Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
       Nabermanmolen (Parkweg)
       Gelderse Molen (Waterval)
       Sonsbekermolen
       Pruemermolen
       Jansmolen
       Binnenmolen Bovenbeekstraat
       Hertogmolen Beekstraat
       Slijpwatermolen
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Pruemermolen


Pruemerwatermolen Detail van de kaart van J. Blaeu, 1649



Naar boven

Waar nu de fraaie Jugendstilbrug in De La Reystraat je over de Jansbeek van de Cronjéstraat naar het Bothaplein brengt, heeft eens de Prümerwatermolen gestaan. Deze van oorsprong korenwatermolen heeft vermoedelijk vanaf ongeveer 1650 dienst gedaan als pelmolen van gerst en haver. Kijken we vanaf die oude plek in noordwestelijke richting, dan zien we nog een stukje van de St. Jansbeek als een zilveren lint vanuit het langzaam stijgende Veluwedal naar ons toestromen. Vroeger, voor de aanleg van de spoordijk en de parken Sonsbeek en Zypendaal, kon men vanaf de stad in de lengterichting door het beekdal omhoog kijken tot aan kasteel Zypendaal.



Naar boven


Pruemermolen, ligging Tekening kaart: Joop Morsink



Naar boven

Overzicht

Naam: Prümer Molen
Ligging: De La Reystraat (brug Cronjéstraat-Bothaplein), Arnhem
Eerste vermelding: 1291
Sloop: 1900
Type molen: watermolen
Productie van molen: koren, vanaf ca 1650 pelmolen

Onderstaande tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Diender, J. (2004). De watermolen van jonkvrouw Maria.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 16, nr. 4, winter 2004, pp. 3-5.
Dit artikel is gebaseerd op:
Morsink, J. (z.jr. / 2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek. Arnhem; onuitgegeven.


 

De La Reystraat Locatie van Pruemermolen; Foto: Vereniging Vrienden van Sonsbeek



Naar boven

Geschiedenis

Jonkvrouw Maria
Tegen het einde van de dertiende eeuw is er voor het eerst wat over de Prümer-watermolen te lezen. In een oorkonde van 27 juli 1291 is er sprak van en watermolen op de St. Jansbeek, die toebehoort aan jonkvrouw Maria, zuster van graaf Reinoud I (Reinald) van Gelre en Zutphen. Daarna wordt de Prümerwatermolen eigendom van de abdij St. Salvator te Prüm in de Eifel. Waarschijnlijk heeft Arnhem tot het missiegebied van deze abdij behoord. De kloosterorde uit Prüm heeft in die tijd vele bezittingen in de omgeving van Arnhem, waaronder ook deze watermolen.

Prüm
Het exploiteren van een watermolen is een privilege van eigenaren die een landgoed bezitten. In die tijd hebben naast de adel ook veel kloosters deze rechten. Zo heeft de abdij van Prüm het recht om het water van de St.Jansbeek als drijfkracht te gebruiken voor haar korenwatermolen. In een opgave van de abdij van Prüm uit 1405 over haar bezittingen in de omgeving van Arnhem, zien we ook dat de Prümerwatermolen genoemd wordt. In 1417 schrijft de rentmeester Gerardus Hengel in de staat van inkomsten van de abdij van Prüm uit de Gelderse bezittingen aangaande de hof en de watermolen te Arnhem, dat de Prümerwatermolen op de St. Jansbeek staat, vlak boven de watermolen van de Jansheren, meer naar het bos. Er is een verpachtingsakte van de Prümerwatermolen van 20 september 1461 bewaard gebleven. Daarbij verpacht de Arnhemse pastoor Walraven van Wamell ‘medegeselle in den gaidshuse te Prüme’ en amptman Willem van de Olderweijer, dat met ingang van beloken Pasen (eerste zondag na Pasen) aan Gerrit Hagen en zijn vrouw Belye voor de duur van 50 jaren ‘des gaidshuys watermoele, geheiten Prümer moile, mit den ells, also als die gelegen baven Sente Johans moele’ voor 15 oude schilden’s jaars, ingaande Beloken Pasen 1467.

Pacht
De pachter moet het molenhuis en de molenwerf geheel op eigen kosten onderhouden en na beëindiging van de pacht ‘de molenwerf in zulk een staat overleveren, dat het nog twee jaren goed zou lopen’. In het geval dat molenhuis of molenwerf door schuld of onachtzaamheid of ten gevolge van een particuliere vete van de pachters in brand zou raken moeten de pachters die op eigen kosten weer in goede staat brengen. Als de brand buiten hun schuld ontstaat of door een vete van het land of de heren van Prüm zou het herstel op kosten van de abdij plaatsvinden. In 1496 wordt door pastoor Gadert van Nuyhem van Arnhem als gevolmachtigde van de abdij St.Salvator in Prüm de watermolen voor zes jaren verpacht aan Jacob Bernarz voor 32 goudguldens en 23 molder weit (70 kg tarwemeel). Daarna is bekend dat Reynier Jacobs in 1565 en 1568 ‘die Prümer molle’ verpacht. Mulder Jacobs betaalt hiervoor jaarlijks 53 daalders.

Reformatie
Tijdens de godsdienstige en politieke hervormingen in de zestiende eeuw blijven alle goederen in het bezit van de abdij van Prüm. Daar staat tegenover dat de kloosterlingen geen inkomsten meer krijgen uit de Prümerwatermolen. Ze zijn verplicht bij te dragen aan diverse zaken. Zo heeft de Arnhemse magistraat op 5 december 1586 besloten om de inkomsten van de Prümer-watermolen te bestemmen voor de verhoging van de predikantstraktementen. In feite staat de abdij dan onder curatele. Na de Reformatie worden de kloostergoederen verbeurd verklaard en overgedragen aan Ernst Casimir, graaf van Nassau Catzenellebogen. Na de dood van Ernst Casimir in 1632 wordt de watermolen eigendom van zijn zoon Willem Frederik. Deze verkoopt de watermolen op 2 juli 1642 in het openbaar aan Jacob Reynders, Jan Elberts van Mossel en Jacob Dircks de brouwer, ieder voor eenderde deel.

Eigenaren
Volgens archiefstukken uit 1737 wordt de watermolen nog altijd de 'Prümerwatermolen' genoemd. De molen is al geruime tijd gezamenlijk eigendom van verschillende personen. In 1784 wordt door mr. J. I. van Wanray namens een groep gerechtigden de helft van de watermolen overgedragen aan Willem Kloek, Gerhardus en Theodorus Roubroek, die in 1791 nog eens 1/8 deel verkrijgen. Voor zover de erven Johanna Kloek aanspraak op een deel van de watermolen kunnen maken, gaat hun erfdeel in 1797 over aan Gerhardus Roubroek. Volgens een testament van 20 maart 1797 van Gerardus komt de watermolen geheel aan zijn 29-jarige weduwe Mechteld Miggels. Zij trouwt later met Johannes Everardus Nyenhuis. Omstreeks 1820 is Nyenhuis de enige eigenaar. Hij geniet een pacht van 550 gulden per jaar uit de Prümerwatermolen.

Gesloopt
Baron Van Heeckeren van Enghuizen, de eigenaar van Sonsbeek, koopt de Prümerwatermolen van de erven Nyenhuis op 9 februari 1822. Op een situatiekaart van de onteigening voor de Rijnspoorweg uit 1853 zien we dat door de hoge spoordijk het dal van de St.Jansbeek definitief wordt afgesloten en van de stad wordt gescheiden. Omstreeks 1860 is G. J. Nekkers korenmolenaar op de Prümerwatermolen. Later zijn de werkzaamheden op de Prümerwatermolen door de weduwe Nekkers nog enige tijd voortgezet, totdat vanwege van de aanleg van een brug met waterval in de tegenwoordige Transvaalbuurt in 1900, de Prümerwatermolen wordt gesloopt.



Naar boven


Pruemermolen (WM), 1874 Detail van de Topografische Kaart, 1874



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders.

Diender, J. (2004). De watermolen van jonkvrouw Maria.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 16, nr. 4, winter 2004, pp. 3-5.

Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 25, 47.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223.

Tekst: Jos Diender. Onderzoek: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.



Naar boven

Printerversie