Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
    Mussenbuurt
    Enka
    Crisisjaren
    Vaste Rijnbrug
    Tweede Wereldoorlog
    Slag om Arnhem
    Matser
    Het Dorp
    Dienstverlening
    Buiten de perken
    Gele Rijder
    Multicultureel
    Burgers en Gelredome
    Noord en zuid
    Tien Tienen
    Verantwoording
    Literatuur
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Verantwoording

Inleiding
De laatste jaren zijn veel boeken verschenen over de geschiedenis en de monumenten van Arnhem. Het drieluik van de Stichting Geschiedschrijving Arnhem, waarvan dit jaar het tweede deel verschijnt, mag daarbij gelden als het magnum opus. De Arnhemse Monumentenreeks zorgt ieder jaar voor informatieve detailstudies, die vanuit thematische invalshoeken de monumenten van de stad beschrijven.
Twee monografieën over de geschiedenis van de stad hebben een bijzonder bijdrage geleverd aan de historiografie van de stad. Menno Potjer heeft in zijn ‘Historische atlas van Arnhem’ vanuit cartografisch en stedenbouwkundig perspectief de stad in vijfendertig hoofdstukken beschreven. Daarbij wist hij de historische hoofdlijnen op een natuurlijke wijze te verbinden met zijn oog voor detail. Ton Schulte neemt in zijn boek ‘De Grote of Eusebiuskerk’ de kerk letterlijk en figuurlijk als ijkpunt van de geschiedenis en het aangezicht van de stad. Dat levert een indrukwekkend boek op, die voldoet aan alle wetenschappelijke standaarden en de lezer in een helder betoog weet te overtuigen van de pracht van de kerk en de stad.
Een handzaam overzichtswerk van de geschiedenis van de stad is er echter niet. Een belangrijk gemis voor een stad die dit jaar 775 jaar stadsrechten heeft. Toen duidelijk werd dat ook in dit jubileumjaar geen boek of tentoonstellingscatalogus zou verschijnen met een overzicht van de geschiedenis van de stad, is de pen zelf ter hand genomen.

Nederland en Arnhem, twee canons
Het belangrijkste uitgangspunt voor de onderwerpkeuze is de eigenheid van Arnhems historie geweest. De Arnhemse stuwwal, de betekenis als hoofdstad van Gelderland, de slechting van de stadswallen, de Slag om Arnhem en de groei tot dubbelstad zijn enkele specifieke kenmerken van de geschiedenis van de stad.
In de tweede plaats wordt aangesloten bij de huidige ‘Canon-golf’ in Nederland. Met de ‘Canon van Nederland’ van de Commissie van Oostrom is een discussie losgebarsten wat nu de basiskennis moet zijn van iedere inwoner van Nederland. De vijftig vensters van de Nederlandse canon kregen veel lof maar ook veel kritiek toegezwaaid. Al snel kwamen er vele suggesties om de historisch-culturele canon aan te passen. Ook verschenen canonbeschrijvingen van andere wetenschapsgebieden (natuurwetenschappen, literatuur) en op regionaal en lokaal niveau. Met deze Arnhemse canon wordt enerzijds de inspirerende werking van de huidige canon-hype getoond en laat zij anderzijds de beperkingen van de nationale canon zien. Juist in de geschiedschrijving is kennis allesbehalve gesloten en onwrikbaar. De Arnhemse inkleuring van de landelijke canon is daar een voorbeeld van. Een andere belangrijke reden om aan te sluiten bij ‘Canon van Nederland’ is het besluit van de minister van onderwijs geweest om de canon verplicht te stellen in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Met de Arnhemse canon krijgen docenten en leerlingen in de stad een hulpmiddel in handen om landelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen vanuit de eigen woonplaats te bezien. Hierdoor krijgen algemene historische fenomenen meer betekenis. Tot slot is de vestiging in Arnhem van het nieuwe Nationaal Historisch Museum een overweging geweest om de canon te schrijven. Het zou wel zeer bijzonder zijn als de vestigingsplaats van het canonmuseum zelf geen canon zou hebben.

De keuze om aan te sluiten bij de ‘Canon van Nederland’ heeft in belangrijke mate de structuur en de inhoud van dit boek bepaald. De Commissie van Oostrom schetst in elk van de vijftig canonvensters met ongeveer 400 woorden en twee tot drie afbeeldingen de geschiedenis van het land. Het zou aanmatigend zijn om voor een stad evenveel of meer vensters, woorden of afbeeldingen te gebruiken. Na enig heen-en-weer geschuif is het aantal Arnhemse markeringen op veertig bepaald.
Het is niet lastig geweest om de belangrijkste specifiek-Arnhemse historische ankerplaatsen te benoemen. De stuwwal, de stadsrechtenbrief van 1233, de Rijnverlegging rond 1530, de slechting van de vestingwerken, de betekenis als bestuurlijk en juridisch centrum van de provincie, de aankoop van Sonsbeek, de komst van de Enka, de bouw van de Rijnbrug, de slag om Arnhem en de ontwikkeling tot dubbelstad zijn belangrijke thema’s voor wie de geschiedenis, het uiterlijk en het karakter van de stad wil kennen en begrijpen. In de landelijke canon zien we deze onderwerpen niet terug, maar voor Arnhem zijn ze onmisbaar.
Voor veel thema’s en ontwikkelingen kan voor de Arnhemse canon direct worden aangesloten bij de landelijke pendant. De Romeinse legerplaatsen, de achttiende-eeuwse buitenplaatsen, de Franse tijd, de eerste spoorlijn, de crisisjaren en de Duitse bezetting zijn zowel van betekenis geweest voor de Arnhemse als de Nederlandse historie. Voor sommige canonvensters is een logische Arnhemse markering ook snel gevonden: de hunebedden worden ingeruild voor grafheuvels, Karel van Gelre vervangt Karel V, de Beeldenstorm van 1566 wordt die van 1578-1579, de Arnhemsche Courant belichaamt de grondwet van 1848 en de welvaart die de gasbel van Slochteren Nederland bezorgt, krijgt met ‘toerisme en evenementen’ een Arnhemse evenknie.
In enkele gevallen worden twee landelijke canonvensters gecombineerd tot één Arnhems ijkpunt. De verbreiding van het christendom en de invloed van Karel de Grote (met het leenstelsel) worden beschreven bij de eerste schriftelijke vermelding van Arnhem in de negende eeuw: Arneym. De atlas van Blaeu en Rembrandt krijgen een plaats door de ontwikkeling van Arnhem als vestingstad te tonen door de ogen van cartograaf Nicolaes van Geelkercken en de schilder Joris van der Haagen. Tenslotte zijn de bezettingstijd en de Jodenvervolging (Anne Frank) samengebracht in één hoofdstuk, waarin de vestiging van een Werhmachtheim in Musis contrasteert met de bordjes ‘Voor Joden Verboden’ in Sonsbeek.
Evenmin een groot probleem is het schrappen van die nationale vensters geweest die voor de geschiedenis van Arnhem van weinig betekenis zijn zoals de Amsterdamse grachtengordel, de Beemster, Michiel de Ruyter, slavernij, Vincent van Gogh, de Watersnoodramp van 1953 en de Europese integratie.
Meer gepuzzel is nodig geweest voor die landelijke canonvensters waarbij wel een Arnhems voorbeeld te vinden is, maar waarbij de vraag opkomt: is dit voorbeeld nu ook echt van betekenis geweest voor de historische ontwikkeling van de stad? Zo heeft Arnhem - vanuit landelijk en eigen ontwikkelingsperspectief gezien - geen grote Verlichtingsdenkers voortgebracht. Voor deze thema’s is toch een lokaal voorbeeld beschreven om vooral het onderwijs instrumenten in handen te geven om die thema’s vanuit de eigen plaats te behandelen. Zo heeft het Arnhemse het Verlichtingsgenootschap ‘Prodesse Conamur’ geen rol van betekenis op landelijk niveau gespeeld en heeft ze slechts op een enkel punt (de stichting van de bibliotheek Arnhem) echt haar stempel gedrukt op de culturele geschiedenis van de stad. Toch is ‘Prodesse’ een illustratief voorbeeld van een landelijk verschijnsel en heeft daarom een plaats gekregen in de Arnhemse canon. Een tweede binnen deze categorie is de kinderarbeid, die in Arnhem alleen op kleine schaal voorkwam. De invloed echter van de Arnhemse schrijver Jacob Jan Cremer, bij het aan de kaak stellen van de misstanden, is wel van nationaal belang geweest.
Tot slot zijn sommige landelijke canonvensters als instap gebruikt voor de geschiedenis van Arnhem. Zo wordt een lezing van Multatuli (landelijk canonvenster) in Musis Sacrum aangegrepen om de betekenis Arnhem als ‘Haagje van het Oosten’ te beschrijven. Daarbij is Bronbeek de visuele blikvanger en de inhoudelijke leidraad. Eenzelfde aanpak is gevolgd bij de televisie als massamedium. Via de tv-actie ‘Open Het Dorp’ worden de vernieuwingen in de Arnhemse zorg, waaronder de ontzuiling van de zorginstellingen, beschreven.

Venster of landschap?
Bij een groot aantal Arnhemse historische markeringspunten is lang geaarzeld bij de keuze van de titel. In de discussie rondom de ‘Canon van Nederland’ leidde de keuze van de venstertitels immers tot de meeste commotie. Dat leidde de aandacht af van de historische ontwikkeling die eigenlijk centraal stond en waarvan het venster ‘slechts’ de instap was. Hoewel de titels van de Arnhemse canon waarschijnlijk ook dit effect zullen hebben, is geprobeerd met de illustraties een bredere instap te kiezen. Als voorbeeld kan de periode 1795-1813 dienen. Voor dat tijdvak is de titel ‘De Franse tijd’ (de ondertitel van het desbetreffende venster in de landelijke canon) gekozen, maar is de Walburgiskerk als visuele en inhoudelijke startpunt gekozen. Bij de titel ‘Walburgiskerk’ zou de lezer op het verkeerde been gezet kunnen worden, want een vanzelfsprekende verbinding tussen de kerk en de Franse Tijd ligt niet direct voor de hand. Wel is ter sprake gekomen of niet het bezoek van koning Lodewijk Napoleon aan de stad in 1808 de titel had kunnen zijn. Daar is vanaf gezien omdat het streven is geweest om geen specifiek landelijke startpunten voor de canon van Arnhem te kiezen. Zo is uitgekomen op een algemene titel en een Arnhems voorbeeld in de vorm van een illustratie van de Walburgiskerk. De kerk is namelijk het belangrijkste nog bestaande monument in de stad waaraan de invloed van de Fransen (vrijheid van godsdienst) het duidelijkst gekoppeld kan worden. De ondertitel ‘De Vrijheid wordt duur betaald’ tenslotte verwijst naar de kosten die de stad moest maken om de Franse soldaten een onderkomen te bieden en naar de bloedige belegering en verovering van Arnhem in 1813.

Thematische lijnen
De Arnhemse markeringen zijn geen geïsoleerde elementen. Het zijn halteplaatsen in een langere ontwikkelingslijn van de stad. Net als in de ‘Canon van Nederland’ lopen verschillende thematische ontwikkelingslijnen naast en door elkaar. Twee voorbeelden:

Middelen van bestaan
venster 2 jagers en boeren, overgang van nomadische naar agrarische samenleving;
venster 4 agrarische middeleeuwse samenleving
venster 5 agrarisch-stedelijke samenleving
venster 8 handel vanaf de late middeleeuwen
venster 10 en 17 bestuur en rechtspraak, ambtenaren
venster 18 t/m 26 renteniers en welgestelde burgerij
venster 23 kinderarbeid in de 19e eeuw
venster 27 industrialisatie van 1911
venster 28 werkloosheid in de crisisjaren
venster 34 dienstverlening in de 20ste eeuw
venster 37 buitenlandse gastarbeiders vanaf 1955
venster 38 toerisme als bron van inkomsten

Zorg
venster 6 middeleeuwse zorg, drie gasthuizen
venster 21 zorg als liefdadigheid
venster 23 kinderarbeid
venster 24 verzuilde zorgorganisaties
venster 26 sociale woningbouw
venster 33 vernieuwing in de zorg o.a. ‘Het Dorp’
venster 37 zorg voor allochtonen en asielzoekers

Verleden en heden
Sterker dan in de Canon van Nederland is in de Arnhemse canon de doorwerking van het verleden in het heden beschreven. Het intro van elk venster bestaat uit een korte tekst bij twee afbeeldingen. Eén van de illustraties geeft een historisch beeld (veelal de grote afbeelding) en de andere toont hoe de geschiedenis nu nog terug te zien is in de stad.
Elk venster wordt bovendien afgesloten met de verwijzing ‘Herinneringsplaatsen’, waarin Arnhemse plekken genoemd worden waarmee historische gebeurtenissen en verschijnselen duidelijk verbonden zijn. Ook worden in deze rubriek straatnamen genoemd die verwijzen naar historische fenomenen (veelal personen). Zo wordt met ‘Herinneringsplaatsen’ het verleden zichtbaar gemaakt en wordt een tipje van de historische sluier, indachtig historische invalshoeken als ‘Lieux de mémoires’, ‘Public History’ en cultureel erfgoed, opgelicht. Dat achter het zichtbare verleden vaak veel onzichtbare verhalen verborgen gaan, is misschien het onderwerp van een vervolgboek.

Overzicht en verhaal
In de hoofdstukken is geprobeerd het historische overzicht te combineren met het historische verhaal. Het is niet mogelijk geweest om uitvoerig de literaire pen te hanteren. Dit probleem dient zich vooral aan bij de beschrijving van de twintigste en eenentwintigste eeuw. De lezer zal constateren dat de ‘petites histoires’ in de laatste vensters steeds meer plaats hebben moeten maken voor een wat meer opsommende schrijfstijl. Daarbij is trouw gebleven aan het uitgangspunt van dit boek: het schrijven van een handzaam historisch overzichtswerk. Dat is de reden dat de lezer ook in de laatste canonvensters veel zal missen. Troost is er in het laatste venster waarin veel personen, gebouwen, voorvallen, verenigingen en instellingen toch nog een plek konden krijgen.





Jan de Vries
Bob Roelofs,
Arnhem, mei 2008



Naar boven

Printerversie