Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
       Nabermanmolen (Parkweg)
       Gelderse Molen (Waterval)
       Sonsbekermolen
       Pruemermolen
       Jansmolen
       Binnenmolen Bovenbeekstraat
       Hertogmolen Beekstraat
       Slijpwatermolen
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Gelderse Molen (Waterval)


Grote Waterval Sonsbeek Foto: Vereniging Vrienden van Sonsbeek, 2003



Naar boven

Waar een brede straal helder sprengwater van de St. Jansbeek over de ‘Grote Waterval’ stort, stond in de dertiende eeuw de Geldersewatermolen te draaien. In deze molen werd uit zaad olie geslagen. Men neemt aan dat deze watermolen, die in 1281 eigendom was van Theodorus van Nienbeeck, de oudste molen in het dal van de St.Jansbeek in park Sonsbeek is.

Tekst: Jos Diender.
Onderzoek: Joop Morsink.
Onderstaande tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Diender, J. (2005). De stampende molen van de Hertog.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 17, nr. 3, herfst 2005, p. 9.
Bovenstaande is gebaseerd op:
Morsink, J. (z.jr. / 2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek. Het eerste ambachtelijke bedrijventerrein van Arnhem. Arnhem; onuitgegeven.



Naar boven

Overzicht

Naam: Gelderse Molen / Geldersenwatermolen
Ligging: Grote Waterval Sonsbeek, Arnhem
Bouwjaar: vóór 1281
Sloop: 1821-1826
Type molen: watermolen (bovenslagrad)
Productie van molen: olie



Naar boven

Geschiedenis

Vanaf de Gemeenewegh (Zypendaalseweg) moet de Geldersewatermolen er hebben uitgezien als een grote schuur aan een rustig voortkabbelende beek. Het zware, dreunende geluid van de heien, waarmee men de olie uit het verwarmde zaad perst, wordt enkele keren door de omringende hellingen teruggekaatst en is tot in de wijde omtrek te horen. Rustig verrichten de heidove mannen hun werk in hun van vet stijf staande kleren. Praten met elkaar is niet mogelijk. Zo nu en dan, een voor de buitenstaander niets zeggend gebaar, is hun enige communicatiemiddel.

De Geldersewatermolen duikt na 1281 pas weer op in de geschiedschrijving, als de molen in 1470 door de Heren van der Hoeven wordt overgedragen aan Peter Borchard. Als Borchard in 1538 sterft wordt Hertog Karel van Gelre de nieuwe eigenaar en het is vermoedelijk uit die tijd, dat de molen de naam 'Geldersenwatermolen' krijgt.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) heeft de Geldersenwatermolen schade opgelopen en is daardoor niet meer in bedrijf. We lezen dat in 1689 enkele gemachtigden de broeders van het Schoenmakersgilde uit Arnhem verzoeken om 400 gulden beschikbaar te stellen aan de toenmalige molenaar Hermen Herberts, zodat deze de molen kan herstellen en naast graan ook gedroogde eikenschors tot run kan malen. De schoenmakers hebben dringend run nodig voor het looien en bewerken van huiden tot leer.

In 1737 nemen Hendrik Pouwels, zijn vrouw Geertrui Herberts en Derksken Herberts, haar broer de molen over. In 1762 krijgt Gerdina Pauwels, dochter van Hendrik Pouwels en weduwe van Gerrit Naberman, vanwege een splitsing van goederen met haar vier kinderen ‘de waterkoornmoolen op St. Jansbeek de Gelderse Moolen genoemt met twee schueren, boomgaert en wijert …’ in haar bezit. In dat jaar hertrouwt zij met molenaar Herman Ross.

Burgemeester Gerhard Pronck koopt de molen op 12 februari 1787 voor een bedrag van 9.000 gulden. Van hem is bekend dat hij in de omgeving van de stad verschillende heidevelden heeft laten ontginnen en op het latere landgoed Sonsbeek veel bomen heeft laten aanplanten. Alle goederen van burgemeester Pronck, inclusief de Geldersewatermolen, gaan twaalf jaar later over op Elisabeth Scheltus, echtgenote van Sebastiaan Cornelis Nederburgh, die als ambtenaar in Nederlands-Indië vertoeft. Nederburgh advocaat en commissaris-generaal van de Verenigde Ooostindische Compagnie in Nederlands-Indië en zoekt in 1800 een veilige belegging en een rustige plek om van zijn tropenjaren bij te komen. Bij de verkoop is het landgoed Sonsbeek al meer dan honderd hectare groot en de indeling komt dan al dicht in de buurt van het huidige park Sonsbeek.

In 1806 gaat het landgoed Sonsbeek over naar Baron De Smeth, Heer van Deurne en Liessel. In 1808 koopt hij het naastgelegen landgoed De Hartjesberg, maakt van beide landgoederen één geheel en noemt het 'Sonsbeek'. Dertien jaar later, in 1821, verkoopt Baron De Smeth deze goederen, inclusief de Geldersenwatermolen, voor 210.000 gulden aan Baron van Heeckeren van Enghuizen. Deze rentenier laat de Geldersenwatermolen slopen ter verfraaiing van zijn lusthof. In 1826 bouwt hij voor de overstort van de voormalige Geldersewatermolen een grot. Het beekwater laat hij over deze kunstmatige grot stromen, zodat van binnenuit het neerstortende water als een doorzichtig gordijn te bewonderen is. De zware stenen voor dit onnatuurlijke bouwwerk worden vanaf de Veluwe, voornamelijk uit het Kootwijkerzand bij Ede, aangevoerd.


 

Ligging Gelderse Molen



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders.

Diender, J. (2005). De stampende molen van de Hertog.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 17, nr. 3, herfst 2005, p. 9.

Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 14-16, 28, 50-51.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223.

Tekst: Jos Diender. Onderzoek: Joop Morsink.
Tekening: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.


 

Interieur Gelderse Molen Tekening: J. Morsink



Naar boven

Printerversie