Slijpwatermolen

Slijpwatermolen Rekening: Joop Morsink


Aan de St. Jansbeek stonden eens tien watermolen, waarvan zeven buiten de stadsmuren. Binnen de stad werden nog drie molens aangedreven door het water van de beek.
Als we de Jansbeek stroomafwaarts volgen, dan vinden we de derde en laatste binnenstadsmolen ter hoogte van de huidige hoek Lang- en Vossenstraat, niet ver van de monding van de Jansbeek in de Roermondsgracht.


Overzicht

Naam: Slijpmolen
Ligging: Langstraat, Arnhem
Periode: 17e eeuw
Type molen: watermolen, onderslagtype
Productie van molen: koren

Onderstaande tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Morsink, J. (z.jr. / 2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek. Arnhem; onuitgegeven.


Geschiedenis

Bij de vele vergunningen die door het Arnhemse stadsbestuur in de zeventiende eeuw zijn verleend aan lieden die zich binnen de stadsmuren van Arnhem willen vestigen, is ook een vergunning voor het laten draaien van een slijpwatermolen op de St. Jansbeek. Vermoedelijk is de vergunning rond 1645 verleend. De vergunning is aangevraagd door twee wapensmeden, ‘klingmaekers’ , die uit het Duitse Solingen zijn gevlucht. Voor het slijpen van hun producten bouwen zij een watermolen op de Jansbeek. De gemaakte bouwkosten moeten door de wapensmeden in vier jaar worden terugbetaald.
De Slijpwatermolen heeft waarschijnlijk gestaan op de kruising van de Langstraat en de Vossenstraat, de plaats die nu nog Molenkom wordt genoemd. In de zeventiende eeuw is de plaatsaanduiding, de watermolen aan de St. Jansbeek op de hoek van de Langstraat en de Vossenstraat tegenover de ringmuur.

Gezien het vlakke beekbeloop is er op de aangegeven plaats bijna geen valhoogte te creëren (maximaal 1.20 meter) Daarom de aandrijving van de Slijpwatermolen waarschijnlijk doormiddel van een onderslagrad plaats gevonden.. De kleine hoeveelheid vervuild water die aan het eind door de St. Jansbeek stroomt is waarschijnlijk nog net voldoende geweest om de slijpstenen en de blaasbalgen voor de smidsvuren te laten bewegen. Voor het beurtelings in elkaar drukken van de ,veelal twee naast elkaar geplaatste blaasbalgen om de houtskoolvuren aan te wakkeren, is niet zoveel kracht nodig. Ook voor het ronddraaien van de grote slijpstenen in de met water gevulde bakken, die als een vliegwiel werken als ze eenmaal op snelheid zijn, is ook niet zoveel energie nodig. De draaiende massa van de zware slijpstenen zorgt voor een gelijkmatige snelheid van het gehele drijfwerk in de Slijpwatermolen. Hoe groter de slijpstenen zijn, des te gemakkelijker is het vlakslijpen. Daarom komt het nogal eens voor dat vanwege hun extra grote afmeting, oude versleten loperstenen uit een pelmolen worden gebruikt als slijpstenen in een slijpmolen.

Evenals bij de overige watermolens binnen de stadsmuren die het water van de St. Jansbeek benutten als drijfkracht, staat ook de Slijpwatermolen bij hoge waterstanden in de rivier de Neder Rijn stil. Met dit euvel hebben de ‘klingmaekers’ uit Solingen zeker twee a drie keer per jaar van doen, maar dit is gezien de wisselende werkzaamheden die in dit ambachtelijke bedrijfje zijn verricht, waarschijnlijk nooit een probleem geweest.


Literatuur

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 23, 34.

Morsink, J. (z.jr./2001). Een andere kijk op de tien watermolens in het dal van de Sint Jansbeek.
Arnhem: ongepubliceerde uitgave.

Tekst en tekeningen: Joop Morsink.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Foto-archief Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Archief Joop Morsink.
Afbeeldingen ook uit:
Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken