Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
    Stadsrechtenbrief
       Middeleeuwse stad
       Middeleeuws bestuur
       Middeleeuwse huizen
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Middeleeuwse stad

Arnhem krijgt stadsrechten

Otto II, graaf van Gelre en Zutphen, gaf op 13 juli 1233 Arnhem vrijheid van ‘al haar goederen (…) stad en de mensen die erin wonen”. Het was de jonge graaf een doorn in het oog dat hij geen zeggenschap had over het domein en de bewoners van de abdij van Prüm. Zo kon hij ook niet profiteren van de groei en bloei van de nederzetting. De abt van het klooster in Prüm liet dit niet op zich zitten, maar moest in 1281 toestaan dat zijn bezittingen overgingen op de 'vrije burgers' van Arnhem.
De stad kreeg een eigen bestuur van twaalf schepenen met wetgevende en rechtsprekende macht. Daarnaast beschikte het bestuur over eigen financiën en politietaken. De graaf zorgde ervoor dat zijn stem gehoord werd door middel van grafelijke ambtenaren in de stad. De graaf benoemde de voorzitter van de rechtbank, de richter. En de rentmeester, of de onder zijn gezag vallende marktmeester, moest ervoor zorgen dat de belastingen in de vorm van tollen en accijnzen van de markten bij de graaf terechtkwamen.


 

Zegel Graaf Otto II De graaf was gehandicapt en had de bijnaam 'met de paardevoet'.



Naar boven

Middeleeuwse stadsmuur

Graaf Otto II maakte in de stadsrechtenbrief ‘van de versterkte plaats Arnhem een stad’. Arnhem had dus al een vorm van een verdediging, die in 1291 is uitgegroeid tot een stadsmuur. Uit dat jaar is een overeenkomst bewaard gebleven waarin de toevoer van water door de stadsmuur wordt geregeld.
Op de oudste stadsplattegrond uit circa 1560 is de stadsmuur goed te zien. Dan heeft de stad al verschillende belegeringen en aanvallen te verduren gehad. De verdediging werd dan ook een aantal malen (1505, 1519, 1533) uitgebreid, waarbij stadsmuur, stadspoorten en toren werden verstevigd.


 

Arnhem ca 1560 Op dit detail van de kaart van Jacob van Deventer zijn de middeleeuwse stadsmuren en grachten goed te zien.



Naar boven

De Grote of St. Eusebiuskerk

De oudste kerk in Arnhem, was de St. Maartenskerk, die al in 893 in de bronnen wordt genoemd. Toen in het begin van de vijftiende eeuw de overblijfselen van de heilige Eusebius door de abt van het klooster van Prüm aan Arnhem werden geschonken, werd in 1452 begonnen met de bouw van een nieuwe kerk. Hertog Arnold van Gelre was hiertoe de belangrijkste initiatiefnemer. Zo kreeg Arnhem, naast de St. Janskerk en de St. Walburgiskerk gebouwd tussen 1315 en 1369; (inwijding 1432) haar grootse en belangrijkste kerk: de Grote of St. Eusebiuskerk.
De kerk werd gebouw in de Nederrijns-laatGothische stijl en tot op de dag vandaag wordt aan de kerk gebouwd. In 1470 waren het middenschip van de kerk, de zijbeuken en het onderste gedeelte van de toren klaar. Omstreeks 1503 worden de zijbeuken uitgebouwd tot aan de toren, waardoor binnen de kerk de Raadskapel (zuidkant) en de St. Annakapel (noordkant) ontstonden.
Rond 1540 bereikte de kerk haar huidige grondoppervlak: een driebeukige kruisbasiliek met kooromgang, waarin gebruik wordt gemaakt van netgewelven (schip, zijbeuken) en stergewelven (Noord- en zuidtransept). De toren bereikte de hoogte van 93 meter pas in 1650-1651 bij de bouw van de achtkantige lantaarn en torenspits.


Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Gelders Archief, Bibliotheek Arnhem en Historisch Museum Arnhem.


 


Naar boven

Printerversie