Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
    Kerken Overzicht
       Grote of Eusebiuskerk
       Koepelkerk Jansplein
       Lutherse Kerk Korenmarkt
       OL Vrouwekerk
       Synagoge / Sjoel
       Waalse Kerk
       Walburgiskerk
       Eusebiuskerk Nieuwe Plein
       Janskerk Jansplein
    Kloosters Overzicht
    Begraafplaatsen Overzicht
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Walburgiskerk

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
De Heilige Walburgis
Bronnen over de Sint-Walburgiskerk
Literatuur


 


Naar boven

Overzicht

Naam: Sint-Walburgiskerk
Adres: St. Walburgisplein 1, Arnhem
Bouwjaar: 1315-1400
Stijl: Gotiek, vroege baksteen
Restauratie: 1851-1854 en 1855; leiding Th. Molkenboer
1947-1951; leiding G.M. Leeuwen
Gebruik sinds 1808: Rooms-Katholieke parochiekerk


 

Walburgis vanuit het zuidoosten Foto: www.arnhem-organ.nl



Naar boven

Geschiedenis

Het Sint-Walburgkapittel uit Tiel werd in 1315 door de bevolking uit de stad bevolking. Van graaf Reinoud I van Gelre (1326-1343) kregen de 13 kanunniken toestemming om zich in Arnhem te vestigen. De graaf wilde in ruil daarvoor wel het recht om, bij een bezoek aan Arnhem, met paarden en gevolg bij het kapittel te mogen verblijven. Het kapittel kreeg in Arnhem de stad een eigen rechtsgebied, de immuniteit. Het stadsbestuur had geen enkele zeggenschap over dit gebied. De kapittelheren hadden elk hun eigen huis direct naast de nieuw te bouwen kerk. Kanunniken of kapittelheren zijn geestelijken die samen leven, zoals in een klooster, maar zonder het afleggen van de kloostergelofte: het zijn ‘wereldlijke geestelijken’. Ze leefden van de zogenaamde prebenden: inkomsten uit schenkingen (landerijen) die aan het kapittel waren gedaan.
In Arnhem werd rond 1315 begonnen met de bouw van de kerk en na vele jaren bouwen was die, rond 1370, klaar. In 1423 werd de kerk, of een uitbreiding daarvan, officieel ingewijd.
De kerk was van oorsprong een kruiskerk met een rechtgesloten koor en twee torens. In 1499 en in het midden van de 16e eeuw werd de kerk met kapellen aan de zuidzijde uitgebreid.
In 1488 moest de kerk opnieuw ingewijd worden nadat Ot Pin de priester Arend van Deventer had doodgeschoten.

In 1579 ging Arnhem over tot het gereformeerde geloof en werd stapsgewijs het beoefenen van een andere godsdienst verboden. De Sint-Walburgiskerk kwam leeg te staan en in 1614 besloot het stadsbestuur om van de kerk een arsenaal (opslag van wapens) te maken. In 1622 werd een ander deel van de kerk als militaire gevangenis ingericht. Daartoe werd de overwelving van de hoofdbeuk gesloopt en werden aldaar, in het voorste gedeelte van de kerk, verdiepingen aangebracht.
Op 22 juli 1808 werd de kerk door koning Lodewijk Napoleon, bij een bezoek aan de stad, terug gegeven aan de Rooms-katholieke gelovigen. Voor de ongeveer 3.000 Arnhemse katholieken een blijde gebeurtenis. De kerk was in zo’n slechte staat dat sloop en nieuwbouw werd overwogen, maar daarvoor was geen geld beschikbaar. Het bedrag dat Lodewijk Napoleon in 1809 schonk (fl 16.250,00), hielp ook niet echt. In eerste instantie werd de kerk daarom alleen voor gebruik klaar gemaakt. In 1851 werd met een echte restauratie begonnen onder de leiding van de Leidse architect Th. Molkenboer (1796-1863). Molkenboer wilde in de restauratie niet de oude situatie in ere herstellen, maar wilde zijn eigen tempel drukken op de gotische uitstraling van de kerk. Hij liet bijvoorbeeld de vierkante pilaren van het schip rond maken. Mede daardoor stortte, kort na de beëindiging van de restauratie, op 8 november 1854 de noordertoren (linkertoren) in en vernielden de brokstukken grote delen van het kap, schip en orgel van de kerk. Een tweede restauratie, weer met Molkenboer als architect, volgde. Het koor kreeg door de ingrepen van Molkenboer een niet vaak voorkomende combinatie van een vroeggotisch koor en een neogotische afsluiting.
Gedurende de 'Slag om Arnhem' september 1944 werd de kerk zwaar beschadigd en brandde volledig uit. Tussen 1947 en 1951 vond met herbouw en uitbreiding een volledige restauratie plaats onder leiding van architect G.M. van Leeuwen, waarbij wel het doel was om de kerk terug te brengen naar de oorspronkelijke middeleeuwse situatie. De kerk kreeg weer gemetselde gewelven en de 19de eeuwse uitbreiding van het koor werd met een apsis verbeterd. Ook werden de oorspronkelijke galmgaten in de twee torens hersteld.
In 1964 werd de kerk door Paus Paulus VI verheven tot Basilica Minor (kleine basiliek). De viering hiervan vond plaats in een pontificale hoogmis op 16 mei 1965 onder leiding van de kardinaal en aartsbisschop van Utrecht, Bernardus Alfrink.


 


Naar boven

Beschrijving

De Sint-Walburgis kerk is de oudste nu nog bestaande kerk in Arnhem. De kerk maakt van de buitenkant allerminst de gebruikelijke gotische, lichte naar de hemel wijzende, indruk. Door het gebruik van donkere baksteen maakt het een sobere, sombere indruk. Dit wordt versterkt door het ontbreken van verticale pilasters of iets dergelijks. De enige versiering zijn de gemetselde balustraden langs de dakgoten. Ook de gebruikelijke gotische elementen als luchtbogen, pinakels en versieringen in natuursteen ontbreken. De Sint-Walburgiskerk verschilt daarmee erg van de Grote of Eusbiuskerk (Nederrijnse Gotiek).
Toch valt de gotische stijl goed te herkennen aan de hoge spitsboogvensters tussen de torens en de vensters in het dwarsschip. In de veertiende eeuw, toen de kerk werd gebouwd, was het gebruik van baksteen op zo’n grote schaal een bijzondere aangelegenheid. De bouwers van de Sint-Walburgiskerk waren dan ook zeer vooruitstrevend. Later werd aan deze bouwstijl de term baksteen-gotiek gegeven.
De twee torens zijn niet gelijk wat aan de galmgaten bovenin (drielinks, twee rechts) goed valt te zien.
Zoals gebruikelijk bij middeleeuwse kerk is de ingang in het westen en is het koor (met het altaar en de priester) in het oosten (richting het beloofde land) geplaatst.
In contrast met de sombere uitstraling van het exterieur is het kerkinterieur: wit, licht.
Binnen in de kerk bevindt zich een aparte schatkamer met liturgische voorwerpen, waaronder de schrijn van de Heilige Walburgis, een wierookvat, een madonnabeeld en de buste met de relieken van Sint-Eusebius.

De reliekschrijn van de Heilige Walburgis
Na de dood van de Heilige Walburgis werd een gedeelte van haar stoffelijke resten in 893 naar het vrouwenklooster in Mannheim gebracht, en een deel kwam terecht in het klooster van Veurne in België. Aan het eind van de tiende eeuw groef men het gebeente in Eichstätt weer op, het leek alsof het met dauw bedekt was. In oktober 1042 werden de beenderen in een kleine sarcofaag opnieuw bijgezet in de crypte van de kerk. Sindsdien druppelt ieder jaar van oktober tot 25 februari, de sterfdag van Walburgis, een heldere vloeistof uit de bodem de stenen kist. Deze vloeistof, Sint Walburgisolie genoemd, wordt in schalen opgevangen en gebruikt ter genezing van zieken, zoals Walburgis zelf al tijdens haar leven deed. In 1947 verkreeg de Walburgiskerk in Arnhem de, uit Eichstätt afkomstige, relieken van Walburgis. Ze werden in een reliekschrijn in de Walburgkapel geplaatst. De door Joop Janssen ontworpen en uitgevoerde schrijn. Deze heeft de vorm van een huisje en meet ongeveer 45 x 30 x 40 cm. Aan de voorzijde bevindt zich een flesje met olie van St. Walburg. Verder bevat de schrijn in émail cloisonné zes taferelen uit de legende van Walburg: de overtocht uit Engeland, waarbij Walburgis een storm doet laten liggen; de wijding tot kloosterzuster; de genezing van een ziek meisje, waarbij bloedhonden – die gewoonlijk iedereen aanvielen – haar met rust laten; de gave van bilocatie (op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn); de wijding tot abdis en haar begrafenis.



 


Naar boven

De Heilige Walburgis

Rond 710 na Christus werd Walburgis in Engeland (Sussex) geboren als dochter van Richard, koning van Engeland, en zijn vrouw Wuna. De broer van Walburgis, Willibald, was bisschop van Eichstätt.
Walburgis ging in het klooster en werd Benedictines. In 748 werd zij door haar oom Bonifatius met enkele andere kloosterzusters naar Duitsland geroepen om te helpen met het bekeringswerk van de heidenen.
Zij stierf in 799 als abdis van het klooster Heidenheim.
Op afbeeldingen wordt Walburgis voorgesteld als abdis met een staf en de regels van Sint Benedictus. Veelal gaat dit vergezeld van een olieflesje en soms ook nog met een kroon of drie korenaren. De aren verwijzen naar de legende waarin verteld wordt hoe Walburgis een kind van de hongerdood redde.
De Heilige Walburgis is één van de veertien ‘noodhelpers’ met name tegen oogklachten en hondenbeten. Ze is de patrones/beschermheilige van kraamvrouwen, boeren, huisdieren en veldvruchten. Haar feestdagen zijn 25 februari, haar sterfdag en 1 mei, Walpurgisnacht. Dit laatste was oorspronkelijk een Germaans feest. Na de kerstening werd het een christelijk feest met Sint Walburgis als patrones, om het eind van de winter te vieren.


 


Naar boven

Bronnen over de Sint-Walburgiskerk

De verdrijving van het Sint-Walburgkapittel uit Tiel, 1315
”Omtrent desen tijd is het heele Godshuys van H. Walburgen eyndeliken van Thiel naar Arnhem over-gevaeren. De aendryvende oorzaek hiervan was de driestigheid der burgeren, die onder ’t dexel dat de Geestelikheid hen met schatten en scheeren veel over-lastst deede, ende de wan-betaelders op staende voet met rechts-dwankgk en gyseling overviel, eerst in een oploop eenige derzelver dood sloegen, eenige die naer de Kerck als een veyligen schuyl-hoek toerenden, van den tooren neder-wierpen, ende de overige het ronde gat weesen. Als deze gewelddaed ten aensien van de Geestlike schaer hard en wat onmenschelijk geleek, heeft men op ‘t lest besloten dat de Dom-heeren, medevoerende ofte verkoopende wat hun eygen was, onbeschaedighd wt de Atad ende waer heen ’t hen beliefde souden vertrecken. Maer Reynald ende die van Arnhem hebben se gaerne en met eerbiednis niet alleen binnen genoomen, maer ook woeningen en een ruym erve vereerd, om daer ter eeren van hun beschermster Walburg een kostelicke kerk op nieuws te timmeren.”
Bron: Arent van Slichtenhorst, 1653 (geciteerd in Markus, A., 1907).

De instorting van de Sint-Walburgiskerk, 1854
”Op den morgen van den 8sten November van dat jaar bevond ik mij omstreeks 9 uur in de St.-Walburgsteeg; vele menschen welke den vroegdienst hadden bijgewoond, hadden juist de kerk verlaten, en troepjes ambachtslieden, die in de kerk aan het werk waren, wilden zich na schafttijd weder naar hun werk begeven. Opeens hoorde ik een donderend geraas, en zag de kerk in wolken van stof gehuld.
Toen de stofwolken opgetrokken waren, begaf ik mij derwaarts, en ziet, daar stond de kap van den noordelijken toren nog slechts op de twee buitenste muren, de twee binnenste waren ingevallen en hadden op hun weg een groot deel van het dak meegenomen en het inwendige der kerk meerendeels vernield. Het orgel was totaal verbrijzeld, stukken er van lagen op het hoofdaltaar. Hoog lagen balken, leien, stenen opgestapeld; het geheel geleek een groote afbraak. Had dit onheil 10 minuten vroeger of later plaats gevonden, dan zouden de gevolgen verschrikkelijk zijn geweest, en menige familie in rouw gedompeld hebben.”

Bron: A. Markus, 1907.


 


Naar boven

Literatuur

Beumer, B (2001). AA40 of Arnhem Authentiek in 40 onderwerpen.
Westervoort: Uitgeverij Beeld. pp. 41.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./2000). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. Gebonden editie van delen 1 t/m 4. p. 12.

Dalman, R.S. (1993). Groeten uit een veranderend Arnhem. Tussen 1893 en 1993 ligt een eeuw.
Zaltbommel: Europese Bibliotheek. p. 49.

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers. pp. 164-166.

Hasselt, G. van (1790). Kronijk van Arnhem.
Arnhem: W. Troost en Zoon. pp. 1, 3, 7.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 271-277.

Schaap, K. & Stempher, A.S. (1973). Arnhems Oude Stadshart.
Arnhem: Gemeentearchief Arnhem. p. 66.

Schaap, K. & Stempher, A.S. (1989). Arnhem omstreeks 1865.
Arnhem: Gouda Quint bv. pp. 74-75.

Wander, R.H.J. (1997). Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 12, 14, 15, 18, 35, 37-38, 46-47, 53, 54-55, 57.


Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem, Gelders Archief en Historisch Museum Arnhem en www.arnhem-organ.nl (de Arnhemse Orgel-site).



 


Naar boven

Printerversie