Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
       Nabermanmolen (Parkweg)
       Gelderse Molen (Waterval)
       Sonsbekermolen
       Pruemermolen
       Jansmolen
       Binnenmolen Bovenbeekstraat
       Hertogmolen Beekstraat
       Slijpwatermolen
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Sonsbekermolen


Kleine Waterval in Sonsbeek Foto: Vereniging Vrienden van Sonsbeek



Naar boven

De Sonsbekermolen heeft vermoedelijk gestaan tegenover het huidige Sonsbeekpaviljoen op de plek van de Kleine Waterval.



Naar boven

Overzicht

Naam: Sonsbeker Molen / Bruininxmolen
Ligging: Kleine Waterval Sonsbeek, Arnhem
Eerste vermelding: 1470
Sloop: 1823
Type molen: watermolen
Productie van molen: koren, later ook run, vanaf 1718 papier

Onderstaande tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Diender, J. (2005). Molen met vele namen.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 17, nr. 2, zomer 2005, pp. 3-4.
Dit artikel is gebaseerd op:
Morsink, J. (z.jr. / 2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek. Het eerste ambachtelijke bedrijventerrein van Arnhem. Arnhem; onuitgegeven.



Naar boven

Geschiedenis

De, wat later de naam kreeg van, Sonsbekermolen is het eerst bekend in 1470 als korenwatermolen van Garselis van Aller. In 1518 zijn Floris van der Erve en zijn vrouw Aleid eigenaar en later Hendrik de Groeff erfvoogd van Erckelents, rentmeester van Gelre en hofmeester van Hertog Karel van Gelre. Hendrik de Groeff ruilt in 1524 ‘sulcken erff, als hij liggende had in den schependom van Arnhem buten St.Johanspoort bij Emaus, te weten huys ende hofstat, geheeten Groenestein met watermolen, die Floris van der Erve togehoert…’ met Karel van Egmond, hertog van Gelre tegen de Hof te Staveren, in het ambt en kerspel Ermelo op de Veluwe. In 1533 koopt Karel van Gelre van zijn barbier Herman van Botzeel, de Loipeureberg naast Hulkestein. In ruil daarvoor kreeg Van Botzeel de aan de Jansbeek gelegen watermolen met erf. Hierna heeft de watermolen enige tijd de naam ‘Barbiersmolen’ gehad.

Karel van Gelre laat op de helling van de Hartjesberg, ten oosten van de St. Jansbeek een wijngaard aanleggen. Het klimaat en de grondsoort zijn echter voor de wijnbouw niet geschikt, zodat over het resultaat niets meer terug te vinden is. Of het om deze reden is, dat Hertog Karel deze bezitting ruilt tegen het land op de Clingelbeek, is niet bekend. Ook in 1538 ruilt Hertog Karel van Gelre weer eens. Het is in die tijd heel gewoon bezittingen tegen elkaar te ruilen. Deze keer ruilt hij met Herman van Botzeel een kamer ter grootte van drie binten in zijn huis het ‘Gulden Spicker’ tegen een ‘kampke’ (= stukje grond) bij de St. Agnieten-Begijnemolen.

In 1565 verkopen barbier Frederik van Botzeel en zijn vrouw Margaretha de ‘Barbiersmolen’ aan Lodewijk Bruininx en Alijt van Presikhave. Aangezien Bruininx vrij lang in het bezit van de watermolen is geweest, is deze later naar hem genoemd en draagt de naam van ‘Bruininx-korenwatermolen’. Vanaf 1592 is Gerrit Alisleger er molenaar. Suffredus Sixtius, de volgende eigenaar van de Bruininx-molen, verbindt in 1636 aan zijn bezit een lijfrente, die hij uitkeert aan zijn moeder Anna van Sonsbeek, de weduwe van Volquart Sixtius. Anna van Sonsbeek is eigenares van het eerste Huis Sonsbeek met erf tegenover het Cranevelt Spyker en het land bij de watermolen dichtbij haar huis. Op de Sonsbekermolen wordt in 1641 behalve graan ook run gemalen voor de leerlooierijen. Omdat er zowel graan als run wordt gemalen, heeft de Sonsbekermolen vermoedelijk twee waterraderen gehad.

Op 26 juni 1649 verkoopt Suffredus Sixtius de Sonsbekermolen aan jonkheer Hendrik van Eck tot Medler. Het eigendom van de watermolen en de omliggende landen raakt in 1688 sterk verdeeld doordat één vierde deel eigendom wordt van Markels tot Deventer. Uit de archieven blijkt dat Nicolaas Vorster en Catharina Geertrud van Leenholt op 12 augustus 1718 de watermolen kopen voor een bedrag van 6.600 gulden van de weduwe Muys en de familie Snabelius. Het is dan een watermolen die eikenschors tot run maalt. Vermoedelijk heeft Nicolaas Vorster er direct na de aankoop een papiermolen van gemaakt. Later, in 1737 is Vorster namelijk ook eigenaar van de papiermolen van Naberman, de vijfde en laatste watermolen vanaf de stadsmuur. Nicolaas Vorster, die zich ook ‘Papier en boekverkoper’ noemt, maar tevens rentmeester van de stad Arnhem is, maakt uitsluitend privé-drukwerk. Hij overlijdt op 15 september 1761.

Daarna komt op 7 juli 1767 de predikant Gabriel de Normandie in het bezit van de Sonsbekermolen en het landgoed voor een bedrag van 13.200 gulden. De Normandie overlijdt op 17 juli 1778. Zijn weduwe verkoopt als eigenares van ‘de buitenplaats van oudst genaamd de Bruininx- of Sonsbekermolen ook wel Sonsbekermeul of waterpapiermolen op de Jansbeek geheten’ de watermolen aan burgemeester Gerard Pronck. Ongeveer twintig jaar is Pronck eigenaar van de Sonsbekermolen. Zijn zoon, mr.I.Pronck, verkoopt op 17 augustus 1797 alle goederen aan Elisabeth Gertruy Scheltus, de echtgenote van mr.S.C.Nederburgh. Nederburgh werkt dan in Indië als - laatste - commissaris-generaal van de VOC. Na de opheffing van de VOC keert Nederburgh in 1800 uit de Oost terug en hij gaat wonen in het nieuwe buitenhuis dat zijn vrouw heeft laten bouwen tegenover de Sonsbekermolen. Een eeuw later wordt dit buitenhuis de Theeschenkerij van het dan gemeentelijke park Sonsbeek.

Nederburgh is ongeveer negen jaar bezitter van de Sonsbekermolen. In 1806 verkoopt hij de watermolen aan baron Theodorus de Smeth, heer van Deurne en Liesse. In datzelfde jaar koopt De Smeth ook de Gelderse molen bij de Grote Waterval, de vierde watermolen gerekend vanaf de stadsmuur. Vier jaar later koopt hij ook de Witte Watermolen en de Prümermolen. De Smeth verkoopt in 1821 de Sonsbekermolen vermoedelijk gelijktijdig met de Gelderse molen aan Hendrik Jan Carl Jacob baron van Heeckeren van Enghuizen. Van Heeckeren heeft in 1823 de Sonsbekermolen laten slopen. Als laatste papiermulder heeft A. van de Toorn er zijn oude handwerk uitgeoefend.
Over de laatste jaren van de molen wordt in de literatuur (vergelijk het bovenstaande van Diender met pagina 50 van Janssen) verschillend gedacht.


 

Sonsbekermolen, 1750 Tekening: Joop Morsink



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders.

Diender, J. (2005). De stampende molen van de Hertog.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 17, nr. 3, herfst 2005, p. 9.

Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 27-28, 50.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223.

Tekst: Jos Diender. Onderzoek: Joop Morsink. Tekening: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.



Naar boven

Printerversie