Startpagina
Geschiedenis tot 1900
    Stuwwal
    Grafheuvels Warnsborn
    Castellum Meijnerswijk
    Arneym
       Vroege middeleeuwen
    Stadsrechtenbrief
    Commanderij en gasthuizen
    Kloosters
    Rijn- en Hanzehandel
    Rijnverlegging
    Karel van Gelre
    Beeldenstorm
    Van Geelkercken
    Zypendaal
    Prodesse en Lorentz
    Regenten in het nauw
    Franse Tijd
    Stad der Provincie
    Sloop Vestingwerken
    Treinverbindingen
    Uitbreidingsplan
    Arnhemsche Courant
    Haagje van het Oosten
    Fabriekskinderen
    Emancipatiebewegingen
    Aankoop Sonsbeek
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Arneym 900 n.Chr.

Een boerendorp aan de beek




Naar boven

In Arneym is een kerk die 1 pond belasting betaalt
Zo staat het in een goederenlijst uit 893 na Christus van het klooster in Prüm (Duitsland – Eifel). Het is de oudste schriftelijke vermelding van Arnhem. Maar er is meer dan een kerk(je), er zijn ook boerderijen. De boeren betalen hun belasting niet alleen in ponden geld, maar vooral in natura: rogge, een kip en varkens. Kerk en boerderijen liggen in de onmiddellijke nabijheid van een beek. Die beek is de levensader van het middeleeuwse dorp Arneym en voorziet mens, vee en akker van water. De Jansbeek is tegenwoordig in de binnenstad onder de grond gestopt en letterlijk ‘onzichtbaar verleden’ geworden. Stroomopwaarts is de beek nog in volle glorie te zien.


 


Naar boven

Met het vertrek van de Romeinen braken 'de donkere middeleeuwen' aan. Over de geschiedenis van de stad tussen 400 en 800 na Christus is niet veel bekend. In het begin van de negende eeuw spreken twee bronnen over Meginhardeswich, het huidige Meijnerswijk. In 847 plunderden de Noormannen die nederzetting. Het Nederlandse grondgebied was toen al in handen gekomen van de Karolingische vorsten. Onder hun bescherming brachten Engelse priesters als Willibrord, Bonifatius en Werenfidus het christendom naar Nederland. De laatste was vooral in de streek rondom Arnhem actief.

De Karolingische koningen en later Duitse keizers gaven hun grondgebied in leen aan hen trouwe dienstmannen en kloosters. De graaf van Hamaland en de kloosters in Elten en Prüm kregen van Karel de Grote - en zijn voorgangers en opvolgers - gronden aan de Jansbeek in leen.

Arnhem bestaat in de negende eeuw uit niet meer dan een klein kerkje en enkele boerderijen. Verder van de beek lagen ‘mansa absi’, ‘woeste hoeven’, in ruig en onontgonnen heidegebied. De boeren waren horigen en gebonden aan hun grond en hun heer. Zo waren ze verplicht in mei en augustus te werken op het land van de pastoor van de kerk. Naast zijn geestelijke taken hield hij ook toezicht op de inkomsten die de gronden voor het klooster op moesten brengen.

Tussen de landerijen van de graaf, de kloosters en later de ridders van St. Jan lag ook een gemeenschappelijk stuk grond: het land van de marke (Land van de Markt). De wereldlijke (de graven) en geestelijke (de kloosters) bestuurders ruzieden geregeld over de gronden langs de Jansbeek. Ze probeerden ten koste van elkaar hun gebied uit te breiden. Met de groei van de bevolking en de opkomst van handel en nijverheid profiteerden de bewoners van die rivaliteit tussen kerk en graven van Arnhem. Het dorp wist bij de graaf stadsrechten te verwerven.



 

Pruemer Urbar Voorblad



Naar boven

Maartenskerk van Arneym




Naar boven

Ten zuidoosten van de Grote Kerk, bij het Duivelshuis, is in het plaveisel de omtrek van de elfde-eeuwse Maartenskerk aangegeven. Daaronder liggen waarschijnlijk de fundamenten van het negende-eeuwse kerkje waarover de Prümer goederenlijst spreekt. De Eusebiuskerk is, driehonderd jaar later, half over de elfde-eeuwse Maartenskerk heen gebouwd.


Afbeeldingen: Bibliotheek Arnhem (o.a. Gelderland in Beeld), Gelders Archief (o.a. Topografische Historische Atlas, Historisch Musem Arnhem, Gemeente Arnhem/Dienst Stadsbeheer, Stijn en Jan de Vries.



Naar boven

Printerversie