Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
    Burgerweeshuis / HMA
    Duivelshuis
    Gruyterpassage
    Haphoek Roggestraat
    Huis der Provincie
    Kerkstraat 23
    Korenbeurs
    Luxortheater
    McDonalds Rijnstraat
    Musis Sacrum
    Petersgasthuis
    Postkantoor Jansplein
    Jansplein 59 Florian
    Presickhaeffs Huys
    Rembrandt Theater
    Sabelspoort
    Schouwburg
    Stadhuis
    Vijzelstraat 12
    Waag
    Weverstraat 39
    Weverstraat 40
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Duivelshuis


Duivelshuis, 2007 



Naar boven

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Naam ‘Duivelshuis’
Literatuur


 

Duivelshuis, 1910



Naar boven

Overzicht

Naam: Duivelshuis / Huis van Maarten van Rossum
Ligging: Koningstraat 38, Arnhem
Tijd: Vanaf 1538
Stijl: Renaissance
Architect: stadstimmerman/schepen Arndt Johanns toe Boecop (vermoedelijk)
Verbouwing en restauratie: verbouwd tot raadhuis in 1830 o.l.v. Ant(h)ony Aytinck van Falkenstein;
verbouwd en vergroot in 1898 o.l.v. architect C. Muysken;
gerestaureerd en onderdeel van het nieuwe stadhuis in 1965 -1967 o.l.v. Dienst Gemeentewerken Arnhem (architect W.H. Tiemens).
Gebruik bij oplevering: woonhuis
Gebruik sinds 1968: deel van stadhuis/gemeentehuis Arnhem


 

Duivelshuis Landsman



Naar boven

Geschiedenis

Waar nu het Duivelshuis staat, stond vroeger een stadsboerderij (hofstede). Deze woning was eerder het bezit van Johan Mynschart die tussen 1444 en 1463 schepen (=wethouder) en burgemeester van Arnhem was. De weduwe van Johan Mynschart, joffer Aleit Hopmans, verkocht het huis in 1487 aan Margaretha van Wilp. Even later kwam het in eigendom van het klooster Mariëndaal bij Oosterbeek.
Het huis werd in 1518 eigendom van hertog Karel van Gelre. Na de dood van de hertog in 1538 werd uit diens erfenis het huis op 13 januari (St. Pontiaenavond) 1539 verkocht aan de veldheer van de overleden hertog: Maarten van Rossum.
De beruchte krijgsheer liet het woonhuis in 1543 verbouwen en zo kreeg het huis zijn officiële naam: “Huis van Maarten van Rossum". Tijdens de verbouwing liet hij de vroeg-renaissancistische pronkgevel aanbrengen en werden er grote overwelfde kelders in het gebouw aangebracht. Maarten van Rossum stierf op 7 juni 1555 in Antwerpen, nadat hij in een veldtocht bij Givet (in het zuiden van België) de pest had opgelopen en bleef kinderloos achter. De erfgenamen van Maarten van Rossum verkochten het pand in 1575.
Het huis kwam in de 150 jaar daaropvolgend steeds in andere handen. Eigenaar Carel Otto van Westeren liet tussen 1770-1780 de kruisramen vervangen door schuiframen. Ook verwijderde hij de beelden op de gevel. De saters onder de grote erker werden steeds met rust gelaten.

Uiteindelijk kocht de gemeente Arnhem in 1828 voor fl 13.475,00 het Duivelshuis aan als stadhuis ter vervanging van het vervallen stadhuis op de Markt. Een grote restauratie volgde in diezelfde periode en het pand kreeg een geheel ander aanzien. Het renaissance-uiterlijk verdween voor een belangrijk deel. Zo werden andermaal de beeldhouwwerken verwijderd en werd de 16e eeuwse dakconstructie vervangen. In 1830 werd het Duivelshuis in gebruik genomen als stadhuis.
In 1898 werd onder leiding van architect C. Muysken uit Amsterdam het pand weer in historische stijl hersteld.
Een derde restauratie onder leiding van architect W.H. Tiemens tussen 1965 en 1967 liet het Duivelshuis opgaan in het nieuwe stadhuis. Bij deze restauratie knapte beeldhouwer Giuseppe Roverso uit Nijmegen de saters op en vervaardigde de zes beelden bovenop de gevel.


 

Markt 1832 De kadastrale kaart uit 1821 met gegevens uit het kadaster van 1832. Op de markt ligt nog het oude stadhuis, dat in 1840 werd afgebroken. Boven 'De Groote Kerk' het Duivelshuis



Naar boven

Beschrijving

De beelden van het Duivelshuis stellen achtereenvolgens, van links naar rechts, voor:
Op de erker: Romeinse man en vrouw.
Op de gevel: Maximiliaan van Oostenrijk, Filips de Schone, Karel V, Karel van Gelre, Maarten van Rossum, Willem van Kleef.
Het grote hoekbeeld op de tophoek van de zuidwestgevel stelt een landsknecht/soldaat voor.
Op het balkon staat het wapen van Maarten van Rossum afgebeeld.
Op vier sluitstenen van de buitenmuur zijn vier spreuken gegraveerd:
Nijmegen de oudste
Roermond de stoutste (=dapperste)
Zutphen de rijkste
Arnhem de genoeglijkste


 

Duivelshuis Arnhem De Genoeglijkste



Naar boven

Naam "Duivelshuis"

Het Duivelshuis dankt zijn naam aan de saters; wezens met het onderlichaam van een bok en het bovenlijf van een mens. Een sater is een duivel. Er zijn verschillende verhalen in omloop waarom Maarten van Rossum deze saters op zijn huis liet aanbrengen.
Het eerste verhaal is dat het Arnhemse stadsbestuur het Van Rossum verbood om de stoep voor het huis niet met stenen, maar met zilveren geldstukken te plaveien. De veldmaarschalk was zo kwaad over dit verbod dat hij als wraak de duivels liet aanbrengen om zo het bestuur en de bevolking schrik aan te jagen.
Een tweede verklaring is dat Van Rossum een tegenwicht wilde bieden aan de vrome afbeeldingen op de Grote of Eusebiuskerk.
Een volgende uitleg is dat de beelden zijn geplaatst als symbool voor Maarten van Rossum zelf. Op zijn veldtochten zaaide hij dood en verderf, net als de duivels dat doen.
De laatste, en meest waarschijnlijke verklaring, is dat Van Rossum op één van zijn veldtochten in Mechelen soortgelijke huisversiering zag en daarop besloot deze ook op zijn huis aan te brengen. En kwestie van smaak dus.


 

Duivelshuis, sater



Naar boven

Literatuur

Beumer, B. (2001). AA40 of Arnhem Authentiek in 40 onderwerpen.
Westervoort: Uitgeverij Beeld. pp. 55-57.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 13.

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.

Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933, pp. 156-158.

Iddekinge, P.R.A. (1995). Arnhem.
In: Roos, J. de & Roos, T. de (red.) (1995).Gemeentehuizen van Gelderland. Van Aalten tot Zutphen.
Arnhem: Vereniging Gelre en Gronigen: REGIO-PRojekt. pp. 38-40.
Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 232-240

Schaap, K. (1968). Stadhuis Arnhem 1968.
Arnhem: Gemeente Arnhem. (geen paginering)

Tiemens, W.H. (1987). Arnhem… waar men bij de duivel te biecht gaat.
In: 100 jaar werk in uitvoering 1887-1987. Gedenkboek Gemeentewerken - Arnhem.
Arnhem: Dienst van Gemeentewerken Arnhem, 1987, pp. 169-175.


 

Van Rossum plundert Den Haag



Naar boven

Printerversie