Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
    Burgerweeshuis / HMA
    Duivelshuis
    Gruyterpassage
    Haphoek Roggestraat
    Huis der Provincie
    Kerkstraat 23
    Korenbeurs
    Luxortheater
    McDonalds Rijnstraat
    Musis Sacrum
    Petersgasthuis
    Postkantoor Jansplein
    Jansplein 59 Florian
    Presickhaeffs Huys
    Rembrandt Theater
    Sabelspoort
    Schouwburg
    Stadhuis
    Vijzelstraat 12
    Waag
    Weverstraat 39
    Weverstraat 40
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

St. Petersgasthuis

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Literatuur


 

St Petersgasthuis achterzijde



Naar boven

Overzicht

Naam: Sint-Petersgasthuis
Adres: Rijnstraat 71, 6811 EZ Arnhem
Bouwjaar: bestaat sinds circa 1354, eerste schriftelijke vermelding in 1380;
Stijl: Gotische voorgevel
Restauratie: 1849 en 1954-1956; architect J.G.A. Heineman i.s.m. D. Verheus
Gebruik in het verleden: In 1407 ingewijd als gasthuis, daarvoor woonhuis
Gebruik sinds 1987: Winkelpand ‘The Globe Outfitters’


 

St. Petersgasthuis topgevel



Naar boven

Geschiedenis

In 1380 kocht Johan Wolterszoon van Arnhem, vicaris en kanunnik van Sint Pieter te Utrecht, de helft van een woonhuis in de Rijnstraat in Arnhem. Dit huis droeg de naam ‘Altmeynte’, of ‘Díe Munte’ en diende als munthuis/munterij. Uit archeologisch onderzoek van de houtconstructie van het huis is gebleken dat het pand uit 1354 dateert. Drie jaar later kocht Van Arnhem de andere helft van het pand van Henrick Munterszoon.
Bij zijn overlijden in 1401 liet Johan Wolterszoon van Arnhem het pand, bij testament, na aan de stad om er een ‘hospitael ende een geestelijck huys voor die ermen ende die siecken te ontfangen en te vueden’ in te vestigen. Dit ter ere van de Heilige Petrus. Aldus werd besloten door de uitvoerders van zijn testament op 23 december 1401 in de Sint Pieterskerk te Utrecht. Er volgde een verbouwing en vier jaar later vond, door de wijbisschop van Utrecht de inwijding van het Sint Peters Gasthuis plaats (noot 1). In de loop der jaren werd nog enkele aangrenzende panden aangekocht. Het meest westelijke pand, richting Rijnpoort werd gebruikt voor de uitbreiding van het hospitaal. In het oorspronkelijke hoofdgebouw bleef de kerk gevestigd en in het oostelijke pand werd de rentmeesterwoning gehuisvest. In de Gasthuiskerk werden, totdat in 1579 het Gereformeerde Geloof de enig toegestane godsdienst in Arnhem werd, Rooms-katholieke kerkdiensten gehouden. Was in het testament van Johan Wolterszoon van Arnhem bepaald dat het huis ‘eeuwelicke’ een hospitaal moest blijven, al in de 16de eeuw was dit niet meer het geval. In 1524/7 werden de kelders onder de hospitaalkerk voor zes goudgeld per jaar verhuurd aan Hertog Karel van Gelre voor de opslag van wijn. De kelders werden later ook voor andere doeleinden verhuurd. Het bestuur en beheer van het Gasthuis onderging een aantal wisselingen. Sinds 1816 was het bestuur in handen van twee burgemeesters en twee raadsleden. Deze huismeesters van het Gasthuis vergaderden eenmaal per maand in de zogenaamde herenkamer van het Gasthuis. Deze kamer werd een aantal keren verfraaid en kreeg in 1709 in de vensters de wapenen van de stad Arnhem en van de toenmalige huismeesters en de rentmeester.
Het pand verviel in de loop der jaren en in 1849 wordt in de gemeenteraadsvergadering van 12 oktober 1849 besloten het, in slechte staat verkerende, pand (Peterskerk) met kelders, een grote schuur en een uitgang naar de Oeverstraat in het openbaar verkocht. In de verkoop was ook de rentmeesterwoning begrepen. Het uurwerk, dat jaren de voorgevel sierde, werd in de even verderop gelegen Rijnbarriére geplaatst.
De nieuwe eigenaar werd de wijnhandelaar A.C. Vongers die het pand liet restaureren (noot 2). Hij kocht ook het uurwerk op van de gemeente en bij besluit van de gemeenteraad van 16 augustus 1856 werd het, door sloop van de barriérehuisjes, teruggeplaatst aan het voormalige gasthuis. Dit gebeurde ook met de klok in de toren aan de achterkant van het gebouw.
In 1890 vestigde zich de Firma J.A. de Klark, speciaalzaak in antieke meubels, zich in het pand. In 1898 werd de deur naar rechts verplaatst. Hierdoor kreeg de linkerzijde van het pand één enorme spiegelruit, een bezienswaardigheid in die tijd.
In 1855 ging het Sint-Peters Gasthuis, samen met het Sint Catharinae Gasthuis en het Sint Anthonie Gasthuis op in ‘De Drie Gasthuizen’. Op 12 mei 1932 kocht het bestuur het Sint-Peters Gasthuis weer terug en liet een grote restauratie uitvoeren. Zo werd de winkelpui uit 1898 verwijderd en de voorgevel in de oorspronkelijke toestand teruggebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog bleef tot en met de jaren zeventig tijd de Firma De Klark in het pand.. Rond 1955 volgde een nieuwe renovatie. Na De Klark kwamen o.a. kunstgalerie ‘Peter Albricht’ en vervolgens diverse kledingzaken in het gebouw.


 

St. Petersgasthuis ca 1920



Naar boven

Beschrijving

Het (voormalige) Sint Peters Gasthuis is één van de oudste, nog bewaarde, panden in Arnhem. De bakstenen gevel heeft uitgekraagde hangtorentjes en een boogfries onder de geveltop. Boven op de topgevel staat een standbeeld van St. Petrus. Dit tufstenen beeld, van de hand van E. baron Speyart van Woerden, dateert van na de Tweede Wereldoorlog. Het pand is een fraai voorbeeld van middeleeuwse kasteelarchitectuur: traptorens en weergangen boven de zijgevels. Opvallend is dat het trapportaal naar de kelder midden in de voorgevel is aangebracht.
Vanaf de achterzijde van het pand (Oude Oeverstraat) is de, tegen de rechterzijmuur staande, fraaie vierkante traptoren het best te zien. De toren met trapgevel een klokkenverdieping verbindt de verschillende etages van het gebouw met elkaar. De klok riep vroeger de gelovigen op ter kerke in de gasthuiskapel te gaan en luidde bij feestelijke gebeurtenissen.
De voorgevel heeft bovendien twee arkeltorens (hoektorentjes ter versiering). Dit alles (toren, weergangen, arkeltorens) om de toenemende macht en de rijkdom van de burgers t.o.v. de edelen te laten zien.
Het gebouw bestond uit een grote voorzaal en een achterzaal. De volledige onderkeldering is via het project ‘historische stadskelders’ te bezichtigen. De twee verdiepingen rusten op balkenzolderingen, waarvan de tweede wordt afgedekt door een grote middeleeuwse eikenhouten kap. In de vroegere hal zijn onder de karbelen gebeeldhouwde kraagstenen te zien.
In 1897 werd bij graafwerk aan de voormalige Rijnpoort in de buurt van het Sint-Petersgasthuis een fraaie gebeeldhouwde kop van de apostel Petrus gevonden. De zandstenen kop dateert uit 1410. In kunsthistorische zin heeft de sculptuur verwantschap (expressiviteit, haarbehandeling) met beelden van de zogeheten Darsow-Meester uit de Duitse stad Lübeck.
Gezien de afmetingen van de kop moet het beeld zo’n anderhalve meter hoog zijn geweest. Oorspronkelijk stond het wellicht in of voor de kapel van het gasthuis en is waarschijnlijk ten prooi gevallen aan de beeldenstorm van 1579 in Arnhem.


 

St. Petersgasthuis achterzijde



Naar boven

Literatuur

Beumer, B., AA40 of Arnhem Authentiek in 40 onderwerpen.
Uitgeverij Beeld, Westervoort, 2001. pp. 49, 66.

Burgers, J. e.a. (1997). Toppers. Boven de winkels in de Arnhemse binnenstad.
Velp: Stichting Arnhemse Verbeelding. pp. 12-13.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 10.

Hasselt, G. van (1790). Kronijk van Arnhem.
Arnhem: W. Troost en Zoon. pp. 4.

Jeurissen, A.P.J. & Wientjes, R.C.M. (2005). Arnhem na de oorlog 1945-1970.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. nr. 92.

Dückers, R. & P. Roelofs (Eds.) (2005). De Gebroeders van Limburg. Nijmeegse meesters aan het Franse hof 1400-1416.
Nijmegen: Museum Het Valkhof/Ludion pp. 260-261.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. & Wal, G. van der (1913). Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam: N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij. pp. 100, 104.

Frank, C.J.B.P. & Haans, F.A.C. (1996). De binnenstad. Duizend jaar wonen in Arnhem tussen Singels en Rijn.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 10, 16-18.

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers. pp. 93-122. pp. 182-185.

Haans, F.A.C. & Frank, C.J.B.P. (2003). De ondergrondse stad. Een tocht door de Arnhemse kelders.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 31-33, 35, 36, 49.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 19, 21.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 54-55.

Leppink, G. (1983). Uit de geschiedenis van de Drie Gasthuizen.
Arnhem: Drie Gasthuizen. pp. 34-44, e.v.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 400-401, 408-410.

Staats Evers, J.W. (1868). Beschrijving van Arnhem.
Arnhem: Nijhoff & Zn. pp. 125-128.

Stempher, A.S. (1968). Sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. pp. 23-24.

Stempher, A.S. (1969). Nog ‘s sjouwen door Oud-Arnhem.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon. p. 47.





Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.
Foto’s 2006: Stijn de Vries.



NotenVan Hasselt, Staats Evers en Markus noemen 1405; Leppink, Graswinckel en Caderius van Veen spreken van 1407).In de literatuur ook genoemd als A.J. Vongers, C.A. Vongers en. L.C.A. Vongers van den Biesen.


 

St. Petersgasthuis top 2005



Naar boven

Printerversie