Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
       Zypendaal voor 1753
       Kaart Zypendaal 1753
       Laatste Brantsens (1)
       Laatste Brantsens (2)
       Laatste Brantsens (3)
       Laatste Brantsens (4)
       Na de Brantsens (1)
       Na de Brantsens (2)
    Molens Jansbeek
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

De laatste twaalf jaar

Tekst: drs. W.H. Tiemens.

Deze tekst is eerder verschenen als:
Tiemens, W.H. (2003). De lotgevallen van de laatste bewoners van kasteel Zypendaal. Deel 4: de laatste twaalf jaar.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 15, nr. 4, winter 2003, pp. 3-4.



Naar boven

Inhoud

Zypendaal onder vuur
Dode Duitsers
Vijandelijk vermogen
Het verleden begraven
Bronnen



Naar boven

Zypendaal onder vuur

De evacuatie van Arnhem verdreef ook 'de laatste echte Brantsen', zoals gravin Alwina zichzelf graag noemde, uit Het Jachthuis. Rentmeester A.H. Tiemens en twee van zijn zonen wisten, al naar gelang het uitkwam bewerend dat ze niet in Arnhem maar in Schaarsbergen woonden of omgekeerd, stand te houden in de Gulden Spijker. Daardoor kon Tiemens zo goed en zo kwaad als het ging zich om de bezittingen van de gravin blijven bekommeren. Aan de vooravond van de bevrijding, in de nacht van 12 op 13 april 1945, kwam de Gulden Spijker in geallieerd granaatvuur te liggen. De rentmeesterswoning kreeg een voltreffer te incasseren en vloog boven de hoofden van de in de kelder schuilende bewoners in brand. De verderop gelegen boerderij Kattenberg, eveneens behorend tot de bezittingen van de gravin, onderging die nacht hetzelfde lot.


 

De oude rentmeester. Naast hem zijn vrouw.



Naar boven

Dode Duitsers

Al spoedig na haar terugkeer uit ballingschap maakte de gravin duidelijk dat ze graag af wilde van de dode Duitsers op haar grond. "Mevrouw Baronesse A. Brantsen van de Zijp heeft verschillende malen te kennen gegeven, dat het haar hoogst aangenaam zou zijn, wanneer deze begraafplaats werd opgeheven", zo schreef de directeur van de Dienst van de Reiniging, Ontsmetting en Landelijke Eigendommen der Gemeente op 15 oktober 1947 aan het college van B&W van Arnhem. Het zou echter nog tot 1949 duren voordat alle graven waren geruimd.



Naar boven

Vijandelijk vermogen

De gravin werd, tot haar grote ergernis, hard aangepakt. Aanvankelijk werd haar gehele bezit als 'vijandelijk vermogen' aangemerkt. Er dreigde verbeurdverklaring. Na heftig touwtrekken werd de soep uiteindelijk niet zó heet gegeten, hoewel Alwina Brantsen er niet zonder kleerscheuren afkwam. Ze ontkwam niet aan een forse financiële aderlating. "Haar moed en de oranje strik hebben haar echter weinig geholpen. Na de oorlog heeft prins Bernhard, zich absoluut niets meer van haar aangetrokken, heeft nooit gevraagd of zij hulp had ...," hief één van haar kinderen een aantal jaren geleden de vinger verwijtend naar Soestdijk. "Maar hoe het ook zij, deze gravin was een dappere vrouw, iemand met een gouden hart, die durfde te vechten voor recht en vrijheden van het individu, vooral voor de mensen en hun nazaten die vroeger hun krachten hadden gegeven voor bestaan en welzijn van haar of haar moeders bezittingen. Daar heb ik persoonlijk bewijs en herinneringen van." Zo schreef in 1988 de 92-jarige heer R.N. Busser uit Haarlem, die gedurende de periode 1908 tot eind 1914 de familie op Zypendaal heeft gediend als bosarbeider, vervolgens als jongste tuinknecht in de kas en tenslotte als tweede huisknecht tevens palfrenier van de oude baronesse Brantsen-Bohlen. Hij heeft dus recht van spreken.
Terugblikkend moet men misschien beschaamd erkennen dat deze 'laatste echte Brantsen', gezien haar karaktervolle en onbuigzame houding, niet die waardering heeft gekregen die ze verdiende. Soms is de geschiedenis onrechtvaardig.



Naar boven

Het verleden begraven

Haar laatste jaren leefde de gravin teruggetrokken op Het Jachthuis. Ze overleed op 22 april 1957, 88 jaar oud. Drie dagen later werd haar stoffelijk overschot overeenkomstig haar wens op een boerenkar, voor de gelegenheid geleend van het Nederlands Openluchtmuseum, van Het Jachthuis naar de begraafplaats
Vrede Oord bij het kerkje in Schaarsbergen gereden. Ze wilde niet worden bijgezet in de grafkelder van de familie Brantsen en werd daarom begraven in de achterzijde van de heuvel waaronder de kelder ligt. Eerst aan het einde van datzelfde jaar (op 17 december) werden de stoffelijke resten van de graaf van de Gulden Bodem overgebracht naar Schaarsbergen, waar ze bij die van zijn vrouw werden begraven.

De erven verkochten de landgoederen Schaarsbergen en Gulden Bodem aan de gemeente Arnhem. In 1964 viel Het Jachthuis ten prooi aan de slopershamer die het Arnhem van die dagen teisterde. Merkwaardigerwijze bleef het koetshuis van Het Jachthuis gespaard. Het staat er nog steeds en is nu in gebruik als woning. Voor wie er oog voor heeft, vormt het een herinnering aan een bewogen en inmiddels lang vervlogen huwelijk ...


 

Begrafenis, 1957. Gravin Brantsen wordt op een boerenkar naar haar laatste rustplaats gebracht.



Naar boven

Bronnen

De geschiedenis van de laatste Brantsens op kasteel Zypendaal is gereconstrueerd door drs. Willem Hendrik Tiemens, geboren te Schaarsbergen in 1944. De bron voor het verhaal is de familiecorrespondentie van zijn voorouders: zijn overgrootvader en de oudste broer van zijn grootvader waren rentmeester op het landgoed.
Tiemens heeft vele publicaties op zijn naam staan. De rode draad in zijn werk is de oorlogsgeschiedenis van Arnhem en omstreken. W.H. Tiemens overleed in januari 2005.



Naar boven

Printerversie