Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
       Nabermanmolen (Parkweg)
       Gelderse Molen (Waterval)
       Sonsbekermolen
       Pruemermolen
       Jansmolen
       Binnenmolen Bovenbeekstraat
       Hertogmolen Beekstraat
       Slijpwatermolen
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Hertogmolen Beekstraat


Hertogelijke molen Tekening: Joop Morsink



Naar boven

Aan de St. Jansbeek stonden eens tien watermolen, waarvan zeven buiten de stadsmuren. Binnen de stad werden nog drie molens aangedreven door het water van de beek.
Als we de Jansbeek stroomafwaarts volgen, dan vinden we de tweede binnenstadsmolen aan de Beekstraat, ongeveer ter hoogte van het huidige politiebureau. De molen heeft de naam ‘Hertogelijke’ watermolen gekregen.



Naar boven

Overzicht

Naam: Hertogelijke molen
Ligging: Beekstraat, Arnhem
Periode: omstreeks 1300
Type molen: watermolen, bovenslagtype
Productie van molen: koren

Onderstaande tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Morsink, J. (z.jr. / 2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek. Arnhem; onuitgegeven.
Opvallend is dat deze ‘Hertogelijke’ molen niet wordt genoemd in het ‘standaardwerk’ van Janssen over de Arnhemse molens. Hij beschrijft de hieronder beschreven situatie tussen 1280-1300 als onderdeel van de geschiedenis van de Binnenmolen aan de Bovenbeekstraat (p. 29).



Naar boven

Geschiedenis

Aan het einde van de 13e eeuw bezit jonkvrouw Maria van Gelre, de zuster van graaf Reinoud I (Reinald) van Gelre en Zutphen (gestorven 1326), een stuk grond binnen de wallen van de stad Arnhem. Op dit grondstuk, in de buitenbocht van de St. Jansbeek recht tegenover de Hof van het domein van de abdij van Prüm, staat een molenwerf alsmede het huis en erf ‘De Houve’. In de nabijheid van het bezit van jonkvrouw Maria ligt ook de visvijver van Winkinus (Winkonus, Winandus van Arnhem), ongeveer tussen de St. Jansbeek en de stadsmuur (ten noordwesten van de huidige St. Walburgiskerk). Omstreeks 1281 was Winkinus rechter in Arnhem. Over het water dat stroomt vanaf de molenwerf ‘die zij (jonkvrouw Maria) bezit binnen onze stad’ is in 1291 een overeenkomst gesloten met het stadsbestuur van Arnhem. Jonkvrouw Maria kreeg toestemming om het water van haar molenerf af te voeren door de stadsmuur (dat kan alleen bij een normale rivierstand). Zij schenkt in 1299 het stuk grond met de watermolen voor het stichten van een gasthuis.
Voor het eerst in 1357 komen we weer wat tegen over de ‘Hertogelijke’- watermolen. In dat jaar geeft hertog Reinoud III aan Gersely van den Gruythuys een stuk grond met watergang in erfpacht dat 40 voeten lang en 20 voeten breed is, om er een molenhuis op te zetten. Deze afmetingen, van ongeveer twaalf en een half bij zes en een halve meter, is net groot genoeg om er een kleine watermolen met bovenslagrad op te bouwen. Het terrein waarop het molenhuis zal verrijzen is gelegen bij de hofstede van Johan Pots tegen het St. Clarenklooster. Later, in 1420 gaat het klooster over naar een andere nonnenorde, namelijk het St. Agnietenconvent, waaraan ook de St. Agnieten- Begijnenwatermolen toebehoorde.

Gersely van den Gruythuys moet de erfpacht betalen aan ‘de jongfrouwen, de opten hof tot Sente Claren wonen”.
De hierboven genoemde watermolen is waarschijnlijk op dezelfde plaats gebouwd als waar de watermolen heeft gestaan die omstreeks 1291 aan jonkvrouw Maria van Gelre, de zuster van de graven Reinoud I, toebehoord.

De valhoogte bij de ‘Hertogelijke’- watermolen zal niet groot zijn geweest omdat in dit gedeelte veel zandafzetting was. Het is gissen als we aannemen dat ongeveer in de tiende eeuw de eerste watermolen in Arnhem heeft gedraaid. Later is de watermolen van jonkvrouw Maria van Gelre, die gezien de loop van de St. Jansbeek, een veel hogere valhoogte moet hebben gehad dan toen Gersely van den Gruythuys deze opnieuw bouwt. De St. Jansbeek loost namelijk voordien rechtstreeks met een vrij korte draai op de Nederrijn en heeft daardoor een steiler spiegelverhang. Daarom is het heel goed mogelijk dat deze watermolen de eerste is geweest in de ‘parochie Arneym’ waar de boeren en handelaren hun graan hebben laten malen. De eerste in onze omgeving bekende koren- watermolen bij Biljoen in Velp draaide in 1025. Ook de overeenkomst die in 1291 door Jonkvrouw Maria van Gelre met het stadsbestuur was gesloten geeft aan dat er problemen zijn met de waterafvoer van het erf. Waren de problemen er vanwege een gewijzigde beekloop? De beek is immers langer geworden, toen ze binnen de wallen aan de binnenzijde van de verdedigingswerken Achter den Broeren parallel met de rivierstroom werd vergraven. Door deze lengtewijziging vertraagt de waterafvoer en stuwt het water in de bocht bij de St. Walburgiskerk op. Door de opstuwing in de langere onderbeek wordt de valhoogte kleiner. We kunnen gevoeglijk aannemen dat toen vijftig jaar later Gersely van den Gruythuys er een nieuwe watermolen heeft gebouwd, hij het waterrad op de nieuw ontstane situatie heeft aangepast.



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders.

Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 29.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223.

Tekst en tekeningen: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.



Naar boven

Printerversie