Arnhem krijgt een industrieterrein

De Eerste Wereldoorlog betekent een terugslag voor de opkomende industrie van Arnhem. Werkloosheid en rantsoenering valt de stad ten deel. Tezamen met de oorlogsvluchtelingen, die in de stad hun toevlucht hebben gezocht, is het een moeilijke tijd voor de Arnhemse burgers.

Na de oorlog krijgt Arnhem nog een klap te verduren: de Spaanse Griep. Honderden mensen sterven aan deze ziekte in de stad. Het is weer de arme bevolking, net als bij de cholera-epidemieën van de negentiende eeuw, die het zwaarst wordt getroffen.
Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt, na 1904, opnieuw een groot uitbreidingsplan voor Arnhem in ontwikkeling genomen. In dat plan van 1917 wordt het idee (uit 1915) van een groot industrieterrein op het Arnhemse Broek verder uitgewerkt. Zeker omdat de Staatsspoorwegen hebben besloten om daar een groot spoorwegemplacement aan te leggen. De laaggelegen gronden van Het Broek moeten wel vier meter opgehoogd worden, waarvoor een groot gebied in Arnhem-Noord (de latere woonwijk Alteveer) wordt afgegraven. Het zand wordt met zandtrammetjes naar het nieuwe industrieterrein gebracht. Het zandtramlijntje zal later dienst gaan doen als traject naar het te bouwen Gemeenteziekenhuis en het Nederlands Openluchtmuseum.


Industrieterrein, 1924 Een reclameaffiche voor het nieuwe industrieterrein en de nieuwe haven Veel succes heeft de reclamecampagne niet. De economie zit tegen en de erfpacht voor de grond is voor veel bedrijven een extra belemmering.

(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken