Tweede Wereldoorlog

Slag om Arnhem

Na de invasie in Normandië (D-day, 6 juni 1944) willen de geallieerden in één snelle opmars ook het noorden van Nederland bevrijden: Operation Market Garden. De – juist herstelde – Rijnbrug bij Arnhem is daarbij van groot belang.
Op een zomerse zondag, 17 september 1944, landen parachutisten op de hei bij Ede, Wolfheze en Heelsum. Tegen de verwachting in stuiten de geallieerde soldaten op een sterke Duitse legermacht die zich – bij toeval – met tanks en pantserwagens in de buurt van Arnhem bevindt. De Duitse troepen omvatten o.a. twee SS-panzerdivisies: de 9e SS-panzerdivisie "Frundsberg" en de 10e SS-panzerdivisie "Hohenstaufen". De eerste is gelegerd te Didam, de andere, verspreid over de Veluwe. Beide divisies staan onder bevel van Obergruppenfuehrer Willi Bittrich. De twee SS-panzerdivisies waren in Nederland gestationeerd, omdat zij bij zware gevechten aan het oostfront sterk in manschappen zijn gedaald. Niettemin hebben zij nog een aanzienlijke sterkte
Verder is er het eerste parachutistenleger, onder leiding van 'Generaloberst der Flieger' Kurt Student, en natuurlijk de reguliere Wehrmachteenheden. Het geheel staat onder leiding van veldmaarschalk Walter Model, die zijn hoofdkwartier in Hotel Tafelberg in Oosterbeek heeft.

Tegen zo’n zwaarbewapende Duitse legermacht zijn de lichtbewapende geallieerde luchtlandingsdivisies niet opgewassen. Alleen een relatief kleine groep van zeshonderd soldaten, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, bereikt via Oosterbeek de Rijnbrug. De situatie verergert doordat de algemene bevelhebber, generaal-majoor Robert E. Urquhart midden tussen Duitse troepen raakt. Hij moet zich op de Zwarteweg nummer 14 (de straat naast het Elisabeths Gasthuis) op een zoldertje schuil houden.
Na vier dagen zware strijd bij de brug, moet Frost zich, met de overgebleven soldaten, zich op donderdag 21 september overgeven aan de Duitsers. De dappere poging van Poolse paratroepen onder leiding van onder leiding Stanisław Sosabowski om de Engelsen bij Oosterbeek te hulp te schieten, mislukt. Vanaf maandag 25 september zoeken de Engelse soldaten ’s nachts over de Rijn bij Driel een veilig heenkomen. Van de tienduizend soldaten, die vier dagen eerder uit de hemel zijn gesprongen, bereiken nog maar drieduizend heelhuids de veilige overkant.
De Slag om Arnhem is op dinsdag 26 september definitief over. Wat rest is een totaal verwoeste binnenstad en een ontredderde bevolking waaraan het bevel is gegeven om de stad te verlaten.


Verwoest Arnhem

Evacuatie, plundering en bevrijding

Op 23 september geven de Duitsers het bevel dat alle Arnhemmers binnen 48 uur de stad moeten verlaten. De angst voor een nieuwe aanval en de hulp die de bevolking aan de geallieerden hebben gegeven, spelen hierbij een rol. Zo pakken de Arnhemmers zoveel mogelijk spullen bij elkaar en vertrekken uit de stad, hun huizen en bezittingen achterlatend. Zo trekken vijftigduizend evacués naar Apeldoorn, dertigduizend naar Rheden en weer anderen naar Ede of nog verder weg, naar familie of vrienden.

In de stad bleven Duitsers achter, die nu op grote schaal aan het plunderen slaan. Alle goederen uit huizen en fabrieken worden op vrachtwagens geladen en afgevoerd naar Duitsland. Toen Arnhem vanuit het oosten (via de IJssel bij Westervoort) door de geallieerden bevrijd wordt, treffen de bevrijders een verwoeste, totaal beroofde, stad aan. En dat was ook de stad die de Arnhemmers vanuit hun evacuatieadressen weer zien. Arnhem, de bevolking en het gemeentebestuur, wacht de zware taak van wederopbouw.


Evacuees in Jansstraat

(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken