Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
    Kerken Overzicht
       Grote of Eusebiuskerk
       Koepelkerk Jansplein
       Lutherse Kerk Korenmarkt
       OL Vrouwekerk
       Synagoge / Sjoel
       Waalse Kerk
       Walburgiskerk
       Eusebiuskerk Nieuwe Plein
       Janskerk Jansplein
    Kloosters Overzicht
    Begraafplaatsen Overzicht
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Synagoge / Sjoel

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Literatuur


 


Naar boven

Overzicht

Naam: Synagoge / Sjoel
Adres: Pastoorstraat 17a, Arnhem
Bouwjaar: 1852-1853
Stijl: Eclecticisme; in het bijzonder een samengaan van neoclassicisme en neogotiek
Architect: Hendrik Jan Heuvelink
Opdrachtgever: Joodse Gemeente in Arnhem
Restauratie: 2001-2003
Gebruik bij oplevering: Synagoge
Gebruik anno 2005: Synagoge


 


Naar boven

Geschiedenis

De eerste vermelding van Joden in Arnhem is uit 1237. In 1339 kreeg hertog Reinald van Gelre toestemming van keizer Lodewijk om Joden in Arnhem op te nemen. Tijdens de pestepidemie van 1349, "de zwarte dood", werden zij gevangen genomen en werd hun bezit verbeurd verklaard. In 1449 werd het huis van Isaak die Joede belaagd. Twee jaar later werd op bevel van de pauselijke afgezant, kardinaal Nicolaas van Cusa, het aan joden in Arnhem verboden om geld te lenen aan christenen en werden zij verplicht op hun bovenkleding een kenteken te dragen. Daartegenover staat dat ze bescherming genoten van het stadsbestuur. Zo werd Berwoud die Jude schepen van Arnhem en droeg zijn schepenzegel het symbool van zijn afkomst: drie jodenhoeden.
Van het einde der vijftiende eeuw tot het einde van de zeventiende eeuw zijn er geen berichten meer over joden in Arnhem. In 1693 werd nog aan de Arnhemse Joden het burgerrecht geweigerd en konden zij geen slagerij of lombard (pandjeshuis) beheren. Ook mochten zij aan niemand, familieleden niet uitgezonderd, voor een nacht In de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden vestigden zich opnieuw joden in Arnhem. In 1737 kregen de leden van de gemeenschap hun eerste politieke rechten, lidmaatschap van de gilden bleef echter verboden

Een jaar, in 1738, later werd de joodse gemeente officieel erkend door het stadsbestuur en werd er een nieuwe synagoge ingericht aan de Nieuwe Walstraat.
In 1780 werd Jonas Daniël Meijer in Arnhem geboren op de plaats waar in 1852 de synagoge zou worden gebouwd. De beroemde rechtsgeleerde J.D. Meijer speelde een beslissende rol in het emancipatieproces van de Nederlandse joden.
In 1782 werd de synagoge van de Walstraat verplaatst naar een huis achter de Velperpoortmuur.
Met de komst van de Fransen werd de formele emancipatie van de joden een feit. De eerste officiële Arnhemse synagoge was uit 1798-1799 en stond op de hoek van de Bentincksteeg en de Kerkstraat.

Op 13 juli 1852 – 26 Tammoez 5612 werd de eerste steen gelegd van de nieuwe synagoge in de Pastoorstraat, op de plaats waar eens het geboortehuis van Jonas Daniël Meijer stond, door M. Reimann, voorzitter van het kerkbestuur van de Israëlitische Gemeente. Het nieuwe kerkgebouw was een ontwerp van de Arnhemse stadsarchitect Hendrik Jan Heuvelink. De inwijding vond plaats op 19 augustus 1853.
Arnhem werd vanuit joods oogpunt nog belangrijker toen het in 1881 werd aangewezen als hoofdplaats van het synagogaal ressort en zetel van het Opperrabbinaat van Gelderland.
In 1891 werd een Joodse school gevestigd op de hoek van de Kerkstraat en de Broerenstraat. In de Kerkstraat zelf, op nummer 24, was het Joodse badhuis gelegen.

De synagoge raakte in de loop der jaren steeds meer vervallen en tegelijkertijd ontstond de behoefte aan een monument voor de in de Tweede Wereldoorlog gedeporteerde en vermoorde Arnhemse joden.

In totaal woonden 2256 joden langere of kortere tijd (soms maar een maand of korter) tijdens de bezetting in Arnhem en 1300 van hen zijn omgekomen in de kampen.
In de Tweede Wereldoorlog probeerden NSB-ers volgens, de in 1926 in Arnhem geboren, auteur Max Wolff de sjoel aan de Pastoorstraat al op 5 september 1940 in brand te steken. Op 15 januari 1941 gebeurde dat nogmaals en werd ook een aantal joodse winkels geplunderd. De eerste razzia's volgden op 27 februari en 11 juni 1941.
Bij de laatste razzia in december 1942 is een lijst met namen gebruikt, die sinds 1940 netjes was bijgehouden door drie Arnhemse rechercheurs: 959 joden moesten worden opgepakt op 568 adressen. Uiteindelijk werden in de nacht van 11 december 1942 346 joden opgepakt door agenten en - zoals het heette - 'naar Westerbork geëvacueerd'.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de synagoge enkele opknapbeurten en werd in 1950 heringewijd. In 1967 werd het interieur om praktische redenen verkleind.
In het jaar 2001 werd besloten tot een grootscheepse renovatie van de synagoge. Voor de reconstructie werden oude kaarten, foto’s en verhalen van overlevenden gebruikt want de restauratie moest voldoen aan de eisen die de Joodse gemeenschap stelt. Na bijna 3 jaar arbeid en 2,9 miljoen euro investeringen van zowel de overheid, fondsen als bedrijven en particulieren is de synagoge weer in haar oude glorie hersteld. Op 8 oktober 2003 werd de gerenoveerde synagoge, in aanwezigheid van koningin Beatrix, feestelijk geopend.


 


Naar boven

Beschrijving

De synagoge is gebouwd in een combinatie van stijlen, het eclecticisme. Vooral het neoclassicisme en de neogotiek zijn goed te herkennen. De classicistische grondvorm (hoge plint) met de opvallende vijfzijdige steunberen gaat over in een onderbouw met vierkante ramen. De bovenbouw heeft weer rondboogvensters met gietijzeren ornamenten. De tekst op de balustrade in de Pastoorstraat heeft een Hebreeuwse tekst uit Jesaja 56 :7: ‘Huis van gebed voor alle volken’.
Het zaalgebouw met de zijbeukgalerijen heeft ook de eclectische architectuur met achthoekige, van de gotiek afgeleide, zuilen. Deze zijn in de gevel als muurpijler opgenomen.
Het interieur van het oude gebouw heeft bij de renovatie van 2001-2003 een ingrijpende verandering ondergaan. Dat betekent bijvoorbeeld dat de vrouwengalerijen zijn hersteld zoals stadsarchitect H.J. Heuvelink ze in 1852 had ontworpen en dat een verlaagd plafond is verwijderd.

Nieuw is ook de glazen wand die in plaats van een stenen muur is geplaatst om de gebedsruimte en een zaal van elkaar te scheiden. Hierdoor ontstaat veel ruimte, licht en overzicht en komen tal van details beter tot uiting. Zoals de glas-in-loodramen aan beide kanten van het gebouw.
Tweede opvallende verandering is de loofhut met keuken en toiletten naast het oorspronkelijke gebouw. Dit rechthoekig deel is volledig nieuw en werd aan de buitenkant met grijze natuursteen bekleed. Onder de loofhut bevindt zich de woonruimte voor de geestelijke, die op vrijdag niet met het openbaar vervoer mag reizen en dus overnacht in het gebouw. Tijdens het loofhuttenfeest, gaat het dak van het bijgebouwtje via handkracht open.
De joodse gebedsruimte rust net als in 1853 op acht houten pilaren. Ook zijn de motieven, die na speurwerk terug zijn gevonden, op de zuilen aangebracht. De scheuren in de pilaren zijn niet gerepareerd om te benadrukken dat het hier om oude, originele, materialen gaat.


 


Naar boven

Literatuur

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (1996). Verliefd op Arnhem. Deel 2.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 39.

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933. pp. 170.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden. Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 8, pp. 183-184, 191, 194.

Klijn, M. (2005). Schoolse en joodse kanttekeningen naar aanleiding van Arnhem in de twintigste eeuw.
In: Arnhem de Genoeglijkste, jrg. 25, nr. 2, pp. 65-67.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 138.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 49.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906. pp. 341-344.

Wolff, M. (1995). De nakomelingen van Wolff Ben Eleazar en Moshle Ben Gompertz Halevi 1695-1995.
Arnhem: Uitgave in eigen beheer.



Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.
Foto’s 2006: Stijn de Vries.



Naar boven

Printerversie