Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
    Heksenvervolging, 1500-1600
    Pest, 1550-1650
    Galgenberg
    Beul
    Burgemeesters vanaf 1824
    Gemeentegrens
    Geschiedenis Bibliotheek Arnhem
    Wederopbouwmonumenten
    IJssellinie bij Arnhem
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Gemeentegrensgeschiedenis

Deze webpagina is vooral geschreven ter ondersteuning van de
'Palen en pollen-wandeling'. De pollen zijn in de 17e eeuw opgeworpen. De palen zijn tussen 1750 en 1756 geplaatst.



Naar boven

Overzicht

De grens is in verschillende jaren afgebakend:
1567
1630-1650
1750-1756
1821
Literatuur



Naar boven

1567

De bronnen spreken in 1567 voor het eerst over het afbakenen van de grens tussen Arnhem en de omliggende gemeenten. De term ‘gemeente’ zou pas in de 19de eeuw zijn intrede doen. Arnhem was een ‘schependom’ en op de Veluwe sprak men van schoutambt, richterambt of landdrostambt.
Op 3 oktober 1567 gaan de drie Arnhemse burgemeester en de stadssecretaris op pad om de gemeentegrenzen vast te stellen.



Naar boven

1630-1650


Arnhem grens 1630 Een detail van het 'kaertgen' van N. van Geelkercken. Van middenboven naar rechtsonder loopt in stippellijn de grens van het schependom.



Naar boven

Op 22 januari 1630 besluit het stadsbestuur van Arnhem om het grondgebied van het schependom Arnhem te laten opmeten en in kaart laten te brengen. Op basis daarvan kan het stadsbestuur dan een nieuwe grondslag voor de grondbelasting bepalen. De opdracht gaat naar Nicolaes van Geelkercken die sinds 1628 als landmeter in dienst is van Gelre. Het verzoek aan hem volgde op een aanbod van Van Geelkercken eerder die maand. Dat verzoek had de landmeter vergezeld laten gaan van een voorbeeldkaart, ”een kaertgen” (zie hierboven).
Van Geelkercken moet de heidevelden en woeste gronden met een voetpas meten. De landbouwgronden, zowel akker- als weilanden, moesten evenwel ”met de ketten”, met een meetlat, worden opgenomen. Per opgemeten morgen, ongeveer één hectare, werd Van Geelkercken tien stuivers uitbetaald.
Van Geelkercken kreeg de opdracht dertien kaarten op perkament, ”francijn” te maken: één voor het stadsbestuur als geheel en één voor elke stadsbestuurder. Van Geelkercken heeft de landmetingen verricht tussen 1630 en 1650 en de stadsrekeningen uit die periode vermelden verschillende uitgaafposten ten behoeve van dat werk. Bijvoorbeeld:
“1630-1631. Bij ordonnantie betaelt aan den landmeeter Nicolaes Geelkercken voor meeten van een gedeelte van ’t schependom tweehondert gulden.”
Geen van de dertien, door Van Geelkercken gemaakte, kaarten zijn bewaard gebleven. Wel berust in het Oud Archief Arnhem (in te zien in het Gelders Archief) waarschijnlijk het voorontwerp “een kaertgen” van Van Geelkercken (OAA inv.nr. 4609) en een kaart uit 1725, die – naar het opschrift – een kopie is naar de kaart en de opmetingen van Van Geelkercken tussen 1630 en 1650 (OAA inv.nr. 4613).

Tijdens het opmeten van de grens van het schependom laat Van Geelkercken de grens markeren door ‘pollen’: met heideplaggen opgeworpen heuveltjes.
In 1684 worden de pollen geïnspecteerd en in 1694 worden ze hoger en breder gemaakt. Ook worden gaten in de pollen gegraven om er bomen in te planten.



Naar boven

1750-1756


Grens Arnhem, 1756 De gemeentegrens in het noordwesten vanaf de Lichtenbeek tot Wolfheze. Detail van een kaart van landmeter W. Leenen.



Naar boven

In het jaar 1750 verleent stadhouder Willem IV de burgers in de Veluwse schependommen het recht om in hun eigen gebieden te jagen. Dit was voldoende aanleiding voor het bestuur van stad en schependom van Arnhem om de grens, ‘de limietscheijdinge’, met de omliggende gemeenten (schout-, richter- en landdrostambten) weer nauwkeurig vast te stellen.
De bestuurders van de plaatsen deden dit wederom in een gezamenlijke inspectietocht langs de gemeentegrens. Vervolgens werd besloten om de grens beter zichtbaar te maken door de in 1650 opgeworpen pollen te vernieuwen en een aantal toe te voegen. Bovenal werden in een groot aantal pollen vier meter lange hardstenen palen geplaatst. Ook zou een nieuwe kaart van de grens het geheel moeten completeren. Het vernieuwen van de pollen, het plaatsten van de palen en het tekenen van de kaart werd uitgevoerd onder leiding van de provinciale landmeter Willem Leenen.
Hij begon direct na de inspectietocht van de bestuurders in 1750 aan zijn klus om zes jaar later de laatste hand te leggen aan zijn verslag over alle werkzaamheden.
Leenen verrichtte geen half werk. Niet op elk punt langs de grens konden de 'knikpuntpollen', daar waar de grens een knik maakt, aan weerszij goed worden waargenomen. Om elke onzekerheid over de loop van de grens weg te nemen, werden daarom op enkele plaatsen tussen de knikpuntpollen ook nog zogenaamde middelpollen aangelegd.
De grenspalen voor op de pollen werden door de Arnhemse steenkoper Nicolaas Plamont besteld in Dordrecht. De blauwe hardstenen palen zijn bijna 4 meter hoog met vier zijden van ca 21 cm en een taps toe aanlopende top (spits ). De hoeklijnen komen op de afgeronde kop bij elkaar. De blauwgrijze hardstenen palen kennen geen versiering, in de vorm van de stadswapens o.i.d., of nummering. Voor 24 stuks bedragen de kosten 11 gulden, 1 stuiver en 9 penningen.
Leenen laat de palen iets meer dan een meter in de pol graven en aan de voet stutten met heideplaggen. De palen steken dus zo’n 250 tot 275 centimeter meter boven het maaiveld uit.

Een deel van het verslag van de bestuursinspectie van 1750:

'Sijn Hoogheid den Heer Erffstadhouder goedgevonden hebbende bij het Placaat op de Jagt van 22. Septemb: 1750. gearresteert, dat de Borgeren in de Schependommen de Jagt souden vermogen te exerceren, en dat om te weten hoe verre die schependommen sig quaemen te extenderen, deselve affgepaalt zouden worden.
Soo zijn op den 24 October 1750 welgemelte Heer Lantdrost en Heeren Gecommiteerdens des ‘s-morgens om neegen uuren tot Ter Leth bij malkanderen gekoomen, om nae te gaen en te examineren de limietscheijding tusschen het Ampt van Ede en het Schependom van Arnhem voornoemt, weesende voor soo veel de aanwijsinge van de pollen langs het Deelense Veld aanging, van de kant van de heer Lantdrost daarbij praesent Gerrit Derk Suurmond, Scholtus (=schout; Jan de Vries.) des voors: Ampts, nevens Rijck Janssen en Gijsbert Jansen geassisteert met neeg en arbeijders, voorts Jan van Beeck en Reijnt Hendriks, voor soo veel de pollen langs het Reemster tot aen het Wolffeser Veld, alwaar het lantdrosten Ampt met het Richterampt van Veluwenzoom scheijd concerneerde.
En aan de zijde van de Stad Arnhem den onderbrandmeester Gijsbert van der Kluijs insgelijx met negen arbeideijders geassisteert.
Vervolgens is een aanvank gemaekt met de paal staande eenige passen van het Huijs Ter Leth aen de linkerhand van de gemeene wegh na Apeldoorn als men van Arnhem komt, op welke plaats de Heerlijkheid Rosendaal ten oosten, het ampt van Ede ten Noorden, 't Schependom van Arnhem ten zuijden aan schieten.
En is men van daer langs aff westwaerts aen, genoegsaam in een regte Linie, hebbende men het ampt van Ede off wel Deelense Velden aen de regter en 't Arnhemse velt op de Linkerhand gereed en tot bij een Poll leggende
op een hoogen Berg, den Philipsbergh of hooge waar genaamt, welke oude Poll weer tot eens ieders nazigt is opgehaalt en vernieuwt.
Wijders is men samentlijk westwaarts aangegaan, tot een Poll leggen de in een leegte bij de Schaersbergen en van daer nae den Poll bij de soo genoemde Dorre Struijken (...).
Zijnde te noteren dat alle de voors. oude Pollen welke nogh distinct konden worden gesien, door wederzijds arbeijders mede zijn opgehaalt en vernieuwt, en terwijl men bevond, dat die oude Pollen al te verre van malkanders laagen, sodaenig dat men op de meeste plaatsen van den een op den ander niet konde sien, soo is geresolveert, dat bij de eerste gelegentheid tusschen ieder Poll nog een, twee off drie Pollen (...) zullen worden gelegt, en dat vervolgens op die Pollen PaaIen zullen worden geset, waarvan de costen voor de eene helfte bij het Ampt van Ede, en de andere helft bij de Stad van Arnhem, zullen worden gedraegen.'



Naar boven

1821

Op 22 maart 1821, liepen de gemeentebestuurders opnieuw langs de gemeentegrenzen van Arnhem. De inspectie had tot doel om de 'omtrekslijnen der Gemeenten' vast te stellen. Dit naar aanleiding van de invoering van het kadaster waartoe Napoleon, per keizerlijk decreet , op 11 oktober 1811 had besloten. Naast het verzorgen van de registratie van de eigendomsrechten op de grond, moest het kadaster de grondslag voor een rechtvaardiger heffing van grondbelasting mogelijk maken.
Op 22 maart 1821 meldde zich een 'Landmeter der eerste klasse' van het ministerie, en een controleur van de directe belastingen, op het Raadhuis in Arnhem. Ze werden begroet door de heren J.N. van Eck, R.J. Bouricius en D. Gaijmans, president burgemeester, resp. burgemeesters van Arnhem. Verder waren aanwezig de schout van Ede, E.L. van Meurs, en een viertal 'aanwijzers', gemeentelijke landmeters. De groep die gecompleteerd werd met een delegatie uit de gemeente Rozendaal, ging vervolgens naar het diregemeentenpunt ‘de Biesenpol’ aan de Amsterdamseweg: 'eenen steen en Grenspaal staande in de Heide ten Westen van de Amsterdamsche weg in de nabijheid van het Huis Reyers Heide genaamd ...'



Naar boven

Literatuur

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (1997). Verliefd op Arnhem. Deel 3.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 10.

Gemeente Arnhem. Register van gemeentelijke monumenten.
Inventarisatie-rapport Oude Grenspalen. Dienst Stadsontwikkeling gemeente Arnhem, 1995.

Kooger, J.P. (1986). Grens- en jachtpalen tussen Arnhem en Renkum
In: Nederlandse Historiën, 1986, nr.1, pp. 28-31.

Kooger, H. (1987). Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem.
Arnhem: KEMA.

Maassen, G. (1982). Grenspalen in de gemeente Renkum, verslag van een onderzoek. Renkum: Gemeente Renkum.

Mars, V. Schuppen S. van & Vlas, F. (1985). Voetpaden in en om Arnhem. Omgevingsgeschiedenis in 6 dagwandelingen. Nijmegen: Dwarsstap

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 124-125.

Moerenhout, R. (2003). Grenspalen in de gemeente Renkum.
In: Schoutambt en Heerlijkheid, jrg. 17, nr. 2, pp. 23-32.
‘Schoutambt en Heerlijkheid’ is een uitgave van de heemkundevereniging Renkum.

Schaap, K. (1986). De grensbepalingen voorafgaande aan de kadastrale delimitatie.
In: Schaars, A.H.G. & Veldhorst, A.D.M. (Eds) (1986). Kadastrale Atlas van Gelderland 1832 Arnhem.
Arnhem: Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland; pp. 20-24.

Schuppen S. van & Hogendoorn, M. (1993). Wandelingen op de Zuid-Veluwe en Veluwezoom. Nijmegen: Dwarsstap. Dwarsstap wandelmap 3, wandelroutes met topografische stafkaarten.
Dit is een heruitgave van ‘Voetpaden in en om Arnhem’ uit 1985.



Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.
Foto’s 2005-2007: Stijn en Jan de Vries.



Naar boven

Printerversie