en J. de Vries (red.), Arnhem 1813. Bezetting en bestorming.

Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren).

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. en Wal, G. van der, Gedenkboek van Arnhem 1813-1913. 
Rotterdam 1813 (N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij).

Lunteren, P. van, Slag om Arnhem, 1813.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 29 (2009), nr 1, pp. 25-31.

29-11-1791 (vrijdag)

Vrolijke viering St. Caecilia-Concert

Het Caecilia-Concert te Arnhem, 1791
Gelithografeerde omslag van het gedenkboek bij het 200-jarig bestaan.
Bron: Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven.
Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.).

Op 22 november 1591 werd in Arnhem de muziekvereniging ‘Het Caecilia-Concert’ opgericht. De muziekvereniging was de voorloper van Het Gelders Orkest, sinds 1 juni 2020 Phion.
Tweehonderd jaar later werd de stichting gevierd in de eetzaal (reventer) van het St. Catharinagasthuis aan de Beekstraat.

Er werd door de 44 feestgangers volop gemusiceerd en gezongen (o.a. concertante van Jean-Baptiste Davaux), maar nog meer werd er getoost en geproost. En er was veel om een heilwens over uit te spreken tot “vijf ure in den morgenstond”:

“Men dronk vervolgens aan dezen feestdisch de volgende conditiën:
Welkomst aan tafel;
gezondheden twee aan twee,
den regter en linker duim;
getrouwde dames,
inclinatiën:

voorts met bokalen:
de Staten der provincie ,
Stadhouder en het vorstelijk huis ,
richter en heeren van den Magistraat,
presidenten van het Hof,
Rekenkamer en Gedeputeerden,
over- en onderhuismeesters en rentmeester van het gasthuis;
met fanfares à la santé du jour in volle bokaaltjes, behalve degenen die hensden .
De groote hens voor de henspligtige leden en die van den Magistraat;
de kleine hens voor de geactionneerden van den Fiskaal.
Weder met kleine bokaaltjes:
de beste,
de vriend van de beste,
vaderlandje lief
en alle mooije meisjes,
vriendschap enz.”

Toelichting
den regter en linker duim = aanwezigen haken bij elkaar duimen in als teken van verbroedering,
inclinatien = genegenheid, liefde
groote hens = groot glas / grote heildronk
henspligtigen = zie die moeten werken
geactionneerden van den Fiskaal = medewerkers van de rechtbank

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 294-296.

Staats Evers, J.W., Het St. Caecilia-Concert te Arnhem, opgericht in 1591, uit het archief beschreven.
Arnhem 1874 (Drukkerij G.W. van der Wiel & Co.), p. 20-21.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem van 1789 tot 1868.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zoon), p. 8.

28-11-1698 (vrijdag)

Waag in vroegere Catharinagasthuis

Bakkerstraat met vroegere Catharinagasthuis, ca. 1650
Op de hoek van de Bakkerstraat en de Pastoorstraat (op de kaart nr. 26) stond het Catharinagasthuis met de bijbehorende kerk.
Detail van de plattegrond van Arnhem, uitgeven door Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 naar de kaart van Nicolaes Geelkercken uit 1639.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

Na de Arnhemse Beeldenstormen (1578/1579) werd het Catharinagasthuis aan de Bakkerstraat niet gesloopt, maar ook niet meer onderhouden. In 1636 moest de toren van de kapel wegens instortingsgevaar gesloopt worden.
Toen in datzelfde jaar de laatste nonnen van het Agnietenklooster waren gestorven, verhuisde de gasthuisfunctie naar die gebouwen aan de Beekstraat.

Op 28 november 1698 besloot het stadsbestuur om het voormalige gasthuis in te richten als waaggebouw. De grote markt op de Markt was immers om de hoek. Daarvoor werden wel alle kerkvensters dichtgemetseld en nieuwe vloerbalken aangebracht. Behalve de waag, werd het gasthuiscomplex ook gebruikt als onderkomen voor de Franse School, de Neder-Duitse School en als turfopslag.

Honderd jaar later besluit de magistraat van de stad om een nieuw Waagebouw op de Markt te bouwen. Het pand in de Bakkerstraat werd ingericht als schouwburg, ‘De Komedie’.

Literatuur
Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.  
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem, 1933.
(Uitgeverij Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), p. 174..

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 114, 354-355

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 59.

27-11-1942 (vrijdag)

Jacob Koppel vermoord in Auschwitz

Markt met Joods bejaardentehuis, ca. 1920
Uiterst links het vroegere Paleis van Justitie. Rechts daarvan, op de hoek met de Hofstraat, het gebouw van Beth Mikloth Lezikno, het ‘Israelitisch Oudelieden-gesticht’.
Rechts zien we de nieuwe dakspanten van het in aanbouw zijnde nieuwe Provinciehuis, dat in 1924 zou worden geopend.
© Gelders Archief: 1501-04 – 7756, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

‘Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaal ze honderd malen
alle malen zal ik wenen.’ 

Slot van Leo Vromans, ‘Vrede’, uit de bundel ‘Slaapwandelen’, 1957.

Het gruwelverhaal van de Holocaust is bekend, maar bevat ook weer vele onbekende verhalen.
Waarom is bijvoorbeeld de in Arnhem geboren (1868) Jacob Koppel op 74-jarige leeftijd in november 1942 vermoord in Auschwitz? Hij woonde namelijk in het ‘Tehuis voor Israëlitische Oudelieden – Beth Mikloth Lezikno’ aan de Markt in Arnhem. De grote razzia op dat Joodse bejaardenhuis is twee weken na Jacobs dood, op 10 december 1942. Tachtig bewoners en personeelsleden werden opgepakt en gedeporteerd.
Waarom werd Jacob, en het grootste deel van zijn gezin dat elders in Arnhem woonde, al eerder vermoord?

Hoe meer je weet, hoe meer vragen er komen. Vragen die het begin vormen van een nieuw verhaal.

26-11-1962 (maandag)

Open Het Dorp

Mies Bouwman met minister Klompé
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo, toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5511, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Mies Bouwman met dokter Klapwijk
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo toegang, 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5512, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Mies Bouwman met Bronbeekbewoner
Oud-KNIL’er Syt van Rooy, 93 jaar, moedigt het Nederlandse volk aan geld te geven.
© Nationaal Archief: fotocollectie Anefo, toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 914-5516, fotograaf onbekend. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Op 26 november 1962 startte de 23-urige marathonuitzending ‘Open Het Dorp’. De geldinzamelmanifestatie bracht niet alleen eeuwige roem voor presentatrice Mies Bouwman, maar legde ook het financiële fundament ruim (uiteindelijke 21 miljoen gulden) voor Het Dorp in Arnhem.

Tijden veranderen, want op dit moment (2021) is de ontmanteling van de oorspronkelijke bebouwing van Het Dorp bijna voltooid. Tal van Arnhemmers traden op in de show om de Nederlandse bevolking aan te moedigen royaal geld te storten. Natuurlijk was daar dr. Klapwijk, de initiatiefnemer van Het Dorp. Ook ontbrak de in Arnhem geboren Marga Klompé, minister van Maatschappelijk Werk, niet. De landelijke betekenis van haar beleid, met als hoogtepunt de invoering van de Algemene Bijstandswet (1965) is van enorme betekenis geweest. Ook bewoners, oud-KNIL’ers, van Bronbeek deden hun duit in het zakje.

25-11-2012 (donderdag)

Vitesse wint van PSV

Vandaag, 25-11-2021, speelt Vitesse in de Conference League de uitwedstrijd tegen Rennes. ‘Arneym’ had daar graag, net als twee weken geleden tegen Tottenham Hotspur, bij willen zijn. Helaas, de aangescherpte corona-maatregelen gooiden roet in het voetbaleten.
Afgelopen weekend verloren de geelzwarte helden (vrij kansloos) van PSV met 2-0.

Hoe anders was dat op 25 november 2012 in een beladen uitwedstrijd tegen de Eindhovenaren. Na een 1-0 achterstand wisten de Arnhemmers te winnen met 1-2. Het winnende doelpunt kwam van cultclubheld Wilfried Bony.Daddy Cool’ zou dat jaar topscorer worden van de eredivisie.
Het was een beladen wedstrijd, want de trainer van Vitesse was op dat moment Fred Rutten, die een seizoen eerder nog leiding gaf aan PSV. Als extra zout in de Eindhovense wonde kwam de gelijkmaker van Vitesse ook van een oud-PSV’er, Jonathan Reis.
De trainer van PSV in 2012? Ja, daar is ie weer: Dick(y) Advocaat, sinds gisteren oud-bondscoach van Irak.

Meer over de geschiedenis en monumenten van Arnhem: www.arneym.nl

Literatuur
Reurink, F., Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen.
Oosterbeek 2017 (Uitgeverij Kontrast), p. 426.

24-11-1816 (zondag)

Geslacht Huyghens in de adelstand

Familiewapen van Rutger Huijghens, 1666
Het familiewapen van Rutger Huijgens zoals opgenomen in het wapenboek van de St.-Joost schutterij in Arnhem.
© Gelders Archief: 2089-2.13 Wapenboek van het “Collegium vetus fraternitatis Sancti Jodoci” of St. Joosten schutterij, opgemaakt omstreeks het midden der 17de eeuw, bijgehouden tot 1785. Nr. 70. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Adellijk wapen van de familie Huyghens, 1816
Als de familie Huyghens in de adelstand wordt verheven, wordt hen ook een ‘echt’ adellijk familiewapen toegekend.
Bron: C. O.A. Schimmelpenninck van der Oije (e.a.), Wapenregister van de Nederlandse adel Hoge Raad van Adel 1814 – 2014.

Iedere Arnhemmer kent de Huijghenslaan. De fraaie allee, die door zijn omvang vaak dient als racebaan, is niet genoemd naar de 17-eeuwse Constantijn Huyghens (dichter, staatsman) of zijn zoon Christiaan (natuur- en wiskundige).

De naam komt van het Arnhemse regentengeslacht Huyghen/Huijghens, dat geen familiebanden had met de Haagse Huyghens.
Om precies te zijn is de naam van de 17e-eeuwse Arnhemse burgemeester Rutger Huijgens (1586-166). Hij was eigenaar van het, bij de Huijgenslaan gelegen, landgoed Klarenbeek (‘Huijgens goet’). Rutger vergrootte dat bezit en werd voor een deel in landschappelijke stijl door hem verfraaid. Dat lukte hem mede dankzij de opbrengsten van zijn aandelen in de VOC.
Het was niet een man die stil zat. Tot op hoge leeftijd was hij actief in de landelijke politiek: lid van de Staten-Generaal en als 78-jarige nog vergezelde hij o.a. admiraal Michel de Ruyter in een van de Engelse zeeoorlogen.

De Huyghens, die met zijtakken van hun stamboom ook bestuursfuncties in andere steden vervulden, wilden zich graag meten met de ‘echte’ oude adel. Alleen een titel ontbrak er nog aan, hoewel Rutger zich graag als ‘Heer van Klarenbeek’ liet aanspreken.
Daar kwam verandering in als een verre nazaat van Rutger, mr. Hendrik Huyghens (1755-1838), het lukt om in 1816 bij Koninklijk Besluit van 24 november in de adelstand te worden verheven. Hij mag zich jonkheer noemen.
De vreugde is van korte duur: een gezinsdrama treft de familie. Hendriks enige zoon en vier dochters overlijden, zijn dochters al dan niet getrouwd, en daarmee sterft ook het adellijke geslacht Huyghens in 1861 weer uit.

Literatuur

Breugel Douglas, C. van, Geslacht Huyghens.
In: De Navorscher, jrg. 30 (1880), pp. 149-156.

Potjer, M. Brieven van Constantijn Huijgens en Rutger Huijghens.
In: Arnhem de genoeglijkste, jrg. 24 (2004), nr. 1, p. 14-18.

Potjer, M., Rutger Huyghens (1586-1666), een vitale regent.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 102-103..

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden.
Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 102-104.

23-11-1836 (woensdag)

Verkrijging grond voor Koepelkerk

St. Janskerk, ca. 1745
De gotische Janskerk van de Commanderij van St. Jan, gesloopt in 1817.
Tekening van Jan de Beijer.
© Gelders Archief: 1551 – 2867, J. de Beijer. Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Koepelkerk, 1852
De Koepelkerk werd niet exact op dezelfde plaats als de vroegere Janskerk gebouwd, maar iets meer naar achteren, oostwaarts. Ter vergelijking: de achterkant (kooromgang) van de Janskerk zou nu net links naast (ten westen) de ingang van de Koepelkerk liggen.
© Gelders Archief: 1551 – 2907, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De Hervormde Gemeente te Arnhem wilde rond 1835 een nieuwe kerk bouwen en liet zijn oog vallen op de terreinen van de voormalige Commanderij van St. Jan. Het ommuurde terrein van de vroegere hospitaalridders was al een tijdje in gemeentelijke handen. De eens zo prachtige gotische Janskerk met twee torens was zo bouwvallig dat deze al in 1817 ten prooi viel aan de sloophamer. Een van de torens was in 1809 uit voorzichtigheid al neergehaald.

Het ontwerp voor de nieuwe Janskerk kwam van stadsarchitect Anthony Aytinck van Falkenstein. Van zijn hand was ook de Willemskazerne en het was geen toeval dat die op een steenworp afstand lag. De fraaie neoclassicistische Koepelkerk moest vooral de officieren van de kazerne naar de zondagsdiensten lokken. In maart 1837 vond de aanbesteding plaats voor 52.000 gulden. De eerste steenlegging volgde op 14 juni 1837. Twee dagen later bezocht koning Willem I het bouwterrein.

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 391-394.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), pp. 72-73.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 34.

Wander, R.H.J., Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht 1997 (Uitgeverij Matrijs), pp. 23-24.

22-11-1615 (zondag)

Overlijden Johannes Fontanus op het Fontanus’ spijker

Plaquette van Fontanus in de Grote of Eusebiuskerk
De geestelijke voorvechter van het nieuwe gereformeerde geloof in de stad werd met een plaquette in ‘zijn’ kerk geëerd.
Foto Cor Beking, 2008 © Jan de Vries en Cor Bekink, 2008.
Fontanus’ spijker, ca. 1770
Beneden loopt de Velperweg: ‘tra publica van Arnhem op Zutphen’. Via een bruggetje over de beek (Molenbeek vanaf landgoed Klarenbeek) bereikt men het kleine landgoed. Rechts loopt de Vosdijk richting de broeklanden (Het Broek).
© Gelders Archief: 2000-561, Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Fontanus’ spijker, 1767
Vanaf de windroos linksboven loopt de Velperweg naar beneden ‘Weg na Velp’. No’s 17 en 18 omvatten het vroegere Fontanus’ spijker. In de 18e eeuw heeft het de naam van de nieuwe eigenaar ds. Jean Gavenon, dominee van de Waalse Gemeente in Arnhem: het Gavenons Spijker.
Detail uit; F Beijerinck, Caart van de Monck-huijser Tiend gelegen in het schependumb van Arnhem, 1767.
© Gelders Archief: 0095 Verzameling Tiendarchivalia 275. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

Zijn naam is al vaak gevallen in ‘Verleden Vandaag’ en op de website ‘Arneym’: Johannes Fontanus. Hij speelde een belangrijke rol in de overgang van Arnhem naar het protestantisme en drukte als predikant in de Eusebiuskerk nadrukkelijk zijn stempel op het geestelijke, politieke, culturele en dagelijkse leven van de stad.

Fontanus overleed, na 36 jaar voorganger te zijn geweest, in 1615 op zijn buitenverblijf ten oosten van de stad aan de Velperweg. Dat zijn sterfdag een zondag was, is één van die fraaie toevalligheden (?) die het verleden kleur geven.
Het hof, een voormalig spijker (opslagplaats voor graan), kreeg zijn naam: Fontanus’ spijker of Fontanus’ Hof. Het stadsbestuur had hem dat uit erkentelijkheid voor zijn werkzaamheden geschonken.
Het kleine landgoed was één van de pakweg tien voormalige spijkers buiten de stadsmuren. In de moderne tijd is er, op het fabrieksterrein van de Akzo/Tejin, niets meer van terug te vinden. Al naar gelang de financiën van de eigenaar waren de veelal laatmiddeleeuwse spijkers eenvoudige ‘landmanswoningen’ of riante buitenplaatsen geworden. Het Fontanus’ spijker bevond zich in de middenmoot: een kleine woning, een boomgaard en wat akkerland.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 260-261.

Potjer, M., De Velperweg in kaart gebracht, 1600-1795. Eigenaren en eigenaardigheden.
Utrecht/Westervoort 2008 (Uitgeverij Van Gruting), pp. 30-31, 163, 169-171.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), pp. 72-73.
Hier wordt abusievelijk als overlijdensjaar 1616 genoemd.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem 1933 (Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers), pp. 187-223, p. 221-222.

21-11-1698 (zaterdag)

Stovenzetsters zorgen voor kerkonrust

Ordonnantie tegen stovendraagsters, 1698
Bron: Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 84.
Vooroorlogs interieur Eusebiuskerk, ca. 1925
© Gelders Archief: 1500 – 1490, Prentbriefkaarten, collectie Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

In november wordt het echt koud. En als je dan urenlang in de kerk stil en aandachtig moet luisteren naar de predikant, dan begint de kou door te dringen tot elke vezel van je lichaam. Hoe geestelijk hartverwarmend het Woord Gods ook moge zijn.
Om je extra tegen de kou te beschermen kon je in de 17e eeuw bij het begin van de dienst een stoof huren. Voor de jongere generatie: een stoof is een klein houten of stenen kastje met gloeiende kooltjes erin. Daar zette je voeten op en de warmte werd door het hele lichaam getransporteerd.

Die stoofjes moesten aan het eind van de kerkelijke bijeenkomst wel weer ingeleverd worden. De verhuursters (het waren vrouwen die hiermee een extra centje hoopten te verdienen) zamelden ze dan aan het eind van de dienst weer in om ze de zondag daarop weer te verhuren. Om snel thuis te zijn, begonnen die ‘stovenzetsters’ of ‘stovendraagsters’ nog voordat de prediking formeel was afgelopen, de stoven op te halen. Dat verstoorde de eerbiedige stilte in de kerk en bovenal de woorden van de voorganger.

Daarom vaardigde het stadsbestuur op 21 november 1698 een ordonnantie uit ‘ tegen het gewoel der stovendraagsters’: wie te vroeg de stoofjes ophaalde, werd een middagje vastgezet in het stadhuis. Tevergeefs: op 22 december 1724 moest dit besluit krachtig worden herhaald.

Literatuur
Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 268.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 264-265.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970), p. 84.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 59.

20-11-1641 (woensdag)

Kerkhof Walburgiskerk wordt heropend

Walburgiskerk en Walburgisplein, ca. 1750

Tekening van Hendrik Speelman (mede naar J. de Beijer) in: Het verheerlijkt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezichten en steden, dorpen en sloten enz. Met prenten door H. Spilman naar A. de Haen, Corn. Pronk, J. de Beijer en P. van Liender. Drukkerij en uitgeverij I. Tirion, Amsterdam, 1745-1774.

Grote of Eusebiuskerk en Walburgiskerk, ca. 1650
Detail uit de kaart van Nicolaes Geelkercken (1639), ingekleurd en gedrukt bij J. Blaeu.
© Joan Blaeu, Tonneel der Steden. Amsterdam 1649 (Scheepvaartmuseum, Collectie Atlas van Loon).

Het stadsbestuur van Arnhem, de magistraat, gelastte op deze dag dat de doden ook bij de Walburgiskerk begraven konden worden.
De begraafplaatsen binnen de stadsmuren waren een voortdurende bron van zorg voor het stadsbestuur en de kerkelijke autoriteiten. De kleine kerkhoven bij de kloosters binnen (o.a. Broerenklooster en Agnietenklooster) en buiten de stad (o.a. Mariënborn en Monnikenhuizen) werden niet meer gebruikt konden worden. Deze katholieke instellingen waren na de Arnhemse Beeldenstormen (1578-1579) gesloopt. Ook de Walburgiskerk werd toen aan de katholieke eredienst onttrokken. Daardoor bleven alleen de graven in de Grote of Eusebiuskerk en het kerkhof direct buiten de kerk over.

Toen deze echter over- en overvol waren, moest toch weer uitgeweken worden naar het voormalige kerkhof van de kanunniken van de Walburgiskerk.

Literatuur
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

19-11-2015 (donderdag)

Opening OV-terminal Arnhem Centraal

Arnhem Centraal, 2018
© Fotograaf Rob Slepička.
Stationsplein Arnhem, ca 1958
© Gelders Archief. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Corona en de hoge papierprijs
Het nieuwe boek van historicus en wethouder Bob Roelofs had ernstig te lijden onder de coronapandemie en de gestegen kosten voor het drukken van een boek,
© De Gelderlander, 9-11-2021.

Laten we vandaag eens twee dingen combineren. Het was vandaag in 2015 dat de OV-terminal ‘Station Arnhem Centraal; werd geopend.
Het was vorige week zaterdag 13 november dat helaas de presentatie van het nieuwste boek van (wethouder) Bob Roelofs, Parels en proefballonnen 2 / Kroniek van Arnhem 2011-2020, door corona geschrapt moest worden.

Maar ‘Arneym’ geeft u een exclusief voorproefje (‘sneak preview’) door uit dit boek de opening van Arnhem Centraal te citeren:
“De opening van Station Arnhem Centraal op 19 november 2015 markeerde een metamorfose in het stationsgebied die in de Arnhemse geschiedenis als uniek te bestempelen is. (…) Het gehele project had ruim € 163 miljoen gekost en het uiteindelijke resultaat werd, ondanks het jarenlang lekkende dak, met lof, gejuich en architectuurprijzen ontvangen.”

Literatuur
De Gelderlander, 9-11-2021.

Roelofs, B., Parels en proefballonnen 2. Kroniek van Arnhem, 2011-2020.
Arnhem 2021 (Uitgeverij Jeugdland Arnhem), pp. 13-17.

18-11-1700 (donderdag)

Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling

Vreemde bedelaars en ‘straffe van geeseling’
Bron: Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 56.
Strafwerktuigen op de Markt
Links, aan de oostzijde van de Markt het Prinsenhof, de gebouwen van het provinciale bestuur. Op deze achttiende-eeuwse prent zijn voor het hof het ‘houten paard’ en de ‘schandton’, die voor de strafuitvoering van het gerechtshof werden gebruikt, te zien. Rechts de volledig ingebouwde Sabelspoort.
Bron: Jan de Beijer, De Grote Markt te Arnhem in het midden der 18e eeuw, 1742.
© Gelders Archief: 1551-3969, tekenaar Jan de Beijer, Public Domain Mark 1.0.

Het Arnhemse stadsbestuur besluit op 18 november 1700 dat het ‘vreemde bedelaars, op straffe van geeseling, verboden (werd) in de stad te komen’. Ook herbergiers die deze ‘vreemde bedelaars’ onderdak verschaffen staat deze straf of verbanning met hun hele gezin te wachten.

Dat betekende wel extra inkomsten voor de ‘scherprichter/beul’ van Arnhem. Volgens contract zou hij voor elke gewone geseling maximaal drie gulden krijgen: ‘Voor een gemeene geesseling sal hij soo voor hem als sijnen dienaar niet meer mogen declareeren als drie guldens: de garden’en bindlijnen daar onder begreepen.’

Geef de mensen een naam: ‘vreemde bedelaars’. Dat is iets anders dan ‘bekende bedelaars’ of ‘inwoners van de stad die om geld of brood vragen’.
Tegenwoordig is dat nog steeds van toepassing: vluchtelingen, migranten, indringers, gelukzoekers, oorlogsslachtoffers, enz. En is het afschrikken en verbannen van ‘vreemde bedelaars’ in de kern iets anders dan de ‘pushback’ aan de grenzen van Europa?
Historische bronnen en geschiedschrijving objectief?
Dat is onmogelijk: onze eigen (cultuur)geschiedenis dringt altijd door in hoe we zaken zien, ervaren en beschrijven.  

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 139.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 56.

17-11-1987 (dinsdag)

Dr. Herman Bax van het Gemeenteziekenhuis overlijdt


Herman Bax, bij zijn afscheid in 1967
Bron: Schalm, L. Afscheid van Dr. H.R. Bax als chirurg van het Gemeente Ziekenhuis te Arnhem.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 22 (1967), pp. 1016-1017.
Bouw Zusterflat Gemeenteziekenhuis
In het begin van de jaren zestig, als Bax nog steeds leiding geeft aan de afdeling Chirurgie, wordt de zusterflat bij het Gemeenteziekenhuis gebouwd.
© Gelders Archief: 1524 – 11104, Diacollectie Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Twintig jaar nadat hij het ‘ambacht’ als chirurg in het Gemeenteziekenhuis Arnhem had neergelegd overlijdt in 1987 Herman Reinier Bax (geboren 1907 te Velsen). Sinds 1 november 1941 was hij het hoofd van de afdeling Chirurgie van het Gemeenteziekenhuis aan de Wagnerlaan.

Behalve als expert op het gebied van leveroperaties verwierf hij tijdens de Tweede Wereldoorlog bewondering om zijn hulp aan Joodse onderduikers en Arnhemmers in nood na de Slag om Arnhem.
Zuster Boland, één van zijn medewerkers herinnert: “Bax werd op een kwade dag opgepakt, maar na zo’n dag of veertien was hij er ineens weer, met één van zijn kinderen op de arm. Het was wel duidelijk dat je beter nergens naar kon vragen.“

Bax stond ook bekend om zijn onverbloemde medische en ethische standpunten en artikelen. Zijn ‘Een blik terug’ uit 1967 op zijn eigen 25-jarige carrière als chirurg in het Gemeenteziekenhuis geeft daarvan enkele fraaie staaltjes.

Literatuur
Bax, H.C.R., Een blik terug.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 21 (1967), pp. 941-947.

Brandt, K.H. en A.M. ter Haar, In memoriam dr. Herman Reinier Bax.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 131, nr. 3 (1987), pp. 129-130.

Heusden-Sleutel, A.C. van (1995). Van minimale hulp tot optimale zorg. 150 jaar ziekenhuiszorg in Arnhem.
Arnhem 1959 (Ziekenhuis Rijnstate), p.78.

Schalm, L. Afscheid van Dr. H.R. Bax als chirurg van het Gemeente Ziekenhuis te Arnhem.
In: Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 111, nr. 22 (1967), pp. 1016-1017.

16-11-1672 (woensdag)

Franse bezetter eist geld

Frans bevel tot betalen van 1250 gulden
Verordening van Louis Robert, Intendant de Justice, Police & Finances dans Toutes Places & Pays conquis par sa Majesté sur les Hollandois’, aan Arnhem d.d. 16-11-1672.
© Gelders Archief: 2000-3517-0023 Oud Archief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Franse kaart van Arnhem, 1672
De Franse cartograaf des Konings, Cher. de Beaurain, legde alle overwonnen steden op kaart vast.
© Gelders Archief: 1506 Kaartenverzameling Gemeente Arnhem 8318. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Donderdagmiddag 6 juni 1672 marcheerden de Franse soldaten van ‘Zonnekoning’ Lodewijk de Veertiende Arnhem binnen. Enkele uren daarvoor had het Arnhemse stadsbestuur bij het Franse legerkampement in Lathum de koning hoogstpersoonlijk de capitulatie van de stad aangeboden. Dat gebeurde wel volgens de Franse etiquette: “Dat so de Coninck, te paerd sittende, audientie verleende, sij oock op haer paerden blijven, ende tot sijn Majesteit alleen met driemaal haer lichaem te buygen nadere mosten.”

Met de Franse beleefdheid was het snel gedaan en één van de talloze financiële verplichtingen is van 16 november. De Franse bestuurder (intendant) van Nederland, Louis Robert, beveelt Arnhem om elke maand 1250 gulden, ‘deux mil cent cinquante florins’, te betalen.
De stad is enorm opgelucht als twee jaar later aan de Franse bezetting een eind komt.

Literatuur
Kotte, W., Van Gelderse Bloem tot Franse lelie. De Franse bezetting van de stad Arnhem 1672-1674 en haar voorgeschiedenis.
Arnhem 1972 (Gemeentearchief Arnhem, Bijdragen tot de geschiedenis van Arnhem deel 4), p. 62, 75-81, 139 (noot 303).

15-11-1912 (vrijdag)

Oprichting Gelderse Blindenvereniging


Logo vroegere Gelderse Blindenvereniging
Villa Reale en Villa Clara Utrechtseweg, ca 1950
De panden waar het Gelderse Blinden Instituut in de jaren dertig werd gevestigd. De voormalige woonhuizen ‘Villa Reale’ (links) en ‘Villa Clara’ werden naar een ontwerp van de Arnhemse architect Van Gendt in 1873 gebouwd. In de jaren dertig en vijftig werden de panden door respectievelijk de architecten Eich en Feenstra verbouwd.
© Gelders Archief: 1500-4224, Gelderse Blindenvereniging. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Ansichtkaart Gelderse Blindenvereniging, ca 1935
© Gelders Archief: 1500 – 4225, Gelderse Blindenvereniging. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).

De Arnhemmer Rikke Koops (geboren 5 april 1883) is sinds zijn 12e jaar blind en wil iets doen aan de emancipatie en positie van de blinden in Gelderland. Op 15 november 1912 is hij de initiatiefnemer van de oprichting van de stichting ‘Geldersche Blindenvereniging’. De stichting wil blinden ondersteunen om aan eigen inkomsten te komen zodat ze meer niet meer volledig afhankelijk zijn van liefdadigheid en overheidssteun.

Er wordt geld ingezameld aan en in 1918 wordt in de Weverstraat een werkinrichting voor blinden geopend. De naam is ‘G.B.I. werkinrichting en tehuis voor blinden’ (G.B.I.= Geldersche Blinden Industrie). Al snel verruilt de vereniging dit gebouw voor twee panden (een als kantoor- en woonhuis en een als werkinrichting) aan de Marktstraat.

Die panden moesten in 1933 wijken voor de bouw van de Rijnbrug en vond op 9 oktober van dat jaar de feestelijke opening plaats van het nieuwe onderkomen aan de Utrechtseweg, tegenover de Oranjestraat, In twee grote voormalige villa’s (gebouwd in 1873) werden de kantoren, een werkplaats, een winkel en internaat gevestigd. Zo’n 30 blinden vonden er blijvend onderdak. In 1980 waren de voorzieningen niet meer rendabel en werden de panden verkocht. De vereniging investeerde het geld, nu als GBS (Gelderse Blinden Stichting), in de verdere ondersteuning van de blinden in Gelderland.

Het voormalige kantoorgebouw is er nog steeds als ‘Villa Reale’. Het pand met de winkel (‘Villa Clara) moest in de jaren negentig van de vorige eeuw plaatsmaken voor het appartementencomplex ‘Huize Clingelbeeck’.

Rikke Koops bleef tot aan zijn dood in 1966 voorzitter van de Gelderse Blindenverening. Zijn graf is te vinden op Moscowa.

Literatuur
Ahoud, W.F.M., Inventaris van het archief van de Gelderse Blindenvereniging.
Gelders Archief, 0748 Gelderse Blindenvereniging, laatste wijziging in 2015.

Gelders Archief: 2071 Archief Gelderse Blindenvereniging, archief gevormd in 1991; laatste wijziging 2020.

14-11-1546 (donderdag)

Overlijden Joost Sasbout, ‘de mens is een zeepbel’

Epitaaf Joost Sasbout in de Eusebiuskerk Arnhem
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), nr. 20371079.
Epitaaf Joost Sasbout
Schilderij van Johannes Jelgerhuis Rz uit 1825.
De tekst op het middendeel is een artistieke invulling van de schilder. Hier was oorspronkelijk de geboorte van Christus afgebeeld. Men gaat er van uit dat deze tijdens de Arnhemse Beeldenstormen (1578/1579) is vernietigd.
© Gelders Archief: 1551-2891, Topografisch-historische Atlas Gelderland. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Joost Sasbout (Jodocus van Sasbout, 1487-1546) moet niet verward moet worden met de 17e-eeuwse Utrechtse apostel-vicaris Sasbout Vosmeer (1548-1614).

De Arnhemse Sasbout was de eerste kanselier in Gelre voor keizer Karel V. Voor deze nieuwe heer van Gelre moest Van Sasbout zorgen voor rust in Gelre en Arnhem na de roerige periodes van Karel van Gelre (hertog 1492-1538) en Willem van Gulik (en Berg en Kleef, hertog 1538-1543).

Sasbout is niet zozeer bekend geworden door zijn korte periode als hoogste bestuurder in Gelderland. Zijn epitaaf (grafgedenkteken) in de Grote of Eusebiuskerk daarentegen wordt door kunsthistorici geprezen als een prachtig voorbeeld van renaissancistische beeldhouwkunst. Dat gedenkmonument bevindt zich in de noordelijke kooromgang van de kerk en is waarschijnlijk van de hand van Colijn de Nole uit Kamerijk (België).

Het beeldhouwwerk mag dan tal van verwijzingen hebben naar de klassieke Grieks-Romeinse tijd. De afbeelding en teksten ademen meer het ‘memento mori’ van de middeleeuwen dan het ‘carpe diem’ van de renaissance.
Een deel van de tekst die Sasbout zelf naliet: ‘Sta stil; wat gij zijt ben ik geweest; wellicht zijt gij morgen wat ik ben: een rottend lijk. Eens was ik Jodocus Sasbout (…) Maar wat baten mij thans titels, schatten of wijsheid? De dood maakt hoog en laag gelijk. Alleen de deugd wacht de mens na zijn dood…’.

Het zijn vooral de gebeeldhouwde afbeeldingen van een zojuist overleden jonge vrouw en een skelet met aan weerszijden de woorden ‘homo bulla’ (‘de mens is een zeepbel’)  ‘caro fernu’ (‘het vlees is als hooi’) die de bezoeker tot nadenken doet stemmen.

Literatuur
Brink, T., Ontworpen voor de eeuwigheid. De memoriesculptuur voor Joost Sasbout en Catharina van der Meer in de Eusebiuskerk te Arnhem.
In: Bulletin KNOB, deel 12, 2013, nr. 3, pp. 152-165.

Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), pp. 243-244.

Schulte, A.B.C en C.J.M, Schulte- van Wersch, Kunst en cultuur van de late middeleeuwen tot 1700.   
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700.
Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 276-309, p. 288 en 291.

Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), pp. 179-183.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970),  p. 85.

13-11-1957 (woensdag)

Overlijden Arnhemse Olympische touwtreksportheld

Olympische helden van Achilles, 1920
Enkele sporters van Achilles die de zilveren medaille wonnen op de Olympische spelen. De eerste atletiekmedaille ooit voor Nederland. De kleine man links staand is Willem Bekkers (Arnhem 1890 – Arnhem 1957).
© Gelders Archief: 1583-12833, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem 2. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).

Affiche Olympische Spelen, 1920
Een van de affiches voor de Spelen in Antwerpen.

In 1957 overleed op 67-jarige leeftijd Arnhemmer Willem Bekkers.
Hij verwierf in 1920 furore door deel uit te maken van de zilveren medaillewinnaars in het Olympische atletieknummer van het touwtrekken.

Op de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen was touwtrekken nog een Olympische activiteit. De Engelsen, acht politieagenten die samen 300 kilo zwaarder waren dan de Nederlanders, gingen er met de titel vandoor. Ons land behaalde de tweede plaats.
De Nederlandse touwtrekploeg bestond vooral uit mannen van de Arnhemse krachtsportvereniging Achilles. Een combinatie van boksers, worstelaars en gewichtheffers vormde de touwtrekploeg. Een van de acht was Willem Bekkers.

De Nederlands-Arnhemse ploeg oogstte bovendien alom bewondering voor hun sportiviteit. In de wedstrijd om het zilveren was namelijk een deel van tegenstander België te laat en de tweede plek werd aan de mannen van Achilles toegekend. “Zo willen wij niet winnen”, spraken de Arnhemmers en wachtten tot de tegenstander compleet was. Daarna werd het duel met 2-0 in het voordeel van de Gelderse krachtmensen beslist.

In Arnhem volgde de gebruikelijke rijtoer, een huldiging in Musis met een toespraak van waarnemend burgemeester en sportwethouder H. Goedhart jr. en uitgebreide artikelen in de Arnhemsche Courant. Bij de volgende Spelen was het touwtrekken geschrapt als Olympisch onderdeel.

Literatuur
Fiege, K., Twee eeuwen sporten in Arnhem.
Arnhem 2001 (De Arnhemsche Courant / De Gelderlander), p. 50 en 57.

12-11-1794 (woensdag)

Inkwartiering troepen in Lutherse Kerk

Lutherse Kerk, 1895
Het kerkgebouw voordat het drie jaar later verlaten zou worden door de Evangelisch-Lutherse gemeente. Ze betrok in 1898 een nieuwe kerk aan de Spoorwegstraat.
Op de voorgrond een deel van de open galerij uit 1845 die diende als Korenbeurs. Het gebouw de Korenbeurs werd in 1899 in gebruik genomen.
© Gelders Archief: 1501-04-6419, Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie. (auteursrechtenvrij).
Voormalige Lutherse Kerk  aan de Korenmarkt
Tekening uit 2004.
© Gelders Archief: 1592–158 tekening van W.F. van Reine, CC-BY-NC-ND-4.0 licentie.

In 1735 gaf Arnhem toestemming aan de Lutherse gemeente om aan de Korenmarkt een kerkgebouw neer te zetten. Het werd een prachtig classicistisch pand, ontworpen door architect Leendert Viervant.

Bijna zestig jaar later, in 1794, was het niet alleen in Arnhem, maar in heel Europa onrustig. Na de Franse Revolutie werd Frankrijk bedreigd door buitenlandse troepen die de monarchie wilden herstellen. De Franse revolutionairen sloegen terug door een tegenaanval in te zetten. Ze marcheerden op naar de zuidelijke Nederlanden, dat door de Franse vijand, Oostenrijk, werd bestuurd. Het revolutionaire Frankrijk had zelfs in februari 1793 de oorlog verklaard aan Nederland, of beter naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hier zwaaiden immers aanhangers van het ‘ancien regime’ in de persoon van de prinsgezinden van stadhouder Willem V van Oranje ook de scepter.

De Fransen rukten in de zomer van 1794 razendsnel op naar de Republiek.
Het Arnhemse stadsbestuur liet de stedelijke kas met 15.000 gulden en alle belangrijke archiefstukken overbrengen naar Amsterdam.
De troepen werden versterkt en vanuit Engeland kwam een extra eenheid soldaten onder leiding van de hertog van York naar Arnhem. De Engelse opperbevelhebber betrok een huis in de Koningstraat en zijn soldaten werden op 12 november ondergebracht in de Lutherse kerk.
Zo wist het oude bestuur het nog een paar maanden te rekken, maar in januari 1795 dansten de ‘Bataafse patriotten’ definitief rondom de overal opgerichte vrijheidsbomen.

Literatuur
Eijsink, Th. N., Restauratie en revolutie in Arnhem 1 juli 1787 – 6 mei 1795.
Arnhem 1967 (Uitgeverij Gemeentearchief Arnhem), p. 70-71.

Koene, B., Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809).
Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), pp. 240-241.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 10-11.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815. In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900. Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), p. 81

11-11 St. Maarten

St. Maarten vereeuwigd in steen

St. Maarten en St. Petrus, zuidportaal Eusebiuskerk  
De zwaar beschadigde originele middeleeuwse beelden bevinden zich in het Museum Arnhem. De huidige natuurgetrouwe kopieën zijn van beeldhouwer Henk Vreeling.
© Foto Jan van Dalen.
Maartenskerk in grondplan Eusebiuskerk
Rechtsonder in vet-zwart de omtrek van de middeleeuwse Maartenskerk.
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20024776.
Maartenskerk in plaveisel
Een belangrijk deel van de vroegere omtrek zijn nu bedekt door bouwplaten. Direct naast het zuidportaal is het meest te zien.
© Foto Cor Bekink, 2008.

Vijfhonderd jaar lang was St. Maarten de patroonheilige van Arnhem. Tot 1453 heette de Eusebiuskerk de Maartenskerk. Toen in dat jaar relieken van Eusebius vanuit de moederabdij in Prüm (Eifel – Duitsland) kreeg de Grote Kerk haar huidige naam.

Niet alleen de Martinuskerk aan de Steenstraat herinnert nog aan de eerste heilige beschermer van de stad. Aan het zuidportaal (Turfstraatzijde) van de Eusebiuskerk is uiterst links een standbeeld van de Franse heilige te zien. Hij is vereeuwigd op zijn beroemdste moment: met zijn zwaard snijdt hij zijn mantel in tweeën en geeft een stuk aan een bedelaar.

Naast hem staan Petrus (sleutel tot de hemel), Christoforus (Christus op zijn schouders) en Stephanus (dalmatiekmantel en steen, het teken van de eerste martelaar die door steniging stierf).

Naast het zuidportaal is in het plaveisel nog een deel van de omtrekken van de oude Maartenskerk te zien. Helaas wordt een belangrijk deel hiervan door bouwplaten aan het zicht onttrokken.

Literatuur
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 101, 111-113.

10-11-1616 (donderdag)

Stad koopt patroonrecht van de Grote of Eusebiuskerk

Brand in de Grote of Eusebiuskerk, 1633  
Op dit schilderij van Herman Breckerveld is goed te zien dat de toren nog niet de verhoging (de lantaarn) heeft. Die zou in 1650 aangelegd worden.
De brand ontstond op 25 juni 1633 door blikseminslag in het angelustorentje.
© Museum Arnhem.
Ernst Casimir van Nassau
Deze zoon van de broer (Jan van Nassau ‘de Oude’) van Willem van Oranje kennen we vooral als de stichter van de Friese tak van de stadhouders van Nassau. Minder bekend is dat hij er voor zorgde dat in formele zin de stad Arnhem in 1616 het recht kreeg om predikanten voor de Eusebiuskerk te benoemen.
Schilderij van Wybrand de Geest, ca. 1630-1635.
© Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-570.

In 1452 start op de fundamenten van de Maartenskerk de bouw van het schip en de toren van wat nu de Grote of Eusebiuskerk is. Een jaar later krijgt de nieuwe kerk extra status als de relieken van de heilige Eusebius vanuit de St. Salvator-abdij Prüm naar Arnhem worden overgebracht.

Van oudsher (9e eeuw) had het Prümer klooster het recht om de priesters in de kerk aan te stellen. Toen Arnhem in 1578 overging van het katholieke naar het protestantse geloof wilden de protestanten en het gereformeerde stadsbestuur graag dit recht ook formeel bezitten.

Op deze dag in 1616 wist het stadsbestuur dat patroonrecht van graaf Ernst Casimir van Nassau (en Katzenelnbogen en Dietz) te kopen. De graaf, zoon van Jan van Nassau die in 1578 als stadhouder van Gelderland een leidende rol speelde in de Arnhemse overgang naar de reformatie, had dit recht zelf zes jaar eerder van de abdij in Prüm gekocht. Hij kon dit doen door zijn Duitse connecties met de keurvorst van Trier.  

Literatuur
Schulte, A.G., De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht 1994 (Uitgeverij Matrijs), p. 29 en 37.


Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 31.

9-11-1720 (zaterdag)  

Gezworen Gemeente draagt Derk de Vree voor

Extract Resolutieboek Gezworen Gemeente 1720.
Uit: Berck, F.H. van, Advijs op drie vraagen door der Gezwoore Gemeente der Stad Arnhem, enz, 1784, p. 152.
Der(c)k de Vree  
Portret van Kozack, ca. 1700-1724 
© Geldersch Landschap & Kasteelen _01483, bruikleen Brantsen van de Zyp (auteursrechtenvrij).
Slavin van één van de plantages van De Vree  
Lithografie van Théodore de Bray, 1840-1860. 
©Tropenmuseum Amsterdam 03-3581-33i.

In 1720 stierf in Arnhem schepen dr. Jacob Coets, tevens advocaat aan het Hof van Gelderland. Het was de gewoonte dat de zittende stadsbestuurders uit eigen kring een opvolger aanwezen. De familie Coets maakte zo al decennia, van familielid op familielid, deel uit van de Arnhemse magistraat.

Sinds het einde van de middeleeuwen bestond de Gezworen Gemeente, een groep burgers die inspraak wilde in het bestuur maar dat nooit had gekregen.
Gedurende de 17e en 18e eeuw schurkte de Gezworen Gemeente steeds meer tegen de macht aan en maakten ook notabele en rijke Arnhemse burgers er deel van uit.

Op 9 november 1720 besloten de gemeenslieden twee kandidaten uit de al machtige families De Vree en Tulleken naar voren te schuiven als opvolger voor Coets.
Der(c)k de Vree zou het worden en hij promoveerde twee jaar later zelfs tot burgemeester. Van zijn overleden broer Gerhard had hij in deze tijd twee Surinaamse plantages geërfd. Hij liet zijn wees geworden nichtjes uit Suriname overkomen naar Arnhem. Voor een veilige overtocht liet hij hen vergezellen van de slavin ‘Anna Van Vossenburg’. Zij baarde als ‘swartin’ veel opzien in het 18e-eeuwse Arnhem.

Literatuur
Koene, B., Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809).
Hilversum 2013 (Uitgeverij Verloren), pp. 10-13.

Koene, B., De mensen van Vossenburg en Wayampibo. Twee Surinaamse plantages in de slaventijd.Hilversum 2019 (Uitgeverij Verloren), pp. 80-87.

Theeuwen, P.J.H.M., Pieter ’t Hoen en De Post van den Neder-Rhijn (1781-1787).
Hilversum 2002 (Uitgeverij Verloren), 2002, pp. 43-44 en 450-464.

Wissing, P. van, Stad op drift: politiek tussen 1700 en 1815.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem van 1700 tot 1900.
Utrecht 2009 (Uitgeverij Matrijs), pp. 54-90, pp. 64-68.

8-11-1854 (woensdag)  

Walburgiskerk stort deels in

Interieur Walburgiskerk na instorting, 1854
Repro naar prent van J. Pelgrom
© Gelders Archief: 1583-1777, fotocollectie Gemeentearchief Arnhem 2, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).
Markt met Paleis van Justitie en Walburgiskerk,1860
Op de achtergrond de Walburgiskerk met de ingestorte,  en daarna verder afgebroken, noordelijke toren.
© Gelders Archief: 1551–3096, K. Ch. Koehler, Gemeente Arnhem. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

Walburgiskerk stort deels in
Architect Th. Molkenboer was wat te ambitieus of onkundig, het is maar hoe je het bekijkt. Bij de restauratie van de Walburgiskerk in 1854 besloot hij de romaans aandoende vierkante pilaren om te toveren tot meer gotische ronde zuilen. Hij liet de pijlers afslijpen waardoor een deel van de dakconstructie en de toren instortte. Ooggetuige Antoon Markus schrijft:

“Op den morgen van den 8sten November van dat jaar bevond ik mij omstreeks 9 uur in de St.-Walburgsteeg; vele menschen, welke den vroegdienst hadden bijgewoond, hadden juist de kerk verlaten, en troepjes ambachtslieden, die in de kerk aan het werk waren, wilden zich na schafttijd weder naar hun werk begeven. Opeens hoorde ik een donderend geraas, en zag de kerk in wolken van stof gehuld.

Toen de stofwolken opgetrokken waren, begaf ik mij derwaarts, en ziet, daar stond de kap van den noordelijken toren nog slechts op de twee buitenste muren, de twee binnenste waren ingevallen en hadden op hun weg een groot deel van het dak meegenomen en het inwendige der kerk meerendeels vernield. Het orgel was totaal verbrijzeld, stukken er van lagen op het hoofdaltaar. Hoog lagen balken, leien, steenen opgestapeld; het geheel geleek een groote hoop afbraak. Had dit onheil 10 minuten vroeger of later plaats gevonden, dan zouden de gevolgen verschrikkelijk zijn geweest, en menige familie in rouw gedompeld hebben. (…)

Gelukkig is zij niet gevallen maar voorzichtig afgebroken, zoodat de kerk het een jaar met anderhalven toren moest doen. Bij de verbouwing van 1855 werd het koor der kerk tevens uitgebreid, de toren weder opgebouwd en het inwendige van nieuwe altaren en een nieuwe preekstoel voorzien. Gedurende den tijd, dat de kerk na dit ongeval voor den H. dienst ongeschikt was, hebben de godsdienstoefeningen in de daarvoor gewijde nieuwe Concertzaal van Musis Sacrum plaats gehad.”

Literatuur
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw. Met geschiedkundige aantekeningen.
Arnhem 1975 ongewijzigde herdruk van 1906 (Uitgeverij Gijsbers & Van Loon), p. 276-277.

Staats Evers, J.W., Beschrijving van Arnhem.
Arnhem 1868 (Uitgeverij Is. An. Nijhoff & Zn. / Ongewijzigde facsimile herdruk Europese Bibliotheek Zaltbommel, 1970),  p. 85.

3-11-1899 (vrijdag)

Ongeluk met artillerievervoer
In de Menno van Coehoornkazerne op de hoek van de Klarendalseweg en Hoflaan (vroeger Zadelhofsteeg, genoemd naar de daar woonachtige familie Zadelhof) waren sinds de bouw in 1883 bijna 1000 soldaten ondergebracht. De kazerne gaf Klarendal veel vertier en werkgelegenheid. Maar het was ook niet zonder gevaar.  Gelukkig kwam dit keer de 5-jarige jongen er met een schram vanaf.

Literatuur
Arnhemsche Courant, 4-11-1899.

Janssen, G. B, Van bolwerk tot bunker. Militaire complexen in Arnhem.
Utrecht 2000 (Uitgeverij Matrijs), pp. 27-31.

Ongeluk met artillerievervoer
© Arnhemsche Courant, 4-11-1899.
Ansichtkaart met Coehoornkazerne
Fraaie poëtische ansichtaart met linksboven de Menno van Coehoornkazerne (ca. 1908).
© Gelders Archief: 1500 – 5424, Uitgever G.J. Hoff jr. Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

2-11-1714 (donderdag) 

Vroedvrouwen en vondelingen
Het uit mannen bestaande stadsbestuur betaalt twee vroedvrouwen fl 6,00 (zes gulden) om onderzoek te doen bij ‘eenige meiden’. Dit omdat een kind ter vondeling was gelegd door een onbekende (vrouw / moeder). Waarom er geen onderzoek naar een man / mogelijke vader wordt gedaan, vermelden de bronnen niet.
De rol en betekenis van gender in het verleden en de geschiedschrijving is van alle tijden.   

Literatuur
Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 65.

Stam, H., Van vondelingen en wezen.
In: Arnhem de genoeglijkste; jrg. 6 (1986), nr. 6, p. 274-276.

Plan Scenographique/Ignographique van Arnhem, 1715
Plattegrond van Arnhem in de tijd dat twee vroedvrouwen de betaalde opdracht krijgen om de herkomst van een vondeling te onderzoeken. De cijfers bij de straten en gebouwen worden linksboven in de legenda toegelicht.

© Gelders Archief: Oud Archief Arnhem inv. nr. 3418, anonieme maker, Public Domain Mark 1.0 licentie (auteursrechtenvrij).  

1-11-1607 (donderdag)

Vraag om verbod afgoderij in Agnietenklooster en dansscholen
De gereformeerde predikanten Fontanus en Burschetus dringen er bij het stadsbestuur op aan om ‘afgoderij in het St. Agnietenklooster’ af te schaffen. Die ‘afgoderij’ is het belijden van het katholieke geloof door de nog aanwezige nonnen van het klooster aan de Beekstraat. Ook vroegen de dominees om dansscholen te verbieden.
Met deze ‘vermaning’ probeerden de gereformeerde voorgangers de calvinistische greep op het dagelijkse leven verder te versterken. Arnhem moest een ‘klein Geneve’, waar Calvijn jarenlang de dienst uitmaakte, worden.

Literatuur

Klerck, J. de, Kerk en religie circa 1500-1700.
In: Keverling Buisman, F. (red.), Arnhem tot 1700. Utrecht 2008 (Uitgeverij Matrijs), pp. 254-275, p. 266.

Leppink, G., Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem 1983 (Uitgeverij De Drie Gasthuizen), pp. 12-15.

Staats Evers, J.W., Kroniek van Arnhem 1233-1789. Meerendeels uit officeele bescheiden bijeenverzameld.
Arnhem 1876 (Van Egmond & Heuvelink), p. 28.

Agnietenklooster wordt St. Catharinagasthuis
Na de overgang tot de Reformatie in 1578-1579 werden alle gebouwen in Arnhem die gebruikt werden door katholieke instanties ontmanteld.
Voor het Agnietenklooster aan de Beekstraat werd letterlijk een sterfhuisconstructie gekozen. De nonnen mochten er blijven wonen, maar toen de laatste stierf in 1636, werd het complex overgenomen door het St. Catharinagasthuis.
 
Detail uit een plattegrond van Nicolaes Geelkercken uit 1639, gedrukt door J. Blaeu, Amsterdam, 1649.
© Collectie Atlas van Loon, Scheepvaart Museum Amsterdam.
28 = ‘S. Agniet nu ’t Gasthuys’
7 = ‘Gasthuyskerck’; vroeger kloosterkapel en nu Waalse Kerk.