Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
    Heksenvervolging, 1500-1600
    Pest, 1550-1650
    Galgenberg
    Beul
    Burgemeesters vanaf 1824
    Gemeentegrens
    Geschiedenis Bibliotheek Arnhem
    Wederopbouwmonumenten
    IJssellinie bij Arnhem
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Galgenberg

Inhoud

Inleiding
De Galgenberg bij Hulkestein
De Galgenberg bij Moscowa
Een nieuwe galg
Naar de Galgenberg
Literatuur


 


Naar boven

Inleiding

In Arnhem werden tot 1703 de straffen, die door de rechters werden uitgesproken, op verschillende plekken in de stad uitgevoerd.
In de eerste plaats gebeurde dat op de Markt. Daar zetelde zowel de stedelijke als provinciale rechtspraak.
In het voor het oude stadhuis hield de stedelijke Schepenbank zitting. Het stadhuis stond als een soort eilandje op de Markt en werd in 1840 afgebroken. Tien jaar daarvoor was het stadsbestuur al verhuisd naar het dichtbij gelegen Duivelshuis.

De provinciale rechtspraak vond plaats in een gebouw iets ten zuidoosten van het stadhuis op de Markt. Daar stond het Hof van Gelderland (voorheen Hof van Nassau), sinds 1838 het Paleis van Justitie ‘Justitae Sacrum’, waar recht gesproken werd voor het Provinciaal Gerechtshof (later de Arrondissementsrechtbank en weer later ook nog het Kantongerecht). Dit gedeelte van de Markt werd officieel Sassinkstraat genoemd, omdat de gebouwen aan de doorgang achter het vrijstaande stadhuis lagen. Via de Sassinkstraat kwam men daar weer op de Markt (zie de plattegrond hiernaast).
Bij de invoering van de nieuwe rechtspraak in de Franse tijd verdween in 1811 de functie van de stedelijke rechtspraak. Een jaar eerder was de ‘Code Penal’ (Strafrecht) ingevoerd, waarmee de pijnbank werd afgeschaft en de openbare lijfstraffen veel milder werden.

Een tweede strafplaats was het Grote Oord (het kruispunt van Weverstraat, Rijnstraat, Jansstraat en Vijzelstraat). De blauwe steen, die in het plaveisel ligt, herinnert nog steeds aan de strafvoltrekkingen die hier tot 1703 plaats vonden.
Tot 1711 werden er ook executies gehouden bij de St. Janspoort, daar was ook een gevangenis, maar vanaf 1713 werden alle doodvonnissen voor het Hof van Gelderland op de markt voltrokken.

In het begin van de 19de eeuw waren openbare strafvoltrekkingen (geselingen, onthoofdingen, aan de kaak stellen, radbraken, verbrandingen, ton lopen, paard zitten, brandmerken, ophangingen, doodstraf door het zwaard, drilkooi lopen, enz, enz.) al niet meer in gebruik. In 1840 werd het laatste doodvonnis in Arnhem voltrokken en in 1847 werd bij Koninklijk Besluit de doodstraf afgeschaft. In de zeven jaar daartussen, als de doodstraf was wel uitgesproken, dan zwaaide de beul slechts met het zwaard boven het hoofd van de veroordeelde, die vervolgens meestal voor twintig jaar het tuchthuis in verdween.

Tot de komst van de Fransen in 1795 werden regelmatig in het openbaar straffen uitgevoerd. Als de doodstraf werd toegepast, bracht men vervolgens het lijk buiten de stad om daar aan een galg te gehangen te worden tot afschrikwekkend voorbeeld voor alle vreemdelingen die met weinig eerbiedwaardige plannen de stad wilden binnen komen. De lijken bleven aan de galg hangen, totdat zij volledig waren kaalgevreten door de vogels.
Voordat de veroordeelde terecht werd gesteld of naar de Galgenberg werd gebracht, vond vaak een maaltijd plaats, ‘het Galgemaal’. De rechter die de straf had uitgesproken was daarbij soms aanwezig en schonk de wijn in.


 

Markt, 1649 9 = Oude Stadhuis; 10 - 't Hof van Nassau



Naar boven

De Galgenplaats bij Hulkestein

Op een kaart uit 1551 van het klooster Mariëndaal is ten oosten van het huis Hulkestein (dit huis is aan het eind van de 19de eeuw afgebroken) een galg te zien. De galg is zo geplaatst dat het vanaf de weg naar Utrecht en vanaf de Rijn goed te zien is voor passerende reizigers. Deze oudste galgenplaats van Arnhem stond ongeveer op de scheiding van Onderlangs en Bovenover/Utrechtseweg (‘de Haspel’). Op de kaart van Jacob van Deventer is deze ook goed te zien.
Over het gebruik van deze galg is maar weinig bekend. Waarschijnlijk is de galg slechts tot het einde van de 16e eeuw in gebruik geweest en is de functie overgenomen door de galgenberg ten noorden van de stad.


 

Galg bij Hulkestein, 1551



Naar boven

De Galgenberg bij Moscowa

De galg, die het meest werd gebruikt om de lijken ten toon ten stellen 'tot afschrick ende exempel', stond ten noorden van de stad.
Over de exacte plaats waar de galg stond, is men het nog steeds niet eens. Maar het is meer dan waarschijnlijk dat de galg tegenover de huidige boerderij Moscowa aan de Apeldoornseweg stond. Maar ook plekken ten noorden daarvan, meer richting Schelmseweg (schelm = dief, misdadiger), zouden in aanmerking komen.

“Bij Moscowa, eene uitspanning van G: van Tuil, ligt de Galgenberg, waarop tot het laatst der 18de eeuw de lijken der misdadigers na de executie op een rad of aan eene galg werden opgehangen om tot aas voor roofdieren of vogels te strekken.”
Uit: Markus, A. (1907), p. 486.

Tegenwoordig liggen in het Klarenbeekse Bos ten oosten van de Apeldoornseweg (dus vlakbij Moscowa), in de driehoek tussen de Hommelse Weg, de Weg achter het Bos en de Weg naar de Stenen Tafel nog drie zwerfstenen.

In de grootste daarvan zat vroeger een tekstplaat:
"1886 Klarenbeek 1986
Op de plaats van deze steen stond vroeger een galg. Aan deze galg werden de lijken van binnen Arnhem ter dood gebrachte misdadigers als afschrikking opgehangen."

Dat deze plek de gerechtsplaats ‘de Galgenberg’ is, laat vooral de militaire kaart van Hottinger uit 1783 zien. Op deze kaart is een tekeningetje te zien van de galg die in 1734 werd gebouwd (zie hieronder). Ook op de kadastrale overzichtskaart uit 1821 is op deze plek de Galgenberg ingetekend.


 

Galgenberg op kadastrale kaart 1821



Naar boven

Een nieuwe galg

In 1734 was de oude houten galg op de Galgenberg aan vervanging toe. De Zutphense bouwmeester Gerrit Ravenschot kreeg de opdracht van de Gelderse Rekenkamer om naar Amsterdams voorbeeld een nieuwe stenen galg te ontwerpen, waaraan 21 veroordeelden tegelijk konden worden opgehangen. De nieuwe galg was gebouwd in natuursteen en versierd met drie leeuwen die de wapenschilden van Arnhem en Gelderland in hun klauwen vasthielden. De galg werd gebouwd volgens de traditionele renaissancistische stijl.
Het tentoonstellen van lijken aan de galg werd in 1795 door de Fransen afgeschaft. De galg werd uiteindelijk in 1803 afgebroken.


 


Naar boven

Naar de Galgenberg

In 1760 bepaalde het Arnhemse stadsbestuur wat de scherprechter (beul) Johan Hendrik van Anhalt mocht declareren als hij veroordeelden naar de Galgenberg bracht:

"En inval soodane delinquenten mogten gecondemneert sijn, om na de gedane executie na buiten gebragt, en aldaar op het Galgevelt opgehangen, of op een rad geset te worden, sal denselven daarvoor soo voor hem en sijn dienaar niet meer mogen declareeren, als twintig guldens, daaronder meede begreepen de kar en hetgeen daartoe gehoort, alsmeede het aanslaan van knuppels of andere instrumenten, welke bij de sententie mogten vastgesteld sijn, sonder dat het hem zal vrijstaan desweegens eenige aparte vacatie hetsij voor hem, hetsij voor sijnen dienaar te mogen inbrengen."

In 1710 veroordeelde de Arnhemse schepenbank Johan Ciersleven voor een drievoudige gifmoord (twee achtereenvolgende echtgenoten en een dochter uit het eerste huwelijk) ter dood op het schavot. Voordat de scherprichter (beul) het hoofd afsloeg werd de veroordeelde eerst geradbraakt en werden armen en benen met twee slagen aan stukken geslagen. Vervolgens werden twee klappen met een stevig stuk hout op zijn hoofd gegeven. Met de bijl werd vervolgens de rechterhand, waarmee de moorden waren gepleegd, afgehakt. Die hand werd in zijn gezicht geslagen en daarna werd het hoofd afgehakt. Het lijk werd vervolgens enige tijd te kijk op het rad in de stad gezet. Tenslotte werd het naar de Galgenberg gebracht. Daar werd het lichaam op een rad op een paal gebonden en de hand werd daaronder vastgespijkerd. Er werden drie knuppels bij gehangen; voor elke moord één.

In 1729 had het Hof van Gelderland Marie Jansen uit Bennekom ter dood veroordeeld wegens een vijfvoudige moord. Ze haar man, diens kind, haar schoonouders en haar minnaar vergiftigd. Eerst werd ze op een houten kruis gebonden en met een gloeiende tang in armen en benen geknepen. Daarna werden al haar botten aan stukken geslagen en ook nog eens, kruiselings, haar hele lichaam.
Nadat haar lijk op de Markt was tentoongesteld, werd het naar de Galgenberg gesleept waar het met ketenen op het rad werd gebonden.

Een enkele keer vond de strafvoltrekking wel op de Galgenberg plaats. Zo werd op juli 1772 Berent Evertsen, bijnaam ‘Verbrande Berend’ op de Galgenberg aan een paal half geworgd en verder geheel verbrand.


 

Galgenberg op Hottingerkaart 1783 De galgberg, de 'Geregt Plaats van Arnhem', ligt links.



Naar boven

Literatuur

Aalbers, P.G. (1998). Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 69-71, 88-92.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 10, pp. 229-231, 238.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 11, 44.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 12.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 109-112, 134, 135, 143, 486.

Schaars, A.H.G. & Veldhorst, A.D.M. (Eds) (1986). Kadastrale Atlas van Gelderland 1832 Arnhem.
Arnhem: Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland.

Staats Evers, J.W. (1876). Kroniek van Arnhem 1233-1789.
Arnhem: Van Egmond & Heuvelink. pp. 95-96.


Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Gelders Archief en Bibliotheek Arnhem.
Foto’s 2005-2007: Stijn de Vries.


 


Naar boven

Printerversie