Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
    Angerenstein
    Beaulieu
    Bronbeek
    Conservatorium/Kraton
    Elisabethsgasthuis
    Grote Enk
    Heidemaatschappij
    KAB-Posttheater
    Koepelgevangenis
    Lichtenbeek
    Mariendaal Huis
    Station Klarendal
    Museum/Buitensocieteit
    (Pur)Finastation
    Rennen Enk/Insula Dei
    Rosorum
    Sterrenberg
    Valburg Amsterdamseweg
    Watertoren Stenen Tafel
    Zijpendaalseweg 2
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Elisabethsgasthuis

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Literatuur


 


Naar boven

Overzicht

Naam: St. Elisabeths Gasthuis
Adres: Utrechtseweg, Arnhem
Bouwjaar: 1893-1894
Stijl: Hoofdgebouw: neo-renaissance; kapel: neogotiek; uitbreidingen van Buskens en Margry: Nieuwe Zakelijkheid
Architect: Hoofdgebouw: J.W. Boerbooms; Kapel (1904): W.G. Welsing
Opdrachtgever: Bestuur St. Elisabeths Gasthuis
Uitbreidingen: 1920 (architect W.G. Welsing), 1929-1932 (Buskens en Margry), 1950 (Margry)
Verbouwing: 1998-2001, architect Peter Boerema (van bureau Inbo Architecten bna Drachten)
Gebruik bij oplevering: Ziekenhuis
Gebruik anno 2005: Appartementencomplex


 


Naar boven

Geschiedenis

In 1864 werd op de hoek van het Nieuwe Plein en de Coehoornstraat (zuidzijde) voor het eerst sinds eeuwen weer een katholieke kerk in Arnhem gebouwd. De bij de kerk horende kosterij stond in de Coehoornstraat. Daar begonnen in 1878 drie Duitse zusters (de Franciscanessen Valentia, Protasia en Julitta uit Münster), op verzoek van deken en parochie-pastoor J.H. van Basten Batenburg, een verpleeginrichting. In 1880 richtte van Basten Batenburg een vereniging op voor de verpleeginrichting, die in 1890 op de stichtingsvorm overging.
In 1884 werd de kosterij te klein en kocht men voor f 32.000,00 de villa ‘Zomerlust’ op de Utrechtseweg. Toen ook dit buitenhuis te klein werd voor het verplegen van de zieken besloot het bestuur op 5 november 1890 vlakbij ‘Zomerlust’ een geheel nieuw ziekenhuis te bouwen. Als architect werd Johannes Wilhelmus Boerbooms, een leerling van de beroemde P.J.H. Cuijpers, aangetrokken en op 25 juni 1893 werd de eerste steen gelegd. De bouw werd voor een bedrag van f 107.170,00 uitgevoerd door Van der Woerd uit Deventer. Een jaar later vond de plechtige inwijding plaats. Het front van de imposante voorgevel had een lengte van 96 meter.
Het werk van Boerbooms beviel zo goed dat hij in 1894 werd aangesteld als verantwoordelijke architect voor de restauratie van de Grote of Eusebiuskerk.
Tussen 1918 en 1920 werden een nieuwe vleugel en een zusterhuis gebouwd. In 1929 startte een nieuwe uitbreiding van de Rotterdamse architecten P.G. Buskens en Jos. Margry. In 1932 kwam de nieuwbouw in de vorm van een keuken, kinderpaviljoen, personeelverblijf en zusterhuis.aan het spoorwegemplacement klaar.

Tijdens de Slag om Arnhem kwam het ziekenhuis in de vuurlinie te liggen. Desondanks diende het als centraal verpleegpunt voor de vele gewonden. Uiteindelijk moest het ziekenhuis met personeel en patiënten worden geëvacueerd.
Na de oorlog moesten de Duitse zusters het ziekenhuis verlaten en werd gezicht naar andere verpleegsters onder de verschillende congregaties in Nederland. Uiteindelijk namen in 1947 de zusters van de Dominicanessen van Neerbosch de verpleging op zich. In de daaropvolgende decennia zou het aantal en de invloed van de religieuze verpleegkundigen steeds kleiner worden (1955: 60, 1984: 7).
In 1950 bouwde architect Margry in het verlengde van de vleugel van Welsing uit 1920 een nieuwe polikliniek.
In 1969 werd naast het ziekenhuis een negen verdiepingen tellende verpleegstersflat gebouwd.

Op 2 januari 1986 was er de bestuurlijke fusie van twee van de drie Arnhemse ziekenhuizen: het katholieke Elisabeths Gasthuis en het algemene Gemeenteziekenhuis. In 1988 voegde, onder zware ministeriele en financiële druk, het hervormde Diaconessenhuis, zich bij hen en de drie gingen samen verder onder de naam ‘De Malberg’. Deze naam werd geschrapt toen duidelijk werd dat de bouw van een nieuw ziekenhuis in Arnhem-Zuid niet doorging. In 1991 startte de bouw van een geheel nieuw groot ziekenhuis, ‘Rijnstate’, aan de Wagnerlaan op de plaats van het oude gemeenteziekenhuis.
Na de verhuizing naar Rijnstate op 22 februari 1995 stond het hoofdgebouw van het Elisabeths Gasthuis jaren leeg, waardoor het verval groot was. De kerkbanken van de kapel belandden uiteindelijk in de Johannes de Doperkerk te Puiflijk.
Tussen 1998 en 2001 werden uiteindelijk 35 luxe woonappartementen gerealiseerd met uitzicht op de Rijn. De restauratie ging uit van het originele ontwerp en kleur- en materiaalgebruik, maar vooral zijn de sporen van ouderdom en gebruik van het ziekenhuis gerespecteerd. Veel originele elementen zijn in het nieuwe complex bewaard gebleven, zoals de gestuukte plafonds, de monumentale trap en de tegelvloer.
De aanvullende nieuwbouw bevat 38 appartementen en ligt in het verlengde van de neogotische kapel uit 1906. Zo is de oorspronkelijk H-vorm van het rijksmonument hersteld.
Op het terrein van de voormalige verpleegstersflat verschenen ook appartementen, adres ‘Bovenover’, en achter het voormalige hoofdgebouw werd op 14 juni 2005 voor de ‘Drie Gasthuizen Groep’ Verpleeghuis Heijendaal geopend. Hierin vonden bewoners van ‘De Braamberg’ een nieuw onderdak.


 


Naar boven

Beschrijving

In dit gedeelte beperken we ons tot het voormalige hoofdgebouw en de kapel van het St. Elisabeths Gasthuis.
Neorenaissance: trapgevels, speklagen, rondbogen boven ramen, baksteen
Neogotisch: zolderkapellen, pinakels, spitsboogramen (kapel)


 


Naar boven

Literatuur

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./1995). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 54.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 51.

Hest, J.H.J. van (2001). St.-Elisabethsgasthuis. Bouwgeschiedenis van een Arnhems ziekenhuis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Heusden-Sleutel, A.C. van (1995). Van minimale hulp tot optimale zorg. 150 jaar ziekenhuiszorg in Arnhem.
Arnhem: Ziekenhuis Rijnstate. pp. 17-21, 31, 36-42, 83-88, 96-121.

Juch, A. (2004). Zorg.
In: Meurs, M.H. van e.a. (Eds.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 196-229.

Kooger, H. (1987). Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem.
Arnhem: KEMA. pp. 48-52.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 66-67.

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 70-72.

Stempher, A.S. (2003). Arnhem zo was het, deel 1.
Hoevelaken: Verba. nr. 4.

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W. (1919). Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem: Thieme. pp. 124-127.

Vredenberg, J. (2005). Heijenoord en Lombok. Van landgoed tot stadsuitbreiding in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 48-50.

Wander, R.H.J. (1997). Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 25, 26, 60.


 


Naar boven

Printerversie