Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
    Arnhemse Buitenschool
       Ontstaan en Begintijd
       Lesdag 1943-1948
    Christelijk Lyceum Utrechtseweg
    Witte School
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Een lesdag 1943-1948

De weg naar school

Een dag op een bijzondere school 1943-1948
Ben Siebenheller, juli 2008.

Nog wat slaperig liep ik de Oranjestraat af naar de tramhalte aan de Utrechtseweg en even over half acht stapte ik op lijn 1 richting Velp. Om mijn nek hing een groene maandritten kaart en daarin waren al diverse gaatjes van verschillende vorm en afmeting geknipt. Als kleine jongen was ik door mijn astmatische-bronchitis (nu cara genoemd) genoodzaakt de fraterschool aan de Utrechtseweg te verruilen voor de Buitenschool op Monnikenhuizen. Als gevolg van steeds ernstiger wordende benauwdheid kon ik op deze school niet zo goed meekomen, het tempo lag te hoog en de klaslokalen waren mede door de grote hoeveelheid leerlingen erg benauwd. Daar raakte ik van in de war en werd met de dag zenuwachtiger, hetgeen een sterke invloed had op de concentratie. De geraadpleegde dr. Nick Blok regelde voor mij met spoed een plaatsje in de tweede klas van de Buitenschool.
En nu was ik op weg naar Monnikenhuizen. De tram was op tijd en de bestuurder groette mij vriendelijk toen ik hem de kaart onder zijn neus hield. Hij kende mij en wist precies wat ik ging doen en waar ik heen moest. Een mooi stervormig gat sierde de rittenkaart, deze had ik nog niet. Om te voorkomen dat als ik de kaart zou verliezen en dus niet meer met de tram zou kunnen, had mijn moeder onder de revers van mijn jasje met losse steken een kwartje genaaid. Zo kon ik in geval van nood toch thuis komen. Met een sprong dook ik op de harde zitbank achter de bestuurder en op deze plek kon ik links en voor mij uit alles goed zien. De weg kende ik wel op mijn duimpje. Bovenover langs het ziekenhuis en de villa Rhijnstein. Vlak voor de evacuatie was de villa door de Buitenschool in gebruik genomen zodat veel kinderen niet meer de toch wel riskante reis behoefden te maken. Achter deze tijdelijke school was een grote schuilkelder gemaakt en een paar maal in de week moesten we oefenen hoe snel we daar een veilig heenkomen konden vinden.
De reis ging verder langs de hogere school, het Jodenkerkhof en de Soos en zo met een hoge snelheid de steile Utrechtsestraat af tot aan het station. Ook nu was het druk en veel mensen stapten in. De meesten hadden een tas of een broodtrommeltje onder armen, ze gingen naar hun werk elders in de stad of in de buitenwijken. Via het Willemsplein, waar altijd veel trams stonden opgesteld, over de Janssingels met de mooie altijd spuitende fonteinen naar het Velperplein. Bij Musis Sacrum liep de tram snel vol met werkers voor de AKU en deze vervolgde zijn weg over de Steenstraat, langs de mooie bioscoop. In dit theater heb ik twee jaar daarvoor een wedstrijd een hele grote taart gewonnen. Je moest gewoon een echt orkest dirigeren en aangezien ik dat als enige deed met twee zwaaiende armen won ik de hoofdprijs.
De Velperpoort onderdoor langs de HBS waar mijn opa een tijdje gewerkt heeft als portier en manus van alles en zo was ik al bij de Raapopseweg, hier moest ik er uit. Vriendelijk zei ik de bestuurder gedag en liep op een drafje de bult op, boven aan rechtsaf en bij het Vitesseterrein links langs de vijvers en de mooie sloten.



Naar boven

In de school


Klas 6 bij afscheid in leslokaal Met natuurlijk de openstaande deuren naar de frisse buitenlucht.



Naar boven

Ik had nog heel even de tijd, want de schooldeur zou pas om kwart over acht dicht gaan en begon over de sloot te springen op zoek naar een kikker of ander dier. Daar kon je dan lekker de meisje mee pesten. Nog net op tijd kon ik de deur binnenglippen en hijgend happend naar adem stak ik automatisch mijn handen vooruit. Elke ochtend werd je namelijk gecontroleerd of je handen schoon waren en er geen rouwrandjes aan je nagels zaten, anders zwaaide er wat. Een flinke preek was wel het minste dat je dan kon verwachten want reinheid stond als eerste in het vaandel van de school. Vandaag had ik weer geluk, alleen mijn handen stonken naar het slootwater, maar op reuk werd niet gecontroleerd. Aan de andere kant wel pech want ik was m'n kikker kwijt.
Vlug mijn jas opgehangen en tanden gepoetst en toen de eetzaal in. Je moest vooral niet vergeten het personeel vriendelijk te groeten, beleefdheid en orde was de tweede opvoedende taak. Ik ging op mijn plaats op de derde rij zitten, vlak bij het raam zodat ik lekker naar buiten kon kijken naar de grote kastanjeboom op de speelplaats, de boom zat al aardig vol. Na een korte stilte om te bidden mocht je beginnen aan de boterhammen en de melk. Soms was er pap in plaats van boterhammen. Op de eerste twee sneetjes kreeg je beleg en at je meer, dan moest je het doen met alleen boter. Geen ramp als je honger hebt, is dat ook lekker en thuis kreeg ik ook nooit meer belegd brood. Iedere dag was er melk, volle.. afgewisseld door zure karnemelk. En over de pap kom ik nog te spreken. Een kort gebed, naar de toilet, handen wassen en dan snel via de speelplaats naar je klas. De drie leslokalen waren ingericht voor twee klassen en er werd klassikaal les gegeven waarbij er voldoende tijd was voor extra begeleiding van achterblijvers. Ik zat al die jaren bijna altijd alleen in de voorste bank van de rechter rij en kon zodoende niets uitvoeren zonder dat de juf naast me stond om zonodig mijn linker oor om te draaien. Aan drie kanten van het lokaal konden de ramen worden geopend en de glaspuien worden opengeschoven. Zo ook vandaag: de zijwanden gingen open en zorgden voor een goede ventilatie. Soms was dat wel erg koud, maar het voordeel was wel dat de lokalen nooit stonken en je gratis kon genieten van alle geluiden van buiten. De juf wist ook veel over alle vogels te vertellen. Naast het bord en op een zijwand hingen mooie kaarten, zoals landkaarten en afbeeldingen van beroepen of een over dieren op de boerderij. O ja, als dan de juf daar over begon te vertellen en ze kwam met dan aanwijsstok in de buurt van bijvoorbeeld het varken, dan begon de hele klas spontaan luidkeels te knorren. Met een klap met de aanwijsstok op de eerste bank, waar ik dan toevallig ook zat, maakte zij een eind aan het kabaal. Ondertussen zat ik bleek van de schrik met de armen over elkaar. De namen van de juffen van de eerste klassen ben ik helaas vergeten, maar van de laatste klassen waren dat de strenge mej. Schuitema en de lieve en zachte mevr. Berghuis. Deze laatste woonde ook op Lombok en ik heb veel boodschappen voor haar gedaan. Het was vandaag luidruchtig in de middelste klas, er was aardrijkskunde en ditmaal was de provincie Groningen aan de beurt: Groningen-Hoogezand-Sappermeer-Scheemda-Winschoten-Oude-pekela-Nieuwe Pekela- Stadskanaal, klonk het op een dreun. Zo af en toe nam iemand de kortere weg via Veendam en Wildervank. Wij hielden ons toen bezig met het klassikaal opdreunen van de vele tafels. Soms spelen die geluiden nog wel eens door mijn hoofd.

Tussen het lesgeven door een korte pauze voor een beker melk, het lijfdrankje van de school.
Aan het begin van het middaguur mocht je een half uurtje vrij spelen en daar de zon vandaag scheen was dat op de speelplaats bij de eetzaal of bij de fietsenstalling. Om de benauwdheid wat te verminderen kregen enkele kinderen van 10 jaar of ouder van de school een mentholsigaret, Alaska, aangeboden. Ook ik behoorde later tot die groep die regelmatig stond te puffen naast het fietsenhok. Over teer en andere verontreiniging had men kennelijk niet veel kennis, maar uiteindelijk gaf de menthol wel verlichting. Kom er nu maar eens om, roken op doktersadvies.
De bel luidde voor de middagmaaltijd, die dit keer bestond uit een flink bord lammetjespap en je kon menigeen horen zuchten, trouwens dat deden ze ook bij de broodpap, de havermoutpap en alle andere papjes. Soms vond je het wel lekker, maar een andere keer kreeg je geen hap door de keel. Geen nood gewoon nablijven na het warme eten en net zo lang proberen tot alles op was. Kunstjes met knoeien, terug spugen ed. werden onmiddellijk afgestraft met een nieuwe volle opscheplepel. En de aanhouder, dus de school, won altijd.
In het algemeen konden de kinderen van groot tot klein goed met elkaar opschieten, weinig ruzie en pesterijtjes, hooguit werden de RK kinderen nageaapt met het maken van een kruisteken. Maar daar waren ze allang aan gewend. Na het hygiënisch onderhoud was het tijd voor een middagdutje, een slaapuurtje in en van de lighallen. Jongens en meisje werden strikt gescheiden en je lag om en om in de bedden en bij goed weer in onder de blote hemel. Ook was er altijd "bewaking" en o wee als er wat op je gedrag was aan te merken. Zo ook deze middag, het liep bij mij mis en ik werd na een standje verbannen naar de meisjes afdeling.
Uitgerust en wel begon iedereen aan het middagprogramma. Een groep ging naar de gymzaal voor wat rek en strekwerk, waarbij natuurlijk het klimrek favoriet was of de rekstok voor de meisjes. De tweede groep had vandaag handenarbeid in het hoofdgebouw en daar werd wat geknipt, geplakt en voor de gevorderden flink weggezaagd. Persoonlijk vond ik dat het leukste uur met een fijne begeleider.



Naar boven

Les in de leskuil


Klas 5 en 6 in de leskuil, 1948 



Naar boven

Mijn klas was aangewezen op les in de buitenlucht in de leskuil. Lekker in het zonnetje en dicht bij de vogeltjes, de konijnen en soms ook bij de plaatselijke eekhoorn. De leskuilen waren zo in een begroeide berm ingegraven dat de zon nooit in je gezicht kon schijnen. Als je achteraan zat kon je dan niet altijd even goed op het bord kijken, maar daar zat je niet zo mee. Je kon dan al je aandacht besteden aan de omringende natuur en die was mooi. Ook als het in de winter mooi weer was, moest je naar buiten, dikke trui of jas aan en als het heel koud was kreeg je een warme wollen zak voor je benen. Je kon er lekker inzakken tot aan je heupen. Handschoenen aan, zwarte oorkleppen met de stalen banden op en maar trachten niet de bevriezen en proberen toch te schrijven. En dat alles voor je eigen gezondheid.
Liever was ik vandaag met de klas het bos ingegaan, lekker onderweg ravotten of al lopende mooie afbeeldingen in je wandelstok snijden. Achter de school ligt het park Klarenbeek met de mooie wandelpaden en een klein voetbalveldje, waar we maar zelden op mochten voetballen, dus dan maar de meiden pesten. Tweemaal in de week was het verplicht douchen, hiertoe waren op de verdieping een zes of zevental douchecabines met stromend warm en koud water. Ik herinner me nog alleen het koude water want met het warme was men niet scheutig. Na het wassen moest je je altijd met koud water afspoelen en tot overmaat van ramp moest je nog een flink aantal keren onder de koude straal voor- en achteroverbuigen. Daarna was de volgende groep aan de beurt. Hij of zij (het was niet gemengd badderen) die schoon was werd grondig geïnspecteerd op schone oren, haren en goed gedroogde tenen i.v.m. huidschimmel. Eens in de paar weken werd je tevens gecontroleerd door de schoolarts, dr. Jebbink of een verpleegster, gewogen en beklopt en beluisterd. Niets werd vergeten en alles werd keurig netjes opgeschreven en beoordeeld. Had je klachten, dan kon je die ook aan de dokter vertellen, maar je liet dat wel wijselijk, zoveel ontzag had je voor de directrice mw. Ostendorf. Zij hoorde en wist alles en was heel erg streng en haar straffen waren niet mis, zoals ik later zou ervaren. Haar straffen varieerden van "foei" tot het verwijderen van de school en alles daar tussen wat denkbaar is, nee zij had het goed voor elkaar. Regelmaat, netheid en ordelijkheid werden je goed ingeprent, niettemin was het, buiten het eten om, een goede en fijne school.

Keren we terug naar de actuele dag, dan was een kort speelkwartiertje aangebroken alvorens aan tafel te gaan voor de warme maaltijd. Het was vrijdag en dus werd er in verband met de katholieke leerlingen vis geserveerd en dat was, evenals bepaalde papsoorten voor een aantal bijna onoverkomelijk. Zo ook voor mij. Er was vis waarvan de graten verwijderd waren, althans dat werd gezegd en juist ik die een slechte vis eter was kreeg ik er een in de keel en ik had het al de hele dag benauwd. Het weer toevertrouwen van de inhoud van mijn mond aan het bord werd gezien als opzettelijk spugen en direct beloond door een extra schep aardappels. Aangezien deze aardappels naar vis smaakte (kookwater-vis?) was voor mij de maat vol. Tranen hielpen niet en naar mij luisteren was er niet bij. Nablijven en toch alles opeten. Ik bleef alleen in de zaal over en mocht eindelijk een uur later naar huis. Ik voelde mij verlaten en verdrietig en ik besloot nooit meer naar deze school terug te gaan of op z'n minst daar nooit meer te eten. Uiteindelijk ben ik toch nog vijf jaar (tot 1948) gebleven, wel met het gevolg dat ik nooit meer van mijn leven vis heb gegeten en ik met een wijde boog om een viskraam heen loop. Soms zie ik de eetzaal weer helder voor mijn geest.

Goed, ik naar huis met een bijna lege maag en die begon te knorren. Toen ik op de tram stapte, dacht ik aan het kwartje voor noodgevallen en ik vond dat dit wel een noodgeval was. Halverwege de Steenstraat was een winkel die chocoladerepen verkocht en voor dat kwartje zou ik er toch minsten twee kunnen kopen. Met een niet geheel lege maag kwam ik natuurlijk veel te laat thuis, mijn moeder ongerust en mijn vader kwaad. Ook dat kwartje viel verkeerd en dus eindigde ik ietwat te vroeg in bed met een maag die knorde alsof de tafel van tien werd opgezegd.

Begin 1948 viel in de 5e klas het volgende voor: We hadden tekenles van mej. Schuitemaker en ik zou een narcis natekenen. Daar ik wel aardig kon tekenen had ik voor het einde van de les de tekening klaar en leverde deze bij de juf in. Ik zag haar gezicht vertrekken en ze vroeg of ik deze had overgetrokken; nee dus. Zij geloofde dat niet en de papieren werden over elkaar gelegd. Welles nietes, ik moest naar de directrice, oei ! Ik had al eerder met haar te maken gehad. Ik hield voet bij stuk en de kwestie escaleerde zodanig dat ik van school werd verwijderd. De controlerend arts en mijn vader wisten haar te overtuigen en ik mocht weer terugkomen, maar het ging niet meer van harte. Na een verblijf van 6 weken in een vakantiekolonie was is zover opgeknapt dat ik in dat jaar toch van school werd gehaald en weer bij de fraters terecht kwam. Twee dingen had de directrice toch bereikt, naast mijn gezondheid had ik ook mijn zelfvertrouwen weer terug.

Tekst en foto's: Ben Siebenheller , een dankbare leerling van 1943-1948.



Naar boven

Printerversie