Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Watermuseum/Begijnenmolen


Begijnenmolen, oktober 2003 Agnietenmolen vlak na de verbouwing tot Watermuseum. Foto: Archief Vrienden van Sonsbeek/Watermuseum



Naar boven

Inhoud

Overzicht
Molen van de nonnen
Molen van de Staten
Viskwekerij
Watermuseum
Literatuur

Onderstaande is een bewerking en aanvulling van:
Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.



Naar boven

Overzicht

Naam: Watermuseum, Agnietenmolen, Begijnenmolen
Ligging: Zijpendaalseweg 26-28, 6814 CL Arnhem
Bouwjaar: 1404
Einde molenaarsbedrijf: 1913
Type molen: watermolen
Productie van molen: koren
Status: rijksmonument
Gebruikershistorie:
1404-1524: St. Agnietenklooster
1524-1663: Gedeputeerde Staten van Gelderland
1663-1821: diverse opeenvolgend eigenaars en pachters
1821-1899: eigenaar H. J. C. J. baron van Heeckeren van Enghuizen
1899-heden: Gemeente Arnhem met opeenvolgende huurders/pachters:
1913-1967: viskwekerij Nederlandse Heidemaatschappij
1967- Forellenkwekerij Sonsbeek
Jaren zeventig en tachtig: Restaurants o.a. Bistro De Begijnenmolen
2002-2003: ver- en nieuwbouw tot Watermuseum; onder ontwerp en begeleiding van Van Hillo Verschaeren Architekten, Hertogenbosch
13-12-2003: openstelling voor het publiek
7-6-2004: officiële opening



Naar boven

Molen van de nonnen

Voor het eerst is rond 1404 ons iets bekend over de St. Agnieten-Begijnenwatermolen. Deze korenwatermolen behoort aan het Agnietenconvent, een nonnenklooster van de Augustijnenorde, dat aan de Beekstraat is gelegen. In het kloostercomplex wonen begijnen; vrouwen die een geen kloostergelofte (zoals nonnen) hebben afgelegd, maar wel de belofte hebben gedaan om kuis en gehoorzaam een godsdienstig leven te leiden. Om deze reden noemt men in de vroegere eeuwen de korenwatermolen St. Agnieten-Begijnenwatermolen.

Tot in het begin van de 16de eeuw heeft de molen met een onderslagwaterrad gedraaid. Daarna met twee achter elkaar opgestelde bovenslagwaterraderen.
In deze periode is de koren- watermolen leenplichtig aan het kasteel Doorweerth en moet om deze reden ‘om niet’ een bepaalde hoeveelheid graan maalt.
De aan de St. Jansbeek gelegen korenwatermolen van Sint Agnes werd in 1532 vermeld als ‘dess cloesters Sent Agneten waiter moelen’ en moet jaarlijks aan kasteel Doorweerth thijns (tijns = belasting) afdragen van één stuiver aan de eigenaar van het kasteel, daarnaast 11,5 scheppel rogge (in de zestiende eeuw in Arnhem = 11,5 scheppel x 35 liter = 402,5 liter), 2 olde schilden (schild = munt waarop wapen is afgebeeld), voor 10 stuivers aan hoenders aan de Vicarie van de oude kerk (= Grote Kerk = St Maartenskerk tot circa 1450, hierna St. Eusebiuskerk) Voorts dienden de zusters te betalen aan de Commanderij van St. Jan 3 gulden, 2 stuivers en 4 penningen, en aan de abdis te Elten (Dtsl.) één molder rogge (1 mud = 1 hl) Deze leenplicht werd in 1738 opgeheven.


 

Begijnenmolen, ligging



Naar boven

Molen van de Staten

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) komt het beheer over de Agnietenkloostermolen in handen van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Het beheer van de watermolen wordt overgenomen door de stadsregering van Arnhem. De inkomsten van de St. Agnieten- Begijnenwatermolen worden in 1586 met toestemming van het Gelderse Hof gebruikt om de traktementen van de predikanten te verhogen.

Bij het ten gelde maken van de kerkelijke goederen na de godsdienstige en politieke hervorming in de zeventiende eeuw, verkoopt Gedeputeerde Staten van Gelderland in 1663 de watermolen met bleek en land aan Everhard Kelfken en echtgenote. Na hun dood komt de watermolen in handen van Herman Kelfken, en na het overlijden van deze in 1688, aan de erfgenamen van moederszijde. Waarschijnlijk zijn Everhard en de jonggezel Herman broers.

De St. Agnieten- Begijnenwatermolen met twee koppels stenen en een nieuwe wateras is in 1696 eigendom van Hendrik Jordens, ontvanger te Deventer, die gehuwd is met Mechteld, Elisabeth Roelink (Afbeelding 16.) Op 7 september 1696 verkoopt Mechteld Elisabeth Roelink de bezittingen aan de tollenaar Derk Marcus en zijn vrouw Elisabeth Burgemeesters. In opdracht van Reynier Marcus wordt op 16 april 1701 door de geadmitteerde landmeter van de stad Nijmegen, Johan van Poort een opmeting verricht van alle gronden rond de watermolen aan de St. Jansbeek en op kaart gezet. Ongeveer twee en een halfjaar later, op 2 september 1703 wordt de St. Agnieten- Begijnenwatermolen eigendom van Reynier Marcus en zijn vrouw Louise van Houten. In het kohier van het Buiten- Westerquatier van 1737 wordt onder N.no.331,de St. Agnieten Molen van Reinera Merkens, genoemd. Door Anthony, heer van Varel wordt in 1738 de leenplicht van Kliphuysen en Doreweerth opgeheven middels een ruiling van gronden in het Velperbroek. Vervolgens komt bij een publieke veiling op 2 februari 1741 ‘een waterkoorn- en eeckmoolen genaamd St. Agnieten Meulen’ van Cornelis van Herwen en zijn vrouw Mechtelt Philileberta Schuirman voor een bedrag van ƒl 9.286,00 in het bezit van Roeloff Roeloffsen oud rentmeester van het Burgerweeshuis en diens vrouw Claasjen Hendrix. Hierna komt de korenwatermolen in het bezit van Hendrik Roelofs en Deliana van Gelder.
De molenaarsdochter Hendrina Roelofs van de St. Agnieten- Begijnenwatermolen, die gehuwd is met architect Anthony Viervant, is betrokken bij een boedelscheiding in1754. Ongeveer vijftig jaar later is er weer een boedelscheiding, waarbij de korenwatermolen met een paar bijgelegen weiden en enig bouwland wordt overgedragen aan Roelof Roelofs Hzn, oud rentmeester van het Burgerweeshuis en Evertje Roelofs.
Roelofs neemt op 24 februari 1812 een hypotheek groot ƒ 10.000,= op het pand van Gerrit Dullert, een leerlooier die in de Ketelstraat woont, en die gehuwd is met Sara, Elisabeth, Geertruide Brand.
Na de dood van Roelof Roelofs gaan de bezittingen over op zijn zoon Hendrik, maar de hypotheek blijft bestaan. Hendrik Roelofs is, net als zijn vader, rentmeester van het Burgerweeshuis. Hij is gehuwd met Sophia Anna van Kooten en woont op de St.Agnieten-Begijnen-watermolen. Ongeveer gelijktijdig met de Geldersenwatermolen en de Witte-watermolen koopt op 2 juni 1821, H. J. C. J. Baron van Heeckeren van Enghuizen de St. Agnieten- Begijnenwatermolen van Hendrik Roelofs. Hendrik en zijn zoon Roelf mogen er gedurende zes jaar blijven wonen tegen een huur van 700 gulden per jaar en hebben de verplichting om de heer tien dagen per jaar te dienen met kar en paard. Onder de pacht is mede begrepen een kleine woning met schuur die bewoond wordt door de weduwe Jas.
De gemeente Arnhem koopt in 1899 een gedeelte van het landgoed Sonsbeek (501 hectare voor fl 800.000 ofwel in hedendaags geld 363.000 euro) van de Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van Sonsbeek en is daardoor ook eigenaar van de St. Agnieten- Begijnenwatermolen.



Naar boven

Viskwekerij

Het rechtergedeelte wordt door de Nederlandse Heidemaatschappij in 1913 ingrijpend verbouwd en tot aquarium met viskwekerij ingericht. Hiervoor moeten de bovenslagwaterraderen en het gaande- of drijfwerk uit het molenhuis verdwijnen. Ook de grote veeschuur wordt gesloopt. Het heldere beekwater dat eens de twee waterraderen laat draaien wordt door een rechthoekige betonnen goot via het oude molenhuis en de nieuwe bebouwing geleidt, om zo de kweekbakken en de visvijvers te verversen.
Hierna werd het een handelsbedrijf in vis met daarnaast een restaurant.


 

Agnietenmolen ca 1910 Tekening: Joop Morsink



Naar boven

Watermuseum

De dijkgraaf van Waterschap Rijn en IJssel, dhr. Henk van Brink, nam in 1998 het voortouw voor de stichting van een voorlichtingscentrum van het waterschap Rijn en IJssel. Als locatie had hij de voormalige Begijnenmolen op het oog. Het idee van een voorlichtingscentrum groeide al snel uit tot een Nederlands Watermuseum.
Naast de renovatie van de oude Begijnenmolen en het bijgebouw 'Aquarium' werd een compleet nieuw ondergronds museumgedeelte van 2000 m2 in de voortuin van de Begijnenmolen gebouwd.
Als bouwmethode werd gekozen voor de zogenaamde 'onderwater bouw'. Er werden eerst werden damwanden geplaatst. Vervolgens werd de bouwput uitgegraven. Deze kwam volledig onder water te staan door het hoge grondwaterpeil. Voordat het water weggepompt kon worden, moest eerst een speciale laag onderwaterbeton gestort. Toen het water was weggepompt, werden er grote pilaren worden geplaatst die het dak moesten gaan dragen. Tenslotte werd de bouwput dichtgemaakt en werd bedekt met een meter aarde. Het ondergrondse museum was hiermee een feit.
De opening voor het publiek vond plaats op 13-12-2003, waarbij de burgmeester van Arnhem, Pauline Krikke, het eerste kaartje kocht.
De officiële opening van het Nederlands Watermuseum door Prins Willem-Alexander zou eigenlijk plaatsvinden op Wereldwaterdag op 22 maart 2004, maar vanwege het overlijden van koningin Juliana werd de opening uitgesteld naar 7 juni 2004. Op die dag om 16.30 uur gaf de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, mevr. drs. Melanie H. Schultz van Haegen, met een signaal op een scheepstoeter het startsein voor het museum.



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders.

Boormans, G. (z.jr.) Het begon allemaal met een piepklein stroompje, de Begijnenmolen toen & nu.
Arnhem: Nederlands Watermuseum.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./1995). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 33.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (1997). Verliefd op Arnhem. Deel 3.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 28.

Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 27, 48-50.

Kateman, R. (2004). De viskwekerij Sonsbeek.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 16, nr. 2, zomer 2004, pp. 6-7.

Knap, W. W.G. Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt.

Kuyk, G.A. (1914). De geschiedenis van het landgoed Sonsbeek bij Arnhem.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XVII, 1914, pp. 85-119, m.n. pp. 98-99.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223, m.n. p. 204.

Basistekst en tekeningen: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.



Naar boven

Printerversie