Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
       Nabermanmolen (Parkweg)
       Gelderse Molen (Waterval)
       Sonsbekermolen
       Pruemermolen
       Jansmolen
       Binnenmolen Bovenbeekstraat
       Hertogmolen Beekstraat
       Slijpwatermolen
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Jansmolen


St Janswatermolen Detail van kaart van J. Blaeu, 1649. 'Gelderse toorn' is nu Gele Rijdersplein.



Naar boven

De Jansbeek volgt na Park Sonsbeek de De La Reystraat. Bij de Sonsbeeksingel duikt de beek ondergronds de spoordijk door en vervolgt ondergronds haar weg richting de Rijn. Voordat die spoordijk werd aangelegd, ging de beek zo'n 75 meter verder ondergronds. Op de plek van de spoordijk stond tot het begin van de 18e eeuw de St. Janswatermolen. Bij de aanleg van nieuwe vestingwerken werd de molen een tiental meters naar het noorden (Sonsbeeksingel) verplaatst.
Die St.Janswatermolen is één van de oudste korenwatermolens in het dal van de St.Jansbeek. We lezen in een oorkonde uit het midden van de dertiende eeuw dat de molen heeft toebehoord aan de ridders van Rhodos en Malta, de Johannieters, en deel uitmaakt van de Commanderij van St.Jan. De bezittingen van de Commanderij strekken zich uit van de Jansstraat tot aan de molenbeek buiten de Janspoort.



Naar boven


Verplaatsing Janswatermolen Boven de Jansmolen ligt de Pruemermolen



Naar boven

Overzicht

Naam: St. Janswatermolen
Ligging: spoordijk tussen Jansbuitensingel en Sonsbeeksingel, Arnhem
Eerste vermelding: 1281
Einde: 1822 (verwoest door brand)
Type molen: watermolen, bovenslagtype
Productie van molen: koren, vanaf ca 1709 papier, vanaf eind 18e eeuw run

Onderstaande tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Diender, J. (2004). De molen van de Maltezer Ridders.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 16, nr. 3, herfst 2004, pp. 7-9.
Dit artikel is gebaseerd op:
Morsink, J. (z.jr. / 2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek. Arnhem; onuitgegeven.



Naar boven

Geschiedenis

Zielenheil
Als erfpachter heeft ridder Dirk van Nyenbeek in 1281 de St.Jans- korenwatermolen op de beek boven de stad Arnhem. De halfbroer van Dirk van Nyenbeek, Arnoldus van Vredestoro, heer van den Nienbeck en Commandeur van Sint Jan te Arnhem schenkt in 1304 de hof en watermolen aan de Commanderij in Arnhem. Deze gift is voor het onderhoud van een geestelijke die eucharistievieringen zal houden voor het zielenheil van hem en zijn broer.

In een inventarisatiestuk van de stadsgronden uit 1405 staat dat de commanderij geld leent aan Willem Veren en zijn echtgenote Mechtelt met als onderpand ‘onser waetermoelen (St.Janswatermolen) gelegen voer de stad Arnhem opter Beeken achter onsen convent voer der Pruemscher moelen’ . Vervolgens zijn er een paar losse fragmenten bekend, zoals op een kaart van Jacob van Deventer uit 1560, waarop de St.Janswatermolen staat aangegeven als watermolen van de Sint Jansheren.

Pachter
Omstreeks 1630 vermeldt Bernard van Goltstein, commandeur van St.Jan, in de legger van goederen en inkomsten van het St.Janshuis te Arnhem, dat de ‘St.Janswaetermoelen buyten de St.Janspoertt, aldenarst die statt gelegen met moeshof, bleek en camp in’ pacht gehouden wordt door Willem Munter. De pachter Willem Munter, die waarschijnlijk ook molenaar is, moet voor eigen rekening ‘all gaende ende clyne wercken’ onderhouden, maar ‘groff werck als moelenstein, groff holt ende yserwerck’ in overleg met zijn principalen bestellen, en dit mag korten aan pachtpenningen, behalve het arbeidsloon. Zo is er in 1630 een nieuwe molengoot gelegd en voor zestig gulden een nieuwe molensteen aangeschaft. Twee jaar later, in 1633, maakt mr. Jan Engelen een nieuw waterrad, om van de verdere herstellingen maar te zwijgen.

Papiermolen
Eind 17de eeuw wordt Gerrit Paulussen of Pouwels als molenaar genoemd. De commandeur van St.Jan stelt een nieuwe legger samen en deelt daarin omtrent de watermolen mee, dat de korenwatermolen jaarlijks 402 gulden aan pacht opbrengt, maar dat er ernstige schade is ontstaan doordat de tot de molen behorende gronden in 1701 onder de fortificatie gelegd is bij de belangrijke uitbreiding van de stadsversterkingen. Daarna, vermoedelijk in 1709, wordt de St.Janswatermolen door Herman Noyen uit Heelsum in een papiermolen veranderd. Wel bleven in opdracht van de stadsregering de molenstenen bewaard. Zeer waarschijnlijk is toen de korenmolen omgebouwd tot een grijspapiermolen. Het water dat vanaf de eerste sprengkop reeds zes watermolens is gepasseerd moet bij de St.Jans-watermolen al erg vervuild zijn geweest en een wijer om de zwevende stoffen te laten bezinken is overbodig. Voor het vervaardigen van grijs, blauw of gekleurd papier is helder water niet direct noodzakelijk.


 

Jansmolen direct buiten stadswal Boven de Jansmolen de Pruemermolen, kaart 1649



Naar boven


Jansmolen ca 1750 Tekening: Joop Morsink



Naar boven

Verplaatsen
We weten dat de St.Janswatermolen tijdens het versterken van de vestingwerken in circa 1728 is afgebroken en naar het noorden is verzet, waarvoor de St.Jansbeek ter plaatse is vergraven. Op een kaart van 1727 van de landmeter Hermanus van den Anker staan vrij nauwkeurig de fortificaties van Arnhem aangegeven. Hij heeft zowel de oude als de verplaatste watermolen getekend en bij de laatste geschreven ‘nieuw verzette papiermeulen’

Eekmolen
Bij het weer opbouwen van de watermolen zijn in het verlengde van elkaar, twee bovenslagraderen onder de molengoot aangebracht. Vermoedelijk zijn deze twee bovenslagraderen bewust gescheiden aangebracht om de twee in het molenhuis opgestelde maalstoelen onafhankelijk van elkaar te kunnen laten draaien, namelijk één voor het malen van eek en één voor het malen van koren. In een eekmolen wordt gedroogde eikenschors fijngemalen tot run voor het looien van huiden, het tanen van scheepszeilen en visnetten, terwijl het overblijvende 'stof' voor het bereiden van medicijnen wordt gebruikt. De eikenschors die voor het vervaardigen van eek gebruikt wordt is in hoofdzaak afkomstig van het tien tot twaalfjarige jonge akkermaalshout dat veel looizuur bevat.

Locatie
Over de oude locatie van de St.Janswatermolen (1281-1728) en de verplaatste St.Jans-watermolen (1728-1820) is getracht duidelijkheid te krijgen. Door vergelijking van oude kaarten met de huidige situatie weten we dat de oude watermolen gestaan heeft tegen de huidige spoordijk waar de gerioleerde molenbeek de Jansbuitensingel kruist. De St.Janswatermolen heeft na de verplaatsing gestaan in de huidige rijbaan van de Sonsbeeksingel aan het begin van de duiker waardoor het water van de St.Jansbeek onder de spoordijk wordt geleid.

Brand
In het Kohier van het Buiten- Westerquartier van 1737 wordt de ‘Bleyken en Molen van de Commanderij van St.Jan, alhier’ genoemd, waarbij ‘het vaste en gaande molenwerk van deze moolen is toebehorende aen Geurt Janssen en Willemke Put’ In een staat van goederen van de Commanderij te Arnhem uit 1817 treft men de omschrijving aan ‘St.Jansmoolen aan de glacie voor deze een papiermoolen, thans een runmoolen’. Rond 1820, waarschijnlijk in 1822, moet de toenmalige eek- of runwatermolen zijn afgebrand. In een akte uit 1823 wordt namelijk vermeld ‘zooals dezelve zich tijdens gezegde Ministrieele resolutie betreffende deze verkoop van 14 december 1822 na het afbranden van de Sint Jansrunmoolen zich bevonden’. Dat betekende het einde van circa 550 jaren trouwe dienst van de eerste watermolen buiten de stadswallen aan de St.Jansbeek.



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders.

Diender, J. (2004). De molen van de Maltezer Ridders.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 16, nr. 3, herfst 2004, pp. 7-9.

Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 23-24, 47.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223.

Tekst: Jos Diender. Onderzoek: Joop Morsink.
Tekening: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.



Naar boven

Printerversie