ASM

ASM ca 1895


De Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij (ASM) werd in 1889 opgericht door J.J. Prins en was, na de Enka/Aku, voor de Tweede Wereldoorlog de tweede grootste werkgever in de stad.
Op 17 augustus 1889 begonnen de werkzaamheden in een kleine draaierij en een smederij. Daarin werden vooral ketelreparaties uitgevoerd. De hoofdactiviteit bestond namelijk uit de vervaardiging van scheepsmachines. In de kleine fabriekshaven lag een langstelling en een lichtkraan die schepen met een gewicht tot 10.000 kilo kon hijsen. Al na een jaar werd de ketelmakerij vergroot en moest een hijskraan met een vermogen van 30.000 kg geplaatst worden. Na verdere uitbreidingen in 1903 en 1907 werd in 1909 de fabriekshaven vergroot

De algemene scheepsbouwcrisis in de jaren zeventig van de 20e eeuw trof de scheepswerf zwaar. De ongunstige ligging ver landinwaarts verzwakte de positie van de ASM. Door de sterk wisselende waterstanden van de Rijn kon de werf geen schepen met een grote diepgang bouwen. Daarmee werd de afstand tot de grote rederijen in zeehavensteden als Rotterdam letterlijk en figuurlijk steeds groter. In 1979 moest de werf de poorten sluiten.
Beroemd werd de scheepswerf door de bouw van de Henri Dunant, ziekenhuisschip van het Rode Kruis. De Henri Dunant II liep in 1973 van de helling. Het ruim 80 meter lange en 10 meter brede schip was uigerust met een 1040 pk sterke motor van de firma Stork.

Aantal werknemers:
1889: 8
1900: 330
1929: 250
Jaren dertig: 45
1937: 250

Op het werfterrein in de Stadsblokken zelf zijn alle gebouwen gesloopt. Hier en daar zijn nog kraanbanen en tegelvloeren te ontwaren. De kelders van het kantoor en woonhuis zijn nog aanwezig, inclusief open staande kluisdeur.
Oud-ASM personeelsleden richtten in 1979, in samenwerking met het werklozen project TAAK, De Helling op. Oud-werknemers konden elkaar op de werkplaats in de Rozenstraat ontmoeten en zo de scheepstechniek voor het nageslacht bewaren.


ASM 1955 De dwarshelling waarvan de schepen 'van stapel' liepen is goed te zien.


ASM 1964 De grote werkhal voor de offshore industrie is inmiddels geplaatst. Op de achtergrond Malburgen-West; de wijken Elderveld, De Laar - laat staan De Schuytgraaf - zijn nog in geen velden of wegen te bekennen .


Literatuur

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.). (1982/1983) Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden. Deel 7, p. 164-165. Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders.

Janssen, G.B. (2004). Middelen van bestaan. In: Meurs, M.H. van e.a. (Eds.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 108-143.

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W. (1919). Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling. Arnhem: Thieme. pp. 300-305.

Vredenberg, J. (2002). Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 53-54.

Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken