Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
    Stadsrechtenbrief
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
       Middeleeuwse handel
       Middeleeuwse munt
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Middeleeuwse munt

Inhoud

Geld maken
Geld verdienen en uitgeven
Geld uit verre streken
Het verleden in het heden
Literatuur


 

Middeleeuwse muntwerkplaats



Naar boven

Geld maken

Het is onbekend vanaf welke datum er in Arnhem geld werd gemaakt, munt werd geslagen. Sinds 1254 worden enkele schepenen van het Arnhemse stadsbestuur ‘muntmeesters’ (monetarius of monetarii) genoemd. Er kan daarom vanuit gegaan worden dat in ieder geval vanaf het midden van de 13e eeuw een munt in de stad was. In 1282 verleende Koning Rudolf Van het (Rooms-)Duitse Rijk aan graaf Reinald I van Gelre het recht om in Roermond, Harderwijk of Arnhem munt te slaan.
In 1327 maakt het stadsbestuur melding van een huis Munte bij de Nieuwe Markt (nu: Korenmarkt). Het munten vindt niet steeds op dezelfde plaats. In 1370 wordt er bij de Sabelspoort gemunt, vervolgens in ”de Old munte” of ”alde meynte” of “de munt” in de Rijnstraat. Dit pand wordt in 1380 verkocht en wordt, na het overlijden van de nieuwe eigenaar in 1401, vanaf 1407 ingericht als het St. Petersgasthuis. De munt vindt tenslotte het onderkomen, weer ”de Olde Munte” genoemd, in de Bakkerstraat, die vanaf 1448 als zodanig wordt genoemd .
De hertogen van Gelre stonden regelmatig (o.a. 1370, 1381, 1388) Arnhem toe aan bepaalde munten te slaan met hun naam erop. In 1461 gaf hertog Arnold toestemming om munten te slaan om zo de verdere bouw van de Grote of St. Eusebiuskerk te financieren.

Zo werden in Arnhem twee munten geslagen: één soort voor de stad en één voor de hertog. Er waren dan soms ook twee muntmeesters aanwezig in het munthuis.
De hertogelijke munt werd in 1543 verplaatst naar Nijmegen. Het aanmunten van stedelijk geld gaat in Arnhem gewoon door, maar de beschrijving daarvan valt buiten het onderwerp (middeleeuwen) van dit hoofdstuk.

Over de oudste, nu nog bekende en bewaarde, Arnhemse munt wordt in de literatuur niets vermeld.
Als voorbeeld voor de verschillende muntsoorten die werden geslagen geven we het muntrecht, zoals dat in april 1416 door hertog Willem I van Gelre aan zijn muntmeester Joest van den Tanerijen (Joost van den Tenergie) werd gegeven. Eerdere muntordonnanties stammen uit 1370, 1381 en mogelijk 1388. In 1416 was het decimale stelsel was nog niet ingevoerd en dat heeft zijn gevolgen:
Een oud schild ter waarde van 51 penningen.
Een Arnhemse gulden (gouden Rijngulden) ter waarde van 33 penningen.
Een koopmans gulden ter waarde 17 van penningen.
Een groot ter waarde van 16 penningen.
Een Brabantse plak ter waarde van 4 penningen.
Een Hollandse plak ter waarde van 2 penningen.


De rekeneenheid was de penning, ook wel blank of blenck genoemd . Deze munt was weer zes duiten waard. De namen van de munten variëren nogal. In de bronnen worden vaak nog de Latijnse benamingen aangegeven: een groot is dan denarius, een schelling een solidi.
De tegenwoordige waarde van deze munten valt lastig te berekenen. Een duit is volgens de oud-Hollandse rekenafspraken een achtste deel van een stuiver, wat neer komt op iets meer dan een halve cent. Een penning/blenck is dan ongeveer 1,5 eurocent. De gouden Arnhemse Rijngulden heeft dan een waarde van Euro 0,50.
Belangrijker dan de relatieve waarde, vergeleken met het heden, is de absolute waarde. Wat kon je kopen voor dat geld?


 

Gouden Rijngulden, 14e eeuw Geslagen in opdracht van hertog Willem I (1371-1393) te Arnhem. Voorzijde: Halflang borstbeeld van de graaf met zwaard onder een baldaklijn, daaronder Gelders wapenschild. Opschrift: WILH* DVX* G- ELR* Z* CON* A. Keerzijde: wapentjes van Arnhem en Gelderland in zespas.



Naar boven

Geld verdienen en uitgeven

In de vijftiende eeuw verdiende een ongeschoolde arbeider ongeveer acht blencken. Dat zou omgerekend naar moderne maatstaven 28 cent zijn. Dat lijkt niet veel, maar de prijs van een complete maaltijd in een herberg was vier blencken, 14 cent. Voor een middeleeuws dagloon van 28 cent kon je drie haringen kopen, of – als je niet van vis houdt -, een halve schepel (1 schepel is 10 liter; halve schepel dus vijf liter) brood.
Ruw omgerekend kosten drie haringen nu zes gulden, is vijf liter brood ongeveer gelijk aan 3 broden, wat ook ongeveer zes gulden is. 28 middeleeuwse centen levert dus nu circa 2,72 euro op.

Het stadsbestuur van Arnhem kwam voor een belangrijk deel aan haar geld door belastingen, in de vorm van accijnzen en tollen, te heffen. Het stadsbestuur was slim genoeg om die producten te belasten, die veel gebruikt werden: vlees, varkens, leer, brood, boter, wijn en bier.
Met name de accijns op het maken van bier leverde veel geld op. Op de grondstoffen voor het bier, gruit en hop, moest ook belasting betaald worden.
Arnhem was één van de koplopers van de Middeleeuwse steden als het om de belastingen ging. Vrijwel nergens anders moesten op zoveel producten, zoveel accijnzen worden betaald.



Naar boven

Geld uit verre streken

Iedere grote middeleeuwse stad had eigen munten. Handelaren bezaten dan ook veelal de meest uiteenlopende munten bij zich. Een goed voorbeeld daarvan vormt een archeologische vondst uit 1950 in de Broerenstraat. In een aardewerken pot (type Pingsdorf) werden, behalve drie gouden hangers met halfedelstenen, twee zilveren ringen en twee zilveren kruisjes (crucifixen), een gouden Arabische munt (een dinar geslagen in Zuid-Spanje) en 285 zilveren munten gevonden. Er was één munt bij uit 1190, de andere geldstukken waren nog ouder. De herkomst van de munten zegt veel over de handelsactiviteiten in de 12e eeuw: de munten waren geslagen in o.a. Noord-Duitsland (de Hanzestad Lübeck), Oost-Duitsland (Maagdenburg), West-Duitsland (Keulen, Aken, Osnabrück, Münster) en België (Namen).
Waarschijnlijk werd de pot begraven uit angst voor diefstal of tijdens de belegering van de stad.



Naar boven

Het verleden in het heden

De Muntsteeg, een doodlopende steeg vanaf de Broerenstraat (tussen de winkels ‘Super De Boer’ en ‘Hes van Zweeden’), is zo genoemd omdat het steegje uitkwam bij de achtergebouwen van het muntgebouw wat vroeger in de Bakkerstraat stond.
De Munterstraat vroeger Muntersteeg (tussen de Pauwstraat en de Varkensstraat bij de Korenmarkt) heeft niets met het slaan van munten te maken. De steeg, nu straat, is genoemd naar Jacob Munter die daar in de 18e eeuw een woonhuis bouwde.
Het St. Petersgasthuis, tussen 1370 en 1401 het muntgebouw, is op Rijnstraat 71 nog steeds in haar middeleeuwse glorie (loop vooral even naar de achterkant via de Oude Oeverstraat voor het torentje en de trapgevel) te bewonderen.

In het Historisch Museum Arnhem liggen verschillende Arnhemse munten uit de 15e en 16e eeuw tentoongesteld. Daarnaast is natuurlijk ook de vondst van de munten en sieraden uit de 12e eeuw te bewonderen.

In moderne spreekwoorden zien we de middeleeuwse munten ook terug:
Een duit in het zakje doen.
Je laatste oortje versnoepen.



Naar boven

Literatuur

Voor leerlingen van de hoogste groepen van de basisschool en de onderbouw van de middelbare school zijn er eigenlijk geen geschikte boeken over dit onderwerp.
Leerlingen van de bovenbouw HAVO/VWO kunnen het best beginnen met:
Markus, A., Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Gijsbers & Van Loon, Arnhem, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906.
pp. 359-365 (uitgebreid over de geschiedenis van de Arnhemse munt),
p. 401 en 424.

Wil je echt alles weten van de Arnhemse en Gelderse munten in de middeleeuwen, lees dan:
Purmer, D., De stedelijke muntslag van Arnhem 1461-1599.
In: Jaarboek van het Koninklijk Nederlands genootschap voor munt en penningkunde, 83 (1996).

Meyer, G.M. en E.W.F. van de Elzen, Wel en wee van Gelres Geld. Munten en muntkoersen in de 14de en 15de eeuw.
In: Bijdragen en Mededelingen van de Vereniging GELRE, deel 71, 1980, pp. 19-49.

Overige boeken met vermeldingen van het Arnhemse muntwezen:
Alberts, W. J., Arnhem. Het leven in een middeleeuwse stad.
Uitgeverij De Bataafsche Leeuw, Dieren, 1983.
pp. 28 (accijns op bier), 25 (accijnzen), 45 (lonen en prijzen)<

Verkerk, C.L., Arnhem, van koningsgoed tot stad.
In: Bemmel, H.C. van, e.a., Arnhem. Acht Historische Opstellen.
Gouda Quint BV, Arnhem, 1983. pp. 1-40.
(Handelseditie van Bijdragen en Mededelingen van de Vereniging Gelre, deel 74, 1983)
p. 23.

Borman, R., Arnhem onder de grond. Bewoningsgeschiedenis van stad en omgeving.
Uitgeverij Matrijs, Utrecht, 1993.
(Historische Reeks Arnhem deel 3)
pp. 51 en 67-69 (over archeologische vondst van buitenlandse munten in Arnhem.

Knap, W. W.G.Zn. en G.F.C. Vergouwe, Arnhem 1233-1933.
Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’s stedelijk bestaan.
N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt, Arnhem, 1933.
pp. 19, 22-24.

Iddekinge, P.R.A., e.a. (eds.), Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden.
De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders, Arnhem –Zwolle, 1982/1983.
(13-delige serie)
Deel 1, p. 9. (over archeologische vondst van buitenlandse munten in Arnhem)
Deel 6, pp. 136-139 (over accijnzen op bier, hop e.d.)

Kuiper, J.L. en A.A. Lengkeek, Boeren Burgers & Rijkelui. Een geschiedenis van Arnhem
Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur van 1792, Arnhem 1995.
p. 29 (over accijnzen op bier, hop e.d.)

Haak, S.P., Arnhem door de Eeuwen heen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, Arnhem, 1933. pp. 29-91
pp. 35.

Graswinckel, D.P.M., Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, Arnhem, 1933. pp. 123-186.
p. 183.



Naar boven

Printerversie