Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
    4e eeuw Tabula Peutingeriana
    1560 Van Deventer
    1565 Guicciardini
    1580 Buchelius
    1649 Blaeu
    1715
    1853
    1874
    1895
    1925
    1957
    1967
    1635 Kaartboek Catharina Gasthuis
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

1560 Van Deventer

Inhoud

Arnhem rond 1560
De Arnhemse plattegrond van Jacob van Deventer
Leven en werk van Jacob van Deventer (1505-1575)
Literatuur



Naar boven


Arnhem ca 1560 Kaart van Jacob van Deventer, netkaart.



Naar boven

Arnhem rond 1560

De kaart van Jacob van Deventer is de oudst bekende kaart van Arnhem. De vermelding van Castra Herculis op de ‘Tabula Peutingeriana’ kan nauwelijks als een kaart of plattegrond van Arnhem beschouwd worden. Van Deventer maakte deze juist voordat Lodovico Guicciardini zijn plattegrond van Arnhem (1565) tekende.

Vanuit het noorden stroomt de Jansbeek (St. Jansbeek, Sonsbeek) vanaf de stuwwal (de Bixberg/Schietberg achter Huis Zijpendaal) naar de Rijn. Op de kaart wordt het begin van de beek (een uitgegraven sprengkop) van de Jansbeek aangeduid met 'fons' (=bron). De bron is te vinden achter het ‘Gulden Spijker’. Dit versterkte huis, stamt uit het begin van de 15e eeuw en wordt rond 1530 door Karel van Gelre compleet nieuw opgebouwd, staat op de plaats waar nu het eiland van de Grote Vijver in het Park Sonsbeek is.
Aan de Jansbeek liggen buiten de stad verschillende gebouwen. De meeste daarvan zijn de watermolens (‘mola’ op de kaart) van de beek. Op haar hoogtepunt telde de beek buiten de stad zeven molens.

Arnhem is ontstaan in de bocht die de Jansbeek ter hoogte van de Markt maakt. Daar werden de Maartenskerk (westelijk van de beekbocht) en de Walburgiskerk (oostelijk van de kromming) gebouwd. Oorspronkelijk stroomde de beek bij de Markt richting Rijn. Al voor de 15de eeuw groeven de Arnhemmers een loop naar de plaats waar de Rijn het dichtst bij de stad kwam (tegenover de Praets). Voor deze vergraving werd gebruikt gemaakt van een oude rivierbedding van de Rijn, De splitsing van de beek in oorspronkelijke en vergraven loop is op de kaart goed te zien. De beek ligt door de stad nog geheel open.

De Rijn die langs Arnhem stroomt, ligt daar pas vanaf 1536. Nadat hertog Karel van Gelre in 1530 opdracht had gegeven om de Rijnloop te verleggen, was dit werk in 1536 afgerond. De oude stroom van de Rijn is op de kaart ook nog te zien. In een grote bocht vloeit de Rijn flink ten zuidelijk van de oude stad om ter hoogte van de Praets de huidige loop te hervatten. Dat de Rijn in deze tijd vrij spel had, laten de verschillende stromen op de kaart zien. De vroegere hoofdbedding is de meest onderste. Vanaf de Praets volgt de middeleeuwse dijk de rivier. Van deze dijk zijn tegenwoordig nog de restanten te herkennen in de Eldense Dijk (achter het Gelredome richting Elden) en de Huissense Dijk (Elden-Huissen). Een uitgebreide beschrijving van de bouw, ligging, oude en nieuwe benamingen van de Rijndijken is binnenkort elders in Arneym te lezen.
Kort na het maken van deze kaart, in 1563, werd de rivier weer een honderd meter van de stad weggegraven, waardoor ‘de Weerdjes’ ontstond.

Ten oosten van de stad stroomt de Monnikhuizerbeek. De beek ontspringt bij het klooster Monnikhuizen (ter hoogte van de huidige Buitenschool aan de Bosweg), gaat aanvankelijk naar het zuidoosten (huidige Angerenstein) om dan naar het westen af te buigen, langs het huis ‘Gelders Spijker’ (tegenwoordige Spijkerkwartier) en door de broeklanden (huidige Boulevardkwartier) te stromen om even ten zuidoosten van de Sabelspoort in de Rijn uit te monden.

Arnhems centrum heeft tot op de dag vandaag de kern van haar middeleeuwse stratenpatroon bewaard. Van west (Rijnpoort) naar oost (Velperpoort) loopt één lange weg, die al sinds lang verschillende namen draagt: de Rijnstraat, Vijzelstraat, Ketelstraat en Roggestraat. Op deze oost-west verbinding lopen enkele wegen van zuid naar noord. In het oosten zijn dat de Beekstraat en Bovenbeekstraat, de Koningstraat, die op het Land van de Markt aansluit op de Bovenbeekstraat. In het centrum van de stad zijn het de Weverstraat en de Jansstraat een doorgaande route door de stad vormen. Tussen de Bakkerstraat en de Koningstraat is in vijfhonderd jaar het stratenpatroon vrijwel gelijk gebleven. De Wielakkerstraat en de Zwanenstraat komen nog steeds uit op het Eiland om dan over te in de Kerkstraat.

Op de kaart zijn alle belangrijke gebouwen ingetekend.
Op de Markt vinden we het oude stadhuis (‘Civita domus’ op de bijkaart), het hof van de stadhouder en de Kanselarij. Daar was ook de gewestelijke rekenkamer gevestigd. De Grote of St. Eusebisukerk valt natuurlijk ook in het oog. Het kleine gebouwtje schuinrechts daarboven is het huis dat bij de begraafplaats van de kerk hoort, het Knekelhuis. Linksboven de Grote Kerk is de gasthuiskerk van het St. Catharinagasthuis (‘Hospitale’ op de bijkaart) in de Bakkerstraat te zien. Schuin linksonder daarvan, aan de Broerenstraat, staat het Minderbroederklooster van de Predikheren/Observanten/Franciscanen (‘FranciScani’ op de bijkaart).
Links, bij de Rijnpoort, zien we het St. Petersgasthuis. In het noorden van de stad is de Janskerk van de Commanderij van St. Jan afgebeeld. Op het Land van de Markt staat de Nicolaaskerk van de St. Nicolai Broederschap. Aan de Beekstraat staat het complex van het Sint-Agnietenklooster met de kloosterkerk (nu Waalse Kerk). Ten zuiden daarvan bevindt zich de St. Walburgiskerk.

Buiten de stad liggen, behalve de eerder genoemde spijkers en het klooster Monnikhuizen, nog enkele gebouwen.
Ten westen van de stad, geheel links op de kaart, ligt het huis en het landgoed Hulkenstein. Rechts daarvan, bij de splitsing van wegen, zijn kleine galgen getekend. Hier was in tot het eind van de zestiende eeuw een van de Arnhemse gerechtsplaatsen.
Ten oosten van de Velperpoort vinden we tenslotte het St. Antoniegasthuis waar leprozen en melaatsen werden opgevangen. Vanwege besmettingsgevaar gebeurde dit niet in de stad zelf. Het gasthuis, op de splitsing van twee wegen (Rosendaalseweg en Steenstraat), lag ter hoogte van de huidige Weststraat vlak voor het Velperpoortstation.

De verdediging van Arnhem bestaat uit een gracht, die op een aantal punten dubbel is. Daarbinnen een, veelal dubbele, stadsmuur met veel torens. In de muur zijn vier hoofdpoorten (‘porta’ op de bijkaart): Rijnpoort, Janspoort, Velperpoort en Sabelspoort.

Vanuit de poorten lopen wegen die Arnhem verbinden met de andere plaatsen. Vanuit de Sabelspoort loopt een weg naar het oosten, richting Westervoort. Voordat de schipbrug (1603) en de Griftdijk (1608-1610) waren aangelegd, werd deze weg ook gevolgd om in Nijmegen te komen. Bij Malburgen (de twee huisjes even ten zuiden van de Rijnbocht, geheel rechts op de kaart) was een veer (oudste vermelding 1371), die de reizigers naar Huissen bracht en om via Bemmel en Lent in Nijmegen te komen.
De Rijnpoort is de toegang tot de stad voor reizigers uit het zuiden. Via het veer (oudste vermelding 1257) bij de Praets kwam men in de Heerlijkheid Meinerswijk en in het dorp Elden. In de zomer was Elst ook nog bereikbaar. Na de aanleg van de Grift (trekvaart naar Nijmegen) en de bijbehorende Griftdijk werd deze weg definitief de hoofdverbinding in de winter.
Bij de Rijnpoort lag ook de weg naar Hulkenstein, Oosterbeek en verder naar Wageningen. Buiten de poort volgde de weg eerst de loop van de huidige Vijfzinnenstraat om dan via Bovenover de huidige Utrechtseweg te nemen.
De tegenwoordige Amsterdamseweg heette in vroeger tijden Harderwijkerweg en kon bereikt worden via Rijnpoort en Janspoort. De weg vormde vooral de verbinding met de noordwestelijke Veluwe (Ede, Harderwijk).



Naar boven

De Arnhemse plattegrond van Jacob van Deventer

Van Deventer heeft als eerste cartograaf op een zeer nauwkeurige wijze de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden in kaart gebracht, zowel op gewestniveau als op basis van ca. 250 stadsplattegronden. De kaarten zijn getekend met behulp van de zogenaamde driehoeksmeting en zijn daardoor de eerste kaarten van onze omgeving die nauwkeurig zijn. Daardoor is Van Deventer de (mede)grondlegger van deze opnametechniek.
De kaarten werden met een militair oogmerk (zie hieronder) gemaakt. Met name de vestingwerken van alle steden (poorten, stadsmuren en torens), de hoge stadsgebouwen (kerktorens) en de bebouwing rondom de steden zijn nauwkeurig op de kaarten aangegeven.
De kaarten van Jacob van Deventer zijn allemaal gereproduceerd in 1923 (met een inleiding van rijksarchivaris R. Fruin) en opnieuw vanaf 1992 (onder redactie van P. Krogt).
De originelen van de kaarten (de netkaarten), dus ook die van Arnhem, worden bewaard in de Biblioteca Nacional te Madrid. Het Gelders Archief bewaart een eerste ontwerp van de kaart van Arnhem, de minuutkaart. Deze laatste kaart wordt iets vroeger gedateerd dan de uiteindelijke netkaart.
Van de minuutkaart is een klein deel (links- en rechtsboven met de omgeving van Arnhem) verloren gegaan. De uiteindelijke netkaart heeft diepere kleuren dan de minuutkaart en bevat meer opschriften (‘mola’ bij de Jansbeek bijvoorbeeld). Omdat de netkaart op twee bladzijden (folio's) in een boekband is afgedrukt, loopt over de kaart de foliocheiding in de vorm van een bruine streep. De minuutkaart heeft deze niet. De netkaart is verder te onderscheiden van de minuutkaart, doordat de vermelding Arnehem op de netkaart boven de stad is geschreven en bij de minuutkaart rechts van de stad.
In Madrid is bij de netkaart een kleinere kaart opgenomen, de zogenaamde bijkaart. Interessant aan deze kaart zijn de verschillende benamingen van de gebouwen.
In Wientjes en Potjer is de netkaart afgebeeld; in Iddekinge e.a. (1982/1983) en Augusteijn (1997, kaart 1.1) de minuutkaart. In Potjer is de bijkaart in kleur afgedrukt. In Augusteijn (1997, p. 26) en in Leppink (p. 79) is een detail van de bijkaart in zwart-wit te vinden.


 

Arnhem rond 1560 De 'bijkaart' van J. van Deventer



Naar boven

Leven en werk van Jacob van Deventer

JIn de publicaties over Jacob van Deventer wordt tegenstrijdige informatie gevonden. Onderstaande korte biografie heeft als basis voor de feitelijke gegevens het Repertorium van Nederlandse kaartmakers 1500-1900.

Jacob van Deventer is vermoedelijk geboren in Kampen in 1501 of 1502. Zijn ongetrouwde moeder Anna en hij wonen in het huis van de zwager van Anna, Dirk van de Gronde. Deze rijke bierbrouwer is in Kampen een invloedrijk man.
In 1510 trouwt moeder Anna met Roelof, een bierbrouwer uit Deventer. Het jonge paar en Jacob verhuizen naar die stad. Jacob gaat daar op de Latijnse School, die geleid wordt door stadsdokter mr. Johan Poortvliet.
Op 24 april 1520 schrijft Jacob zich in als student aan de Universiteit van Leuven. Na aanvankelijk zich op de medicijnenstudie te hebben geconcentreerd, schakelt hij over naar de wiskunde, in het bijzonder de cartografische afdeling daarvan.
Jacob krijgt in 1530 opdracht om kaarten te maken van de vijf Nederlandse gewesten, die in de jaren 1536 (Brabant) tot en met Zeeland (1546). In 1543 verschijnt zijn kaart van kaart van Gelderland, die de basis vormt van vele Gelderse kaarten die daarna verschijnen. Vanaf 1543 mag hij de eretitel ‘keizerlijk en koninklijk geograaf’ dragen. In 1558 krijgt Jacob van Deventer de opdracht van koning Filips II om kaarten te maken van alle steden in de Nederlanden. Hij moet de steden bezoeken en opmeten en hij moet ook de rivieren in de omgeving van de steden in zijn kaarten opnemen. De Spaanse koning wil de kaarten gebruiken bij de belegering van opstandige steden in de Nederlanden. Een waarlijk profetische blik van de koning, want de Tachtigjarige Oorlog zou pas ongeveer tien jaar later uitbreken. Jacob van Deventer werkt tot 1573 voor een jaarloon van fl 200,00 aan dit grote project. Hij tekent ongeveer 250 kaarten, een unieke verzameling. Als de Spanjaarden in 1572 zijn woonplaats Mechelen plunderen, vertrekt Van Deventer naar Keulen. Zijn hoge leeftijd en ziekte verhinderen hem in 1574 de drie voltooide kaartboeken in Brussel af te leveren. Van Deventer overlijdt in mei 1575 in Keulen.



Naar boven

Literatuur

Ahlers, W. (2004). Jacob van Deventer, nieuwe ideeën en nieuwe vragen.
In: Caert-Thresoor, jrg. 23, 2004, nr 3, pp. 59-64.

Augusteijn, J. (1997). Historische plattegronden van Nederlandse steden. Deel 8.1 Gelderland. De Veluwe.
Alphen aan den Rijn: Uitgeverij Canaletto.

Augusteijn, J. (1998/99). De stadsplattegronden van Arnhem tot ca. 1900.
In: Bijdragen Felua, deel VII/VIII, 1998/99, pp. 38-48.

Boormans, G. (z.jr.). Het begon allemaal met een piepklein stroompje…. de Begijnenmolen toen & nu.
Arnhem: Nederlands Watermuseum.

Deys, H.P. (1989). De stadsplattegronden van Jacob van Deventer: Resultaten van recent onderzoek te Madrid.
In: Caert-Thresoor, jrg. 8, 1989, nr 4, pp. 81-95.

Diender, J. (2004). Beekdal, eerste bedrijventerrein van Arnhem. De watermolens aan de Jansbeek.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek),
jrg. 16, nr. 2, zomer 2004, pp. 3-5.

Eekhoff, W. (1879). Jacobus van Deventer, vervaardiger van de oudste kaarten der Nederlandsche en Belgische provinciën en steden.
In: Mededeelingen gedaan in de Vergaderingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1879-1880, pp. 3-30.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (Eds.) (1982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders. Deel 1, pagina 6.

Leppink, G.B. (1996). Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636).
Hilversum: Verloren. pp. 45-46, 79, 493-494.

Morsink, J. (2003). De St. Jansbeek.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek),
jrg. 15, nr. 3, herfst 2003, pp. 6-7.

Mulder, J.R., Keunen, L.J. & Zwart, A.J.M. (2004). In de ban van de Betuwse dijken. Deel 5 Malburgen. Een bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de Rijndijk te Malburgen/Bakenhof, Arnhem.
Wageningen: Alterra. pp. 27, 31, 39.

Potjer, M. (2005). Historische Atlas van Arnhem. Van Schaarsbergen tot Schuytgraaf. Amsterdam: SUN. pp. 16-17.

Visser, J.C. (1993). Jacob van Deventer alias van Campen?: De jonge jaren van een keizerlijk-koninklijk geograaf.
In: Caert-Tresoor, jrg. 12, 1993, nr. 3, pp. 63-67.

Wientjes, R.C.M. (1995). Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem.
Zwolle: Waanders. pp. 10-11.



Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem en Gelders Archief.



Naar boven


Arnhem, ca 1560 Kaart van Jacob van Deventer, minuutkaart



Naar boven

Printerversie