Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
    Stadsrechtenbrief
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
       Gouden Eeuw
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Gouden Eeuw

Voorspoed in de Gouden Eeuw

De 17e eeuw kan voor Arnhem niet beter beginnen dan met de aanleg van de schipbrug in 1603. In 1601 had de stad het veer, dat in bezit was van het Kapittel St. Pieter in Utrecht, gekocht. De stad is door de schipbrug beter bereikbaar voor de boeren uit de Betuwe en voor de kooplieden uit Nijmegen. Om de laatste handelscontacten nog verder uit te breiden, wordt tussen 1608 en 1610 een trekvaart tussen Arnhem en Nijmegen gegraven: de Grift.
De stad bloeit als nooit tevoren. De oorlogshandelingen van de Tachtigjarige Oorlog worden minder en twee jaar na de Vrede van Münster vindt Arnhems welvaren haar bekroning in de bouw van een achthoekige “lantaarn” (stenen opbouw) op de toren van de Grote Kerk.
Met de kunsten maakt Arnhem niet zo’n bloei door als het gewest Holland, maar de landschappen van Joris van der Haagen, in de stijl van Rembrandt, worden ook buiten de gemeentegrenzen graag gezien. Joris van der Haagen woont in Den Haag, maar heeft zijn jeugd in Arnhem doorgebracht en keert daar ook regelmatig terug om schilderijen en tekeningen te maken.


 

Schipbrug en haven ca 1650



Naar boven

Tegenspoed in de Gouden Eeuw

De stad wordt ook in de eerste helft van de 17e eeuw, met name in 1633, geteisterd door een hevige stadsbrand. Drie jaar later laat ‘de zwarte dood’, de pest, de stad niet ongemoeid. In 1666 wordt de stad voor het laatst door deze ziekte getroffen.
De grootste ramp voltrekt zich in het rampjaar 1672. Het leger van Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning, belegert de stad. Na twee dagen weet generaal Turenne Arnhem in te nemen. De Franse bezetting zal twee jaar duren en in die tijd moet Arnhem de Franse soldaten kost en inwoning verschaffen. Bij hun vertrek eisen de soldaten een groot geldbedrag. Zij dreigen anders de stad te plunderen. Het duurt jaren voordat de stad dit bedrag kan betalen. Pas in 1690 kan weer in de stad zelf worden geïnvesteerd.
Het bestuur van de stad is in wisselende handen. De dienst wordt uitgemaakt door de rijke families, die alle bestuurders - de regenten - leveren. Bij de dood van stadhouder Willem III in 1702 breekt er een hevige machtsstrijd uit in Arnhem. Maar met dat jaartal hebben we de “Gouden Eeuw’ al verlaten.


 

Eusebiuskerk brandt Brand in de Eusebiuskerk op 25 juni 1633; een schilderij van Herman Breckerveld De toren kent nog niet de verhoging, de 'lantaarn', die vanaf 1650 de toren zou sieren.



Naar boven

Printerversie