Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
    Stadsrechtenbrief
       Middeleeuwse stad
       Middeleeuws bestuur
       Middeleeuwse huizen
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Middeleeuws bestuur

Inhoud

Arnhems bestuur
Arnhem, Gelre en Bourgondië
Literatuur




Naar boven

Arnhems bestuur

Graaf Otto II gaf in 1233 de inwoners van Arnhem vrijheid van ‘lijf en goed’. Het was de jonge graaf van Gelre een doorn in het oog dat hij geen zeggenschap had over het domein en de bewoners van de abdij van Prüm. Zo kon hij ook niet profiteren van de groei en bloei van de nederzetting. De abt van het klooster in Prüm liet dit niet op zich zitten, maar moest in 1281 toestaan dat zijn bezittingen overgingen op de 'vrije burgers' van Arnhem.
De stad kreeg een eigen bestuur van twaalf schepenen met wetgevende en rechtsprekende macht. Daarnaast beschikte het bestuur over eigen financiën en politietaken. De graaf zorgde ervoor dat zijn stem gehoord werd door middel van grafelijke ambtenaren in de stad. De graaf benoemde de voorzitter van de rechtbank, de richter. En de rentmeester, of de onder zijn gezag vallende marktmeester, moest ervoor zorgen dat de belastingen in de vorm van tollen en accijnzen van de markten bij de graaf terechtkwamen.
De twaalf schepenen waren in het begin afkomstig uit de twee belangrijkste families van de stad: Van Arnhem en Van de Gruythuis. Officieel moesten die elk jaar gekozen worden, maar velen oefenden het schepenschap hun leven lang uit.
De ambachtslieden en handelaren vonden deze machtspositie van de oude rijke families maar niets. Zij zorgden voor de inkomsten en bloei van de stad en eisten inspraak in het bestuur op.
In 1406 was een dergelijke machtsgreep op niets uitgelopen. Ongeveer vijftig Arnhemmers was het burgerrecht ontnomen en zij kregen dit pas terug als zij beloofden nooit meer tegen de twee bestuursfamilies in opstand te komen.



Naar boven

Arnhem, Gelre en Bourgondie

Zowel het zittende bestuur als de partij van de ambachtslieden en handelaren probeerden gebruik te maken van de graven, sinds 1339 hertogen, van Gelre om de macht in de stad te verkrijgen. En als de hertogen van Gelre elkaar onderling de macht betwisten, dan moest er partij gekozen worden.
In 1465 werd Arnold, hertog van Gelre, door zijn zoon Adolf opgesloten. Het stadsbestuur had de kant van Adolf gekozen. Dat was voor de burgerij aanleiding om voor hertog Arnold te kiezen. Die stuurde zijn, hem trouw gebleven, zoon Willem van Egmond naar de stad en de burgers openden voor hem de poort. Adolf nam dit op zijn beurt weer niet en belegerde de stad twee jaar lang. Een belegering met hongersnoden, pest, en kanonsbeschietingen. Uiteindelijk kwam het tot een akkoord tussen vader Arnold en zoon Adolf. Het leverde de burgers van Arnhem niet meer invloed op.

Er waren andere grote veranderingen op komst. Vanuit het zuiden probeerde het hertogdom Bourgondië de macht te vergroten. De oorlogszuchtige hertog Karel de Stoute (= ‘stoutmoedige, dappere’) veroverde in 1473 het hertogdom Gelre. Vanaf dat moment moet het stadsbestuur de controle van de Bourgondiërs verdragen. Als Karel de Stoute in 1477 sneuvelt in de Slag bij Nancy gaat de macht over op hertogin Maria van Bourgondië. Maar bovenal neemt haar echtgenoot, Maximiliaan van Oostenrijk, de touwtjes in handen. In 1487 staat deze toe dat in Arnhem officieel gilden mogen bestaan. De gildemeesters krijgen een plaats in het stadsbestuur. Maximiliaan is wel zo slim om vast te leggen dat hij de gildemeesters mocht benoemen.





Naar boven

Literatuur

Alberts, W. Jappe, Arnhem. Het leven in een middeleeuwse stad.
Uitgeverij De Bataafsche Leeuw, Dieren, 1983.
Hierin staat veel informatie over de periode na 1200. Het accent ligt op de tijd rond 1400. De belangrijkste bron die voor dit is gebruikt, zijn de middeleeuwse stadsrekeningen van Arnhem. Door het veelvuldig citeren uit deze rekeningen, leest het boek niet zo vlot, maar het is nog steeds de meest complete introductie op het middeleeuwse Arnhem. Helaas heeft het boek maar een paar afbeeldingen in zwart/wit. Merkwaardig genoeg wordt maar weinig geschreven over het stadsbestuur; de pagina’s 57-63 gaan over de relatie tussen Arnhem en Gelre.

Borman, R., Arnhem onder de grond. Bewoningsgeschiedenis van stad en omgeving.
Uitgeverij Matrijs, Utrecht, 1993.
(Historische Reeks Arnhem deel 3)
pp. 53-54
Over het leven in de middeleeuwse stad geeft dit boekje veel meer informatie dan over de macht in het middeleeuwse Arnhem. Wel leuk is dat de Nederlandse vertaling van het stadsrechtenprivilege vrijwel integraal is opgenomen. Daarin staat o.a. hoe het stadsbestuur volgens graaf Otto II geregeld moest worden.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (eds.), Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders, Arnhem –Zwolle, 1982/1983.
(13-delige serie)
In deze dertiendelige serie behandelt elk deel een apart thema. Vlot geschreven en prachtige (kleurenafbeeldingen). Leerlingen in de basisvorming en in de bovenbouw-VMBO zullen met deze serie goed uit de voeten kunnen.
Over het middeleeuws stadsbestuur kun je terecht in deel 1, pagina 11-16.

Jong, W. de, Arnhem. Groene stad aan de Rijn.
Stichting Arnhem 750, Arnhem, 1983.
Pagina 5-6; over het stadsbestuur
Pagina 13-14; over Arnhem en Gelre
Vergelijkbaar met “Ach Lieve Tijd’. Leerlingen van de basisschool die iets willen weten over de middeleeuwen in Arnhem kunnen het beste hiermee beginnen.

Verkerk, C.L., Machten in het middeleeuwse Arnhem.
In: Manheim, R., (ed.), Arnhem na 750 jaar. machten ervaringen toekomsten.
Gemeentemuseum Arnhem, 1983.
pp. 4-10
Voor leerlingen van HAVO/VWO in de 2e Fase is dit het beste artikel. Boordevol informatie met verwijzingen naar bronnen. Alles wat je wilt weten, staat hierin. Dit artikel is ook de basis geweest van bovenstaande internetpagina.
Als je echt alles wilt weten van het bestuur in het middeleeuwse Arnhem, dan moet je het proefschrift van Verkerk lezen: “De coulissen van de macht” uit 1992.







Naar boven

Printerversie