Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
    Burgerweeshuis / HMA
    Duivelshuis
    Gruyterpassage
    Haphoek Roggestraat
    Huis der Provincie
    Kerkstraat 23
    Korenbeurs
    Luxortheater
    McDonalds Rijnstraat
    Musis Sacrum
    Petersgasthuis
    Postkantoor Jansplein
    Jansplein 59 Florian
    Presickhaeffs Huys
    Rembrandt Theater
    Sabelspoort
    Schouwburg
    Stadhuis
    Vijzelstraat 12
    Waag
    Weverstraat 39
    Weverstraat 40
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Schouwburg




Naar boven

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Schouwburgdirecteuren
Literatuur


 

Schouwburg 2004



Naar boven

Overzicht

Naam: Stadsschouwburg
Adres: Koningsplein 12, Arnhem
Bouwjaar: 1937
Stijl: Nieuwe Zakelijkheid
Architect: Frederikus Marinus Antonius Brons(1899-1944)
Opdrachtgever: Gemeente Arnhem
Verbouwing: 1978, 1986-1987
Gebruik bij oplevering: Schouwburg
Gebruik sinds 1937: Schouwburg


 

Schouwburg 1865-1934



Naar boven

Geschiedenis

Arnhem heeft tot 2006 drie echte ‘schouwburgen’ gekend. Van 1791 tot 1865 diende de voormalige kapel van het Sint Catharina Gasthuis in de Bakkerstraat (oostzijde in het verlengde van de Broerenstraat). De zaal, bekend als ‘de Komedie’ (en aan het eind van de 19e eeuw als ‘Centraal-gebouw’) diende voor ‘comedies’, terwijl de bovenverdieping sinds 1808 als concertzaal werd gebruikt. Deze bovenzaal droeg de bijnaam ‘de Wip’ vanwege de meedeinende vloer bij dansgelegenheden. Het gebouw voldoet in de loop van de 19e eeuw niet meer aan de eisen des tijds en, mede dankzij de opgerichte ‘Voorlopige Commissie tot daarstelling van een nieuwen en doelmatigen ingerichten Schouwburg te Arnhem’, wordt op 28 maart 1864 op het huidige Koningsplein begonnen met de bouw van een nieuwe schouwburg. Het ontwerp is van gemeentearchitect F.W. van Gendt. Op 9 november 1865 wordt de eerste voorstelling (‘Emma Barthold aan de hand van oud-Arnhemmer J.J. Cremer) in de nieuwe schouwburg gegeven. Van Gendts ontwerpt trekt landelijke aandacht en in Groningen wordt besloten een identieke schouwburg te bouwen.

In de vroege ochtend van 27 december 1934 wordt de schouwburg door brand verwoest.
Het laatste stuk dat een dag voor de brand werd opgevoerd, was Tante Roosje van M. Groetziger.
Voor de bouw van een nieuwe schouwburg schrijft de gemeente Arnhem in de zomer van 1935 een prijsvraag uit. De jury wordt gevormd door de architecten M.J. Granpré Molière, J. de Bie Leuveling Tjeenk en P. Vorkink. Winnaar wordt een medewerker van de dienst Gemeentewerken, Frederik M.A. Brons, die veel lof oogst met zijn ontwerp ‘Feniks’.
Op 2 januari 1937 start de bouw en op 19 oktober 1938 wordt de nieuwe schouwburg geopend door Burgemeester H.P.J. Bloemers. Opgevoerd wordt het toneelstuk Don Carlos van Friedrich Schiller door het Nederlandsch Tooneel met Albert van Dalsum in de hoofdrol. De schouwburg wordt tijdens de Slag om Arnhem in het luchtbombardement van 17-9-1944 en later bij de gevechten om de nabijgelegen Rijnbrug zwaar beschadigd. Architect Brons, die op de dag van het luchtbombardement nog de schade komt opnemen, wordt gedood door vallend puin.

In 1978 vindt een uitbreiding (kleine zaal en café-foyer) en verbouwing van de schouwburg plaats. Met de kleine zaal is Arnhem de eerste schouwburg in Nederland met een ‘vlakke vloer-zaal’, waarmee ‘moderne’ theateruitingen een passende uitvoeringsplek krijgen.
In 1986-1987 is er opnieuw een moderniseringsronde. Het toneel wordt vergroot en de toneeltoren vernieuwd en verhoogd. De entree wordt naar een nieuwe aanbouw aan de linkerzijde (oostzijde) verplaatst.

Anno 2005 ontstaat er lichte beroering over de kwaliteit van de stoelen in de schouwburg. Er wordt in eerste instantie geen geld beschikbaar gesteld om deze te vervangen. Temeer daar er plannen zijn voor een geheel nieuwe schouwburg in het Rijnbooggebied. De discussie wordt, ook na de vaststelling van het Rijnboog-masterplan door de gemeenteraad op 28-6-2004, fel gevoerd; wel of geen hoogbouw, wel of geen haven, wel of geen nieuw cultuurpaleis, wel of geen afritten Mandelabrug.
In januari 2006 komt er dan toch geld voor de nieuwe stoelen. De verwachting is dat de nieuwbouw nog wel acht jaar op zich zal laten wachten. Het voorstel van B&W om de kosten voor de meubileringsaanschaf te betalen door een ‘stoelentoeslag’ (zgn. ‘zachte billen belasting’) op elk entreekaartje te heffen, wordt door de gemeenteraad afgewezen.


 

Schouwburg ca 1938



Naar boven

Beschrijving

Dat Brons de prijsvraag won, was niet verwonderlijk, want zijn ontwerp beantwoordde aan de ideeën van het belangrijkste jurylid, prof. ir. M.J. Granpré Molière. Deze hoogleraar aan de Technische Hogeschool te Delft stond aan de oorsprong van de ‘Delftse School’, een traditionalistische architectuurstroming. Het monumentale, vrijwel symmetrische gebouw van Brons sloot daar perfect op aan. De blokvormen van de schouwburg in gele baksteen doen denken aan de moderne architectuur in die dagen in de trant van Dudok. De symmetrische, classicistische opzet met aandacht voor ornamenten is daarentegen weer traditioneel. Met de creatie van Brons kreeg Arnhem als één van de eerste provinciesteden een moderne, goed geoutilleerde, schouwburg. De reliëfs in de zaal zijn van de hand van Suzanne Nicolaas.
Het beeldhouwwerk aan de gevel is van de bekende Arnhemse beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof (ook gevelwerken aan het Vestagebouw, Heidemaatschappijgebouw en beelden als de Gele Rijder, Karel van Gelre, verzetsmonument, Airbornemonument).

Het standbeeld schuin voor de schouwburg is 'Dans om het gouden kalf' van Fri Heil.


 

Schouwburg gevel



Naar boven

Schouwburgdirecteuren

Per 1-1-1997 hebben de Schouwburg en Musis Sacrum één directie.



Naar boven

Periode  Directeur 
Tot 1972  Schouwburgcommissie 
1972-1986  Krijn Boon 
1986-1996  Rik van Hulst 
1997-2002  Freek van Duin 
2003-heden  Ruud van Zuilen 


Naar boven

Literatuur

Bemmel, H.Chr. van (2004). Cultuur.
In: Meurs, M.H. van, e.a. (Eds.) (2004). Arnhem in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 290-315; pp. 307-308.

Dalman, R.S. (1993). Groeten uit een veranderend Arnhem. Tussen 1893 en 1993 ligt een eeuw.
Zaltbommel: Europese Bibliotheek. p. 42.

De Gelderlander.

Iddekinge, P.R.A. van (1981). Arnhem 44/45. Evacuatie Verwoesting Plundering Bevrijding Terugkeer. Arnhem: Gelderse Boekhandel en Gouda Quint. pp. 9.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840. Zutphen: De Walburg Pers. p. 111.
Leppink, G. (1983). Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem: Drie Gasthuizen. pp. 12-13.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 33-34.

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 23-26.

Pet, C. (1987). Arnhem… muziek en toneel.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken – Arnhem.
Arnhem: Dienst van Gemeentewerken Arnhem, 1987, pp. 177-182, pp. 180-182.

Righart, H. & Bergh H. van den (1988). Vijftig jaar speelruimte. Geschiedenis van de Schouwburg Arnhemm 1938-1988.
Zutphen: Walburg Pers.

Schaap, K. & Stempher, A.S. (1989). Arnhem omstreeks 1865.
Arnhem: Gouda Quint bv. pp. 61.

Schie, R. van (foto’s), Wentink, H. (tekst) & Lavooij, W. (inleiding) (1999). Stadsschoon in Arnhem. Bouwen in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 29.

Staats Evers, J.W. (1868). Beschrijving van Arnhem.
Arnhem: Nijhoff & Zn. pp. 163-166.

Stempher, A.S. (1968). Sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. p. 74.

Stempher, A.S. (1969). Nog ‘s sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. p. 90.

Vredenberg, J. (1999). Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 31-32.



Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.



Naar boven

Printerversie