Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Witte Villa


Witte Villa, 2005 



Naar boven

Overzicht

Naam: Witte Villa, Villa Sonsbeek
Adres: Tellegenlaan 3 - Park Sonsbeek, 6814 BT Arnhem
Bouwjaar: 1742
Stijl: 1744: classicisme;
Architect: 1742: Ant(h)ony Viervant
Opdrachtgever: 1742: Adriana van Bayen
Gebruik bij oplevering: woonhuis
Gebruikershistorie:
1994-2004: Sonsbeek Art & Design
vanaf 2004: Villa Sonsbeek: brasserie, restaurant en wijnlokaal
sinds 2007 op 1e verdieping Galerie Meander


 

Witte Villa ca 1850



Naar boven

Geschiedenis

Park Sonsbeek bestond in de 18de eeuw uit drie afzonderlijke gebieden: de Wildbaan, de Hartgersberg (Hartjesberg) en Sonsbeek.
De Wildbaan lag rondom de tegenwoordige Parkweg. De Hartgersberg was gecentreerd rond het terrein waar nu de Sonsbeekvilla staat en het noordoostelijke, richting Apeldoornseweg, en zuidoostelijke, richting Sonsbeekweg, gebied daarvan.
Sonsbeek omvatte aan het eind van de 18de eeuw o.a. de gronden rondom de huidige grote vijver, de Jansbeek en de Belvédèreheuvel (het zuidwestelijke en noordwestelijke gebied dus).
In 1742 werd het landgoed de Hartgersberg voor fl 6.000,00 gekocht door de uit Indië (geboren 1723 in Batavia) afkomstige Adriana van Bayen. Zij liet op de Hartgerberg in 1744 door stadstimmerman Anthony Viervant een woonhuis bouwen. De kosten van dit gebouw bedroegen fl 12.000,00. Een enorm bedrag voor die tijd. Als dochter van een rijke Indiëganger was dit bedrag voor Adriana geen probleem.
Het huis van Van Bayen is het tegenwoordige middengedeelte van de ‘Witte Villa’, maar dan wel met een veel lagere verdieping. In 1749 trouwt Adriana met mr. Johan Jongbloet, advocaat aan het hof van Gelderland. Dat hun woning nog niet die omvang van tegenwoordig heeft, blijkt als men in
1775 hun woning "het huysje op den berg", wordt genoemd.
Sinds 1790 was het Huis Hartjesberg in handen van Jan Frederik Diemer die het van Gerard Belaerts van Wieldrecht, de schoonzoon van Adriana van Bayen, had gekocht. Waarschijnlijk is het Diemer geweest die in 1797 twee zijvleugels heeft laten aanbouwen. Een zogenaamde koepelkamer aan de achterzijde van het gebouw bestond al in 1790 toen Jacob Gessler de Raadt tijdens zijn 'Gelders Reisje' een bezoek bracht aan Belaerts.
In 1808 wordt het huis opnieuw verkocht. Daniel Ruysch, eigenaar sinds 1797, verkoopt het aan de uit ’s Gravenhage afkomstige baron Theodorus de Smeth, kamerheer des konings.
In 1806 had De Smeth, het landgoed Sonsbeek al gekocht. Met de aankoop in 1808 van de Hartgersberg ontstond één nieuw groot landgoed wat de naam Sonsbeek kreeg.
In 1821 kwam het landgoed, voor een bedrag van fl 210.000,00 in handen van Hendrik Jacob Carel Jan baron van Heeckeren van Enghuizen. Onder hem bereikte Sonsbeek zijn grootste omvang: ruim achthonderd hectaren. Ook kocht van Heeckeren van Enghuizen het gebied ten oosten van de Apeldoornseweg (St. Marten en Sonsbeekkwartier), Alteveer, het grootste deel van het huidige Burgemeesterskwartier en de gronden de Waterberg, die zich tot aan de Koningsweg uitstrekten.
De Smeth ging vanaf 1808 in het huis op de Hartgersberg wonen. Ook H.J.C.J. van Heeckeren van Enghuizen koos de Hartgersberg als woonplaats en laat het huis vergroten.
Het gezin Van Heeckeren bleef weinig bespaard. Twee zoons en een dochter stierven jong en kort na elkaar. De overgebleven zoon en erfgenaam, Louis Evert, raakte geestelijk gestoord en moest opgenomen worden in een inrichting. Als curator fungeerde een neef, Frederik F. J. H. Heeckeren van Enghuizen. In 1884 werd Guillaume Maurice Alexander van Heeckeren, eigenaar die met de verkoop van delen van het landgoed begint. Bouwondernemers zagen genoeg kansen voor de verschillende terreinen.
In 1899 werd de gemeente Arnhem, voor een bedrag van 1,1 miljoen gulden, eigenaar van het restant van het landgoed en de het huis op de Hartgersberg.
Van 1900 tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog verpachtte de gemeente de villa als hotel: ‘Hotel Sonsbeek’. Het, nog niet gepleisterde, gebouw werd voorzien van extra badkamers en toiletten en grote zonwerende markiezen. Na de oorlog waren er diverse gebruikers van het gebouw: de Bosbouwschool, de Sonsbeekscholengemeenschap en de Lorentz-Scholengemeenschap gebruikten het als dependance.
Begin 1987 verkocht de gemeente het in slechte staat verkerende pand voor fl 670.000,00 aan een groep projectontwikkelaars onder leiding van de Zwollenaar Martin Eibrink (o.a. eigenaar van voetbalclub PEC Zwolle). Bij de toen uitgevoerde restauratie is de hoofdvorm van het gebouw behouden gebleven. Wel werd een groot smeedijzeren hek en een gracht om het gebouw aangelegd. Dit om diefstallen ten te gaan van de nieuwe gebruiker van het gebouw, het verkoopmuseum SIAC (Sonsbeek International Art Centre). Op 26 mei 1989 werd de gerestaureerde villa geopend, maar al snel ging het SIAC failliet. De gemeente Arnhem maakte gebruik van haar terugkooprecht en de villa kwam zo voor 2,6 miljoen gulden in 1992 weer in Arnhems bezit. Vanaf november 1994 was Sonsbeek Art & Design, een samenwerkingsverband van de Belgische kunsthandelaar Stefaan Delbaere en sieradenontwerper Hans Appenzeller. De galerie hield er permanente kunstverkooptentoonstellingen (o.a. Dali, Chagall). Na een jaar trok Appenzeller zich terug en kon Delbaere het hoofd ternauwernood boven water houden, ondanks een uitbreiding van de horecafunctie sinds 2000. In 2004 werden de tentoonstellingsactiviteiten definitief gestaakt.
Vanaf dat moment was in de villa een brasserie, restaurant en wijnlokaal gevestigd ‘Villa Sonsbeek’, waar o.a. horecastudenten van de Vakschool Wageningen (hoofdgebouw aan de Apeldoornseweg in de vroegere Lorentz Scholengemeenschap) een deel van hun opleiding krijgen.
De pleisterlaag begon in 2005 al weer af te bladderen en waren de eerste tekenen van verval zichtbaar. Een opknapbeurt in 2006 herstelde het gebouw in oude witte luister De ROC gebruikte vervolgens het horecagedeelte niet meer als opleiding en opende op 17 juni 2007 Galerie Meander (oorspronkelijk uit Zevenaar) op de eerste verdieping een expositieruimte.


 

Hotel Sonsbeek ca 1910



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park. Zwolle: Waanders.

Burgers, J. e.a. (2001). Toppers 3. Smaakmakende etablissementen. Arnhemse cafés en restaurants.
Velp: Stichting Arnhemse Verbeelding. pp. 84-85.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./1996). Verliefd op Arnhem. Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. pp. 43.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem. Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 40.

Diender, J. & Morsink, J. (z.jr.). De IJskelder van baron De Smeth. Arnhem: Bezoekerscentrum Sonsbeek.

Dunk, Th. H. von der (1997). Viervant in Gelderland. De opkomst van een Arnhems geslacht van bouwmeesters in de achttiende eeuw. Een tweede overzicht van een architectonisch familie-oeuvre.
In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, deel LXXXVIII, 1997, pp. 102-139, mn pp. 131-132.

Hofman, J. (1983). Ontginning van de heidevelden in de gemeente Arnhem in de 19de eeuw: een oriënterend onderzoek. In: Bemmel, H.C. van, e.a. (1983). Arnhem. Acht Historische Opstellen.
Arnhem: Gouda Quint BV, pp. 103-131, 116-125.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden. Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 4, pp. 86-90.

Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jaargangen 2000-2006.
Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan. Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 103-108, 281-296.

Kuyk, G.A. (1914). De geschiedenis van het landgoed Sonsbeek bij Arnhem. In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XVII, 1914, pp. 85-119.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen. Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906. pp. 482-486.

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 33-35.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem. Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820. pp. 88-96.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 24-26, 43-46.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223. pp. 203-206.

Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.
Foto’s: Stijn en Jan de Vries.


 

Witte Villa zuidzijde



Naar boven

Printerversie