Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
    Escher, Maurits; graficus
    Hepburn, Audrey; filmster
    Lindo, Isaac Anne; 1e directeur Gemeentewerken
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

M.C. Escher in Arnhem

Inhoud

Arnhems leven (1903-1919)
Eschers werk in Arnhem e.o.
Escher over Escher in Arnhem
De betekenis van ‘Arnhem’
Literatuur


 

'Mauk' Escher, 15 jaar in 1913



Naar boven

Arnhems leven (1903-1918)

In 1903 wordt ir. George Arnold Escher (1843-1939) voor zijn werk als waterbouwkundig ingenieur bij Rijkswaterstraat overgeplaatst van Leeuwarden naar Arnhem. Zijn gezin, bestaande uit echtgenote Sarah Gleichman en hun vijf zonen, gaat met hem mee. De twee oudste zonen zijn geboren uit een huwelijk van Escher met Charlotte freule Hartitzsch te Ginniken, die op 33 jarige leeftijd na een tumoroperatie kwam te overlijden. Het jongste kind, geboren op 17 juni 1898 in Leeuwarden, is als Maurits Cornelis gedoopt, maar heeft de roepnaam Mauk. Hij zal faam verwerven als de wereldberoemde graficus en kunstenaar M.C. Escher.

Het gezin Escher, met de vijfjarige Mauk, koopt het huis Utrechtsestraat 13 (noot 1), vlakbij het Stationsplein. Mauk heeft een zwakke gezondheid en op advies van dr. Van der Heide, directeur van het kinderziekenhuis, verblijft hij in een kinderpension in Zandvoort. Pas vanaf 1906 woont Mauk definitief in Arnhem.
De jongens mogen graag op de spoorbrug over de Brugstraat de treinen op het spoorwegemplacement bekijken. Aan de achterkant van het huis wordt een uitbouw gemaakt waar de jongens kunnen timmeren. Zij worden daarbij geholpen vanaf 1907 door aannemersknecht Van Eldik. Mauk vindt timmeren en hout heel erg leuk en leert hier de ‘Van Eldik-techniek’: het hout eindeloos nat maken en schrapen. Dit om de harde nerf van het hout te verwijderen. Deze techniek zou hen in zijn grafisch bestaan bij het maken van houtsneden goed uitkomen. Verder krijgt Mauk pianoles van mevr Stenfert Kroese-Dupuy, lid van de bekende Arnhemse journalisten- en boekdrukkersfamilie Stenfert Kroese.
Na zijn pensioen op 1 juli 1908 raakt vader Escher geïnteresseerd in astronomie. Hij koopt in Parijs een grote sterrekijker en kijkt samen met zijn kinderen vanaf het platte dak van hun huis naar de hemel.
In 1912 gaat Mauk op veertien jarige leeftijd, hij heeft door ziekte twee jaar schooltijd verloren, naar de HBS in de Schoolstraat. Grote indruk op Mauk maakt de hal en het trappenhuis met rijk siermetselwerk en glas-in-lood-ramen van het schoolgebouw. Het trappenhuis en de drie boogjes in de doorsteek op de eerste verdieping naar het handvaardigheidlokaal verwerkt Escher in zijn latere oeuvre. Behalve voor tekenen haalt hij geen goede cijfers en hij blijft in de tweede klas zitten. Zijn tekenleraar F.W. van der Haagen leert hem linoleumsneden maken, waar Mauk later veel baat bij zou hebben. Die tekenlessen en de kennismaking met de linoleumsnede zijn voor Mauk dan ook het enige positieve van zijn middelbare schooltijd. Voor de rest vond hij het vreselijk.
Op catechisatieles bij dominee en latere hoogleraar G.J. Heering leert Mauk in 1913 Bas Kist (de latere kinderrechter) kennen, die ook belangstelling heeft voor druktechnieken en linosneden.
Met zijn vrienden, waaronder Roosje Ingen Housz, Bas Kist en Jan van der Does de Willebois vormt Mauk een strijkkwartet. Hij heeft de piano verruilt voor de cello, waarin hij les krijgt van de eerste cellist en onderdirecteur van de Arnhemse Orkest Vereniging, Leo Ruijgrok. Maar een echt bevlogen en fanatiek musicus wordt hij niet. Hij wordt verliefd op Roosje, maar dat is niet wederzijds hoewel ze goede vrienden blijven. Roosje zou later trouwen met Mauks boezemvriend Jan van der Does de Willebois.
In de Eerste Wereldoorlog komen Belgische vluchtelingen naar Arnhem en het gezin Escher helpt mee met de opvang. Mauk helpt op het station mee bij de uitdeling van melk en brood.
In de oorlog draait de machinefabriek Stokvis aan de Vijfzinnenstraat, dus pal achter het huis van de Eschers, op volle toeren. De familie besluit daarop te verhuizen naar Oosterbeek. Ze betrekken op 31 maart 1917 de grote villa Rosande aan de Utrechtseweg. De zevenhoekige zitkamer wordt een geliefde verzamelplek van Mauk en zijn kleine, maar hechte, vriendenclub. Ook maken zij, maar Mauk gaat ook graag alleen, lange wandelingen door de heuvels van de Veluwezoom en de uiterwaarden van de Rijn.
Op 7 maart 1917, brengt Mauk samen met zijn vriend Bas Kist een bezoek aan het atelier van de Arnhemse schilder-etser Gert Stegeman (1858-1940). Stegeman heeft zojuist zijn nieuwe werkruimte met drukpers op de eerste verdieping van de Sabelspoort betrokken. De eerste etsen van Mauk, waaronder de spoorbrug over de Rijn bij Oosterbeek worden daar gedrukt.
Mauk en Bas worden lid van de Arnhemse kunstvereniging Artibus Sacrum die o.a. bij elkaar komt en tentoonstellingen houdt in de voormalige Korenbeurs op de Korenmarkt.
Een grote teleurstelling is het zakken voor het eindexamen van de vijfjarige HBS op 3 augustus 1918. Ook het cijfer 7 voor tekenen, de verplichte examenopgave was de uitbeelding van een vogel in een kooi, valt Mauk bitter. Om met een speciale regeling alleen de onvoldoendes voor geschiedenis, staatsinrichting, staathuishoudkunde en boekhouden te herkansen, meldt hij zich als dienstplichtige en volgt colleges aan de HTS in Delft, waar hij ook op kamers gaat. Als zijn dienstplichtaanmelding wordt afgewezen vanwege zijn gezondheid verhuist hij op 17 september 1919 naar Haarlem om de School der Maatschappij voor Bouwkunde en Kunstnijverheid te volgen. De Arnhemse tijd voor Escher is daarmee eigenlijk voorbij, hoewel hij regelmatig zijn ouders nog bezoekt. Die blijven tot 1927 in Oosterbeek wonen, om dan te verhuizen naar Den Haag.
In 1926 exposeert Escher zijn werk in Arnhem en in oktober 1934 nogmaals. De laatste eenmansexpositie gebeurt onder organisatie van Artibus Sacrum, waarin zijn vroegere tekenleraar Van der Haagen een bestuursfunctie heeft.


 

Tekenhoek van Escher Kamer van Maurits Escher in het ouderlijk huis aan de Utrechtsestraat.



Naar boven

Eschers werk in Arnhem e.o.

Behalve de vele boeken en affiches in boeken- en expositiewinkels is er nog maar weinig in Arnhem wat concreet herinnert aan Eschers verblijf in de stad. In de Schoolstraat staat nog steeds de voormalige HBS waar Escher zo ongelukkig was, maar wel inspiratie vond in de vormgeving van het trappenhuis.
In diezelfde hal van dit gebouw werd op 17 december 1947 een gedenksteen onthuld ter nagedachtenis aan de (oud)-leerlingen die de oorlog niet hadden overleefd. Het idee van een gedenksteen kwam van enkele oud-leerlingen, die veel vrienden hadden verloren in de Tweede Wereldoorlog. Er werd een herdenkingscomité opgericht, waarna M.C. Escher, de toen al internationaal bekende grafisch kunstenaar en oud-leerling van de school, werd gevraagd of hij wilde meewerken. Hij stemde toe en maakte niet alleen het ontwerp, maar ook de steen zelf. Bij de steen hoort een gekalligrafeerde lijst met 60 namen.
Toen de school in 1968 naar de Apeldoornseweg verhuisde, na de fusie met de meisjes-hbs, heeft de toenmalige rector Sjoerdsma de steen uit de muur laten halen en in de hal van de school aan de Apeldoornseweg weer in de muur laten metselen.
In 1981 vond de verhuizing naar de Groningensingel plaats en gebeurde hetzelfde. In 1998, toen de muur tussen de aula en de hal werd weggehaald, werd de steen ingemetseld in de muur tegenover de docentenkamer.

In het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo hangt het zwart-witte tegeltableau Vogels en Vissen. Het tegelmuseum heeft deze in bruikleen gekregen van de Nederlandse Staat.




 

Escher's strijkkwartet Van links naar rechts: Maurits Escher, Bas Kist, Roosje Ingen Housz, Connie Umgrove



Naar boven

Escher over Escher in Arnhem

De HBS-tijd aan de Schoolstraat
“Op de burgerschool in Arnhem was ik een bijzonder povere leerling in rekenen en algebra, want ik had, en heb nog steeds grote moeite met de abstracties van cijfers en letters. Toen er, in de stereometrie, een beroep werd gedaan op het voorstellings-vermogen, ging het wel wat beter, maar toch heb ik, ook daarin, op school nooit uitgeblonken.”
Bron: Toespraak bij de uitreiking van de Cultuurprijs van de gemeente Hilversum, 5-3-1965.
Stereometrie = geometrie/meetkunde

Arnhems werk als begin van zijn grafische carrière
“Toen ik, na de burgerschool, leerling werd aan de Haarlemse School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten, heeft het een haar gescheeld, of ik had de kans gelopen een nuttig lid van de maatschappij te worden. Mijn ouders lieten mij inschrijven als leerling in de bouwkunde; maar aan die school werd óók les gegeven in de grafiek, door S. Jesserun de Mesquita, en ik heb alle reden om hem, eerst als leraar en daarna als vaderlijke vriend, mijn hele verdere leven dankbaar te blijven. Hij zag iets in de linoleum-sneedjes, die ik al in mijn burgerschool-tijd had gemaakt en hij overreedde mijn ouders om mij te laten stoppen met de bouwkunde om te proberen of er ook een graficus in mij stak.”
Bron: Toespraak bij de uitreiking van de Cultuurprijs van de gemeente Hilversum, 5-3-1965.

Geen talent voor muziek
“Ik heb gisteren in een sentimentele bui m’n cel weer eens opgepakt. Er lag een dikke laag stof op! En ik heb m’n huisgenoten tot halfdrie wakker gehouden met m’n klagelijk gejammer; en dat allemaal op twee snaren omdat de G en de C gesprongen zijn, sinds lang!”
Bron: Brief aan Roosje Ingen Housz, 1919.

Over de winternatuur tussen Arnhem en Oosterbeek
“Daar loop je dan in een licht-witte wereld als een donker vlekje. Stilte, rust en tintelend licht overal. Dan krijg je een onbeschrijfelijk gevoel over je; dan krijg je een brok in je keel; dan schaam je je donker te zijn in al dat licht. Ik wandelde het smalle pad langs de spoordijk over de grote brug over de Rijn. Daar hees ik me op een vooruitspringende punt van de dikke pijler die aan de rand van de rivier de eerste boog ondersteunt (…) en maakte een schetsje van het lage zomerdijkje dat een mooie blauwe schaduw wierp in de witte wei daaronder. Aan de horizon lag wazig de stad met duidelijk te herkennen kerktoren-silhouetten.”
Bron: Opstel aan de HBS.


 

Escher, spoorbrug bij Oosterbeek



Naar boven

De betekenis van Arnhem"

Wat is nu de betekenis geweest van het verblijf in Arnhem voor Escher?
Houtlessen, natuur, wandelingen, ‘donker te zijn in het licht’, schoolgebouw, linoleumsneden.
De Grote Waterval en de Belvedère in het park Sonsbeek zouden hem tot die wereldberoemde werken hebben geïnspireerd.




 

Escher, tekening van zijn vader 1916



Naar boven

Literatuur

De Gelderlander, o.a. 11-5-2001, 27-12-2004.

Dijkerman, P. (1997). Scholen. Honderdvijftig jaar scholenbouw in Arnhem.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 36-37.

Ernst, B. (1976). De toverspiegel van M.C. Escher.
Amsterdam: Meulenhoff. p. 7.

Escher, M.C. (2001). M.C. Escher. Grafiek en tekeningen.
Köln: Taschen (1e druk 1959, Zwolle, uitgeverij Erven Tijl). p. 7.

Escher, M.C. (1986). Het Oneindige. M.C. Escher over eigen werk.
Amsterdam: Meulenhoff/Landshoff. p. 24

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 77-79.

Locher, J.L. (ed.) (1998). Leven en werk van M.C. Escher. Het levensverhaal van een graficus. Met een volledig geïllustreerde van zijn werk.
Amsterdam: Meulenhoff (1e druk 1981). pp. 9-17, 31-32, 38.

Naamlijst voor den Telefoondienst (1915).
Uitgegeven door het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie, januari 1915.

Vermeulen, J.W. (1995). Maurits C. Escher een eigenzinnig talent.
Kampen: Kok. pp. 4-12.



Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur en Gelders Archief.



Noten
1. Locher (1998, p. 11) spreekt van Utrechtsestraat 19. In het Telefoonboek van 1915 staat G.A. Escher ingeschreven op het adres Utrechtsestraat 13.


 

Escher, tekening van zijn moeder 1921



Naar boven

Printerversie