Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
    Aytink van Falkenstein, Anthony
    Diehl, Willem
       Zijpendaalseweg 2
       Luxortheater
       Vestagebouw
       'Oude' Royal
       Kerkstraat 23
    Fromberg, Hendrik Willem
    Heuvelink, Hendrik Jan
    Viervant
    Stadsarchitecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Luxortheater

Inhoud

Overzicht
Geschiedenis
Beschrijving
Tijdgenoten over Luxor
Literatuur


 

Luxor 1935



Naar boven

Overzicht

Naam: Luxor
Adres: Willemsplein 10 (tot 1963: Nieuwe Plein 47), Arnhem
Bouwjaar: 1914-1915
Stijl: Art Deco
Architect: Willem Diehl (1876-1959)
Verbouwing: 1984-1985, architect Douwe Reitsma
Gebruik bij oplevering: Bioscooptheater
Gebruik anno 2005: Eigenaar Gemeente Arnhem laat het gebouw renoveren


 

Luxorrroom 1918



Naar boven

Geschiedenis

De in 1874 in Assche (België) geboren, Frans A. van Laeken wilde in Arnhem een luxueus filmtheater voor de gegoede Arnhemse burgerij bouwen. Het moest meer een filmpaleis dan een filmbioscoop worden. Van Laeken had zelf in Parijs gewerkt bij de beroemde Pathé-fabrieken, in de nog geen twintig jaar oude filmindustrie. In Arnhem was hij tussen 1911 en 1913 directeur van de Palacebioscoop aan de Steenstraat.
De, in Arnhem bekende, architect Willem Diehl (1876-1959) presenteert in 1914 zijn plannen voor dit gebouw en, met ondersteuning van plaatselijke ondernemers, wordt met de bouw begonnen.
Diehl had tot die tijd in Arnhem al vele luxe woonhuizen in de Transvaalbuurt (tussen Zypendaalseweg, Sonsbeekweg, Apeldoornseweg en Sonsbeeksingel) in Art Nouveau/Jugenstil-stijl ontworpen en laten bouwen.
Op 26 mei 1915 wordt het ’Luxor-Theatre’ geopend en zowel de gevel als het interieur ademen de bedoelde luxueuze sfeer. Diehl heeft tal van kunstenaar aangetrokken om zijn plannen te realiseren.
De Rotterdamse beeldhouwer Simon Miedema was de ontwerper van o.a. fraaie reliëfs met dansende nymfen voor de voorgevel. Helaas zijn deze aardewerken platen in de jaren ’50 van de 20ste eeuw weggewerkt achter een laag beton met leiplaten. De, ook uit Rotterdam afkomstige, kunstschilder Jaap Gidding kreeg de opdracht om de diverse vertrekken, waaronder de foyer en de hal, te decoreren. De hal kreeg aan de rechterzijde o.a. een landschappelijke voorstelling met bomen, pauwen en vlakvullende beschilderingen in Chinese trant. In de foyer realiseerde Gidding wandpanelen met pauwen, vrouwen, pages en windhonden.
Theo Colenbrander (1841-1930) ontwierp de tapijten en de lopers, die werden geleverd door de NV Koninklijke Deventer Tapijtfabriek. De wandbespanningen met schermbloemen in de foyer zijn vermoedelijk van de hand van Theo Nieuwenhuis.
Het Luxortheater bestond uit twee zalen: een grote zaal direct achter de ’hall’, met een tonvorming cassetteplafond en een kleine zaal, de ‘Luxor-Room’ boven de hall. In de laatste zaal werden cabaretachtige voorstellingen (chansons, conferences, dans) gegeven.

De grote filmzaal met theaterpodium en orkestbak had zeer geavanceerde technische installatiesystemen. Zo was er centrale verwarming, werd een mechanische drukluchtventilatie (airconditioning) aangebracht en kreeg het gloeilampen (kooldraadlampen) in het plafond, die gedimd konden worden.
Arnhem en Nederland waren onder de indruk van het Luxortheater. Als Abraham Tuschinski in 1921 besluit om in Amsterdam ook een filmpaleis te bouwen, neemt hij het Luxortheater als voorbeeld. Hij neemt ook Gidding en Colenbrander in dienst om, aan het inmiddels nog beroemdere, Tuschinskitheater te werken.
Theaterdirecteur Van Laeken verwierf, door zijn Parijse connecties, het alleenrecht in Arnhem (er was ook nog een bioscoop, het Arnhemsch Theater sinds 1908, in de Ketelstraat) op de vertoning van de Pathé-films. Van Laeken leidde het Luxor-theater tot 1928.

In 1984 stopte het Luxortheater als bioscoop en werd het gebouw verkocht. De nieuwe eigenaar, Jan Damen, trekt styliste Gerda De Kruis en architect Douwe Reitsma aan voor een ingrijpende verbouwing. De vroegere bioscoop ging vanaf november 1985 fungeren als cultureel jongeren- uitgaanscentrum waarin legendarische popconcerten (The Fall, Van Halen, Therapy?, Gino Vanelli, Mothers Finest, enz.) plaatsvinden. Steeds meer gaat het pand functioneren als dansgelegenheid die veel bezoekers trekt. Door een incidenten met drugs en geweld komt Luxor, ondanks inspanningen van directe en personeel, bij de gemeente en politie onder druk te staan. Mede door het intrekken van de nachtvergunning blijkt een exploitatie niet meer rendabel. In oktober 1999 komt er een einde aan het Cultureel Centrum Luxor, en komt het pand leeg te staan.
In december 2001 koopt de gemeente Arnhem het inmiddels ‘oude Luxor’ met de bedoeling er het ‘nieuwe Luxor’ van te maken, nl. Poppodium Luxor. In februari 2002 zijn de juridische problemen met de vorige eigenaar opgelost en mag de gemeente zich voor ruim drie miljoen gulden definitief de nieuw eigenaar noemen.
In november 2005 start de discussie in het gemeentebestuur over de organisatievorm van de nieuwe ‘poptempel’: een stichting of uitbating door een commerciële exploitant. Vooralsnog wordt dit in het begin van 2006 in het voordeel van de stichtingsvariant beslecht.
Op dinsdag 28 februari 2006 wordt een feestelijke start gemaakt met de renovatie die 8 miljoen euro moet kosten en onder leiding staat van restauratiearchitect Maarten Fritz uit Bussum. Hij gaf al leiding aan de restauratie van vele monumentale historische gebouwen in Nederland; o.a. Academiegebouw Utrecht, Oranjerie Hortus Botanicus Leiden, Gemeentearchief Amsterdam, enz.
Kort na de start van de verbouwing ging de hoofdaannemer failliet, waardoor de renovatie stil kwam te liggen. Ook werd Luxor in het najaar van 2006 in de voorrondes uitgeschakeld om mee te dingen naar het geldbedrag van een miljoen euro in het televisieprogramma Restoration.


 

Luxor Presentatietekening 1914



Naar boven

Beschrijving

De renovatie van het pand maakt een adequate beschrijving anno 2006 lastig. Onderstaande beschrijving is gebaseerd op de situatie in het voorjaar van 2005.

De symmetrische voorgevel laat goed het verschil zien tussen de geometrische aanpak van de Art Deco stijl t.o.v. de zwierige asymmetrische vormgeving van de Jugendstil/Art Nouveau. Voor het laatste is Diehls ontwerp van het, op een steenworp van Luxor liggende, pand Zypendaalseweg 2 een fraai voorbeeld.
De houten luifel met neonletters boven het vooruitspringende (risalerende) middengedeelte van de voorgevel dateert uit het begin van de jaren vijftig van de 20ste eeuw. Links het rechts van het middengedeelte bevinden zich zij-ingangen.
Boven de luifel bevond zich een grote rondboog met een sierlijst. Deze is nu dichtgemetseld. De eerste verdieping van de voorgevel bestaat verder uit baksteen. De scheiding met de zijgedeelten wordt gevormd door een terra-cotta reliëf (vaas- en touwvormen, rozetten, parellijsten) van W.C. Brouwer. Hieraan waren vroeger lamphouders bevestigd.
Links en rechts naast de hoofdentree de leiplaten waarachter de beeldhouwwerken van Miedema hopelijk nog schuil gaan.
Boven de deur, achter de ramen op de eerste verdieping, was de ‘Luxor-Room’ gevestigd: kleinkunstzaal, foyer, tearoom, enz. De vier ramen worden afgesloten door, in rode zandsteen uitgevoerde, lateien. De lateien hebben een trapgevelvormig veld waarin weer twee driehoekige (timpaanvorminge) verzieringen en een medaillon zijn aangebracht.
De ver overstekende dakgoot (bakvorm) wordt gedragen door gemetselde consoles in profielsteen. Tussen de consoles zijn terracotta rozetvormige luchtroosters aangebracht.
Het dak is een hoog opgaand schilddak, gedekt met leien in Maasdekking (een leibedekking met rechthoekige leien)en voorzien van een met zink en lood beklede nok. In de nok zijn zeven cirkelvormige openingen, waarin vroeger de naam LUXOR stond.


 

Luxor interieur ca 1920



Naar boven

Tijdgenoten over Luxor

Luxor - luxe theater, 1919
”Een volledige beschrijving van al datgene wat hier een mooi geheel heeft gemaakt, zou ons te ver voeren. Maar op een paar bijzonderheden, die aan dit gebouw juist als bioscooptheater een geheel eigen cachet geven, mogen wij hier toch de aandacht vestigen.
In de eerste plaats doelen wij op de verlichting. Natuurlijk heeft een theater, dat zijn naam ontleent aan het woord “lux”, een royale verlichting. Wie de zaal bij avond binnentreedt, krijgt den indruk van zonlicht. Wie de zaal bij avond binnentreedt, krijgt den indruk van zonlicht. Wanneer de vertooning van een film begint, wordt dit geleidelijk weggenomen; het gaat over in een schemerduister, doch de zaal wordt nimmer volslagen donker. Dank zij een vernuftig aangebrachte inrichting gaan bij het uitgaan van het licht, zachte smaragden gloeien, welker lichtschijnsel evenwel door de kleur van het schilderwerk, geen den minsten invloed op het bioscopische beeld heeft.
Een tweede merkwaardigheid is de ventilatie-inrichting, die niet alleen de onreine lucht, tabaksrook en alle verdere ongerechtigheden wegneemt en steeds versche lucht aanvoert, maar die bovendien absoluut toch vermijdt. Door het scheppen van overdruk heerscht in de geheele zaal, ook op den vloer, een hoogere druk dan buiten, zoodat bij het opendoen der deuren het binnenkomen van de koude lucht voorkomen wordt. Een zeer ingenieus gevonden inrichting doet dit ventilatie-systeem uitnemend werken.”

Bron: H. Stenfert Kroese en D. Nijenesch, 1919.

Cultureel Centrum Luxor, 1984-1999
"In 1982 ben ik gestart met de planontwikkeling voor behoud van Luxor, dat op dat moment feitelijk op de slooplijst stond en waarvoor reeds nieuwbouwplannen (kantoren) in ontwikkeling waren. De verbouwing van ruim 1,5 miljoen gulden is gefinancierd uit eigen middelen en krediet met hoofdelijke aansprakelijkheid, hetgeen een unicum is in de geldende omstandigheden. In 1984 wordt voor eigen rekening en risico de exploitatie van Luxor gestart, in de daarop volgende vijftien jaren worden elk jaar zo'n honderd evenementen georganiseerd. In deze periode bezoeken zo'n drie miljoen mensen uit stad, regio en het hele land het trendsettend cultureel centrum, waaronder vele bekende Nederlanders en grote namen uit het culturele leven. In 1998 wordt op grond van een incident voor de deur van het theater, de nachtvergunning ingetrokken, ondanks het feit dat Luxor een uitmuntende naam heeft op het punt van veiligheid en het weren van drugs. Ten gevolge van de exploitatieverliezen in dat jaar is de sluiting het jaar daarop onafwendbaar. In de periode 1984-1999 is Luxor een veelzijdig cultureel centrum. In deze markante periode van haar geschiedenis hebben veel bezoekers een enorm genoegen aan Luxor beleefd
Bron: Jan Damen, 11-2-2006.

Verkoop Luxor, 2000
"Luxor is nu door Grolsch voor twee miljoen gulden overgedaan aan ontwikkelaar Spin uit Gorssel bij Zutphen, bevestigt H. van der Doe, hoofd onroerend goed van Grolsch. De brouwerij had het pand kort daarvoor overgenomen van projectontwikkelaar R. Verheij van Overhaghe BV in Arnhem. In feite heeft Verheij het pand verkocht aan Spin. "Wij hebben het pand gekocht en meteen weer doorverkocht, met de clausule dat wanneer het pand een nieuwe bestemming heeft, er alleen maar Grolsch mag worden geschonken. Dat was de enige reden voor ons om het pand te kopen: veilig stellen dat er in de toekomst Grolsch verkocht zou worden. Dat is gelukt", aldus Van der Doe."
Bron: Arnhemse Courant, 3-4-2000.



Naar boven

Literatuur

Arnhemse Courant; o.a. 3-4-2000.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (1996). Verliefd op Arnhem. Deel 2.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 32.

Chamuleau, I. (1997). Arnhem in projectie: een historisch onderzoek naar de introductie en ontwikkeling van filmvertoningen in Arnhem, 1895-1918.
Ongepubliceerde doctoraalscriptie Universiteit Utrecht.

De Gelderlander; o.a. 21-2-2002, 28-2-2006, 1-3-2006.

Frank, C.J. & Haans, F. (2004). Luxor te Arnhem.
In: Nieuwsbrief Stichting Bouwhistorie Nederland, nr. 35, augustus 2004.

Lavooij, W. (1990). Twee eeuwen bouwen aan Arnhem. Jongere bouwkunst vanaf 1840.
Zutphen: De Walburg Pers. pp. 90-91.

Meurs, M. van (2002). Arnhemse verhalen en gebeurtenissen – 2.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 30-33.

Register van Gemeentelijke Monumenten Arnhem.
Willemsplein 10 (Luxor) (1996).

Schie, R. van (foto’s), Wentink, H. (tekst) & Lavooij, W. (inleiding) (1999). Stadsschoon in Arnhem. Bouwen in de twintigste eeuw.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 20.

Stenfert Kroese, H.E. & Neijenesch, D. W. (1919). Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling.
Arnhem: Thieme. pp. 274-278.



Naar boven

Printerversie