Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
    Kerken Overzicht
       Grote of Eusebiuskerk
       Koepelkerk Jansplein
       Lutherse Kerk Korenmarkt
       OL Vrouwekerk
       Synagoge / Sjoel
       Waalse Kerk
       Walburgiskerk
       Eusebiuskerk Nieuwe Plein
       Janskerk Jansplein
    Kloosters Overzicht
    Begraafplaatsen Overzicht
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Grote of Eusebiuskerk

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving van het exterieur
Beschrijving van het interieur
De Heilige Eusebius en zijn relikwieën
Bronnen over de Eusebiuskerk
Literatuur


 


Naar boven

Overzicht

Naam: Grote of Eusebiuskerk
Adres: Kerkplein 1, Arnhem
Bouwjaar: vanaf 1452
Stijl: Nederrijnse Gotiek
Restauratie:
1894-1930; ontwerp en leiding J.W. Boerbooms en (sinds 1899) Jos Th. Cuypers
1945-1961; architect Berend T. Boeyinga, hoofdopzichter sinds 1953: Adrie Schellevis; torenherbouw (vanaf 1955) naar ontwerp van architect Theo G. Verlaan
1975-1983; leiding architect Riemersma
1992-1994
Gebruik anno 2005: Multifunctioneel centrum


 


Naar boven

Geschiedenis

Est in Arneym ecclesia I: In Arnhem is een kerk; dat vermeldt in 893 de goederenlijst van het klooster Prüm in Duitsland. Die kerk is de St. Maartenskerk, die op de plaats stond van de huidige Grote of Eusebiuskerk. Van de Maartenskerk zijn nu nog de funderingsresten in de Eusebiuskerk te bezichtigen. In het plaveisel aan de zuidoostzijde van de kerk (Turfstraat richting Duivelshuis) is de plattegrond van de Maartenskerk aangegeven.
Rond 1400 liep het bezoek aan de Maartenskerk sterk terug. Het klooster in Prüm, die het beheer over de kerk voerde, zag daarmee ook de inkomsten dalen. De gelovigen in Arnhem bezochten steeds meer andere kerken in de stad, zoals de Sint-Walburgiskerk en de kloosterkerken. Het klooster in Prüm wendde zicht tot paus Martinus V om beklag te doen over het teruglopend kerkbezoek. Op 16 december 1422 werd een pauselijke bul uitgevaardigd om de Arnhemmers te dwingen om van de Maartenskerk gebruik te maken.
In 1451 wordt Walram van Wamel de nieuwe pastoor van de Maartenskerk. Hij wil het kerkbezoek een impuls geven door een kostbaar relikwie in de kerk te plaatsen. Nu had het klooster Prüm een reliekschat (schedel en tong) van de Heilige Eusebius, een martelaar uit de 2e eeuw, in haar bezit. Na bemiddeling van Arnold van Egmond, hertog van Gelre (1423-1473, geboren 1410) mocht de pastoor de relieken ophalen. In augustus 1453 arriveerde hij met de schat in Arnhem.
Door de kerk te vergroten, wilde pastoor Van Wamel twee vliegen in één klap slaan: een nieuwe grote kerk zou bezoekers trekken en het zou een waardig onderkomen zijn van de relikwieën van de Heilige Eusebius. In 1452 startte de nieuwbouw van de kerk. Hertog Arnold kon bij het leggen van de eerste steen niet aanwezig zijn, omdat hij op bedevaart was naar het Heilige Land. Wel liet hij een munt inmetselen. Voor de uitbreiding van de kerk werd speciaal een stuk grond gekocht, waardoor de kerk twee keer zo groot kon worden. Als eerste werd in het westen begonnen met de toren en het aansluitende schip. Men bouwde in de richting van het in 1423 vernieuwde gotische gedeelte (driebeuk) van de oude Maartenskerk.
De stadsrekeningen van het bestuur van Arnhem laten in de 15e eeuw goed de voortgang rond de bouw zien. Regelmatig worden geldbedragen bestemd voor de bouw en wordt ontheffing gegeven op betaling van tolgelden bij de aanvoer van steen. In 1455 bleek de bouw al financiële problemen op te leveren.
Toch is in 1478 de bouw van de toren zo ver dat het uurwerk van de oude naar de nieuwe toren overgebracht kon worden. Daarmee werd de eerste fase van de laatgotische bouw afgerond. De imposante kerktoren (twee verdiepingen met op de tweede geleding hoektorentjes en een lage spitsbepaalde voortaan het silhouet van de stad Arnhem. Voor de schippers op de Rijn diende hij als baken.
In de onrustige jaren rond 1500, als gevolg van de twisten tussen Gelre en Bourgondië, ligt de bouw van de kerk nagenoeg stil. Vanaf 1520 wordt weer volop gewerkt; de jaartallen 1526 (vieringgewelf) en 1529 (gewelf van de noordelijke dwarsarm) zijn daar bewijzen van. Ook de aanpassing en overwelving van het koor vindt nog voor 1550 plaats.
In 1550 maakte stadstimmerman Wilhelm Bernts ook een begin met een verhoging van de toren met een zogenaamde achtkantige lantaarn.
In deze jaren wint het protestantse geloof steeds meer aan invloed in Arnhem. Er zijn vrijwel geen bouwactiviteiten aan de katholieke Eusebiuskerk. In juni 1579 wordt de kerk gesloten voor de rooms-katholieke eredienst. Drie maanden laten, op 19 september 1579, werd de kerk op bevel van de stadhouder van Gelre, Johan van Nassau, en het Arnhemse stadsbestuur voor de Hervormde eredienst ingericht. De relikwieën van de Heilige Eusebius konden nog in Deventer in veiligheid worden gebracht. In 1581 wordt de gehele uitoefening van de rooms-katholieke godsdienst in Arnhem verboden.
In 1672 werd de kerk, door de Franse troepen onder leiding van Lodewijk XIV, tijdelijk terug gegeven aan de katholieke gemeenschap. In 1674, als de Fransen Nederland hebben verlaten nemen de Hervomden de kerk weer in gebruik.
Het bestuur van Arnhem besluit in 1648 een nieuw klokkenspel en uurwerk in de kerk aan te brengen. De toren werd daartoe, onder leiding van de Haagse bouwmeester Paul Pelen, verhoogd ‘tot de kop van de haan’ tot 311 voet. Dit alles kon mogelijk gemaakt worden door diverse giften en een collecte onder de bevolking.
In de 18e en 19e eeuw werd nauwelijks aan onderhoud van de kerk gedaan waardoor de kerk ernstig te lijden had. In 1893 werd de ‘Vereniging tot restauratie van de Grote of St. Eusbiuskerk’ opgericht. Van de twee architecten, H. Portheine jr. en J.W. Boerbooms, was het vooral de laatste die ontwerpen maakte voor de restauratie. In 1905 werd vervolgens, door geldgebrek, alleen de bovenbouw van de kerk hersteld. Pas in 1914 was de dwarsarm gereed en in 1930 de gehele kerk, met uitzondering van de toren.
In de Slag om Arnhem, vanaf 17 september 1944, werd de Grote Kerk bijna volledig verwoest. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd begonnen met de restauratie. Voor de toren werd een prijsvraag uitgeschreven die gewonnen werd door Theo Verlaan. Verder opmerkelijk zijn de Walt Disney- (zeven dwergen) en Marten Toonder- beelden (Ollie B. Bommel) van beeldhouwer Henk Vreeling met daartussen een beeltenis van de tegen de beelden protesterende dominee G.C. Foeken.
Op zaterdag 21 oktober 1961 werd de kerk officieel in gebruik genomen.
In 1964 werd de kerkhaan op de 93 meter hoge toren geplaatst.
Nadat in 1973 en 1974 brokstukken van de kerk waren afgevallen, bleek een nieuwe restauratie nodig. Deze duurde tot 1983.
In 1993-1994 werd de toren opnieuw gerestaureerd en werd een panoramalift aangebracht.


 


Naar boven

Beschrijving van het exterieur

De Eusebius kerk is een gotische kerk in basiliekvorm: driebeukig schip met een lichtbeuk daarboven. De luchtbogen, die de zijwaartse druk moeten opvangen, gaan van de lichtbeuk over de daken van de zijbeuken naar de steunberen. De steunberen zijn extra verzwaard door pinakels en/of torentjes.
De toegang tot de kerk bevindt zich in het westportaal. Dit portaal is tevens de onderbouw van de toren.
Boven de deur van het zuidportaal een hoog spitsboograam met daarvan aan weerszijden (kopieën) van vier heiligenbeelden; van links naar rechts: St. Maarten, de eerste schutspatroon van de kerk, Petrus, Christoffel en Stephanus.
In het plaveisel aan de zuidoostzijde van de kerk (Turfstraat richting Duivelshuis) is de plattegrond van de vroegere Maartenskerk aangegeven.

De toren is 93 meter hoog; de gehele wenteltrap telt 385 treden. De panoramalift brengt je 73 meter hoog en daarna is het mogelijk om nog tot 80 meter hoog klimmen via de trap. De toren is in feite tweeledig. De onderbouw is het westelijke ingangsportaal met een groot spitsboogvenster boven de dubbele toegangsdeur. De tweede geleding heeft grote blinde vensters met gotische versieringen. Ter hoogte van de luidklokken zijn de vensters gedeeltelijk open. De waterspuwers boven het uurwerk zijn de Walt Disney figuren, Pa Pinkelman en ds. Foeken.


 


Naar boven

Beschrijving van het interieur

Gewelven
Ster- en netgewelven met sluitstenen (de beschilderde stenen op de plaats waar de ribben elkaar kruisen). In het koorgewelf zijn de jaartallen van de bouw cq. restauratie aangebracht.
Bijzonder zijn ook de gebeeldhouwde kapitelen en kraagsteentjes, die ieder een eigen voorstelling hebben.
Gewelfschilderingen

Grafmonument Karel van Gelre en Man-in-het-kastje
Het graf van Karel van Egmond, hertog van Gelre (1467-1538) bevindt zich in de zuidelijke kooromgang. Het praalgraf is een tombe in renaissance stijl, uitgevoerd in zwart marmer met zestien wit marmeren/albasten reliëfs tussen pilasters. Aan de lange zijden zijn de twaalf apostelen met hun symbolen gebeeldhouwd. Aan de westelijke voorzijde zijn links de Heilige Familie (Maria, Jozef, Jezus) en de grootouders van Jezus (Anna en Joachim) en rechts de Heilige Christoffel afgebeeld. Op de oostelijke achterzijde staat links een krijgsman (St. Maarten?, Karel van Gelre?, Karel de Grote?) en rechts Elisabeth van Hongarije (Thüringen).
Op de toetsstenen kist flankeren zes uit zandsteen gebeeldhouwde leeuwen de liggende en biddende hertog, gebeeldhouwd in wit-marmer. De leeuwen dragen de kwartierwapens van Karel van Egmond: Gelre, Kleef, Arckel, Bourgondië, Bourbon, Bourgondië, Berry en Beieren. De oorspronkelijke marmeren leeuwen zijn verloren gegaan door het instorten van koorgewelf als gevolg van de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog.
Schuin boven het graf bevindt zich de ‘man-in-het-kastje’: een pop (feitelijk alleen een gesneden houten hoofd en houten handen), de hertog voorstellende, met diens originele harnas. Het originele kastje (1626) en de pop zijn in de oorlog verloren gaan en het zwaard van de hertog werd toen ontvreemd. Wat we nu zien is het originele, gerestaureerde, harnas in een moderne kopie van pop en het kastje: een eiken baldakijn met vier getorste zuilen.

Graf Joost van Sasbout

Graf Fontanus
Gildenborden
Orgel
Carillon (53 klokken, 50.000 kilo, zwaarste nog spelende carillon van Europa; Beiaard-klok weegt 9100 kilo en is de zwaarste klok van Nederland).
Klokken (zeven gelui).


 


Naar boven

De Heilige Eusebius en zijn relikwie n

Het leven van de Heilige Eusebius
Er zijn vele heiligen en martelaren met de naam Eusebius. De heilige waaraan de Grote Kerk van Arnhem haar naam dankt leefde in de 2e eeuw na Christus tijdens de regering van keizer Commodus (180-192). Eusebius en zijn metgezellen Vincentius, Peregrinus en Pontianus bekeerden vele Romeinen, waaronder een senator, tot het christendom. Daarnaast gaven zij hun persoonlijke bezittingen aan de armen en begroeven zij andere christelijke martelaren. Nadat zij keer op keer geweigerd hadden het keizerlijke bevel uit te voeren en offers te brengen aan Jupiter en Hercules werden zij gevangen genomen en gemarteld. Tijdens de martelingen werd de tong van Eusebius afgesneden, maar hij bleef desondanks de lof van Jezus Christus verkondigen. De tong werd opgeraapt door Faustus, een bij de pijnigingen aanwezige christen. Hij verborg de tong onder zijn mantel en vluchtte. Eusebius bleef vanuit de gevangenis, zonder tong, doorpraten en bekeerde nog een cipier. Daarop beval keizer Commodus dat Eusebius ter dood gebracht moest worden en het vonnis werd uitgesproken door rechter Vitellius. Op 25 augustus (de feestdag van de Heilige Eusebius) werd hij om het leven gracht via een slag met een zweep waaraan een loden kogel was gebonden. Eusebius werd begraven in een crypte bij de zesde mijlpaal buiten Rome tussen de Via Aurelia en de Via Triumphalis.

De Eusebius-relieken

De Eusebius-relieken (schedel en tong) zouden in de negende eeuw door paus Sergius II (844-847) op aansporing van keizer Lotharius I, die na zijn terugtrede als keizer monnik werd in Prüm, geschonken zijn aan graaf Markward, de abt van Prüm. De relieken werden in 1453 door pastoor Walram van Wamel naar Arnhem gebracht.
In 1579, tijdens de Reformatie, werd de reliekhouder in veiligheid gebracht en kwam via de kapel van het St. Agnietenklooster (nu: Waalse Kerk) en Emmerik in Deventer terecht. In 1625 (Schulte, p. 29: 1622; p. 44: 1625) werd de houder aan de Arnhemse Katholieken teruggeven en kreeg een plaats in de schuilkerk aan de Varkensstraat (Eusebiusstatie of Varkensstraatkerk). In 1865 werd het overgebracht de nieuw gebouwde Neogotische Eusebiuskerk aan het Nieuwe Plein. Na de sloop van deze kerk in 1990 werd het reliek geplaatst in de schatkamer van de Sint-Walburgiskerk. Daar is het nog steeds te bewonderen.

Het bovenstuk dateert uit het midden van de 15e eeuw gedateerd (1452) Het is een zilveren hoofdreliquarium, een reliekhouder in de vorm van een hoofd met schouders. Het toont een hiëratisch, strak voor zich uit starend gelaat, omgeven door licht krullend haar. Een strakke halsband met vier knoopjes aan de voorzijde scheidt het hoofd van de glad gepolijste schouders. Het strak vormgegeven gelaat kan opgetild worden, waardoor de schedelreliek zichtbaar wordt. Het fraai gestileerde haar is van verguld zilver.
Het middengedeelte met de engelen is uit de 17e eeuw en heeft aan voor- en achterzijde een kijkvenster (fenestella) waarachter zich de (versteende) tong en enkele perkamentstrookjes bevinden. Op het perkament staat in het Latijn: ‘H. Eusebius, martelaar, bid voor ons kameraden/reisgenoten’.
Aan weerzijden van het venster knielt een engel met gevouwen handen. Aan de achterzijde is het venster met florale motieven omgeven. Het onderstuk, met het jaartal 1669, is een rechthoekige kist die met zilveren platen is beslagen. De voorzijde toont Eusebius als Romeins soldaat met helm en harnas. Een engel komt aangevlogen met een zegekrans voor de martelaar. De tekst luidt: ‘Sanctus’ en ‘Eusebius mar’.


Het mirakelboek van de Heilige Eusebius

De Heilige Eusebius had tijdens zijn leven al wonderen verricht, maar ook na zijn dood bleef hij weldaden verrichten. Rond 1574 werd door de nonnen van het klooster Bethanië, bij Presikhaaf, een aantal van zijn wonderen opgeschreven in het zogenaamde mirakelboek. Het bekendste mirakel is dat wel van een vrouw die haar kind verliest in de Jansbeek (Sonsbeek). Na een gebed tot Eusebius komt het kind echter weer tot leven. Zie ook hieronder.



 


Naar boven

Bronnen over de Eusebiuskerk

Aankoop van een stuk grond voor de bouw van de Eusebiuskerk, 1453
”Betaelt myn joffer Mynscart 22 old scild van hoirre husinghe daer nu die nye kirck op wurt getimmert ad 30 stuvers den scilt-Facit simul 36 Rijnse gulden 38 ½ kromstert”
Bron: Stadsrekeningen Arnhem, 1453/1454.

De Heilige Eusebius wekt verdronken kind in de Jansbeek tot leven, 1475
”Er was een vrouken binnen Arnhem ende hadden een kint van derde half jaer. So sij stont en wiessche op Sunte Johannesbeke, soe mijsten sij hoer kint ende sij liep ende socht hoer kynt. So sach sijt van veers comen driven in der beecken.
Soe wart haar geraden dat sij hoer bevert laefden sunte Eusebius mit wijn, weit, golt ende silver. Soe vroe als dat geschiet was, ter stont werd dat kijnt gewende ende wert weder om levendich. Doe dede sij hoer bevert als sij gelaeft had.”

Bron: Mirakelboek Heilige Eusebius, 1475.

De Heilige Eusebius geneest hartklachten, 1475
”Een vrou van Zutphen creech over grote steecken voer hoer hert, soe dat sij meynden toe sterven. Doe vielen hoer gedachten opten heiligen vrient Godes, Sunte Eusebius, ende riep hem aen, soe dat zij docht hem te versuecken ende hoer bevert toe doen. Terstont veranderdent ende beterden mitter vrouwen. Doe volbracht sij hoer beloeft.”
Bron: Mirakelboek Heilige Eusebius, 1475.

bevert = bedevaart
hoer = haar


 


Naar boven

Literatuur

Alberts, W. Jappe (1983). Arnhem. Het leven in een middeleeuwse stad.
Dieren: Uitgeverij De Bataafsche Leeuw. pp. 7, 15-17.

Beumer, B (2001). AA40 of Arnhem Authentiek in 40 onderwerpen.
Westervoort: Uitgeverij Beeld. pp. 42.

Domela Nieuwenhuis, P.N.H. (1964). De Grote Kerk en omgeving.
In: De Grote Kerk van Arnhem. Bouw, Verwoesting, Herbouw.
Arnhem: Gemeentemuseum, 1964. pp. 92-96.

Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers. pp. 161-164.

Hasselt, G. van (1790). Kronijk van Arnhem.
Arnhem: W. Troost en Zoon. pp. 28.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 49-52.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 126-127.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906. pp. 240-266.

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 100-102.

Rosenberg, H.P.R. (1964). Grote Kerk te Arnhem.
In: De Grote Kerk van Arnhem. Bouw, Verwoesting, Herbouw.
Arnhem: Gemeentemuseum, 1964. pp. 16-45.

Schie, R. van (foto’s), Wentink, H. (tekst) & Lavooij, W. (inleiding) (1999). Stadsschoon in Arnhem. Bouwen in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 33.

Schulte, A.G. (1994). De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs.

Tiemens, W.H. (1964). Het gebruik van de Grote Kerk van Arnhem.
In: De Grote Kerk van Arnhem. Bouw, Verwoesting, Herbouw.
Arnhem: Gemeentemuseum, 1964. pp. 46-62.

Tiemens, W.H. (1964). De herbouw van de Grote Toren van Arnhem.
In: De Grote Kerk van Arnhem. Bouw, Verwoesting, Herbouw.
Arnhem: Gemeentemuseum, 1964. pp. 63-68.

Waardenburg, E.L. (1964). De verering van St. Maarten en St. Eusebius te Arnhem.
In: De Grote Kerk van Arnhem. Bouw, Verwoesting, Herbouw.
Arnhem: Gemeentemuseum, 1964. pp. 11-15.

Wander, R.H.J. (1997). Kerken. Duizend jaar religieuze bouwkunst in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 13, 19-21, 40-44, 45-46, 55-57.



Naar boven

Printerversie