Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
    Kerken Overzicht
    Kloosters Overzicht
    Begraafplaatsen Overzicht
       Prehistorische Grafheuvels Warnsborn
       St. Martens Kerkhof
       Joodse Begraafplaats Utrechtseweg
       Joodse Begraafplaats Talmaplein
       Joodse Begraafplaats Moscowa
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Joodse Begraafplaats Utrechtseweg




Naar boven

De Sinckenbergh met de Joodse begraafplaats op een werk (olieverf op paneel) van Derk Jan van Elten (1750-1807) uit 1782.
De zandafslag, waaraan dit deel van de Sandberg zijn naam te danken heeft, is goed te zien. Links de Rijn en rechts de rij bomen die ‘Bovenover’, de weg tussen Arnhem en Oosterbeek, markeren. In het oog springt de houten schutting om de begraafplaats. Rechts tegen de schutting (Bovenoverzijde) is een Metaheirhuisje (reinigingshuisje) gebouwd.



Naar boven

Vanaf het centrum van Arnhem (Stationsplein) loopt men de Utrechtsestraat in die, ter hoogte van het Museum voor Moderne Kunsten Arnhem, over gaat in de Utrechtseweg. Het is omhoog lopen; de Utrechtseweg heette niet voor niets vroeger Zandberg of Bovenover.
Na het museum aan de linkerhand, komt men bij een boomrijk gedeelte met aan de rechterzijde het appartementencomplex ‘De Sinckenbergh’. Tussen de bomen op de sterk dalende heuvel, men moet een trapje af, liggen de overblijfselen van de eerste joodse begraafplaats in Arnhem.

Wie liever niet de heuvel op wil lopen, men mist dan wel het prachtige uitzicht over de Rijn en Betuwe, loopt via ‘Onderlangs’ richting Oosterbeek. Voorbij het ‘Rietveldgebouw’ (ArtEZ) is aan de rechterhand een ‘hap’ uit de heuvel. In die ‘hap’ ligt op de stuwwal de joodse begraafplaats. Rechts daarvan (gezien vanaf Onderlangs) de Rijnzaal met het fameuze panoramavenster van het Museum voor Moderne Kunst Arnhem.

Van de tweede joodse begraafplaats bij de Utrechtseweg, tussen het NUON-gebouw en de Brugstraat is helaas niets meer overgebleven.



Naar boven

Begraafplaats Sinckenbergh

In 1660 stortte een deel van de Veluwse stuwwal net ten westen van de ommuurde stad Arnhem in. Deze heuvel werd de ‘Zandberg’ genoemd. Het ingestorte gedeelte daarvan kreeg de naam ‘Sinckenbergh’ (Zinkenberg). De weg die over de ‘Zandberg’ voerde, heette op haar beurt ‘Bovenover’. Tussen de heuvel en de Rijn liep een weg, die toepasselijk ‘Onderlangs’ heette.
In 1701 werd de stad versterkt door wallen en andere vestingwerken, naar een plan van de befaamde vestingbouwer Menno van Coehoorn. Een onderdeel van dat plan was de aanleg van een vooruitgeschoven aarden verdedigingswerk, het retranchement. Die strekte zich uit van de Rijnpoort en de westelijke stadsmuren tot op de Zandberg. Op deze vestingwerken werd toegezien door een ‘fortificatiemeester’. Het stadsbestuur vroeg hem in het najaar van 1755 om advies inzake een verzoek d.d. 22 september 1755 van Salomon Jacobszoon Cohen en Samuel Levie om buiten de stad een ‘Israëlitische begraafplaats’ aan te leggen. Tot dat jaar begroeven de Joden hun doden buiten de stad, eerst in Huissen en later in Wageningen. Een joodse begraafplaats bij Arnhem was dus voor de Joodse inwoners zeer welkom. De fortificatiemeester Wolfsen, die ook schepen (wethouder) van de stad was, had geen bezwaar en het stadsbestuur stelde op 13 oktober 1755 een stuk grond van 40 bij 50 voet (ongeveer 12 bij 15 meter) beschikbaar. De begraafplaats moest afgebakend worden met een één steek brede greppel (kielspit) en moest omheind worden met een schutting. Vanaf de weg mochten de graven niet te zien zijn.


 


Naar boven

Begraafplaats 'De Valk'




Naar boven

Wie rond 1850 met de trein van Utrecht naar Arnhem reisde, zag vlak voor de aankomst aan de rechterzijde van het spoor een houten schutting. Daarachter bevond zich een joodse begraafplaats. Op de afbeelding hierboven ligt de begraafplaats juist boven de twee boompartijen. Rechtsonder is een stukje van de Utrechtseweg te zien.

De begraafplaats op de Sinckenbergh was, na een gebruik van 75 jaar, rond 1825 te klein geworden.
De gemeenteraad gaf daarom op 25 april 1827 toestemming aan de Joodse Gemeente in Arnhem om achter de muur van het particuliere kerkhof bij het huis ‘de Valk’ (eigendom van de familie Prins) tussen Hotel Bellevue en de Brugstraat een nieuw Israëlitisch Kerkhof in te richten.
De oppervlakte van deze begraafplaats was ook niet groot en daarom maar kort in gebruik geweest. In 1858 kregen de Joden een plaats op het kerkhof op Onder de Linden bij het huidige Talmaplein toegewezen. De joodse begraafplaats ‘De Valk’ werd geruimd in 1966.





Naar boven

Kadastrale gegevens 1832

De afbeelding hiernaast is een gedeelte van de kadastrale kaart uit 1832, Gemeente Arnhem, Sectie F, Klingelbeek, Tweede Blad. De kaart is opgemeten in 1821 en vermeldt de gegevens uit de kadastrale administratie van 1832.
Om de afbeelding duidelijk en gedetailleerd te bekijken, klikt u eerst op de afbeelding, daarna in de menubalk boven aan het scherm op Bestand, vervolgens op Afdrukvoorbeeld. Nu kunt u met de menubalk bovenin het scherm de afbeelding zo groot en klein bekijken als u wilt.

Tussen de Weg van Utrecht naar Arnhem en De Rhijn gaat het vrijwel steil naar beneden: de ‘Zandberg’.
Het Oude Israëlisch Kerkhof heeft perceelnummer 366 en heeft als eigenaar de Israelische Gemeente van Arnhem en heeft een oppervlakte van 2,20 hectare.
Naast het Oude Israëlitisch Kerkhof, op perceel 368, staat een huis. Perceel 367 is een erf en 369 omvat een tuin, moesgrond en hakhout/bosch. Eigenaar van deze percelen is het St. Petersgasthuis met recht van opstal voor Jan van Reh. Deze heeft als beroep koffiehuishouder.
In 1832 drijft Van Reh op deze plek een houten uitspanning (theetent). Tussen 1873 en 1875 wordt op deze plek de Buitensociëteit (nu: Museum voor Moderne Kunst Arnhem) gebouwd.

De perceelnummers 552 t/m 556 zijn ook het bezit van de Israelische Gemeente van Arnhem. Het Nieuwe Israëlisch Kerkhof beslaat de perceelnummers 552 en 554, waarbij 552 de toegangsweg is en 554 de begraafplaats zelf.


 

Utrechtseweg kadaster 1821/1832



Naar boven

Literatuur

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./1995). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 48.

Cappers, W. (2002). Funeraire Cultuur Arnhem.
Soesterberg: Aspekt / Rotterdam: De Terebinth.

De Gelderlander.

Fockema, D., Hogerlinden J.G.A. & Wal, G. van der (1913). Gedenkboek van Arnhem 1813-1913.
Rotterdam: N.V. W.N.J. van Ditmar’s Uitgevers Maatschappij. pp. 93-94, 95, 120, 122.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. deel 1, p. 20, 25, deel 4, p. 83, deel 8, p. 191.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 117-120, 153, 171.

Kooger, H. (1987). Rondom den Brink. Zwerven door West-Arnhem.
Arnhem: KEMA. pp. 44-46.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906. pp. 225-226, 231, 232.

Schaars, A.H.G. & Veldhorst, A.D.M. (Eds) (1986). Kadastrale Atlas van Gelderland 1832 Arnhem.
Arnhem: Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland.

Staats Evers, J.W. (1868). Beschrijving van Arnhem.
Arnhem: Nijhoff & Zn. pp. 82, 83, 95, 99.



Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Gelders Archief, Bibliotheek Arnhem en Stijn de Vries (2007).













Naar boven

Begraafplaats 'de Valk'

Printerversie