Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
    Angerenstein
    Beaulieu
    Bronbeek
    Conservatorium/Kraton
    Elisabethsgasthuis
    Grote Enk
    Heidemaatschappij
    KAB-Posttheater
    Koepelgevangenis
    Lichtenbeek
    Mariendaal Huis
    Station Klarendal
    Museum/Buitensocieteit
    (Pur)Finastation
    Rennen Enk/Insula Dei
    Rosorum
    Sterrenberg
    Valburg Amsterdamseweg
    Watertoren Stenen Tafel
    Zijpendaalseweg 2
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Angerenstein

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Kadastrale gegevens 1832
Beschrijving
Tijdgenoten over Angerenstein
Literatuur


 

Angerenstein achterzijde 2005



Naar boven

Overzicht

Naam: Huis Angerenstein
Adres: Park Angerenstein, Arnhem
Stijl: 18e eeuw: barok-classicistisch; ca 1850: neoclassicisme
Opdrachtgever: 18e eeuw: Familie Engelen; ca 1850: S. baron van Pallandt van Oud-Beijerland
Restauratie: 2000 o.l.v. Ontwerpersbureau VDVDV
Gebruik bij oplevering: woonhuis
Gebruik sinds 2000: appartementencomplex


 

Angerenstein 18e eeuw



Naar boven

Geschiedenis

Angerenstein komt, zonder met die naam genoemd te worden, al voor op de goederenlijst van het klooster Prüm. Het landgoed is in de middeleeuwen onderdeel van het landgoed Ten Gronde en wordt daar later van afgesplitst. Als zodanig is Angerenstein een leengoed van het klooster Prüm en is haar geschiedenis via de leenregisters te volgen.
Angerenstein wordt voor het eerst genoemd in 1487 als bezit van Johan Coster uit het voorname Arnhemse geslacht Van Angeren. Aan die familie dankt het landgoed ook haar naam. Na hen komen de gronden en het huis in handen van de familie Van Berk. In het begin van de 16de eeuw wordt het landgoed ook ‘te Munchuyssen’ genoemd, wat blijkt uit de leenacte d.d. 1501van Walborch van Berck: ‘dat erve inde guet te Angerensteynn geheitten dat guet te Munchuyssen mitter watermullen’. In 1570, als Herman van Berck het huis bewoont, wordt de woning aangeduid als het ‘Van Berckspijker’. In 1667 bestaat de bewoning van het landgoed uit een spijker (= een versterkt voorraadhuis/landhuis), een huis en een molen.

In 1684 komt Angerenstein in bezit van de Arnhemse regentenfamilie Engelen. Het geslacht Engelen breidt de woning in de 18de eeuw uit en doet veel aan de parkaanleg en het vrije agrarische karakter van het landgoed verdwijnt langzamerhand. Engelbert Engelen, burgemeester van Arnhem, laat in 1715 de watermolen, die in 1672 door de Franse troepen verbrand is, weer opbouwen. In de molen, waarvan de geschiedenis – zie ook het citaat uit de leenacte hierboven - terug gaat tot 1501, wordt papier gemaakt. Onder Johan van Engelen wordt het landgoed in 1736 van de leenplicht bevrijd.

In 1833 koopt Jan baron van Pallandt van Walfort, de eigenaar van het huis Klarenbeek, Rennenenk en Bekenkamp, het landgoed. Daarmee ontstaat één groot landgoed, dat bij het overlijden van de eigenaar in 1844 onder zijn erfgenamen echter weer wordt verdeeld. Samuel F.A. baron van Pallandt van Oud-Beijerland wordt de eigenaar van Angerenstein. Hij laat twee bijgebouwen bij het huis plaatsen: de oranjerie en het koetshuis.
In 1880 erft zijn dochter H.C.E. barones van Pallandt, die getrouwd is met F.C.H. baron van Tuyll van Serooskerken, het landgoed. Zij laten een nieuw en groter koetshuis bouwen.
In 1913 koopt Mr. A. de Goeijen het landgoed. Hij breidt het huis uit met een waranda en een verbinding met het naastgelegen gebouw, de oranjerie. Op dit bijgebouw laat hij ook een extra verdieping bouwen. Bovendien laat hij in de tuin een pergola aanleggen. In 1940 verlaat De Goeijen het huis en hij verkoopt een jaar later Angerenstein aan de gemeente Arnhem.
In de oorlog wordt het huis bewoond door dr. E. Schneider als der Beauftragte für die Provinz Gelderland van Rijkscommissaris Seijss-Inquart.
Na de oorlog vindt eerst Rijkswaterstaat er onderdak en vanaf 1958 tot oktober 1987 de meisjesschool inclusief internaat van het Centraal Instituut voor de Opleiding tot Sportleiders (CIOS).
Vervolgens wordt het huis als atelierruimte voor ongeveer 20 Arnhemse kunstenaars gebruikt (SLAK: Stichting Leniging Ateliernood Kunstenaars). In het koetshuis vindt het CAVV, het Centrum voor Vakopleidingen, een onderkomen.
In 2000 wordt begonnen met renovatie en de verbouw van Huis Angerenstein tot een appartementencomplex, dat in maart 2001 in gebruik wordt genomen. Met deze renovatie wordt Angerenstein, wat het buitenaanzicht betreft, in de staat van ca 1850 teruggebracht.
In 2004 en 2005 heeft de gemeente de historische tuin opgeknapt: de pergola is hersteld en voorzien van nieuwe klimrozen en de klaverbladvijver en de bijbehorende trappartijen zijn gerestaureerd.


 

Angerenstein 19e eeuw



Naar boven

Kadastrale gegevens 1832

De afbeelding hiernaast is een gedeelte van de kadastrale kaart uit 1832, Gemeente Arnhem, Sectie C, Klarenbeek, Eerste Blad. De kaart is opgemeten in 1821 en vermeldt de gegevens uit de kadastrale administratie van 1832. De kaart is naar het oosten (boven) gericht, rechts ligt het zuiden en links het noorden.
Om de afbeelding duidelijk en gedetailleerd te bekijken, klikt u eerst op de afbeelding, daarna in de menubalk boven aan het scherm op Bestand, vervolgens op Afdrukvoorbeeld. Nu kunt u met de menubalk bovenin het scherm de afbeelding zo groot en klein bekijken als u wilt.

Rechtsonder is de splitsing tussen de Weg van Arnhem naar Zutphen (Velperweg) en de Raapopsche Weg. De Raapopsche Weg komt uit op de Rosendaalsche Weg. Op die laatste weg gaat de Munneke Steeg (Monnikensteeg) naar het noorden.
Volgen we de Velperweg, dan is er eerst een Snuifmolen (voor de fabricage van snuiftabak) en verder naar boven Renink (= Rennen Enk, het huidige Insula Dei).
In het midden van de kaart ligt het Huis Klarenbeek, dat in Tweede Wereldoorlog op 10 april 1945 door een raketaanval van het Britse 263ste Typhoon Squadron geheel werd verwoest.

Links boven bij de Schaapsdrift, waaraan het vroegere gebruik van de gronden is af te lezen, ligt boerderij de Grond. Deze boerderij en het omliggende land was in de middeleeuwen de kern van de bezittingen van het klooster Prüm in dit gedeelte van Arnhem.

Tussen de Grond en Klarenbeek ligt Angerestein (sic: zonder n). Het perceel heeft kadastraal nummer 110 en is het bezit van Willem Engelbert Engelen, rentenier. De grootte is 3,40 hectare en wordt voor de belastingen aangeslagen voor een bedrag van fl 240,00.
Perceelnummer 106 omvat een huis en een erf en perceelnummer 115 (linksboven huis Angerenstein) wordt omschreven als koetshuis, erf.
Een jaar na deze kadastrale inventarisatie wordt huis en landgoed Angerenstein verkocht aan Jan baron van Pallandt (lid Gedeputeerde Staten), die al het landgoed Klarenbeek in zijn bezit had.


 

Rennen Enk, kadaster 1821/1832



Naar boven

Beschrijving

De vele verschillende stijlperioden in het huis zijn een goede aanwijzing voor de manier, waarop de vele bewoners en gebruikers van Angerenstein het landhuis de afgelopen drie eeuwen hebben veranderd en aangepast.
De renovatie in het jaar 2000 van het huis is een ingrijpende onderneming. Ontwerpersbureau VDVDV, dat al jaren een atelier huurt in de villa, laat de tussenbouw uit het begin van de 20ste eeuw slopen. Zo ontstaan twee aparte gebouwen, de ene groter dan de andere, waarmee het complex in de staat van de 19e eeuw is teruggebracht. Van de kleinere oostelijke vleugel, de vroegere oranjerie, wordt bovendien een verdieping verwijderd.
Een andere forse ingreep is het opnieuw graven van de oorspronkelijke gracht achter het hoofdgebouw. Aan de noordelijke en westelijke zijde van deze vleugel zijn balkonnen boven het water gemaakt. Nieuwe ingangen, een lift, bergingen en overdekte parkeerplaatsen maken van Angerenstein weer een modern woongebouw. In het hoofdgebouw zijn drie appartementen gebouwd, waarvan er één voorzien is van een ruim atelier.
De gevel aan de achterzijde van het landhuis laat vooral in de raamomlijsting nog iets zien van de barok-classicistische sfeer van de 18de eeuw.
Binnen in het huis valt nog veel fraais te bewonderen. Zoals een fraaie schouw en raambeslag uit de achttiende eeuw, uitgevoerd in de classicistische Louis XVI-stijl. Of een gietijzeren trapleuning vol Jugendstil-krullen. In één van de kamers is de lambrisering uit de negentiende eeuw bewaard gebleven, compleet met een houten schouw die is versierd met oud-Hollandse tegeltjes.

Klein Angerenstein, de vroegere oranjerie, herbergt een vrijstaande woning, en het even verderop (50 meter oostwaarts) gelegen koetshuis is gesplitst in twee wooneenheden.
De fonteinen verderop voor het huis spuiten winter en zomer op natuurlijke wijze. Het water komt uit een hoger gelegen spreng achter het landhuis.


 

Angerenstein 2005 Hoofdgebouw, oranjerie, koetshuis



Naar boven

Tijdgenoten over Angerenstein

Een wandeling door Angerenstein, 1828
“De tuinen, van veel loopend water doorsneden, liggen aan de regterzijde van den weg; zij bieden, op eene niet zeer groote uitgebreidheid gronds, eene wandelplaats vol verscheidenheid aan, van welke het aan niemand, die zich vooraf bij dentuinman aanmeldt, geweigerd wordt, gebruik te maken. Ter zijde van het huis, rondom in diepe grachten gelegen, vindt zich de wandelaar aangenaam verrast, door eene in dit gewest zeldzame verzameling van vreemde gewassen, deels bloemdragende en bontbladerige heesters op den kouden grond, deels, ter wederzijde van de ruime slingerpaden, onafgebroken rijen van buitenlandsche bloemsoorten in potten, wier veelkleurige gloed het oog bekoort, terwijl zij de lucht met een mengeling van aangenaamste geuren vervullen; zware, hoog opgaande boomen beschutten dezen aanleg tegen de koude winden. Zoo komt men tot vóór het huis, van waar men het oog met welgevallen laat rusten op het donkere lommer van statige lanen, die verschillende door velerlei fonteinwerk verlevendigde vijvers omringen.”

Uit: Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820. pp. 108-110.

Bestuurder van het Rijks-Cios, 1981-1984
“Ik werkte op Angerenstein als referendaris in dienst van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen te Den Haag.De school die was gehuisvest in Angerenstein was een Rijks-Cios. Aangezien de staatssecretaris zelf geen tijd had voor haar bestuursfunctie ten aanzien van het Cios, trad ik op als fungerend bevoegd gezag voor de school. Aangezien het oogmerk was om binnen afzienbare tijd het Cios over te dragen aan de gemeente Arnhem, kwam ik er dikwijls.
Het Cios heb ik bestuurd van 1 december 1981 tot, ik meen, medio 1984. In de genoemde periode kwam ik per week tenminste tweemaal naar Angerenstein. Maar op het laatst van de onderhandelingen met de gemeente Arnhem en het bestuur van de ‘Koninklijke’ zat ik er vier van de vijf werkdagen en dat voor minstens 70 uur. Ik herinner mij Angerenstein als een prachtig landgoed. Ik heb er zelfs een ets van in mijn trappenhuis hangen.

Bij officiële gelegenheden, zoals de uitreiking van bekers ter gelegenheid van de inter-Cios sportdagen, nam ik mijn echtgenote mee. Zij was zeer onder de indruk van het statige voorkomen van het landgoed. Daarbinnen was alles groot en hoog. Het was er wel tamelijk tochtig en in de winter, koud. Naast het pand lag een koetshuis, dat ten tijde van mijn bestuur dienst deed als kantine voor de school. In die tijd lag aan de overkant van de weg het toenmalige stadion van Vitesse. Het park zelf was overigens ook indrukwekkend. Statige, oude treurwilgen, die hun stam bogen over een tamelijk grote vijver. Ik vond het jammer, dat ik het Cios door middel van een notariële akte moest overdragen aan de gemeente Arnhem.”

Rien de Vroede, 2005.


 

Angerenstein 1850



Naar boven

Literatuur

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./1996). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. pp. 41.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 38.

Donders, F.A.M. (2001). Huis Angerenstein.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 21, nr. 3, september 2001, pp. 102-119.

De Gelderlander, 30-3-2001.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 4.

Janssen, G.B. (1999). Arnhemse molens en hun geschiedenis.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 31.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 93-94.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820. pp. 108-110.

Rhoen, R.P.M. (1986). Klarenbeek in de wandeling. Arnhems eerste stadspark 1886-1986.
Arnhem: Gemeentearchief Arnhem. pp. 14-15.

Schaars, A.H.G. & Veldhorst, A.D.M. (Eds) (1986). Kadastrale Atlas van Gelderland 1832 Arnhem.
Arnhem: Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland.
Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 37-39.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223. pp. 214-215.



Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief
Foto’s 2005: Stijn de Vries.


 

Angerenstein top 2005



Naar boven

Printerversie