Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
    Heksenvervolging, 1500-1600
    Pest, 1550-1650
    Galgenberg
    Beul
    Burgemeesters vanaf 1824
    Gemeentegrens
    Geschiedenis Bibliotheek Arnhem
    Wederopbouwmonumenten
    IJssellinie bij Arnhem
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Pest

Inhoud

Inleiding
Pestepidemieën in Arnhem
Zorg voor pestlijders
Bronnen en tijdgenoten
Het verleden in het heden
Literatuur


 

Pestordonnantie 1624 titel



Naar boven

Inleiding

De pest, de ‘Zwarte Dood’, wordt vaak in verbinding gebracht met de middeleeuwen. Dit komt door de grote middeleeuwse pestepidemie die tussen 1347 en 1351 in Europa woedde, waarbij ongeveer eenderde deel van de Europese bevolking stierf. Voor die jaren wordt dan ook gesproken van een wereldwijde epidemie, een pandemie.
Voor Arnhem zijn over deze middeleeuwse pestepidemie weinig tot geen gegevens bewaard gebleven. In 1441 wordt gemeld dat een Arnhemse bestuurder op zijn reis naar Lübeck in Duitsland, om daar toegang voor Arnhem tot de Hanze te vragen, specerijen meekreeg om zich te beschermen tegen de onderweg heersende pest.
Over de pestepidemieën uit de zestiende en zeventiende eeuw, weten we meer. Over deze periode zullen we het dan ook met name hebben.


 

CatharinaGasthuis ca 1650 Het Pesthuis is nr 29 op de kaart en wordt in de legenda genoemd als "'t Pesthuys'. Door de Beekstraat nr 31 "Op de Beeck") zien we de 'open' Jansbeek. De "Gasthuys kerck" (nr 7) is de huidige Waalse Kerk. Tussen het pesthuis en de kerk staat het gasthuisgebouw; "S. Agniet, nu 't Gasthuys" (nr 28).



Naar boven

Pestepidemie n in Arnhem

In 1565 stierven er elke dag zes tot zeven inwoners van de stad aan de pest. De doodgravers konden het vele werk nauwelijks aan. Het bestuur van Gelre vertrok tijdelijk uit de stad:de Kanselarij werd gesloten en het Hof werd verplaatst naar Rosendael. De vergaderingen werden in kloosters en huizen buiten de stad gehouden.
De plaatselijke vroedvrouw kreeg een extra geldbedrag bij haar hulp aan zwangere vrouwen die met de pest besmet waren.

In 1574 werd in een pestordonnantie (gemeentebesluit) o.a. het volgende bepaald:
elk besmet huis moest een bos stro aan de deur hangen;
slechts één bewoner van een besmet huis mocht naar de vlees- of vismarkt;
besmette bewoners mochten op de markt niet dicht bij de handelswaar komen; zij moesten van afstand aan wijzen wat zij wilden kopen;
alleen onbesmette burgers mochten water uit de stadsputten halen;
iedereen moest woensdag en zaterdag de goten voor het huis schoonmaken.
Bij de pestuitbraak in 1581 stierven o.a. de hervormde predikant Caspar van Gendt en burgemeester Alexander Bentinck.
In 1598 was er weer een pestepidemie in de stad. Het stadsbestuur benoemde voor zes maanden een speciale pestmeester. Het salaris voor deze functie bedroeg vijftig daalders. Bijzonder was zijn kleding: een lange mantel en een overkleed van bombazijn (dik, sterk linnenweefsel) dat hij ter herkenning en bescherming moest dragen.
Bij een nieuwe epidemie in 1614 bepaalde het stadsbestuur dat besmette huizen opnieuw een bos stro aan de voordeur moesten hebben. Bewoners van besmette huizen mochten alleen buiten komen als ze, gedurende zes weken, duidelijk zichtbaar een witte stok bij zich droegen.

In 1624 liet het stadsbestuur een speciale pestdrank door de doktoren maken. De drank was te koop bij apotheek Worms, die een vestiging had op de hoek van de Bakkerstraat en de Torensteeg.
Bij het innemen van het drankje moest eerst de naam van god worden aangeroepen. Daarna diende het warm gedronken te worden, waarna men, dik toegestopt, het bed in moest, waardoor men flink ging zweten. De eerste achttien uur moest de patiënt wakker blijven om daarna twaalf uur aan een stuk te slapen.
In 1636 weer een pestaanval. In de Grote Kerk mocht niet meer begraven worden. Er kwam een nieuwe begraafplaats bij de Sint-Walburgiskerk. De doden moesten daar extra diep begraven worden.
In 1666 heerste de pest voor het laatst in de stad. Op alle huizen met pestlijders moest een zwart bordje met de letter P worden aangebracht.


 

Pestordonnantie 1624 afb



Naar boven

Zorg voor pestlijders

De verpleging en zorg voor de pestlijders was in Arnhem toevertrouwd aan het Sint Catharina Gasthuis. Gasthuis is de oude benaming voor elke instelling die de zorg voor zieken, armen en bejaarden op zich nam.
Het Sint Catharina Gasthuis werd voor het eerst in 1246 genoemd en dit armenhospitaal stond toen in de Bakkerstraat. Op het gasthuisterrein tussen de Bakkerstraat, Pastoorstraat en Kerkstraat was in het begin van de 17e eeuw al een pesthuis. In 1636 verhuisde het naar “Op de Beeck” en nam het intrek in het, na de Hervorming gedwongen verlaten, Sint Agnieten klooster. De kapel van dit klooster en later dus gasthuiskerk is de huidige Waalse Kerk (in de Beekstraat achter de schouwburg).
In 1590 werden de regels voor het Sint Catharina Gasthuis gewijzigd, waarbij werd bepaald dat pestlijders tegen betaling van vier stuivers in het gasthuis konden worden opgenomen. Pestlijders die te arm waren, hoefden niets te betalen.
Vanaf 1622 wordt een apart pesthuis bij de Beekstraat vermeld. Als in 1636 het St. Catharina Gasthuis ook naar de Beekstraat gaat, wordt dit pesthuis daarin andermaal opgenomen. Het pesthuis lag in het noordwestelijke gedeelte van het gasthuiscomplex.
In de voorschriften voor de beheerder van het pesthuis stond o.a. dat hij alle kleding van pestlijders moest bewaren. En juist dit bewaren zorgde er voor dat later de besmetting weer toesloeg.
In 1695, 33 jaar nadat de pest voor het laatst toesloeg in Arnhem, wordt het Pesthuis van het Sint Catharinagasthuis ingericht als soldatenkamer. Daarvoor was geen toestemming verleend om van het pesthuis een schermzaal te maken.


 

Catharinagasthuis Beekstraat ca 1850. Schilderij van Jan Weissenbruch.



Naar boven

Bronnen en tijdgenoten

Medicijnen tegen de pest, 1441.
“1441.
Tooch Goessen van den Gruithuus tot Lubich van den Stad wegen, om deselve in de Hanse te brengen, ende Hem werdt medegegeven aan specerien wt den Apteken vuer der pestilentien wille, die onderweghen regierde, kneel, gengber, ende polver vuer die pestilentie.”
Bron: Kronijk van Arnhem.
Tooch = toog, ging
Lubich = Lübeck
van den Stad wegen = in opdracht van de stad
wt = uit
kneel = kaneel
gengber = gember
polver = poeder


 

Pesthuis aan Beekstraat, 17e eeuw



Naar boven

Het verleden in het heden

Er is nu nog maar weinig in Arnhem over wat aan de pest herinnert. De enige tastbare herinnering is het gebouw van De Drie Gasthuizen aan de Rosendaelseweg. Eén van die drie gasthuizen, naast het St. Petersgasthuis en het St. Antonisgasthuis, is het Sint Catharina Gasthuis.
In moderne spreekwoorden zien we de pest wel terug:
Iemand pesten.
Ergens de pest aan hebben.
De p in hebben.
Bij moderne ziekte-aanvallen als aids en andere ziekteuitbraken (ebola) komt de pest weer op. Veelal wordt een vergelijking gemaakt met de reacties vroeger op epidemieën en de huidige. Angst, zondebokken, uitsluiting of juist genieten van de weinige dagen die je resten?



Naar boven

Literatuur

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 123-185, m.n. pp. 146-148, 174.

Haak, S.P. (1933). Arnhem door de eeuwen heen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 29-91, m.n. p. 56.

Hasselt, G. van (1790). Kronijk van Arnhem.
Arnhem: W. Troost en Zoon. pp. 23.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden. Deel , p.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders.
Deel 12, p. 272-277 (over het Sint Catharina Gasthuis)
Deel 11, p. 258-261 (over de pest)

Jansma, K. & Schroor, M. (1986). Tweeduizend jaar geschiedenis van Gelderland.
Leeuwarden: Uitgeverij Inter-Combi van Seijen.
pp. 120-121 (pest rond 1350 in Gelderland)
p. 146 (pest in Arnhem in 1565)

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt.
pp. 19-20 (over het Sint Catharina Gasthuis)

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 303, 309.

Leppink, G. (1983). Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem: Drie Gasthuizen. pp. 13-15.

Leppink, G.B. (1996). Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636).
Hilversum: Verloren. pp. 215-230, 485-487.





Om een (school)werkstuk te maken over de pest is nog steeds het volgende boek het handigst:
Turner, D. (1979). De Zwarte Dood.
Haarlem: Fibula-Van Dishoeck.



Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.


 

Pestordonnantie 1624



Naar boven

Printerversie