Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
    Witte Watermolen
       Molenschuurgebinten
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Witte Watermolen

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Kadastrale gegevens 1832
Beschrijving
Literatuur


 

Witte Molen 2005



Naar boven

Overzicht

Naam: Witte Watermolen, Witte Molen, Jamerlo- en Vorstenburchmolen, Bloemenbleekmolen
Adres: Zypendaalseweg 24, Arnhem
Bouwjaar: ca 1460
Stijl: Saksisch
Opdrachtgever: Benedictijnerabdij St. Salvator te Prüm
Restauratie: 1965-1966, 1983
Gebruik bij oplevering: waterkorenmolen
Gebruik anno 2005: waterkorenmolen ‘De Witte Watermolen’ en in de voormalige landbouwschuur: Bezoekerscentrum ‘Sonsbeek’


 

Witte molen waterloop



Naar boven

Geschiedenis

Ooit stonden in totaal tien molens langs de St. Jans- of Sonsbeek die achter kasteel Zypendaal ontspringt en in de Rijn uitstroomt. Vanaf Zypendaal gerekend was de Watermolen de vijfde molen; vanaf de sadsmuren de . Buiten de vroegere stadsmuren lagen zeven molens, binnen de stad nog drie.
De Witte Watermolen staat op de plek waar vanaf de 13de eeuw ook al een molen stond. Deze waterkorenmolen kwam in 1281 in handen van Gertrude, echtgenote van Henricus de Jamerlo. In 1376 wordt in een stedelijke keur ‘Jammerloes molen’ genoemd.
In de tweede helft van de 15e eeuw, rond 1460, werd ‘Jammerloes molen’ gesloopt en in opdracht van de bezitter van de meeste gronden rond de Jansbeek, de Benedictijnerabdij St. Salvator te Prüm, een nieuwe molen gebouwd.
In de 16de eeuw werd Adrianus of Andries Vorstenburch, die aan de Jansplaats in Arnhem woonde, de molenaar.
Tot in de jaren dertig van de 17de eeuw zou de familie Vorstenburch de eigenaar van ‘de moelen op den Bloemenbleijck’ blijven. Ook als in 1610 de goederen van de abdij van Prüm overgedragen worden aan graaf Ernst Casimir van Nassau. In de 17de eeuw verwisselde de molen enkele malen van eigenaar om aan het eind van die eeuw (1695) in leen te komen bij het geslacht Engelen. Dertig jaar later wordt de, uit Tiel afkomstige, voorname Arnhemse regentenfamilie Van Eck de bezitter van de molen. Zij verpachten de molen aan verschillende molenaars waaronder enkele generaties Van de Wall.
In 1806 werd het landgoed Sonsbeek, dat grensde aan het gebied van de watermolen, door de, uit ’s Gravenhage afkomstige, baron Theodorus de Smeth gekocht. Vier jaar later verkochten Jakob van Eck en zijn vrouw Hester Engelen hun watermolen ‘Bloembleik’ aan hem. In 1821 kwam het gehele Sonsbeek, waartoe nu ook de molen behoorde, voor een bedrag van fl 210.000,00 in handen van de familie Heeckeren van Enghuizen.
In 1899 werd de gemeente Arnhem (voor een bedrag van 1,1 miljoen gulden) eigenaar van het landgoed en drie jaar later kwam Otto van Silfhout als molenaar in de molen. Vier generaties Van Silfhout zouden de molen voortaan draaiende houden.
Na de Tweede Wereldoorlog werd er geen koren meer gemalen en begon molenaar Piet van Silfhout omstreeks 1958 een antiekhandel in het gebouw. In 1965 en 1966 werd de molen gerestaureerd en de heropening vond plaats op 8 juli 1966. Het binnenwerk werd opnieuw gebouwd door G.J. te Have uit Vorden.
In 1983, bij het 750 jarig bestaan, van de stad Arnhem werd van de landbouwschuur naast de molen een bezoekerscentrum gemaakt. Met vrijwilligers begon Jan van Silfhout na de renovatie weer graan te malen en zo werd de oude functie van de molen in ere hersteld. In 1998 vond opnieuw een restauratie plaats. Een jaar later stopt Van Silfhout met zijn molenaarswerkzaamheden. Het ambacht wordt voortgezet wordt door vrijwillige molenaars. Anno 2005 voert Ans Roefs als molenaar de leiding over deze vrijwilligers.


 


Naar boven

Kadastrale gegevens 1832

De afbeelding hiernaast is een gedeelte van de kadastrale kaart uit 1832, Gemeente Arnhem, Sectie N, Zonsbeek, Tweede Blad. De kaart is opgemeten in 1821 en vermeldt de gegevens uit de kadastrale administratie van 1832.
De kaart is naar het zuiden (boven) gericht, rechts ligt het westen en links het oosten.
Om de afbeelding duidelijk en gedetailleerd te bekijken, klikt u eerst op de afbeelding, daarna in de menubalk boven aan het scherm op Bestand, vervolgens op Afdrukvoorbeeld. Nu kunt u met de menubalk bovenin het scherm de afbeelding zo groot en klein bekijken als u wilt.

Linksboven is de splitsing tussen de De Stads Cingel (nu: Sonsbeeksingel). Vandaar gaat een weg/pad zonder naam (nu: Sonsbeekweg) omhoog naar het noorden en voegt zich bij de Straatweg van Arnhem naar Apeldoorn (nu: Apeldoornseweg). Boven aan de kaart loopt de Zypendaalsche Weg. Parallel aan de Zypendaalsche Weg loopt de St. Jansbeek en telt drie Koorn Molens, waarvan de waterraderen op de kaart zijn ingetekend.
Uiterst links, op perceelnummer 295 (ter hoogte van de huidige De La Reijstraat), de Prümermolen. In de kadastrale legger wordt het perceel beschreven als huis en erf, waterkoornmolen.
Geheel rechts op perceelnummer 244 is dezelfde beschrijving weggelegd voor de Agnieten- of Begijnenmolen (op de plaats van het huidige Watermuseum).

De Witte Watermolen heeft perceelnummer 253 en de omschrijving luidt eveneens huis en erf, waterkoornmolen. Het perceel heeft een oppervlakte van 4,10 hectare. Huis en erf worden voor fl 54,00 aangeslagen voor de grondbelasting en de waterkoornmolen voor fl 320,00.
Rondom de Witte Molen liggen veel weilanden en bleekgronden, waarop de was te drogen (bleken) werd gelegd. Daarom werd de Witte Molen vroeger ook de Bloemenbleekmolen genoemd.

De drie molens en vrijwel alle gronden op de kaart zijn het eigendom van Hendrik Jan Carel Jacob baron van Heeckeren van Enghuizen. Hij bewoont perceelnummer 317 (Witte Villa) en voor dit huis betaalt de baron fl 675,00 grondbelasting. Daarmee is dit huis het op één na duurste huis van de stad. Het duurste huis is dat van bankier graaf G.L.H.C. van Ranzow bij de St. Walburgiskerk.


 

Sonsbeek zuid 1832



Naar boven

Beschrijving

Het complex van de watermolen bestaat uit twee gedeeltes; de schuur waar nu het bezoekerscentrum is gevestigd en rechts daarnaast/achter de molen en de molenaarswoning. Tussen het bezoekerscentrum en de molen stroomt de St. Jansbeek en is de watergoot en het schoepenrad te zien. De molen en het, daar direct aangebouwde, molenhuis heeft een gebogen onderdoorrit, waarmee het complex een nog pittoreskere sfeer krijgt. In het voorjaar en de zomer krijgt dit een extra tintje doordat dan de wit gekalkte gebouwen omringd worden door donkergroene weilanden en bomen.
De Witte Molen is een watermolen van het bovenslagtype. Het water wordt vanaf het molenhoofd, op een hoogte van ongeveer 1 meter hoogte boven de grond, door een houten goot in de smalle schoepen van het bovenslagrad geleid. Het water stroomt in de schoepen en door de water- en zwaartekracht wordt het waterrad (met een diameter van 2,60 meter) in beweging gezet. Aan het rad is een as (houten paal) bevestigd, die - al draaiende - binnen in de molen alles in beweging zet. Het waterrad levert een vermogen van ca 1,5 paardenkracht.
Het water van de St. Jansbeek stroomt na het schoepenrad weer verder richting de stad. Bij de molen is het verval van het water in totaal 2,70 meter.
De molen heeft drie koppels molenstenen. De as drijft door middel van een waterwiel het koningsspil aan, dat op zijn beurt via het spoorwiel, het rondsel en de steenspil de bovenste molensteen, de lopersteen, laat draaien. De onderste steen, de liggersteen, ligt stil.


 

Witte Molen



Naar boven

Literatuur

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 39.

Dekker, L. (1984). De Witte Molen.
Arnhem: Bezoekerscentrum De Watermolen.

Diender, J. & Morsink, J. (z.jr.). Hendrik van de Wall. Molenaar aan de Beek anno 1787.
Arnhem: Bezoekerscentrum Sonsbeek.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 10, 22-27, 47-48, 49, 50.

Knap, W. W.G. Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 103-108.

Schaars, A.H.G. & Veldhorst, A.D.M. (Eds) (1986). Kadastrale Atlas van Gelderland 1832 Arnhem.
Arnhem: Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Foto’s: Willem Jans en Stijn de Vries.


 


Naar boven

Printerversie