1918-1940

Over de brug

De woonwijken uit het plan van 1917 krijgen in nieuwe uitbreidingsplannen (1925 en 1933) een definitieve invulling. Tussen 1920 en 1930 verrijzen allereerst verschillende welstandsafhankelijke wijken. De Geitenkamp wordt als arbeiderswijk vanaf 1918 gebouwd, terwijl voor de middenstad de Paasberg en de Hoogkamp worden ingericht. De mensen met nog meer inkomsten kunnen terecht op de Gulden Bodem.
Na 1930 worden nog meer wijken ten noorden en oosten van de stad aangelegd: Heijenoord, Sterrenberg (tussen Hoogkamp en Gulden Bodem), Alteveer en Angerenstein. Met deze wijken voor de (gegoede) middenstand verdwijnt steeds meer het natuurschoon ten noorden van de stad. Vandaar dat men voor de bouw van arbeiderswijken zoekt naar uitbreidingen ten oosten (Het Broek) en – voor het eerst - ten zuiden van de Rijn.
Door de voltooiing van de eerste vaste Rijnbrug in 1933 wordt een woonwijk in Arnhem-Zuid (Malburgen) mogelijk. De bouw en de werving van de toekomstige bewoners verloopt moeizaam. Nieuwe bewoners worden overgehaald met gratis stoffering en de eerste weken hoeft geen huur te worden betaald. In 1940 zijn zo’n 360 woningen klaar en in gebruik.


Reclame-auto voor Zuid Reclame-auto's met de oproep om in Zuid te komen wonen: 'Dit bieden wij u " De auto rijdt in Zuid op de Huissensestraat. Niet een ideale plek om Arnhemmers in Noord te overtuigen om naar Malburgen te komen. Linksachter de toren van de Eusebiuskerk

(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken