Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
    Angerenstein
    Beaulieu
    Bronbeek
    Conservatorium/Kraton
    Elisabethsgasthuis
    Grote Enk
    Heidemaatschappij
    KAB-Posttheater
    Koepelgevangenis
    Lichtenbeek
    Mariendaal Huis
    Station Klarendal
    Museum/Buitensocieteit
    (Pur)Finastation
    Rennen Enk/Insula Dei
    Rosorum
    Sterrenberg
    Valburg Amsterdamseweg
    Watertoren Stenen Tafel
    Zijpendaalseweg 2
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Museum/Buitensocieteit

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Museumdirecteuren
Kadastrale gegevens 1832
Literatuur


 

Museum



Naar boven

Overzicht

Naam: Museum voor Moderne Kunst Arnhem / Voormalig Gemeentemuseum / Buitensociëteit
Adres: Utrechtseweg 87, 6812 AA Arnhem
Bouwjaar: 1873-1875
Stijl: Eclecticisme (samengaan van neoclassicisme en neo-franse barok)
Architect: C. Outshoorn
Opdrachtgever: De Vereeniging de Buitensociëteit
Restauratie/verbouwing/uitbreiding: 1888 (J.G. van Gendt), 1953 (F.A. Eschauzier), 1969 (C. Pet), 2000 (Henket & Partners)
Gebruik bij oplevering: Buitensociëteit
Gebruik sinds 1995: Museum voor Moderne Kunst Arnhem


 

Museum voorgevel



Naar boven

Geschiedenis

De hoge uitloper van de, in de één na laatste ijstijd gevormde, stuwwal staat in Arnhem bekend als ‘Bovenover’. Dit ter onderscheid van de weg die onderaan de stuwwal parallel aan de Rijn loopt: Onderlangs. Heeft de laatste weg haar naam behouden, ‘Bovenover’ met de heuvel de ‘Zandberg’ heet sinds tijden al Utrechtseweg.
Aan het begin van de 19de eeuw staat op dit fraaie uitzichtpunt een houten uitspanning met theetuin die in de volksmond ‘de tent van Reh’ of de ‘Rehberg’ wordt genoemd, naar de eigenaar van Jan M. van Reh.
In 1845 koopt de ‘De Vereeniging de Buitensociëteit’ voor fl 20.000,00 het gebouw en vestigt er een sociëteit. De bestaande gelegenheid de ‘Groote Sociëteit’ aan de Koningstraat was letterlijk en figuurlijk een besloten plek. Nieuwkomers in Arnhem, vooral de rentenierende oud-Indiëgangers, voelden zich daar weinig thuis. Vandaar de stichting van een nieuwe sociëteit.
Het houten gebouw voldoet al snel niet meer aan de eisen van het sociëteitsleven. In 1859 is er een verbouwing en vanaf 1868 bogen verschillende sociëteitscommissies zich over nieuwbouw. Het bestuur van de uit Indië gerepatrieerde suikerplanters besluit in 1872 tot de bouw van een nieuw verenigingsgebouw. Zij kiezen de bekende Amsterdamse architect Cornelis Outshoorn (Amstelhotel, Paleis van Volksvlijt, museum Fodor, diverse spoorwegstations) als ontwerper. Hij krijgt de opdracht om een ontwerp te maken voor een ‘groote zaal met orchest, conversatiezaal, billard en leeskamer, een en ander met grote waranda en tezamen opleverende de ruimte vereischt tot plaatsing van 1500 personen, voorts goeden kelder en kasteleinswoning en met onmiddellijke toegang tot het sociëteitsgebouw‘.
Op 15 oktober 1873 is de aanbesteding en twee jaar later is de nieuwe herensociëteit, die onder de naam ‘Buitensociëteit’ door het leven gaat, klaar voor gebruik. De bouwkosten bedroegen fl 130.000,00.
In 1888 wordt onder leiding van J.G. van Gendt en C.M.G. Nieraad de entree verbreed en worden de zijvleugels met één verdieping verhoogd.
Op 15 maart 1912 wordt de sociëteitsvereniging door geldgebrek opgeheven en wordt het gebouw aan de Gemeente Arnhem verkocht. Door de Eerste Wereldoorlog blijven plannen om het gebouw in te richten als gemeentemuseum, naar het voorstel van architect dr. P. Cuijpers en Jhr. B. van Riemsdijk (directeur Rijksmuseum), liggen. In de oorlog dient het gebouw als centrale gaarkeuken en gemeentelijke schilderwerkplaats.
In 1918 wordt begonnen met de verbouw van de Buitensociëteit tot Gemeentemuseum. In september 1920 (Borman: 25 september) wordt het gebouw officieel geopend. Tijdens de verbouw wordt in het gebouw de monumentale trap, in Louis XV-stijl, uit Bakkerstraat 6 aangebracht.
In 1928-1929 wordt in de oostvleugel de toegang tot de inmiddels gesloopte patriciërswoning (bouwjaar 1729) van ‘De Olde Munte’, Bakkerstraat 56, gemetseld.

In de Tweede Wereldoorlog wordt het gebouw zwaar beschadigd en is te klein voor de groeiende collectie. De dienst Gemeentewerken lanceert in 1947 de eerste verbouwingsplannen. Na het aantreden van de nieuwe museumdirecteur A.J. de Lorm in datzelfde jaar worden de architecten F.A. Eschauzier en W.A.M. van der Ven in als adviseurs bij de projectplannen betrokken. Prof. Eschauzier, hoogleraar te Delft, is al verantwoordelijk geweest voor de verbouwingen van het Rijksmuseum en Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij krijgt in 1953 de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe vleugel.
Op 14 mei 1952 vindt met de tentoonstelling ‘Twee eeuwen kunst in en om Arnhem’ de heropening plaats.
Op 23 juni 1956 wordt de, door prof. F.A. Eschauzier ontworpen, nieuwe Rijnzaal geopend. Deze zuidwest-vleugel komt op de plaats van het vroegere buitenbuffet en de muziekkoepel. Het lichte ontwerp vindt haar bekroning in het indrukwekkende panoramaraam vanwaar men een magnifiek uitzicht heeft over de Rijnbocht richting Oosterbeek.
De, door zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in de jaren zestig, immens populaire directeur Pierre Janssen wil het in groter aantal toestromende publiek een ruimere entree bieden. Deze wordt, naar ontwerp van gemeentearchitect C. Pet, aan de oostelijke zijgevel gebouwd. De ingang wordt daarmee van de Utrechtseweg verplaatst naar de museumtuin.
In de jaren negentig voldoet deze entree niet meer, daarnaast is er wederom ruimtegebrek en voldoet de looproute niet meer. Daarnaast wordt gedacht aan een nieuwe naam voor het museum, die beter past bij het nieuwe karakter van het museum. De archeologische collectie is inmiddels overgebracht naar museum Kam in Nijmegen (nu: Valkhofmuseum) en de historische verzameling in een zelfstandige dependance; eerst in de villa tegenover het museum, later in de Bovenbeekstraat. In 1995 wordt de nieuwe naam ‘Museum voor Moderne Kunsten Arnhem’.
Directeur Liesbeth Brandt Corstius ontwikkelt, samen met Architectenbureau Henket & Partners (prof. ir. Hubert-Jan Henket en medewerkers) vanaf 1996 uitbreidingsplannen. Als de gemeenteraad in 1998 besluit om op termijn het museum te verplaatsten naar het Paradijskwartier is duidelijk dat alleen voor een goedkope aanpassing geld zal worden uitgetrokken.
Uiteindelijk wordt een aantal pre-fab units aan elkaar geschakeld. Daarover wordt een losstaande overkapping van stalen spanten en geprofileerde staalplaten geplaatst. De nieuwe aanbouw wordt in 2000 geopend, waarmee ruimte is gecreëerd voor een nieuwe entree (wederom aan de Utrechtseweg, maar nu aan de zijkant van de gevel), de museumwinkel en het museumcafé. Vandaar heeft men een fraai uitzicht op de beeldentuin en de Rijn. Henket was ook verantwoordelijk voor de prijswinnende (Schreudersprijs 2003) ondergrondse uitbreiding van ArtEZ (voorheen Kunstacademie) aan Onderlangs. Zo liggen twee van zijn creaties op een steenworp afstand, maar door flinke hoogte gescheiden, van elkaar.
Anno 2005 en 2006 bestaan de plannen voor het nieuwe museum in het Paradijskwartier/Rijnboogplan nog steeds slechts op papier. En de discussie duurt voort …….
Met de verhuizing van een gedeelte van de collectie van het Historisch Museum Arnhem naar het oude gebouw van de buitensociëteit werd in het najaar besloten om per 1 januari 2007 de naam van MMKA weer te wijzigen in Gemeentemuseum Arnhem. Op de valreep, in december 2006, wordt toch besloten om deze naamverandering niet door te laten gaan. Pas met de verhuizing naar het Rijnboogkwartier zal de naam eventueel gewijzigd worden.
In de eerste maanden van 2007 is het museum gesloten voor een verbouwing en renovatie. De entree wordt wederom verplaatst: terug naar het midden. L'histoire se repète.


 

Buitensocieteit ca 1905



Naar boven


Buitensocieteit 1900 



Naar boven

Beschrijving

Op de foto uit circa 1900 hierboven is het oorspronkelijke ontwerp van architect Cornelis Outshoorn uit 1873 goed te herkennen. Het gebouw heet rond 1900 nog ‘Buitensociëteit’ en heeft ook dan de zeshoekige centrale koepel met lantaarn en de wit-gepleisterde bakstenen (Waalmoppen) gevel.
Van de twee koepels op het middengedeelte van de zijvleugels, de belvédères, zien we hier de koepel op de (oostelijke) linkervleugel. Voor de koepel is een open balustrade, die een overgang vormt van de gevel naar het platte zinken dak.
Links zien we de open glazen veranda (waranda). Deze kon vanuit alle zalen door openslaande deuren bereikt worden. Voor de veranda zien we het terras en een baan waar het kegelspel werd beoefend.
Het centrale deel van het gebouw telt twee verdiepingen, de zijvleugels zijn één laag hoog. De tweede verdieping, onder de centrale koepel, bestond uit een galerij vanwaar men een goed zicht had op de balzaal beneden. De koepelzaal werd gedragen door gietijzeren zuilen.

Het gebouw bestond oorspronkelijk uit drie delen: het hoofdgebouw met de koepel en twee zijvleugels, die de loop van de Utrechtseweg volgden. De zijvleugels bestonden weer uit drie zalen en elke zaal had drie ramen aan straat- en tuinkant. De ramen zijn dichtgemetseld om meer tentoonstellingsoppervlak te creëren. Daarbij zijn de gestucte barokke raamomlijstingen verwijderd.
Op dit moment kent het museum drie tentoonstellingsruimten: de Koepelzaal (de voormalige balzaal van de sociëteit), de Rijnzaal (gebouwd door Eschauzier met prachtig uitzicht) en de Tuinzaal. Deze laatste ruimte is in 1997 door architectonisch vormgever Ward Schrijver opnieuw ingericht. Bijzonder is het halfopen depot waardoor de traditionele scheiding tussen depot- en expositieruimte wordt doorbroken.



Naar boven

Museumdirecteuren

Periode  Directeur 
21-10-1918-  A.A.G. van Erven Dorens 
  N. Vroom 
1947-1967  A.L. (Bram)de Lorm 
1967-1969  J. (Johan) Mekking 
1969-1982  P. (Pierre) Janssen 
1982-2000  L. (Liesbeth) Brandt Corstius 
2000-heden  M. (Max) Meijer 


Naar boven

Kadastrale gegevens 1832

De afbeelding hiernaast is een gedeelte van de kadastrale kaart uit 1832, Gemeente Arnhem, Sectie F, Klingelbeek, Tweede Blad. De kaart is opgemeten in 1821 en vermeldt de gegevens uit de kadastrale administratie van 1832.
Om de afbeelding duidelijk en gedetailleerd te bekijken, klikt u eerst op de afbeelding, daarna in de menubalk boven aan het scherm op Bestand, vervolgens op Afdrukvoorbeeld. Nu kunt u met de menubalk bovenin het scherm de afbeelding zo groot en klein bekijken als u wilt.

Tussen de Weg van Utrecht naar Arnhem en De Rhijn gaat het vrijwel steil naar beneden.
Noordoostelijk (rechts) van het Oude Israëlisch Kerkhof liggen de perceelnummers 367 t/m 369. Eigenaar is het St. Petersgasthuis met recht van opstal voor J. van Reh. Deze heeft als beroep koffiehuishouder. Op perceel 368 staat een huis, 367 is erf en 369 tuin, moesgrond en hakhout/bosch.
Op deze plek staat de houten theetent van Van Reh, waar later de buitensociëteit wordt gebouwd.


 

Utrechtseweg kadaster 1821/1832



Naar boven

Literatuur

Bemmel, H.Chr. van (2004). Cultuur.
In: Meurs, M.H. van, e.a. (Eds.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 290-315; pp. 292-293.

Borman, R. (1993). Arnhem onder de grond. Bewoningsgeschiedenis van stad en omgeving.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 78-82.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 29.

De Gelderlander.

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 123-185, p. 150.

Haak, S.P. (1933). Arnhem door de eeuwen heen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 29-91, p. 86

Kooger, H. (1987). Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem.
Arnhem: KEMA. pp. 39-44.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840. Zutphen: De Walburg Pers. p. 55-57.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 470.

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 20-23.

Schaars, A.H.G. & Veldhorst, A.D.M. (Eds) (1986). Kadastrale Atlas van Gelderland 1832 Arnhem.
Arnhem: Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland.

Staats Evers, J.W. (1868). Beschrijving van Arnhem.
Arnhem: Nijhoff & Zn. pp. 177-179.

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W. (1919). Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem: Thieme. pp. 132-135.

Vredenberg, J. (1999). Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 48-49.

Vredenberg, J. (2000). De collectie bouwfragmenten van de Arnhemse gemeentemusea. Deuromlijstingen en andere delen van historische panden.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 20, nr. 2, maart 2000, pp. 72-77.



Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief
Foto’s 2006: Stijn de Vries


 

Museum nieuwe entree



Naar boven

Printerversie