Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
    Stadsrechtenbrief
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
       Middeleeuwse handel
       Middeleeuwse munt
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Middeleeuwse handel

Inhoud

Rijnhandel en riviertol
Arnhem in de Duitse Hanze
Bronnen en tijdgenoten
Literatuur



Naar boven

Rijnhandel en riviertol

In de vroege middeleeuwen was de Arnhem vooral een boerengemeenschap. Arnhem richtte zich meer op het water en de gronden langs de Jansbeek dan op de rivier de Rijn.
De graaf van Gelre zag de Rijn wel als inkomstenbron en alle passerende handelsschepen moesten aan hem tol betalen. In 1196 was Arnhem de belangrijkste tolplaats. Bij Arnhem miste de graaf echter de gelden van de schepen die over de Waal en IJssel voeren. Daarom verlegde hij in 1223, met toestemming van de Duitse koning, de tol naar Lobith. In 1271 bepaalde graaf Reinoud dat Arnhemse kooplieden geen tol bij Lobith hoefden te betalen, wat in 1312 nogmaals bevestigd wordt.
De tolrekeningen van Lobith vermelden dan ook bijna geen Arnhemse handelaren. In de oudste tolrekening van Lobith, uit 1306/1307, worden wel ongeveer vijftig Arnhemse kooplieden genoemd, die zonder te betalen Lobith passeerden.
Arnhemse handelaren worden na 1350 sporadisch genoemd in de Rijntollen bij Kleef en andere Duitse steden.
In 1479 verkreeg Kleef het bezit van de tol bij Lobith. De, inmiddels dan ook, hertog van Gelre stelde daarop drie riviertollen in zijn gebied in: ‘de Grote Gelderse Tol’: op de Waal bij Nijmegen, op de IJssel bij IJsseloord en op de Rijn bij Arnhem .
Een tweede bewijs voor de toeneming van de handel in en rond Arnhem na 1300 is de haven, die in 1372 voor het eerst wordt vermeld. In 1430 wordt de stadsgracht bij de Rijnpoort uitgegraven en daardoor is de aanleg van een nieuwe haven, die in directe verbinding met de stad staat, mogelijk.
De loop van de Rijn was voor 1530 een heel andere dan nu. De rivier liep vanaf Huissen met een grote zuidelijke bocht om Arnhem heen. Bij de Praets/het Roermondsplein hervatte de rivier de huidige loop. Zo’n grote bocht stond hertog Karel van Gelre in 1530 niet aan. Hij gaf bevel tot het verleggen van de Rijn en de bocht af te snijden. Pas hierdoor werd Arnhem een stad aan de Rijn.
In de oude rivierloop werden in 1974, bij werkzaamheden in Meinerswijk, drie middeleeuwse schepen gevonden. Deze houten platboomschepen waren ongeveer 25 meter lang en hadden op de bodem een ronde opening, waarin de mast geplaatst kon worden.



Naar boven

Arnhem in de Duitse Hanze

Arnhem probeerde in de 14e eeuw zich aan te sluiten bij het, van oorsprong Duitse, verbond van Duitse handelssteden: de Hanze. Het verzoek van Arnhem werd afgewezen, omdat de stad niet kon bewijzen dat de Arnhemse handelaren tot de ‘Duitse koopman’ hadden behoord. In 1441 lukte het Arnhem toch toegelaten te worden. Daarvoor was een Arnhemse bestuurder, onder dreiging van de pest die onderweg heerste, naar Lübeck gereisd.
Negen jaar later werd een verbondsbrief opgesteld, waarin een aantal bepalingen rondom de Hanzesteden, dus ook Arnhem, waren opgenomen.
Arnhem was, net als de Gelderse steden Zutphen, Tiel en Nijmegen ingedeeld in het Keulse kwartier van de Hanze. De steden beloofden elkaar militair bij te staan. Arnhem beloofde in zo’n geval vier gewapenden te leveren. Dat was niet zoveel als Deventer, Tiel en Nijmegen (acht), maar even veel als Zutphen en meer dan Harderwijk (twee) of Doesburg (één). Deze gewapenden zijn ook de oorsprong voor de naam ‘Hanze’; Hansa’ betekent: bewapend, d.w.z. handelaren die met wapens werden begeleid. Handelaren zochten bescherming tegen overvallers en sloten zich op hun handelsreizen bij elkaar aan.
Arnhem was vaak vertegenwoordigd op de Hanzedagen in de stad Wesel en zelfs af en toe in Lübeck. Arnhem nam op deze vergaderingen dan ook de zaken waar voor Wageningen.
Tegenbezoeken werden ook afgelegd en in Arnhem kregen de handelsvrienden een warm onthaal. Zo werden de schepenen van Wesel in 1394-95 getrakteerd op veertien halve liter-kannen wijn. De bestuurders van Lübeck dronken nog meer: in 1425-26 consumeerden zij tweeëndertig kannen wijn.
In 1615 was Arnhem voor de laatste keer vertegenwoordigd op de Hanzedag. Vierenvijftig jaar later vond de Hanze, het handelsverbond van meer dan tweehonderd handelssteden, haar feitelijke einde.



Naar boven

Bronnen en tijdgenoten

Arnhem vraagt om tot de Hanze te worden toegelaten, 1441.
“1441.
Tooch Goesfen van den Gruithuus tot Lubich van den Stad wegen, om defelve in de Hanfe te brengen, ende Hem werdt medegegeven aan fpecerien wt den Apteken vuer der pestilentien wille, die onderweghen regierde, kneel, gengber, ende polver vuer die peftilentie.”
Bron: Kronijk van Arnhem.
f = s
w = ui
Tooch = toog, ging
kneel = kaneel
gengber = gember
polver = poeder



Naar boven

Literatuur

Over de tollen in en rondom Arnhem:
Alberts, W. Jappe (1983). Arnhem. Het leven in een middeleeuwse stad.
Dieren: Uitgeverij De Bataafsche Leeuw. pp. 23-27.

Beumer, B. (2001). AA40 of Arnhem Authentiek in 40 onderwerpen. Westervoort: Uitgeverij Beeld. pp. 13-14.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen. Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 56-57

Haak, S.P. (1933). Arnhem door de eeuwen heen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 29-91, m.n. pp. 31-32.

Verkerk, C.L (1983). Arnhem, van koningsgoed tot stad. In: Bemmel, H.C. van, e.a. (1983). Arnhem. Acht Historische Opstellen. Arnhem: Gouda Quint BV. pp. 1-40, m.n. pp. 22-23.

Over Arnhem als Hanzestad:
Hemmen, F. van (1991). Hanzestad Arnhem had nauwe banden met Duitse steden. Wesel biedt boeiende expositie over de geschiedenis van de Hanze
In: De Gelderlander, Arnhem editie, 28-11-1991.

Hasselt, G. van (1790). Kronijk van Arnhem. Arnhem: W. Troost en Zoon. pp. 23.



Naar boven

Printerversie