Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Brasserie De Boerderij




Naar boven

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Tijdgenoten over ‘de Boerderij’
Literatuur


 

Boerderij



Naar boven

Overzicht

Naam: Boerderij Sonsbeek / Theeboerderij / Brasserie De Boerderij
Adres: Parkweg 2, 6815 DJ Arnhem
Bouwjaar: ca 1800
Stijl: Hallenhuis
Gebruikershistorie:
Eigenaren van landgoed de Wildbaan, later Sonsbeek:
1774-1797: Gerhard Pronck
1798-1806: Sebastiaan Cornelis Nederburgh
1806-1821: Theodorus baron de Smeth
1821-1899: Familie Van Heeckeren van Enghuizen.
1889-heden: Gemeente Arnhem

Pachters/uitbaters van de Boerderij:
1974-1988: Willem van Hooijdonk, De Boerderij, restaurant
1988-1999: Yvonne van Hooijdonk, De Boerderij, restaurant (Yvonne is de dochter van Willem)
1999 t/m 31-1-2003: Rogier en Debby Kuipers
1999-maart 2002: Pannenkoekenhuis
maart 2002-februari 2003: De Boerderij, specialiteitenrestaurant; bedrijfsleider Eric
Bastide, kok Pieter Overbosch

1-2-2003 t/m 31-12-2005 : Armand Lüneman; Pannenkoekboerderij

1-1-2006-heden: Freek Span en Tobias Haagsma. ‘Brasserie De Boerderij’, opening 2-10-2006.


 

Boerderij Sonsbeek ca 1930



Naar boven

Geschiedenis

De geschiedenis van ‘de Boerderij’, oudere Arnhemmers spreken nostalgisch van ‘de Theeboerderij’, is nauw verbonden met het gebied aan de huidige Parkweg wat vroeger ‘Wiltbaen’ heette. Hoewel de ‘de Boerderij’ zelf uit het begin van de 19de eeuw dateert, gaat de geschiedenis van de wildbaan verder terug. Hertog Karel van Gelre liet na de aankoop in 1524 van dit stuk grond een jachtgebied afgrenzen. Hij gaf ook de opdracht tot de bouw van een buitenverblijf aan de wildbaan. Ter hoogte van het eiland in de Grote Vijver verrees het ‘Gulden Spijker’. Dit kleine jachtslot stond op de fundamenten van een oudere woning met dezelfde naam. De Wildbaan begon bij dit hertogelijke verblijf en strekte zich in oostelijke richting uit tot voorbij Alteveer. De grens (‘limietscheiding’) werd in eerste instantie aangegeven met opgehoogde plaggen (de ‘pollen’). In de achttiende eeuw werden daarop grote hardstenen palen geplaatst. Aan de noordelijke zijde van de Parkweg, op een steenworp afstand van ‘de Boerderij’, is nog steeds een voorbeeld van zo’n jachtpaal te zien. Deze paal werd gebruikt om de limietscheiding tussen de landgoederen Zijpendaal en de Wildbaan, later Sonsbeek, aan te geven.

Op de oudste kaart van Arnhem, die van Jacob van Deventer uit 1560, is het ‘Gulden Spijker’ prominent ingetekend. Tegenover het spijker is bebouwing te ontwaren, maar onduidelijk is of dit een boerderij is. We weten dus niet of dit gebouw al een mogelijke voorganger van de huidige boerderij is.
Op de ‘Kaart van Zijpendaal’ uit 1753 van landmeter W. van Leenen is ook een gebouw te zien aan de wildbaan, maar daarvoor geldt hetzelfde als voor de kaart van Van Deventer.
Meer duidelijkheid wordt verkregen als Gerhard Pronck, burgemeester van Arnhem, rond 1770 stelselmatig gronden in het noorden van Arnhem begint op te kopen.
Op 5 maart 1774 wordt Pronck voor fl. 26.189,00 eigenaar van de ‘Wiltbaan’ (noot 1). Tot dat bezit hoort ook een boerderij, de ‘Bouwhof’, bestaande uit ‘Huys met stalling, berg (=hooiberg) en schaapschot (=schaapskooi)’. In 1790 verpacht Pronck de bouwhof aan Carel te Winkel voor een periode van zes jaar.
Pronck is een liefhebber van de flora, vooral exotische en zeldzame bomen, planten en struiken hebben zijn aandacht. Hij laat daarom naast de boerderij aan de wildbaan een oranjerie bouwen
In 1797 biedt Pronck de Wildbaan, nu ook buitengoed Sonsbeek geheten, met alle landerijen en gebouwen te koop aan. De laatste gouverneur-generaal van de VOC in Indië, mr. Sebastiaan Cornelis Nederburgh, is – via zijn vrouw Elisabeth Geertruy Scheltus - de koper. De koop wordt notarieel vastgelegd in 1798 en voor het gehele landgoed wordt fl. 96.000 neergeteld. Twee jaar na aankoop arriveert Nederburgh in Nederland en kan hij zijn nieuw verworven bezit bezichtigen.
In 1806 gaat de Wildbaan/Sonsbeek voor fl. 110.000 over in de handen van Theodorus baron de Smeth. Twee jaar later koopt hij voor een bedrag van fl. 63.000 ook het terrein van de Hartgersberg waarop een groot buitenverblijf, de ‘Witte Villa’, staat. Het geheel (Wildbaan/Sonsbeek en Hartgersberg) noemt De Smeth Sonsbeek, waarmee de benaming Wildbaan als afzonderlijk landgoed verdwijnt. De Smeth laat o.a. de Grote Vijver aanleggen, een gezichtsbepalend onderdeel vanaf de voormalige wildbaan. In 1821 gaat het geheel over in handen van H.J.C.J. baron van Heeckeren van Enghuizen.
In datzelfde jaar wordt het gehele grondgebied van Arnhem opgemeten. In 1832 dient deze kaart als basis voor de kadastrale administratie.
Op de kadastrale kaart uit 1821 (Gemeente Arnhem, Sectie N, Zonsbeek, Tweede Blad) heet het terrein rondom de huidige boerderij ‘de Wildbaan’.
De gegevens uit de kadastrale administratie van 1832 geven voor dit terrein vier perceelnummers aan: N 134 t/m 137.
N 134 wordt beschreven als ‘hs.schuur.erf’, heeft een oppervlakte van 8.50 hectare en wordt voor fl 12,00 aangeslagen in de belastingen.
N 135 wordt betiteld als ‘orangerie’, is 3.60 hectare groot en wordt voor fl 30,00 aangeslagen in de belastingen.
N 136 wordt ‘huis en erf genoemd’, neemt 16.10 hectare in beslag en wordt voor fl 36,00 aangeslagen in de belastingen.
N 137, het terrein tussen de grote vijver en de hierboven genoemde percelen, wordt beschreven als ‘terr.v.vermaak’, heeft een oppervlakte van 36.80 hectare en wordt voor fl 36,00 aangeslagen in de belastingen.
Eigenaar van alle percelen is Hendrik Jan Carel Jacob baron van Heeckeren van Enghuizen, rentenier.

De bebouwing van de percelen 134 en 135 verdwijnt in de loop van de 19de eeuw. Het ‘huis en erf’ van perceel 136, ook het gebouw met de hoogste belastingaanslag van de drie gebouwen, blijft bestaan en gaat na verloop van tijd door het leven als ‘de Boerderij’. Waarschijnlijk is deze boerderij niet ‘de bouwhof’ waar in 1790 sprake van is, maar een nieuw opgetrokken boerenhoeve. Het blijft onduidelijk wanneer deze boerderij exact is gebouwd, maar we nemen aan dit rond 1800 is gebeurd.

Als in 1899 de familie Van Heeckeren van Enghuizen het landgoed Sonsbeek aan de gemeente Arnhem verkoopt, wordt de laatste ook de eigenaar van de boerderij. De gemeente laat de hekken rondom het park verdwijnen en voor het eerst is het landgoed vrij toegankelijk voor alle Arnhemmers, die daar in grote getale gebruik van maken.
In 1932 worden de agrarische activiteiten op de boerderij gestopt en wordt de hoeve een horeca-uitspanning: theeschenkerij ‘de Boerderij’. In de loop der jaren wordt o.a. Th.W. Claassen, zoon uit de familie Claassen die voor de oorlog een aansprekend deel van de Arnhemse horeca in bezit had (Café-restaurant Royal aan het Willemsplein, Hotel Te Roller/Victoria aan de Bovenbeekstraat, Hotel de Pauw in de Pauwstraat) eigenaar van de boerderij. Th.W. Claassen jr. zelf bezit ook het Parkhotel aan het Willemsplein.
Het is in deze jaren en het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog dat de boerderij faam verwerft als ‘Theeboerderij’. De benaming ‘theeschenkerij’ ging over op het Sonsbeekpaviljoen. Arnhemmers en toeristen die het zich konden veroorloven begonnen met een drankje op het terras van het Sonsbeekpaviljoen om, na een wandeling door het park, de wandeling te besluiten met een consumptie bij de Theeboerderij.

Vanaf 1974 vestigt zich een tweede roemruchte Arnhemse horecafamilie in De Boerderij: de familie Van Hooijdonk (o.a. Central-National, Riche). Vader Willem en dochter Yvonne maken er een restaurant van. Ze schrappen de naam ‘Theeboerderij’ en maken er ‘De Boerderij’ van om deze veranderde functie te onderstrepen.
Vooral vanaf de jaren negentig van de 20ste eeuw volgen verschillende uitbaters elkaar snel op; het gebouw blijft eigendom van de gemeente.
Tweemaal gaat de boerderij door het leven als pannenkoekenrestaurant, maar evenzovele malen lukt het niet om het hoofd boven water te houden. Dat geldt helemaal voor de ambitie in 2002 om een ‘Michelin-sterren-restaurant’ van de boerderij te maken. Binnen een jaar concluderen de eigenaren dat dit te hoog gegrepen is.
Op 1 januari 2006 komt de boerderij in bezit van het horecaduo Freek Span en Tobias Haagsma, die na een flinke renovatie van enkele maanden, er op maandag 2 oktober 2006 de ‘Brasserie De Boerderij’ openen.

De boerderij, bestaand uit het vroegere woongedeelte (rechts) en een schuur (links) hebben van buiten hun 19de eeuwse karakter bewaard. Het woongedeelte behoort tot het hallenhuistype met een middenlangsdeel. Het imposante wolfsdak rust op de originele ankerbalkgebinten. De luiken hebben in de loop van de jaren verschillende kleuren en vlakverdelingen gekend, van blauw-wit en rood-wit geruit in vroeger jaren tot effen rood (jaren tachtig en negentig van de 20ste eeuw). Binnen is de gewelfkelder ook nog origineel 19de eeuws. De indeling binnen is door de verschillende horecapachters keer op keer veranderd en heeft vrijwel geen authentieke onderdelen.
De idyllische boerderij - met het dak dat bijna de grond raakt, de fel geschilderde luiken (donkergroen/zwart en rood) die afsteken tegen de lichtbruine bakstenen gevel - maakt alle romantiek en nostalgie in de mens los. Dit in combinatie met het magnifieke uitzicht over de Grote Vijver zal in de toekomst ook weer veel bezoekers naar ‘de Boerderij’ aan de voormalige wildbaan lokken.


 

Boerderij Sonsbeek ca 1960



Naar boven

Tijdgenoten over "de Boerderij"

Een wandeling rond 1900
“Nog enkele schreden en de wandelaar ziet zich aan den oever van een grooten vijver verplaatst, die een allerverrukkelijkst gezicht oplevert, dankzij alweder de met bijzonderen smaak gegroepeerde boompartijen, het eilandje, de boerderij aan den overkant en zoo meer. Licht en schaduw doen hier wonderen. Dat merkt men eerst terdeeg op als men een wandeling om den vijver doet. Welk een verschil het gezicht van den waterval op de boerderij, en dat van de bank onder de zware linden voor de boerderij op het boschje boven den waterval!”
Bron: Arnhemsche Courant, dinsdag 18 April 1899.


 

Boerderij Sonsbeek ca 1903



Naar boven

Literatuur

Arnhemsche Courant, o.a. 18-4-1899.

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders. pp. 28-33.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 23.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (2004). Verliefd op Arnhem. Deel 5.
Arnhem: Uitgeverij Ellessy i.s.m. De Gelderlander. pp. 68-69.

De Gelderlander; o.a. 13-2-2002, 28-1-2003, 1-2-2003, 12-10-2005, 4-11-2005.

Diender, J. & Morsink, J. (z.jr.). De IJskelder van baron De Smeth.
Arnhem: Bezoekerscentrum Sonsbeek.

Diender, J. & Morsink, J. (2006). De IJskelder van baron De Smeth.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 26, nr 1, maart 2006, pp. 26-28.

Hasselt, G. van (1790). Kronijk van Arnhem.
Arnhem: W. Troost en Zoon. pp. 11.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 281-282.

Kooi, C.M. (2006). Sonsbeek. Hoe komt het park aan die naam?
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 26, nr 1, maart 2006, pp. 21-25.

Kuyk, G.A. (1914). De geschiedenis van het landgoed Sonsbeek bij Arnhem.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XVII, 1914, pp. 85-119.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820. pp. 91-96.

Otten, C. (2002). Historie Grote Vijver verdient veel meer aandacht.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek),
jrg. 14, nr. 1, lente 2002, pp. 4-6.

Schulte, A.G. (1998a). Van landgoed tot stadspark.
In: Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders. pp. 23-53.

Schulte, A.G. (1998b). Monumenten in het park.
In: Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders. pp. 123-153, m.n. pp. 146-147.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 45-46.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223, pp. 204-206.

Vrije Volk, 8-9-1971.





Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.
Foto’s 2006: Stijn de Vries.

Noten
1. Datum en bedrag van aankoop worden aldus genoemd in Kuyk (1914, p. 114). Ook Beek (1989, p. 29) spreekt van het jaar 1774.
Schulte (1998a, p. 30, 45) noemt ‘1775 of later’ cq ‘1776’.




 


Naar boven

Printerversie