Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
    359, Castra Herculis
    893, Arneym
    1233, Stadsrechten
    1760, Beulscontract
    1892, verhoor fabrikant
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

1760, Beulscontract

In 1760 stelde het Arnhemse stadsbestuur voor de scherprechter (beul) Johan Hendrik van Anhalt een uitgebreid contract op. Met name werden de kosten voor de verschillende beulshandelingen beschreven. Het volledige contract luidt als volgt:

Instructie voor deeser stads Scherprigter Johan Hendrik van Anhalt, om sig daarna in het declareeren voor gedane executien te gedragen. Actum Arnhem den 13 Feb. 1760.

Den voors. Scherprigter, wanneer gerequireert wordt om eenige justitie te doen, hetsij in capitale, hetsij mindere straffen, sal voor vacatie, soo voor hem als voor zijnen dienaar niet meer mogen declareeren als eens drie gulden.

Voor yder visitatie om na een brandmerk of geesseling te sien een gulden; dog soo het geval mogte exteeren, dat hij meer als een persoon op eene reis soude moeten visiteeren, sal hij daarvoor niet meer mogen declareeren als eens dubbelt.

Voor het assisteeren bij een examen, alsmeede voor het tortueeren van een gevangene voor hem en zijn dienaar elke reis drie gulden; dog soo meer als een de torture moet ondergaan, sal voor hem en zijn dienaar niet meer mogen declareeren als eens dubbelt.

Voor eene gemeene geesseling sal hij soo voor hem als sijnen dienaar niet meer mogen declareeren als drie guldens: de garden en bindlijnen daar onder begreepen.

Voor een persoon gecondemneert om met garden om den hals op het schavot ten toon te staan, of daar meede buiten de stad geleid te worden, sal denselven niet meer mogen declareeren dan drie guldens, sonder voor garden of anders buiten sijne hier vooren gespecificeerde vacatie yts te mogen inbrengen.

Voor het setten van yder brandmerk soo voor hem als sijnen dienaar drie guldens, sullende het hem niet gepermiteert sijn, voor het dragen van de pot (hetwelke sijn post is) of op eenige praetexten meerder te mogen declareeren.

Wanneer een delinquent gecondemneert wordt om met de strop om den hals gegeeselt te worden,sal voors. scherprigter voor hem en sijn dienaar niet hooger, booven hetgeen hem hier voorens toegelegt is, mogen declareeren als drie guldens, de kosten van de strop daaronder begreepen.

Voor het afsnijden van een oor sal hij voor hem en sijn dienaar niet meer mogen declareeren als drie guldens.

Voor het afhouwen van een hand voor hem en sijn dienaar vijf guldens.

Voor het gebruiken en leveren van een schaapsvel bij een executie negen guldens.

Voorts sal denselven in cas van capitale executien declareeren als volgt:

Voor het hangen van een delinquent, daaronder begreepen het vastmaken van de leeder, vastbinden, mitsgaders het aanslaan van crammen, nagelen, kettingen, het leeveren van stroppen etc. voor hem en sijn dienaar booven de drie guldens vacatie van een dag dartig guldens.

Voor een delinquent het hooft af te slaan, hetsij met het swaard of met de bijl, ofschoon op een rad gebonden, voor hem en sijnen dienaar, daaronder begreepen het schoonmaken van het swaard of bijl, het leeveren van touwen of bindlijnen en den gevangenen meede in bewaarendee hand onder het gerigt te houden, boven de vacatie van drie guldens dartig guldens.

Voor het worgen van een delinquent, denselven het hooft af te houwen, met het aanslaan van knuppelen op het rad setten, het hoofd op de pin vast te maaken en wat verder daaraan dependeert, soo voor hem als sijnen dienaar, boven de vacatie van een dag ad drieguldens, vijftig guldens.

En soo het mogt gebeuren, dat soodanen delinquent gecondemneert was om met gloeijende tangen gekneepen te worden sal hij voor ieder reis knijpens niet meer mogen declareeren als vijf guldens, sonder eenige andere extraordinaire posten, daarvoor hetsij voor hem of voor sijnen dienaar in reekening te mogen brengen.

Insgelijx sal hij niet mogen declareeren wanneer soodanen delinquent mogt veroordeelt sijn, om met hamers en knuppels aan het hoofd of anders geslagen te worden, dewijl sulx verstaan wordt onder het hier voorgem. meede begreepen te sijn.
En inval soodane delinquenten mogten gecondemneert sijn, om na de gedane executie na buiten gebragt, en aldaar op het Galgevelt opgehangen, of op een rad geset te worden, sal denselven daarvoor soo voor hem en sijn dienaar niet meer mogen declareeren, als twintig guldens, daaronder meede begreepen de kar en hetgeen daartoe gehoort, alsmeede het aanslaan van knuppels of andere instrumenten, welke bij de sententie mogten vastgesteld sijn, sonder dat het hem zal vrijstaan desweegens eenige aparte vacatie hetsij voor hem, hetsij voor sijnen dienaar te mogen inbrengen.

Voor een delinquent aan een paal te worgen, en tot pulver te verbranden, daaronder begreepen alle instrumenten, touwen, kettingen, en alles wat daaran ap- en dependent is, mitsgaders denselven in bewaarender hand tot onder het gerigt, booven en behalven de hiervoorens gespecificeerde vacatie van drie guldens, voor hem en sijnen dienaar vijftig guldens.

Voor een gevangene te vierendeelen, voor yder vierendeel op een staak te doen setten of hangen, met al wat daaraan dependeert of annex is, voor hem en sijn dienaar boven de drie guldens vacatie, seeventig guldens.

En inval het mogte komen te gebeuren, dat ymand in hegtnis sig selve het leven quam te benemen, en dat het lyk gecondemneert wierde om op een horde gebonden en buiten onder de galg begraaven te worden, sal voorm. scherpregter voor hem en sijn dienaar booven de voors. vacatie van drie guldens niets meer mogen declareeren als volgt:
Namnetlyk voor het lyk op de horde te binden en te sleepen, de horden en de touwen daaronder begreepeneene summa vantwintig guldens.
Voor het ophangen met een been aan de galg vijftien guldens.
Voor het afsnijden en begraven onder de galg en hetgeen daaraan verder annex is vijftien guldens.

Houdende Haar WelEd. en Achtb. aan sig om ten allen tijden deese instructie sodanig te amplieeren en te interpreteeren als sullen oordeelen en vermeenen te behooren.

En ten einde voors. scherpregter hier van geene de minste ignorantie sal kunnen praetexeeren of voorwenden, is verder goedgevonden en verstaan, dat hem copie deeses sal worden ter hant gestelt, om te strekken tot sijn narigt en sig na den inhoud deeses stiptelijk te gedragen.
In waarheids oirkonde etc.



Naar boven

Literatuur

Aalbers, P.G. (1998). Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 230-231.

Markus, A. (1906). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1906. pp. 137-143.



Naar boven

Printerversie