Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
    Stadsrechtenbrief
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

De Arnhemse stuwwal 150.000 jaar oud

Het landschap vormt de stad




Naar boven

De zeventiende-eeuwse schilder Jan van Goyen schilderde de stad Arnhem op haar geografische breukpunt. Vanaf de droge heuvels van de Arnhemse stuwwal kijken we over de Rijn en de zompige Betuwe. De schilder koos een positie ten noordwesten van Arnhem, vanaf de hoogten van Monnikenhuizen.

Ook op het landgoed Mariëndaal moet de wandelaar vandaag de dag nog steeds flinke hoogteverschillen overbruggen. Een gezicht op de in de negentiende eeuw aangelegde beukenhaag, de ‘Groene Bedstee’, is een fraaie beloning voor deze inspanningen.


 


Naar boven

Een fiets met versnellingen is geen overbodige luxe in Arnhem. Korte stevige klimmetjes, vals plat en lange steile heuvels, Arnhem heeft het allemaal. De uitlopers van de stuwwal reiken tot in het hart van de stad. Als vingers van een hand doorsteken de groene heuvels de woonwijken. De stad dankt haar karakter, haar ontwikkeling en een groot deel van haar inkomsten aan de natuurlijke gevolgen van de voorlaatste ijstijd. Zo’n 150.000 jaar geleden schoof honderden meters dik landijs vanuit het noorden grond voor zich uit. Bij Arnhem stopte het ijs en de vooruitgeschoven aarde werden de heuvels ten noorden van de stad. Langs de heuvels vormde de rivier de Rijn haar bedding. Het hoogteverschil tussen de Utrechtseweg (Bovenover) en de Rijn (Onderlangs) bedraagt twintig loodrechte meters. De stuwwalheuvels liggen als een halve maan - met namen als Mariëndaal, Gulden Bodem, Zijpendaal, Sonsbeek, Klarenbeek en Geitenkamp – rondom de stad. Achter de heuvels, iets verder naar het noorden, liggen de hoogvlaktes van de Lichtenbeek, Schaarsbergen en de Koningsheide.

Eeuwenlang waren de heuvels en de woeste heide- en zandvelden van Veluwe een last voor de stad. Je kon er niet op bouwen, het was geen geschikte landbouwgrond en het belemmerde het verkeer en vervoer. Vrijwel alle bomen werden rond 1500 in opdracht van de Bourgondische vorst Filips de Schone gekapt om een belegering van de stad mogelijk te maken. Nieuwe grootschalige boomaanplant vond plaats in de achttiende en negentiende eeuw. In die tijd werd Arnhem het ‘groene Haagje van het oosten’ en vestigden welgestelden, niet alleen overigens uit ‘s-Gravenhage, zich in de stad. Ze werden later gevolgd door de toeristen van de twintigste eeuw. De bossen en juist het contrast tussen heuvel en rivier, tussen Veluwe en Betuwe, gaven de stad reliëf.



Naar boven

Van Bovenover en Onderlangs




Naar boven

Op deze met waterverf ingekleurde tekening van Jan de Beijer uit 1741 is de scherpe overgang tussen de stuwwal en het rivierlandschap goed te zien. ‘Onderlangs’ is niet meer dan een smal (jaag)pad dat bij hoog water blank staat. De inham links in de stuwwal is de ‘Sinckenbergh’, een in 1660 ingestort deel van de huidige Utrechtseweg. Kort na het vastleggen van dit stadspanorama wordt in 1755 op de ‘Sinckenbergh’ de eerste Joodse begraafplaats gesticht. Deze is nog steeds te bezoeken.


Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas) en Historisch Museum Arnhem.
Foto’s 2005-2008: Stijn en Jan de Vries.



Naar boven

Printerversie