Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
    Treinstations
    Tram & Trolley
    Eerste auto 1896
    Vliegtuigongeluk 1910
    Havenkraan
    Rijnloop
    Rijnbrug
    Hanzeweg
    Hessenwegen
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Tram & Trolley

Inhoud

Inleiding
Overzicht
Geschiedenis
Literatuur


 

Tramremise 1937



Naar boven

Inleiding

De trolley is niet weg te denken uit Arnhem. En toch rijdt de trolleybus pas sinds 1949 in de stad. Daarvoor waren het de trams die het openbaar vervoer in de stad regelden.
Op deze webpagina wordt een overzicht gegeven van de verschillende fasen van het openbaar vervoer in de stad. In de toekomst hopen wij aan elk fenomeen van het Arnhemse openbaar vervoer in het verleden aandacht te besteden. Vooralsnog wordt geconcentreerd op de gemeentelijke vervoersdiensten. De regionale vervoerslijnen (Oostertram, Geldersche Stoomtram Maatschappij (GSM), enz.) worden voorlopig buiten beschouwing gelaten.

Op ‘Trolleybussen in Arnhem’ staat uitgebreide informatie over geschiedenis en het lijnennet van de Arnhemse trolley.



Naar boven

Overzicht

1880-1911: N.V. Arnhemsche Tramwegmaatschappij (ATM), paardentram

1911-1944: Gemeentelijke Electrische Tram (GETA), elektrische tram

1944-1946: dienstregeling met noodautobussen; ‘bellenwagens’ van Canadese leger

1946-1949: autobusdiensten (Bedfordbussen)

1949-heden: trolleydiensten aangevuld met autobussen



Naar boven

Geschiedenis

Paardentram
Op 16 april 1880 verschenen de eerste paardentramwagens (merk: Beynes) in Arnhem. Na een proefrit voor genodigden op 1 mei 1880 werd op 3 mei de exploitatie geopend met de lijn Station-Willemsplein-Velperplein-Velperweg-Velp Kerkstraat. De paardentram reed op ‘normaalspoor’ (1435 mm).

Op 28 mei 1880 werd de ringlijn Station-Roermondsplein-Rijnkade-Velperplein geopend.
Vanaf 1-7-1896 tot 10-9-1910 kwam er een derde traject: via Parkstraat-Emmastraat-Hertogstraat naar de Steenstraat.

De lijn Station-Velp werd in 1896 aan de westzijde, richting Oosterbeek, verlengd tot de Oranjestraat.

In 1882 werden 758.000 passagiers vervoerd. In 1906 beschikte de ATM over 15 gesloten en 11 open tramwagens. Verder was er een open goederenwagen en een pekelsproeiwagen.

Na de introductie van de elektrische tram in 1911 was het binnen een jaar gedaan met de paardentram: op 13 juni 1912 werd de laatste rit op het kleine stukje overgebleven traject (Larensteinse Laan – Velp Kerkstraat) gemaakt. Veel paardenwagen werden overgenomen door de elektrische opvolger tot aan de Slag om Arnhem, september 1944.

Elektrische tram
De paardentram was een particuliere maatschappij. De gemeente had in 1907 besloten om de elektrische tram in eigen beheer uit te voeren. Het Arnhemse trambedrijf GETA begon de exploitatie in Arnhem in 1911. De trams reden op smalspoor (Kaapspoor).
In de loop der jaren groeide het tramnet uit tot vijf lijnen. In 1929 kreeg de GETA zes nieuwe tramrijtuigen, de beroemde serie GETA 70-75. Deze wagens hadden vier assen in plaats van de gebruikelijke twee. Deze ‘zeventigers’ waren hypermodern en de trots van Arnhem. Alleen Rotterdam had ook zulke moderne tramrijtuigen. Ze waren 12 meter lang en konden 70 passagiers vervoeren.

Lijn 1
Op 21 mei 1911 reed de eerste elektrische tram in Arnhem, tussen de Oranjestraat en de Velperpoort.
Bij de Velperpoort moest men voor de bestemming Velp tot 4-8-1911 overstappen op de paardentram. In augustus 1911 vond de elektrificatie tot de Larensteinselaan plaats. Na verbreding van de hoofdstraat in Velp werd de lijn doorgetrokken tot de Heemskerklaan (vanaf 13-6-1912).

Lijn 2
Naar de Burg Weertsstraat (14-6-1911 tot 28-3-1920). Daarna doorgetrokken over de Bakenbergseweg tot de Schelmseweg. In oorlogsjaren niet verder dan de hoek Heemstralaan – Jacob van Maris laan.

Lijn 2
De binnenstadslijn 2 (Bakkerstraat, Vijzelstraat, enz) werd op 12-12-1938 opgeheven.

Lijn 3
Van 14-6-1911 tot 1-7-1920 met eindpunt Graaf Ottoplein.
15-4-1921: eindpunt Thomas a Kempislaan
30-11-1931: eindpunt Wagnerlaan
16-4-1933: eindpunt Schelmseweg; overname lijn 5 (opheffing van lijn 5).

Lijn 4
Geopend op 1-5-1922: Velperplein-Marktplein (Geitenkamp)
15-5-1924: verlenging oostzijde naar Schuttenbergplein (Geitenkamp)
15-9-1924: verlenging westzijde naar Oranjestraat.

Lijn 5
Geopend op 17-6-1923; speciaal voor toeristen richting Burgers Dierenpark en Openlucht museum. Vanaf april 1933 wordt dit traject verzorgd door lijn 3.

Trolley
Zie vooral: ‘Trolleybussen in Arnhem’.
Op 5-9-1949 eerste trolleybus op lijn 1 van Arnhem Oranjestraat naar Velp.
Op 1-1-1950 wordt lijn 1 naar Oosterbeek doorgetrokken.



Naar boven

Literatuur

Bosman, F. (1999). Langs gouden draden. Ter gelegenheid van 50 jaar Trolley in Arnhem.
Arnhem: Connexxion.

Dalman, R.S. (1993). Groeten uit een veranderend Arnhem. Tussen 1893 en 1993 ligt een eeuw.
Zaltbommel: Europese Bibliotheek. pp. 11-12, 22-23, 39-40, 67, 70-73, 77, 79, 97, 111, 114, 125, 126, 131, 136.

De Gelderlander.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. & Wal, G. van der (1913). Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam: N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij. pp. 122, 123, 126-127, 131.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (1964). Van omnibus tot trolleybus. 125 jaar openbaar vervoer in en om Arnhem.
Leiden: Brill.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 2, pp. 44-46.

Kaper, G.A. (1987). Arnhem… een stad vol verkeer.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken - Arnhem.
Arnhem: Dienst van Gemeentewerken Arnhem, 1987, pp. 159-169.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 174-177, 180, 193, 217, 220-221, 222, 227.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906.

Ranft, F.R. (1990). De Geldersche (stoom)tram in Arnhem.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 10, 1990, nr. 2, pp. 52-55.

Ranft, F.R. (2004). Nutsvoorzieningen.
In: Meurs, M.H. van e.a. (Eds.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 144-159.

Riele, A.W. (1987). Geschiedenis van de dienst.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken - Arnhem.
Arnhem: Dienst van Gemeentewerken Arnhem, 1987, pp. 11-44, p. 19.

Roelofs, B. (1995). De wederopbouw van Arnhem 1945-1964.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 59-61.

Schaap, K. & Stempher, A.S. (1973). Arnhems Oude Stadshart.
Arnhem: Gemeentearchief Arnhem.

Schulte, A.B.C. & Schulte, A.G. (2004). De verdwenen stad. Arnhem voor de verwoesting van 1944-1945.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 72-74.

Stempher, A.S. (1968). Sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. pp. 93, 111, 141, 142, 149.

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W. (1919). Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem: Thieme. pp. 6-9, 22-26, 69-76.





Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.
Foto’s 2006: Stijn de Vries.



Naar boven

Printerversie