Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
    Angerenstein
    Beaulieu
    Bronbeek
    Conservatorium/Kraton
    Elisabethsgasthuis
    Grote Enk
    Heidemaatschappij
    KAB-Posttheater
    Koepelgevangenis
    Lichtenbeek
    Mariendaal Huis
    Station Klarendal
    Museum/Buitensocieteit
    (Pur)Finastation
    Rennen Enk/Insula Dei
    Rosorum
    Sterrenberg
    Valburg Amsterdamseweg
    Watertoren Stenen Tafel
    Zijpendaalseweg 2
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Bronbeek

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Literatuur


 

Bronbeek



Naar boven

Overzicht

Naam: Bronbeek
Adres: Velperweg 147, Arnhem
Bouwjaar: 1853, uitbreiding 1860-1862
Stijl: Neoclassicisme (1853), eclecticisme (1860-1862)
Architect: 1853: H.F.G.N. Camp; 1860-1862: Willem Nicolaas Rose
Opdrachtgever: 1853: Koning Willem III; 1860-1862: Departement van Koloniën
Gebruik bij oplevering: 1853: woonhuis/villa; 1860-1862: Koloniaal Militair Invalidenhuis
Gebruik anno 2005: Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek



Naar boven

Geschiedenis

In 1816 is de buitenplaats Bronbeek bekend als onderdeel van landgoed Het Langewater. Op dat landgoed ontspringen twee bronnen die in beken (Bronbeek) richting de Rijn stromen. Op dit landgoed langs de Velperweg stond in de bossen een bescheiden herberg. In 1847 koopt de heer Verkouteren de grond en laat de uitspanning verbouwen tot een classicistische villa. In het volgende jaar wordt de villa gekocht door J.J. van Braam. Als deze toch besluit op een andere plek in Arnhem te gaan bouwen en wonen (Beaulieu) verkoopt hij de villa in 1851 aan de hem bekende architect Hendrik Willem Fromberg.
In 1853 koopt koning Willem III Bronbeek om er voor zijn moeder, koningin-moeder Anna Paulowna, een huis/paleis te laten bouwen. Onder leiding van architect des konings H.F.G.N. Camp of Lucas. H. Eberson wordt de bestaande villa uitgebreid met twee zijvleugels van één verdieping en een veranda. Anna Paulowna heeft er vrijwel nooit gewoon. Deze villa staat tegenwoordig bekend als de commandantswoning. Als ze in Arnhem verbleef, was dat vooral in Hotel Bellevue op de Utrechtseweg.
In 1859 besluit de koning het landgoed en de villa aan de Staat te schenken onder de voorwaarde er een Koloniaal Militair Invalidenhuis van te maken. Dit naar het voorbeeld van het Parijse Hotel des Invalides. Aldus wordt besloten bij Koninklijk Besluit 31 oktober 1862, no. 86. Er wordt een stichting in het leven geroepen met de koning als beschermheer.
Het rusthuis wordt tussen 1860-1862 gebouwd naar ontwerp van Rijksbouwmeester Willem Nicolaas Rose. De kosten bedragen fl 190.000,00 en het nieuwe hoofdgebouw met een gevel van 109 meter breed verrijst achter de villa (commandantswoning). Op 19 februari 1863 wordt het gebouw als Invalidenhuis in gebruik genomen met Luitenant-Kolonel J.C.J. Smits als commandant. In het huis waren voor 210 invaliden vertrekken ingericht. Op de begane grond waren de administratie, het badhuis, de kerk, de bibliotheek, de eetzaal, de recreatiezalen en de slaapzalen voor de onderofficieren en de invaliden gelegen. Op de eerste verdieping bevonden zich de overige slaapzalen, de apotheker en de ziekenafdeling (infimerie).
In 1888 krijgt het invalidenhuis het predikaat ‘Koninklijk’ en in 1970 wordt de naam formeel: ‘Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen’. In 1963 werd het gebouw verbouwd en in 1986 werd een nieuwe vleugel voor de verpleeginrichting gebouwd. Tussen 1995 en 1998 vond een grote renovatie plaats.


 

Bronbeek 1923



Naar boven

Beschrijving

De gevel van het hoofdgebouw heeft een klassieke symmetrische opbouw, waarbij de hoofdingang wat meer vooruitgeschoven is dan de vooruitspringende linker- en rechtgedeeltes. Boven de toegang is een nis met een borstbeeld van Koning Willem II met de woorden ‘Stichter en Beschermheer’.
Over de gehele dakrand loopt een gierijzer attiek (zolderverdieping), gedragen door een rondboogfries. De oorspronkelijke crèmekleurige pleisterlaag is inmiddels wit.
Het gebouw heeft twee, zeer hoge, verdiepingen waardoor Bronbeek meer het karakter van een paleis dan van een rusthuis of kazerne heeft. Aan de achterkant (noordgevel) loopt een brede gang/gaanderij die de zalen en kamers verbindt.






 

Bronbeek 1955



Naar boven

Literatuur

Beumer, B., AA40 of Arnhem Authentiek in 40 onderwerpen.
Uitgeverij Beeld, Westervoort, 2001. pp. 61-63.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (1996). Verliefd op Arnhem. Deel 2.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. pp. 4.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 4, pp. 90, 91.
Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 90-91, 149.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. De stedebouwkundige ontwikkeling van de stad.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 51-53.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906. pp. 501-502.

Staats Evers, J.W. (1868). Beschrijving van Arnhem.
Arnhem: Nijhoff & Zn. pp. 162-163.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223. pp. 219-220.



Naar boven

Printerversie