Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
    Arnhemse Buitenschool
       Ontstaan en Begintijd
       Lesdag 1943-1948
    Christelijk Lyceum Utrechtseweg
    Witte School
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Voorgeschiedenis en ontstaan Buitenschool

Tekst: Ben Siebenheller
Redactie: Jan de Vries



Naar boven

Boswachterswoning Uitspanning


Uitspanning, ca 1903 



Naar boven

Het bosrijke landgoed Klarenbeek kwam in 1807 in handen van de familie Van Pallandt. De familie betrok het landhuis ten zuiden van de Roosendaalseweg verwoest in de Tweede Wereldoorlog) en kocht ook de nabijgelegen landgoederen als Angerenstein en Rennenenk.
De boerderij aan de Bosweg, ten noorden van de Roosendaalseweg, kreeg ook de functie als boswachterswoning. Toen het bezoek aan het landgoed steeds meer toenam breidde de boswachterwoning zich uit tot een uitspanning waar wandelaars een verfrissing konden krijgen. Door J. Vruggink werd voor de dorstige wandelaars een theeschenkerij gehouden. Men moest wel de thee en proviand zelf meebrengen. Voor het bereiden en serveren werd 10 cent per persoon in rekening gebracht. Op de plaats van deze boerderij, gelegen aan de Bosweg, werd in 1908 een hotel-pension gebouwd met de naam van het voormalig klooster: Monnikhuizen.



Naar boven

Hotel-Pension Monnikenhuizen




Naar boven

Het Hotel-Pension was ontworpen door een van de architecten van de Dienst Gemeentewerken van Arnhem, G. Versteeg.



Naar boven


Hotel-Pension Monnikenhuizen Achterzijde met terras, ca 1915



Naar boven

Hoofdgebouw Buitenschool


Hotel-pension wordt Buitenschool De verbouwing in 1930.



Naar boven

In de jaren twintig groeide het besef bij behandelende geneesheren en de bestuurders van de stad Arnhem, dat kinderen met een zwakke gezondheid het gewone schoolregime, met zijn lange en te weinig onderbroken leertijd, niet meer konden volgen. Daarbij kwam nog dat de schoollokalen niet deugden door de min of meer bedorven lucht en zelfs een potentieel gevaar vormde voor de prea-tuberculose kinderen. Hun geest zou zich hier nog wel kunnen ontwikkelen echter ten koste van hun gezondheid.

"Kent ge Dientje? Daar zit ze, op de tweede bank van de middelste rij. Men kan 't haar aanzien, dat zij moeite heeft rechtop te blijven zitten. Over haar bleek, smal gezichtje ligt een trek van vermoeidheid. Ja,moe is ze, niet zozeer van het leren, want zijkan 't onderwijs we; volgen, haar geestesvermogens zijn goed, maar haar zwak lichaam kan niet tegen de vermoeienissen van het gewone schoolleven. Het eerste uur, och, dan gaat het nog wel, maar in 't tweede uur begint 't al, het moe-worden. Zij zou zo graag willen rusten, maar neen, dat gaat niet--de andere kinderen zijn immers niet moe en werken vlijtig door. "Ben ik dan zo lui?"is de martelende vraaag, die telkens bij Dientje opkomt--en zij spant zich in om weer flink door te werken--even daarna is zij nog vermoeider dan zo even.Neen,Dientje, gij en uw honderden zwakke lotgenootjes sie een deel van onze bevolking uitmaken, ge zijt niet lui, ge wilt wel, maar ge kunt niet.
Uit: Propagandafolder van de Vereeniging Arnhemsche Buitenschool

In analogie met een aantal andere steden in binnen-en buitenland vormde zich in de stad een commissie tot oprichting van een gezonde school voor het zwakke kind. In het bestuur namen plaats:
Dr.L.J. Lans als voorzitter
Mr.P.J.A. Jordens als penningmeester
H.J. Jebbink als secretaris en
W. Keller, J.D. Ninck Blok, H.C.Schuurman en Mr.dr. R.J. Vissser als leden, terwijl in de propaganda-commissie W. Keller, J.A. Rodbard en P.J.C. Spandaw zitting namen.

En zo ontstond aan het einde van de rumoerige jaren twintig een voor de stad Arnhem een unieke vereniging: DE ARNHEMSCHE BUITENSCHOOL.
De vereniging had tot doel een school op te richten waarin kinderen normaal les konden krijgen, waarbij zij zoveel mogelijk buiten in de openlucht verbleven, met meer rust en goede voeding. Bij goed weer een verblijf in de buitenlucht, bij slecht weer in overdekte ruimten met een rustpauze na iedere les. Zij komen dan 's morgen en krijgen een boterham, 's middags een warme maaltijd en 's avond weer een boterham. Tussen de middag zullen de kinderen een uur rusten en proberen te slapen.

Toen er zicht was op voldoende geldmiddelen werd de gemeente gevraagd een geschikt terrein ter beschikking te stellen. Deze vraag werd aldus geformuleerd: ter beschikking stellen van het hotel-restaurant "Monnikkenhuizen met omliggende terrein van de Vereeniging "De Arnhemse Buitenschool"…..enz.

Verder valt hierover in de raadsverslagen het volgende te lezen:
- 606. ond. Gelezen het bericht van de commissie voor gemeentewerken d.d.16 Augustus 1929, no 31, op het schrijven van den directeur der gemeentewerken d.d. 8 Augustus 1929, no 3180/54, houdende toezending van de plannen, met bijbehorende begrooting, voor het op- en inrichten van een buitenschool op Monnikkenhuizen.
- Gelet op het schijven van den directeur der gemeentewerken d.d. 5 September 1929, no 3180/62: Burgemeester en wethouders herinneren de Raad aan, dat in zijne vergadering van 15 October 1928 in beginsel werd besloten om het gebouw van het hotel-restaurant "Monnikkenhuizen"met omliggende terrein, zodra mogelijk, onder door den Raad nader in te stellen voorwaarden, kosteloos ter beschikking te stellen van de Vereeniging "De Arnhemsche Buitenschool"
- In de Raadsvergadering van 30 juli 1929 werd besloten dat de pacht van genoemd hotel-restaurant, aan J.W.Peters bij openbare inschrijving verpacht krachtens het Raadsbesluit van 22 December 1924, no 8287, zal eindigen zoodra de Vereeniging "De Arnhemsche Buitenschool" de beschikking zal hebben verkregen en dat de pachtsom gerekend van 1 April 1929 af zal worden teruggebracht tot f 6,- per week.
Op het laatstvermelde Raadsbesluit werd door Gedeputeerde Staten goedkeuring verleend bij hun besluit van 14 Augustus 1929, no 293.

In zijn genoemd schrijven geeft de directeur van gemeentewerken aan, hoe het hotel-restaurant zal moeten worden verbouwd en wat verder bijgebouwd en ingericht moet worden om een goede inrichting van de school te verkrijgen. Beide partijen gaan met de plannen akkoord.
Het bestaande gebouw zal moeten worden verbouwd en hoofdzakelijk ingericht worden tot externaat van de school. Hierin moeten op de begane grond komen een eetzaal met keuken en bijkeuken, het gymnastieklokaal, toiletten, wasgelegenheid en op de verdieping een isoleerkamer, artsenkamer, directiekamer en badinrichting en op de zolder moet eventueel een conciërge kunnen wonen. Op het aangrenzend terrein ten NW van het hoofdgebouw zullen drie overdekte (NZ georiënteerde) leslokalen worden gebouwd. Ten westen daarvan komen dan twee overdekte lighallen (ZO geprojecteerd), elk met dertig bedden in een lijn. In het midden van de hal komt een klein vertrekje voor het toezichthoudend personeel. Ten noorden van de leslokalen komen drie openluchtklassen (later leskuilen genoemd) beschut door een hoge heuvel en beplanting. De bouw en verbouwing liepen voorspoedig, want op 3 september 1930 kon de school feestelijk worden geopend en medio van deze maand de eerste 19 leerlingen worden begroet. Het maximum aantal van 60 leerlingen was al na een maand bereikt en werd al een wachtlijst gehanteerd. De verdeling van de leerlingen was op 31 december 1930 als volgt: klas I 12 leerlingen
Klas II 6 ,,
Klas III 21 ,,
Klas IV 11 ,,
Klas V 6 ,,
Klas VI - ,,
Klas VII wel gepland doch niet uitgevoerd
In elk leslokaal zaten drie groepen van 20 leerlingen, met 1e groep kinderen uit 1e,2e en 3e leerjaar, groep 2 met 3e en 4e leerjaar en groep 3 met 4e, 5e en 6e leerjaar.
Uit de jaarverslagen blijkt dat in het algemeen de lokaliteiten goed voldeden en veelvuldig de deuren in de drie wanden werden opengezet om maximaal van frisse lucht te kunnen genieten. Als bescherming tegen de kou, zowel binnen als buiten werd gebruik gemaakt van wollen zakken en dikke wanten. In de zomer werden de kinderen in de leskuilen met houden tegen de zon beschermd.

Bronnen
Archief Ben Siebenheller

Dijkerman, P. (1997). Scholen. Honderdvijftig jaar scholenbouw in Arnhem. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 48, 49.

Mentink, G.J. (2004). Onderwijs. In: Meurs, M.H. van e.a. (red.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 230-267, pp. 241.

Rhoen, R.P.M. (1986). Klarenbeek in de wandeling. Arnhems eerste stadspark 1886-1986. Arnhem: Gemeentearchief Arnhem. pp. 9, 33, 34, 35.



Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.



Naar boven

Printerversie